Beheerverordening gemeentelijke begraafplaats gemeente Hattem 2026

De raad van de gemeente Hattem;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 10 november 2025;

 

gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet;

 

besluit vast te stellen de volgende verordening:

 

Beheerverordening gemeentelijke begraafplaats gemeente Hattem 2026.

 

HOOFDSTUK 1. INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaats gelegen aan de Kerkhofdijk;

  • b.

    particulier graf: een particulier graf, keldergraven daaronder begrepen, waarvoor een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van overledenen en het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • c.

    algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven en begraven houden van overledenen;

  • d.

    keldergraf: een kunststof, betonnen of gemetselde constructie die in de grond is geplaatst en waarin één of meer overledenen worden begraven en begraven houden of asbussen worden bijgezet;

  • e.

    kindergraf: een particulier graf waarin gelegenheid wordt geboden tot het begraven en begraven houden van een natuurlijk persoon tot 12 jaar en van levenloos geborene;

  • f.

    foetusgraf: een graf waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven en begraven houden van een foetus < 24 weken.

  • g.

    sterretjesveld: een algemeen foetusgraf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven en begraven houden van een foetus < 24 weken.

  • h.

    dubbelgraf; twee enkele particuliere graven naast elkaar die toebehoren aan eenzelfde rechthebbende en waar plaatsing van een gezamenlijke grafbedekking is toegestaan;

  • i.

    urnengraf: een particulier graf, urnenkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • j.

    urnennis: een nis in een urnenmuur of urnenzuil, waarin de gelegenheid wordt geboden tot het bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

  • k.

    asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

  • l.

    urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;

  • m.

    verstrooiingsplaats: een plaats bij de gemeente in beheer waar as van een overledene kan worden verstrooid;

  • n.

    verzamelgraf: een graf in beheer van de gemeente voor het doen herbegraven van stoffelijke resten die afkomstig zijn uit geruimde graven;

  • o.

    grafbedekking: monumenten, gedenktekens, beplanting of gras die op het graf zijn geplaatst of geplant;

  • p.

    gedenktekens: een grafsteen, liggende of staande zerk, sierurn, sluitplaat of ander gedenkteken ter nagedachtenis van een overledene;

  • q.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hattem;

  • r.

    beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats of degene die de beheerder vervangt;

  • s.

    administratie: de ambtenaar die belast is met de administratie van de graven en asbestemmingen, alsmede de planning van de uitvaarten en plechtigheden of degene die de administratie vervangt;

  • t.

    rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf of particulier urnengraf- en nissen;

  • u.

    gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf is verleend;

  • v.

    eigenaar: natuurlijk persoon of een rechtspersoon die met toestemming van de rechthebbende de grafbedekking op een graf in eigendom heeft;

  • w.

    belanghebbende: een verzamelnaam voor alle contactpersonen met een belang bij een graf, een natuurlijk persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechthebbende;

  • x.

    aanvrager: natuurlijk persoon of rechtspersoon die – al dan niet door tussenkomst van een uitvaartondernemer - opdracht geeft voor een begrafenis, bijzetting, herdenkingsplechtigheid of asverstrooiing en hiervoor de betalingsplichtige is. Tevens de natuurlijk persoon of rechtspersoon die de uitgifte van een graf, grafkelder, urnengraf of urnennis verzoekt en hiervoor de betalingsplichtige is;

  • y.

    wet: wet op de lijkbezorging en de daaruit voortvloeiende regelgeving;

  • z.

    grafrecht: het gebruiksrecht op het gebruik van een ruimte in een graf of ruimte in een urnennis en het uitsluitend recht op een particulier graf of urnengraf;

  • aa.

    grafakte: de beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waarin overeenkomst de bepalingen van deze verordening door of namens het college een grafrecht wordt verleend;

  • bb.

    lijkbezorging: het lichaam van een overledene of levenloos geborene laten begraven of cremeren of op een andere bij of krachtens de wet voorziene wijze;

  • cc.

    samenvoegen: het bij een lopend grafrecht, op verzoek van de rechthebbende, samenvoegen van twee lagen in een graf tot op de onderste laag, bij graven met meerdere lagen;

  • dd.

    schudden: een vorm van ruiming van het graf waarbij de stoffelijke resten na afloop of na afstand van het grafrecht verdiept worden begraven, tot onder de onderste laag;

  • ee.

    ruimen: het opgraven en verwijderen van stoffelijke resten uit een graf na het verstrijken van de grafrusttermijn.

Artikel 2. Uitbreiding begrippen particulier en algemeen graf

  • 1.

    Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder ‘particulier graf’ mede verstaan: familiegraf, keldergraf, urnengraf, urnennis, kindergraf en foetusgraf.

  • 2.

    Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder ‘algemeen graf’ mede verstaan: algemeen foetusgraf.

Artikel 3. Beheer

  • 1.

    Het beheer van de begraafplaats berust bij het college.

  • 2.

    Het beheer omvat:

    • a.

      dagelijkse leiding en aansturing van de begraafplaats;

    • b.

      de bijbehorende administratie van de begraafplaats;

    • c.

      het onderhouden van de begraafplaats;

    • d.

      het bieden van faciliteiten voor lijkbezorging.

  • 3.

    Het college wijst één of meer verantwoordelijken aan voor het dagelijks beheer en de administratie.

HOOFDSTUK 2. OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS

Artikel 4. Openstelling begraafplaats

  • 1.

    De begraafplaats is dagelijks toegankelijk gedurende het door het college bij nadere regels vast stellen tijden. Het college maakt deze tijden openbaar bekend.

  • 2.

    Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats kunnen toegangen tijdelijk worden gesloten.

  • 3.

    Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor het publiek geopend is, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van uitvaartplechtigheden of algemene herdenkingsbijeenkomsten.

Artikel 5. Ordemaatregelen

  • 1.

    Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

  • 2.

    Tijdens uitvaartplechtigheden mogen op de begraafplaats geen werkzaamheden plaatsvinden die de rust verstoren.

  • 3.

    De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste en tweede lid bedoelde aanwijzing en verbod houden van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen.

  • 4.

    Het college kan via nadere regels aanvullende ordermaatregelen vaststellen.

Artikel 6. Plechtigheden

  • 1.

    Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en andere plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen tevoren schriftelijk zijn gemeld aan de administratie. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door de administratie vastgesteld.

  • 2.

    De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

Artikel 7. Opgravingen, samenvoegingen en ruimen

  • 1.

    Bij het opgraven van overledenen, de samenvoeging van stoffelijke resten en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast.

  • 2.

    Het college kan nadere regels vaststellen omtrent het opgraven, samenvoegen en ruimen van graven.

HOOFDSTUK 3. VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING

Artikel 8. Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf

  • 1.

    Degene die wil begraven, as wil bijzetten of as wil verstrooien, geeft daarvan uiterlijk drie werkdagen voorafgaande aan de dag waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan het college. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om de overledene binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de administratie zo tijdig mogelijk worden gedaan.

  • 2.

    Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats of degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden belast zijn.

  • 3.

    Nabestaanden kunnen na een begraving het sluiten van een graf en het bedienen van de graflift onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk 24 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen.

Artikel 9. Lijkomhulsel en grafgiften.

  • 1.

    Rechthebbenden of gebruikers leveren, gebruiken en accepteren uitsluitend lijkomhulsels die voldoen aan de in of krachtens de wet dan wel op basis van publiekrechtelijke verordeningen, privaatrechtelijke regelementen of algemene voorwaarden gestelde regels ten aanzien van de doorlaatbaarheid van vloeistoffen en gassen, mechanische eigenschappen, vorm en biologische afbreekbaarheid.

  • Genoemde regels zijn vastgesteld in het Besluit op de lijkbezorging en de Technische adviezen voor inrichting begraafplaatsen, graven en asverstrooiing. In geval van ernstige en gerechtvaardigde twijfel of de materialen aan deze eis voldoen, kan de beheerder een controle instellen. Blijken de gebruikte materialen niet aan de eis te voldoen dan kan begraving geweigerd worden.

  • 2.

    Rechthebbende of gebruikers zijn verplicht bij op het aanvraagformulier voor een begrafenis het gebruik van lijkhoezen aan de administratie door te geven.

  • 3.

    Het is verboden om te begraven in een zinken of andere metalen of kunststof (binnen)kist.

  • 4.

    Het is niet toegestaan voorwerpen aan de grafruimte toe te voegen die de vertering van de overledene belemmeren of voorkomen en/of vervuilend zijn.

  • 5.

    De beheerder kan bij het ter begraving aanbieden van een kist of ander lijkomhulsel verzoeken om een schriftelijke verklaring omtrent de aanwezigheid van de in de voorgaande leden bedoelde materialen en voorwerpen.

  • 6.

    De beheerder kan door middel van steekproeven controleren of aan de bepalingen in dit artikel is voldaan.

Artikel 10. Over te leggen stukken

  • 1.

    Tot begraving wordt niet eerder overgegaan dan nadat het verlof tot begraven en het registratiedocument behorende bij het lijkomhulsel zijn overgelegd aan de beheerder.

  • Het registratiedocument bevat een registratienummer dat overeenkomt met het nummer op het lijkomhulsel dat zichtbaar is aangebracht.

  • 2.

    Indien de begraving of de bezorging van as in een bestaand particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de administratie te worden overlegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door de nieuwe rechthebbende.

  • 3.

    Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijk minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de dan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende.

  • 4.

    De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren, gerekend vanaf de eerste begraving.

  • 5.

    Indien de burgemeester verlof heeft verleend om een overledene binnen 36 uur na het overlijden te begraven dient het bedoelde verlof van de burgemeester worden overlegd.

  • 6.

    De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.

Artikel 11 – Verstrooiing van as en bijzetting van urnen

  • 1.

    Het verstrooien van as of het bijzetten van een urn op de begraafplaats is slechts toegestaan indien daarvoor aantoonbaar opdracht is gegeven door de rechthebbende van het betreffende graf, urnengraf of urnennis.

  • 2.

    Het college is bevoegd nadere regels vast te stellen over de voorwaarden en wijze waarop verstrooiing of bijzetting plaatsvindt, waaronder:

    • o

      de wijze waarop de opdracht van de rechthebbende wordt aangetoond;

    • o

      de meldingstermijnen;

    • o

      de aanwezigheid van de beheerder;

    • o

      en de vereiste documenten en/of verklaringen.

Artikel 12. Tijden van begraven en asbezorging

De tijden van begraving, bijzetting en bezorging worden door het college bij nadere regels vastgesteld.

Artikel 13 Gemeentelijke voorzieningen

Het gebruik van gemeentelijke voorzieningen, voor zover aanwezig of beschikbaar, dient schriftelijk of mondeling te worden aangevraagd bij de administratie, uiterlijk 24 uur voorafgaande aan die waarop de begraving of bijzetting zal plaatsvinden.

HOOFDSTUK 4. INDELING EN UITGIFTE VAN DE GRAVEN

Artikel 14. Indeling graven en asbezorging

Op de begraafplaats kan worden uitgegeven:

  • a.

    particuliere (kelder-)graven;

  • b.

    particuliere foetusgraven;

  • c.

    particuliere kindergraven;

  • d.

    particuliere urnengraven;

  • e.

    particuliere urnennissen.

Artikel 15. Aantal overledenen in graven en asbussen in asvoorzieningen

  • 1.

    Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel overledenen en hoeveel asbussen met of zonder urn(en) er kunnen worden bijgezet in de particuliere graven genoemd in artikel 14 van de Beheerverordening Gemeentelijke begraafplaats Gemeente Hattem 2026. Het college bepaalt tevens de afmetingen van de particuliere graven.

  • 2.

    Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel overledenen er kunnen worden bijgezet in algemene graven. Asbusbijzettingen zijn niet toegestaan in de algemene graven. Het college bepaalt tevens de afmetingen van de algemene graven.

  • 3.

    Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel asbussen met of zonder urn in urnennissen worden bijgezet.

Artikel 16. Volgorde van uitgifte

  • 1.

    Particuliere graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging uitgegeven, tenzij door de beheerder anders is bepaald. De administratie bepaalt welk graf uitgegeven wordt.

  • 2.

    Het college bepaalt via nadere regels onder welke voorwaarden reserveringen van graven mogelijk zijn.

  • 3.

    Bij het uitgeven van een eerder geruimd graf bepaalt het college welk graf wordt uitgegeven ten behoeve van een nieuwe begraving.

  • 4.

    De beheerder kan een particulier graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is.

Artikel 17. Categorieën

Het college kan bij nader vast te stellen regels de particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt voor de verschillende categorieën de situering, oppervlakte en gebruiksvoorwaarden.

Artikel 18. Termijnen particuliere graven

  • 1.

    Het college verleent, voor zover de daartoe bestemd ruimte van de begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij hem schriftelijk in te dienen aanvraag, grafrechten. Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels de termijnen. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf wordt uitgegeven.

  • 2.

    Het in het eerste lid bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met via nadere regels vast te stellen termijnen, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.

  • 3.

    Als het grafrecht niet voor het einde van de termijn van de afloop van het recht is voldaan vervalt het grafrecht na het einde van die termijn terug aan de gemeente.

  • 4.

    Het gebruik van algemene graven wordt verleend voor een bij nadere regels vast te stellen termijn. Deze termijn kan niet worden verlengd.

  • 5.

    De bijzetting van een asbus impliceert dat de rechthebbende of gebruiker opdracht geeft tot wijziging van de bestemming van de as in die zin dat de as dient te worden verstrooid, indien het grafrecht niet wordt verlengd en niet tijdig voor afloop een andere bestemming kenbaar is gemaakt. De verstrooiing vindt ambtshalve plaats, op een door de beheerder te bepalen tijdstip en plaats, zonder kennisgeving aan en buiten aanwezigheid van nabestaanden.

  • 6.

    Dubbelgraven worden uitgegeven voor een gelijke termijn vanaf eenzelfde datum en kunnen alleen gelijktijdig verlengd worden voor eenzelfde termijn. Bij een bijzetting waarbij de resterende termijn minder is dan de vereiste wettelijke grafrust dienen de beide rechten gelijktijdig verlengd te worden met een gelijke termijn.

Artikel 19. Keldergraven

  • 1.

    Het college kan bij nader vast te stellen regels voorwaarden stellen aan het oprichten van nieuwe keldergraven.

  • 2.

    Het college kan bij nader vast te stellen regels voorwaarden stellen aan het gebruik van bestaande keldergraven.

  • 3.

    Het college kan bij nader vast te stellen regels voor reeds bestaande keldergraven de vergunning voorwaarden wijzigen of intrekken.

Artikel 20. Overschrijving van verleende grafrechten

  • 1.

    Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon. Het college kan via nadere regels voorwaarden verbinden aan wie het grafrecht kan worden overgeschreven.

  • 2.

    Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particuliere graf worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan. Het college kan via nadere regels voorwaarden verbinden aan wie het grafrecht kan worden overgeschreven.

  • 3.

    Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn van zes maanden, is het college bevoegd het recht op het particuliere graf te doen vervallen.

  • 4.

    Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn kan het college het particuliere graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd.

  • 5.

    De rechthebbende en/of belanghebbende is verplicht om zijn/haar adresgegevens aan de administratie van de begraafplaats op te geven, alsmede de wijziging van hun adres.

Artikel 21. Vervallen grafrechten

  • 1.

    Het grafrecht vervalt:

    • a.

      door het verlopen van de termijn waarvoor het recht is verleend;

    • b.

      indien de rechthebbende afstand doet van het recht;

    • c.

      indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving van het recht niet wordt gedaan binnen de in artikel 19, lid 2 genoemde termijn van zes maanden na het overlijden van de rechthebbende;

    • d.

      indien de begraafplaats wordt opgeheven.

  • 2.

    Het college kan de grafrechten vervallen verklaren:

    • a.

      indien de betaling van het grafrecht – ondanks een aanmaning – niet binnen zes maanden na aanvang van die termijn is geschied;

    • b.

      indien de rechthebbende – ondanks een aanmaning – in verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt;

    • c.

      indien de rechthebbende – ondanks een aanmaning – niet binnen een jaar overgaat tot herstel van een graf dat in verval is.

  • 3.

    Onder in verval zijnde graven wordt verstaan:

    • a.

      breuk van het monument;

    • b.

      een verzakking van het monument van meer dan 10 cm;

    • c.

      het onleesbaar afgesleten zijn van de teksten;

    • d.

      beplanting buiten de toegestane afmetingen (groeiend boven de toegestane hoogte en buiten de grafafmeting);

    • e.

      omgevallen monumenten, dan wel monumenten die (deels) beschadigd zijn geraakt;

    • f.

      graven die een risico vormen voor de veiligheid van medewerkers en bezoekers van de begraafplaats (ondeugdelijke constructies volgens huidige richtlijnen).

  • 4.

    In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, c en d, en in het tweede lid, vindt geen terugbetaling plaats van (een deel van) de betaalde rechten.

Artikel 22. Afstand doen van graven

Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particuliere graf, ongebruikte graven inbegrepen. Van de ontvangst van zodanige verklaring doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.

HOOFDSTUK 5. GRAFBEDEKKINGEN

Artikel 23. Melding en vergunning grafbedekking

  • 1.

    Voor het plaatsen van een grafdekking dient een schriftelijke melding te worden gedaan bij het college.

  • 2.

    De rechthebbende van een particulier graf dient de melding voor het hebben van een grafbedekking in.

  • 3.

    Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van het indienen van een melding, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen.

  • 4.

    Het college gaat akkoord met de melding indien aan onderstaande voorwaarden voldaan wordt:

    • a.

      voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het derde lid van dit artikel;

    • b.

      de grafbedekking geen afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;

    • c.

      de duurzaamheid van de materialen voldoende is;

    • d.

      de constructie van de grafbedekking deugdelijk is;

    • e.

      de grafbedekking of het opschrift niet aanstootgevend is;

    • f.

      aan de financiële verplichtingen behorend bij de uitgifte van een graf is voldaan.

  • 5.

    Voor plaatsing van een grafbedekking en gedenkmonument is altijd een schriftelijke melding vooraf aan de administratie vereist en vervolgens toestemming van de beheerder voor het tijdstip van en handelwijze bij plaatsing.

  • 6.

    Het college kan in speciale situaties de rechthebbende op een particulier graf vergunning verlenen voor een grafbedekking en gedenkteken dat afwijkt van de voorwaarden van de gestelde nadere regels.

  • 7.

    Lid 1 en 2 van dit artikel zijn niet van toepassing op een afsluitplaat van een urnennis.

Artikel 24. Aansprakelijkheid

  • 1.

    Het plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking gebeurt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende van het particuliere graf.

  • 2.

    Al hetgeen wat op het graf geplaatst is, wordt geacht voor rekening en risico van de rechthebbende van het particulier graf te zijn aangebracht.

  • 3.

    Schade als gevolg van brand, vandalisme, weersinvloeden (zoals vorst, storm, bliksem, wateroverlast) en andere van buiten komende oorzaken, is voor rekening van de rechthebbende of gebruiker.

  • 4.

    Indien naar het oordeel van de beheerder een gevaarlijke situatie is ontstaan, kan de beheerder direct maatregelen treffen. De kosten van de maatregelen kunnen worden verhaald op de rechthebbende of belanghebbende van het graf.

Artikel 25. Onderhoud door de houder van de begraafplaats

  • 1.

    Het college voorziet in het algemeen onderhoud van de begraafplaats. Dit betreft het onderhouden van de graven (met uitzondering van gedenktekens), wegen, paden, bomen, algemeen groen en algemene voorzieningen zoals de watertappunten.

  • 2.

    De beheerder van de begraafplaats is gerechtigd om altijd, zonder toestemming van de eigenaar van de grafbedekking, overhangend groen van graven en beplanting die buiten en boven de toegestane maximale hoogte uitreikt, te snoeien of te verwijderen, zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op een vergoeding.

Artikel 26. Onderhoud door rechthebbende of gebruiker

  • 1.

    De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen. Het college kan nadere regels vaststellen omtrent een nadere specificering en de wijze van onderhouden.

  • 2.

    Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan de beheerder de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking te verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende dertien weken ter beschikking van de rechthebbende of belanghebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

  • 3.

    De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de rechthebbende of de gebruiker door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of gebruiken niet bekend is maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.

  • 4.

    Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van de beheerder het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar oplevert voor derden.

Artikel 27. Grafbeplanting

  • 1.

    Beplanting op een graf die, naar oordeel van de beheerder, in een verwaarloosde staat verkeert, kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op een vergoeding.

  • 2.

    Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de aard, de afmetingen en de wijze van aanbrengen van grafbeplanting.

Artikel 28. Tijdelijke verwijdering grafbedekking

  • 1.

    Het afnemen en herplaatsen van een gedenkteken respectievelijk afdekplaat ten behoeve van de begraving van een overledene of de bijzetting van een asbus in een particulier graf geschiedt namens de rechthebbende en is voor rekening en risico van de rechthebbende.

  • 2.

    Een rechthebbende en eigenaar van een grafbedekking is verplicht te gedogen dat de op een graf aanwezige gedenktekens, beplanting en voorwerpen door de gemeente tijdelijk geheel of gedeeltelijk worden verwijderd en herplaatst, indien dit voor een begraving of bijzetting in de nabijheid van het graf of om een andere reden nodig is.

  • 3.

    Een rechthebbende en eigenaar van een grafbedekking is verplicht te gedogen dat tijdelijk grond op het graf geplaatst wordt, indien dit voor een begraving of bijzetting in de nabijheid van het graf of om een andere reden nodig is.

Artikel 29. Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn

  • 1.

    De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte in opdracht van het college, door de beheerder van het graf verwijderd.

  • 2.

    Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking maakt het college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd per brief aan de rechthebbende bekend, gelijktijdig met de aanbieding van een verlening. Wanneer het adres van de rechthebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend.

  • 3.

    Indien de grafbedekking bij afloop van de grafrechtentermijn niet verwijderd is, vervalt deze aan de gemeente, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is.

  • 4.

    Voorafgaande de verwijdering van de grafbedekking is melding en toestemming van de beheerder nodig over het tijdstip en wijze van verwijdering.

Artikel 30 Voorwerpen op en rond graven

  • 1.

    Het is niet toegestaan om losse voorwerpen te plaatsen achter en in de nabijheid van graven.

  • 2.

    Zolang het graf niet geruimd mag worden, blijven de op de graven bevestigde voorwerpen ter beschikking van de eigenaar van de grafbedekking.

  • 3.

    Na afloop van het grafrecht of het gebruik, vervalt het recht op deze voorwerpen aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

HOOFDSTUK 6. RUIMING VAN GRAVEN, URNENGRAVEN EN URNENNISSEN

Artikel 31. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

  • 1.

    Het voornemen van het college om een graf of urnennis te ruimen wordt tenminste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het grafrecht of gebruiksrecht verloopt per brief aan de rechthebbende bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend.

  • 2.

    De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten worden geconfronteerd.

  • 3.

    De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten worden overgebracht naar een verzamelgraf.

  • 4.

    De aanwezige asbussen in graven en nissen worden verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats.

  • 5.

    De rechthebbende van een particulier graf kan gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de administratie een schriftelijke aanvraag indienen om bij ruiming van de menselijke resten, indien mogelijk, bijeen te brengen voor crematie of herbegraving elders.

  • 6.

    Nabestaanden van een overledene die begraven is of waarvan een asbus al dan niet met urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de administratie een aanvraag indienen om bij ruiming van de menselijke resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie, herbegraving of verstrooiing elders.

  • 7.

    Het college kan nadere regels vaststellen over het ruimen, schudden, bezorgen van overblijfselen en as.

HOOFDSTUK 7. IN STAND HOUDEN HISTORISCHE GRAVEN EN OPVALLENDE GRAFBEDEKKING

Artikel 32. Lijst historische graven

  • 1.

    Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.

  • 2.

    Van de in het eerste lid bedoelde lijst wordt aantekening gemaakt in het grafregister.

  • 3.

    Voordat er tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de in lid 1 genoemde lijst te worden bijgeschreven.

  • 4.

    Het college beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staat.

HOOFDSTUK 8. INRICHTING REGISTER

Artikel 33. Voorschriften

  • 1.

    De administratie houdt een openbaar register bij van diegenen die zijn begraven of waarvan de as is bezorgd. In dit register worden de naam, geboortedatum en overlijdensdatum opgenomen. Daarbij is vermeld de grafaanduiding en de dag van de begraving of bijzetting.

  • 2.

    De administratie houdt gegevens bij van alle rechthebbenden en gebruikers, alsmede belanghebbenden van de graven en urnenplaatsen, met hun namen en adressen. Dit dossier is niet openbaar doch de gegevens van rechthebbenden en gebruikers kunnen worden verstrekt aan derden, indien hun belangen dit rechtvaardigen.

  • 3.

    De rechthebbenden van particuliere graven, gebruikers van urnennissen en eigenaren van grafbedekkingen voor zover niet de rechthebbende of gebruiker van het graf, zijn verplicht de wijzigingen van hun NAW-gegevens binnen een maand aan de administratie van de begraafplaats door te geven.

  • 4.

    Het register wordt bijgehouden door de administratie van de begraafplaats.

  • 5.

    Een plattegrond van de begraafplaats, waarop de graven genummerd zijn aangeduid, wordt bijgehouden door de administratie van de begraafplaats.

HOOFDSTUK 9. SLOTBEPALINGEN

Artikel 34. Beslissingsbevoegdheid

In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.

Artikel 35. Intrekking oude regeling

De beheersverordening begraafplaats gemeente Hattem 2019, vastgesteld op 6 mei 2019 wordt ingetrokken.

Artikel 36. Overgangsbepaling

  • 1.

    Besluiten van het college van Gemeente Hattem die genomen zijn voor 1 januari 2026 krachtens de huidige verordeningen op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaats gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

  • 2.

    Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, is daarop deze verordening van toepassing.

Artikel 37. Strafbepaling

Overtreding van enige bepaling van deze verordening of van een krachtens enige bepaling van deze verordening gegeven voorschrift wordt, voor zover niet reeds bij of krachtens de wet strafbaar gesteld, gestraft met een geldboete van de eerste categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijk uitspraak.

Artikel 38. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 01 januari 2026.

Artikel 39. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Beheerverordening gemeentelijke begraafplaats Gemeente Hattem 2026.

Aldus besloten door de raad van de gemeente Hattem in de openbare raadsvergadering van 15 december 2025.

de griffier,

de voorzitter,

Naar boven