Nadere regels gemeentelijke begraafplaats Gemeente Hattem 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hattem,

 

overwegende nadere regels te stellen voor het gebruik en beheer van de gemeentelijke begraafplaats van de gemeente Hattem;

 

gelet op de artikelen 4, eerste lid, 5, vierde lid, 7, tweede lid, 11, tweede lid, 12, 15, 16, tweede lid, 17, 18, eerste, tweede en vierde lid, 19, eerste, tweede en derde lid, 20, eerste en tweede lid, 23, derde en zesde lid, 26, eerste lid, 27, tweede lid en 31 zevende lid van de Beheerverordening gemeentelijke begraafplaats gemeente Hattem 2026;

 

besluit vast te stellen de volgende:

 

Nadere regels gemeentelijke begraafplaats Gemeente Hattem 2026

Artikel 1. Begripsbepalingen

Alle begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de Beheerverordening Gemeentelijke Begraafplaats Gemeente Hattem 2026.

Artikel 2. Openstelling begraafplaats

  • 1.

    De begraafplaats is voor een ieder dagelijks toegankelijk van een half uur na zonsopgang tot een half uur voor zonsondergang.

  • 2.

    Voor werkzaamheden aan graven is de begraafplaats op werkdagen toegankelijk van 08.00 uur tot 17.00 uur, tenzij de beheerder anders beslist of toestemming verleent voor werkzaamheden buiten deze tijden.

  • 3.

    Voor werkzaamheden op de begraafplaats kan de beheerder de begraafplaats of een deel van de begraafplaats tijdelijk sluiten.

  • 4.

    Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor het publiek geopend is, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een uitvaartplechtigheid.

Artikel 3. Ordemaatregelen

  • 1.

    Het is verboden om met motorrijtuigen op de begraafplaats te rijden, behalve na toestemming van de beheerder. Motorvoertuigen waarvoor toestemming is verleend mogen niet harder dan 10km per uur.

  • 2.

    De beheerder is bevoegd om bezoekers met een beperkte mobiliteit toestemming te verlenen voor het bezoeken van een begraafplaats met een aangepast voertuig.

  • 3.

    Honden zijn welkom, mits aangelijnd.

  • 4.

    Asverstrooiing op de begraafplaats is alleen mogelijk op de daartoe aangewezen plaats en alleen na overleg met, toestemming van en in bijzijn van de beheerder.

  • 5.

    Het verontreinigen van de begraafplaats en het plaatsen van gebruiksvoorwerpen buiten de grafafmeting, zoals afval, vazen, potten, gieters en gereedschap is niet toegestaan.

  • 6.

    Het is niet toegestaan om op de graven te lopen, in verband met respect voor de overledenen en nabestaanden, het voorkomen van schade aan de grafbedekking, tenzij de bereikbaarheid voor uitvoering van werkzaamheden belemmert wordt.

  • 7.

    Het is aan steenhouwers, hoveniers, vrijwilligers en daarmede gelijk te stellen personen verboden, anders dan met toestemming van de beheerder, werkzaamheden aan grafbedekkingen op de begraafplaats te verrichten.

Artikel 4. Samenvoegen van overledenen in een graf

  • 1.

    Het samenvoegen van stoffelijke resten op de onderste laag in een graf, om daarmee ruimte te maken voor een nieuwe overledene, is mogelijk indien de wettelijke grafrusttermijn van ten minste 10 jaar wordt gerespecteerd, de resterende graftermijn nog minimaal 10 jaar bedraagt, begraven op meer dan één laag mogelijk is en het samenvoegen technisch uitvoerbaar is.

  • 2.

    Graven uitgegeven voor 1 januari 1990 kan maximaal twee keer een samenvoeging plaatsvinden. Graven uitgegeven na 1 januari 1990 kan slechts één keer een samenvoeging plaatsvinden.

Artikel 5. Uitvoering van verstrooiing of bijzetting

  • 1.

    De aanvrager van asverstrooiing of urnbijzetting dient zich vooraf te melden bij de beheerder van de begraafplaats.

  • 2.

    Bij de melding toont de aanvrager:

    • a.

      een geldig legitimatiebewijs;

    • b.

      en een bewijs van grafrecht of schriftelijke toestemming van de rechthebbende.

  • 3.

    De melding dient uiterlijk drie werkdagen vóór de gewenste datum van uitvoering bij de beheerder te zijn ingediend.

  • 4.

    Verstrooiing van as vindt uitsluitend plaats op het daartoe aangewezen strooiveld en geschiedt in aanwezigheid van de beheerder of diens gemachtigde.

  • 5.

    De administratie houdt een registratie bij van elke verstrooiing en bijzetting, met vermelding van:

    • a.

      de naam van de overledene;

    • b.

      de datum van uitvoering;

    • c.

      en de gegevens van de aanvrager en de rechthebbende.

Artikel 6. Tijden van begraven en asbezorging

  • 1.

    De tijd van begraven en het bezorgen van as op werkdagen is van 10.00 uur tot 15.00 uur, met dien verstande dat in de periode van 1 november tot 1 maart deze tijden zijn vastgesteld op 10.00-14.30 uur.

  • 2.

    De tijd van begraven en het bezorgen van as buiten gangbare uren is tegen betaling mogelijk op werkdagen vanaf 15.00 uur tot twee uur voor zonsondergang en op zaterdagen van 10.00-15.00 uur, met dien verstande dat in de periode van 1 november tot 1 maart deze tijden zijn vastgesteld van 10.00-14.30 uur.

  • 3.

    Geen begrafenis vindt plaats op zondagen of algemeen erkende feestdagen.

  • 4.

    De burgemeester kan in bijzondere gevallen van de genoemde tijden in de eerste, tweede en derde lid van dit artikel afwijken. Als bijzondere gevallen kunnen worden beschouwd situaties die verband houden met culturele of religieuze redenen, gezondheidsredenen, weeromstandigheden of calamiteiten. In die gevallen wordt een extra toeslag in rekening gebracht.

Artikel 7. Aantal overledenen in graven en asvoorzieningen

  • 1.

    De particuliere graven worden onderverdeeld in:

    • a.

      graven uitgegeven voor 1 januari 1990 zijn bestemd voor het begraven van maximaal drie overledenen, dan wel het plaatsen van drie asbussen met of zonder urn.

    • b.

      graven uitgegeven vanaf 1 januari 1990 zijn bestemd voor het begraven van maximaal twee overledenen, dan wel het plaatsen van twee asbussen met of zonder urn.

  • 2.

    Per algemeen graf mogen maximaal drie overledenen worden begraven. Bijzetting van asbussen is niet toegestaan.

  • 3.

    Per urnengraf en urnennis mogen maximaal twee absussen met of zonder urn worden bijgezet.

  • 4.

    De particuliere kindergraven zijn bestemd voor het begraven van maximaal twee overleden kinderen tot de leeftijd van 12 jaar.

  • 5.

    De particuliere foetusgraven zijn bestemd voor het begraven van maximaal twee foetussen.

  • 6.

    Per algemeen foetusgraf mogen maximaal twee foetussen begraven worden.

  • 7.

    Asverstrooiing van as is alleen toegestaan op het daartoe aangewezen verstrooiingsveld. Het is niet toegestaan as op een graf te verstrooien.

  • 8.

    Het is niet toegestaan asbussen met of zonder urnen op het graf te plaatsen of op de begraafplaats achter te laten.

Artikel 8. Afmetingen van graven

  • 1.

    De maximale afmetingen voor een graf is:

    • a.

      de standaard afmeting van een algemeen en particulier graf is 220 x 100cm (lxb).

    • b.

      de afmeting van een particulier graf op oude gedeelten van de begraafplaats is afhankelijk van de beschikbare ruimte 220 x 100cm (lxb).

    • c.

      de afmeting van een keldergraf is 220 x 100cm (lxb).

    • d.

      de afmeting van een kindergraf voor kinderen tot 12 jaar is maximaal 120 x 70cm (lxb).

    • e.

      de afmeting van een foetusgraf voor een niet voldragen foetus tot een zwangerschap van 24 weken is maximaal 50 x 50cm (lxb).

  • 2.

    Indien gebruik wordt gemaakt van een lijkomhulsel met afwijkende maatvoering, dient de beheerder hiervan tijdig op de hoogte te worden gesteld, zodat in overleg kan worden afgeweken van de in lid 1 van artikel 8 genoemde maatvoering.

Artikel 9. Reserveringen

  • 1.

    Het reserveren van een dubbelgraf is alleen mogelijk bij gelijktijdige uitgifte van beide grafrechten.

  • 2.

    Dit recht is alleen van toepassing indien er een vrij graf naast het nieuw uitgegeven graf aanwezig is.

Artikel 10. Categorieën

  • 1.

    Binnen de gemeentelijke begraafplaats van Hattem wordt een aparte categorie ingesteld voor graven met een bijzondere cultuurhistorische waarde. Deze graven worden aangeduid als ‘cultuurhistorisch graf’.

  • 2.

    Een graf kan door het college worden aangewezen als cultuurhistorisch waardevol op basis van onder meer:

    • de ouderdom van het graf;

    • de betekenis van de overledene voor de stad Hattem of de regio’;

    • het ontwerp, de vormgeving of symboliek van het grafmonument;

    • de architectonische, kunsthistorische of landschappelijke waarde;

    • de samenhang met andere waardevolle graven of grafstructuren op de begraafplaats.

  • 3.

    Cultuurhistorische graven worden in principe niet geruimd, ook niet wanneer de grafrechten zijn verlopen. Het college kan besluiten tot overname van het grafrecht om behoud te garanderen.

  • 4.

    Voor deze graven gelden aangepaste regels met betrekking tot:

    • het onderhoud en behoud van het grafmonument;

    • het uitvoeren van restauraties (alleen met toestemming van het college);

    • beperkingen op wijzigingen of toevoegingen aan het monument;

    • subsidiemogelijkheden voor behoud of restauratie (indien beschikbaar).

  • 5.

    Het college kan nadere beleidsregels opstellen voor aanwijzing, beheer, en instandhouding van cultuurhistorisch waardevolle graven.

Artikel 11. Termijnen particuliere graven en urnenvoorzieningen

  • 1.

    Particuliere graven, urnengraven en urnennissen worden uitgegeven voor een termijn van dertig jaar, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat.

  • 2.

    Het in het eerste lid van dit bedoelde artikel wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd met een termijn van tien jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.

  • 3.

    Tussentijdse verlenging van grafrechten is mogelijk indien bij een bijzetting de resterende termijn korter is dan de vereiste grafrusttermijn van tien jaar. Het tarief bedraagt een tiende deel per te verlengen jaar, uitgaande van het vastgestelde tarief van een verlening met tien jaar.

  • 4.

    Algemene graven worden uitgegeven voor een termijn van tien jaar, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat en alleen indien het een uitvaart op kosten van de gemeente betreft.

  • 5.

    Rechthebbenden kunnen maximaal twee jaar voor het verlopen van het termijn de grafrechten verlengen.

  • 6.

    Rechthebbenden worden minimaal één jaar voor het verlopen van het termijn geïnformeerd over het verlengen van de grafrechten.

Artikel 12. Keldergraven

  • 1.

    Het uitgeven van nieuwe keldergraven is niet toegestaan.

  • 2.

    Het onderhoud van bestaande keldergraven valt onder verantwoordelijkheid van de rechthebbende.

  • 3.

    De rechthebbende kan het recht op een bestaand keldergraf verlengen volgens de termijnen zoals opgenomen in de beheerverordening.

  • 4.

    Indien een bestaand keldergraf in verval raakt of het grafrecht wordt beëindigd, wordt het beheer van het keldergraf voortgezet volgens de algemene regels voor vervallen of beëindigde grafrechten. Een bestaand keldergraf kan niet opnieuw worden uitgegeven als keldergraf.

  • 5.

    Bij graven die een gevaar opleveren voor medewerkers of bezoekers, is het college bevoegd maatregelen te treffen, waaronder herstel, afscherming of verwijdering van het graf of monument. De kosten hiervoor komen voor rekening van de rechthebbende.

  • 6.

    De voorwaarden waaraan begraven in bestaande particuliere keldergraven moet voldoen zijn;

    • a.

      het samenvoegen c.q. ruimen van het graf moet beheer technisch uitvoerbaar zijn;

    • b.

      de afmetingen binnenmaat moeten voldoende ruimte bieden voor de kistafmetingen.

    • c.

      het keldergraf is waterdicht en voorzien van adequate ventilatie;

    • d.

      de werkzaamheden zijn veilig uit te voeren.

  • 7.

    Een vergunning voor een reeds bestaand keldergraf kan worden gewijzigd of ingetrokken indien één of meer van de volgende omstandigheden zich voordoet;

    • a.

      de duurzaamheid van de gebruikte materialen onvoldoende is;

    • b.

      de fundering en constructie onvoldoende stabiel en veilig zijn;

    • c.

      ter verkrijging van de vergunning onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    • d.

      de aan de vergunning verbonden voorschriften niet worden nagekomen;

    • e.

      van de vergunning geen gebruik gemaakt wordt binnen de daarin gestelde termijn;

    • f.

      de houder van de vergunning dit verzoekt;

    • g.

      het college om redenen van beheer technische aard dit wenselijk of noodzakelijk acht.

    • h.

      De rechthebbende die in een bestaand keldergraf wil doen begraven, is verplicht op zijn kosten de kelder voor de bijzetting te laten openen en na het bijzetten terstond te laten sluiten.

  • 8.

    Het openen van een keldergraf is verboden anders dan voor het daarin opnemen van overledenen. In dat geval mag het openen niet eerder dan twee uur vooraf plaatsvinden, tenzij de beheerder hiervoor toestemming heeft verleend.

  • 9.

    Voor de plaatsing van een standaard urnenkelder volstaat een meldingsplicht mits de maximale afmetingen niet groter zijn dan de maximale afmetingen van de toegestane grafbedekking.

Artikel 13. Overschrijving van verleende grafrechten

Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon.

Artikel 14. Melding en vergunning grafbedekking

  • 1.

    De melding tot het plaatsen, aanbrengen of wijzigen van een grafbedekking op een graf moet schriftelijk worden gedaan bij het college, uiterlijk een maand voor plaatsing. Het verzoek dient te bevatten:

    • a.

      NAW-gegevens van de rechthebbende van het graf;

    • b.

      NAW-gegevens van de aanvrager indien deze een ander is dan de rechthebbende en tevens de toestemming van de desbetreffende rechthebbende om eigenaar van de grafbedekking te zijn.

    • c.

      de naam van de begraafplaats, de ligging (vak en grafnummer) van het graf.

    • d.

      NAW-gegevens van degene die de te verrichten werkzaamheden op de begraafplaats uitvoert.

    • e.

      een werktekening waarin aangeven:

      • -

        een boven-, voor- en zijaanzicht met alle hoogte-, breedte,- dikte en lengtematen;

      • -

        de soort en kleur van het materiaal van het gedenkteken en de bewerking ervan;

      • -

        de vermelding of de letters en/of tekens, ingehakt, opgehakt of van een ander materiaal zijn;

      • -

        de woordindeling van het opschrift en de plaats van figuratie(s);

      • -

        de soort van het materiaal van de fundering en de wijze van bevestiging van het gedenkteken daarop.

      • -

        de soort beplanting indien het een levende grafbedekking betreft.

  • 2.

    Voor gewenste grafbedekkingen die niet voldaan aan de voorwaarden van artikel 14, lid 1 t/m 12 van de nadere regels, ornamenten voor op het graf, is een vergunning vereist.

  • 3.

    De beslissing op de vergunningaanvraag wordt door het college schriftelijk meegedeeld.

Artikel 15. Voorwaarden voor monumenten en gedenktekens.

  • 1.

    Voor monumenten en gedenktekens mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt, zoals natuursteen, metaal, keramiek, duurzame kunststoffen, verduurzaamde houtsoorten en niet-gehard glas met een minimale dikte van 3cm.

  • 2.

    De lengte en breedte van de grafbedekking, de daarop geplaatste monumenten en ornamenten inbegrepen, mogen de afmetingen van het (urnen-)graf niet overschrijden.

  • 3.

    Monumenten en gedenktekens moeten geplaatst worden op een fundament of afdekplaat die verzakkingen van het monument uitsluiten.

  • 4.

    Alle monumenten, zowel liggende als staande, dienen te worden geplaatst op stiepen van kunststof of staal met een minimale lengte van 200cm.

  • 5.

    Voor het plaatsen van monumenten en gedenktekens op een particulier graf gelden de volgende maximale afmetingen, gemeten in centimeters vanaf het maaiveld: maximaal 190 x 90 x 150 (lxbxh).

  • 6.
    • a.

      Voor het plaatsen van monumenten en gedenktekens op een dubbel graf gelden de volgende maximale afmetingen, gemeten in centimeters vanaf het maaiveld: maximaal 190 x 180 x 150 (lxbxh).

    • b.

      Bij het aflopen van het grafrecht van één van de graven van een dubbelgraf dient tenminste dat deel van het grafmonument verwijderd te worden door of namens de (voormalige) rechthebbende van het graf.

  • 7.

    Voor het plaatsen van monumenten en gedenktekens op een kindergraf gelden de volgende afmetingen, gemeten in centimeters vanaf het maaiveld: maximaal 120 x 70 x 100 (lxbxh)

  • 8.

    Voor het plaatsen van monumenten en gedenktekens op een particulier foetusgraf gelden de volgende afmetingen, gemeten in centimeters vanaf het maaiveld: maximaal 50 x 50 x 50 (lxbxh).

  • 9.

    Voor het liggende gedenkteken genoemd in het vierde, vijfde, zesde en zevende lid geldt een maximale hoogte van 40 cm vanaf het maaiveld.

  • 10.

    Voor het plaatsen van monumenten en gedenktekens op een particulier urnengraf gelden de volgende maximale afmetingen, gemeten in centimeters vanaf het maaiveld

    • a.

      urnengraven aangeduid met A: 50 x 50 x 45 (lxbxh).

    • b.

      urnengraven aangeduid met B: 100 x 60 x 45 (lxbxh).

  • 11.

    Op particuliere urnengraven aangeduid met D mogen uitsluitend een afdekplaat in lessenaarsvorm geplaatst worden en gelden de volgende afmetingen, gemeten in centimeters vanaf het maaiveld: maximaal 48 x 48 (lxb). De hoogte bedraagt maximaal 5 cm aan de voorzijde en 12 cm aan de achterzijde.

  • 12.

    Voorzetplaten van urnennissen zijn afhankelijk van het type nis. Deze worden door de gemeente verstrekt. Afmetingen en materiaal zijn daarbij vastgesteld.

  • Het (laten) aanbrengen van tekst en/of gravure en het herplaatsen van de afdekplaat geschiedt door of namens en voor rekening van de rechthebbende.

  • 13.

    De in het vierde, vijfde, zesde, zevende lid genoemde monumenten en gedenktekens moeten vast aan elkaar en/of afzonderlijk bevestigd gefundeerd worden.

  • 14.

    Bodembedekking of strooibedekking zoals grind, schelpen en boomschors zijn alleen toegestaan binnen een deugdelijke omranding van minimaal 10cm hoogte boven het maaiveld en indien voorzien van een bodemplaat.

  • 15.

    In specifieke situaties kan het college afwijken van de in het vierde, vijfde, zesde, zevende, achtste lid genoemde afmetingen. Een vergunningaanvraag daartoe wordt beoordeeld op inpasbaarheid binnen het betreffende begraafvak of themaveld.

  • 16.

    Op oudere delen van de begraafplaats kunnen de in het vierde, vijfde, zesde, zevende en achtste lid genoemde afmetingen afwijken indien de beschikbare ruimte voor de grafbedekking dit niet toelaat. De beheerder bepaalt de maximale afmetingen.

  • 17.

    Op algemene graven zijn geen grafbedekkingen en gedenktekens toegestaan.

  • 18.

    Op en in de nabijheid van het verstrooiveld zijn permanente en tijdelijke voorwerpen en gedenktekens niet toegestaan.

Artikel 16. Onderhoud door rechthebbende of gebruiker

  • 1.

    Onder onderhoud wordt verstaan het schoonmaken van het monument of gedenktekens, het verven of vergulden van letters en andere figuraties op het monument of gedenkteken, het verwijderen van spontaan opkomende beplanting of zaailingen op de grafbedekking, het rechtzetten van verzakkingen van het monument of gedenkteken en het uitvoeren van overige herstellingen van het monument of gedenkteken.

  • 2.

    Voor het schoonmaken van het monument of gedenktekens zijn alleen biologisch afbreekbare middelen toegestaan.

  • 3.

    Het afval dat vrij komt bij het onderhoud (groenafval en verpakkingsmaterialen) dient door eenieder in de daarvoor aanwezige afvalbakken te worden gedeponeerd.

Artikel 17. Grafbeplanting

  • 1.

    De beplanting op een graf moet binnen de afmetingen van het graf blijven en mag niet hoger worden dan de maximale toegestane hoogte van 150 cm.

  • 2.

    Verboden zijn niet kruidachtige en sterk woekerende planten zoals klimop, bamboe, invasieve exoten en planten met stekels en doornen.

Artikel 18. Losse bloemen, planten en ornamenten.

  • 1.

    Het plaatsen op graven van losse bloemen in steekvazen en planten in potten of bakken is toegestaan, mits geplaatst binnen de maximale afmetingen van de grafbedekking. Glazen vazen en voorwerpen waarin glas verwerkt is, zijn vanuit veiligheidsoogpunt niet toegestaan.

  • 2.

    De rechthebbende of de gebruiker van het graf draagt zelf zorg voor regelmatig onderhoud, het verwijderen van verwelkte bloemen en planten die in verwaarloosde staat verkeren en het terugsnoeien van beplanting binnen de toegestane afmetingen.

  • 3.

    Ornamenten, linten en dergelijke die na een teraardebestelling op het graf worden achtergelaten moeten binnen vier weken na de dag van de teraardebestelling door de rechthebbende of de gebruiker worden verwijderd. Indien niet aan de genoemde termijn voldaan wordt heeft de beheerder het recht om deze ongevraagd te verwijderen, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

  • 4.

    Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende zes weken na de teraardebestelling ter beschikking gehouden van de rechthebbende, indien deze daartoe tevoren een verzoek heeft ingediend bij de beheerder.

  • 5.

    De beheerder is gerechtigd om losse voorwerpen, buiten de toegestane afmetingen groeiende planten, verwelkte bloemen en dode planten te verwijderen indien de rechthebbende of gebruiker dat niet tijdig zelf doet, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

Artikel 19. Plaatsing grafbedekking

  • 1.

    Voor het plaatsen van de grafbedekking is toestemming nodig van de beheerder.

  • 2.

    De grafbedekking met toebehoren moet volgens aanwijzingen van de beheerder worden geplaatst. Alle sporen van afval, ontstaan door of ten gevolge van plaatsingswerkzaamheden, moeten worden opgeruimd.

Artikel 20. Crematie en herbegraven na ruiming

Transport van stoffelijke resten voor crematie of herbegraving elders buiten de begraafplaats is alleen toegestaan door medewerkers van de begraafplaats zelf, een erkende uitvaartonderneming of een erkend gespecialiseerd bedrijf.

Artikel 21. Slotbepalingen

  • 1.

    Deze nadere regels treden in werking met ingang van 01 januari 2026.

  • 2.

    Regels uitvoeringsbesluit voor de grafbedekkingen van 06-12-2022 worden ingetrokken.

  • 3.

    Regels uitvoeringsbesluit graven, asbezorging en registratie van 06-12-2022 worden ingetrokken.

Artikel 22. Citeertitel

Deze nadere regels worden aangehaald als “Nadere regels gemeentelijke begraafplaats Gemeente Hattem 2026”.

Aldus besloten door het college in zijn vergadering van 16-12-2025.

De secretaris,

De burgemeester,

Naar boven