Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,
gelezen het voorstel van de directeur Stadsbeheer Toezicht en Handhaving, van 24 november 2025, kenmerk M2510-420;
gelet op artikel 2, vierde lid, van de Verordening parkeerregulering en parkeerbelastingen 2026;
overwegende, dat het in het kader van regulering van parkeerdruk gewenst is nadere regels te stellen met betrekking tot het verlenen, intrekken en weigeren van vergunningen, de geldigheid van vergunningen en het gebruik van vergunningen;
besluit:
Artikel 1 Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
- -
adres: adres als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen;
- -
autodeelorganisatie: natuurlijk persoon of rechtspersoon, niet zijnde bewoner, die is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel;
- -
autodelen: herhaaldelijk en opeenvolgend gezamenlijk gebruik maken van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een autodeelorganisatie, waarbij de voertuigen zijn voorzien van een systeem dat ritgegevens registreert;
- -
bedrijfsauto: bedrijfsauto als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen;
- -
bestelauto: motorvoertuig, bestemd voor het vervoer van goederen, waarvan de toegestane maximum massa niet meer bedraagt dan 3500 kg;
- -
bewoner: persoon die blijkens de Basisregistratie Personen woont op een adres in gereguleerd gebied of op een geregistreerd binnenvaartuig in gereguleerd gebied;
- -
bijbehorende of toegewezen parkeervoorziening: parkeervoorziening met eigen dan wel gezamenlijke toegang, behorend bij of toegewezen aan een gebouw of gebouwencomplex blijkens een omgevingsvergunning of enig ander document, bestemd voor het parkeren van motorvoertuigen van eigenaren of houders, die wonen of werken op het adres van het gebouw of gebouwencomplex waarbij deze voorziening behoort of waaraan deze voorziening is toegewezen, waarbij inbegrepen een individuele garagebox, carport, in,- of oprit of een ruimte of een perceel dat is bedoeld voor parkeren;
- -
bijzondere vrijstelling van de parkeereis: vrijstelling van de parkeereis in een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018;
- -
bijzonder gemeentelijk belang: belang zoals bedoeld in artikel 6, tweede lid van de Beleidsregeling Parkeernomen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018 of artikel 15 van de Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022 of artikel 16 van de Beleidsregel Parkeernormen voor auto en fiets gemeente Rotterdam 2025 of een regel uit het van toepassing zijnde omgevingsplan op basis waarvan vrijstelling is verleend van de parkeereis in een omgevingsvergunning;
- -
BPM: belasting van personenauto’s en motorrijwielen als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992;
- -
BRP: Basisregistratie Personen;
- -
free-floating autodelen: autodelen zonder vaste parkeerplaats;
- -
gereguleerd gebied: deel van de gemeente waarbinnen sprake is van betaald parkeren;
- -
jachthaven: in het handelsregister van de Kamer van Koophandel geregistreerd bedrijf, dan wel geregistreerde vereniging of stichting binnen de branche jachthaven, roei-, kano-, zeil- en surfsport met SBI-onderverdeling 'Cultuur, sport en recreatie’ met een hiertoe aangewezen beheerder of jachthavenmeester;
- -
personenauto: personenauto als bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990;
- -
SBI-code: code van de Standaard BedrijfsIndeling, gekoppeld aan de hoofdactiviteit van een bedrijf in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel;
- -
sector: omschreven groep straten binnen gereguleerd gebied;
- -
stationbased autodelen: autodelen met een vaste aangewezen belanghebbendenplaats;
- -
verklaring ledenaantal: schriftelijke verklaring van het ledenaantal, ondertekend door een vertegenwoordiger van het bestuur van de instelling, ten behoeve van het verkrijgen van een parkeervergunning op basis van ledenaantal;
- -
volkstuin: particuliere tuin die niet bij de eigen woning ligt, wordt beheerd door een volkstuinvereniging en gelegen is op grond in bezit van de gemeente Rotterdam;
- -
volverklaring: schriftelijke verklaring, niet ouder dan zes weken gerekend vanaf datum aanvraag, van de eigenaar of beheerder van een bijbehorende of toegewezen parkeervoorziening, op papier met logo en ondertekend, ten behoeve van het verkrijgen van een parkeervergunning, gericht aan de aanvrager inclusief verklaring dat de aanvrager op de wachtlijst is geplaatst voor de bijbehorende of toegewezen parkeervoorziening;
- -
vrijwilligersverklaring: schriftelijke verklaring ten behoeve van het verkrijgen van een parkeervergunning maatschappelijke instellingen inzake het aantal vrijwilligers, ondertekend door een vertegenwoordiger van het bestuur van de instelling;
- -
zone-floating autodelen: autodelen binnen een parkeersector zonder vaste parkeerplaats.
Artikel 2 Bewonersparkeervergunning
- 1.
Het college verleent op aanvraag een bewonersvergunning, indien de aanvrager:
- a.
volgens de BRP woonachtig is op een adres in de sector waarvoor de vergunning is aangevraagd;
- b.
woonachtig is op een adres in een gebouw of gebouwen-complex zonder een bijbehorende of toegewezen parkeervoorziening; en
- c.
kentekenhouder is van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is aangevraagd;
- d.
een motorvoertuig gebruikt van het bedrijf waarbij hij in loondienst is en waarbij het motorvoertuig op naam staat van het bedrijf dan wel sprake is van een leaseovereenkomst op naam van het bedrijf;
- e.
feitelijk gebruiker is van een motorvoertuig dat voor ten minste drie maanden van een autoverhuurbedrijf is gehuurd of geleased; of
- f.
feitelijk gebruiker maar niet zijnde eigenaar is van het motorvoertuig waarbij het gebruik van het motorvoertuig is vastgelegd middels een notariële akte tussen eigenaar en feitelijke gebruiker.
- 2.
Het college verleent op aanvraag een bewonersvergunning indien de aanvrager een vergunning krijgt overgedragen van een huisgenoot, onverminderd het bepaalde in het eerste lid.
- 3.
Indien de aanvraag een motorvoertuig met een niet-Nederlands kenteken betreft, wordt op aanvraag een vergunning verleend indien aan de BPM-plicht is voldaan of sprake is van BPM-vrijstelling van minimaal een maand.
- 4.
Een vergunning wordt voor ten hoogste de duur van een arbeidscontract verleend, indien de aanvrager beschikt over een geldig arbeidscontract, niet ouder dan zes weken gerekend vanaf datum aanvraag, hiervoor tijdelijk in Rotterdam woont en werkt en beschikt over een koop- of huurovereenkomst of verhuurdersverklaring voor het adres waarvoor de vergunning is aangevraagd.
- 5.
Er wordt eenmalig een tijdelijke vergunning op een nieuw woonadres verleend, indien:
- a.
het nieuwe woonadres niet in dezelfde sector ligt als het oude woonadres;
- b.
de aanvrager verhuist en tijdelijk twee woonadressen heeft; en
- c.
de aanvrager nog niet op het nieuwe woonadres staat ingeschreven dan wel nog op het oude woonadres staat ingeschreven in de BRP en met een koop- of huurovereenkomst of verhuurdersverklaring het nieuwe woonadres kan aantonen.
- 6.
Een vergunning wordt, indien gewenst, overgedragen aan de partner of een familielid van een overleden vergunninghouder, die volgens de BRP op hetzelfde adres staat ingeschreven als de overleden vergunninghouder. Een verzoek hiertoe wordt binnen drie maanden na het overlijden van de vergunninghouder ingediend.
- 7.
Een vergunning wordt verleend aan de beheerder van een jachthaven ten behoeve van de eigenaar of gebruiker van een vaste ligplaats, zijnde een plaats in de jachthaven voor een bepaalde periode, tot het maximum dat is gekoppeld aan de parkeernorm voor jachthavens.
- 8.
Er wordt maximaal één vergunning verleend aan de eigenaar of huurder van een recreatiewoning, zijnde een gebouw dat dient als recreatiewoonverblijf waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben dan in de parkeersector waarin de recreatiewoning is gelegen.
- 9.
Een vergunning wordt verleend aan de bestuurder van een volkstuinvereniging ten behoeve van de huurder of gebruiker van een volkstuin tot een maximum op complexniveau dat is gekoppeld aan de parkeernorm voor volkstuinen.
- 10.
Een vergunning wordt verleend aan een binnenvaartschipper, indien de aanvraag wordt ingediend via het Steunpunt Binnenvaart.
- 11.
Een vergunning wordt verleend aan de verhuurder van flexwoningen, geïnitieerd door de gemeente Rotterdam onder de naam StartR of de eigenaar van optoppingen als bedoeld in artikel 17 van de Beleidsregel Parkeernormen voor auto en fiets gemeente Rotterdam 2025, ten behoeve van de gebruiker tot een maximum van de parkeereis in de omgevingsvergunning.
- 12.
Op een adres worden maximaal twee parkeervergunningen verleend.
- 13.
In de wijken Pendrecht, Wielewaal, Zuidwijk, Zuiderpark, Lombardijen en IJsselmonde worden, in de eerste twee jaar na invoering betaald parkeren, ten hoogste drie parkeervergunningen op een adres verleend.
- 14.
Er wordt op het aantal vergunningen bedoeld in artikel 2, twaalfde en dertiende lid, één parkeervergunning in mindering gebracht bij een adres met een bijbehorende individuele garagebox, carport, inrit of oprit.
- 15.
De stadsbrede vergunning, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel p, geldt als een bewonersparkeervergunning en telt dientengevolge mee in het aantal te verlenen bewonersparkeervergunningen op een adres.
- 16.
Een vergunning wordt voor maximaal twaalf maanden verleend, indien de aanvrager via een volverklaring aantoont dat aanvrager op het moment van de aanvraag feitelijk niet over de bijbehorende of toegewezen parkeervoorziening beschikt of had kunnen beschikken.
- 17.
De vergunningen, bedoeld in het eerste, vierde, vijfde, zevende, achtste, negende en zestiende lid worden niet verleend als sprake is van een gebouw of gebouwencomplex waarvoor een omgevingsvergunning is verleend met gebruikmaking van de Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022 of de Beleidsregel Parkeernormen voor auto en fiets gemeente Rotterdam 2025. Uitzondering hierop is als toepassing is gegeven aan artikel 4, artikel 6, eerste lid, onderdeel b, of artikel 8 van de Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022 of artikel 4, artikel 8, eerste lid, onderdeel b, of artikel14 van de Beleidsregel Parkeernormen voor auto en fiets gemeente Rotterdam 2025.
- 18.
De vergunningen, bedoeld in het eerste, vierde, vijfde, zevende, achtste, negende en zestiende lid worden niet verleend als sprake is van een gebouw of gebouwencomplex waarvoor een omgevingsvergunning is verleend met gebruikmaking van een bijzonder gemeentelijk belang. Deze afwijking geldt niet wanneer in de omgevingsvergunning naar het straatparkeren wordt verwezen als parkeermogelijkheid.
- 19.
De vergunningen, bedoeld in het eerste, vierde, vijfde, zevende, achtste, negende en zestiende lid worden niet verleend als sprake is van een gebouw of gebouwencomplex, waarvoor een omgevingsvergunning is verleend met gebruik van een bijzondere vrijstelling van de parkeereis.
- 20.
De vergunningen, bedoeld in het zestiende lid wordt niet verleend als de aanvrager woonachtig is in een gebouw of gebouwencomplex met een bijbehorende of toegewezen parkeervoorziening waarover deze op het moment van de aanvraag feitelijk niet beschikt of had kunnen beschikken, maar er vanuit de eigenaar of beheerder van de bijbehorende of toegewezen parkeervoorziening een parkeeralternatief geboden wordt binnen 500 meter loopafstand tot het adres van de aanvrager.
- 21.
De vergunningen, bedoeld in het eerste, vierde, vijfde, zevende, achtste, negende en zestiende lid worden niet verleend als sprake is van een gebouw of gebouwencomplex waarvoor een omgevingsvergunning is verleend met gebruikmaking van artikel 4, onderdeel b van de Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018. Deze afwijking geldt niet wanneer in de omgevingsvergunning naar het straatparkeren wordt verwezen als parkeermogelijkheid.
- 22.
Vijfmaal per kalenderjaar mag de vergunninghouder met een ander voertuig gebruik maken van de vergunning voor een periode van maximaal twee aaneengesloten weken. De weigeringsgronden genoemd in artikel 14 en 15 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3 Bezoekersvergunning
- 1.
Het college verleent op aanvraag een bezoekersvergunning.
- 2.
De bezoekersvergunning wordt verleend voor de sector waartoe het adres behoort, waarop de aanvragende bewoner in de BRP staat ingeschreven.
- 3.
Per kalenderjaar heeft de bezoekersvergunninghouder ten aanzien van het adres waarop hij staat ingeschreven recht op maximaal 500 uur parkeren met eenheden van 10 minuten.
- 4.
Per adres wordt maximaal één bezoekersvergunning verleend.
- 5.
In afwijking van het vierde lid wordt in woonzorgcomplexen en verzorgingshuizen per zelfstandige woonunit een bezoekersvergunning verleend.
Artikel 4 Mantelzorgvergunning
- 1.
Het college verleent op aanvraag een mantelzorgvergunning.
- 2.
De mantelzorgvergunning wordt verleend voor de sector waartoe het adres behoort, waarop de bewoner in de BRP staat ingeschreven.
- 3.
Per kalenderjaar heeft de mantelzorgvergunninghouder recht op maximaal 750 uur parkeren met eenheden van 10 minuten.
- 4.
De mantelzorgvergunning wordt verleend aan een bewoner die blijkens een indicatie van het Centrum Indicatiestelling Zorg of een beschikking bij of krachtens de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, mantelzorgbehoevend is.
Artikel 5 Bedrijfsparkeervergunning
- 1.
Het college verleent op aanvraag een bedrijfsparkeervergunning aan een bedrijf, indien:
- a.
het bedrijf blijkens het handelsregister van de Kamer van Koophandel gevestigd is op een adres in de sector waarvoor de vergunning is aangevraagd; en
- b.
het bedrijf gevestigd is op een adres in een gebouw of gebouwencomplex zonder bijbehorende of toegewezen parkeervoorziening.
- 2.
Het maximaal aantal te verlenen vergunningen is afhankelijk van de mate van ambulantie en wordt bepaald op basis van de branche waartoe het bedrijf behoort en het aantal medewerkers. Daarbij geldt als uitgangspunt de registratie in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en de sector waarbinnen het bedrijf gevestigd is. Op dit aantal te verlenen parkeervergunningen wordt in mindering gebracht het aantal parkeerplaatsen waarover het bedrijf kan beschikken indien sprake is van een bijbehorende of toegewezen parkeervoorziening.
- 3.
De stadsbrede vergunning, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel e, geldt als een bedrijfsparkeervergunning als bedoeld in het tweede lid en telt dientengevolge mee in het aantal verleende bedrijfsparkeervergunningen op een vestiging.
- 4.
Op door het college aangewezen bedrijfsterreinen is het ambulantiecriterium, bedoeld in het tweede lid niet van toepassing.
- 5.
Het college stelt het maximale aantal bedrijfsvergunningen per branche en sector vast.
- 6.
Het college verleent op aanvraag aan organisaties in het onderwijs en kinderopvang een maximum aantal vergunningen dat gelijk is aan 75% van het totaal aantal medewerkers. Daarbij geldt als uitgangspunt de registratie in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Om in aanmerking te komen voor deze vergunningen dienen de organisaties ingeschreven te zijn met een van onderstaande SBI-codes:
- a.
- b.
85201 Regulier basisonderwijs;
- c.
85202 Speciaal basisonderwijs;
- d.
85203 Speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs;
- e.
- f.
- g.
85320 Middelbaar beroepsonderwijs;
- h.
85330 Postsecundair niet-tertiair onderwijs;
- i.
85401 Hoger beroepsonderwijs;
- j.
85402 Universitair onderwijs;
- k.
- 7.
Indien de uitkomst van deze berekening leidt tot een breuk vindt afronding naar boven plaats.
- 8.
Een vergunning wordt verleend aan een manege ten behoeve van de eigenaar of gebruiker van een pensionstalling, tot het maximum dat is gekoppeld aan de parkeernorm voor maneges.
- 9.
Een vergunning wordt verleend aan een autoherstelbedrijf ten behoeve van de werkvoorraad, tot het maximum dat is gekoppeld aan de parkeernorm voor werkplaatsen.
- 10.
Een vergunning wordt voor maximaal twaalf maanden verleend indien de aanvrager via een volverklaring aantoont dat aanvrager op het moment van de aanvraag feitelijk niet over de bijbehorende of toegewezen parkeervoorziening beschikt of had kunnen beschikken.
- 11.
Een vergunning wordt voor maximaal de duur van een standplaatsvergunning verleend met een maximum van twaalf maanden indien de aanvrager beschikt over een standplaatsvergunning waarbij de locatie valt in gereguleerd gebied.
- 12.
De vergunningen, bedoeld in het eerste, zesde, achtste, negende en tiende lid worden niet verleend als sprake is van een gebouw of gebouwencomplex waarvoor een omgevingsvergunning is verleend met gebruikmaking van de Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022 of de Beleidsregel Parkeernormen voor auto en fiets gemeente Rotterdam 2025. Uitzondering hierop is als toepassing is gegeven aan artikel 4, artikel 6, eerste lid, onderdeel b, of artikel 8 van de Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022 of artikel 4, artikel 8, eerste lid, onderdeel b, of artikel 14 van de Beleidsregel Parkeernormen voor auto en fiets gemeente Rotterdam 2025.
- 13.
De vergunningen, bedoeld in het eerste, zesde, achtste, negende en tiende lid worden niet verleend als sprake is van een gebouw of gebouwencomplex waarvoor een omgevingsvergunning is verleend met gebruikmaking van een bijzonder gemeentelijk belang. Deze afwijking geldt niet wanneer in de omgevingsvergunning naar het straatparkeren wordt verwezen als parkeermogelijkheid.
- 14.
De vergunningen, bedoeld in het eerste, zesde, achtste, negende en tiende lid worden niet verleend als sprake is van een gebouw of gebouwencomplex, waarvoor een omgevingsvergunning is verleend met gebruik van een bijzondere vrijstelling van de parkeereis.
- 15.
De vergunningen, bedoeld in het eerste, zesde, achtste, negende en tiende lid worden niet verleend als de aanvrager gevestigd is in een gebouw of gebouwencomplex met een bijbehorende of toegewezen parkeervoorziening waarover deze op het moment van de aanvraag feitelijk niet beschikt of had kunnen beschikken, maar er vanuit de eigenaar of beheerder van de bijbehorende of toegewezen parkeervoorziening een parkeeralternatief geboden wordt binnen 500 meter loopafstand tot het adres van de aanvrager.
- 16.
De vergunningen, bedoeld in het eerste, zesde, achtste, negende en tiende lid worden niet verleend als sprake is van een gebouw of gebouwencomplex waarvoor een omgevingsvergunning is verleend met gebruikmaking van artikel 4, onderdeel b van de Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018. Deze afwijking geldt niet wanneer in de omgevingsvergunning naar het straatparkeren wordt verwezen als parkeermogelijkheid.
- 17.
De vergunninghouder kan via een kentekenwijziging met een ander voertuig gebruik maken van de vergunning. De weigeringsgronden genoemd in artikel 14 en 15 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6 Parkeervergunning maatschappelijke instellingen
- 1.
Het college verleent op aanvraag een parkeervergunning aan verenigingen ten behoeve van hun leden indien:
- a.
de vereniging blijkens het handelsregister van de Kamer van Koophandel gevestigd is op een adres in de sector waarvoor de vergunning is aangevraagd;
- b.
de vereniging gevestigd is op een adres in een gebouw of gebouwencomplex zonder bijbehorende of toegewezen parkeervoorziening; en
- c.
de vereniging is geregistreerd in het handelsregister van de Kamer van Koophandel met een van onderstaande SBI-codes:
- 1°.
85510 Sport- en recreatieonderwijs;
- 2°.
93112 Exploitatie van sporthallen, sportzalen en gymzalen;
- 3°.
93114 Exploitatie van maneges;
- 4°.
93121 Activiteiten van veldvoetbalclubs;
- 5°.
93122 Activiteiten van tennisclubs;
- 6°.
93123 Activiteiten van zaalsportclubs, zowel individueel als in teamverband;
- 7°.
93124 Activiteiten van zwemclubs en onderwatersportclubs;
- 8°.
93129 Activiteiten van overige sportclubs en omnisportclubs;
- 9°.
93130 Activiteiten van fitnesscentra;
- 10°.
93199 Overige sportactiviteiten (rest);
- 11°.
93299 Overige activiteiten op het gebied van ontspanning en recreatie (rest).
- 2.
Het college verleent op aanvraag een parkeervergunning aan maatschappelijke instellingen ten behoeve van hun vrijwilligers indien:
- a.
de instelling blijkens het handelsregister van de Kamer van Koophandel gevestigd is op een adres in de sector waarvoor de vergunning is aangevraagd;
- b.
de instelling gevestigd is op een adres in een gebouw of gebouwencomplex zonder bijbehorende of toegewezen parkeervoorziening; en
- c.
de instelling is geregistreerd in het handelsregister van de Kamer van Koophandel met een van onderstaande SBI-codes:
- 1°.
84122 Beheer van sociale werkplaatsen;
- 2°.
88102 Ondersteuning en begeleiding ouderen (inclusief dagactiviteiten);
- 3°.
88103 Ondersteuning en begeleiding mensen met een handicap (inclusief dagactiviteiten);
- 4°.
88992 Sociaal-maatschappelijk welzijnswerk;
- 5°.
88999 Overige welzijnszorg;
- 6°.
94910 Activiteiten van levensbeschouwelijke organisaties;
- 7°.
94991 Activiteiten van gezelligheidsverenigingen;
- 8°.
94995 Activiteiten van overkoepelende organen en samenwerkings- en adviesorganen (niet op het gebied van sport en recreatie);
- 9°.
94997 Overige belangenbehartiging n.e.g.
- 3.
Het maximaal aantal te verlenen parkeervergunningen is afhankelijk van de SBI-code waarmee de instelling geregistreerd staat en het aantal leden of vrijwilligers. Daarbij geldt als uitgangspunt de verklaring ledenaantal of vrijwilligersverklaring. Op dit aantal te verlenen parkeervergunningen wordt in mindering gebracht het aantal parkeerplaatsen waarover de instelling kan beschikken indien sprake is van een bijbehorende of toegewezen parkeervoorziening.
- 4.
Het college stelt het maximaal aantal te verlenen parkeervergunningen maatschappelijke instellingen per sector vast.
Artikel 7 Bedrijfsurenvergunning
- 1.
Het college verleent op aanvraag een bedrijfsurenvergunning aan:
- a.
de in artikel 5, zesde lid genoemde organisaties;
- b.
de in artikel 6, eerste lid, onderdeel c, genoemde instellingen;
- c.
de in artikel 6, tweede lid, onderdeel c, genoemde instellingen;
- d.
de in artikel 8, eerste lid, onderdeel e, genoemde instellingen;
- e.
zorginstellingen ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel met een van onderstaande SBI-codes:
- 1°.
86103 Overige ziekenhuiszorg;
- 2°.
86104 Curatieve Geestelijke gezondheidszorg met verblijf (met uitzondering van activiteiten van verslavingsklinieken);
- 3°.
- 4°.
86221 Medisch specialistische zorg zonder verblijf (met uitzondering van psychiatrische zorg);
- 5°.
86222 Psychiatrische zorg;
- 6°.
86230 Tandheelkundige zorg;
- 7°.
86930 Psychologische zorg;
- 8°.
86950 Fysiotherapie en ergotherapie;
- 9°.
86970 Bemiddeling in de gezondheidszorg;
- 10°.
86991 Arbozorg (inclusief activiteiten van zelfstandige bedrijfsartsen);
- 11°.
- 12°.
86999 Overige gezondheidszorg zonder verblijf, n.e.g.;
- 13°.
- 14°.
87201 Verstandelijke gehandicaptenzorg met verblijf;
- 15°.
87202 Verblijfszorg voor mensen met een langdurige geestelijke gezondheidszorgvraag of een middelenverslaving;
- 16°.
87301 Lichamelijke en zintuiglijke gehandicaptenzorg met verblijf;
- 17°.
87302 Verblijfszorg met persoonlijke verzorging en begeleiding voor ouderen;
- 18°.
87991 Jeugdzorg met verblijf;
- 19°.
87992 Maatschappelijke opvang met verblijf;
- 20°.
88991 Ondersteuning en begeleiding jeugdigen zonder verblijf (inclusief dagactiviteiten);
- 21°.
88999 Overige welzijnszorg;
- f.
bedrijven gevestigd op door het college aangewezen bedrijfsterreinen.
- 2.
Artikel 5, eerste tot en met negende lid en het elfde tot en met het zestiende lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de verlening van bedrijfsurenvergunningen met dien verstande dat voor ‘bedrijfsvergunning’ wordt gelezen ‘bedrijfsurenvergunning’.
- 3.
Artikel 6, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de verlening van bedrijfsurenvergunningen met dien verstande dat voor ‘parkeervergunning aan maatschappelijke instellingen’ wordt gelezen ‘bedrijfsurenvergunning’.
- 4.
De vergunning op grond van artikel 5, eerste, zesde en achtste lid, en artikel 6, eerste en tweede lid, kan door bedrijven genoemd in het eerste lid, worden uitgewisseld voor een bedrijfsurenvergunning.
- 5.
Per kalendermaand heeft het bedrijf per vergunning recht op maximaal 132 uur parkeren met eenheden van 10 minuten.
Artikel 8 Stadsbrede vergunning
- 1.
Het college verleent op aanvraag een stadsbrede vergunning aan de hierna vermelde organisaties, instellingen, functionarissen of personen:
- a.
huisartsen met praktijk in Rotterdam;
- b.
verloskundigen met praktijk in Rotterdam;
- c.
Vereniging Dierenambulance Rotterdam ten behoeve van de ambulances;
- d.
Stichting Dierenambulance Rotterdam en Omstreken ten behoeve van de ambulances;
- e.
zorginstellingen welke hoofdzakelijk ambulante zorg verlenen die zijn ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel met een van onderstaande SBI-codes, ten behoeve van de uitvoering van ambulante zorg in Rotterdam, onderbouwd met een schriftelijke verklaring ambulante zorg:
- 1°.
- 2°.
86221 Medisch specialistische zorg zonder verblijf (met uitzondering van psychiatrische zorg);
- 3°.
86941 Verloskundige zorg;
- 4°.
86942 Verpleging en verzorging thuis en kraamzorg;
- 5°.
- 6°.
88101 Huishoudelijke hulp voor ouderen en mensen met een handicap;
- 7°.
88102 Ondersteuning en begeleiding ouderen (inclusief dagactiviteiten);
- 8°.
88103 Ondersteuning en begeleiding mensen met een handicap (inclusief dagactiviteiten);
- 9°.
88991 Ondersteuning en begeleiding jeugdigen zonder verblijf (inclusief dagactiviteiten);
- f.
Politie Eenheid Rotterdam ten behoeve van de niet-herkenbare politievoertuigen;
- g.
Gemeentelijke Gezondheidsdienst ten behoeve van de röntgenbus;
- h.
Stichting Zwerfkatten ten behoeve van de motorvoertuigen die zwaar materiaal vervoeren;
- i.
non-profit organisaties met voertuigen ten behoeve van voedseluitgifte;
- j.
wijkbussen en wijkauto's, waarmee georganiseerd aanvullend vervoer wordt geboden aan ouderen en gehandicapten;
- k.
rechtercommissaris en griffiers van de rechtbank Rotterdam ten behoeve van de voertuigen die worden gebruikt bij piketdiensten;
- l.
Veiligheidsregio Rotterdam ten behoeve van de voertuigen die gebruikt worden bij piketdiensten;
- m.
gemeentelijke diensten ten behoeve van dienstvoertuigen;
- n.
Slachtofferhulp Nederland ten behoeve van acute zorgverlening;
- o.
Maasstad Ziekenhuis ten behoeve van de dialyseauto;
- p.
houders van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in de Regeling gehandicaptenparkeerkaart, die volgens de BRP woonachtig zijn in Rotterdam en waarbij de aanvrager of diens huisgenoot:
- 1°.
kentekenhouder is van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is aangevraagd;
- 2°.
de aanvrager een motorvoertuig gebruikt van het bedrijf waarbij hij in loondienst is en waarbij het motorvoertuig op naam staat van het bedrijf dan wel sprake is van een leaseovereenkomst op naam van het bedrijf; of
- 3°.
de aanvrager feitelijk gebruiker is van een motorvoertuig dat van een autoverhuurbedrijf is gehuurd of geleased.
- 2.
Aan de houder van een gehandicaptenparkeerkaart zoals bedoeld in het eerste lid, onderdeel p, wordt maximaal één stadsbrede vergunning verleend.
- 3.
Indien de aanvraag een motorvoertuig met een niet-Nederlands kenteken betreft wordt op aanvraag een vergunning verleend indien aan de BPM-plicht is voldaan of sprake is van BPM-vrijstelling.
- 4.
De stadsbrede vergunning geldt voor het gehele gereguleerde gebied.
Artikel 9 Parkeervergunning voor autodelen
- 1.
Het college verleent op volgorde van binnenkomst van de aanvraag een stadsbrede vergunning voor free-floating autodelen aan een autodeelorganisatie indien:
- a.
de autodeelorganisatie blijkens een uittreksel uit het handelsregister, niet ouder dan zes weken gerekend vanaf datum aanvraag, is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel of bij een gelijkwaardig register in een lidstaat van de Europese Unie;
- b.
de autodeelorganisatie in Rotterdam uitsluitend free-floating voertuigen aanbiedt die elektrisch zijn;
- c.
de autodeelorganisatie op grond van een overeenkomst motorvoertuigen 24 uur per dag beschikbaar stelt voor autodelen aan meerdere deelnemers; en
- d.
de autodeelorganisatie een exploitatieplan heeft ingediend waaruit blijkt dat wordt of zal worden voldaan aan de volgende eisen:
- 1°.
de autodeelorganisatie stimuleert het gebruik van de voertuigen in het algemeen en voor ritten van meer dan 7,5 kilometer in het bijzonder;
- 2°.
de spreiding van auto’s van de autodeelorganisatie is passend bij de vraag;
- 3°.
de autodeelorganisatie levert een bijdrage aan de vervoersinclusiviteit;
- 4°.
de autodeelorganisatie draagt zorg voor monitoring, dataverzameling, kennisdeling en communicatie over het gebruik en de kwaliteit van de dienst;
- 5°.
de autodeelorganisatie maakt gebruikers bewust van de geldende wet- en regelgeving;
- 6°.
de autodeelorganisatie is servicegericht tegenover zowel klanten als derden, waaronder in ieder geval begrepen bewoners;
- 7°.
de autodeelorganisatie is bereikbaar en garandeert de communicatie met gebruikers, de gemeente en derden, waaronder in ieder geval begrepen bewoners;
- 8°.
de autodeelorganisatie handelt klachten en meldingen binnen 24 uur af;
- 9°.
de autodeelorganisatie werkt mee aan een halfjaarlijkse evaluatie van het gebruik van het deelsysteem door middel van een evaluatiegesprek met de gemeente op basis van de informatie die op grond van het vierde lid is verstrekt;
- 10°.
de autodeelorganisatie maakt gebruik van een open standaard en deelt geanonimiseerde verplaatsingsgegevens van het deelsysteem met de gemeente;
- 11°.
de autodeelorganisatie doet jaarlijks onderzoek naar de gebruikers van de dienst, waarbij de aspecten modal shift, effecten op autogebruik, trends en ontwikkelingen over het verplaatsingsgedrag van gebruikers worden betrokken.
- 2.
Het college verleent op volgorde van binnenkomst van de aanvraag een parkeervergunning voor zone-floating autodelen aan een autodeelorganisatie die voldoet aan de voorwaarden zoals beschreven in het eerste lid.
- 3.
Het college verleent per autodeelorganisatie maximaal 200 stadsbrede autodeelvergunningen.
- 4.
De autodeelorganisatie levert het college per kwartaal de volgende informatie aan:
- a.
aantal actieve voertuigen;
- b.
aantal deelautogebruikers;
- c.
- d.
gemiddelde gebruikersratio per deelauto;
- e.
gemiddelde stilstand tijd;
- f.
totaal aantal gereden kilometers;
- g.
- h.
- i.
gemiddeld gebruik per sector;
- j.
ritgegevens met locatie en tijdstip van herkomst en bestemming;
- k.
spreiding servicegebied bij free-floating autodelen of locatieoverzicht van de deelauto’s bij zone-floating autodelen;
- l.
aantal klachten en overlastmeldingen;
- m.
laadpasgegevens voor gemiddelde laad- en parkeertijd bij laadpalen.
Artikel 10 Belanghebbendenvergunning voor taxichauffeurs
Het college verleent op volgorde van binnenkomst van de aanvraag een belanghebbendenvergunning voor taxichauffeurs indien de taxichauffeur beschikt over een RTX-vergunning als bedoeld in de Taxiverordening Rotterdam 2026.
Artikel 11 Belanghebbendenvergunning voor stationbased autodelen
- 1.
Het college verleent op aanvraag een belanghebbendenvergunning voor stationbased autodelen.
- 2.
Artikel 9, eerste en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de verlening van belanghebbendenvergunning voor stationbased autodelen met dien verstande dat voor ‘stadsbrede vergunning’ wordt gelezen ‘belanghebbendenvergunning’ en voor ‘free-floating’ wordt gelezen ‘stationbased’.
Artikel 12 Maximering aantal vergunningen per sector
- 1.
Het college stelt het maximaal aantal uit te geven vergunningen per sector vast.
- 2.
Het college stelt het maximaal aantal uit te geven stadsbrede parkeervergunningen voor free-floating autodelen vast.
- 3.
Indien het maximaal aantal uit te geven vergunningen per sector is verleend, wordt de aanvrager op een wachtlijst voor deze sector geplaatst, waarbij bewoners en bedrijven op aparte wachtlijsten staan.
- 4.
Deze wachtlijsten worden aangelegd op volgorde van binnenkomst van de aanvragen van bewoners en bedrijven, waarbij de datum van registratie door de gemeente Rotterdam bepalend is.
- 5.
Bij de wachtlijst voor bewoners worden de aanvragen voor een bewonersvergunning op volgorde van binnenkomst gerangschikt waarbij geldt dat de aanvragen voor de eerste bewonersvergunningen voor gaan op de aanvragen voor de tweede bewonersvergunningen en de aanvragen voor de tweede bewonersvergunningen voor gaan op de aanvragen voor de derde bewonersvergunningen.
- 6.
Aan de op de wachtlijst geplaatste aanvrager kan op diens verzoek een tijdelijke vergunning worden verleend voor een aangrenzende sector op voorwaarde dat deze tijdelijke vergunning voor de betreffende aangrenzende sector beschikbaar is.
- 7.
Deze sector wordt door het college bepaald binnen de grenzen van redelijkheid en billijkheid voor wat betreft de afstand tot het adres waarvoor de vergunning wordt aangevraagd.
- 8.
De tijdelijke vergunning wordt verleend voor bepaalde tijd met een maximale duur van twaalf maanden, maar niet langer dan de duur van de plaatsing op de wachtlijst voor de eigen sector.
Artikel 13 Weigeren van een vergunning
Het college kan een vergunning weigeren indien:
- a.
de aanvrager niet voldoet aan de aanvraagvereisten, die aan het verlenen van een vergunning zijn gesteld;
- b.
de aanvrager volgens opgave van de gemeente Rotterdam een invorderbare belastingschuld heeft openstaan of een verschuldigde parkeerbelasting niet heeft betaald.
Artikel 14 Weigeren van een vergunning vanwege belasting van de luchtkwaliteit
- 1.
Het college kan tevens een vergunning weigeren indien vergunning wordt gevraagd voor een:
- a.
geregistreerde personenauto of bestelauto op benzine of LPG met een emissieklasse 0;
- b.
geregistreerde personenauto of bestelauto op diesel met een emissieklasse lager dan 3;
- c.
geregistreerde vrachtauto zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990 met een euroklasse lager dan de Europese emissieklasse 4.
- 2.
Deze weigeringsgronden zijn niet van toepassing indien de aanvraag om een vergunning betrekking heeft op:
- a.
overdracht van een vergunning voor een ongewijzigd kenteken binnen een adres;
- b.
aanvraag van de parkeervergunning binnen één maand na ingangsdatum van de invoering betaald parkeren in de nieuwe sector.
- 3.
Deze weigeringsgronden zijn evenmin van toepassing indien de vergunning wordt aangevraagd voor:
- a.
een oldtimer, voertuig met een datum van eerste toelating van 40 jaar of ouder;
- b.
een teruggekeurd voertuig zoals bedoeld in artikel 6.1, vierde lid, van de Regeling voertuigen;
- c.
een personen- of bestelauto op benzine of LPG die blijkens de voertuiggegevens van de Basisregistratie Voertuigen van de Dienst Wegverkeer de aanduiding E2, K6-G of U9 heeft.
Artikel 15 Weigeren van een vergunning vanwege toekenning RDW code
Het college kan tevens een vergunning weigeren indien vergunning wordt gevraagd voor een voertuig waaraan door de Dienst Wegverkeer een van onderstaande codes is toegekend:
- a.
code 34: ongeldig vanwege sloop, uitvoer zonder inlevering van deel I of ongeldig vanwege speciale situaties;
- b.
code 51: voertuig gesloopt door erkend bedrijf (KR 37.4);
- c.
code 52: uitvoer voertuig (KR 37.3b);
- d.
code 55: voertuig gesloopt niet door erkend bedrijf (KR 37.5);
- e.
code 60: voertuig voldoet niet aan technische eisen (total loss);
- f.
code 93: vervallen, dat wil zeggen ongeldig vanwege sloop, uitvoer met inlevering van minimaal deel I.
Artikel 16 Intrekken van een vergunning
- 1.
Het college kan een vergunning intrekken indien:
- a.
de vergunninghouder niet, niet tijdig of niet volledig de parkeerbelasting, bedoeld in artikel 5, onderdeel a, van de Verordening parkeerregulering en parkeerbelastingen 2026 heeft voldaan;
- b.
de vergunninghouder niet of niet meer voldoet aan de aanvraagvereisten die aan de vergunning zijn gesteld;
- c.
de vergunninghouder bij de gemeente Rotterdam een invorderbare belastingschuld heeft openstaan;
- d.
de vergunninghouder bij zijn aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens heeft verstrekt;
- e.
de vergunninghouder is overleden.
- 2.
Het college kan tevens een vergunning intrekken indien:
- a.
de vergunninghouder om intrekking verzoekt;
- b.
de vergunninghouder niet meer woont of werkt in het gebied waarvoor de vergunning is afgegeven;
- c.
sprake is van redenen van algemeen belang;
- d.
zich een wijziging voordoet in de omstandigheden die zijn betrokken bij de vergunningverlening;
- e.
de vergunninghouder in liquidatie of in staat van faillissement is gesteld;
- f.
het voertuig, waarvoor de vergunning is verleend, niet voldoet aan de eisen genoemd in artikel 14 of 15;
- g.
de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning gestelde voorschriften of het overeengekomen contract ten behoeve van de toekenning van de vergunning.
Artikel 17 Hardheidsclausule
Het college kan de artikelen 2 tot en met 16 buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van de regulering van de parkeerdruk zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 18 Intrekking oude regeling
Het Uitvoeringsbesluit Parkeren Rotterdam 2025 wordt ingetrokken.
Artikel 19 Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 20 Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Parkeren Rotterdam 2026.
Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl
Toelichting
Op grond van artikel 2 lid 4 van de Verordening parkeerregulering en parkeerbelastingen 2026 kan het college nadere regels en beperkingen vaststellen met betrekking tot:
- a.
het verlenen, intrekken en weigeren van parkeervergunningen;
- b.
de geldigheid van parkeervergunningen;
- c.
het gebruik van parkeervergunningen.
Het college doet dit via vaststelling van het Uitvoeringbesluit Parkeren Rotterdam 2026.
Aanpassingen per 1 januari 2026
Aanpassing SBI-codes
In september 2025 zijn de SBI-codes, waarmee bedrijven zijn ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, gewijzigd. In het onderhavige Uitvoeringsbesluit zijn de nieuwe SBI-codes verwerkt
Beleidsregel Parkeernormen voor auto en fiets gemeente Rotterdam 2025
Op 10 april 2025 heeft de gemeenteraad de Beleidsregel Parkeernormen voor auto en fiets gemeente Rotterdam 2025 vastgesteld. In artikel 1, artikel 2 en artikel 5 wordt een relatie gelegd met deze nieuwe Beleidsregel.
Artikel 2 Bewonersparkeervergunning
Er is een tiende lid ingevoegd, waarin wordt geregeld dat er een bewonersparkeervergunning wordt verleend aan een binnenvaartschipper, indien de aanvraag wordt ingediend via het Steunpunt Binnenvaart.
Het elfde lid is uitgebreid ten behoeve van de verlening van bewonersparkeervergunningen aan de eigenaar van optoppingen ten behoeve van de gebruikers van deze woningen.
Artikel 5 Bedrijfsparkeervergunning
Er is een negende lid ingevoegd, waarin wordt geregeld dat er een bedrijfsparkeervergunning wordt verleend aan een autoherstelbedrijf ten behoeve van de werkvoorraad, tot het maximum dat is gekoppeld aan de parkeernorm voor werkplaatsen.
Er is een elfde lid ingevoegd, waarin wordt geregeld dat er een bedrijfsparkeervergunning wordt verleend aan de houder van een standplaatsvergunning voor maximaal de duur van de standplaatsvergunning met een maximum van twaalf maanden, waarbij de locatie van de standplaats valt in gereguleerd gebied.
Artikel 10 Belanghebbendenvergunning taxichauffeurs
Artikel 10 Belanghebbendenvergunning is vervangen door een nieuw artikel 10 Belanghebbendenvergunning taxichauffeurs. In dit nieuwe artikel wordt geregeld dat er een belanghebbendenvergunning wordt verleend aan een taxichauffeur indien de taxichauffeur beschikt over een RTX-vergunning als bedoeld in de Taxiverordening Rotterdam 2026.
Artikel 18 Overgangsregeling is vervallen
Artikel 18 is vervallen omdat autodeelorganisaties met ingang van 1 januari 2026 gebruik moeten maken van elektrische voertuigen.