Besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld tot vaststelling van de vijfde wijziging van de Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Barneveld

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld;

 

gelet op artikel 35 van de Participatiewet;

 

besluit:

 

vast te stellen de vijfde wijziging van de Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Barneveld

Artikel I  

A

Artikel 1, lid 2, onder e, komt te vervallen. Daarvoor in de plaats komt een nieuw artikel 1, lid 2, onder e, luidende:

  • e.

    huurgrens: de maximale huurgrens zoals genoemd in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag;

B

Aan artikel 3 wordt een nieuw lid 8 toegevoegd, luidende:

  • 8.

    In afwijking van het eerste lid worden bij de vaststelling van het vermogen spaargelden, die zijn opgebouwd tijdens de periode waarin bijstand wordt ontvangen, wel in aanmerking genomen.

C

De titel van artikel 10 komt te luiden: “Artikel 10 In een inrichting verblijvende jongere van 18, 19 of 20 jaar”.

 

D

Artikel 10, lid 1, komt te vervallen.

 

E

Artikel 10, lid 2, wordt vernummerd naar artikel 10, lid 1, en komt te luiden:

  • 1.

    Bijzondere bijstand voor noodzakelijke kosten van bestaan van een jongere van 18, 19 of 20 jaar die in een inrichting verblijft en die geen beroep kan doen op zijn ouder(s) als bedoeld in artikel 20, lid 3, van de wet, wordt afgestemd op de feitelijke kosten van bestaan van de jongere. De bijzondere bijstand met het eventuele inkomen samen, bedragen maximaal de bijstandsnorm van iemand van 21 jaar in een vergelijkbare situatie.

F

Artikel 10, lid 3, wordt vernummerd naar artikel 10, lid 2.

 

G

Artikel 11, lid 1, komt te luiden:

  • 1.

    De cliënt heeft aanspraak op een woonkostentoeslag als hij zijn hoofdverblijf heeft in een

    • a.

      huurwoning en de huurprijs

      • °1

        lager is dan de huurgrens, maar de cliënt nog in afwachting is van een besluit op zijn aanvraag huurtoeslag. De woonkostentoeslag heeft de hoogte van het bedrag aan (nog niet ontvangen) huurtoeslag waarop de cliënt aanspraak maakt; óf

      • °2

        hoger is dan de huurgrens. De woonkostentoeslag heeft de hoogte van het verschil tussen de huurgrens en de huurprijs.

    • b.

      koopwoning en de woonkosten

      • °1

        lager zijn dan de huurgrens. De woonkostentoeslag heeft de hoogte van het bedrag van de huurtoeslag als de woonkosten gelijk gesteld zouden zijn aan huur; óf

      • °2

        hoger zijn dan de huurgrens. De woonkostentoeslag heeft de hoogte van het bedrag van de huurtoeslag als de woonkosten gelijk gesteld zouden zijn aan huur en de woonkosten evenveel zouden bedragen als de huurgrens. De woonkostentoeslag wordt vervolgens verhoogd met het verschil tussen de daadwerkelijke woonkosten en de huurgrens.

H

In artikel 33, lid 1, komt de zinsnede “, tot maximaal de aanschafprijs in voorverkoop” te vervallen.

 

I

In artikel 33, lid 2, wordt de zinsnede “30 juni” vervangen door de zinsnede “30 april”.

 

J

Artikel 33, lid 4, komt te vervallen.

 

K

Artikel 33, lid 5 wordt vernummerd naar artikel 33, lid 4.

Artikel II  

A

In de toelichting komt de titel van artikel 10 te luiden: “Artikel 10 In een inrichting verblijvende jongere van 18, 19 of 20 jaar”.

 

B

De toelichting op artikel 10 komt te vervallen. Daarvoor in de plaats komt de volgende toelichting:

 

“Voor jongeren van 18 tot en met 20 jaar zijn ouders onderhoudsplichtig. Als een jongere kosten heeft die de jongerennorm van de bijstand te boven gaat, dan worden de ouders geacht bij te dragen in de kosten van het onderhoud. Als de jongere zijn ouder(s) niet kan aanspreken om een financiële bijdrage in zijn onderhoud te leveren, is bijzondere bijstand mogelijk.

 

In het derde lid worden de omstandigheden opgesomd waarin wordt aangenomen dat de ouders niet aan te spreken zijn op hun onderhoudsplicht. Beide ouders zijn hoofdelijk aansprakelijk. Dus als één ouder niet aan te spreken is, moet alsnog de andere ouder voldoen aan zijn onderhoudsplicht. Bijzondere bijstand is pas mogelijk als beide ouders niet aan te spreken zijn.

 

Het inkomen van de jongere en de bijzondere bijstand kunnen samen in ieder geval nooit meer zijn dan de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a, van de wet. Om de hoogte van de bijzondere bijstand te bepalen wordt gekeken naar de feitelijke noodzakelijke kosten van de jongere. Er wordt dus niet automatisch aangevuld tot aan de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a, van de wet.”

 

C

De toelichting op artikel 11 komt te vervallen. Daarvoor in de plaats komt de volgende toelichting:

 

“De huur van een (nieuwe) woning moet vooruit betaald worden. Het is niet altijd mogelijk om al een toekenningsbesluit van de huurtoeslag te hebben voordat de huur betaald moet worden. Ter overbrugging tot het moment dat de huurtoeslag ontvangen wordt, kan er in de vorm van een lening bijzondere bijstand verstrekt worden. De bijzondere bijstand mag maximaal de hoogte van de (te verwachten) huurtoeslag hebben, omdat de bijstand na ontvangst van de huurtoeslag direct terugbetaald moet worden.

 

Een cliënt met een huurprijs boven de huurgrens die door verlies van inkomen zijn huur niet meer kan betalen, kan tijdelijk bijzondere bijstand verkrijgen. De hoogte van de bijzondere bijstand is dan de maximale huurtoeslag die bij het inkomen van de cliënt hoort, verhoogd met het verschil tussen de huurgrens en de feitelijke (hogere) huurprijs.

 

Ook als een cliënt de woonkosten van zijn koopwoning niet meer kan opbrengen door verlies van inkomsten, kan er tijdelijk bijzondere bijstand verstrekt worden. De cliënt kan ondanks zijn lage inkomen geen huurtoeslag verkrijgen, omdat hij geen huurwoning bewoont. De bijzondere bijstand bedraagt dan wat de cliënt aan huurtoeslag zou hebben ontvangen als het wel een huurwoning betrof.

 

Als de woonkosten hoger zijn dan de huurgrens wordt de bijzondere bijstand nog verhoogd met het verschil tussen de huurgrens en de feitelijke (hogere) woonkosten. Wat onder woonkosten wordt verstaan is opgesomd in artikel 1 van deze beleidsregels.

 

De bijzondere bijstand wordt alleen tijdelijk verstrekt en de cliënt met kosten boven de huurgrens heeft de plicht om er alles aan te doen om zo snel mogelijk een goedkopere woning te verkrijgen, zodat de bijzondere bijstand niet meer nodig is.”

 

D

De toelichting op artikel 28 komt te vervallen.

 

E

De toelichting op artikel 33 komt te vervallen. Daarvoor in de plaats komt de volgende toelichting:

 

“De einddatum van de aanvraagperiode sluit aan bij de einddatum van de reguliere verkoop van het zomerzwemabonnement door het zwembad. De cliënt krijgt bij het zwembad het abonnement op vertoon van de toekenningsbeschikking. Het abonnement wordt door het zwembad op een toegangspas gezet. Deze toegangspas is een kooppas. De cliënt kan eenmaal een vergoeding krijgen voor deze pas. Als de toegangspas stuk gaat of de cliënt deze kwijtraakt, dan moet de cliënt zelf een nieuwe pas kopen.”

 

Artikel III  

  • a.

    Artikel I en artikel II, onderdelen A tot en met C en E, van dit besluit treden na bekendmaking ervan in werking met ingang van 1 januari 2026.

  • b.

    Artikel II, onderdeel D, van dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking ervan en werkt terug tot en met 1 juli 2025.

Aldus vastgesteld op 16 december 2025,

Burgemeester en wethouders voornoemd,

W. Wieringa

Secretaris

J. van der Tak,

Burgemeester

Naar boven