Gemeenteblad van Opsterland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Opsterland | Gemeenteblad 2025, 565945 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Opsterland | Gemeenteblad 2025, 565945 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening Hart voor de Jeugd gemeente Opsterland 2026
De Raad van de Gemeente Opsterland;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 november 2025, nr. X;
gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.11, 2.12 en 8.1.1, derde lid, van de Jeugdwet;
gezien het advies van de Adviesraad Sociaal Domein Opsterland;
besluit vast te stellen de Verordening Hart voor de Jeugd gemeente Opsterland 2026.
HOOFDSTUK 2. VOORZIENINGENAANBOD
Artikel 2. Algemene voorzieningen
De volgende vormen van algemene voorzieningen zijn beschikbaar:
Consulent Jeugd op School : hulp en ondersteuning binnen de school aan jeugdigen door een professional van het Gebiedsteam. De Consulent Jeugd op School biedt laagdrempelige ondersteuning in een vertrouwde omgeving. De Consulent Jeugd op School is daarbij de verbindende schakel tussen school en het Gebiedsteam.
Poh Jeugd: hulp en ondersteuning binnen de huisartsenpraktijk aan jeugdigen door een professional van het Gebiedsteam. De Consulent Jeugd in de Huisartsenpraktijk biedt laagdrempelige ondersteuning in een vertrouwde omgeving. De Consulent Jeugd in de Huisartsenpraktijk is daarbij de verbindende schakel tussen de huisarts en het Gebiedsteam.
Kortdurende lichte ondersteuning door het Gebiedsteam : algemene ondersteuning geboden door een consulent van het Gebiedsteam die bijdraagt aan het veilig en gezond opgroeien van jeugdigen en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, onderwijs, welzijn, wonen, schuldhulpverlening, werk en inkomen.
Artikel 3. Individuele voorzieningen
De volgende vormen van individuele voorziening zijn beschikbaar:
Vaktherapie: laagdrempelige vormen van therapie voor kinderen en jeugdigen tot 18 jaar (en 21 jaar vanuit de Verlengde Jeugdwet) die baat hebben bij laagdrempelige ondersteuning middels een systemische en ervaringsgerichte aanpak zoals spel, muziek en beweging. De therapie is gericht op het vergroten van de zelfredzaamheid en de eigen regie.
Dyslexiezorg: ondersteuning voor kinderen met (een vermoeden van) Ernstige Dyslexie (ED), in de vorm van dyslexiediagnostiek en/of -behandeling. Dyslexiezorg wordt geboden aan jeugdigen vanaf 7 jaar die basisonderwijs volgen. Er is sprake van ED als de leerachterstand in lezen en/of spellen erg groot is gezien de leeftijd en het onderwijsniveau, ondanks extra instructie op school. Er is alleen sprake van ED als er volgens het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling versie 3.0 door een ED-specialist van het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs Zuidoost-Friesland een diagnose is gesteld en er geen andere oorzaken zijn gevonden die de problemen kunnen verklaren.
Pleegzorg: ondersteuning voor jeugdigen tot 21 jaar (Verlengde Jeugdwet tot 23 jaar) die (tijdelijk of blijvend) niet thuis kunnen wonen. Het betreft ondersteuning waarbij pleegouders de jeugdige basiszorg op het gebied van dagelijkse en specifieke verzorging en opvoeding, onderwijs en wonen bieden in combinatie met professionele begeleiding van het pleegkind, de pleegouders en de biologische ouders door een pleegzorgaanbieder. Pleegzorg kan zowel tijdelijk als langdurig en zowel in voltijd, deeltijd, als crisis geboden worden. Een pleeggezin kan zowel een gezin uit het pleeggezinnenbestand van een voorziening voor pleegzorg als een gezin uit het eigen netwerk van familie of bekenden zijn.
Woonvoorziening: woonvormen voor jeugdigen die (tijdelijk) niet thuis kunnen wonen, waar jeugdigen kunnen opgroeien en ouder(s) opvoedondersteuning ontvangen. De beschikbare woonvormen zijn: gezinshuis intensief of regulier, kleinschalige woonvoorziening perspectief of plus, ouder(s) en kind woonvoorziening en zelfstandigheidstraining woonvoorziening.
Specialistische jeugdhulp: ondersteuning voor jeugdigen met ontwikkelings- en gedragsproblemen en/of opvoedondersteuning voor ouder(s). Binnen specialistische jeugdhulp worden de volgende ondersteuningsprofielen met verschillende intensiteiten onderscheiden:
Profiel H - Residentiële Specialistische Jeugdhulp. Verblijf (inclusief begeleiding en verzorging) gedurende meerdere dagen per week op locatie van de aanbieder. Het verblijf is aanvullend op behandeling die gericht is op het oplossen dan wel verminderen van de aanwezige problematiek zodat een stabiele situatie ontstaat.
Open 3 milieuvoorziening (O3M): ondersteuning in de vorm van residentiële jeugdhulp voor jeugdigen met ernstige gedrags- en/of gezinsproblemen, al dan niet met een licht verstandelijke beperking en/of psychiatrische problematiek. De voorziening heeft als doel om binnen de 3 milieus - wonen, onderwijs en vrije tijd - met 24-uursverblijf en begeleiding een gezonde ontwikkeling van jeugdigen te stimuleren, aanwezige problemen te verminderen, en de stabiliteit, veiligheid en positieve interactie tussen de jeugdige en zijn sociale netwerk te herstellen.
Jeugdzorg Plus: maatregel in de vorm van gesloten residentiële jeugdhulp voor jeugdigen met ernstige en complexe problemen voor wie lichtere hulp ontoereikend is. Zonder behandeling vormen zij een risico voor zichzelf en/of hun omgeving. Deze ondersteuning wordt indien nodig ingekocht buiten de regio Fryslân.
Voorzieningen uit het Landelijk Transitiearrangement (LTA): ondersteuning voor jeugdigen met een zeer weinig voorkomende ondersteuningsvraag die zeer specialistische inzet vraagt. Deze ondersteuning is namens alle gemeenten landelijk ingekocht door de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Een overzicht van het LTA staat op: www.vng.nl/artikelen/functies-en-aanbieders-jeugdhulp.
Crisishulp: ondersteuning die directe inzet vraagt om de veiligheid van de jeugdige en/of ouder(s) te garanderen. Dit kan zijn in situaties waarbij gevaar voor een jeugdige dreigt door ernstige verwaarlozing, fysiek geweld of seksueel misbruik, situaties waarin een ouder of jeugdige dreigt met zelfdoding of een psychose heeft. Crisishulp kan zowel ambulant als residentieel zijn.
Jeugdbeschermingsmaatregelen: een (Voorlopige) Ondertoezichtstelling, uithuisplaatsing of voogdij. Deze maatregelen kan de rechter opleggen als vrijwillige hulp niet toereikend is en de jeugdige ernstig bedreigd wordt in zijn ontwikkeling. Soms woont een kind daarom (tijdelijk) niet meer thuis. De Gecertificeerde Instelling (GI) begeleidt een gezin bij de opvoeding, tot het einde van de jeugdbeschermingsmaatregel.
Jeugdreclasseringsmaatregelen: intensieve begeleiding en controle voor jongeren die veroordeeld zijn of verdacht worden van een strafbaar feit. Dit kan zowel op basis van een proces-verbaal van de politie als van de leerplichtambtenaar zijn. De jeugdreclassering wordt uitgevoerd door een GI of de volwassenreclassering.
HOOFDSTUK 3. TOEGANG TOT JEUGDHULPVOORZIENINGEN
Artikel 5. Toegang individuele voorziening via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts
Het college is na verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts niet verplicht jeugdhulp te vergoeden als deze wordt geleverd door een jeugdhulpaanbieder waarmee de gemeente geen contract- of subsidierelatie heeft, als het college soortgelijke passende jeugdhulp kan laten leveren door een jeugdhulpaanbieder die wel een contract- of subsidierelatie heeft.
Inachtneming van lid 1, 2 en 3 van dit artikel, is het college verantwoordelijk voor de betaling van de jeugdhulp na verwijzing door de huisarts, medisch specialist en jeugdarts. Het college legt de inzet van de jeugdhulp vast in een beschikking, zoals bedoeld in artikel 10 van deze verordening, als:
Artikel 6. Toegang individuele voorziening via een GI, de rechter, het openbaar ministerie of de justitiële jeugdinrichting in het kader van het jeugdstrafrecht
Het college zorgt voor de inzet van jeugdhulp die de rechter of GI nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel. Ook draagt het college zorg voor de inzet van jeugdhulp die de rechter, het openbaar ministerie, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële jeugdinrichting nodig achten bij de uitvoering van jeugdreclassering.
Artikel 7. Toegang individuele voorziening via de gemeente
Jeugdige of diens ouder(s) kunnen met een ingevuld en ondertekend aanvraagformulier een aanvraag doen voor een individuele voorziening. Het college kan een ondertekend ondersteuningsplan, als bedoeld in artikel 9 van deze verordening, als aanvraag aanmerken voor zover er geen aanvraagformulier is ontvangen en als jeugdige en/of ouder(s) aangeven dat het ondersteuningsplan als aanvraag moet worden gezien.
De jeugdige en/of ouder(s) kunnen zelf een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet opstellen, waarin zij samen met hun netwerk aangeven hoe ze de opvoed- en opgroeisituatie kunnen verbeteren en waarin zij een oplossing kunnen aandragen om de problemen van de jeugdige in eigen kring op te lossen. De gemeente informeert de jeugdige en/of ouder(s) over deze mogelijkheid.
Voordat het onderzoek van start gaat, informeert het college de jeugdige en/of ouder(s) over de gang van zaken bij het onderzoek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure. Het college wijst jeugdige en/of ouder(s) op de mogelijkheid gebruik te maken van een vertrouwenspersoon (artikel 2.5 van de Jeugdwet) en een onafhankelijke cliëntondersteuning (artikel 2.2.4 Wmo 2015).
HOOFDSTUK 4. BEHANDELING VAN EEN AANVRAAG OM EEN INDIVIDUELE VOORZIENING; ONDERZOEK EN BESLUITVORMING VIA DE GEMEENTE
Artikel 8. Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren
Het college zet voor het onderzoek de daarvoor benodigde specifieke deskundigheid in en informeert de jeugdige en/of ouder(s) desgewenst over die deskundigheid. Het onderzoek vindt plaats door of onder verantwoordelijkheid een geregistreerde professional als bedoeld in artikel 1.1. van het Besluit Jeugdwet.
Het college onderzoekt samen met de jeugdige en/of zijn ouder(s):
als het college gelet op het bovenstaande een individuele voorziening moet inzetten, dan kan deze worden verstrekt als zorg in natura of als pgb. Het college informeert jeugdige en/of ouder(s) over de mogelijkheid om een pgb aan te vragen en geeft uitleg over wat de regels, gevolgen en verantwoordelijkheden zijn van een pgb. Hierin heeft de jeugdige en/of ouder(s) volledige keuzevrijheid;
HOOFDSTUK 5. CRITERIA VOOR TOEKENNING VAN EEN INDIVIDUELE VOORZIENING
Artikel 11. Criteria voor toekenning van een individuele voorziening
Een jeugdige en/of ouder(s) komt in aanmerking voor een individuele voorziening als het college van oordeel is dat de jeugdige en/of ouder(s) jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei- of opvoedingsproblematiek, psychische problemen of stoornissen en voor zover:
Bij het bepalen van de mate van de opgroei- en/of opvoedingsproblematiek wordt gebruik gemaakt van het ordeningsprincipe Kind in Fryslân.
Een individuele voorziening jeugdhulp wordt toegekend als de inzet van de voorziening doeltreffend geacht kan worden. De doeltreffendheid beoordeelt het college door vast te stellen of de individuele voorziening wezenlijk bijdraagt aan het oplossen van de hulpvraag en er wordt gewerkt met een bewezen effectieve interventie. Er is sprake van bewezen effectieve voorzieningen als de effectiviteit is vastgesteld in wetenschappelijk onderzoek en de interventie(s) zijn opgenomen als zijnde ‘erkend’ in:
Artikel 12. Beoordeling eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen
Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de ouder(s) en/of andere verzorger(s) of opvoeder(s). Bij de beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen neemt het college, gelet op het bepaalde in artikelen 82 en 247, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, tot uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van hun kind(eren) bij ouder(s) zelf ligt en dat de hulp die daarvoor nodig is in beginsel ook door hen geleverd kan worden en daarbij verplicht zijn om verzorging, voeding, begeleiding en toezicht te bieden. Dit geldt ook als er sprake is van ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek. Bij uitval van één van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over. Dit geldt ook bij gescheiden ouders. Er wordt dan ook rekening gehouden met de gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont.
Om vast te stellen of sprake is van gebruikelijke hulp beoordeelt het college of de benodigde hulp uitgaat boven de hulp die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek nodig heeft. Bij beoordeling hiervan wordt aangesloten bij de uitgangspunten voor gebruikelijke zorg uit paragraaf 6.3 van de Indicatiestelling voor de Jeugd-GGZ zoals deze luidden op 21 januari 2013. Het college houdt hierbij rekening met de volgende factoren:
Als er sprake is van gebruikelijke hulp verstrekt het college geen individuele voorziening tot jeugdhulp. Hierop kan (tijdelijk) een uitzondering worden gemaakt als de ouder(s) door (dreigende) overbelasting de gebruikelijke hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige.
Als de noodzakelijk geboden hulp de gebruikelijke hulp overstijgt is er sprake van niet-gebruikelijke hulp. Niet-gebruikelijke hulp valt onder de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen zo lang ouder(s) zonder problemen in staat en beschikbaar zijn om de niet-gebruikelijke hulp te bieden.
Het college verwacht van ouder(s) dat zij in kortdurende situaties de niet-gebruikelijke hulp bieden, tenzij niet-gebruikelijke hulp gelet op de aard van de hulp niet verwacht mag worden van ouder(s) of er sprake is van (dreigende) overbelasting. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige.
Bij (dreigende) overbelasting geldt dat:
als de overbelasting ziet op spanningen door het werk of door andere factoren buiten de zorg van de jeugdige om, moet de ouder eerst een oplossing zoeken in de oorzaak van die spanningen. Bij een aanvraag voor een individuele voorziening bekijkt het college wat er wordt gedaan om die spanningen te verminderen;
Als de jeugdige en/of de ouder(s) een aanvullende zorgverzekering hebben die de benodigde hulp (deels) vergoedt, wordt van ouder(s) verwacht dat zij deze aanspreken. Het college verstrekt dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp of alleen een aanvullende voorziening voor het gedeelte dat niet wordt vergoed.
Het college beoordeelt, overeenkomstig artikel 12 van deze verordening, in elke individuele situatie of er specifieke omstandigheden zijn waardoor de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en/of zijn ouder(s) onvoldoende zijn om de eigen verantwoordelijkheid voor het vervoer op zich te nemen.
HOOFDSTUK 6. REGELS VOOR EEN INDIVIDUELE JEUGDHULPVOORZIENING IN DE VORM VAN EEN PGB
Artikel 14. Regels om in aanmerking te komen voor een pgb
Artikel 16. Onderscheid formele en informele hulp
Van formele hulp is sprake als de jeugdhulp verleend wordt door:
personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister, conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007, en beschikken over de relevante diploma’s of relevante werkervaring die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken;
Artikel 17. Hoogte van een pgb
De tarieven voor het pgb worden jaarlijks geïndexeerd, waarbij:
de indexering wordt berekend uit de som van het geprognotiseerde percentage voor het komende jaar (t+1) en het verschil tussen het in het voorgaande jaar (t-1) geprognosticeerde percentage voor het lopende jaar (t) en het definitieve percentage voor het lopende jaar (t). De percentages zijn verschillend voor loonkosten en materiële kosten; en
het college het pgb-tarief verhoogt of verlaagt voor 90% op basis van het geprognosticeerde en definitieve indexcijfer Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA) voor personele kosten van het CPB gepubliceerd door de NZA, en voor 10% op basis van het geprognosticeerde en definitieve prijsindexcijfer particuliere consumptie (PPC) voor materiële kosten van het CPB gepubliceerd door de NZA.
Artikel 18. Kwaliteitseisen individuele voorziening in de vorm van een pgb
HOOFDSTUK 7. AFSTEMMING MET ANDERE DOMEINEN EN VOORZIENINGEN
Artikel 19. Afbakening Jeugdwet en Wet passend onderwijs
De afbakening tussen aanspraken op een voorziening op basis van de Jeugdwet en aanspraken op basis van de Wet passend onderwijs is als volgt geregeld:
Als op basis van wettelijke bepalingen onduidelijk is of de hulpvraag valt onder de Wet passend onderwijs of onder de Jeugdwet, dan rust op het college een inspanningsverplichting om in samenwerking met onderwijs met behulp van het ondersteuningsplan en/of het onderwijsperspectiefplan tot een passende oplossing te komen voor de hulpvraag.
Artikel 21. Afstemming Zorgverzekeringswet en Wet Langdurige Zorg
In artikel 5 van deze verordening is de mogelijkheid opgenomen dat jeugdigen en/of ouder(s) via het medisch domein jeugdhulp kunnen ontvangen. Het college maakt afspraken met de huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen en met de zorgverzekeraars, over de voorwaarden waaronder en de wijze waarop de verwijzing plaatsvindt. Dit volgt uit artikel 2.7 lid 4 van de wet.
De inzet van zorg voor een jeugdige die 18 jaar wordt, kan wijzigen. Als het gaat om zorg die vanaf het 18e jaar onder de Zorgverzekeringswet valt, zorgt het college in samenwerking met de zorgverzekeraars voor een soepele overgang. Het college doet dit door afspraken te maken met de zorgverzekeraars en het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). De afspraken gaan over hoe de continuïteit van zorg te garanderen voor jeugdigen die jeugdhulp ontvangen en de leeftijd van 18 jaar bereiken en daarmee onder de Zorgverzekeringswet of Wet langdurige zorg komen te vallen. Dit om te voorkomen dat jeugdigen tussen wal en schip vallen wanneer er discussie is over het wettelijke kader.
Artikel 23. Afstemming justitiedomein
Het college maakt op regionaal niveau, overeenkomstig de Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022, regionale afspraken met de GI, de Raad voor de Kinderbescherming en Justitiële Jeugdinrichtingen over het overleg over de inzet van jeugdhulp bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing en jeugdreclassering als bedoeld in artikel 2.4 lid 2 onderdeel b van de wet.
Het college en de betrokken GI nemen de regionale afspraken op in het protocol zoals bedoeld in artikel 3.5 lid 3 lid van de wet. Het college en de Raad voor de Kinderbescherming leggen de manier van samenwerken en de gemaakte afspraken vast in het protocol bedoeld in artikel 3.1 lid 5 van de wet. .
Artikel 24. Afstemming met Veilig Thuis
Het college maakt op regionaal niveau, overeenkomstig de Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022, afspraken met Veilig Thuis over de toegang naar individuele voorzieningen.
Artikel 25. Afstemming werk en inkomen
Het college draagt zorg dat de toegang, jeugdhulpaanbieders en de GI financiële belemmeringen voor het slagen van preventie en jeugdhulp vroegtijdig signaleren. Als het nodig is zorgt het college ervoor dat jeugdigen en/of ouder(s) de juiste ondersteuning krijgen vanuit de gemeentelijke voorzieningen om deze belemmeringen weg te nemen, zoals schuldhulpverlening, inkomensvoorzieningen, re-integratievoorzieningen en armoedevoorzieningen.
HOOFDSTUK 8. HERZIENING, INTREKKING, TERUGVORDERING EN BESTRIJDING MISBRUIK
Artikel 29. Onderzoek naar recht- en doelmatigheid individuele voorzieningen in natura en in de vorm van pgb’s
Artikel 30. Niet meewerken ouder(s)
Als de jeugdige en/of zijn ouder(s) naar oordeel van het college niet of onvoldoende meewerken, kan de omvang van de benodigde jeugdhulp niet worden vastgesteld of is de jeugdhulp niet effectief. Dan kan door het college worden besloten geen individuele voorziening te verstrekken, een lagere omvang vast te stellen of een eerder toegekende individuele voorziening in te trekken.
HOOFDSTUK 9. WAARBORGEN VERHOUDING PRIJS EN KWALITEIT
Artikel 32. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering
Het college bedingt bij de door hem gecontracteerde of gesubsidieerde aanbieders van preventie, jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen dat zij het verlenen van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering alleen aan derden uitbesteden als zij die derden daarvoor een reële prijs betalen, die tot stand is gekomen met gebruikmaking van de kostprijselementen bedoeld in het eerste lid.
Het eerste en tweede lid gelden voor subsidies slechts voor zover zij worden verstrekt voor de daadwerkelijke verlening van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering aan jeugdigen of hun ouder(s) en de omvang van de subsidie direct of indirect wordt gebaseerd op de hoeveelheid verrichten diensten.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-565945.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.