Gemeenteblad van Gooise Meren
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gooise Meren | Gemeenteblad 2025, 565661 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gooise Meren | Gemeenteblad 2025, 565661 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening individuele inkomenstoeslag Gooise Meren 2026
Gelet op wat hierover is bepaald in artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 8, lid 1, onderdeel b en lid 2, van de Participatiewet, advies van de Adviesraad Werk en Inkomen (ARWI) en resultaten van kwalitatief en kwantitatief onderzoek;
tot het vaststellen van de Verordening individuele inkomenstoeslag Gooise Meren 2026.
Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die verder niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.
In deze verordening wordt verstaan onder:
In 2023 en 2024 zijn er verschillende onderzoeken (A: data-onderzoek naar gebruik van de minimaregelingen, B: deskresearch naar literatuur en minimabeleid van andere gemeenten, C: brainstormsessies met betrokkenen en D: kwalitatief onderzoek onder de inwoners van Gemeente Gooise Meren) uitgevoerd. Hierbij is de Adviesraad Werk en Inkomen (ARWI) betrokken. Deze onderzoeken en de constructieve gesprekken met de leden van de ARWI hebben geleid tot verbeterpunten die in de nu voorliggende versie zijn verwerkt.
Een aanvraag om een individuele inkomenstoeslag wordt via een door het college vastgesteld (digitaal of schriftelijk) formulier ingediend. Het college kan een individuele inkomenstoeslag zonder aanvraag toekennen aan personen met algemene bijstand, die deze toeslag al eerder van het college hebben gehad.
Artikel 6. Hoogte individuele inkomenstoeslag
Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op een individuele inkomenstoeslag op grond van het bepaalde in de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de Participatiewet, komt de echtgenoot die wel aan alle voorwaarden voldoet in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag die op peildatum geldt voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder.
Artikel 7. Situaties waarin de verordening niet voorziet
Het college kan in bijzondere individuele gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening als toepassing van deze verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente Gooise Meren van 05-11-2025:
de griffier,
drs. M.G. Knibbe
de voorzitter,
drs. H.M.W. ter Heegde
Toelichting verordening Individuele inkomenstoeslag Gooise Meren 2016
Aan de bijstand ligt het uitgangspunt ten grondslag dat het normbedrag, bedoeld ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan met inbegrip van een component reservering, in beginsel toereikend is. Toch kan de financiële positie van mensen die langdurig op een minimuminkomen zijn aangewezen onder druk komen te staan als er na verloop van tijd geen enkel perspectief lijkt te zijn om door inkomen uit arbeid het inkomen te verhogen. Om die reden is in 2004 de langdurigheidstoeslag in het leven geroepen.
Met ingang van 1 januari 2015 vervangt de individuele inkomenstoeslag de langdurigheidstoeslag. Het verlenen van de toeslag is geen gebonden bevoegdheid maar een discretionaire bevoegdheid. Dit betekent dat het college een individuele inkomenstoeslag kan verlenen als een persoon voldoet aan de voorwaarden daarvoor. Het college kan in beleidsregels aangeven welke groepen niet in aanmerking komen voor individuele inkomenstoeslag en in welke gevallen personen uitzicht hebben op inkomensverbetering. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan personen aan wie in de referteperiode een maatregel is opgelegd wegens een schending van een arbeidsverplichting of een re-integratieverplichting of aan personen die uit 's Rijks kas bekostigd onderwijs volgen.
De individuele inkomenstoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een inkomensondersteunende maatregel voor bepaalde personen die langdurig een laag inkomen hebben en daarbij, gelet op de omstandigheden van die persoon, geen uitzicht hebben op inkomensverbetering (artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet).
Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hier behandeld.
Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk gedefinieerd in deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze verordening.
Met inkomen wordt bedoeld het inkomen zoals bedoeld in artikel 32 van de Participatiewet. In afwijking hiervan wordt algemene bijstand voor de beoordeling van het recht op individuele inkomenstoeslag ook in aanmerking genomen als inkomen. Bijzondere bijstand kan niet als inkomen in aanmerking worden genomen. De individuele inkomenstoeslag is een vorm van bijzondere bijstand.
De peildatum is de datum per wanneer een persoon individuele inkomenstoeslag aanvraagt (artikel 1 van deze verordening). Het gaat om de datum waarop een persoon langdurig een laag inkomen heeft, geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet en, gelet op de omstandigheden van die persoon, geen uitzicht op inkomensverbetering heeft. De peildatum komt meestal overeen met de meldingsdatum. De peildatum kan in beginsel niet liggen vóór de dag waarop een persoon zich heeft gemeld om individuele inkomenstoeslag aan te vragen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Dit volgt uit artikel 44, eerste lid, van de Participatiewet en de jurisprudentie rondom dit onderwerp in het kader van de Wet werk en bijstand.
Het college geeft in beleidsregels verdere invulling aan welke personen wel en welke personen niet in aanmerking komen voor de individuele inkomenstoeslag.
Bij de beoordeling van het criterium of een belanghebbende al dan niet zicht heeft op inkomensverbetering wordt rekening gehouden met de krachten en bekwaamheden van de belanghebbende. In ieder geval worden personen die recht hebben op studiefinanciering of WTOS van het recht op individuele inkomenstoeslag uitgesloten. Bij de beoordeling van het criterium of een belanghebbende onvoldoende heeft getracht om tot inkomensverbetering te komen, wordt beoordeeld of voldoende inspanningen zijn verricht om tot inkomensverbetering te komen in de referteperiode.
In artikel 36, eerste lid van de Participatiewet wordt gesproken over het indienen van een verzoek. Om onduidelijkheden te voorkomen bepaalt artikel 3 van deze verordening dat het verzoek moet worden gedaan door middel van een door het college vastgesteld aanvraagformulier. Een verzoek wordt dan gezien als aanvraag zoals bedoeld in de Awb, afdeling 4.1.1.
De situatie en mogelijkheden van inwoners die een bijstandsuitkering ontvangen zijn bekend bij de gemeente. Om de inwoners beter te bedienen is in deze regels de mogelijkheid opgenomen om het recht op Individuele inkomenstoeslag voor bijstandsgerechtigden ambtshalve te kunnen bepalen. Wel dient er in het verleden door de aanvrager minimaal 1 maal een verzoek voor IIT te zijn ingediend en gehonoreerd.
Artikel 5. Langdurig laag inkomen
De door de gemeenteraad vastgestelde langdurige periode voorafgaand aan de peildatum, wordt aangeduid als referteperiode. De referteperiode is vastgesteld in artikel 1 van deze verordening.
Het inkomen is niet hoger dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm. Dit moet niet te strak worden gehanteerd. Uit jurisprudentie1 blijkt dat een marginale (incidentele) overschrijding moet worden genegeerd. Vindt er gedurende de (gedeeltelijke) referteperiode maandelijks een marginale overschrijding plaats (bijvoorbeeld € 5,- per maand) dan is er geen sprake meer van een incidentele geringe overschrijding of van te verwaarlozen bedragen van enkele eurocenten.2
Artikel 6. Hoogte individuele inkomenstoeslag
Bij de hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt onderscheid gemaakt tussen een alleenstaande, een alleenstaande ouder en gehuwden.
Bij gehuwden moet in het oog worden gehouden dat het recht op individuele inkomenstoeslag de gehuwden gezamenlijk toekomt. Worden personen op de peildatum als gehuwden aangemerkt, dan moeten beide gehuwden voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet. Voldoet één van hen niet aan deze voorwaarden, dan bestaat voor beiden geen recht op individuele inkomenstoeslag.3
Is één van de echtgenoten uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag, anders dan vanwege het niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet, dan komt de rechthebbende partner wel in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag. Het gaat hier om een partner die op een van de in artikelen 11 of 13, eerste lid, van de Participatiewet genoemde gronden geen recht heeft op bijstand. Als slechts één partner recht heeft op individuele inkomenstoeslag, komt deze rechthebbende partner in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. Dat is geregeld in het tweede lid.
Er is een indexeringsbepaling opgenomen. Deze bepaling voorkomt dat de verordening telkens opnieuw moet worden vastgesteld, enkel voor indexatie van de bedragen. Het is van belang de nieuwe bedragen (na indexatie) duidelijk te communiceren.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-565661.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.