Gemeenteblad van Nieuwegein
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nieuwegein | Gemeenteblad 2025, 565453 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nieuwegein | Gemeenteblad 2025, 565453 | beleidsregel |
Beleidskader Welzijn & Maatschappelijke Ondersteuning 2025-2030
‘En hoe gaat het met u?” Wanneer we die vraag in Nieuwegein stellen aan inwoners op straat, of bij het koffiedrinken, dan volgt steevast een verhaal. Kenmerkend voor Nieuwegein: de bereidheid van mensen om te vertellen. En dan volgt een veelkleurigheid aan verhalen. Van wat iemand doet, heeft gedaan voor haar of zijn buurman. Dat een man of vrouw is overleden na heel veel jaren samen te zijn geweest. Of dat het nu wel eens tijd wordt dat de gemeente die stoeptegels aanpakt. Of dat het fijn zou zijn als er iemand even kan komen helpen met het opknappen van de tuin. En tegelijk horen we ook veel verhalen niet, over eenzaamheid, zorgen die er zijn over ouder worden, of hoe rond te komen.
Hoe mensen zich voelen en hun leven ervaren, hangt van veel factoren af. Hoe geven ze zin aan hun leven? Hoe verhouden ze zich tot hun familie, hun buren en de wijdere omgeving? Kan er een beroep gedaan worden op mensen in hun omgeving en voelen ze zich onderdeel van een gemeenschap of die nu klein of groot is? Hebben ze het gevoel ook grip te hebben op hun leven? Voelen ze zich fijn en veilig in hun eigen wijk? Hoe is hun gezondheid?
Wat we met het voorliggend beleidskader beogen is, om die gemeenschappen in de stad te ondersteunen. Bijvoorbeeld door de ontmoetingsplaatsen in de buurt. Plekken waar mensen kunnen ontmoeten en samen zijn. Dat ondersteunt ‘samen-kracht’. Om lief en leed te kunnen delen. Immers, hoogte- en dieptepunten horen bij het leven. Om gezamenlijk aan activiteiten deel te nemen of die te organiseren. Zo kunnen mensen ook elkaar adviseren en steunen. Daarvoor is gelukkig niet altijd professionele hulp nodig.
En waar die ‘samen-kracht’ haar grenzen bereikt biedt de wet Maatschappelijke Ondersteuning een goede steun in de rug.
Met de grote veranderingen die er zijn in Nederland in het zorgstelstel, met veel maatschappelijke vragen rond wonen, bestaanszekerheid, en hoe je veilig kunt opgroeien, wordt die samen-kracht steeds belangrijker. Wij vinden het daarom als gemeente belangrijk dat we daarvoor ook een stevige basis creëren. Met goede basisvoorzieningen zoals sport, ontmoetingsplekken, vrijwilligerswerk in de wijk, dichtbij de inwoners. En er wordt ook een groter beroep gedaan op inwoners zelf. Dat is niet alleen financieel gedreven. De kosten van de voorzieningen nemen met ons ouder worden als bevolking inderdaad toe, maar ook de mensen die ons die zorg moeten verlenen worden schaarser.
Ook voor ons als gemeente en de organisaties waar we mee werken in welzijn betekent dit dat we anders moeten gaan werken. Concreter aansluiten op wat mensen nodig hebben, goede onderlinge afstemming en gebruik maken van elkaars kunde en kennis.
Er zal dus iets veranderen. Meer samen doen. Verstevigen van wat wij de sociale basis noemen in de buurten en wijken. Er wordt een groter beroep gedaan op de bewoners zelf. Tegelijk blijft de ondersteuning beschikbaar voor mensen in kwetsbare omstandigheden.
Marieke Schouten Wethouder Gezondheid, Welzijn & Inclusie
Guido Bamberg, Wethouder Jeugd, Wmo, Armoedebeleid en Laaggeletterdheid
In Nieuwegein willen we dat iedereen zich thuis voelt en een fijne, waardevolle plek heeft in de samenleving. Dat inwoners, jong en oud, kunnen en willen meedoen, zich verbonden voelen met elkaar en zich gesteund voelen als het leven lastig is. Dit beleidskader Welzijn & Maatschappelijke Ondersteuning 2025-2030 richt zich op het versterken van dat gevoel van welzijn en saamhorigheid. Zodat inwoners zoveel mogelijk, zelfredzaam, goed en gezond kunnen samenleven en grip hebben op hun leven. En, als dat niet lukt, te ondersteunen zolang dat nodig is en daarbij de hulp en kracht van de gemeenschap te benutten, dit noemen we samen-kracht.
Waarom één beleid voor Welzijn en Maatschappelijke Ondersteuning?
Het oorspronkelijke Wmo-beleidskader (Wet maatschappelijke ondersteuning) liep af in 2018, waarna de Transformatieagenda werd opgesteld. Deze agenda introduceerde een programmatische en integrale benadering voor Wmo en welzijn, maar eindigde in 2021. Tegelijkertijd bood de Meerjarenopgave Welzijn (2021-2024) een belangrijk ontwikkelingskader, maar gaf onvoldoende duidelijke inhoudelijke richting.
Met dit beleidskader brengen we welzijn en de Wmo samen. Beiden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden: welzijn richt zich op het versterken van de sociale basis en de veerkracht van inwoners, waar de Wmo als een steuntje in de rug fungeert, daar waar op onderdelen de zelfredzaamheid en de samen-kracht van inwoners en gemeenschappen haar grenzen bereikt of meer intensieve ondersteuning nodig is. Door beide domeinen in één kader te verbinden, versterken we de samenhang tussen welzijn en Wmo en kunnen we effectiever inspelen op de behoeften van inwoners en de maatschappelijke opgaven in Nieuwegein. Ook kan een integraal beleid bijdragen aan het verminderen van (intensieve) ondersteuning vanuit de Wmo en de daarmee samenhangende (toegenomen) uitgaven.
Wat is welzijn en waarom is het belangrijk?
Welzijn gaat over de kwaliteit van leven en het gevoel van tevredenheid en geluk dat mensen ervaren. Het omvat lichamelijke en mentale gezondheid, sociale verbindingen, zingeving, veiligheid en financiële bestaanszekerheid. Het draait om wat mensen nodig hebben om prettig te kunnen leven, zoals een fijne woonomgeving, betekenisvolle relaties en het vermogen om zelf keuzes te maken.
Welzijn vormt de motor achter een sterke sociale basis. De sociale basis is het fundament van een leefbare en zorgzame samenleving. Het bestaat uit netwerken, relaties en initiatieven van inwoners, vrijwilligers en organisaties. Het onderhavige beleid versterkt de sociale basis door verbinding te creëren, veerkracht te stimuleren, inclusie te bevorderen en laagdrempelige ondersteuning te bieden. Samen zorgen we ervoor dat iedereen zich welkom voelt en mee kan doen in de samenleving. In dit beleidskader wordt de sociale basis bezien door de bril van de Wmo. De sociale basis is uiteraard ook van groot belang in het kader van bijvoorbeeld jeugd, participatie en gezondheid en vormt daarom een centraal concept in verschillende beleidskaders.
We bevinden ons in een tijd van forse maatschappelijke uitdagingen. Een relatief grote en groeiende groep inwoners voelt zich eenzaam, ervaart druk wat betreft hun mentale gezondheid of heeft geldzorgen. Anderen staan klaar als vrijwilliger of mantelzorger, maar merken dat het soms te veel wordt. Tegelijkertijd zien we in onze stad veel mooie initiatieven ontstaan. Inwoners die samen iets betekenen voor hun buurt, een club opzetten of anderen helpen. Dit is wat we in Nieuwegein de samen-kracht noemen: de energie en kracht die in de samenleving zelf zit. Het werken aan samen-kracht vraagt tijd, waarbij ook rekening moet worden gehouden met de grenzen aan de mogelijkheden van inwoners.
Wanneer de problemen van inwoners de mogelijkheden vanuit het voorliggend veld en de eigen kracht overstijgen, dan komt de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in beeld. De Wmo geeft gemeenten de opdracht om hun inwoners te ondersteunen zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen en deel kunnen nemen aan de maatschappij. Het gaat om inwoners vanaf 18 jaar, mensen met een lichamelijke- of verstandelijke beperking, en mensen met psychische problemen. De ondersteuningsbehoefte kan van kortdurende of langdurige aard zijn. Er blijft daarbij een constante wisselwerking met de voorzieningen uit de sociale basis, het streven blijft: zo veel mogelijk oplossen binnen het gewone leven.
Dit beleidskader gaat uit van de ambities en uitgangspunten van de Omgevingsvisie Nieuwegein verstedelijkt en vergroent en de Koers Sociaal Domein 2024-2040. Er is aansluiting en een duidelijke afbakening met andere programma’s en beleidsterreinen, zoals omgevingsprogramma Nieuwegein Gezond, omgevingsprogramma Wonen en het beleidskader Jeugd 2023-2028.
Aansluiting Omgevingsvisie Nieuwegein
De omgevingsvisie schetst de uitdagingen, ambities en keuzes voor Nieuwegein richting 2040 en kent vier speerpunten: 1. Verbonden met de stad, verbonden met elkaar 2. Fijne en groene stad met een levendig centrum 3. Een toekomstbestendige stad voor jong en oud 4. Een bedrijvige stad in een sterke regio. Het beleidskader Welzijn en Maatschappelijke ondersteuning draagt bij aan het versterken van de onderlinge verbondenheid van inwoners, inclusieve en verbonden buurten en het ondersteunen van kwetsbare groepen.
Aansluiting bij de Koers Sociaal Domein 2024-2040
Dit beleidskader sluit aan bij de bredere ambities van de Koers Sociaal Domein 2024-2040: Vitaal & Verbonden. Dat betekent dat we ons richten op een samenleving waarin iedereen gelijke kansen krijgt, waarin we werken aan sterke buurten, waarin zorg en ondersteuning goed geregeld zijn en inwoners in goede gezondheid kunnen leven. De nadruk ligt op het versterken van gemeenschapszin, het bieden van bestaanszekerheid en het toekomstbestendig maken van zorg en ondersteuning.
Aansluiting bij Gezondheid, Jeugd, Wonen en Financiële bestaanszekerheid
Waar welzijn en Wmo in elkaars verlengde liggen, zijn er ook sterke raakvlakken met het beleidskader Jeugd 2023-2028, Omgevingsprogramma Gezondheid, Omgevingsprogramma Wonen en ons beleid op het gebied van financiële bestaanszekerheid en participatie. Deze domeinen richten zich op ondersteuningsvragen van inwoners bij gezondheid, veilig opgroeien, opvoeding, wonen en financiën. Hiermee zijn ze onderdeel van de sociale basis en het voorliggend veld. In een huishouden komen deze domeinen samen. Daarom hechten we belang aan het integraal benaderen van de ondersteuningsbehoefte van de inwoner of de opgave in de stad.
Aansluiting Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid
In het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid werken inwoners, maatschappelijke organisaties, overheden en bedrijven langjarig samen aan een betere toekomst voor de wijken in de Centrale As in Nieuwegein, met onder andere focus op bestaanszekerheid, stimuleren van ontmoeting en gezond en veilig opgroeien van de jeugd. Dit sluit nauw aan op het beleid Welzijn en Maatschappelijke ondersteuning dat voor de hele stad Nieuwegein geldt.
In de “Groei van de Stad” heeft de gemeenteraad succesfactoren benoemd voor een gebalanceerde ontwikkeling van een duurzaam, gezond en veilig stedelijk leven in Nieuwegein. Er wordt ingezet op vijf kritische succesfactoren:
Kaderstellende beleidsnotitie inclusie Nieuwegein 2023-2026
Met dit beleidskader sluiten we aan bij de volgende onderdelen van het inclusiebeleid, die het welzijn van inwoners versterken:
Dit beleid is niet zomaar tot stand gekomen. We hebben ons gericht op wat inwoners belangrijk vinden. We hebben gesproken met de Adviesraad Sociaal Domein, maatschappelijke organisaties en partners. Samen hebben we gekeken naar wat goed gaat en waar het beter kan.
We geloven in de kracht van inwoners en hun initiatieven. Door samen te werken, elkaar te helpen en ruimte te geven aan de ideeën en behoeften uit de stad, bouwen we aan een toekomst waarin iedereen mee kan doen en een stad waarin inwoners elkaar vinden, helpen en versterken. Als de grenzen aan het eigen netwerk, eigen kracht en samen-kracht bereikt zijn dan bieden we vanuit de Wmo de benodigde ondersteuning. Oftewel Nieuwegein Samen Sterker.
1.1 Maatschappelijke trends en lokale ontwikkelingen
In een wereld die continu verandert, moet je mee kunnen bewegen. We zijn ons bewust van dit gegeven en weten dat hierin samen optrekken en schakelen een must is. Dit vraagt ook flexibiliteit en inzet van onze samenwerkingspartners. Als gemeente voeren we gesprekken met onze samenwerkingspartners over de stand van zaken en ontwikkelingen. In dit beleidskader spelen we in op de lokale gevolgen van de maatschappelijke trends en lokale ontwikkelingen.
Landelijke trends die lokaal invloed hebben:
Toenemende vraag naar zorg en ondersteuning: de zorg- en ondersteuningsvragen van inwoners nemen toe als gevolg van ontwikkelingen als vergrijzing en medicalisering. Aan deze toenemende vraag kan in toekomst niet meer worden voldaan, doordat we een schaarste hebben aan financiële middelen en gekwalificeerde professionals. Om de betaalbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit van zorg- en ondersteuning te waarborgen doen we een groter beroep op de zelf- en samenredzaamheid van inwoners.
Extramuralisering: steeds minder kwetsbare inwoners verblijven in een instelling of woonvorm met zorg, met name ouderen en inwoners met een psychische kwetsbaarheid, wonen zo zelfstandig mogelijk in de wijken. Een solide sociale basis, samenhang en afstemming van informele en formele ondersteuning en advies is hierin cruciaal. Dit zorgt ervoor dat kwetsbare inwoners fijn kunnen wonen in onze stad.
Veranderende samenstelling van de bevolking: vergrijzing en huishoudensverdunning hebben invloed op de vraag naar voorzieningen, wonen en zorg. De vergrijzing en langer thuis wonen leidt tot een grotere behoefte aan toegankelijke woningen en zorgvoorzieningen, terwijl de instroom van jonge gezinnen en arbeidsmigranten vraagt om voldoende betaalbare woningen en onderwijsfaciliteiten. Daarnaast groeit de culturele diversiteit, wat vraagt om een inclusieve benadering in beleid en dienstverlening.
Veranderende rol van en afnemend vertrouwen in de overheid: de nadruk ligt steeds meer op de zelf – en samenredzaamheid van inwoners. Dit vraagt om een overheid die faciliteert en inwoners ondersteunt waar nodig, waarbij ook complexe vraagstukken steeds vaker in samenwerking met partners en inwoners moeten worden opgelost. De veranderende rol van de overheid, afnemende financiële middelen, gekoppeld aan een groeiend wantrouwen in die overheid, vormt een complex dynamisch spanningsveld. Het is belangrijk dat de gemeente inspeelt op de veranderende behoefte in de samenleving en open, eerlijk en verantwoordelijk blijft om het vertrouwen van de inwoners waar mogelijk te behouden en te versterken.
Veranderende rol van (welzijns)organisaties: mede vanwege de veranderingen in de formele zorg, (decentralisaties, tekorten aan personeel) en de verwachting dat mensen meer van elkaar mogen en kunnen vragen, verandert ook de rol van de (welzijns)organisaties die in de buurten en wijken van de stad actief zijn. Meer inzet op onderlinge samenwerking tussen organisaties is nodig, met goede afstemming en gebruikmakend van elkaars kennis en ervaring, en meer in samenwerking met inwoners(initiatieven).
Digitalisering: digitalisering biedt kansen, maar ook uitdagingen. Nieuwegein heeft een bovengemiddeld aantal inwoners dat moeite heeft met de basisvaardigheden, lezen, schrijven en rekenen. Hierdoor kunnen zij niet goed genoeg meedoen in de samenleving. Het omgaan met een computer of smartphone is dan lastig terwijl de digitale vaardigheden hierin cruciaal zijn om iedereen verbonden te houden.
Krapte op de woningmarkt: de vraag naar woningen is ook in Nieuwegein groot. Jongeren blijven noodgedwongen langer thuis wonen door het niet kunnen vinden van eigen woonruimte. Gescheiden ouders blijven soms na de scheiding noodgedwongen in één huis wonen, wat invloed heeft op een veilig klimaat in huis. Ouderen blijven langer in eengezinswoningen wonen, doordat zij geen geschikte woonruimte kunnen vinden om naar door te stromen. De aanpassingen aan de eengezinswoning zorgen voor een toename van de Wmo-uitgaven.
Bestaanszekerheid onder druk: een toenemend aantal inwoners ervaart een bepaalde mate van bestaansonzekerheid. Zorgen om bestaanszekerheid heeft ingrijpende gevolgen op alle leefgebieden. Mensen met financiële problemen ervaren vaak meer stress. Dit schaadt hun gezondheid en versterkt hun sociale isolatie. Gebrek aan middelen kan leiden tot een ongezonde leefstijl, waarbij inwoners minder gaan bewegen of noodzakelijke zorg gaan mijden. In wijken met inwoners met veel financiële zorgen zien we meer eenzaamheid, inzet van hulp en langdurige gezondheidsproblemen.
Verschuivende sociale dynamiek en toegenomen aandacht voor inclusie: De sociale dynamiek in Nederland is de afgelopen jaren sterk veranderd door onder andere globalisering, digitalisering en een groeiend bewustzijn van diversiteit en inclusie. Hierbij staan maatschappelijke thema’s als gelijkheid en gelijke kansen centraal. In het publieke debat spelen discussies over identiteit en gelijkwaardigheid een steeds grotere rol, zowel online als offline. Het taalgebruik is verhard en uitingen in de samenleving worden steeds vaker als kwetsend ervaren. Dit heeft invloed op het gevoel van veiligheid binnen diverse groepen.
Met de meeste inwoners in onze stad gaat het goed en ze wonen met plezier in één van onze vele buurten. Zij voelen zich verbonden en zijn goed in staat zichzelf te redden. Het groene karakter van de stad wordt gewaardeerd. Op de ontmoetingsplekken is het vaak gezellig druk door de diverse inwonersinitiatieven die de afgelopen jaren zijn ontstaan. Voor veel inwoners voldoet de stad Nieuwegein aan het ideaal van ruime woningen dichtbij voorzieningen.
De komende jaren groeit en verandert, volgens de Primos-prognose 2022, de samenstelling van de bevolking in Nieuwegein. De groei van de Nieuwegeinse bevolking wordt voor de periode tot 2030 geschat op 5050 personen. In de periode tot 2040 groeien we volgens deze prognose met 10.500 personen. Nieuwegein wordt door de groei van het aantal inwoners intercultureler, met een groeiende variatie in religieuze achtergronden, generaties, levensfasen en sociaaleconomische status. Dit biedt kansen voor een inclusieve samenleving maar vraagt ook aandacht voor bestaanszekerheid, laaggeletterdheid, (economische) gelijkheid, ontmoeting en toegang tot voorzieningen.
Het aantal ouderen en 75+ers verdubbelt
In Nieuwegein is 21,6% van de inwoners 65 jaar en ouder, over 15-20 jaar stijgt dit verder naar ⅓ van de inwoners. Dit wordt mede veroorzaakt door de dubbele vergrijzing omdat het aantal 80-plussers groeit1. Maar de vergrijzing gaat verder dan enkel leeftijd gerelateerde veranderingen; naarmate inwoners ouder worden, neemt ook het aantal ouderen met (meerdere) aandoeningen toe. En met de toename van ouderen zijn er ook meer ouderen met gezondheidsproblemen. Zoals grotere kans op vallen, geheugenproblemen, dementie en beperkingen in het dagelijks functioneren2. Tegelijk zien we een grote groep vitale ouderen die zich inzet als vrijwilliger of op andere wijze inzet voor de stad. De vergrijzing van onze stad brengt een groeiende behoefte aan passende ondersteuning, (aangepaste) woningen en sociale betrokkenheid met zich mee. Nu één op de 5 mensen dementie krijgt, zal in Nieuwegein in 2040 het aantal inwoners met dementie rond de 2000 liggen. Hiervan woont 80% inwoners thuis. Deze ontwikkeling vraagt om aanpassingen in woon- en leefomgevingen om mensen met dementie te ondersteunen bij hun dagelijks leven.
Psychische gezondheid van inwoners
Zo’n 8% van de volwassenen heeft een hoog risico op angststoornissen of depressieve klachten. Van de jongeren in Nieuwegein heeft 25% psychische klachten. En onder jongvolwassenen is dit zelfs 58%. Deze percentages liggen hoger dan in vergelijkbare steden, welke een extra druk legt op de maatschappelijke ondersteuning in Nieuwegein. Daarnaast heeft 1,8% van de inwoners een ernstige psychiatrische aandoening. Dit percentage ligt iets hoger dan het landelijk gemiddelde van 1,7%.
Voor een deel van de inwoners is het zelfstandig wonen niet direct haalbaar, zij hebben wat meer ondersteuning nodig in het dagelijks leven. Deels is dit concreet zichtbaar, bijvoorbeeld door achterstallig onderhoud aan woningen, maar er is ook sprake van sluimerende problematiek, zoals een verminderd gevoel van veiligheid. Ondanks dat veel problemen verborgen zijn achter de voordeuren, komen uitdagingen zoals armoede, lage leefbaarheidsbeleving, onveiligheid en gebrekkige sociale cohesie steeds duidelijker naar voren in de statistieken.
Inwoners geven zelf ook aan dat het kennen van je buren of buurtgenoten niet langer vanzelfsprekend is, maar ook dat ze dit jammer vinden. De verbondenheid met de omgeving neemt daardoor af of je kunt niet iemand even snel om hulp vragen. Onze monitor Sociale Kracht laat al een aantal jaar een dalende tendens zien op sociale samenhang in de buurt. In 2024 scoorden wij 5,5 en in 2018 5,9. Deze ontwikkeling wijst op een afname van sociale netwerken en een verminderde collectieve betrokkenheid.3
Steeds meer inwoners, jong en oud, voelen zich eenzaam. Hier valt de toenemende eenzaamheid onder jongvolwassenen op. Maar liefst 60% van de jongvolwassenen (16 tot en met 25 jaar) voelt zich matig tot sterk eenzaam. Maar ook 49% van de ouderen (65+) voelt zich eenzaam en 12% hiervan is sterk eenzaam. We zien dat eenzaamheid in Nieuwegein hoger ligt in bepaalde wijken. Eenzaamheid heeft een negatieve invloed op het welzijn van inwoners, met gevolgen zoals verhoogde stress, somberheid en gezondheidsproblemen. Er is een duidelijke samenhang tussen het hebben van een eigen netwerk en de mate van eenzaamheid en financiële bestaanszekerheid: inwoners die goed voor zichzelf kunnen zorgen, kunnen vaak ook terugvallen op naasten, zijn weerbaar, voelen zich minder eenzaam en hebben minder geldzorgen.
Onderstaande grafiek geeft de trend van kostenstijging Wmo in Nieuwegein sinds 2019. De doorgetrokken lijn zijn de daadwerkelijke kosten en de stippellijn geeft de trend weer.
We zien de laatste 3 jaar (2022-2024) een toename van 4,5% van het aantal inwoners dat gebruik maakt van een Wmo voorziening. Deels is dit verklaarbaar doordat het Rijk sinds 2019 de inkomensafhankelijke eigen bijdrage heeft losgelaten. Door de aanzuigende werking van het abonnementstarief loopt deze stijging alleen niet gelijk op met de kostenontwikkeling die we zien in de tabel hierboven. Het is dus een gedeeltelijke verklaring voor de stijging van de kosten. Een andere verklaring ligt in de indexering van de tarieven als gevolg van loonsverhogingen in de zorg. Verder zien we dat steeds minder inwoners terecht kunnen bij de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz) met als gevolg een toename van de zorgzwaarte en zorgduur. Ook zien we dat de complexiteit van de samenleving toeneemt, inwoners hebben veel meer te maken met meervoudige problematieken. Deze ontwikkelingen hebben afgelopen jaren geleid tot een groeiende vraag naar ondersteuning.4 Om de toegankelijkheid en kwaliteit van zorg en ondersteuning zo goed mogelijk te waarborgen, voor iedereen die hier echt op aangewezen is, is het noodzakelijk om (aanvullende) maatregelen te nemen die bijdragen aan een duurzaam financieel en integraal beleid.
In Vitaal en Verbonden (de Koers Sociaal Domein 2024-2040) is de visie op de stad Nieuwegein in 2040 opgenomen. Hierbij spelen we in op de opgaven in de stad. Deze visie is gebaseerd op drie ambities: 1. het behouden en versterken van gemeenschapszin, 2. gelijke kansen op bestaanszekerheid en 3. zorgen voor toekomstbestendige zorg en ondersteuning.
Gemeenschapszin wordt bereikt door samenwerking, ontmoetingsplekken en een toegankelijke uitnodigende, groene, openbare ruimte. Daarnaast door meer aan te sluiten bij het dagelijks leven van inwoners voor de ondersteuning bij het voorkomen van problemen en inzet op toekomstbestendige voorzieningen die de leefbaarheid in wijken vergroten.
Gelijke kansen op bestaanszekerheid betekent dat alle inwoners gelijke kansen hebben om zichzelf te ontwikkelen, te werken en te wonen. We geven hierbij prioriteit aan buurten en wijken waar de bewoners te maken hebben met een opeenstapeling van drempels die bestaanszekerheid in de weg staan, zoals toegang tot passende huisvesting, welzijn en zorg, voldoende en een stabiel inkomen, onderwijs, werk en een veilige leefomgeving. Inwoners die belemmeringen ervaren in het hebben van bestaanszekerheid worden ondersteund door een goede toegang tot zorg, hulp en ondersteuning.
In onze toekomstige samenleving kunnen inwoners zoveel mogelijk op hun eigen netwerk vertrouwen en deze inzetten. Dit eigen netwerk wordt versterkt door samen-kracht. Samen-kracht is een hechte gemeenschap waar mensen elkaar kennen en vanzelfsprekend hulp bieden waar dat nodig is. Alledaagse hulpvragen en zorgen kunnen vaak binnen het eigen sociale netwerk opgelost worden. Inwoners kunnen vaak meer voor elkaar betekenen dan in onze huidige maatschappij gebeurt; in het eigen netwerk, in de buurt en met informele hulp van bijvoorbeeld een maatje. De oplossing hoeft niet altijd vanuit professionals te komen. Oplossingen kunnen ook worden gevonden in het ‘normale’ leven (normaliseren): iedereen is zelf verantwoordelijk voor zijn of haar leven. Hoogte- en dieptepunten horen bij het leven. Een vangnet in de directe persoonlijke omgeving met vrienden, familie, buren en lokale vrijwilligersorganisaties is hiervoor belangrijk. Daarbij hebben we aandacht voor de grenzen aan het beroep dat kan worden gedaan op het eigen en sociale netwerk. Het (nog meer) inschakelen van het eigen en sociale netwerk is niet altijd mogelijk en voorkomen moet worden dat er sprake is overvraging en/ of overbelasting van sociale contacten. We moeten naast het normaliseren ook kijken naar onderliggende oorzaken van problemen: Is er genoeg geld om van rond te komen? Zijn inwoners voldoende taalvaardig? Hebben de inwoners een netwerk dat steunend is? Hierdoor kunnen we de kern van het probleem aanpakken en voorkomen dat (hulp)vragen verergeren.
Wanneer de samen-kracht niet voldoende is en er meer ondersteuning nodig is of als er geen sociaal netwerk aanwezig is, kan gebruik worden gemaakt van algemene voorzieningen in de sociale basis en waar nodig een beroep gedaan worden op de Wmo.
Een sterke persoonlijke-, gemeenschappelijke- en institutionele sociale basis hebben een preventieve werking op het ontstaan van problemen of verergering daarvan. De sociale basis is voorliggend op de maatwerkvoorzieningen Wmo.
De persoonlijke sociale basis is het directe netwerk van vrienden, familie en buurtgenoten van een inwoner. De gemeenschappelijke sociale basis bestaat uit de voorzieningen in wijken die er voor iedereen zijn, formeel en informeel georganiseerd. Dit kunnen fysieke plekken zijn als parken, kerken en moskeeën en sportparken maar ook een buurtinitiatief of een wijkwinkel waar mensen elkaar ontmoeten. We willen bevorderen dat mensen gebruik maken van deze voorzieningen en signaleren of en waar er voorzieningen ontbreken. De derde laag is de laag van de institutionele sociale basis, binnen de Wmo ook wel het voorliggend veld genoemd. Het voorliggend veld bestaat uit algemeen toegankelijke voorzieningen waar inwoners zonder indicatie met hun ondersteuningsvragen terecht kunnen. Hierin vinden we organisaties zoals bibliotheek Nieuwegein, buurtpleinen en theater DE KOM. Maar ook het sociaal team Geynwijs, welzijnsorganisaties en organisaties die sport en bewegen stimuleren zoals SportID.
De sociale basis is geen vaststaand geheel maar een dynamisch systeem: een complex netwerk van actoren die hun eigen energie en invloeden kennen. Het effectief ondersteunen en versterken van de sociale basis vraagt om een bepaalde manier van werken: gebieds-/wijkgericht, in samenwerking en data gedreven.
Sociale uitdagingen verschillen per wijk en buurt. Wat in de ene wijk speelt (zoals armoede, eenzaamheid of gezondheidsproblemen), kan elders nauwelijks een rol spelen. Ook kan het vermogen om uitdagingen het hoofd te bieden per wijk sterk verschillen. Het is daarom van belang dat we gebieds- en wijkgericht werken. Professionals, inwoners en organisaties werken samen op basis van de lokale behoeften en krachten van de gemeenschap. Hierdoor kunnen we gerichte en effectieve maatregelen nemen.
Voor een effectieve versterking van de sociale basis is het belangrijk dat integraal en domein overstijgend wordt samengewerkt. Door expertise, ervaring, perspectieven en middelen samen te brengen in netwerksamenwerkingen krijgen we een beter beeld van de lokale behoeften in een gebied én zijn we beter in staat om hier effectief en efficiënt op in te spelen. We stimuleren netwerkvorming door te sturen op gezamenlijke planvorming en bijbehorende financiering. De gemeente neemt op beleidsmatig niveau een regierol in en zorgt voor jaarlijks afstemmingsoverleg met de samenwerkingspartners. Voor uitgebreide toelichting over de samenwerking, de rollen van de gemeente, (in)formele organisaties en inwoners, zie bijlage 2.
We monitoren en evalueren onze inspanningen om waar nodig bij te sturen en zo maximale impact te realiseren. Door trends en ontwikkelingen te analyseren, kunnen we anticiperen op toekomstige uitdagingen en kansen. Hiermee streven we naar een sociale basis die niet alleen reageert op knelpunten, maar ook proactief bijdraagt aan het welzijn van inwoners.
Met dit beleidskader richten we ons op het behalen van doelen en resultaten die het welzijn, de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van inwoners bevorderen. Deze gewenste resultaten en hoe we dit willen bereiken, zijn in het volgende hoofdstuk op hoofdlijnen verwoord en worden gemeten met behulp van indicatoren. Voor de opbouw van de pijlers beginnen we met het meer algemene welzijn van alle inwoners van Nieuwegein gevolgd door meer nadruk op een specifieke doelgroep van inwoners die, tijdelijk of langdurig(er), een vorm van ondersteuning nodig heeft.
In een nader op te stellen uitvoeringsprogramma werken we verder uit hoe we concreet uitvoering gaan geven aan deze pijlers, in samenwerking met onze maatschappelijke partners.
2.1 Sociale verbinding en samen-kracht
De pijler Sociale verbinding en samen-kracht richt zich op het versterken van het onderlinge contact en de betrokkenheid tussen mensen in wijken, buurten en gemeenschappen. Een sterke wijk waarin inwoners elkaar ontmoeten, zich met elkaar verbonden voelen en naar elkaar omkijken staat centraal.
Formele en informele ontmoetingsplekken in buurten en wijken die aansluiten bij de behoeften van inwoners
We zorgen voor plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en hun sociale netwerk kunnen versterken. Waar we activiteiten voor, door en met inwoners stimuleren en faciliteren. Ontmoeting en activiteiten vinden plaats bij sportverenigingen, culturele instellingen, maar ook op openbare plaatsen in de wijk zoals bijv. op het schoolplein of de speeltuin in de buurt. Daarnaast zijn er buurtpleinen, buurtkamers, ouderkamers op de basisscholen en andere ontmoetingsplekken in de wijken en in wooncomplexen. Deze gastvrije ontmoetingsplekken bieden een basis van waaruit het netwerk van de inwoner kan worden versterkt en ook die van de buurt of wijk (samen-kracht). Financiële drempels worden daar waar mogelijk weggenomen door de Stadspas, die gebruikt kan worden voor sport, ontmoeting en culturele activiteiten in Nieuwegein.
Het gebruik van de buurtpleinen en buurtkamers in de wijk, is afgelopen jaren toegenomen. We zien dat ook Woningcorporaties zich voor ontmoetingsmogelijkheden inspannen, in bijvoorbeeld Merwestein of in het Nypelsplantsoen en nieuwe wooncomplexen. We blijven de komende jaren inzetten op het goed laten functioneren en breed toegankelijk houden van deze ontmoetingsplekken. De inwoners, vrijwilligers en professionals zorgen in de vorm van een netwerksamenwerking gezamenlijk voor een veilige, sociale en inclusieve plek waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten, activiteiten kunnen organiseren of ondersteuning kunnen ontvangen. We zorgen dat inwoners weten waar zij terecht kunnen voor informatie over het deelnemen aan en/of organiseren van activiteiten. Daarnaast stimuleren we een optimaal gebruik van de ontmoetingsplekken en zorgen voor een efficiënt beheer en exploitatie van de gebouwen. Hierbij hebben we aandacht voor de behoefte van diverse doelgroepen.
Om tot sterke wijken te komen, blijven we initiatieven voor, door en met wijkbewoners stimuleren. Hiermee wordt de betrokkenheid van inwoners bij hun directe omgeving vergroot. Het gaat hierbij veelal om initiatieven die ontmoeting en verbinding in de wijk bevorderen. Hierbij spelen vrijwilligers een essentiële rol. Ondersteuning vindt plaats door professionals, zoals wijkcoördinatoren en buurt-verbinders. In samenwerking werken zij aan het versterken van sociale verbindingen in de buurt of wijk.
Vrijwillige inzet ondersteunen
Vrijwillige inzet betekent dat iemand zich uit vrije wil en onbetaald inzet voor anderen of voor de samenleving in brede zin. Bij de term vrijwillige inzet wordt soms primair aan vrijwilligerswerk gedacht, wat vaak refereert naar formeel georganiseerd werk, in een vaste rol of functie en op een vast, terugkerend moment. Vrijwillige inzet is nadrukkelijk een breder begrip, wat óók informeel, eenmalig en niet-georganiseerde inzet omvat. Maaltijden koken voor een buurtbewoner, iemand naar een doktersafspraak brengen, een keer achter de bar staan bij een buurtfestival, het geven van bijles, het vervullen van een bestuursfunctie bij een sportvereniging: allemaal vormen van vrijwillige inzet, mits onbetaald en vrijwillig.
Vrijwillige inzet in Nieuwegein
Bijna de helft van de inwoners van Nieuwegein biedt hulp aan buren (46%) waarvan het overgrote deel incidenteel (41%). Ruim één derde (35%) van de inwoners doet vrijwilligerswerk, waarvan 17% intensief en 18% incidenteel.5 De vrijwilligers in Nieuwegein zijn actief binnen sport (26%), zorg (22%), welzijn (19%), onderwijs en educatie (16%), duurzame ontwikkeling, natuur en milieu (10%) en amateurkunst en cultuur (10%).5 Kortom, een groot deel van de inwoners van Nieuwegein zet zich vrijwillig in en op uiteenlopende terreinen. Inwoners maken op deze manier een breed scala aan voorzieningen in de stad mogelijk, versterken de leefbaarheid in buurten en wijken, dragen bij aan de ondersteuning van kwetsbare inwoners en zorgen voor verbondenheid in de stad. Daarnaast brengt het doen van vrijwilligerswerk plezier, voldoening, zingeving en in sommige gevallen een opstap naar betaald werk: inwoners in Nieuwegein doen vrijwilligerswerk omdat zij het leuk vinden (64%), omdat zij het gevoel hebben dat zij daardoor nuttig bezig zijn (50%), doordat zij zich daardoor betrokken voelen bij de samenleving (42%), omdat zij daarmee andere mensen ontmoeten (32%) en omdat zij daarmee ervaring opdoen die ze kunnen gebruiken (10%).5 Concluderend: de vrijwillige inzet in Nieuwegein heeft een omvangrijke maatschappelijke waarde.
Het toenemende belang van vrijwillige inzet in het licht van de toenemende druk op zorg- en ondersteuning
We worden geconfronteerd met een grote druk op zorg- en ondersteuning als gevolg van een toenemende vraag en gebrek aan gekwalificeerd personeel. Wanneer deze tendens niet wordt gekeerd, kan de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van zorg en ondersteuning niet gewaarborgd worden in de toekomst. Het is daarom noodzakelijk dat we bewegen richting een zorgzame samenleving: een samenleving waarin mensen elkaar meer helpen, voor elkaar zorgen en professionele ondersteuning enkel in beeld komt wanneer dit niet toereikend is. Het type vrijwillige inzet dat bijdraagt aan de zorgzame samenleving wordt daarmee steeds meer van belang.
Hoe ondersteunen we de vrijwillige inzet in Nieuwegein?
De vrijwillige inzet is van en voor het maatschappelijk middenveld - inwoners, verenigingen, informele netwerken en maatschappelijke organisaties. We beschouwen onze rol als ondersteunend aan deze inspanningen van lokale organisaties en de bredere gemeenschap. Dit doen we door een bijdrage te leveren aan het stimuleren, faciliteren en waarderen van vrijwillige inzet. De komende jaren zetten we extra in op het ondersteunen van vormen van vrijwillige inzet die bijdragen aan een zorgzame samenleving. Daarmee dragen we bij aan het beschikbaar en betaalbaar houden van zorg- ondersteuning voor inwoners die dat nodig hebben.
We promoten vrijwillige inzet via diverse communicatiekanalen en de jaarlijkse lokale NL-doet campagne. Scholieren maken kennis met verschillende mogelijkheden voor vrijwillige inzet door middel van een divers aanbod maatschappelijke stageplekken, mede mogelijk gemaakt door de maatschappelijke stage coördinator. De opbouwwerkers in de stad stimuleren de vrijwillige inzet in wijken en buurten door inwoners te stimuleren en faciliteren om zelf positieve veranderingen teweeg te brengen in de wijk of buurt. Tot slot stimuleren we bewonersinitiatieven door financierings- en ondersteuningsmogelijkheden te bieden via GeinsGeluk.
We faciliteren vrijwillige inzet door vraag en aanbod aan elkaar te koppelen. Daarvoor hebben we een goed vindbare online vacaturebank die inwoners in staat stelt eenvoudig en laagdrempelig te reageren op een vrijwilligersklus. Ook kan een inwoner advies op maat krijgen over een geschikte vrijwilligersklus, passend bij de behoeften en talenten van de inwoner.
Daarnaast faciliteren we vrijwillige inzet door de deskundigheid van vrijwilligers en organisaties die met vrijwilligers werken te bevorderen. Daarvoor hebben we een vrijwilligersacademie, met diverse online- en offline trainingsaanbod met uiteenlopende thema’s zoals het werven van vrijwilligers, omgaan met dementie en fondsenwerving. Ook is er een online kennisbank: een digitaal naslagwerk met allerlei relevante informatie rondom vrijwillige inzet. Verder kunnen organisaties advies op maat krijgen over alles wat te maken heeft met vrijwillige inzet.
Tot slot faciliteren we vrijwillige inzet door middel van een collectieve vrijwilligersverzekering. Het is van belang dat organisaties ervoor zorgen dat vrijwilligers hun werk goed en veilig kunnen doen. Mocht er onverhoopt toch iets misgaan, bieden we een vangnetregeling.
We waarderen inwoners die zich vrijwillig inzetten door jaarlijks een waarderingsborrel voor hen te organiseren. Daarnaast faciliteren we diverse organisaties bij het waarderen van hun vrijwilligers door middel van een financiële bijdrage. Om deze verzoeken op een consistente wijze te beoordelen, werken we nieuw beleid uit.
In Nieuwegein zijn diverse voorbeelden van mensen die elkaar op vrijwillige basis helpen en voor elkaar zorgen. Inwoners helpen elkaar bijvoorbeeld bij de administratie, het onderhouden van de tuin, het vervoer naar afspraken, de taalontwikkeling en bieden elkaar gezelschap. We faciliteren dergelijk maatschappelijk initiatief door middel van diverse subsidies aan maatschappelijke organisaties en GeinsGeluk.
We sturen daarbij op de samenwerking tussen formele- en informele zorg en ondersteuning. Informele zorg en ondersteuning kan bijdragen aan vroegsignalering en lichte ondersteuningsvragen ondervangen. Op deze manier kan het beroep dat wordt gedaan op formele zorg worden teruggedrongen. Voor een optimale samenwerking tussen formele en informele zorg is het van belang dat vrijwilligers en professionals zich bewust zijn van hun rol, de grenzen die daarbij horen en gezamenlijk het gesprek blijven voeren over hoe zij elkaar optimaal kunnen ondersteunen. Zowel vrijwilligers als professionals dienen hierin adequaat begeleid te worden.
Tot slot stimuleren we de innovatie van organisaties die faciliteren dat inwoners elkaar helpen. We stimuleren organisaties om samen te werken op fronten waar dit meerwaarde heeft, zoals bijvoorbeeld in de afstemming van de coördinatie van informele hulpvragen. Ook stimuleren we organisaties om een groter vrijwilligerspotentieel te ontsluiten door, bijvoorbeeld, in te spelen op de behoefte aan flexibiliteit van de vrijwilliger van nu. Tot slot stimuleren we organisaties om op een andere manier te kijken naar de talenten en mogelijkheden van een hulpvrager: op welke manier kunnen hulpvragers elkaar mogelijk helpen? Voorzorgcirkels en telefooncirkels zijn enkele voorbeelden van manieren waarop dit georganiseerd kan worden.
Eenzaamheid is een brede maatschappelijke ontwikkeling die in heel Nederland zichtbaar is, ook in Nieuwegein. Er zijn verschillende vormen van eenzaamheid. Emotionele eenzaamheid treedt op als iemand een hechte, intieme band mist met één of meerdere personen. Sociale eenzaamheid draait om minder contact hebben met andere mensen dan je wenst. Bij existentiële eenzaamheid gaat het niet over je sociale contacten, maar over zingeving. Denk aan een verloren en leeg gevoel, een gevoel van zinloosheid en doelloosheid. Niet elke vorm van eenzaamheid is problematisch. Eenzaamheid is van alle jaren, alle leeftijden en van alle mensen. Iedereen voelt zich wel eens alleen. Maar wanneer iemand dat gevoel langdurig of heel sterk heeft en de eenzaamheid het functioneren belemmert, is dat een probleem.
De invloed van eenzaamheid kan groot zijn. Zeker als het langdurig aanhoudt, leidt dit tot gezondheidsrisico’s. Zo kan eenzaamheid een negatieve invloed hebben op het immuunsysteem. Ook leidt eenzaamheid tot minder maatschappelijke participatie -omdat iemand zich terugtrekt- en het gevoel van een tekort aan welzijn of geluk. In Nieuwegein voelt 49% van de inwoners boven de 18 jaar zich wel eens eenzaam. Van hen voelt 13% zich erg eenzaam6.
Om eenzaamheid tegen te gaan, werken we met de volgende vier speerpunten:
De laatste jaren hebben we ingezet op het voorkomen van eenzaamheid onder ouderen omdat eenzaamheid onder deze doelgroep het grootst is. In dat kader hebben de afgelopen periode vrijwilligers in een aantal wijken huisbezoeken afgelegd aan 75-plussers. Dit project willen we voortzetten en uitbreiden naar andere wijken. Daarnaast blijven we aangesloten bij het landelijk actieprogramma één tegen eenzaamheid. Dit actieprogramma kent de volgende 5 pijlers: 1. Bestuurlijk commitment 2. Creëer een sterk netwerk 3. Betrek mensen een eenzamen zelf 4. Werk aan een duurzame aanpak 5. Monitoring en evaluatie. Op basis van deze pijlers en speerpunten wordt de komende periode een lokale aanpak tegen eenzaamheid doorontwikkeld. De lokale aanpak wordt ontwikkeld door een nieuw te vormen coalitie binnen de bestaande samenwerkingsverbanden op het thema eenzaamheid. Hierdoor wordt de samenwerking tussen inwoners, gemeente en uitvoeringsorganisaties vergroot. In de lokale aanpak richten we ons, naast ouderen, ook op andere doelgroepen waaronder jongvolwassenen.
2.2 Meer oplossen in het gewone leven
We gaan uit van het eigen netwerk en eigen initiatief (persoonlijke en gemeenschappelijk sociale basis) van inwoners. Dat wil zeggen dat we inwoners stimuleren, om bij het oplossen van problemen, gebruik te maken van hun netwerk. Waar dit niet of onvoldoende mogelijk is, kunnen zij gebruik maken van algemeen toegankelijke voorzieningen. Dit noemen we normaliseren.
Inwoners kunnen terecht bij en maken zoveel mogelijk gebruik van hun eigen netwerk. Waar dit niet of onvoldoende mogelijk is, kunnen zij gebruik maken van algemeen toegankelijke voorzieningen. Deze algemene voorzieningen zijn dichtbij en inwoners weten hun weg hiernaar te vinden.
Inwoners van Nieuwegein kunnen hun problemen vaak oplossen met steun van hun eigen netwerk (persoonlijke en gemeenschappelijke sociale basis), zoals familie, vrienden of buren. Wanneer inwoners zelf of met hun netwerk niet verder kunnen, zetten we netwerkversterking in. Deze werkwijze gaat ervan uit dat mensen goed in staat zijn om met hun sociale omgeving zelf besluiten te nemen en oplossingen te vinden voor hun problemen. Mensen worden hierbij ook gestimuleerd om hulp te durven vragen binnen hun eigen netwerk. Er is vaak een grotere bereidheid tot het bieden van hulp dan waar men in eerste instantie vanuit gaat.
Wanneer geen oplossing kan worden gevonden in het eigen netwerk, bieden we een divers aanbod aan algemene voorzieningen waarmee wordt voorzien in de (lichte) ondersteuningsbehoefte van een inwoner. Dit ondersteuningsaanbod is laagdrempelig en toegankelijk en houdt rekening met de verschillende behoeften en mogelijkheden van inwoners (zoals locatie en tijdstip). De algemene voorzieningen zijn erop gericht dat kwetsbare inwoners kunnen meedoen aan activiteiten in de buurt of wijk en/of inwoners handvatten en adviezen bieden waarmee zij hun problemen kunnen oplossen of hanteerbaar kunnen maken (versterken van vaardigheden). We proberen hiermee verergering van problemen te voorkomen waardoor professionele ondersteuning niet of minder noodzakelijk is. Voorbeelden van algemene voorzieningen zijn algemeen maatschappelijk werk, inloopspreekuren voor juridische/financiële vragen, opbouwwerk, jongerenwerk en valpreventieve interventies voor ouderen.
Door de toenemende druk op geïndiceerde zorg is het van belang dat we dit aanbod verder versterken en innoveren. Nieuwe, innovatieve algemene voorzieningen moeten erin resulteren dat een beroep op professionele ondersteuning minder of in zijn geheel niet noodzakelijk is. Een mooi voorbeeld van een wijze waarop dit reeds gerealiseerd is, is de recreatieve activering. Voorheen was deze dagbesteding een individuele maatwerkvoorziening, die alleen met indicatie toegankelijk was. De recreatieve activering is nu een effectieve, algemene, laagdrempelige, inclusieve voorziening in de wijk.
We zorgen ervoor dat inwoners goed geïnformeerd zijn over de beschikbare ondersteuningsmogelijkheden, zodat inwoners de juiste hulp kunnen vinden wanneer dat nodig is. Hiervoor is informatie beschikbaar en goed toegankelijk voor alle inwoners. Er is een sociale kaart, Zorg4Nieuwegein, voor zowel (digitaalvaardige) inwoners als professionals en een aanspreekpunt voor vragen, behoeften en signalen van inwoners. Dit aanspreekpunt kan een vrijwilliger of professional op een ontmoetingsplek (bijvoorbeeld buurtplein) zijn maar ook het sociaal team Geynwijs.
Binnen de gemeente, door samenwerkingspartners en binnen de netwerksamenwerkingen wordt al veelvuldig gebruik gemaakt van ervaringsdeskundigen. We blijven het inzetten van ervaringsdeskundigen, veelal via onze samenwerkingspartners, om hulp te bieden aan inwoners stimuleren, omdat dit een waardevolle manier is om praktische, op ervaring gebaseerde ondersteuning te bieden. Ervaringsdeskundigen en -delers zijn mensen die zelf door bepaalde uitdagingen zijn gegaan, zoals verslaving, armoede, psychische problemen of andere maatschappelijke problemen. Zij kunnen anderen helpen door hun persoonlijke ervaring te delen, met name ervaringsdeskundigen kunnen ook hun eigen ervaring inzetten om (praktische) adviezen te geven over hoe om te gaan met vergelijkbare situaties. Dit gebeurt bijvoorbeeld met het project Wachtverzachter. Daarbij worden inwoners met psychische klachten die op de wachtlijst staan voor behandeling of begeleiding gekoppeld aan een ervaringsdeskundige. Dit helpt voorkomen dat de klachten verergeren. De ondersteuning vanuit de ervaringsdeskundige kan aanvullend zijn op professionele hulp of maakt deze in sommige gevallen zelfs overbodig. Begeleiding en opleiding van de ervaringsdeskundigen vindt plaats door de samenwerkingspartner of partij die de ervaringsdeskundige inzet.
Enkele voordelen van het inzetten van ervaringsdeskundigen zijn:
Mantelzorg is zorg die iemand geeft aan een hulpbehoevend iemand waar een bestaande sociale relatie mee bestaat, zoals een huisgenoot, familieleden, buren of vrienden. De situaties waarin mantelzorg wordt geboden zijn heel divers. Mantelzorgers zijn jong en oud, bieden lichte en zware ondersteuning en bieden zowel kortdurend of langdurend hulp. De redenen waarom iemand mantelzorg ontvangt lopen ook zeer uiteen. Iemand kan bijvoorbeeld langdurig ziek zijn, een lichamelijke of verstandelijke beperking hebben, een psychiatrische aandoening of een verslaving. Tot slot kan de mantelzorg zelf ook allerlei vormen aannemen, zoals bijvoorbeeld het doen van het huishouden, wassen en aankleden, gezelschap houden, vervoeren en/of geldzaken regelen.
Meer dan de helft van de inwoners in Nieuwegein (51%) is mantelzorger, waarvan 24% intensieve zorg biedt en 26% incidentele zorg.7 De mantelzorgers bieden sociaal contact (73%), begeleiding en/of vervoer bij afspraken (50%), hulp in de huishouding (50%), hulp bij geldzaken/administratie (30%), warme maaltijden (27%), hulp bij medische verzorging (18%) en hulp bij persoonlijke verzorging (16%).7 Mantelzorgers bieden daarmee onmisbare zorg en ondersteuning aan inwoners in een kwetsbare situatie.
Het belang van mantelzorgondersteuning
Mensen bieden mantelzorg uit vanzelfsprekendheid, liefde en genegenheid. Mantelzorg kan heel veel voldoening geven, sociale relaties verder uitdiepen en geluk brengen. Tegelijkertijd kan mantelzorg ook heel intensief zijn en in combinatie met andere verplichtingen (zoals bijvoorbeeld school, werk, eigen gezin, en het onderhouden van sociale contacten) in overbelasting resulteren. In Nieuwegein voelt 11% van de mantelzorgers zich tamelijk zwaar belast, 4% zeer zwaar belast en 1% overbelast.7 We willen dat mantelzorgers goed toegerust zijn op hun mantelzorgtaken en overbelasting van mantelzorgers voorkomen. Door passende mantelzorgondersteuning te bieden, stellen wij mantelzorgers in staat om passende zorg en ondersteuning te blijven bieden aan hun naaste(n).
Het toenemende belang van mantelzorgondersteuning in het licht van de toenemende druk op zorg- en ondersteuning
De druk op zorg- en ondersteuning neemt toe als gevolg van een toenemende vraag en gebrek aan gekwalificeerd personeel. Om de toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit van zorg- en ondersteuning te waarborgen zal een groter beroep worden gedaan op mantelzorgers. In de toekomst hebben we meer mantelzorgers die worden geconfronteerd met een grote zorg- en ondersteuningszwaarte. Daarmee neemt het belang van adequate mantelzorgondersteuning, die mantelzorgers toerust op hun mantelzorgtaken en overbelasting voorkomt, toe.
Mantelzorgondersteuning in Nieuwegein
We bieden een breed scala aan mantelzorgondersteuning, passend bij de behoeften van de mantelzorger. Bijna een kwart (22%) van de mantelzorgers in Nieuwegein geeft aan behoefte te hebben aan een luisterend oor.8 Daarvoor kan men terecht bij andere mantelzorgers in het mantelzorgcafé en overige diverse bijeenkomsten die voor mantelzorgers worden georganiseerd. Ook kan men een beroep doen op de mantelzorgconsulenten.
Bijna één derde (32%) van de mantelzorgers heeft behoefte aan informatie en advies of hulp bij het regelen van zorg en ondersteuning.8 Mantelzorgmakelaars kunnen mantelzorgers wegwijs maken in wet- en regelgeving, helpen bij regelzaken en bieden informatie en advies. Ook worden diverse trainingen en thema- en informatiebijeenkomsten georganiseerd die mantelzorgers concrete handvaten bieden, bijvoorbeeld in hoe zij het beste om kunnen gaan met het ziektebeeld van hun naaste.
Ook geeft bijna één vijfde (17%) van de mantelzorgers aan behoefte te hebben aan praktische hulp (bijvoorbeeld met klussen, vervoer en huishoudelijke hulp).8 Mantelzorgers kunnen daarvoor terecht diverse informele zorgpartijen die binnen Nieuwegein actief zijn. Ook kunnen mantelzorgers gebruik maken van de huishoudelijke hulp toelage.
Een klein deel van de mantelzorgers (6%) geeft aan behoefte hebben om zorg over te dragen om een paar dagen op adem te komen.8 Daarvoor kan men een beroep doen op (informele) respijtzorg. Op dit moment wordt ook een logeerhuis gerealiseerd in Nieuwegein en experimenteren we met een nieuwe vorm van respijtzorg: formele respijtzorg aan huis.
We hebben doorlopend aandacht voor het feit dat mantelzorgers zichzelf niet altijd herkennen als mantelzorger. Mantelzorgers vinden het geven van deze zorg vaak vanzelfsprekend en zien zichzelf niet altijd als mantelzorger. De taak van mantelzorgen kan onverwachts komen en de aandacht gaat dan in eerste instantie naar de zorgvrager. Risico is dat mantelzorgers pas op zoek gaan naar hulp en ondersteuning als er al sprake is van overbelasting. We zorgen dat mantelzorgers zich bewust worden van hun situatie en dat zij weten waar zij met vragen over mantelzorg en ondersteuning terecht kunnen.
Aandachtspunten voor de komende jaren
Als gevolg van de toenemende druk op zorg- en ondersteuning verwachten we een toename van het aantal mantelzorgers, een toename van de zorgzwaarte die mantelzorgers bieden en mogelijk veranderende ondersteuningsbehoeften van mantelzorgers. De komende jaren blijven we de ontwikkelingen en signalen ten aanzien van mantelzorg nauwgezet volgen, waar nodig nemen we passende actie om een adequate mantelzorgondersteuning te blijven waarborgen.
2.3 Toeleiding naar passende ondersteuning
In Nieuwegein heeft het sociaal team Geynwijs een belangrijke rol in de toeleiding naar passende ondersteuning voor inwoners met een ondersteuningsvraag. Bij problemen op uiteenlopende levensgebieden, van psychische klachten, gevoelens van eenzaamheid, tot lichamelijke beperkingen die het dagelijks leven bemoeilijken, wordt er geluisterd en samen met de inwoner in kaart gebracht wat de behoefte en mogelijke oplossing is. We maken de beweging om dichter bij de inwoner te staan en meer op te lossen in het gewone leven. De toeleiding moet laagdrempelig zijn, de inwoner centraal stellen, integraal kijken naar alle levensgebieden en gericht zijn op het (weer), met behulp van eigen netwerk, zelfredzaam maken van de inwoner en deze zo veel als mogelijk laten participeren in de samenleving. Het is daarbij belangrijk dat we goed samenwerken in de verschillende wijken met partijen uit de sociale basis, en de gehele 1e lijns zorg (waaronder, fysiotherapeuten, huisartsen, wijkverpleging, etc.) deze netwerksamenwerking willen we gezamenlijk met alle partijen verstevigen en uitbreiden. De samenwerking van al deze partijen en Geynwijs gebeurt al op het buurtplein de Componist. Dit is een mooi voorbeeld van waar we naartoe willen. We onderzoeken binnen de netwerksamenwerking naar de mogelijkheden voor de meest optimale inrichting van de toeleiding naar welzijn en zorg.
Inwoners worden in hun ondersteuningsvraag in samenhang geholpen door informele en formele partijen, waar mogelijk laagdrempelig in de wijken
Inwoners van Nieuwegein krijgen in hun ondersteuningsvraag een samenhangende aanpak, dat wil zeggen ondersteuning op meerdere leefgebieden, waarbij het eigen netwerk en zowel informele als formele partijen betrokken kunnen zijn. Deze nieuwe werkwijze noemen we triageproces en begint al bij het moment van melden. Extra aandacht is er om goed te onderzoeken wat precies de vraag is en hoe de inwoner daarbij het beste geholpen zou kunnen worden. Hierbij is het sociaal team van Geynwijs in de lead en zoekt actief de samenwerking met partijen uit de sociale basis. Door een bepaalde ondersteuningsvraag vanuit meerdere disciplines/ expertises te benaderen ontstaan er vaak creatieve, meer passende oplossingen. Het uitgangspunt van deze vernieuwde werkwijze is dat inwoners sneller worden geholpen richting de juiste aanpak voor hun ondersteuningsvraag, zij worden beter in het proces meegenomen en er wordt meer opgelost binnen het gewone leven. We stimuleren het samenbrengen van verschillende welzijns- hulp- en zorgpartijen op een aantal locaties in de stad. Hierbij helpt een vaste structuur voor integrale casuïstiekbespreking tussen Geynwijs en partijen binnen de sociale basis. Uiteindelijk streven we naar een goed functionerende netwerksamenwerking waardoor de inwoner snel en passend geholpen wordt.
We onderzoeken de mogelijkheid voor een bredere samenstelling van het sociaal team, waar dan niet alleen sociaal professionals in zitten, maar bijvoorbeeld ook algemeen maatschappelijk werkers, een welzijnscoach, een schuldhulpverlener en een wijkverpleegkundige. Eventueel in wisselende samenstelling. Het betekent dan ook niet dat iedereen vast in één team zit, maar meer in netwerksamenwerkingsverband. Daarnaast zal worden gekeken naar de inrichting van de onafhankelijke cliëntondersteuning. De functie van onafhankelijke cliëntondersteuner kan bijvoorbeeld naast de huidige formele partijen mogelijk door informele partijen worden ingevuld en ook met inzet van vrijwilligers.
Tevens verstevigen we de integrale samenwerking met Jeugd; het is van belang dat er binnen een gezin voldoende aandacht is voor zowel de ouders, als de jeugdige. In gevallen van een scheiding, psychische problematiek of verlies van een naaste, heeft dit een grote impact op het hele gezin. Wanneer bijvoorbeeld ouders ondersteuning krijgen om hun relatie te verbeteren, verbetert ook de situatie van het kind. Komende periode verstevigen we de integrale samenwerking en onderzoeken we vanuit welke wetgeving (Jeugd of Wmo) eventueel noodzakelijk maatwerk het beste geboden kan worden, en zorgen daarbij voor een goede afstemming.
Met het Integraal Zorgakkoord (IZA) krijgt de transitie van de huidige zorgsystematiek naar een meer integraal en preventief gericht systeem een extra steuntje in de rug. Het IZA zet in op domein overstijgende, regionale samenwerking om zo ook lokale samenwerking te verbeteren. Hierbij zijn onder andere ook de zorgkantoren betrokken, wat de samenwerking met partijen vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) kan bespoedigen. Zoals eerder genoemd is de huidige samenwerking binnen gezondheidshuis De Componist een mooi voorbeeld, waar uitvoerende medewerkers van meerdere zorg- en welzijnsorganisaties al intensief samenwerken ten behoeve van de inwoners. Ook bestaat er in Nieuwegein al een goede samenwerking in de vorm van het ‘Lijfstyleoverleg’, waarbij een mooie verbinding gemaakt wordt tussen welzijn, maatschappelijke ondersteuning en zorg. Hierbij is het de wens om dit overleg uit te breiden met professionals vanuit Geynwijs.
Verandering van de rol van Geynwijs
We verbeteren de toegankelijkheid door Geynwijs meer onderdeel uit te laten maken van de welzijns- en zorg netwerken in de wijken. Samen met ketenpartners zorgen we voor laagdrempelig toegankelijke en 'voor de hand liggende plekken’, waar iedere inwoner met een vraag terecht kan. Ondersteuningsvragen worden daar waar mogelijk binnen het gewone leven opgelost. In gesprekken met inwoners maakt het sociaal team, samen met de ketenpartners, nog sterker de beweging om eerst te verkennen of de inwoner zelf oplossingen kan vinden binnen zijn eigen netwerk of het voorliggend veld, voordat er doorverwezen wordt naar maatwerkvoorzieningen (werkwijze van normaliseren).
Daarnaast starten we met een pilot waarin het sociaal team zelf (lichte) individuele ondersteuning gaat bieden voor een deel van de casuïstiek, in plaats van alle begeleidingscasussen, zoals in de huidige situatie, direct door te verwijzen naar gecontracteerde zorgaanbieders. Deze begeleiding wordt dan een algemene voorziening, zonder indicatie voor maatwerk. Het sociaal team staat dichter bij de inwoner, kan flexibeler inspelen op de ondersteuningsbehoefte en heeft een nauwere samenwerking met partijen uit het voorliggende veld, dan veelal regionaal georiënteerde zorgaanbieders. De vorm van ondersteuning beweegt zodoende mee met wat op dat moment nodig is (zowel op- als afschalen), zodat de inwoner altijd de passende ondersteuning ontvangt, dicht bij het gewone leven. Bovendien leidt deze werkwijze tot een aanzienlijke afname van bureaucratische handelingen (benodigde verslaglegging, administratie en overdracht naar andere professionals). Een goede samenwerking met het voorliggend veld is een belangrijke randvoorwaarde, daarom zal het Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW – als onderdeel van het voorliggend veld) betrokken worden binnen deze pilot. Er zal worden gekeken naar de samenhang en raakvlakken tussen de individuele begeleiding door Geynwijs en het AMW. Er wordt gezamenlijk gezocht naar de meest optimale onderlinge samenwerking voor een integrale oplossing voor de inwoner.
Indien zwaardere, specialistische ondersteuning nodig is, blijft inzet van maatwerk via een zorgaanbieder te allen tijde mogelijk. Ook op de trajecten van zorgaanbieders wordt altijd een vorm van casusregie gevoerd door Geynwijs. Hierbij wordt samen met de inwoner en de zorgaanbieder het verloop van het (tijdelijke) begeleidingstraject gemonitord en doorlopend de verbinding gemaakt met het eigen netwerk en mogelijkheden in de sociale basis. Met de werkwijze van deels eigen begeleiding bieden door Geynwijs komt er tevens meer ruimte om goede nazorg te kunnen bieden met een waakvlamcontact9 om te zorgen voor een duurzaam resultaat, na geïndiceerde begeleiding. Uitgangspunt is dat de inwoner zoveel mogelijk eigen regie heeft en daarmee zo zelfredzaam mogelijk is en/of blijft.
Werken vanuit krachtwerk en reablement
Bij alles wat we als gemeente en (in)formele samenwerkingsorganisaties doen, staat Krachtwerk en reablement centraal. Ons doel is om inwoners te ondersteunen bij het leiden van hun leven op de manier die zij zelf willen. We richten ons op wat wél mogelijk is en versterken het netwerk rondom de inwoner, zodat zij zelf de regie kunnen houden. Hierbij kijken we niet alleen naar de hulpvraag op zich, maar onderzoeken we ook de onderliggende behoefte: Wat is nu écht de reden dat iemand ondersteuning zoekt? Door samen te werken en de juiste balans te vinden tussen hulp en zelfredzaamheid met het eigen netwerk, zorgen we ervoor dat iedereen zo zelfstandig mogelijk kan blijven functioneren. Krachtwerk ondersteunt het eigen proces van herstel van mensen in de richting van een door henzelf gewenste kwaliteit van leven waarbij zij, net als iedere inwoner, in de samenleving mogen meedoen, erbij horen, ertoe doen en mogen zijn wie ze zijn. Het doel van reablement is dat een inwoner zo onafhankelijk mogelijk de dagelijkse activiteiten kan ondernemen. Het beoogt bij te dragen aan het versterken van autonomie, welzijn en kwaliteit van leven. Reablement is een manier van werken waarmee zorgprofessionals voornamelijk oudere inwoners helpen hun eigen leven te leiden. Dit vraagt om heel goed te luisteren naar de werkelijke ondersteuningsvraag en kent drie basisprincipes: 1. We nemen niet over wat mensen zelf kunnen 2. We helpen mensen te herwinnen wat ze niet meer kunnen 3. We zorgen samen voor een oplossing voor dat wat overblijft.
Kwetsbare jongvolwassenen krijgen tijdig de juiste ondersteuning
De overgang naar volwassenheid brengt voor jongvolwassenen veel uitdagingen met zich mee, zoals zelfstandig wonen, werken en studeren. In deze levensfase is de kans groter dat zij problemen ontwikkelen, zoals mentale klachten, eenzaamheid of schooluitval. Voor kwetsbare jongvolwassenen wordt deze fase extra ingewikkeld gemaakt, mede door de overstap van de Jeugdwet naar de Wmo, waardoor zij het risico lopen uit beeld te raken. Geynwijs professionals vanuit Jeugd zoeken tijdig de samenwerking met professionals Wmo en er wordt in een doorgaande lijn gewerkt vanuit het toekomstplan van de jongvolwassene. Dat betekent ook dat er passend aanbod is binnen het voorliggend veld en/of de Wmo voor kwetsbare jongvolwassenen. In deze situatie gaan we ervanuit dat een jongvolwassene in beeld is. Vroegtijdige schoolverlaters zijn bijvoorbeeld gekoppeld aan het jongerenloket, zodat zij geholpen kunnen worden. Daarnaast zijn jongerenwerkers actief op middelbare scholen in Nieuwegein. Echter een jongvolwassene kan ook uit beeld geraken door onvoldoende steunsysteem en een toename van life events en/ of problemen. Naast voldoende aanbod is vooral een outreachende aanpak nodig specifiek gericht op jongvolwassenen van 16 – 27 jaar waarbij presentie, aansluiten op passende vindplekken en een adequate vroegsignalering van belang is.
Verder wordt ernaar gestreefd dat iedere kwetsbare jongvolwassene een duurzame steunfiguur heeft, bij voorkeur uit het eigen netwerk, die hen ondersteunt in deze belangrijke levensfase. Iemand die helpt bij het maken van gezonde keuzes, versterken van hun zelfredzaamheid en vroegtijdig signaleren van risico’s, zoals dreigende schooluitval. Door de jongvolwassene op tijd in beeld te hebben en perspectief te bieden, hopen we grotere problemen zoals sociale uitsluiting of zelfs criminaliteit tegen te gaan. Bovenstaande acties zijn opgenomen in het Actieplan kwetsbare jongvolwassenen, welke in maart 2024 in Nieuwegein door de Raad is aangenomen.
Kwetsbare ouderen en langer zelfstandig wonen
In Nieuwegein is sprake van dubbele vergrijzing. De groep ouderen gaat een relatief groter aandeel van de Nieuwegeinse samenleving vormen en de gemiddelde leeftijd komt ook steeds hoger te liggen.
Maar de vergrijzing gaat verder dan enkel leeftijd gerelateerde veranderingen; naarmate inwoners ouder worden, neemt ook het aantal ouderen met (meerdere) aandoeningen toe. En met de toename van ouderen zijn er ook meer ouderen met gezondheidsproblemen. Zoals vallen, geheugenproblemen, dementie en beperkingen in het dagelijks functioneren.10 Deze ouderenproblematiek is nu al steeds meer zichtbaar in de praktijk. Een integrale aanpak over de verschillende domeinen heen is hierbij essentieel. We hebben hier, samen met onze ketenpartners, waaronder wijkverpleging, GGZ aanbieders en huisartsen de komende jaren extra aandacht voor.
In Nieuwegein wonen zo’n 1000 mensen met dementie. Dit aantal loopt in 2030 op tot circa 1.500. Iemand die de diagnose dementie krijgt, woont gemiddeld nog 6 tot 8 jaar thuis voordat opname in een verpleeghuis nodig is. In die periode kunnen mensen met hulp vaak nog een kwalitatief goed leven leiden. We willen een dementievriendelijke gemeente zijn en zetten ons actief in om mensen met dementie en hun mantelzorgers zo lang mogelijk mee te laten doen aan de samenleving. Dit doen we onder andere door voorlichting te geven over dementie, dagactiviteiten aan te bieden en door mantelzorgondersteuning.
Uit de praktijk van het Outreachteam blijkt dat het aantal zorg – en overlast meldingen van inwoners die ouder worden toeneemt. Het gaat vaak om een kleine groep kwetsbare inwoners die te maken hebben met psychische (b.v. dementie of gedragsproblematiek) en/of fysieke problemen in combinatie met sociaal isolement. Een eerste verkenning door professionals om de problemen te adresseren is uitgevoerd. Hieruit blijkt dat het voor professionals zeer uitdagend is om passende ondersteuning te vinden voor deze doelgroep door bijvoorbeeld versnippering in wetgeving (Zvw, Wlz en Wmo) en bezuinigingen in combinatie met het ontbreken van een sociaal netwerk en tekorten op personeel. Vanuit de Wlz wordt ingezet op langer thuis wonen, ook als inwoners met b.v. een vorm van dementie zorg en nabijheid nodig hebben. In de praktijk worden lagere Wlz- indicaties afgegeven met als gevolg dat deze inwoners niet instromen in voorzieningen en thuis blijven wonen. Met als gevolg verwaarlozing, hygiënische (woon)- problemen en onveiligheid. Kortom, kwetsbare ouderen dreigen tussen wal en schip te geraken. Het vraagstuk roept om een gezamenlijke integrale aanpak waarin we leren van initiatieven die in enkele grotere gemeentes al worden ontplooid en waarin we o.a. het onderwerp agenderen via IZA mentale gezondheid. Voor wat betreft het omgaan met zorgelijke situaties gaat het Outreachteam vanaf dit jaar de functie van lokaal meldpunt vervullen voor zowel inwoners als professionals. Ook gaan we met netwerkpartners een plan van aanpak maken. Het doel is het verbeteren van de samenwerking tussen netwerkpartners en het bieden van gezamenlijke oplossingen voor de complexe problematieken van deze kwetsbare ouderen.
2.4 Wmo-maatwerk voor de ondersteuning van inwoners
Waar algemene voorzieningen en initiatieven uit de sociale basis niet toereikend zijn, bieden we aanvullend maatwerkvoorzieningen vanuit de Wmo. Hiermee zorgen we dat inwoners die extra hulp nodig hebben, de ondersteuning krijgen die aansluit bij hun persoonlijke situatie en mogelijkheden. We ondersteunen inwoners bij het vinden van de juiste voorzieningen en hebben speciale aandacht voor kwetsbare groepen die bescherming en opvang nodig hebben. Onze lokale aanpak is erop gericht om zorg en ondersteuning effectief, toegankelijk, en (financieel) toekomstbestendig te houden.
2.4.1 Doelen, resultaten en indicatoren
Nieuwegeiners met een hulpvraag op het gebied van zinvolle dagactiviteiten ontmoeten en doen mee naar vermogen (betaald en onbetaald werk en/of nemen deel aan activiteiten in de wijk).
Mensen voelen zich gelukkiger als zij voldoende (waardevolle) sociale contacten en vrienden hebben. Vrijwillige inzet en werk dragen hieraan bij. Dit is alleen niet voor alle inwoners mogelijk. Als het eigen netwerk en de algemene voorzieningen niet toereikend zijn, dan zijn er maatwerkvoorzieningen onder begeleiding van een zorgprofessional (via indicatie), zoals ‘’Dagbesteding plus’’ en ‘’Arbeidsmatige Activering (AA)’’.
Dagbesteding plus is een maatwerkvoorziening voor zeer kwetsbare inwoners met een beperking en/of chronische en/of psychosociale problemen die niet een passend aanbod vinden binnen de algemene voorziening Recreatieve Activering.
Bij een traject binnen de Arbeidsmatige Activering staat de ontwikkeling van de inwoner centraal. Dit betekent dat bij de AA de focus ligt op de persoonlijke groei en het ontwikkelen van mogelijkheden. In Nieuwegein is de laatste jaren bij AA meer de nadruk komen te liggen op de arbeidsmatige ontwikkeling, met als doel meer doorstroom naar een vorm van participatie. Dit kan werk zijn, maar ook vrijwilligerswerk. Een divers en passend aanbod is hiervoor van groot belang. Komende jaren gaan we dit aanbod versterken.
Bewuster omgaan met maatwerkvoorzieningen
Tegenslagen en ouder worden horen bij het leven. We willen ernaar toe dat inwoners hier tijdig over nadenken en indien mogelijk zelf de nodige maatregelen treffen. Er kan een analogie worden getrokken tussen ouder worden en kinderen krijgen; er zijn veel zaken die veranderen en geregeld moeten worden. We vinden het heel normaal dat een kinderwagen zelf wordt aangeschaft, eventueel tweedehands, maar in veel gevallen wendt men zich tot de gemeente voor een scootmobiel. Ditzelfde geldt voor (kleine) aanpassingen in huis, die gemakkelijk via reguliere kanalen te verkrijgen zijn en zelfstandig kunnen worden aangeschaft. Eventueel kan een vrijwilliger of iemand uit het eigen netwerk ondersteunen om dit op een eenvoudige en betaalbare manier te realiseren. Ook kunnen diverse partijen binnen het voorliggende veld en de sociaal professionals van Geynwijs de inwoner hierover informeren en adviseren. Op deze manier houden we de maatwerkvoorzieningen (financieel) beschikbaar voor mensen die dergelijke ondersteuningsvragen niet op eigen kracht kunnen oplossen.
Van de maatwerkvoorziening Huishoudelijke Ondersteuning wordt steeds vaker gebruik gemaakt, dit leidt op termijn zowel qua personeelskrapte als qua financiële middelen tot een onhoudbare situatie. In de gesprekken samen met de inwoner wordt meer de nadruk gelegd op wat de inwoner nog zelf kan en niet uit handen hoeft te worden genomen. Ook blijft Geynwijs aandacht hebben voor wat er door de inwoner binnen zijn eigen netwerk kan worden opgelost en zal het normenkader voor het bepalen van het aantal minuten huishoudelijke ondersteuning bij het indiceren strakker worden toegepast.
Daarnaast gaan we met de verschillende (zorg)partijen meer samenwerken vanuit het gedachtegoed van reablement. De inwoner bepaalt zelf wat hij kan en wat niet uit handen hoeft te worden genomen. Hieruit kunnen innovatieve werkwijzen ontstaan. Verder zetten we ook bij de huishoudelijke ondersteuning in op normaliseren: wie zelf de financiële middelen heeft, kan worden doorverwezen naar betrouwbare aanbieders om ondersteuning particulier in te huren. Door van de was- en strijkservice een algemene voorziening te maken, kunnen alle inwoners die hier gebruik van wensen te maken hier terecht. Zo zorgen we ervoor dat de huishoudelijke ondersteuning beschikbaar blijft voor wie dit écht nodig heeft.
Individuele Begeleiding heeft als doel het bevorderen en/of te vergroten van lichamelijke, cognitieve en/of psychische mogelijkheden, om inwoners in staat te stellen te functioneren in de persoonlijke levenssfeer. Enkele resultaatvoorbeelden zijn: het vergroten/behouden van het regelvermogen, het leren plannen van activiteiten, het nemen van besluiten en het bevorderen van sociaal functioneren. Maar ook het bieden van praktische hulp en ondersteuning bij het (leren) uitvoeren van handelingen/vaardigheden die zelfredzaamheid en participatie tot doel hebben. Specifieke doelgroepen daarbij zijn inwoners met; een psychogeriatrische/somatische aandoening, psychiatrische/psychosociale aandoening, niet Aangeboren Hersenletsel, een Licht Verstandelijke Beperking, complexe problematiek, zoals inwoners met een verslaving of die dak- en thuisloos of gedetineerd zijn geweest.
Met de regionale inkoop Individuele Begeleiding (IB) sinds oktober 2022 werden een aantal doelen beoogd, waaronder ondersteuning bieden dicht bij de leefwereld van de inwoner en versterken van het gewone leven (normaliseren), maximaal gebruik maken van het eigen netwerk en de voorzieningen in de sociale basis, nieuwe innovatieve vormen van ondersteuning en beheersing van de uitgaven. We constateren helaas dat deze doelen onvoldoende behaald worden. Met dit beleidskader, en in lijn met de maatregelen vanuit de Taskforce Wmo, doen we een aanzet om de eerder beoogde doelen een impuls te geven. We besteden meer aandacht aan de juiste indicatiestelling, tijdige afschaling en het voeren van casusregie door Geynwijs. Ook bewaken en sturen we op de kwaliteit en lengte van begeleidingstrajecten door analyse van data en accountgesprekken met zorgaanbieders.
Daarnaast starten we de de werkwijze van triage en de pilot waarin sociaal professionals van Geynwijs zelf (lichte) begeleiding gaan bieden (zie 2.3.2), zodat we beter aansluiten bij het gewone leven, flexibeler kunnen inspelen op de ondersteuningsbehoefte van de inwoner en de vraag naar de maatwerkvoorziening IB afneemt. Indien er een (zwaardere) maatwerkvoorziening nodig is, wordt doorverwezen naar een gecontracteerde aanbieder. Geynwijs blijft ook op deze trajecten casusregie voeren, zodat gezamenlijk met de aanbieders gestuurd wordt op effectieve en efficiënte ondersteuningstrajecten, en de koppeling met de sociale basis actief gemaakt wordt.
Vernieuwende vormen van (collectieve) maatwerkvoorzieningen
Gezien de combinatie van factoren als een groeiend aantal inwoners die een vorm van ondersteuning nodig hebben, de stijgende Wmo kosten en de toenemende personeelstekorten, is de uitdaging van het bieden van toekomstbestendige zorg en ondersteuning groot. Het is van belang dat we hierop anticiperen en zijn daarom reeds gestart met het onderzoeken van vernieuwende vormen van maatwerkvoorzieningen. Eén daarvan is groepsgerichte ondersteuning in plaats van individuele begeleidingstrajecten. Deze meer collectieve aanpak ligt in lijn met onze visie van meer verbondenheid, samen-kracht, en meer oplossen in het gewone leven. Inwoners kunnen van elkaar leren, merken dat zij niet de enige zijn die tegen bepaalde problemen aanlopen en vergroten hun sociale netwerk. Het groepsgerichte aanbod kan, op termijn, mogelijk een algemene voorziening worden.
Een andere vorm van innovatief en collectief aanbod is het onderzoeken van scootmobielpools, waarbij inwoners gebruik kunnen maken van deelscootmobielen. De komende periode gaan we van start met het inrichten hiervan. Belangrijk om op te merken is dat vrijwel alle maatwerkvoorzieningen in regionaal verband worden ingekocht (regio Lekstroom), bij lokale wijzingen moeten we altijd rekening houden met regionale contractafspraken.
Maatschappelijke Opvang en Beschermd wonen (MOBW)
In Nieuwegein willen we dat mensen met een psychische kwetsbaarheid thuis in de wijk zo zelfstandig mogelijk kunnen wonen. Dit organiseren we deels vanuit regionaal- en deels vanuit lokaal beleid. De doelgroep van Maatschappelijke Opvang en Beschermd wonen bestaat uit volwassen inwoners die door hun psychische of psychosociale beperkingen tijdelijk niet in staat zijn zelfstandig te leven. Onder deze doelgroep rekenen we ook inwoners met een Ernstig Psychiatrische Aandoening (EPA). In de afspraken over Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen in de U1611, Lekstroom en lokaal gaat het over inwoners die uitstromen uit Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen naar een zo zelfstandig mogelijk leven. Ook willen we achteruitgang van mensen met een psychische kwetsbaarheid (zo veel als mogelijk) tegenhouden om zo instroom naar intramurale voorzieningen te voorkomen.
In de U16 werken we sinds 2017 intensief samen in de regio, onze gezamenlijke ambitie is het ‘tijdig realiseren van passende ondersteuning van deze kwetsbare doelgroep, zo thuis mogelijk’. We willen dat inwoners een zo gewoon mogelijk leven kunnen leiden, in de eigen woon- en leefomgeving (thuis) zodat zij mee kunnen doen in de samenleving. Daartoe organiseren we passende zorg en ondersteuning op die plek waar mensen zich het meeste thuis voelen. Dat draagt bij aan hun herstel. Dat betekent dat we zoveel mogelijk uitgaan van lokale ondersteuning in de wijken. En als er meer nodig is organiseren we een beschermende woonomgeving, zo kort als mogelijk maar ook zo lang als nodig. Deze ambitie is in het ‘Regioplan U16 – Beschermd Wonen’ vertaald in drie doelstellingen:
Zo thuis mogelijk betekent dat we als gemeenten te maken hebben met onbegrepen gedrag in de wijk en draagkracht die onder druk staat. Onbegrepen gedrag is gedrag dat niet altijd begrepen en geaccepteerd wordt; in een enkel geval gaat onbegrepen gedrag samen met gevaarsrisico. We bevinden ons dan op het snijvlak van zorg en veiligheid waarbij specialistische zorg noodzakelijk is in combinatie met dwang of drang zoals binnen de Wet forensische zorg en/ of Wet verplichte GGZ mogelijk is. Op basis van deze ervaringen de afgelopen jaren hebben we concrete acties in het lokaal bestedingsplan opgenomen en dragen op deze wijze bij aan een sluitende aanpak zorg en veiligheid. De ontwikkeling is al een aantal jaren gaande: aan de ene kant werken we aan ‘’de Visie Dannenberg’’ en aan de andere kant wordt er al een aantal jaren, en recent ondersteund vanuit het IZA, ingezet op de ambulantisering van de GGZ. Vanwege deze laatste ontwikkeling zien wij ook dat er mensen die in behandeling zijn bij een GGZ-instelling in de wijk wonen - waar zij vroeger intramuraal zouden verblijven. Vanuit de G40 is er in de zomer van 2024 aandacht gevraagd voor deze laatste ontwikkelingen en de druk die dat in woonwijken met zich meebrengt12.
Via het lokaal bestedingsplan blijven we inzetten op preventie, ontmoeten, meedoen en bevorderen van herstel. We faciliteren een gedifferentieerd aanbod van passende zorg en ondersteuning, bevorderen dat (in) formele ketenpartners goed samenwerken om enerzijds de juiste hulp te bieden aan inwoners met complexe problemen en anderzijds een wijk of buurt te ondersteunen in het omgaan met onbegrepen gedrag. Hiermee faciliteren we dat inwoners met een psychische kwetsbaarheid goed kunnen leven in een veerkrachtige wijk. In onze aanpak richting wij ons op specifieke aandachtspunten zoals het versterken van samenleven in de wijk (preventie, vroegsignalering, goed samenwerken in de keten en in de wijk, voldoende Wmo-begeleiding, digicontact (begeleiding buiten kantooruren) en waakvlambegeleiding (nazorg en signaleren), het werken aan gemeenschapskracht (community aanpak gemengd wonen). Daarnaast bevorderen we inclusie en zetten we in op signaleren van zorgelijke situaties (uitrollen buurtkaart en communicatiecampagne).
Regionale aanpak dakloosheid U16
Een belangrijke regionale opgave ligt ook in het voorkomen van dakloosheid. Deze aanpak is gericht op diverse doelgroepen zoals economisch daklozen en jongvolwassenen maar ook de doelgroep inwoners met een psychische kwetsbaarheid. Een woonplek is een belangrijke voorwaarde om een zelfstandig leven te leiden.
Samenhang Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang
We willen voorkomen dat mensen instromen in Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. Door dakloosheid komen mensen steeds meer in de problemen. De gewenste beweging is identiek van intramuraal wonen in een instelling naar zelfstandig wonen daar waar nodig met passende ondersteuning. We zetten in op sterke lokale basisvoorzieningen en beschikbaarheid van betaalbare woonplekken.
We staan de komende jaren voor een grote bezuinigingsopgave (alsmede door de stijgende uitgaven vanuit de Wmo) en moeten daarom belangrijke en moeilijke keuzes maken.
De kosten van de maatwerkvoorzieningen zijn de afgelopen jaren toegenomen en overstijgen ruimschoots de beschikbare middelen. Het is van belang dat we deze kosten de komende jaren terugdringen. In het kader van het traject sluitende meerjarenbegroting (SMB) is gewerkt aan bezuinigingsmaatregelen op het terrein van Jeugd en Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De lijn van de voorgestelde maatregelen komt overeen met de uitgangspunten in dit beleidskader: normaliseren, meer oplossen in het gewone leven én het belang van het voorliggend veld. Voorbeelden van maatregelen zijn de was- en strijkservice, strakker indiceren, triage en begeleiding door Geynwijs.
In de Koers Sociaal Domein en onderliggend beleidskader onderschrijven we het belang van de sociale basis. Uitgangspunt is dan ook dat we niet op het (institutionele) sociale basis bezuinigen. Bestaande investeringen blijven we kritisch tegen het licht houden. We dienen middelen zo efficiënt en effectief mogelijk in te zetten. Gezamenlijke prioritering, planvorming en uitvoering draagt daaraan bij. We stimuleren daarom gezamenlijke planvorming en uitvoering door maatschappelijke organisaties.
Aanvullende investeringen in het voorliggend veld maken we mogelijk door een verschuiving van budget voor geïndiceerde zorg naar het welzijnsbudget. Daarbij is het van belang dat deze investeringen directe verlaging van de vraag naar geïndiceerde zorg tot gevolg hebben en kostenbesparend werken. Of deze effecten zich voordoen wordt getoetst in pilots. Bij bewezen effectiviteit wordt de verschuiving van budget structureel geborgd.
Verwachtingen van de sociale basis
De verwachtingen van de sociale basis zijn hooggespannen. Het Verwey-Jonker Instituut waarschuwt echter dat er grenzen zijn aan wat er kan worden bereikt met de sociale basis. De sociale basis is niet maakbaar, maar heeft haar eigen dynamiek en energie. Daarmee mogen we niet verwachten dat de sociale basis alle bezuinigingen kan compenseren of problemen kan oplossen. We blijven daarom het belang van voldoende financiële middelen voor het leveren van geïndiceerde zorg (o.a. Wmo) uitdragen richting het Rijk.
Om de sociale basis effectief te kunnen faciliteren en versterken, is structurele financiering van belang. Steeds vaker worden we echter geconfronteerd met tijdelijke middelen (bijvoorbeeld SPUK-middelen). Wanneer deze middelen aflopen, kunnen effectieve initiatieven niet altijd geborgd worden. Ook brengen tijdelijke middelen aanvullende kosten teweeg, als gevolg van extra administratieve lasten en tijdelijke contracten (inhuur). Tijdelijke middelen zetten we daarom primair in om te experimenteren met nieuwe werkwijzen die binnen bestaande uitvoering (en met bijbehorende bestaande middelen) geborgd kunnen worden. Ook kunnen tijdelijke middelen worden aangewend om initiatieven kortdurend te versterken of in te spelen op tijdelijke behoeften. We proberen de nadelige gevolgen van tijdelijke middelen voor maatschappelijke organisaties tot een minimum te beperken, bijvoorbeeld door oog te houden voor de wijze waarop we administratieve lasten kunnen beperken.
In de periode 2025-2030 monitoren we de uitvoering van dit beleidskader. Tweejaarlijks stellen we een evaluatie van het uitvoeringsprogramma op om tussentijds inzicht te geven in gemaakte vorderingen en bij te sturen waar nodig. Aan het eind van de looptijd van dit beleidskader evalueren we in hoeverre de doelstellingen zijn behaald en of we nog voldoende inspelen op de lokale en landelijke ontwikkelingen van dat moment. De input van deze evaluatie vormt het vertrekpunt voor een nieuw beleidskader. Als input voor de monitoring gebruiken we, naast rapportages en subsidieverantwoordingen van onze samenwerkingspartners, zoveel mogelijk bestaande data uit bijvoorbeeld de Monitor Sociale Kracht, gezondheidsmonitors van de GGD en cliëntervaringsonderzoek Wmo.
Daarnaast monitoren we doorlopende de hoogte van de (maatschappelijke) kosten en sturen waar nodig bij om deze beheersbaar te houden. Het merendeel van de contracten worden in regionaal verband ingekocht. De Regionale Backoffice Lekstroom (RBL) is verantwoordelijk voor het accountmanagement van alle regionale contracten. Strakke sturing op het nakomen van de gemaakte afspraken is belangrijk om ook via deze kant de uitgaven te kunnen beheersen. Er worden momenteel stappen gezet op regionaal niveau om het huidige leveranciersmanagement door te ontwikkelen. Dit is een samenwerking tussen de RBL en de vijf Lekstroomgemeenten.
Een buurt is een gebied binnen een stad, dorp of wijk dat door bewoners als een bij elkaar horend geheel wordt ervaren.
De buurtverbinders (in dienst van een maatschappelijke organisatie) zorgen voor een gevarieerde programmering op de buurtpleinen en een ruime openstelling zodat alle inwoners, jong en oud, er hun plek kunnen vinden. Zij ondersteunen nieuwe initiatieven en activiteiten bij de opstart en begeleiden de vrijwilligers in de gastenteams. Zij bevorderen inclusie en stimuleren sociale veiligheid op de pleinen. Daarnaast signaleren zij problemen en vervullen zij een netwerkrol in de samenwerking met partners.
Het coördineren, afstemmen en monitoren van de benodigde ondersteuning aan de Inwoner, waarbij het eigen netwerk, informele partijen en formele hulpverleners betrokken zijn. De Inwoner houdt zo veel als mogelijk zelf regie over de benodigde ondersteuning.
De centrale wijken van Nieuwegein; het oostelijk deel van Batau-Noord en -Zuid en het westelijk deel van Zuilenstein, een groot deel van Jutphaas-Wijkersloot, Merwestein en Fokkesteeg.
Integraal betekent alles omvattend. We kijken niet alleen naar de hulpvraag, maar breder: wat speelt er allemaal in het leven van de inwoner, is er ook andere hulp ingezet die relevant is voor de huidige hulpvraag? Het is belangrijk om de samenhang te zien en daarmee de juiste zorg in te zetten.
Wanneer we spreken over een kwetsbare inwoner, dan betref dit een inwoner die (tijdelijk) minder zelfredzaam is. Onder zelfredzaam verstaan we: in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden.
Een vrijwillige, duurzame samenwerking tussen partijen die hun middelen, kennis en/of capaciteiten bundelen om een gezamenlijk doel te bereiken.
Ieder mens is verantwoordelijk voor zijn of haar leven. Hoogte- en dieptepunten horen daarbij. In de hulp die we bieden aan inwoners met een hulpvraag werken we vanuit het idee dat we aansluiten bij het gewone leven; ook wel normaliseren genoemd. Niet alles wat anders is of anders verloopt dan je zou willen, vraagt direct om professionele hulp of ondersteuning. Ook het ouder worden hoort bij het leven, het is normaal dat inwoners tijdig nadenken over de consequenties die dit met zich mee kan brengen en daarop acteren.
De inzet van de opbouwwerkers (in dienst van een maatschappelijke organisatie) is gericht op samenlevingsopbouw hetgeen bijdraagt aan het welzijn van inwoners en de leefbaarheid in de wijk. Door meer betrokkenheid van inwoners bij hun buurt ontstaat een sterkere samenleving waarin plaats is voor iedereen. Opbouwwerkers zijn op allerlei plekken in de wijk zichtbaar aanwezig, maken verbindingen en werken buurtgericht aan stevige netwerken. De opbouwwerkers maken zichtbaar wat er in de wijk speelt en brengt in beeld wat er aan vermogens en capaciteiten aanwezig is in de wijk om de samenleving sterker te maken.
Het outreachteam is er voor inwoners die zelf geen hulp vragen, maar dit wel nodig hebben (zorgmijders)
Het toekomstplan Jeugd is gericht op uitstroom na ondersteuning. Bij jeugdigen vanaf 16,5 jaar bevat dit perspectiefplan een toekomstgerichte aanpak vanuit de visie: “we laten jongeren pas los als er een stabiele basis is” op de vijf pijlers (Big5: wonen, inkomen, werk/school, welzijn en support) van volwassenheid. Op basis van dit plan worden partners die nodig zijn om de doelen te bereiken in stelling gebracht. De verantwoordelijkheid van het te behalen resultaat eindigt niet bij het eigen aanbod.
De gezamenlijke inzet van individuen, gemeenschappen, professionals en organisaties om de veerkracht en zelfredzaamheid van mensen te versterken. Dit gebeurt door samenwerking, participatie en het bundelen van krachten binnen sociale netwerken.
Professionele hulpverleners die inwoners ondersteunen bij juridische, administratieve en sociaal-maatschappelijke vragen.
Gemeentelijk team (Geynwijs) dat verantwoordelijk is voor de toeleiding binnen het sociaal domein, in het bijzonder Wmo en Jeugdhulp. Het sociaal team onderzoekt wat een passende oplossing zou kunnen zijn voor de ondersteuningsvraag van de inwoner. Zij boordelen ook de eventuele toegang tot een maatwerkvoorziening.
16 Utrechtse regiogemeenten (U16) werken samen aan een thuis in de wijk vanuit een gezamenlijke koers voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen.
Voorliggend veld/ institutionele sociale basis
Alle algemene, vrij toegankelijke voorzieningen die beschikbaar zijn in de wijk stad of gemeente. Alle inwoners kunnen hier zonder indicatie binnen de eigen gemeente gebruik van maken. Het betreft veelal door de gemeente gesubsidieerde voorzieningen.
Onderdeel van een gemeente, bestaande uit één of meerdere buurten
De inzet van de wijkcoördinatoren (in dienst van de gemeente) richt zich op leefbare, veilige en gezonde wijken. De wijkcoördinatoren brengen professionals in beweging en vervullen een scharnierfunctie tussen de gemeentelijke organisatie, bewoners en professionals zoals het welzijnswerk, jongerenwerk, politie, woningcorporaties en zorginstellingen. Zij kunnen snel schakelen, maken knelpunten in de wijk bespreekbaar en zoeken actief naar oplossingen.
De Wet langdurige zorg biedt een integrale regeling voor mensen die blijvend intensieve zorg en ondersteuning nodig hebben vanwege een lichamelijk, verstandelijke of psychische aandoening of beperking.
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. In de Wmo staat dat gemeenten hun inwoners dienen te ondersteunen om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen en om mee te doen in de samenleving.
De Zorgverzekeringswet regelt de verplichte basiszorgverzekering voor iedereen in Nederland, waarmee medisch noodzakelijke zorg wordt gedekt en gefinancierd via zorgverzekeraars.
Taken en verantwoordelijkheden
Iedere organisatie in de stad levert vanuit haar taken en verantwoordelijkheden aan bijdrage in de stad. Daarom is het voor de samenwerking van belang de rollen van de verschillende partijen helder te beschrijven.
Inwoners staan centraal in het beleid. Zij kunnen, naar eigen wens een actieve rol innemen:
b. De rol van (in)formele organisaties
(In)Formele organisaties hebben een verbindende en faciliterende rol met een focus op ondersteuning en samenwerking:
De gemeente heeft de focus op duurzame ontwikkeling en speelt op beleidsmatig niveau een regisserende en ondersteunende rol, gericht op het scheppen van voorwaarden:
Voor toelichting op de rol van het sociaal team van Geynwijs wordt verwezen naar paragraaf 2.3.2.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-565453.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.