Artikel 1. Plaats en tijdstip betaald parkeren
De plaatsen als bedoeld in artikel 2 lid a van de verordening parkeerbelastingen 2026 zijn:
a. op alle dagen met uitzondering van zon- en feestdagen, tussen 09.00 uur en 18.00 uur en op donderdagen van 09.00 uur tot 21.00 uur, gedurende een maximale aanmeldduur van 2 uur:
- 6 parkeervakken aan de oostzijde van het Plein 1945;
- 10 parkeervakken aan de westzijde van het Marktplein;
- 24 parkeervakken aan de westzijde van het middengedeelte van het Marktplein;
- 7 parkeervakken aan het Dudokplein, stadhuis;
- 5 parkeervakken aan de westzijde van het Plein 1945;
- 44 parkeervakken aan de noordzijde van de Lange Nieuwstraat, voor zover gelegen tussen het Plein 1945 en de Engelmundusstraat en tussen de Velserduinweg en het Marktplein;
b. in de periode van 15 april tot 15 september, op alle dagen, tussen 08.00 uur en 20.00 uur, gedurende een maximale aanmeldduur van 2 uur:
- 30 parkeervakken aan de IJmuiderslag (zone I);
c. in de periode van 15 april tot 15 september, op alle dagen, tussen 08.00 en 20.00 uur gedurende een maximale aanmeldduur van 4 uur:
- 192 parkeervakken aan de IJmuiderslag (zone II);
d. in de periode van 15 april tot 15 september, op alle dagen, tussen 08.00 en 20.00 uur:
- parkeerterrein aan de Heerenduinweg aan de noordzijde (zone III).
Artikel 2. Wijze van betalen bij betaald parkeren
Op de in artikel 1 genoemde terreinen en weggedeelten kan aan de belastingplicht, zoals bedoeld in
artikel 3 van de verordening op de heffing en invordering van parkeerbelasting 2026, worden voldaan
op de volgende manieren:
1. betaling met pinbetaling bij de verzamelparkeermeter, waarbij het gekochte parkeerkaartje met de tijdsaanduiding aan de bovenzijde op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats achter
de voorruit van het motorvoertuig wordt aangebracht;
2. in werking stellen van de parkeerapparatuur middels het inloggen op een centrale computer via een telefoon. Hiertoe meldt de belastingplichtige bij aanvang van het parkeren de gebiedscode aan een parkeerprovider en een geldige parkeerkaart van die parkeerprovider ligt op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats achter de voorruit van het motorvoertuig. Tevens neemt de belastingplichtige de overige voorwaarden van zijn of haar parkeerprovider in acht.
3. Op de onder artikel 1 genoemde terreinen en weggedeelten kan de wielklem worden gebruikt
als zekerheid voor de betaling van een naheffingsaanslag;
4. Gehandicapten dienen bij aanvang van het parkeren van hun motorvoertuig een parkeerschijf in te stellen op het tijdstip van parkeren en deze parkeerschijf met tijdsaanduiding naar boven neer te leggen, tezamen met de gehandicaptenparkeerkaart zichtbaar achter de voorruit van het motorvoertuig.