Verordening tot wijziging van de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Rijswijk 2025

De gemeenteraad van de gemeente Rijswijk;

 

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van B&W-vergadering, 11 november 2025.

 

gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, eerste tot en met derde lid, en zesde lid, 2.1.4a eerste, tweede en zesde lid, 2.1.4b, tweede lid, 2.1.6, 2.3.6, vierde lid, en 2.6.6, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en artikel 3.8, tweede lid, en 5.4 van het Uitvoeringsbesluit Wet;

 

overwegende dat:

 

  • het vanuit juridisch oogpunt van belang is een aantal technische alsmede tekstuele wijzigingen door te voeren;

  • het noodzakelijk is actuele landelijke en lokale ontwikkelingen in de verordening te verwerken;

  • de herziening aansluit bij de gemeentelijke ontwikkeling gericht op meer ruimte voor maatwerk.

BESLUIT

 

De verordening tot wijziging van de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Rijswijk 2025 vast te stellen

Artikel I. Wijziging Verordening

De Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Rijswijk 2025 wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

 

Aan artikel 3 wordt een achtste lid toegevoegd dat als volgt komt te luiden:

 

  • 8.

    Als de hulpvraag genoegzaam bekend is, kan het college, in overleg met de inwoner, afzien van een gesprek.

B.

 

Aan artikel 8 eerste lid wordt onderdeel c toegevoegd dat als volgt komt te luiden:

 

  • c.

    De kosten voor vervoer per (rolstoel)taxi, indien dit vervoer niet als algemeen gebruikelijk wordt aangemerkt en de inwoner geen gebruik kan maken van het collectief vervoer. De hoogte van de voorziening wordt vastgesteld op basis van de daadwerkelijke vervoersbehoefte van de inwoner en is gebaseerd op gangbare prijzen voor (rolstoel)taxivervoer. Het college legt de hoogte van de voorziening vast in de beschikking.

C.

 

Artikel 12 lid 2 komt als volgt te luiden:

 

  • 2.

    Formele hulp is hulp die wordt verleend door personen die niet tot het sociale netwerk van de inwoner behoren, en die bovendien voldoen aan één van de volgende criteria:

    • a.

      Zij zijn werkzaam bij een instelling die, voor de werkzaamheden waarvoor het pgb wordt ingezet:

      • I.

        staat ingeschreven in het Handelsregister (conform artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007); en

      • II.

        beschikt over de voor de betreffende werkzaamheden vereiste diploma’s.

    • b.

      Zij zijn aangemerkt als zelfstandige zonder personeel (zzp’er) en voldoen aan de volgende voorwaarden:

      • I.

        zij staan ingeschreven in het Handelsregister (conform artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007) voor de betreffende werkzaamheden;

      • II.

        zij beschikken over de voor die werkzaamheden vereiste diploma’s;

      • III.

        zij kunnen een relevante Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) overleggen.

D.

 

Artikel 14 komt als volgt te luiden:

 

  • 1.

    Maatwerkvoorzieningen:

    Een inwoner is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor het gebruik van een maatwerkvoorziening in natura of een persoonsgebonden budget (pgb), zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb is verstrekt.

    De bijdrage wordt vastgesteld en geïnd door het Centraal Administratie Kantoor (CAK), conform het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

  • 2.

    Algemene voorzieningen met duurzame hulpverleningsrelatie (bijdrage via het CAK):

    Voor het gebruik van de onderstaande algemene voorzieningen is de inwoner een bijdrage in de kosten verschuldigd. Deze bijdrage wordt vastgesteld en geïnd via het CAK. Bij deze voorzieningen is sprake van een duurzame hulpverleningsrelatie:

    • a.

      Ontmoetingscentrum Dementie;

    • b.

      Pilot Vitaal Plus Rijswijk;

    • c.

      Basisvoorziening Hulp bij het Huishouden.

  • 3.

    Algemene voorzieningen zonder duurzame hulpverleningsrelatie (rechtstreekse betaling of vast tarief):

    Voor de onderstaande algemene voorzieningen geldt een andere bijdrage-in-de-kostenregeling. Bij deze voorzieningen is geen sprake van een duurzame hulpverleningsrelatie.

    • a.

      De wasservice: de inwoner betaalt per afgenomen wasbeurt (maximaal 8 kilo) rechtstreeks een bedrag aan de aanbieder van de voorziening.

    • b.

      Wmo-vervoer (Regiotaxi): de hoogte van de bijdrage bestaat uit een opstaptarief en een tarief per gereden kilometer.

  • 4.

    Geen bijdrage verschuldigd:

    In afwijking van het eerste lid en in aanvulling op artikel 3.8, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, is geen eigen bijdrage verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen:

    • a.

      een deel-scootmobiel;

    • b.

      een maatwerkvoorziening die wordt gerealiseerd in een woongebouw waarvan de woning van de inwoner onderdeel uitmaakt, voor zover de voorziening betrekking heeft op het toe- en/of doorgankelijk maken van het woongebouw;

    • c.

      Financiële tegemoetkomingen;

    • d.

      de maatwerkvoorziening “Waakvlam”;

    • e.

      de wenperiode van maximaal zes dagdelen bij een Ontmoetingscentrum Dementie.

E.

 

Artikel 15 eerste tot en met het derde lid komen als volgt te luiden:

 

  • 1.

    Voor de algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen die genoemd worden in artikel 14 lid 1 en lid 2 onder a, b en c, bedraagt de hoogte van de bijdrage voor een of meerdere voorzieningen samen het bedrag genoemd in artikel 2.1.4 lid 3 en artikel 2.1.4a lid 4 van de wet, per maand voor de ongehuwde inwoner of de gehuwde inwoner en diens echtgeno(o)t(e) samen.

  • 2.

    Voor de algemene voorziening, genoemd in artikel 14, derde lid, onderdeel a, bedraagt de bijdrage, indien een verwijzing via de Wmo is afgegeven, € 5,00 per wasbeurt. Deze bijdrage is gebaseerd op het prijspeil van 2025 en wordt jaarlijks aangepast op basis van de ontwikkeling van de consumentenprijsindex en relevante cao-ontwikkelingen. Het aangepaste bedrag wordt naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,50.

  • 3.

    Voor de algemene voorziening die genoemd wordt in artikel 14 lid 3 onder b bedraagt de hoogte een opstaptarief plus een tarief per gereden kilometer. Deze tarieven zijn gekoppeld aan de door de Metropoolregio Rotterdam Den Haag jaarlijks vast te stellen OV-tarieven en mogen deze niet overschrijden.

F.

 

Aan de artikelsgewijze toelichting van artikel 3 wordt een achtste lid toegevoegd dat als volgt komt te luiden:

 

Lid 8: dit lid geeft het college de mogelijkheid om, in overleg met de inwoner, af te zien van het voeren van een gesprek wanneer de hulpvraag reeds voldoende duidelijk is. De bepaling is bedoeld om onnodige herhaling van onderzoek te voorkomen en maatwerk te bevorderen.

 

Van een genoegzaam bekende hulpvraag is sprake wanneer op basis van eerdere aanvragen, contacten of vastgelegde informatie reeds duidelijk is wat de ondersteuningsbehoefte van de inwoner is. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen bij:

 

  • een herhaalde aanvraag voor een eerder toegekende voorziening;

  • of wanneer de inwoner al goed in beeld is bij een andere gemeentelijke dienst, bij een externe professionele organisatie, of bijvoorbeeld bij Steunpunt Rijswijk.

Het afzien van een gesprek kan slechts plaatsvinden indien dit zorgvuldig en verantwoord wordt geacht. Het college beoordeelt per individueel geval of dit passend is en overlegt hierover met de inwoner. De instemming van de inwoner is hierbij leidend.

 

Door deze bepaling wordt de uitvoeringspraktijk flexibeler, zonder afbreuk te doen aan de zorgvuldigheid van het onderzoek zoals bedoeld in artikel 2.3.2 van de Wmo 2015. Op deze manier wordt onnodige belasting voor de inwoner voorkomen en blijft de besluitvorming transparant en toetsbaar.

 

G.

 

Aan de artikelsgewijze toelichting van artikel 8 eerste lid wordt een toelichting op onderdeel c toegevoegd:

 

Lid 1 onder c: Deze bepaling maakt het mogelijk om een maatwerkvoorziening toe te kennen voor vervoer per (rolstoel)taxi wanneer het gebruik van het collectief vervoer niet mogelijk is voor de inwoner en (rolstoel)taxivervoer niet als algemeen gebruikelijk kan worden beschouwd. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij ernstige mobiliteitsbeperkingen of wanneer het collectief vervoer onvoldoende aansluit bij de specifieke vervoersbehoefte van de inwoner.

 

De hoogte van de voorziening wordt afgestemd op de daadwerkelijke vervoersbehoefte van de inwoner. Dit betekent dat wordt gekeken naar de frequentie en het soort verplaatsingen dat nodig is voor het kunnen participeren in de samenleving (zoals dagbesteding, sociale contacten, maatschappelijke activiteiten). Daarbij wordt aangesloten bij gangbare prijzen voor (rolstoel)taxivervoer, bijvoorbeeld op basis van tarieven in de regio.

 

Het college legt de hoogte van de vergoeding of voorziening vast in de beschikking.

 

H.

 

De artikelsgewijze toelichting van artikel 14 komt als volgt te luiden:

 

Lid 1: De gemeente mag van inwoners een bijdrage in de kosten vragen voor het gebruik van maatwerkvoorzieningen. Deze eigen bijdrage wordt vastgesteld en geïnd door het CAK, op basis van landelijke regelgeving (het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015). De hoogte van de bijdrage is afhankelijk van persoonlijke omstandigheden van de inwoner, zoals inkomen en samenstelling van het huishouden.

 

Lid 2: De gemeente ontwikkelt een aantal algemene voorzieningen om het beroep op maatwerkvoorzieningen te beperken. Het doel hiervan is bij te dragen aan een toekomstbestendige uitvoering van de Wmo. Voor deze voorzieningen kan een bijdrage in de kosten worden gevraagd. In de meeste gevallen wordt deze bijdrage, net als bij maatwerkvoorzieningen, vastgesteld en geïnd via het CAK. Dit is van toepassing wanneer sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie.

 

De VNG heeft handreikingen opgesteld over wanneer sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie Belangrijke criteria zijn:

  • Persoonlijke ondersteuning, waarbij arbeid de grootste kostencomponent is;

  • De relatie tussen cliënt en hulpverlener is relevant voor de continuïteit van de hulp;

  • De voorziening wordt doorgaans langdurig gebruikt.

Lid 3: Bij voorzieningen zonder duurzame hulpverleningsrelatie is het abonnementstarief niet van toepassing. De gemeente mag hiervoor een eigen bijdrage vragen, mits deze niet hoger is dan de feitelijke kostprijs (artikel 2.1.4, tweede lid, Wmo 2015). Zowel bij de wasservice als bij de Regiotaxi geldt een alternatieve betalingssystematiek:

  • Bij de wasservice betaalt de inwoner per keer rechtstreeks aan de aanbieder;

  • Voor de Regiotaxi gelden een opstaptarief en kilometerprijs, vastgesteld door de Metropoolregio Rotterdam Den Haag.

Lid 4: De gemeente kan ervoor kiezen om voor bepaalde voorzieningen geen bijdrage in de kosten te vragen. Redenen hiervoor kunnen zijn:

  • a.

    dat de kostprijs relatief laag is in verhouding tot de uitvoeringskosten van inning;

  • b.

    dat het niet vragen van een bijdrage het gebruik stimuleert van voorzieningen die bijdragen aan zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie;

  • c.

    of dat het past binnen het streven naar een eenvoudige, toegankelijke Wmo-structuur.

De voorzieningen waarvoor geen bijdrage wordt gevraagd, zijn expliciet opgenomen in dit lid. Daarbij gaat het om zowel maatwerkvoorzieningen als algemene voorzieningen.

 

I.

De artikelsgewijze toelichting van artikel 15 tweede en derde lid komt als volgt te luiden:

 

Lid 2 : bij deze algemene voorziening is geen sprake van een duurzame hulpverleningsrelatie en heeft de gemeente ervoor gekozen een andere bijdrage te hanteren.

 

De gemiddelde kostprijs per wasbeurt (maximaal 8 kilo) bedraagt € 8,00 en is opgebouwd uit:

  • a.

    variabele kosten zoals water, energie (zakelijk tarief), wasmiddel, wasverzachter en waszak met label;

  • b.

    arbeidskosten van re-integratiekandidaten en hun begeleiders;

  • c.

    transportkosten voor het ophalen en terugbrengen van de was.

De inwoner betaalt per wasbeurt een bijdrage van € 5,00. De regeling is bewust eenvoudig gehouden en sluit aan bij het laagdrempelige karakter van deze voorziening.

 

Lid 3: bij deze algemene voorziening is ook geen sprake van een duurzame hulpverleningsrelatie en heeft de gemeente ervoor gekozen een andere bijdrage te hanteren.

 

De bijdrage is gebaseerd op een opstaptarief plus een tarief per gereden kilometer De Metropoolregio Rotterdam Den Haag stelt jaarlijks de OV-tarieven vast. De Wmo-vervoertarieven bewegen mee met deze ontwikkeling en mogen niet hoger zijn dan de reguliere OV-tarieven. De hoogte hiervan wordt in nadere regels vastgelegd.

Artikel II. Overgangsrecht

A.

 

Aanvragen die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van dit wijzigingsbesluit, worden afgehandeld volgens de Verordening maatschappelijke ondersteuning Rijswijk 2025 zoals deze na de inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit luidt.

 

B.

 

Het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten op grond van de Verordening Wet Maatschappelijke Ondersteuning Rijswijk 2025 voor de inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit, gebeurt op grond van de Verordening Wet Maatschappelijke Ondersteuning Rijswijk 2025 zoals deze na de inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit luidt.

Artikel III. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente Rijswijk op 16 december 2025

de griffier, de voorzitter,

Naar boven