Beleidsregels tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van een sociaal medische indicatie 2026

Het college van burgemeester en wethouders,

 

overwegende dat het Rijk jaarlijks aan de gemeente een budget voor sociaal medische indicatie verstrekt;

 

overwegende dat het van belang is om beleidsregels vast te stellen om inwoners inzicht te bieden in de afweging voor het toekennen van een sociaal medische indicatie;

 

besluit vast te stellen de volgende beleidsregels tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van een sociaal medische indicatie 2026:

Artikel 1. Begripsbepalingen

Alle begrippen die in deze beleidsregel zijn opgenomen en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet kinderopvang, Jeugdwet en Algemene wet bestuursrecht of Gemeentewet.

 

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    College: het college van burgemeester en wethouders van Gooise Meren.

  • b.

    Kinderopvangtoeslag: vergoeding waar ouders onder bepaalde voorwaarden aanspraak op kunnen maken om een deel van de kinderopvangkosten vergoed te krijgen door de Belastingdienst. Deze toeslag van de Belastingdienst is inkomensafhankelijk.

  • c.

    Kinderopvangtoeslagtabel: een overzicht van de Belastingdienst met de percentages van de kinderopvangtoeslag, waarin staat hoeveel procent van de opvangkosten ouders vergoed krijgen, afhankelijk van hun toetsingsinkomen.

  • d.

    LKR-registratie: kinderopvanglocaties die in het Landelijk Register Kinderopvang geregistreerd staan.

  • e.

    Ouder: ouder(s), verzorger(s) of wettelijke vertegenwoordiger(s).

  • f.

    SMI: afkorting van sociaal medische indicatie. Dit is een indicatie gesteld door de gemeente waaruit blijkt dat kinderopvang noodzakelijk is voor een kind dan wel gezinssituatie op grond waarvan ouders in aanmerking komen voor een tijdelijke vergoeding voor kinderopvang waarvoor geen tegemoetkoming via de Belastingdienst verstrekt wordt.

Artikel 2. Doelstelling

Het doel van deze beleidsregels is om duidelijkheid te bieden over de voorwaarden en werkwijze voor het verstrekken van een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op basis van een SMI. De regeling beoogt bij te dragen aan een veilige en stabiele opvangsituatie voor kinderen van wie de ouders tijdelijk niet in staat zijn zelf de zorg te dragen als gevolg van sociaal-medische problematiek.

Artikel 3. Doelgroep SMI

  • 1.

    Deze regeling is van toepassing op de ouder van een kind, vanaf 0 jaar tot de eerste dag van de maand waarop dit kind naar het voortgezet onderwijs gaat;

    • a.

      die volgens de Basisregistratie Personen woonachtig is in de gemeente Gooise Meren en;

    • b.

      voor wie tijdens het verblijf van hun kind in gemeente Gooise Meren aantoonbaar behoefte aan kinderopvang bestaat en;

    • c.

      van wie is vastgesteld dat tijdelijke kinderopvang in het belang van een goede en gezonde ontwikkeling van het kind noodzakelijk is.

Artikel 4: Noodzaak tot toekennen SMI

  • 1.

    Het college kan een SMI toekennen indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

    • a.

      de gemeente heeft vastgesteld dat de opvang van het kind noodzakelijk is ten gevolge van aantoonbare lichamelijke, zintuigelijke, verstandelijke en/of psychische beperkingen van de ouder of kind en;

    • b.

      de ouder niet of niet volledig in staat is voor het kind te zorgen en/of een veilige ontwikkeling van het kind te kunnen waarborgen en/of;

    • c.

      er vastgesteld is dat de veiligheid in de gezinssituatie in het geding is.

  • 2.

    Het college weigert de tegemoetkoming als er sprake is van een afdoende voorliggende voorziening. Dergelijke bestaande voorzieningen zijn onder meer;

    • a.

      Kinderopvangtoeslag;

    • b.

      De gemeentelijke regeling voor voorschoolse educatie en peuteropvang;

    • c.

      Opvangmogelijkheden binnen het sociale netwerk;

    • d.

      Bepaalde vormen van hulp of ondersteuning vanuit de Jeugdwet of Wet langdurige zorg.

Artikel 5. Proces van aanvraag tot beschikking van een SMI

  • 1.

    De ouder dient een aanvraag voor tegemoetkoming kosten kinderopvang op basis van een SMI in bij de gemeente.

  • 2.

    Een SMI aanvraag bevat inhoudelijk:

    • a.

      naam, adres, burgerservicenummer, geboortedatum van de ouders.

    • b.

      naam, adres, burgerservicenummer, geboortedatum van het kind/de kinderen waarop de SMI van toepassing is.

    • c.

      de reden waarom kinderopvang op basis van een SMI gewenst is.

    • d.

      eventuele overige informatie die relevant is voor het te nemen besluit.

  • 3.

    De gemeente onderzoekt of de ouders gebruik kunnen maken van een voorliggende

  • 4.

    voorziening zoals benoemd in artikel 4. Indien hier geen mogelijkheden voor zijn, dienen de ouders in te stemmen met een onderzoek uitgevoerd door de gemeente om vast te stellen of een SMI noodzakelijk is.

  • 5.

    Op basis van het onderzoek stelt de gemeente vast of sprake is van een SMI en neemt de gemeente een besluit over het toekennen van een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang.

Artikel 6. Omvang en duur van de tegemoetkoming

  • 1.

    Een SMI is te allen tijde maatwerk. Het college stelt het aantal uren kinderopvang vast dat noodzakelijk is.

  • 2.

    De tegemoetkoming wordt verleend met een maximum duur van 6 maanden.

  • 3.

    De tegemoetkoming kan worden verlengd met maximaal 6 maanden en tot de eerste dag van de maand waarop het kind naar het voorgezet onderwijs gaat. Voor verlenging moeten ouders een nieuwe melding maken als bedoeld in artikel 5, waarna op basis van onderzoek een besluit over verlenging van de SMI wordt genomen.

Artikel 7. Hoogte van de tegemoetkoming

  • 1.

    De tegemoetkoming betreft een deel van de kosten voor het aantal uren kinderopvang dat de gemeente heeft vastgesteld.

  • 2.

    De hoogte van de tegemoetkoming wordt vastgesteld aan de hand van de belastingtabel kinderopvangtoeslag. Het door het Rijk jaarlijks vastgestelde fiscale tarief wordt als maximum uurtarief gehanteerd.

  • 3.

    Opvangkosten die boven dit tarief liggen worden door de ouder zelf betaald.

Artikel 8. Ingangsdatum van de tegemoetkoming

  • 1.

    De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop de SMI aanvraag werd ingediend bij de gemeente.

  • 2.

    Als op de datum als bedoeld in lid 1 nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de tegemoetkoming toegekend met ingang van de datum waarop de kinderopvang start.

Artikel 9. Betaling van de tegemoetkoming

  • 1.

    De ouders zijn verantwoordelijk voor het vinden van een kinderopvangplek en gaan zelf een contract aan met de kinderopvangorganisatie.

  • 2.

    Ouders zijn vrij in het kiezen van een kinderopvangorganisatie of gastouder, met als voorwaarde dat deze een LKR-registratie heeft.

  • 3.

    Zodra de ouders het contract met de kinderopvang hebben ingediend bij de gemeente, wordt de betalingsprocedure in werking gezet waarbij het bedrag maandelijks wordt overgemaakt voor de periode die in de beschikking is vastgesteld. Hiertoe behoren de volgende twee mogelijkheden:

    • a.

      Het bedrag wordt overgemaakt naar de kinderopvang. De ouder dient hiervoor een machtigingsformulier in te vullen.

    • b.

      Het bedrag wordt overgemaakt naar de rekening van de ouder.

  • 4.

    De gemeente houdt zich niet verantwoordelijk voor de inhoud van het contract en betaalt alleen het bedrag dat is vastgesteld in de beschikking.

Artikel 10. Inlichtingenplicht

De ouders zijn verplicht het college direct te informeren zodra zich feiten of omstandigheden voordoen die van invloed kunnen zijn op het recht op en/of de hoogte van de tegemoetkoming. Het niet, onjuist of onvolledig verstrekken van deze informatie kan gevolgen hebben voor het vaststellen of verlengen van de tegemoetkoming.

Artikel 11. Vaststelling van de tegemoetkoming

  • 1.

    De tegemoetkoming wordt vastgesteld op basis van het daadwerkelijk aantal afgenomen uren kinderopvang.

  • 2.

    De ouder verstrekt binnen vier weken na de genoemde einddatum in de beschikking een jaaropgave of jaaroverzicht, opgevraagd bij de kinderopvang, waarop in ieder geval de kosten en de urenomvang zichtbaar zijn.

  • 3.

    Aan de hand van de verantwoording onder het tweede lid wordt de tegemoetkoming definitief vastgesteld.

  • 4.

    Indien uit de verantwoording blijkt dat er minder uren kinderopvang zijn afgenomen dan in de beschikking was opgenomen, kan dit aanleiding zijn om het aantal uren bij een eventuele nieuwe SMI-toekenning te wijzigen als dit beter aansluit bij de werkelijke behoeften of noodzaak.

Artikel 12. Beëindigen van de tegemoetkoming

  • 1.

    De tegemoetkoming wordt beëindigd als:

    • a.

      zich tussentijds een mogelijkheid voordoet om gebruik te (gaan) maken van een voorliggende voorziening zoals beschreven in artikel 4 van deze beleidsregels;

    • b.

      ouders niet voldoen aan de inlichtingenplicht zoals beschreven in artikel 10 van deze beleidsregels;

    • c.

      de ouders het college niet hebben voorzien van juiste en/of volledige informatie ten behoeve van het opstellen van de SMI;

    • d.

      het kind/de kinderen op wie de SMI van toepassing is niet langer verblijft bij een ouder die woonachtig is in gemeente Gooise Meren volgens de Basisregistratie Personen.

Artikel 13. Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen, gelet op de aard en ernst van de omstandigheden, afwijken van één of meer bepalingen van deze beleidsregels, indien strikte toepassing ervan zou leiden tot een uitkomst die onevenredig is in verhouding tot de met deze beleidsregels te dienen belangen.

Artikel 14. Overgangsbepaling 2026

Voor gezinnen met een lopende SMI beschikking tot na 31 december 2025 blijven de voorwaarden van de oude beleidsregel van kracht tot de in de beschikking vastgestelde einddatum, eveneens voor bezwaar en beroepsprocedures.

Artikel 15. Inwerkingtreding en citeertitel

Deze beleidsregel treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt aangehaald als ‘Beleidsregels tegemoetkoming kinderopvang op grond van een sociaal medische indicatie 2026’. Met ingang van deze beleidsregel komt de beleidsregel ‘Tegemoetkoming kosten kinderopvang op basis van een Sociaal Medische Indicatie’ uit 2020 te vervallen.

Naar boven