Gemeenteblad van Amersfoort
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amersfoort | Gemeenteblad 2025, 565490 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amersfoort | Gemeenteblad 2025, 565490 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening raadgevend referendum Amersfoort
Artikel 4. Taken en vergaderingen referendumcommissie
De referendumcommissie kan op eigen initiatief aan de raad, het college, de burgemeester dan wel het gemeentelijk stembureau advies uitbrengen over aanpassingen van deze verordening, over de bij referenda en referendumverzoeken te volgen procedure en over alle overige zaken die het referendum betreffen en die zij van belang acht.
Artikel 5. Het inleidend verzoek
Het inleidend verzoek wordt bij de indiening ondersteund door voldoende ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn voor de raad op de veertiende kalenderdag voor de raadsvergadering waarin het ontwerp-raadsbesluit wordt besproken. Het minimaal aantal benodigde unieke en geldige ondersteuningsverklaringen is afhankelijk van het aantal inwoners van de gemeente, zoals dit per 1 januari van het kalenderjaar voorafgaand aan de datum van het inleidend verzoek is vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek, namelijk:
Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier, waarop het onderwerp van het ontwerp-raadsbesluit is opgenomen. De voorzitter van de raad kan op verzoek van de initiatiefnemer toestaan de ondersteuningsverklaringen digitaal te verzamelen.
Het gemeentelijk stembureau controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het tweede lid en stelt vast of er voldoende geldige ondersteuningsverklaringen tijdig zijn ingeleverd. Hierbij kan deze de methode van een steekproef gebruiken.
Als voldoende ondersteuningsverklaringen zijn ingediend, beslist de raad in de vergadering waarvoor het voorgenomen besluit is geagendeerd of het inleidend verzoek wordt ingewilligd. De raad toetst daarbij, gelet op het advies van de referendumcommissie, of het inleidend verzoek voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2 van deze verordening.
Artikel 6. Opschortende werking
De besluitvorming over het ontwerp-raadsbesluit, zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt aangehouden tot uiterlijk drie maanden na de dag waarop de uitslag van het referendum wordt bekendgemaakt, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het referendumverzoek wordt beslist of de raad besluit om geen referendum te houden.
Artikel 7. Het definitief verzoek
Het definitief verzoek wordt ingewilligd indien het bij de indiening ondersteund wordt door voldoende ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn voor de raad op de dag dat de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd. Het minimaal aantal benodigde unieke en geldige ondersteuningsverklaringen is afhankelijk van het aantal inwoners van de gemeente, zoals dit per 1 januari van het kalenderjaar voorafgaand aan de datum van het inleidend verzoek is vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek, namelijk:
Artikel 8. Datum stemming en kiesgerechtigdheid
De stemming vindt plaats uiterlijk vijf maanden na de dag waarop besloten is tot het houden van een referendum. De raad kan deze termijn met ten hoogste twee maanden verlengen om de stemming te combineren met een reguliere verkiezing of een landelijk referendum, dan wel om te voorkomen dat de stemming in een schoolvakantie voor het basis- en voortgezet onderwijs valt die voor de regio is aangewezen.
Artikel 9. Vraagstelling referendum
De raad stelt tegelijk met het bepalen van de datum als bedoeld in artikel 8, of zo spoedig mogelijk daarna en uiterlijk twee maanden voor de dag van het referendum, de vraagstelling vast met in achtneming van het advies van de referendumcommissie.
Artikel 10. Budget organisatie referendum en opkomstbevordering
Onmiddellijk nadat is besloten tot het houden van een referendum, stelt de raad een budget vast voor de organisatie van de stemming, en een budget voor de opkomstbevordering bij het referendum.
Artikel 11. Subsidie campagnevoering
Artikel 13. Instelling gemeentelijk stembureau
Als (plaatsvervangend) lid van het gemeentelijk stembureau kan worden benoemd degene die op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en naar het oordeel van het college over voldoende kennis en vaardigheden beschikt op het terrein van het verkiezingsproces, met uitzondering van degene:
Artikel 14. Taken gemeentelijk stembureau
Het gemeentelijk stembureau is verantwoordelijk voor:
Een referendumverordening waarbij de mogelijkheid wordt gegeven een referendum te organiseren over een ontwerp raadsbesluit is bij uitstek een instrument van de raad. Het referendum is te zien als een advies van burgers aan de raad over een voorgenomen besluit. In de Verordening zijn diverse taken daarom niet gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders (hierna: college), maar aan de raad gelaten. De organisatie en uitvoering van het referendum zelf, nadat duidelijk is dat dit er komt, ligt wel bij de burgemeester en het college.
De aanleiding voor de actualisering van de Verordening uit 2005 is de wens van de raad om de verordening actueel te maken, mede naar aanleiding van de gedane toezegging van de voorzitter van de raad bij de behandeling van motie 2022-164M. De huidige actualisering verwerkt de uitkomsten van de evaluatie van het referendum over het parkeerbeleid in 2023, de inzichten uit de VNG modelverordening 2019, en de wijzigingen in de Kieswet van 2023 met betrekking tot de uitslagvaststelling.
Dit artikel bevat de definities die specifiek voor deze verordening van belang zijn.
Er is expliciet vastgelegd dat een lid van de raad geen initiatiefnemer kan zijn. Dit onderstreept de opvatting dat het referendum een instrument van burgers is, en niet van de raad.
Voor het begrip ‘kiesgerechtigd’ is aangesloten bij degene die stemrecht heeft voor de raadsverkiezingen, zoals geregeld in artikel B3 tot en met B6 van de Kieswet (18 jaar of ouder, Nederlander of EU-onderdaan of vijf jaar een verblijfsvergunning, of rechtmatig in Nederland verblijvend op grond van de Vreemdelingenwet 2000 of op grond van een verdrag tussen een internationale organisatie en de Staat der Nederlanden inzake de zetel van deze organisatie in Nederland). De nadere bepaling van kiesgerechtigd zijn is afhankelijk van de fase waarin het proces verkeert: het gaat er om wie stemrecht zou hebben bij de raadsverkiezing op [de dag waarop het formulier voor de ondersteuningsverklaringen voor het inleidend verzoek wordt verstrekt dan wel de dag waarop de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd (zie de artikelen 5 en 6) dan wel op] de dag waarop het referendum wordt gehouden.
Deze verordening gaat uit van een raadgevende volksraadpleging. Naast een referendum over een ontwerp raadsbesluit in zijn geheel, staat de Amersfoortse verordening een referendum toe over een op zichzelf staand beslispunt daarin, als het verzoek zich daarop richt.
Artikel 2. Het raadgevend referendum
Een referendum wordt gehouden op initiatief van kiesgerechtigden, mits zowel het inleidend als het definitief verzoek zijn ingewilligd. De raad beslist of een referendum kan worden gehouden.
Bepaalde onderwerpen waarover de raad besluit, lenen zich minder goed voor een referendum. De lijst is gebaseerd op de ervaringen en de VNG-modelverordening, waarbij onder andere besluiten over het budgetrecht van de raad (f en g) zijn uitgezonderd.
De raad heeft de bevoegdheid om op basis van zwaarwegende redenen te besluiten geen referendum te houden (k). In het raadsvoorstel bij de verordening uit 2005 stond opgenomen dat het “verspilling van inzet burgers, van geld en moeite van allen zou zijn, als de raad tevoren weet dat er dringende redenen zijn om op dit punt een uitslag van een referendum geen invloed te doen hebben op zijn besluitvorming. De raad zou dan in feite valse verwachtingen wekken.” In de toenmalige verordening stond het begrip ‘dringende redenen’ opgenomen. Dit is in deze verordening vervangen voor ‘zwaarwegende redenen’, omdat uit het woord dringende de suggestie zou kunnen ontstaan dat het alleen mag worden geweigerd als er een mate van hoge urgentie/tijdsdruk zou zijn. Dat was niet de bedoeling blijkens de toelichting uit het raadsvoorstel uit 2005. Als de raad vooraf weet dat de uitslag van het referendum geen invloed heeft op de besluitvorming kan het inleidend verzoek worden afgewezen. De raad zal bij een afwijzing op grond van zwaarwegende redenen deze wel uitgebreid dienen te motiveren.
Artikel 3. Instelling referendumcommissie
Een referendumcommissie wordt ingesteld nadat de referendumverordening is vastgesteld. Het is een permanente commissie omdat een referenduminitiatief ineens kan opkomen en er dan binnen enkele dagen een advies dient te worden uitgebracht over bijvoorbeeld de vraag of een referendum mogelijk is over het ontwerp raadsbesluit. Het kan zijn dat de leden van de referendumcommissie lange tijd niet bijeenkomen. Als er geen referenduminitiatief is, zal er doorgaans geen reden zijn om te vergaderen. Voor de benoemingstermijn van zes jaar is aangesloten bij de termijn die gehanteerd wordt voor de rekenkamer (vijfde lid). Er is eenmaal herbenoeming mogelijk.
Wanneer een lid van de referendumcommissie ontslag neemt, is het aan de raad om zo snel mogelijk een vervanger te benoemen. Er is niet bepaald dat het lid van de referendumcommissie aanblijft totdat in diens opvolging is voorzien. Het kan soms enkele maanden duren voordat er een opvolger is benoemd. Het is niet gewenst om iemand die ontslag neemt in het ongewisse te laten over wanneer dat ontslag uiteindelijk ingaat. Er is niet expliciet geregeld dat leden van de referendumcommissie (bijvoorbeeld in geval van niet functioneren) ontslagen kunnen worden. In het algemeen geldt dat diegene die benoemt ook kan ontslaan.
Artikel 4. Taken en vergaderingen referendumcommissie
De referendumcommissie heeft diverse adviserende taken en houdt daarnaast toezicht op het gehele referendumproces.
Advisering: De commissie adviseert de raad over of een onderwerp referendabel is (op basis van artikel 2, lid 2), de vraagstelling, en de datum van de stemming (a). Ook adviseert zij het college over de subsidieregeling (c).
Toezicht: De commissie houdt toezicht op de uitvoering van de verordening en het objectieve of neutrale karakter van de door de gemeente te verstrekken voorlichting (d).
Klachten: De commissie behandelt klachten over het verloop van de procedure (e). Deze taak heeft geen betrekking op het klachtrecht geregeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat klachtrecht gaat immers alleen over gedragingen van bestuursorganen en personen die daarbij werkzaam zijn. De afdoening daarvan is een taak van het bestuursorgaan zelf. De referendumcommissie ziet toe op klachten over het referendumproces. Klachten kunnen over uiteenlopende zaken gaan, bijvoorbeeld het afkeuren van een aantal ondersteunende handtekeningen, het aantal stembureaus of een campagne uiting van een organisatie. De commissie kan direct advies uitbrengen indien een klacht zo ernstig is dat de gedraging of publicatie moet worden gestaakt (lid 3).
Evaluatie: De commissie brengt binnen drie maanden na afloop van het proces een evaluatie uit aan de raad (f).
Artikel 5. Het inleidend verzoek
Het inleidend verzoek heeft twee functies: het aantonen dat er enig draagvlak is voor een referendum en een toetsmoment of over het ontwerp raadsbesluit een referendum kan worden gehouden.
Termijn en aantal: Het verzoek moet uiterlijk zeven kalenderdagen voor de raadsvergadering worden ingediend. Het moet worden ondersteund door ten minste 600 unieke ondersteuningsverklaringen.
Digitale ondersteuning: De voorzitter van de raad kan op verzoek toestaan de ondersteuningsverklaringen digitaal te verzamelen. Dit is een kan-bepaling, de voorzitter hoeft deze vorm niet toe te staan.
Controle: De controle op de geldigheid van de ondersteuningsverklaringen (naam, adres, kiesgerechtigdheid) wordt uitgevoerd door het gemeentelijk stembureau (GSB). Het GSB kan hierbij de methode van een steekproef gebruiken.
Besluitvorming: De raad beslist of het verzoek wordt ingewilligd en toetst daarbij of er sprake is van een uitgezonderd onderwerp (artikel 2). Het besluit van de raad op het inleidend verzoek is een Awb-besluit waartegen bezwaar en beroep openstaat.
Artikel 6. Opschortende werking
Als het inleidend verzoek wordt ingewilligd, behandelt de raad het ontwerp-raadsbesluit. Amendementen kunnen worden ingediend, maar het besluit zelf wordt niet vastgesteld. De besluitvorming wordt aangehouden tot uiterlijk drie maanden nadat de uitslag van het referendum bekend is gemaakt, tenzij eerder besloten wordt dat het referendum niet doorgaat.
Artikel 7. Het definitief verzoek
De procedure voor het definitief verzoek is in grote lijnen gelijk aan die voor het inleidend verzoek. Het definitief verzoek moet aantonen dat er voldoende draagvlak is om daadwerkelijk een referendum te houden.
Termijn en aantal: Het verzoek moet binnen zes weken na inwilliging van het inleidend verzoek worden ingediend. Hiervoor zijn ten minste 6.000 unieke ondersteuningsverklaringen nodig.
Meetellen verklaringen: ook de geldig verklaarde ondersteuningsverklaringen van het inleidend verzoek worden meegerekend voor het definitief verzoek.
Transparantie: Het GSB maakt wekelijks bekend hoeveel ingediende ondersteuningsverklaringen geldig zijn verklaard.
Controle: De raad kan, ten behoeve van zijn beslissing, een gehele of gedeeltelijke nieuwe controle van de handtekeningen gelasten (lid 8).
Artikel 8. Datum stemming en kiesgerechtigdheid
De raad bepaalt de dag van de stemming. De referendumcommissie adviseert hierover.
Termijn: De stemming moet uiterlijk vijf maanden na het besluit tot een referendum plaatsvinden. De raad kan deze termijn met ten hoogste twee maanden verlengen, bijvoorbeeld om de stemming te combineren met een verkiezing of om schoolvakanties te vermijden.
Kiesgerechtigdheid: De kiesgerechtigdheid wordt vastgesteld op de vierenveertigste dag voor de dag van de stemming. Dit komt overeen met de termijn gesteld in de Kieswet.
Artikel 9. Vraagstelling referendum
De raad stelt de vraagstelling vast na advies van de referendumcommissie. De referendumcommissie zal hierover doorgaans overleggen met de initiatiefnemers en de portefeuillehouder. De commissie houdt bij het formuleren van een vraagstelling en toelichting rekening met de vereisten voor het drukken van een stembiljet.
Artikel 10. Budget organisatie referendum en opkomstbevordering
De raad stelt twee budgetten vast: één voor de organisatie van het referendum (stembureaus, stembiljetten, etc.) en één voor de politiek-neutrale opkomstbevordering. Het college (burgemeester) is verantwoordelijk voor deze neutrale voorlichting.
Artikel 11. Subsidie campagnevoering
Dit artikel regelt de subsidie voor de inhoudelijke campagnevoering. Dit volgt de aanbeveling van de referendumcommissie om een subsidieregeling op te stellen in plaats van een 50/50-verdeling tussen gemeente/initiatiefnemers, om zo een gelijk speelveld te creëren.
Verdeling: Het budget wordt gelijkelijk verdeeld over activiteiten ter ondersteuning van: a) stemmen vóór het ontwerp, b) stemmen tégen het ontwerp, en c) het neutrale debat.
Uitwerking: Het college stelt de subsidieregeling in.
Artikel 12. Procedure voorbereiding, stemming, uitslagbepaling en bekendmaking
Uitvoering: De burgemeester is belast met de voorbereiding en organisatie van de stemming en de bekendmaking van de uitslag.
Aansluiting Kieswet: De organisatie geschiedt zoveel mogelijk op overeenkomstige wijze als voorgeschreven is voor de verkiezing van de raad. Hiervoor zijn de hoofdstukken B, E, J, L, N, Na en P van de Kieswet van overeenkomstige toepassing verklaard.
Artikel 13. Instelling gemeentelijk stembureau
Het college stelt voor elk referendum een gemeentelijk stembureau (GSB) in. Dit is in lijn met de bepaling dat de burgemeester de uitslag vaststelt en de bekendmaking verzorgt (zie artikel 12). Omdat de Kieswet formeel alleen ziet op reguliere verkiezingen, is in artikel 13 tot en met 18 referendumverordening een en ander uit de Kieswet herhaald en/of nader uitgewerkt. Dit geeft duidelijkheid aan alle betrokkenen.
Bij de gemeenteraadsverkiezing (her-)telt het Gemeentelijk Stembureau alle stembiljetten de dag na de stemming. Er is verder geen extra Centraal Stembureau bij het referendum nodig. Bij de gemeenteraadsverkiezing is het Centraal Stembureau verantwoordelijk voor de zetelverdeling en de benoeming van de gekozen kandidaten, maar dat is bij een referendum niet aan de orde, omdat de Raad de einduitslag vaststelt en de behandeling van het raadsvoorstel voortzet (artikel 15, 16).
Bepaalde personen, waaronder leden van de raad, het college en initiatiefnemers van het referendum, zijn uitgesloten van het lidmaatschap van het GSB.
Artikel 14. Taken gemeentelijk stembureau
Het GSB is verantwoordelijk voor de controle van de ondersteuningsverklaringen en de uitslagvaststelling (stemopneming en vaststelling uitslag).
Artikel 15. Vaststelling van de uitslag
Het GSB stelt zo spoedig mogelijk de uitslag vast. De artikelen Na 3 tot en met Na 9 van de Kieswet zijn van overeenkomstige toepassing.
Als een referendum samenvalt met een reguliere verkiezing, dan wordt de reguliere verkiezing als eerste geteld conform de eisen van de Kieswet. Dat kan betekenen dat het referendum pas een aantal werkdagen later kan worden geteld.
Wettigheid: Het GSB stelt tevens vast of de stemming op wettige wijze is geschied en maakt hiervan een proces-verbaal op. Dit proces-verbaal wordt onverwijld overgebracht aan de raad en de initiatiefnemer.
Artikel 16. Vervolg behandeling van aangehouden ontwerp raadsbesluit
De raad bepaalt binnen drie weken na ontvangst van het proces-verbaal wanneer de behandeling van het aangehouden ontwerp-raadsbesluit wordt hervat. Op basis van het proces-verbaal kan de raad eenmalig besluiten tot een nieuwe opneming van de stembiljetten (hertelling). Dit onderzoek strekt zich niet uit tot de geldigheid van de referendumverzoeken.
De Kieswet kent een aantal strafbepalingen om het ronselen van stemmen, stemfraude en ongewenste beïnvloeding te bestrijden en het stemgeheim van de kiezer te waarborgen. Deze strafbepalingen zijn niet van toepassing op een gemeentelijk referendum. Daarom wordt in artikel 18 referendumverordening een en ander op dit vlak overgenomen uit de Kieswet aangevuld. De opgenomen strafmaat is overigens lager dan in de Kieswet, omdat de Raad hier een wettelijke begrenzing kent.
Artikel 18. Intrekking oude verordening
Dit artikel regelt de intrekking van de Referendumverordening gemeente Amersfoort 2005.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-565490.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.