Subsidieregeling Funderingsonderzoek bodemdaling gemeente Emmen 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen,

Gelet op:

  • -

    Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; en

  • -

    artikel 3, lid 2, van de Algemene subsidieverordening gemeente Emmen 2017,

Overwegende dat:

 

  • -

    het college meer inzicht en handelingsperspectief wil bieden aan gedupeerden van bodemdaling;

  • -

    het college met het oog op toekomstig handelen en beleidsvorming, op basis van de uitgevoerde funderingsonderzoeken, meer inzicht wil verkrijgen in de bodemdalingsproblematiek in de gemeente Emmen,

Besluit vast te stellen:

  • -

    de “Subsidieregeling Funderingsonderzoek bodemdaling gemeente Emmen 2026”.

Artikel 1: Definitiebepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    bodemdaling: het zakken van het niveau van de bodem ten opzichte van een vast referentiepunt;

  • b.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen;

  • c.

    eigenaar-bewoner: een natuurlijk persoon die, volgens de gegevens van het kadaster, alleen, of gezamenlijk, een woning volledig in eigendom verkrijgt of heeft en daarin zijn hoofdverblijf zal hebben of heeft;

  • d.

    funderingsonderzoek bodemdaling: een onderzoek naar de staat van de fundering van een woning welke is uitgevoerd volgens de richtlijn;

  • e.

    gemeente: de gemeente Emmen;

  • f.

    KCAF: Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek;

  • g.

    KCAF-erkenningslijst: een lijst van erkende bedrijven c.q. bureaus volgens de erkenningsregeling van het KCAF;

  • h.

    onderzoeksrapport: het rapport met bevindingen en conclusies voortvloeiende uit een funderingsonderzoek bodemdaling, opgesteld volgens de richtlijn;

  • i.

    reëel vermoeden van constructieve schade als gevolg van bodemdaling:

    een onderbouwd vermoeden van constructieve schade aan een woning als gevolg van bodemdaling, aangetoond door middel van foto’s;

  • j.

    regeling: de Subsidieregeling funderingsonderzoek bodemdaling gemeente Emmen;

  • k.

    richtlijn: de meest recent vastgestelde KCAF-Richtlijn “Fundering onder gebouwen” zoals gepubliceerd op de website van KCAF;

  • l.

    Servicepunt Bodemdaling: het meldpunt waar men terecht kan met vragen over bodemdaling, schade aan de woning hierdoor en voor vragen over een mogelijke aanpak voor herstel.

  • m.

    Informatie is te vinden op de website van de gemeente Emmen.

  • n.

    subsidieplafond: het bedrag dat gedurende één jaar door het college ten hoogste beschikbaar wordt gesteld voor het doen van een funderingsonderzoek bodemdaling;

  • o.

    verordening: de Algemene subsidieverordening gemeente Emmen 2017, of haar opvolgster;

  • p.

    werkingsgebied: het gehele gebied binnen de gemeentegrens van de gemeente Emmen.

Artikel 2: Reikwijdte

  • 1.

    Het bepaalde in deze regeling is enkel van toepassing op het verstrekken van een subsidie door het college voor de activiteiten die bijdragen aan het doel als bedoeld in artikel 3 van deze regeling, met inachtneming van de in artikel 4 genoemde doelgroep en het toetsingskader.

  • 2.

    De bepalingen van de verordening zijn van toepassing op het verstrekken van de subsidies voor zover er in deze regeling niet van wordt afgeweken.

Artikel 3: Doel

Het doel van deze regeling is:

  • 1.

    Het verschaffen van inzicht aan een eigenaar-bewoner van een woning binnen het werkingsgebied over de mate waarin bodemdaling de oorzaak is van de opgetreden schade aan een woning. Dit inzicht wordt geboden door middel van het uitvoeren van gespecialiseerd onderzoek (een QuickScan al dan niet gevolgd door een Funderingsonderzoek) naar de staat van de fundering van de woning en de opbouw van de bodem ter plaatse. Als er is aangetoond dat de schade door bodemdaling is veroorzaakt, dan kan een gespecialiseerd herstelbedrijf op basis van het onderzoeksrapport bepalen welke maatregelen nodig zijn om de fundering te herstellen.

  • 2.

    Het college te voorzien van kennis van en inzicht in de samenstelling van de bodem en het effect daarvan op de staat van de funderingen van de woningen in het werkingsgebied op basis van de uitgevoerde funderingsonderzoeken bodemdaling.

Artikel 4: Doelgroep en toetsingskader

  • 1.

    De eigenaar-bewoner van een woning in het werkingsgebied, waarbij een reëel vermoeden bestaat dat sprake is van constructieve schade aan de woning en/of aanbouwen als gevolg van bodemdaling.

  • 2.

    In geval niet- of slechts gedeeltelijk wordt voldaan aan het bepaalde in het vorige lid, kan de subsidie worden geweigerd of lager worden vastgesteld.

Artikel 5: De aanvraag

  • 1.

    Aanvrager meldt zich voorafgaand aan de subsidieaanvraag bij het Servicepunt Bodemdaling van de gemeente, zodat de gemeente kan adviseren en eventueel ondersteunen bij een offerte-aanvraag voor het funderingsonderzoek.

  • 2.

    Aanvrager van de subsidie maakt gebruik van een door het college voorgeschreven (digitaal) aanvraagformulier.

  • 3.

    Het aanvraagformulier dient volledig en naar waarheid te worden ingevuld en met de benodigde bijlagen/documenten door of namens de eigenaar-bewoner ondertekend te worden ingediend.

  • 4.

    De aanvraag moet in ieder geval vergezeld worden van het bewijs dat de aanvrager eigenaar van de woning is en van een beschreven opzet van het funderingsonderzoek bodemdaling (=gespecificeerde offerte). Voor het aanvragen van deze offerte, moet gebruik worden gemaakt van de in bijlage I opgenomen standaard offerteaanvraag.

  • 5.

    De subsidieaanvraag moet minimaal acht weken voor de start van het funderingsonderzoek bodemdaling worden ingediend.

  • 6.

    Het college kan van de aanvrager nadere gegevens verlangen, wanneer dat voor een goede beoordeling van de subsidieaanvraag nodig is.

  • 7.

    De opzet van het funderingsonderzoek bodemdaling (=gespecificeerde offerte) moet ter goedkeuring aan het college worden voorgelegd, in geval dat het onderzoek wordt uitgevoerd door een bedrijf dat niet voorkomt op de KCAF-erkenningslijst.

  • 8.

    Het college beslist binnen 8 weken na ontvangst van de (volledige) aanvraag.

Artikel 6: Subsidie-eisen

Subsidie op grond van deze regeling wordt verleend, als wordt voldaan aan de volgende eisen:

  • 1.

    De woning is gelegen binnen het werkingsgebied.

  • 2.

    De aanvrager, of degene namens wie de aanvraag wordt ingediend eigenaar van de woning is.

  • 3.

    Er is sprake van een reëel vermoeden dat de constructieve schade aan de woning en/of aanbouwen is veroorzaakt door bodemdaling.

  • 4.

    Het funderingsonderzoek bodemdaling wordt uitgevoerd en gerapporteerd volgens de richtlijn.

  • 5.

    Uitvoering van het funderingsonderzoek bodemdaling vindt bij voorkeur plaats door een bedrijf dat voorkomt op de KCAF-erkenningslijst.

  • 6.

    Het funderingsonderzoek bodemdaling kan ook worden uitgevoerd door een bedrijf dat niet voorkomt op de KCAF-erkenningslijst, als het college er voldoende van wordt overtuigd dat sprake is van een kwalitatief gelijkwaardig onderzoek.

  • 7.

    Binnen twaalf maanden na het besluit tot het verlenen van subsidie moet het funderingsonderzoek bodemdaling zijn afgerond. Als deze termijn wordt overschreden kan de verleende subsidie worden teruggevorderd door het college.

  • 8.

    In het (volledige) onderzoeksrapport moet een integrale beoordeling van de funderingsconstructie zijn opgenomen overeenkomstig de vereisten hiervoor in de richtlijn. Mocht er sprake zijn van schade door bodemdaling, dan moet een gespecialiseerd herstelbedrijf op basis van het onderzoeksrapport kunnen bepalen welke maatregelen nodig zijn om de fundering te herstellen.

  • 9.

    Het onderzoeksrapport wordt binnen vier weken na ontvangst door eigenaar-bewoner door hem/haar via het Servicepunt Bodemdaling van de gemeente Emmen ingeleverd bij het college.

  • 10.

    Aan de met de beoordeling van de aanvraag belaste ambtenaar moet, op door die ambtenaar te bepalen tijdstippen, door de aanvrager toegang worden verleend tot de plaats waar het funderingsonderzoek bodemdaling heeft plaatsgevonden.

  • 11.

    De aanvrager stemt er mee in dat het college de uitkomsten van het funderingsonderzoek bodemdaling gebruikt om meer kennis en inzicht te verkrijgen, zodat toekomstig gemeentelijk beleid en inspanningen in het kader van de bodemdalingsproblematiek hierop kunnen worden afgestemd.

Artikel 7: Weigeringsgronden

In aanvulling op de weigeringsgronden uit de Algemene wet bestuursrecht en de verordening wordt de subsidie in ieder geval geweigerd als:

  • a.

    niet wordt voldaan aan de eisen genoemd in deze regeling;

  • b.

    de aanvrager niet heeft aangetoond dat de met de subsidie beoogde doelstelling wordt bereikt;

  • c.

    al gestart is met het funderingsonderzoek bodemdaling, voordat de aanvraag is ingediend;

  • d.

    het subsidieplafond is bereikt;

  • e.

    de woning naar verwachting van het college binnen een periode van tien jaren zal worden afgebroken;

  • f.

    met een funderingsonderzoek bodemdaling is begonnen, voordat de ontvangst van een complete aanvraag door het college schriftelijk is bevestigd;

  • g.

    voor een funderingsonderzoek bodemdaling van de woning al eerder subsidie is verleend door het college;

  • h.

    naar het oordeel van het college een funderingsonderzoek bodemdaling overbodig is.

Artikel 8: Subsidiabele kosten

Voor subsidie op grond van deze regeling komen enkel in aanmerking de kosten van een funderingsonderzoek bodemdaling van een woning en/of aanbouw die is gebouwd binnen het werkingsgebied. Subsidie wordt uitsluitend verleend voor een funderingsonderzoek bodemdaling overeenkomstig de richtlijn door een bedrijf met een vermelding op de KCAF-erkenningslijst, of als het college er voldoende van wordt overtuigd dat het bedrijf een kwalitatief gelijkwaardig onderzoek kan uitvoeren.

Artikel 9: Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt 75% van de werkelijk gemaakte kosten (inclusief BTW) van een funderingsonderzoek bodemdaling. De maximale bijdrage bedraagt € 10.000 per aanvraag.

Artikel 10: Subsidieplafond

  • 1.

    Voorafgaand aan elk kalenderjaar wordt het subsidieplafond van deze regeling door het college vastgesteld en bekendgemaakt.

  • 2.

    Voor het bepalen van het bereiken van het subsidieplafond worden de subsidieaanvragen op volgorde van binnenkomst behandeld, waarbij alleen volledige subsidieaanvragen in behandeling worden genomen.

  • 3.

    Wanneer de subsidieaanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld zijn subsidieaanvraag aan te vullen, geldt als datum van binnenkomst de datum van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag.

  • 4.

    Als door honorering van enige aanvraag het subsidieplafond zal worden overschreden, wordt de subsidie voor deze aanvraag geweigerd, voor zover het plafond worden overschreden.

Artikel 11: Vaststelling en betaling

  • 1.

    De aanvrager verzoekt binnen twaalf maanden na subsidieverlening aan het college om vaststelling van de subsidie en dient hiertoe de volgende stukken, bij voorkeur digitaal, in:

    • Het onderzoeksrapport met de bevindingen en conclusies van het funderingsonderzoek bodemdaling.

    • Alle facturen met betrekking tot het funderingsonderzoek bodemdaling.

    • De betaalbewijzen van de facturen met betrekking tot het funderingsonderzoek bodemdaling.

  • 2.

    Het college beslist over de vaststelling van de subsidie binnen acht weken na ontvangst van een complete aanvraag om vaststelling van de subsidie.

  • 3.

    Het college kan de beslistermijn eenmaal met ten hoogste acht weken verlengen.

Artikel 12: Hardheidsclausule

  • 1.

    Het college kan van de bepalingen in deze regeling afwijken, als toepassing hiervan zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.

  • 2.

    In gevallen waarin deze regeling niet voorziet of onduidelijk is, beslist het college.

Artikel 13: Inwerkingtreding en overgangsrecht.

Deze regeling treedt 1 (één) dag na publicatie in werking, onder gelijktijdige intrekking van de Subsidieregeling funderingsonderzoek bodemdaling gemeente Emmen, zoals deze d.d. 19 december 2023 door het college is vastgesteld.

Op aanvragen die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze regeling en waarop nog niet is beslist, is deze nieuwe subsidieregeling van toepassing.

Artikel 14: Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling funderingsonderzoek bodemdaling gemeente Emmen 2026.

Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen, gehouden op 16 december 2025

Burgemeester en wethouders van Emmen,

de gemeentesecretaris,

N.A. Plantinga

de burgemeester,

H.F. van Oosterhout

Bijlage I  

 

Hierbij vraag ik u om offerte uit te brengen voor het in beeld brengen van de staat van de fundering van onze woning. Het adres is:

  • Straat huisnr

    Postcode woonplaats

Ik vraag u om de werkzaamheden in uw offerte op te splitsen in 2 afzonderlijke onderdelen; een quickscan en een funderingsonderzoek. Beide onderdelen moeten afzonderlijk worden begroot en worden uitgevoerd conform de meest recente versie van de KCAF-richtlijn “Fundering onder gebouwen”.

De richtlijn en het addendum voor de quickscan zijn ter inzage en te downloaden via https://www.kcaf.nl/publicaties/

 

QUICKSCAN:

 

Het onderdeel “quickscan” moet de volgende werkzaamheden bevatten:

 

I: Bureaustudie

De bureaustudie is bedoeld om beschikbare relevante informatie over het casco, de fundering en andere bouwkundige elementen te verzamelen. Deze informatie is van belang om te beoordelen of het funderingsonderzoek nodig is en -als het funderingsonderzoek nodig is- dit correct uit te kunnen voeren.

De bureaustudie bevat:

 

1) Het opvragen en bestuderen van archiefgegevens van het betreffende pand/(bouw)blok:

 

  • -

    Originele bouw- en funderingstekeningen (voor zover beschikbaar bij de betreffende archieven bij gemeentes/provincie/eigenaar.

 

  • -

    Revisietekeningen;

 

  • -

    Tekeningen van tussentijds uitgevoerde renovaties of verbouwingen (voor zover beschikbaar bij het archief gemeentes/provincie/evt. eigenaar);

 

  • -

    Rapportages van eerder uitgevoerd funderingsonderzoek of herstel. Ook van direct aangrenzende belendingen i.v.m. scharnierwerking, indien er sprake is van een bouwblok van meerdere panden/woningen;

 

  • -

    Mogelijke verbanden met eerdere renovaties aan complex c.q. belendende percelen vaststellen;

 

  • -

    Data over:

    • o

      Oprichtingsdatum

    • o

      Aanlegniveau begane grond vloer (bouwpeil)

    • o

      Aanlegniveau fundering

    • o

      Resultaten eerdere inspecties en implicaties voor huidig onderzoek

    • o

      Onderzoek bodemgegevens.

 

2) Het verzamelen van geotechnisch relevante informatie:

 

  • -

    Het verzamelen van relevante sondering- en grondboringrapporten, o.a. via www.broloket.nl.

 

  • -

    Het verzamelen van meetgegevens uit de peilbuizen in de omgeving van de onderzoeklocatie. In het ideale geval is er minimaal 1 peilbuis in de omgeving van de onderzoeklocatie, waarvan de regelmatig gemeten (bv 1x per uur, of 1x per 2 weken) freatische grondwaterstand vanaf enige jaren terug beschikbaar zijn.

 

3) Het verzamelen van milieutechnische rapportages

 

Onderzoeken (o.a. van de Omgevingsdienst Drenthe) binnen een straal van 50 meter moeten worden gerapporteerd. Uit het bodemonderzoek moet blijken of er sprake is van een mogelijk risico op bodemverontreiniging op de locatie of in de omgeving;

 

II: Inspectie bovenbouw en verzamelen lokale geotechnische gegevens

De werkzaamheden gedurende deze fase zijn bedoeld om de bestaande situatie van de bovenbouw aan de buitenzijde van het pand inzichtelijk te maken. Dit is nodig om eventuele funderingsproblemen en de staat van het pand op zich in kaart te brengen. Hiervoor moeten een aantal acties worden uitgevoerd:

 

1) Visuele inspectie en metingen

 

  • -

    Externe visuele inspectie van alle geveldelen. Schade wordt digitaal vastgelegd op foto’s.

 

  • -

    Het uitvoeren van een scheefstandsmetingen ten opzichte van de verticaal, aan alle geveldelen van het pand.

 

  • -

    Het uitvoeren van een lintvoegmeting rondom het pand

 

  • -

    Het uitvoeren van vloerveldwaterpassingen. Als een hoogte ten opzichte van NAP bekend is uit de archiefstukken (Bureaustudie) kan hiermee een globale absolute zakking worden bepaald.

 

III Rapportage en mondelinge toelichting van de resultaten en conclusies

 

  • -

    De rapportage is conform de KCAF-richtlijn.

 

  • -

    Met name met betrekking tot de lintvoegmeting is het essentieel dat de zakkingslijnen grafisch (op een plattegrond van het pand) langs de gemeten gevels worden weergegeven.

 

  • -

    De rapportage van de quickscan wordt met mij doorgenomen, waarbij de conclusies worden toegelicht.

 

  • -

    Er wordt geadviseerd of een funderingsonderzoek nodig is.

 

 

FUNDERINGSONDERZOEK:

 

Voor het uitvoeren van een funderingsonderzoek zullen we afzonderlijk opdracht verstrekken. We zullen dat doen als we de quickscan gezamenlijk hebben besproken en jullie adviseren dat een funderingsonderzoek nodig is. Dit funderingsonderzoek moet dan de volgende werkzaamheden bevatten:

 

A: Inspectie bovenbouw en verzamelen lokale geotechnische gegevens

Aanvullend op de werkzaamheden “II” (hierboven beschreven) zijn de werkzaamheden gedurende deze fase bedoeld om de bestaande situatie van de bovenbouw binnen het pand inzichtelijk te maken. Hiervoor moeten een aantal acties worden uitgevoerd:

 

1) Visuele inspectie en metingen

 

  • -

    Interne visuele inspectie op begane grond en bij voorkeur ook op de eerste etage. Schade wordt digitaal vastgelegd op foto’s.

 

  • -

    Interne visuele inspectie van de kruipruimte(s), inclusief funderingsmuren, poeren en bogen, etc. De situatie wordt beschreven en digitaal vastgelegd met foto’s;

 

  • -

    Het vaststellen van de diepte van de eventuele kelder(s) en de hoogte van eventuele kruipruimte(s).

 

B: Verzamelen lokale geotechnische gegevens

 

1) Het plaatsen van peilbuizen.

 

  • -

    Minimaal 2 peilbuizen met onderkant peilfilter op minimaal 2m onder de laagste grondwaterstand

 

  • -

    Deze worden zo geplaatst dat ze een verklaring kunnen geven voor het ongelijk verzakken van de verschillende delen van de woning (bijvoorbeeld 1 peilbuis bij de voorkant en 1 peilbuis bij de achterkant van de woning, als voor- en achterkant ongelijk zakken)

 

  • -

    Deze worden zo geplaatst dat ze een verklaring kunnen geven voor het ongelijk verzakken van de verschillende delen van de woning (bijvoorbeeld 1 boring bij de voorkant en 1 boring bij de achterkant van de woning, als voor- en achterkant ongelijk zakken).

 

  • -

    De peilbuizen worden voorzien van een geautomatiseerde druknemer. Hiermee zullen de grondwaterstanden gedurende (bij voorkeur) 1 jaar worden opgenomen. Bij een kortere meetperiode is het belangrijk dat in ieder geval de periode april (gemiddeld de hoogste grondwaterstand) en september (gemiddeld de laagste grondwaterstand) binnen de monitoringperiode valt. De meetfrequentie bedraagt 1 waarneming per uur

 

  • -

    De beschrijving van de opgeboorde grondlagen is conform de NEN-EN-ISO 14688-1

 

2) Het uitvoeren van sonderingen.

 

  • -

    Minimaal 2 sonderingen tot circa 10m-mv

 

  • -

    Deze worden zo geplaatst dat ze een verklaring kunnen geven voor het ongelijk verzakken van de verschillende delen van de woning (bijvoorbeeld 1 sondering bij de voorkant en 1 sondering bij de achterkant van de woning, als voor- en achterkant ongelijk zakken). De sonderingen worden uitgevoerd conform NEN-EN-ISO 22476

 

3) Bepalen invloed omgevingsfactoren.

 

  • -

    Omgevingsfactoren die van belang kunnen zijn voor het functioneren van de funderingsconstructie worden in kaart gebracht. Dit kunnen o.a. zijn: grote bomen, bouwputten, verkeersdrempels, etc.

 

C: Funderingsinspectie

De werkzaamheden in deze fase zijn gericht op het vastleggen van de staat van de fundering, het krijgen van inzicht in het functioneren hiervan en de mate van veroudering die plaats heeft gevonden. Hiervoor wordt de fundering op minimaal 2 representatieve locaties vrijgegraven. Hiervoor moeten een aantal acties worden uitgevoerd:

 

  • 1)

    Het selecteren van de locaties voor het vrijgraven van de fundering. De selectie van de locaties wordt bepaald door de resultaten van de in de quickscan en onderdeel “A”. Eén van de locaties waar de fundering wordt vrijgegraven wordt dáár gekozen, waar het pand het meest is verzakt.

 

  • 2)

    De exacte locaties en het moment van vrijgraven stemt u vooraf met ons af.

 

  • 3)

    Het doen van een KLIC-melding, voorafgaand aan de graafwerkzaamheden

 

  • 4)

    Het classificeren van het bodemmateriaal dat in de inspectieputten wordt aangetroffen. Dit geeft voor deze specifieke locatie een eenduidige beschrijving van het bodemprofiel vanaf maaiveld tot minimaal het constructief aanlegniveau van de fundering en de funderingsgrondslag. In de beschrijving worden eventueel aanwezige bodemvreemde stoffen als opmerking meegenomen.

 

  • 5)

    Door middel van een handboring of een handsondering wordt gecontroleerd of er grondverbetering is toegepast onder fundering

 

  • 6)

    Als het grondwater hoger staat dan de onderkant van de fundering wordt de grondwaterstand in de inspectieput (zonder een peilbuis te plaatsen) gemeten ten opzichte van NAP.

 

  • 7)

    Als de inspectieput droog gepompt moet worden, moet het grondwater worden afgevoerd naar het riool / straatkolk. Als hiervoor een vergunning nodig is, bent u hier als aannemer voor verantwoordelijk.

 

  • 8)

    Het inmeten van de fundering ten opzichte van NAP

 

  • 9)

    Het visueel inspecteren van de steenachtige onderdelen van de fundering onder het maaiveld. Hierbij worden de onderdelen van de fundering (klinker, voegen en beton) visueel beoordeeld op hardheid en samenhang

 

  • 10)

    Het opmeten en weergeven op tekening van de detaillering van de funderingsopbouw

 

  • 11)

    Het vaststellen van eventuele funderingsproblemen

 

  • 12)

    Het plaatsen van een grondwaterpeilbuis in elke inspectieput om metingen op een later moment mogelijk te maken. In ieder geval wordt hier enkele dagen na de inspectie de grondwaterstand nogmaals gemeten

 

  • 13)

    Het op tekening vastleggen van de resultaten van het funderingsonderzoek. Hierbij worden minimaal de volgende maten (ten opzichte van NAP) weergegeven:

    • -

      Dorpelhoogte

    • -

      Bovenzijde begane grondvloer

    • -

      Onderzijde (houten balklaag) begane grondvloer

    • -

      Diepte kruipruimte / bovenzijde grondslag kruipruimte

    • -

      Maaiveld

    • -

      Aanlegdiepte fundering (= onderzijde fundering)

    • -

      Vorm fundering

    • -

      Materialisatie fundering (metselwerk / beton / anders)

    • -

      Locatie inspectieput(ten)

 

D: Rapportage en mondelinge toelichting van de resultaten en conclusies

 

  • -

    De rapportage is conform de KCAF-richtlijn.

 

  • -

    De resultaten van het funderingsonderzoek moeten zo worden gerapporteerd dat een aannemer daarop de aanpak van het funderingsherstel kan baseren

 

  • -

    De rapportage van het funderingsonderzoek wordt met mij doorgenomen, waarbij de conclusies worden toegelicht.

 

 

Algemeen: Veiligheidsaspecten

We gaan ervan uit dat u de wetgeving met betrekking tot openbare ruimte (KLIC-melding, Regeling kabels en grondroerders en Veiligheids- en gezondheidsplan) naleeft. Als er bij de bemaling en/of graafwerkzaamheden verdachte verontreinigingen worden aangetroffen, worden de werkzaamheden gestaakt en meldt u dit bij het bevoegd gezag en bij ons. De situatie moet u fotografisch vastleggen.

Met betrekking tot de veiligheid gaan we ervan uit dat u tenminste de volgende Arbo-informatiebladen in acht neemt:

  • 5 “Besloten ruimten”,

    22 “Werken met verontreinigde grond

    P-25 “Putten en sleuven”.

Met een vriendelijke groet,

Naar boven