Gemeenteblad van Heerlen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Heerlen | Gemeenteblad 2025, 565646 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Heerlen | Gemeenteblad 2025, 565646 | beleidsregel |
Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Heerlen 2026
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE RICHTLIJNEN
Voor de toepassing van deze beleidsregel wordt verstaan onder:
De wet: de Participatiewet (hierna ook: Pw), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004).
Een aanvraag voor bijzondere bijstand moet uiterlijk op 1 maart na het jaar waarin de kosten zijn gemaakt worden ingediend. Aanvragen die later binnenkomen, wijst het college af.
Artikel 4 Het in aanmerking te nemen inkomen en vermogen
Als belanghebbende in een WSNP- of MSNP-traject zit, is er geen sprake van draagkracht zolang er een aflossingsverplichting bestaat. Dit is anders als het gehuwden of hieraan gelijkgestelden betreft waarbij maar één van de twee een schuldsaneringstraject heeft. In deze situatie wordt er wel rekening gehouden met draagkracht, waarbij het college het inkomen als volgt berekent: het vrij te laten bedrag (VTLB) van degene met schuldsanering plus het volledige inkomen van de ander.
Als de belanghebbende algemene bijstand ontvangt op het moment dat de kosten zich voordoen, is er geen sprake van draagkracht en wordt er geen draagkrachtperiode vastgesteld. Dit geldt ook als er sprake is van een andere inkomstenbron die niet leidt tot draagkracht en waarvan nagenoeg zeker is dat deze niet meer zal veranderen.
Van een aanmerkelijke verandering is sprake als het inkomen met 10% of meer stijgt ten opzichte van de oorspronkelijke draagkracht. Het college stelt de draagkracht in dat geval opnieuw vast vanaf de eerste dag van de maand waarin het inkomen is veranderd, rekening houdend met lid 1 en lid 5. Daalt het inkomen, dan kan de draagkracht op verzoek van belanghebbende altijd opnieuw worden berekend.
Als in een jaar, waarin bijzondere bijstand wordt verstrekt, een andere gemeente al de volledige drempel heeft afgetrokken, past het college geen drempel meer toe voor dat jaar. Als het drempelbedrag in die andere gemeente lager was dan € 50, wordt alleen het resterende bedrag voor dat jaar in mindering gebracht.
Artikel 12 Andere inrichtingskosten
Voor inrichtingskosten, anders dan duurzame gebruiksgoederen, vergoedt het college maximaal 75% van de bedragen uit de NIBUD prijzengids van het betreffende jaar.
Artikel 16 Woonkostentoeslag eigendomswoning
Het college hanteert bij de berekening van de woonkostentoeslag bij een eigendomswoning de systematiek van de Wet op de huurtoeslag. Daarbij worden de woonkosten meegenomen tot aan het zogenoemde rekenplafond; het maximale bedrag aan huur dat volledig voor huurtoeslag in aanmerking komt (de subsidiabele huurcomponent).
HOOFDSTUK 6 OVERIGE KOSTENSOORTEN
Artikel 19 Eigen bijdrage rechtsbijstand
Het college verstrekt bijzondere bijstand voor de kosten onder artikel 4 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand. De korting op de eigen bijdrage rechtsbijstand wordt altijd in mindering gebracht, ongeacht of de belanghebbende door het Juridisch Loket is doorverwezen naar een advocaat.
Aldus besloten tijdens de vergadering van het college van burgemeester en wethouders der gemeente Heerlen van 16 december 2025.
secretaris, a.i.
drs. R. van Wuijtswinkel
de burgemeester,
drs. R. Wever
In deze beleidsregel worden beleidsuitgangspunten vastgelegd. Deze hebben betrekking op zowel bijzondere bijstand op basis van de Participatiewet als bovenwettelijk begunstigend gemeentelijk beleid.
(Alleen artikelen waarbij een toelichting noodzakelijk is, zijn opgenomen)
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE RICHTLIJNEN
Ongeacht de kostensoort, kan bijzondere bijstand tót 1 maart na het kalenderjaar waarin de kosten zijn gemaakt worden ingediend. Dit geldt ook als de kosten al zijn voldaan. Wanneer de kosten zijn gemaakt kan op twee manieren worden geïnterpreteerd:
Wij kiezen voor de interpretatie die voor de belanghebbende het gunstigst is.
Artikel 4 Het in aanmerking te nemen inkomen en vermogen
De kostendelersnorm wordt buiten beschouwing gelaten bij het berekenen van de draagkracht. De doelstelling waarop de kostendelersnorm is gebaseerd (stapeling van uitkeringen voorkomen en het hebben van schaalvoordelen in de woonkosten), ziet namelijk niet toe op het ook delen van bijzondere individuele noodzakelijke kosten.
De ingangsdatum van de schuldsanering wordt als volgt bepaald: bij een WSNP-traject per de datum die de Rechtbank in haar uitspraak als ingangsdatum aangeeft, bij een MSNP-traject per de datum dat de schuldregelingsovereenkomst is ondertekend. In allebei de gevallen gaat men, bij de berekening van de draagkracht, uit van de eerste van die desbetreffende maand.
Met deze bepalingen, die eveneens zijn opgenomen in de beleidsregel algemene bijstand, stelt het college de beoordeling van (de hoogte van) het vermogen bij het recht op bijzondere bijstand gelijk aan de beoordeling van het recht op algemene bijstand. Hierdoor ontstaat rechtsgelijkheid en is de uitvoering eenduidig.
Voor de vaststelling van de waarde van het motorvoertuig wordt als richtlijn de koerslijst van de ANWB gehanteerd, waarbij de laagste verkoopprijs leidend is.
Uit artikel 35 lid 1 Participatiewet volgt dat rekening dient te worden gehouden met een toegekende (of toe te kennen) studietoeslag of individuele inkomenstoeslag bij de beoordeling van het recht op bijzondere bijstand. Dit is ongewenst. De studietoeslag en de individuele inkomenstoeslag worden dan ook, voor de vaststelling van de draagkracht, niet in aanmerking genomen.
Als er rekening is gehouden met draagkracht bij een toekenning bijzondere bijstand op basis van een ander draagkrachtpercentage dan waarvoor tijdens dezelfde draagkrachtperiode een nieuwe aanvraag bijzondere bijstand wordt ingediend, dan worden de kosten waarvoor eerder bijzondere bijstand is toegekend op de nieuwe draagkrachtberekening in mindering gebracht.
Als er sprake is van gecombineerde maandelijkse kosten bewindvoering waarvoor verschillende draagkrachtpercentages gelden, wordt rekening gehouden met het hoogste draagkrachtpercentage. Voorbeelden van dit soort combinaties zijn: standaardbewind + schuldenbewind (bij gehuwden of daaraan gelijkgestelden) of mentorschap + schuldenbewind (beiden taken worden uitgevoerd door dezelfde persoon).
Hierbij kan gedacht worden aan inkomstenbronnen waarvan het niet in de lijn der verwachting ligt dat deze (aanzienlijk) zullen veranderen (zowel in aard als in hoogte). Voorbeelden hiervan zijn een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) of een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO, IVA of Wajong).
Een vastgestelde draagkracht kan gedurende de draagkrachtperiode veranderen. Dit kan zijn doordat het inkomen verandert, maar ook door de start/het einde van een schuldsaneringsregeling óf een verandering in de gezins- en/of woonsituatie.
De draagkracht kan voor een langere periode worden vastgesteld als het niet de verwachting is dat het inkomen en vermogen van de belanghebbende aanmerkelijk zal stijgen, waardoor een onnodige draagkrachtberekening wordt voorkomen.
Een toename van het inkomen van 10% of meer wordt aanmerkelijk geacht, waardoor het college opnieuw een draagkrachtberekening maakt. Met dit percentage hoeft er bij tussentijdse wettelijke indexaties van het inkomen – in de regel – geen nieuwe draagkrachtberekening te worden gemaakt, waarmee onnodige belasting voor de inwoner en de uitvoering wordt voorkomen.
Een afname van het inkomen raakt, wanneer de draagkrachtberekening hier niet op wordt aangepast, direct het besteedbaar inkomen van de inwoner. Een ondergrens hanteren acht het college daarom niet wenselijk.
Artikel 6 Vaststelling maandinkomen
Bij een vast inkomen kijkt het college naar het inkomen in de maand waarin de kosten zijn gemaakt. Dit zorgt ervoor dat als het inkomen in die maand verandert, de juiste bijstandsnorm wordt gebruikt om het inkomen mee te vergelijken.
Als het inkomen in de maand waarin de kosten zijn gemaakt precies gelijk is aan dat van de vorige maand, kan de belanghebbende de specificatie van die eerdere maand verstrekken. Zo hoeft men niet onnodig te wachten op de specificatie van de aanvraagmaand.
Door rekening te houden met het gemiddelde inkomen over de maand waarin de aanvraag is ingediend en de twee daaraan voorafgaande maanden, stelt het college op basis van de actuele inkomenssituatie van de belanghebbende een reële draagkracht vast.
Als de aanvraag wordt gedaan door een zelfstandige en het inkomen over deze drie maanden niet goed te bepalen is, wordt gekeken naar het inkomen van het kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag voor bijzondere bijstand.
Als tijdens de aanvraag bekend is dat het inkomen binnen de draagkrachtperiode aanmerkelijk zal veranderen of inmiddels is veranderd, kan het college alvast rekening houden met die feitelijke nieuwe situatie.
Het college kan bijzondere bijstand weigeren als de kosten in 12 maanden niet hoger zijn dan het bedrag dat in artikel 35 lid 2 van de Participatiewet staat. Het college heeft zelf bepaald dat er een lagere grens geldt: € 50 per kalenderjaar. Dat betekent dat iemand de eerste € 50 aan kosten per jaar zelf moet betalen. Dit wordt gezien als een eigen bijdrage.
Een samenwerkingsverband van 18 Zuid-Limburgse gemeenten (Beek, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Nuth, Onderbanken, Schinnen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal) biedt aan inwoners met een laag inkomen de mogelijkheid om deel te nemen aan een collectieve zorgverzekering. De huidige collectieve zorgverzekeraar is VGZ. De collectieve zorgverzekering bestaat uit twee integrale pakketten van basisverzekering en aanvullende verzekering. Deelnemers hebben hierin een keuze. Onder ‘laag inkomen’ wordt verstaan een inkomen tot 150% van de toepasselijke bijstandsnorm.
Het college kijkt bij medische kosten naar wat het meest uitgebreide pakket van de gemeentelijke collectieve zorgverzekering VGZ Zuid-Limburgpakket vergoedt. Als dat pakket de kosten helemaal vergoedt, verstrekt het college geen bijzondere bijstand, ook niet als belanghebbende bij een andere zorgverzekeraar zit die minder vergoedt. Het college verstrekt dan geen vergoeding voor het verschil.
Normaal gesproken zijn de Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Zorgverzekeringswet (Zvw) de voorliggende voorzieningen voor zorg. De gemeentelijke collectieve zorgverzekeraar vergoedt echter niet altijd alles (volledig). Als dat het geval is, wijst het college een aanvraag voor bijzondere bijstand niet zonder meer af. Het college voert bovenwettelijk begunstigend beleid en houdt bij het beslissen rekening met de volgende punten:
Zelfzorgmiddelen zijn zowel zelfzorgmedicijnen als andere medische hulpmiddelen. Een zelfzorgmedicijn is een eenvoudig medicijn dat belanghebbende zonder recept kan kopen, zoals bijvoorbeeld pijnstillers, hoestdranken, neusdruppels, medicijnen tegen diarree of wagenziekte, spierpijnzalf en vitaminetabletten. Naast medicijnen vallen ook andere medische hulpmiddelen onder zelfzorgmiddelen, zoals een bloeddrukmeter of een thermometer. Deze kosten worden niet vergoed via de bijzondere bijstand.
Lid 3 sub b Reguliere geneeskunde
Bijzondere bijstand is alleen mogelijk voor behandelingen die wetenschappelijk zijn bewezen en die algemeen geaccepteerd zijn. Kosten voor alternatieve of experimentele behandelingen worden niet vergoed.
Lid 3 sub c Behandeling in Nederland
De bijstand is gebaseerd op het territorialiteitsbeginsel. Dit betekent dat kosten die buiten Nederland worden gemaakt in principe niet worden vergoed. Alleen in zeer dringende gevallen kan hiervan worden afgeweken. Er moet dan sprake zijn van een acute noodsituatie.
Lid 3 sub d Uitgesloten van verzekering
De Rijksoverheid bepaalt wat in het basispakket van de zorgverzekering zit en de zorgverzekeraar, in dit geval het VGZ Zuid-Limburgpakket, bepaalt wat in de aanvullende verzekering zit. Als kosten onder beide pakketten niet gedekt zijn, worden ze ook niet vergoed via de bijzondere bijstand.
Bekende voorbeelden van kosten die niet vergoed worden, zijn maagzuurremmers en slaap- of kalmeringsmiddelen. Ook IVF-behandelingen boven een bepaalde leeftijd worden niet vergoed.
Artikel 9 Personenalarmering en maaltijdvoorziening
Het opvragen van een onafhankelijk medisch advies werkt vertragend en kostenverhogend. Dat is niet wenselijk. Als door het college daartoe gemandateerde, kan de inkomensconsulent de noodzaak zelf bepalen.
De kosten van personenalarmering worden – mits afgenomen bij een gecontracteerde aanbieder – vergoed vanuit de basisverzekering van de zorgverzekeraar. De meerkosten komen voor bijzondere bijstand in aanmerking.
Als de noodzaak voor een maaltijdvoorziening vaststaat, dan komt het college tegemoet in de kosten voor middel van een vaste maandelijkse vergoeding. Hiermee worden ingewikkelde berekeningen en/of het toekennen van bijzondere bijstand op declaratiebasis voorkomen.
Artikel 10 Algemene bepalingen betreffende woonkosten
Tot 1 januari 2024 was het afsluiten van een lening bij de Kredietbank Limburg een voorliggende voorziening. Vanaf 1 januari 2024 is dit de Kredietbank Nederland.
Het volledige vermogen wordt als draagkracht in aanmerking genomen voor de woonkosten in dit hoofdstuk, met uitzondering van artikel 13. Het bescheiden vrij te laten vermogen zoals bedoelt in artikel 34 lid 3 Participatiewet wordt dus niet vrijgelaten.
Artikel 11 Duurzame gebruiksgoederen
Uit artikel 51 van de Participatiewet volgt dat bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen verstrekt kan worden in de vorm van een lening. Als de belanghebbende een bijstandsuitkering ontvangt wordt de aflossing op de lening verrekend met de uitkering op grond van artikel 48 lid 4 Participatiewet.
Onnodige instroom van vorderingen moet worden voorkomen. Dit betekent dat er alleen een lening aan belanghebbende wordt verstrekt als er financiële ruimte is om deze lening terug te betalen. Deze ruimte wordt aanwezig geacht als belanghebbende na aftrek van de aflossing van de geldlening beschikt over de beslagvrije voet. Als dit laatste niet het geval is, bijvoorbeeld omdat er al sprake is van een verrekening, beslag of een lopende schuldregeling, is het verstrekken van een lening niet verantwoord en verstrekt het college bijstand om niet.
Bij een koopwoning verstrekt het college alleen bijzondere bijstand voor de hypotheekrente en niet voor de aflossing.
HOOFDSTUK 4 FINANCIËLE HULPVERLENING
Om in aanmerking te komen voor de dienstverlening van ‘Verder’ moet Team Schuldhulpverlening van de gemeente Heerlen vaststellen dat budgetbeheer noodzakelijk is.
Deze bepaling geldt voor personen die op of na 1 juli 2024 onder budgetbeheer zijn gekomen, omdat de beleidsregel bijzondere bijstand juli 2024 op deze datum in werking is getreden.
Artikel 15 Kosten beschermingsbewind, curator en mentor
Alle kosten waarvoor de kantonrechter een beloning toekent, komen in aanmerking voor vergoeding via bijzondere bijstand. Voorbeelden van deze kosten zijn:
De vergoeding voor de bankkosten van de beheerrekening wordt bepaald op basis van de kosten in de maand waarvoor een specificatie is meegestuurd bij de aanvraag.
Artikel 16 Woonkostentoeslag eigendomswoning
Eigenaren van een woning hebben geen recht op huurtoeslag. Als zij een laag inkomen en hoge woonlasten hebben, kunnen zij in aanmerking komen voor bijzondere bijstand in de vorm van woonkostentoeslag. De hoogte van deze bijstand wordt bepaald volgens de regels die ook gelden voor huurders (zoals bij de Wet op de huurtoeslag).
Vanaf 1 januari 2026 is de huurgrens niet langer een toegangsvoorwaarde voor het recht op huurtoeslag. Iedereen met een laag inkomen kan vanaf 2026 huurtoeslag aanvragen, ongeacht hoe hoog de huur is. De grens blijft wel bestaan als rekenplafond: de toeslag wordt alleen berekend over de huur tot aan dat bedrag. Het gedeelte van de huur dat niet in aanmerking komt voor huurtoeslag, noemen we de niet-gesubsidieerde huurcomponent.
Bij de beoordeling van het recht op woonkostentoeslag houdt het college rekening met de woonkosten tot (maximaal) de maximale huurgrens (de gesubsidieerde huurcomponent).
Bij de beoordeling van het recht op woonkostentoeslag wordt onder andere gekeken naar:
Lasten die meetellen bij de berekening van de woonkostentoeslag:
Lasten die niet meetellen bij de berekening van de woonkostentoeslag:
Artikel 17 Woonkostentoeslag doorstroomhuis Blijf van mijn lijf
Een belanghebbende die verblijft in een doorstroomhuis van de crisisopvang Blijf van mijn Lijf, kan niet ingeschreven worden op dat adres in de Basisregistratie Personen (BRP). Hierdoor bestaat geen recht op huurtoeslag. Als aan alle overige voorwaarden wordt voldaan, kan belanghebbende bijzondere bijstand in de vorm van woonkostentoeslag ontvangen om dit tekort op te vangen.
HOOFDSTUK 6 OVERIGE KOSTENSOORTEN
Sinds 2021 kunnen ondernemers de gemeente vragen om toegelaten te worden tot de gemeentelijke schuldhulpverlening (volgens de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening). In de praktijk blijkt dat veel ondernemers met schulden geen hulp kunnen krijgen, omdat hun boekhouding niet op orde is. Ze missen de middelen of ondersteuning om dit te herstellen. Om te voorkomen dat ondernemers hun bedrijf moeten stoppen of dat (ex-)ondernemer buiten de samenleving komen te staan door hun schulden, is er een regeling voor bijzondere bijstand voor het herstellen van de boekhouding tot maximaal drie voorgaande boekjaren.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-565646.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.