Gemeenteblad van Scherpenzeel
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Scherpenzeel | Gemeenteblad 2025, 566193 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Scherpenzeel | Gemeenteblad 2025, 566193 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling kindgebonden financiering opvang voor peuters en VE Scherpenzeel 2026
In deze regeling wordt verstaan onder:
Met deze subsidieregeling wordt beoogd ouders te stimuleren om hun kinderen een gecertificeerde voorschoolse voorziening te laten bezoeken, zodat peuters zich optimaal kunnen ontwikkelen en een goede start kunnen maken in het basisonderwijs.
Met deze subsidieregeling is opvang voor peuters:
De aanvrager bepaalt ten gunste van welke ouders de bijdrage wordt verstrekt, aan de hand van de door de ouders te verstrekken actuele inkomensgegevens.
Artikel 4 Aanvraag en aanvraagtermijn
Met behulp van het aanvraagformulier als bedoeld in artikel 6 van de ASV, vraagt de aanvrager uiterlijk 13 weken voorafgaand aan het kalenderjaar, jaarlijks subsidie aan. Als bijlage bij het aanvraagformulier wordt mede ingediend de “Prognose subsidieaanvraag Peuteropvang en VE 2026” en “subsidie HBO-coach in voorschoolse periode 2026” (bijlage 2). Dit formulier kan digitaal worden ingevuld.
De aanvraag is een prognose en wordt na afloop van het kalenderjaar vastgesteld conform artikel 10 van deze beleidsregels.
De aanvraag bevat in ieder geval informatie over de onderverdeling in: KOT ouders, niet-KOT ouders, VE-indicatie ja/nee en het aantal doelgroeppeuters op peildatum 1 januari 2026.
Artikel 5 Subsidiehoogte algemeen
Met inachtneming van artikel 7 ontvangt de aanvrager subsidie van de gemeente voor de uitvoering van opvang voor peuters op basis van het ingediende aanvraagformulier met de verplichte bijlagen. De subsidie bestaat uit een bijdrage per geplaatste peuter en uren-inzet van de HBO-coach per peuter met een VVE-indicatie.
Artikel 5a Subsidiehoogte niet-KOT ouders
De subsidie voor de opvang voor peuters, ten behoeve van niet-KOT ouders, bestaat uit twee componenten:
Een opslag van € 0,90 per uur boven op de landelijk vastgestelde maximale uurprijs dagopvang (normtarief kinderopvang 2026) voor onder andere de extra voorbereidingstijd, de administratieve uitvoering van deze subsidieregeling en de realisatie van de opvang voor peuteropvangplaats aanvullend VE-aanbod.
Artikel 5b Subsidiehoogte KOT-ouders
De subsidie voor opvang voor peuters ten behoeve van KOT-ouders bestaat alleen uit een opslag van € 0,90 per uur bovenop de landelijk vastgestelde maximale uurprijs dagopvang (normtarief kinderopvang 2026) voor onder andere de extra voorbereidingstijd, de administratieve uitvoering van deze subsidieregeling en de realisatie van de opvang voor peuteropvangplaats aanvullend VVE aanbod.
Artikel 5c Subsidie inzet HBO-coach voorschoolse educatie
Deze subsidie heeft als doel om de kwaliteit van voorschoolse educatie te verhogen door het uitvoeren van kwaliteits-verhogende beleidsmaatregelen en/of coaching van pedagogisch medewerkers door een gekwalificeerde HBO-coach.
Per peuter met een VVE indicatie op peildatum 1 januari 2026 geldt een toeslag van €580,90 per jaar voor de inzet van de HBO-coach voor 10 uur per peuter met een VVE-indicatie.
Artikel 6 Beslistermijn en bevoorschotting
Voor het beslissen op een aanvraag om subsidie is artikel 8 van de ASV van toepassing.De subsidie wordt per halfjaar bevoorschot op basis van de aanvraag.
Artikel 7 Begrotingsvoorbehoud
De raad stelt jaarlijks de gemeentelijke begroting en het subsidieprogramma vast. Het beschikbare budget voor opvang voor peuters is taakstellend. Op basis van dit budget wordt bepaald hoeveel opvang voor peuteropvangplekken in Scherpenzeel gerealiseerd kunnen worden.
Indien er meer peuteropvangplekken worden aangevraagd dan volgens het budget beschikbaar is, wordt subsidie naar rato van het marktaandeel op 1 oktober van het jaar van aanvraag van de kinderopvangaanbieders verdeeld.
De subsidie wordt verstrekt aan de aanbieder van opvang voor peuters voor maximaal 40 schoolweken per kalenderjaar.
De subsidie gaat in op de eerste of de vijftiende van de maand waarin de peuter een opvang voor peuteropvangplaats bezet.
De subsidie eindigt met ingang van de datum waarop de peuter om welke reden dan ook de opvang voor peuters verlaat.
De aanbieder rapporteert vier weken na afloop van het 1e en 2e halfjaar (= de jaarrapportage) met een vastgesteld formulier “afrekentool opvang voor peuters en VE 2026” - aan de gemeente cumulatief per geplaatste peuter de volgende gegevens:
De gemeente kan steekproefsgewijs controles uitvoeren in de administratie van de aanbieder om de juistheid van de genoemde gegevens te controleren. De aanbieder verleent hieraan haar volledige medewerking.
De aanbieder is verplicht mee te werken aan de (landelijke) monitoring van het bereik van de doelgroep.
De aanbieder werkt mee aan het maken van afspraken over de te behalen resultaten van peuters met een VE-indicatie en de registratie, dan wel terugkoppeling daarvan aan de gemeente. Die afspraken worden gemaakt in overleg met gemeente, basisscholen en aanbieders.
De aanbieder overlegt jaarlijks het Pedagogisch Beleidsplan aan de gemeente met daarin de activiteiten, inspanningen en invulling van de inzet van de HBO-coach.
Artikel 10 Verantwoording en vaststelling subsidie
Voor de verantwoording en vaststelling van de subsidie zijn de artikelen 13 tot en met 16 van de ASV van toepassing. Bij vaststelling van de subsidie is het exacte aantal peuters uitgangspunt. Het hiervoor vastgestelde formulier “afrekentool opvang voor peuters en VE 2026” moet vóór 1 februari 2027 worden ingevuld en ingediend.
Artikel 11 Verplichtingen subsidie
Bij verlening van de subsidie wordt de verplichting als bedoeld in artikel 9 opgelegd.
In gevallen waarin deze subsidieregeling niet voorziet, beslist het college. Het college kan in bijzondere gevallen van de bepalingen in deze subsidieregeling op een voor belanghebbende gunstige wijze afwijken, als toepassing ervan zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.
Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2026 en heeft een looptijd tot en met 31 december 2026. Dit omdat we de subsidieregeling jaarlijks willen evalueren met het oog op wettelijke ontwikkelingen enerzijds en het beschikbare budget anderzijds.
Deze regeling wordt aangehaald als ‘Subsidieregeling kindgebonden financiering opvang voor peuters en Voorschoolse Educatie Scherpenzeel 2026’.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 9 december 2026.
Aldrik Weststrate
Gemeentesecretaris
M. Teunissen
burgemeester
Bijlage 1 Toelichting methodiek Kindgebonden financiering
Ouders kunnen ook voor het gebruik van de opvang voor peuters in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. Peuteropvang valt daarmee onder de marktwerking van kinderopvang. Dat betekent dat we zijn overgegaan van exploitatiesubsidie naar kindgebonden financiering. In deze systematiek houden we rekening met de kinderopvangtoeslag, want anders is sprake van dubbele financiering (exploitatiesubsidie gemeente + toeslag Rijk). Daarnaast betalen ouders ook altijd naar draagkracht (de inkomensafhankelijke bijdrage). De opvang voor peuters blijft ook met deze subsidieregeling toegankelijk voor alle peuters in Scherpenzeel, hetgeen vanuit de gedachte voor het realiseren van preventie gewenst is. Aandacht voor preventie is een opdracht vanuit de Jeugdwet.
Wat betekent dit voor de ouders?
Met ingang van 1 januari 2026 vragen werkende ouders een tegemoetkoming voor de opvang voor peuters aan via de belastingdienst. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van het (verzamel)inkomen van de ouders. Op basis van de hoogte van het (verzamel)inkomen van de ouders wordt, aan de hand van de kinderopvangtoeslagtabel van de belastingdienst, bepaald welk percentage van de kosten van het normtarief Kinderopvang (KOV) de ouder als eigen bijdrage levert. Het restant van het bedrag tot aan het normtarief wordt bij ouders die onder de criteria van de Wet Kinderopvang vallen betaald door het rijk. Dit is de zogenaamde kinderopvangtoeslag.
Ouders die geen aanspraak kunnen maken op kinderopvangtoeslag (niet-KOT ouders), betalen de inkomensafhankelijke bijdrage. Het verschil tot het normtarief wordt als 'kindgebonden' budget (subsidie) door de gemeente aan de aanbieder bekostigd.
Wat betekent dit voor de kinderopvanglocaties?
Bovenop het door het rijk vastgestelde normtarief van € 11,23 (norm 2026) is extra ruimte voor de VE-trajecten aan kinderen met een taal- of ontwikkelingsachterstand. VE-kwaliteit betreft het opplussen van zaken boven op de kinderopvangkwaliteit vanuit de Wet Kinderopvang. Er wordt maximaal 8 uur extra (gratis) aangeboden, de aanbieder verzorgt de administratie van de inkomensafhankelijke bijdrage en alle leidsters voldoen aan de eisen die aan VE-trajecten zijn gesteld (certificatie). Om aan deze eisen, bovenop die van de Wet Kinderopvang, te voldoen heeft een aanbieder extra financiering nodig. Dit is de bijdrage van de gemeente van € 0,90 per uur.
Wat betekent dit voor de gemeente?
De gemeente subsidieert met dit model de kindplaatsen, ongeacht of ouders voor kinderopvangtoeslag in aanmerking komen.
Wat betreft de opbouw van aanbod opvang voor peuters gaan we uit van twee dagdelen van 4 uur zonder een VE-indicatie en twee extra dagdelen van 4 uur voor peuters met een VVE indicatie. Deze laatste groep mag die 8 uur extra gratis afnemen ongeacht of ze onder de Wet Kinderopvang vallen of niet. De gemeente subsidieert voor 100% dit dagdeel/ deze 2 dagdelen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-566193.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.