Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard tot derde wijziging van de beleidsregels voor de uitvoering van de Participatiewet (Pw), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) Nissewaard 2023

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard;

 

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

 

besluit de volgende beleidsregels vast te stellen:

 

Besluit tot derde wijziging van de beleidsregels voor de uitvoering van de Participatiewet (Pw), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) Nissewaard 2023.

Artikel I  

De beleidsregels voor de uitvoering van de Participatiewet (Pw), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) Nissewaard 2023 worden als volgt gewijzigd.

 

A

Artikel 2.1.1 wordt vervangen door:

 

Artikel 2.1.1 Vrijlating giften

  • 1.

    Giften zijn in elk geval uit oogpunt van bijstandsverlening verantwoord, zoals bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder s, van de Pw, voor zover deze worden ontvangen door een gezin en deze per kalenderjaar niet meer bedragen dan 150% van het bedrag, bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder m, van de Pw.

  • 2.

    Als de bijstand in de loop van een kalenderjaar begint of eindigt, dan wordt de geldende vrijstelling evenredig verdeeld over het aantal kalendermaanden waarin recht op bijstand bestaat. Daarbij wordt een deel van een kalendermaand voor een hele maand gerekend.

  • 3.

    Giften in natura worden alleen in aanmerking genomen als de waarde in het economisch verkeer de bedragen, bedoeld in het eerste lid, te boven gaan. Voor zover dat het geval is, wordt de bijstand daarop afgestemd op grond van artikel 18, achtste lid, van de Pw.

B

Artikel 2.3.1 wordt vervangen door:

 

Artikel 2.3.1 Geen vermogen

Niet tot het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Pw, wordt gerekend een auto met een bouwjaar van twaalf jaar of ouder, met uitzondering van een auto die gezien zijn waarde niet verenigbaar is met een inkomen op bijstandsniveau.

 

C

Artikel 3.1.1 lid 8 komt te vervallen.

 

D

Onder vernummering van artikel 3.1.3 tot artikel 3.1.4 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

 

Artikel 3.1.3 Draagkrachtperiode en samenloop

  • 1.

    De draagkrachtperiode vangt aan op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag wordt ingediend en wordt in beginsel voor één jaar vastgesteld.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid wordt de draagkrachtperiode per kalenderjaar vastgesteld als het gaat om kosten voor bewindvoering, curatele, inkomensbeheer of mentorschap, zoals bedoeld in artikel 3.1.1, vijfde lid. De draagkrachtberekening wordt gemaakt met het inkomen en het vermogen zoals die op het moment van de aanvraag aanwezig zijn. Wijzigingen in het inkomen of het vermogen tijdens de vastgestelde draagkrachtperiode leiden tot een herberekening als het inkomen tenminste 20% wijzigt of als het vermogen toeneemt boven de vermogensgrens, genoemd in artikel 34, derde lid, van de Pw.

  • 3.

    Bij samenloop van incidentele en periodieke bijzondere noodzakelijke kosten wordt de draagkracht eerst in mindering gebracht op de incidentele kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt toegekend.

E

Artikel 3.2.1 wordt vervangen door:

 

Artikel 3.2.1 Woonkostentoeslag bij huurkosten

  • 1.

    Huurtoeslag wordt geacht een voorliggende voorziening te zijn die in het algemeen passend en toereikend is als tegemoetkoming in de huurkosten.

  • 2.

    Bij berekening van de woonkostentoeslag wordt aangesloten bij de berekeningssystematiek van huurtoeslag, met dien verstande dat het huidige structurele inkomen in de berekening wordt gebruikt en vermogen boven de vermogensgrens als genoemd in artikel 34, derde lid, van de Pw als middelen in aanmerking wordt genomen.

  • 3.

    Woonkostentoeslag voor een huur boven de maximale huur wordt voor maximaal twaalf maanden verstrekt, tenzij dringende redenen zich hiertegen verzetten.

  • 4.

    De hoogte van de woonkostentoeslag, bedoeld in het derde lid, wordt bepaald op het verschil tussen de maximale huur en de kale huur volgens de overeenkomst.

  • 5.

    Indien belanghebbende een huurcontract aangaat voor een huur boven de maximale huurgrens en hij ten tijde van het aangaan van de huurovereenkomst een inkomen heeft dat recht geeft op huurtoeslag, bestaat geen recht op woonkostentoeslag.

  • 6.

    Woonkostentoeslag wordt verstrekt tot de eerstvolgende datum waarop een beroep op huurtoeslag mogelijk zou kunnen worden.

  • 7.

    Werkt belanghebbende niet mee aan beperking van de woonkosten, of betoont belanghebbende onvoldoende besef van verantwoordelijkheid op het gebied van woonkosten, wordt de woonkostentoeslag geweigerd of beëindigd.

F

In artikel 3.2.10 worden, onder vernummering van de leden 5 en 6 tot de leden 7 en 8, twee leden ingevoegd, luidende:

  • 5.

    Onverminderd het bepaalde in het derde en vierde lid, worden bedraagt de hoogte van de bijzondere bijstand voor stofferingskosten 100% van de norm die het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting heeft vastgesteld voor de van toepassing zijnde gezinssamenstelling. De bijstand wordt om niet verstrekt.

  • 6.

    Bij kamerbewoning wordt de noodzakelijkheid van de inrichtings- en stofferingskosten afzonderlijk beoordeeld. Bijstand wordt verstrekt tot maximaal het gestelde in het derde lid.

G

Artikel 3.2.11 vervalt.

 

H

Artikel 3.2.16 vervalt.

 

I

Artikel 3.3.2 wordt vervangen door:

 

Artikel 3.3.2 Bijdrage categoriale bijstand Collectieve ziektekostenverzekering

  • 1.

    Aan de inwoner die gebruik maakt van de Collectieve ziektekostenverzekering en die een inkomen geniet tot 120% van de bijstandsnorm en geen in aanmerking te nemen vermogen heeft dat hoger is dan de vermogensgrens, genoemd in artikel 34, derde lid, van de Pw, kan op grond van artikel 35, derde lid, van de Pw, bijzondere bijstand in de kosten van de aanvullende verzekering worden verstrekt.

  • 2.

    De bijzondere bijstand per volwassen verzekerde is:

    • a.

      voor het pakket Start € 10,- per maand;

    • b.

      voor het pakket Extra € 15,- per maand; of

    • c.

      voor het pakket Uitgebreid € 20 per maand.

J

In artikel 3.4.1 wordt het eerste lid vervangen door:

  • 1.

    Een Individuele inkomenstoeslag kan worden verleend indien belanghebbende voldoet aan de voorwaarden als opgenomen in de Verordening Participatiewet Nissewaard 2023 en artikel 36 van de Pw.

K

In artikel 3.5.1 wordt het vijfde lid vervangen door:

  • 5.

    De bijdrage in de stookkosten bedraagt voor een alleenstaande of gezin € 150,- per twaalf maanden.

L

In artikel 4.6 wordt het eerste lid onder a vervangen door:

  • a.

    de belanghebbende een inkomen heeft dat niet hoger is dan 130% van de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm;

M

In artikel 4.6 wordt het zevende lid vervangen door:

  • 7.

    In afwijking van het vijfde en zesde lid, is de tegemoetkoming gelijk aan de kosten van het benodigde sterrenabonnement per maand, als de belanghebbende 18 jaar of ouder is en de Internationale Schakelklas of de onderwijsroute Inburgering in Rotterdam volgt.

N

Het opschrift van Hoofdstuk 8 wordt vervangen door:

 

Hoofdstuk 8 Aanvraag

 

O

Artikel 8.1 wordt vervangen door:

 

Artikel 8.1 Verkorte aanvraagprocedure

Als een belanghebbende binnen twaalf maanden na de beëindiging van een uitkering in het kader van de Pw of Ioaw in verband met inkomsten uit arbeid opnieuw een uitkering aanvraagt, kan de aanvraag en de verstrekking van inlichtingen beperkt worden tot de omstandigheden, mogelijkheden en middelen die sindsdien gewijzigd zijn.

 

P

Aan hoofdstuk 8 wordt het volgende artikel toegevoegd:

 

Artikel 8.2 Afwijken vierweken zoektermijn

De wachttijd, bedoeld in artikel 41, vierde lid van de Pw, wordt op grond van artikel 41, elfde lid, van de Pw, niet toegepast als belanghebbende aannemelijk maakt dat hij in omstandigheden verkeert welke dit noodzakelijk maken. Deze omstandigheden worden in ieder geval aannemelijk geacht als de jongere:

  • a.

    in een inrichting verblijft of opgevangen wordt op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

  • b.

    het afgelopen jaar in een inrichting heeft verbleven of opgevangen werd op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

  • c.

    het afgelopen jaar bij een pleegouder of in een gezinshuis verbleef als bedoeld in de Jeugdwet;

  • d.

    voor wie uiterlijk een jaar voorafgaand aan de melding een kinderbeschermingsmaatregel gold die werd uitgevoerd door een gecertificeerde instelling als bedoeld in de Jeugdwet;

  • e.

    niet is ingeschreven in de Basisregistratie Personen.

Artikel II  

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard op 16 december 2025.

De secretaris,

De loco-burgemeester,

Naar boven