Verordening reclamebelasting 2026

De gemeenteraad van Haaksbergen;

Voorstel van het college van: 18 november 2025

 

Wettelijke basis:

Bepalingen van de Gemeentewet (artikel 227) en de Algemene wet bestuursrecht.

 

Besluit:

Vast te stellen de Verordening reclamebelasting 2026.

Artikel 1 Begripsbepaling

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij directe of indirecte steun vindt in of op de grond;

  • b.

    jaar: een kalenderjaar.

  • c.

    onroerende zaak: onroerende zaak zoals afgebakend overeenkomstig hoofdstuk III van de Wet Waardering onroerende zaken;

  • d.

    reclameobject: een openbare aankondiging in letters, symbolen, voorwerpen of kleuren, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg;

  • e.

    tussenpersoon: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn bedrijf maakt van het verlenen van bemiddeling bij het tot stand brengen en sluiten van overeenkomsten in opdracht en op naam van personen tot wie hij niet in vaste betrekking staat;

  • f.

    Wet WOZ: de Wet waardering onroerende zaken;

  • g.

    WOZ-waarde: de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar, bedoeld in artikel 7. Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de WOZ-waarde van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Bij de bepaling van de WOZ-waarde wordt buiten aanmerking gelaten de waarde van delen van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam reclamebelasting wordt, binnen het gebied zoals nader aangewezen in de bij deze verordening behorende bijlage 1, een directe belasting geheven voor een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de onroerende zaak waarop, waaraan, waarin of waarbij één of meer reclameobjecten zijn aangebracht dan wel zijn geplaatst.

  • 2.

    In afwijking in zoverre van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting voor een openbare aankondiging die is aangebracht door tussenkomst van een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zijn beroep of bedrijf maakt van ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van openbare aankondigingen op daartoe beschikbaar gestelde oppervlakken, geheven van die natuurlijk persoon of rechtspersoon.

  • 3.

    Bij gebruik als bedoeld in het eerste lid wordt:

    • a.

      gebruik door degene aan wie een deel van de onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven;

    • b.

      het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld.

Artikel 4 Vrijstellingen

De reclamebelasting wordt niet geheven voor:

  • a.

    een openbare aankondiging die uitsluitend dient ten behoeve van de regulering van het verkeer over openbare land- en waterwegen;

  • b.

    openbare aankondigingen die uitsluitend het openbaar belang dienen;

  • c.

    openbare aankondigingen van politieke partijen;

  • d.

    openbare aankondigingen die zonder commercieel oogmerk aanwezig zijn in het kader van en voor de duur van:

    • -

      activiteiten van culturele, sociale of soortgelijke aard;

    • -

      braderieën;

  • e.

    openbare aankondigingen op bouwterreinen voor zover deze rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden, waaronder niet begrepen openbare aankondigingen met een verkoop- of verhuur bevorderend karakter;

  • f.

    openbare aankondigingen die met vermelding van een tussenpersoon zijn gedaan in verband met de verhuur of de verkoop van roerende woonruimten, roerende bedrijfsruimten of onroerende zaken;

  • g.

    openbare aankondigingen aangebracht door of namens winkeliersverenigingen of wijkorganen, waarbij de openbare aankondiging uitsluitend bevat een aanduiding van de winkeliersvereniging of het wijkorgaan.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

  • 1.

    De reclamebelasting wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze geldt voor het kalenderjaar.

  • 2.

    Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met toepassing van artikel 6, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.

  • 3.

    Het tarief van de reclamebelasting bedraagt 0,27% van de heffingsmaatstaf met een minimum van € 350,- en een maximum van € 2.500,- per onroerende zaak.

Artikel 6 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Wijze van heffing

De reclamebelasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak.

  • 2.

    Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde bedrag als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde bedrag als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 9 Termijn van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9 van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald binnen één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Reclamebelasting als subsidie beschikbaar stellen

  • 1.

    De ontvangen reclamebelasting wordt na aftrek van de uitvoeringskosten als subsidie beschikbaar gesteld voor activiteiten en voorzieningen voor de promotie en verbetering van het centrum zoals aangegeven op bijlage 1.

  • 2.

    Het college stelt nadere regels vast over deze subsidieverstrekking.

Artikel 12 Overgangsrecht

  • 1.

    De ‘Verordening Reclamebelasting 2025’ van 18 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de rechten hiervoor in die periode plaatsvindt.

Artikel 13 Slotbepalingen

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.

  • 2.

    De datum van ingang van heffing is 1 januari 2026.

  • 3.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening reclamebelasting 2026.

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 17 december 2025

R. Meinen

griffier

G.J. van den Hengel

burgemeester

Bijlage 1 bij de Verordening reclamebelasting Haaksbergen 2026

Als aangewezen gebied, bedoeld in artikel 2 van de Verordening reclamebelasting 2026, geldt het gebied gelegen binnen de groene lijnen op onderstaande kaart

 

 

Behoort bij het raadsbesluit van 17 december 2025

 

R. Meinen

griffier

Naar boven