Beleidsregels Jeugdhulp 2026

 

Hoofdstuk 1 Inleiding

De gemeente is verantwoordelijk voor bijna alle vormen van jeugdhulp. De gemeentelijke taken zijn vastgelegd in de Jeugdwet. Deze wet regelt de verantwoordelijkheid voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan kinderen en jeugdigen en hun ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. Deze beleidsregels bieden duidelijkheid aan de inwoners én medewerkers van de gemeente Oost Gelre. Oftewel ‘hoe’ de gemeente Oost Gelre uitvoering geeft aan de Jeugdwet en de verordening. Deze beleidsregels vormen het toetsingskader om te bepalen waar hulp echt nodig is. In deze beleidsregels wordt onder meer beschreven hoe de procedure loopt, hoe de gemeente een aanspraak op jeugdhulp beoordeelt en welke vormen van jeugdhulp er zijn.

 

Zoals benoemd in de beleidsnota sociaal domein Samen Sterk in Oost Gelre (2023-2026) willen we als gemeente doen wat echt nodig is voor onze inwoners. Wij vertrouwen in de kracht van het gezin. Wij ondersteunen jeugdigen en ouders met een breed (preventief) aanbod. Met als doel hen te ondersteunen in de dagelijkse vragen rondom opvoeden. Dat een gezin een uitdaging heeft, wil niet zeggen dat er ook meteen een groot probleem is.

 

Kernbegrippen in Oost Gelre zijn:

  • -

    Het vergroten van de zelfredzaamheid en eigen kracht van jeugdigen en hun gezin staat voorop, inzet van jeugdhulp is aanvullend en niet leidend.

  • -

    Het betrekken van de sociale omgeving in het vergroten van het welzijn van jeugdigen zien wij als fundament.

  • -

    Maatwerk in het belang van de jeugdigen wordt ingezet, zo veel als nodig…. Geen standaardoplossingen maar ondersteuning die past bij de unieke situatie met als uitgangspunt normaliseren.

Jeugdhulp vanuit de Jeugdwet kent de volgende definitie:

  • 1.

    Ondersteuning van, en hulp en zorg (niet zijnde preventie) aan jeugdigen en hun ouders bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, of opvoedingsproblemen van ouders.

  • 2.

    Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem en die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt.

  • 3.

    Het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychische aandoening of beperking, die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt, met dien verstande dat de leeftijdgrens van 18 jaar niet geldt voor jeugdhulp in het kader van jeugdstrafrecht.

Toetsingskader

De jeugdhulp moet effectief zijn en leiden tot het in de Jeugdwet beschreven resultaat. Dit dient in samenhang te gebeuren met andere sociale domeinen zoals de Wet Maatschappelijke Opvang (Wmo), Participatiewet en het domein Onderwijs. Jeugdhulp maakt dat een gezin weer zelfstandig verder kan. Dat wil zeggen dat in het gezin de problemen met opvoeden kleiner zijn geworden. De jeugdigen kunnen zich weer ontwikkelen. Jeugdhulp wordt toegekend als de inzet van de voorziening doeltreffend geacht kan worden. De doeltreffendheid beoordeelt de gemeente door vast te stellen of de individuele voorziening jeugdhulp wezenlijk bijdraagt aan het oplossen van de hulpvraag en er (waar dat mogelijk is) wordt gewerkt met een bewezen effectieve interventie. Een individuele voorziening jeugdhulp is aan de orde als tijdens het gesprek blijkt dat de jeugdige en/of zijn ouders in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen of beperkingen, niet op eigen kracht, met hulp van andere personen uit de sociale omgeving, of met gebruikmaking van algemene of andere voorzieningen voldoende zelfredzaam of veilig zijn. Er zijn diverse voorliggende en algemeen en/of vrij toegankelijke voorzieningen binnen de gemeente Oost Gelre. Een van de bekendste vormen van voorliggende voorzieningen is het Preventie Platform Jeugd en het Ondersteuningsteam Oost Achterhoek, dat naast Oost Gelre ook werkzaam is voor gemeente Aalten en de gemeente Winterswijk (verder: Ondersteuningsteam).

 

De ‘goedkoopst adequate’ oplossing geldt als norm voor de te verstrekken voorziening jeugdhulp. Indien er meerdere geschikte zorgaanbieders zijn die allemaal een passende ondersteuning voor een jeugdige kunnen leveren, wordt (indien de jeugdige geen voorkeur heeft) de goedkoopste van deze geschikte aanbieders ingezet. Adequaat houdt in dat de jeugdhulp haar doel moet bereiken op het gebied van ontwikkeling en zelfredzaamheid en past binnen een systeembenadering. Uitgangspunt hierbij is een (in de praktijk) bewezen effectieve methode die wordt aangeboden door een gekwalificeerde zorgaanbieder. Er is sprake van bewezen effectieve voorzieningen als de effectiviteit is vastgesteld in wetenschappelijk onderzoek en de interventie(s) zijn opgenomen als zijnde ‘erkend’.

 

Melding hulpvraag bij Sociaal Team

Een ieder kan zich bij het sociaal team van de gemeente melden. Bij vragen die op het snijvlak liggen van de Wet Langdurige Zorg, Passend Onderwijs en Zorgverzekeringswet liggen, zal het sociaal team onderzoeken en afstemmen met de jeugdige en/of ouders hoe en waar de vraag opgepakt wordt. Met een hulpvraag maakt de jeugdige en/of ouders duidelijk dat hij behoefte heeft aan ondersteuning en dat hij te maken heeft met belemmeringen in zijn zelfredzaamheid. Een voogd kan namens een minderjarige tevens een hulpvraag melden. In de praktijk kan ook een pleegouder zich melden met een hulpvraag en in dat geval wordt afhankelijk van de leeftijd van de minderjarige, afstemming gezocht met de wettelijk vertegenwoordiger.

 

Melding hulpvraag bij Ondersteuningsteam

Een jeugdige en/of ouders kunnen zich ook rechtstreeks melden bij het Ondersteuningsteam dat antwoord biedt op vragen over opgroeien en opvoeden. Ook biedt het team kortdurende ondersteuningstrajecten aan kinderen/jongeren (0-23 jaar) en/of hun gezin wanneer er problemen zijn. Het team begeleidt het gezin zoveel mogelijk zelf, in en met hulp bij hun eigen omgeving. Steeds vaker zijn medewerkers van het Ondersteuningsteam actief binnen huisartsenparktijken als praktijkondersteuner jeugd. Daarnaast heeft elke school en kinderopvangorganisatie binnen onze gemeente een vast aanspreekpunt vanuit het Ondersteuningsteam. Inzet door het Ondersteuningsteam is voorliggend of aanvullend op individuele voorzieningen vanuit de Jeugdwet.

 

Voorziening jeugdhulp

Soms kunnen vragen of problemen niet door het sociaal team of het Ondersteuningsteam zelf worden beantwoord of opgelost met voorliggende voorzieningen. Dan wordt er aanspraak gedaan op de Jeugdwet voor een voorziening jeugdhulp oftewel maatwerk.

Als er aanspraak mogelijk is op de Wet langdurige zorg (Wlz), Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) of als er een recht op zorg is vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) en/of Passend Onderwijs bestaat, wordt in principe geen individuele voorziening jeugdhulp vanuit de Jeugdwet verstrekt. De gemeente moet in haar onderzoek naar een voorziening jeugdhulp nagaan of de melding of aanvraag thuishoort bij de Jeugdwet.

Hoofdstuk 2 De procedure

Hulpvraag

Jeugdigen en/of ouders kunnen een hulpvraag melden bij het loket van het sociaal team of bij het Ondersteuningsteam. Zij zijn het eerste aanspreekpunt en blijven dat zoveel mogelijk door intern binnen de gemeente Oost Gelre niet over te dragen. Soms blijkt na een korte vraagverheldering dat informatie en advies voldoende is voor de jeugdige en zijn/haar ouders om het probleem op te lossen. Wanneer verdere vraagverheldering of verdieping nodig blijkt, wordt verder onderzoek gedaan door het Ondersteuningsteam. Wanneer het Ondersteuningsteam vermoedt dat er een voorziening jeugdhulp nodig is of dat er vermoedens van onveiligheid zijn, wordt er zonodig expertise vanuit een jeugdconsulent bijgevoegd in de vorm van duo-schap. In een ideale situatie kan het Ondersteuningsteam als duo met een jeugdconsulent de jeugdige en het gezin verder begeleiden. Zo blijft het Ondersteuningsteam voor de jeugdige en het gezin het aanspreekpunt en bieden zij één vast gezicht. Dit alles heeft tot doel ouders weer op weg te helpen om voldoende in staat te zijn hun verantwoordelijkheid te dragen voor de opvoeding en het opgroeien van de jeugdige.

 

Start procedure

De melding van de hulpvraag voor een voorziening jeugdhulp geldt als startdatum van de procedure. De gemeente voert in principe binnen twee weken na de melding het gesprek met de jeugdige en ouders. Zo wordt de onderzoeksfase (vraagverheldering), de verslaglegging, het opstellen van een eventueel ondersteuningsplan en de beslissing middels een beschikking binnen acht weken doorlopen.

 

Spreken en zien van jeugdige

De gemeente vindt het zien en actief betrekken van jeugdigen essentieel, ook onder de twaalf jaar. Volgens de Jeugdwet is het belangrijk om de jeugdige zelf te zien en spreken bij het bepalen van de juiste hulp en ondersteuning. De mening van de jeugdige dient de gemeente verplicht mee te nemen in de besluitvorming over jeugdhulp. Dit is tevens nodig om tot een zo volledig mogelijke verkenning van de hulpvraag te komen. Tot slot zorgt dit ervoor dat jeugdigen achter het uiteindelijke plan en de aan te vragen voorziening jeugdhulp staan. De gemeente hanteert het uitgangspunt “we spreken altijd de jeugdige zelf, tenzij…” en dit wordt zo concreet mogelijk vastgelegd.

 

Onafhankelijke cliëntondersteuning

Jeugdigen en/of de ouders hebben recht op onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, wonen, werk en inkomen. De cliëntondersteuning die door de gemeente wordt aangeboden is gratis.

Voorafgaand aan het onderzoek wijst de gemeente de jeugdige en ouders op de mogelijkheid om gebruik te maken van gratis onafhankelijke cliëntondersteuning, dit wordt zowel vermeld in de beschikking als mondeling aan jeugdige en ouders gecommuniceerd.

 

Woonplaatsbeginsel

Met het woonplaatsbeginsel kan vastgesteld worden welke gemeente verantwoordelijk is voor de jeugdhulp aan een jeugdige. Die verantwoordelijkheid ligt bij de gemeente waar de jeugdige zijn woonadres heeft volgens de Basisregistratie Personen (de BRP). Deze definitie is van toepassing voor jeugdhulp zonder verblijf. Bij jeugdhulp met verblijf is de gemeente verantwoordelijk waar de jeugdige onmiddellijk voorafgaande aan zijn verblijf zijn woonadres had (in de zin van de Wet basisregistratie personen). Het vaststellen van het woonplaatsbeginsel maakt daarom onderdeel uit van het (voor)onderzoek. De gemeente waar de jeugdige vandaan komt, blijft dus verantwoordelijk voor de jeugdige en voor de kosten van de jeugdhulp voor deze jeugdige.

 

Onderzoek (gesprek)

Een of meer gesprekken zijn het uitgangspunt tijdens het onderzoek naar de situatie van de jeugdige en/of ouders die een hulpvraag hebben. Dit gesprek kan onder meer in de vorm van een brede gezinsgerichte intake, waarbij de situatie van de ouder(s) in relatie tot de jeugdige het uitgangspunt is. Hierbij wordt uitgegaan van een systeembenadering en de richtlijnen jeugdhulp. Tijdens het onderzoek worden alle levensgebieden besproken en daarbij wordt ook met ouders samen gekeken naar de invloed van gezinspatronen. Zo wordt samen met jeugdige en/of ouders inzichtelijk gemaakt wat de belangrijkste factoren zijn die bijdragen aan het ontstaan, de instandhouding, verergering of juist de vermindering van de problemen. Ook wordt besproken en uitgezocht hoe het gezag geregeld is. Het gesprek met de jeugdige en/of ouders wordt gevoerd door de gemeente waarbij het uitgangspunt is om een vast contactpersoon te bieden.

 

Elke beslissing over passende jeugdhulp is gebaseerd op een gezinsgerichte analyse van:

  • de aard en ernst van het probleem;

  • de sterke kanten en mogelijke het sociale netwerk van ouders en jeugdige; de veroorzakende of in stand houdende factoren;

  • de kans dat problemen zich blijven voordoen indien er geen hulp geboden wordt;

  • de mogelijke gevolgen nu en in de toekomst wanneer er geen hulp geboden wordt;

  • de balans tussen draagkracht en draaglast bij ouders en jeugdige;

  • de urgentie van het probleem (crisis, spoed of regulier);

  • de veiligheid jeugdige.

Deze analyse kan kort en snel gedaan worden, maar kan ook langer duren en dus meer gesprekken bevatten. De informatie die de gemeente met het gezin in kaart brengt dient bij te dragen aan de beslissing over passende jeugdhulp. Hoe ernstiger en complexer de problemen en hoe ingrijpender de beslissing, des te uitgebreider zal de aard en ernst van de problemen in kaart gebracht worden.

 

Van het gesprek wordt een verslag gemaakt, aan ouders teruggekoppeld en aan zowel de jeugdige als ouders meegegeven. Hierin staat ook de eventuele voorziening jeugdhulp die geadviseerd wordt met bijbehorende gewenste resultaten. Het onderzoek kan in één of meerdere gesprekken leiden tot:

  • -

    Er is geen hulp nodig en/of kan verder op eigen kracht;

  • -

    Het sociale netwerk/ -omgeving wordt betrokken; zo mogelijk in de vorm van een netwerkgesprek;

  • -

    Er wordt samen met het Ondersteuningsplan een ondersteuningsplan opgesteld;

  • -

    Er wordt naar algemene voorziening of andere instantie doorgeleid;

  • -

    Er wordt achter de schermen geconsulteerd bij een jeugdconsulent of er wordt een gezamenlijk gesprek gepland;

  • -

    Instanties in het kader van veiligheid worden geconsulteerd of betrokken;

  • -

    Er wordt kortdurende begeleiding geboden door medewerker van het Ondersteuningsteam;

  • -

    Er wordt een aanvraag voor een beschikking jeugdhulp gedaan;

  • -

    Er wordt afgesproken wie de vaste contactpersoon is en blijft voor de jeugdige en/of ouders.

Signalen van onveiligheid

Alle professionals van de gemeente zelf en professionals die door de gemeente ingezet worden voor een voorziening jeugdhulp, moeten zich houden aan de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Als de veiligheid van een jeugdige in het gedrang komt, is de gemeente verplicht om te handelen. Er zijn vanuit de meldcode ook binnen Oost Gelre aandachtsfunctionarissen huiselijk geweld en kindermishandeling opgeleid. Bij hen kan er door zowel het Ondersteuningsteam als de jeugdconsulenten advies worden ingewonnen als er vermoedens van onveiligheid zijn. Een belangrijke stap in de meldcode is dat er met de ouders en/of jeugdige een gesprek wordt gevoerd om de signalen te bespreken en dit wordt in transparantie met jeugdige en ouders vastgelegd in het dossier.

 

Resultaat van het onderzoek

De Jeugdwet definieert het familiegroepsplan als een hulpverleningsplan (daar waar het gaat om jeugdhulp) of een plan van aanpak (bij een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering). In Oost Gelre heet dat het ondersteuningsplan. Ouders, familieleden en anderen in de omgeving van de jeugdige krijgen hiermee de mogelijkheid om mee te denken en te helpen aan een oplossing. Hierdoor krijgen ouders, gezinnen en hun netwerk de mogelijkheid om de regie te voeren over de hulp die zij nodig hebben. Hoe het plan eruit ziet, mogen gezinnen zelf bepalen. Leden van het Ondersteuningsteam kunnen gezinnen ondersteunen bij het opstellen van het plan. Tevens worden de beoogde resultaten op de verschillende leefdomeinen vastgesteld. Dit alles om een effectieve ondersteuning aan de jeugdige en ouders mogelijk te maken. Uiteindelijk resulteert dit in de vaststelling van welke resultaten behaald moeten worden.

 

Het sociaal team hanteert een brede gezinsgerichte intake. Dat doet het sociaal team aan de hand van de methodiek van het Zeven Factoren Model, om gezamenlijk met jeugdige en ouders te komen tot een gedragen gezinsgerichte verklarende analyse. Deze gaat in op de tussenstap tussen weten wat er aan de hand is en besluiten over wat er moet gebeuren. Het sociaal team verklaart samen met de jeugdige en het gezin waardoor hun problemen zijn ontstaan. Waardoor ze in stand worden gehouden en hoe ze met elkaar samenhangen. Er wordt bekeken welke gunstige en ongunstige invloeden van de omgeving, het gezin en de jeugdige een rol spelen in het ontstaan, voortduren of verzachten van problemen. Deze kennis wordt gebruikt om te bepalen wat er moet gebeuren om op de langere termijn nog steeds een gewenst resultaat te behouden.

 

Schriftelijke aanvraag van een voorziening jeugdhulp uit de Jeugdwet

Jeugdigen en ouders kunnen na de onderzoeksfase een aanvraag voor voorziening jeugdhulp schriftelijk indienen bij de gemeente. Bij jeugdigen tussen de 12 en 16 jaar vraagt de jeugdconsulent om dubbele toestemming voor inzet van jeugdhulp, zowel van de ouders als van de jeugdige. Een jeugdige vanaf 16 jaar kan ook zelfstandig een aanvraag voor voorziening jeugdhulp indienen, tenzij er signalen zijn dat de jeugdige wilsonbekwaam is.

Het aanvraagformulier voor inzet van jeugdhulp zit bij het verslag dat opgestuurd wordt naar jeugdige en ouders en daarin zijn ook de beoogde resultaten op de verschillende leefdomeinen geformuleerd. De datum waarop vervolgens de aanvraag juist en volledig bij de gemeente binnen komt, geldt als aanvraagdatum.

 

Beschikking voorziening jeugdhulp

De beslistermijn begint te lopen op het moment waarop de gemeente de volledige aanvraag ontvangt. De gemeente neemt dan binnen 8 weken een besluit. De mogelijkheid bestaat om deze termijn te verlengen (bijv. als dit nodig is voor een zorgvuldig onderzoek). Dit gebeurt in overleg met de ouders en/of jeugdige en zij worden daar schriftelijk over geïnformeerd.

 

Geldigheidsduur beschikking voorziening jeugdhulp

Een besluit tot toekenning van een voorziening jeugdhulp wordt afgegeven in een beschikking en heeft in principe een geldigheidsduur van één jaar. Dit geldt voor zowel een verstrekking in natura als een verstrekking van een persoonsgebonden budget. De gemeente kan op inhoudelijke gronden besluiten een verstrekking voor langere een kortere duur af te geven. In de beschikking wordt gesproken over een duur en die is gericht op zo lang als nodig.

 

Rol sociaal team gedurende looptijd voorziening jeugdhulp

Jeugdige en/of ouders voeren zelf zoveel mogelijk regie over de ingezette voorziening jeugdhulp. Daarvoor dienen zij in staat te zijn om regie te voeren door overzicht te kunnen houden over de ingezette jeugdhulp. Ook dienen ze de voortgang van de doelen te kunnen bewaken en op tijd aan de bel te trekken bij signalen. Lukt dat onvoldoende, of is er meer nodig, dan dienen er afspraken te worden gemaakt over welke regietaken bij het sociaal team worden belegd.

 

Beëindiging of verlenging beschikking voorziening jeugdhulp

Als het sociaal team geen actieve regierol heeft, neemt de jeugdige en/of ouders acht weken voor de beoogde beëindiging van de jeugdhulp contact op met de gemeente en eventueel met de zorgaanbieder om te bespreken of verlenging van de ingezette hulp nodig is. De vaste contactpersoon van het sociaal team zal in overleg met de jeugdige en/of ouders, zorgaanbieder en eventuele andere betrokkenen een besluit nemen met betrekking tot de noodzaak tot verlenging van de hulp. De gemeente neemt een besluit op basis van de inhoudelijke beoordeling die gericht is op de vooraf opgestelde gewenste resultaten. Hierin wordt ook de effectiviteit van de ingezette jeugdhulp beoordeeld en wordt er een goed genoeg opvoedsituatie nagestreefd. Dit doet het sociaal team aan de hand van een gesprek over wanneer het goed genoeg is om de voorziening jeugdhulp te kunnen beëindigen. Indien de jeugdhulp onderbouwd voortgezet moet worden, zal een nieuwe beschikking aan de ouder en/of jeugdige en aan de zorgaanbieder verzonden worden.

Hoofdstuk 3 Beoordelen van de aanspraak

Op grond van art. 2.3 Jeugdwet moet de gemeente beoordelen of jeugdhulp nodig is en, als dat zo is, of een gemeentelijke voorziening (op het gebied van jeugdhulp) moet worden getroffen.

De volgende stappen zijn daarbij dan van belang:

 

  • 1.

    Stel de hulpvraag vast gezamenlijk met de jeugdige en/of ouders.

  • 2.

    Breng de beperkingen in kaart.

    De gemeente moet vaststellen of sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen.

  • 3.

    Bepaal welke hulp er nodig is.

    Als duidelijk is welke problemen en/of stoornissen er zijn, moet de gemeente bepalen welke hulp nodig is. Door de in te zetten jeugdhulp wordt de jeugdige in staat gesteld:

    • -

      gezond en veilig op te groeien;

    • -

      te groeien naar zelfstandigheid en

    • -

      voldoende zelfredzaamheid te zijn en maatschappelijk te participeren, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau.

  • De gemeente houdt bij de bepaling van de aangewezen vorm van jeugdhulp als het mogelijk is rekening met:

    • -

      behoeften en persoonskenmerken van de jeugdige en zijn ouders, en

    • -

      de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders.

  • De gemeente onderzoekt welke hulp de jeugdige nodig heeft. Het gaat dan niet alleen om de vorm, frequentie en duur. Ook moet beoordeeld worden of de situatie van de jeugdige professionele Jeugdhulp noodzakelijk maakt, of dat de jeugdige de doelen ook kan bereiken als er hulp wordt geboden door iemand uit het sociaal netwerk.

  • 4.

    Onderzoek eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen.

    Als vaststaat welke hulp nodig is, kan de gemeente onderzoeken in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders en het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te bieden. Het bevorderen van de opvoedvaardigheden van ouders is gericht opdat zij in staat zijn hun verantwoordelijkheid te dragen voor de opvoeding en het opgroeien van de jeugdige. Slechts voor zover die inzet ontoereikend is, moet de gemeente een voorziening op het gebied van jeugdhulp treffen en hieraan ook een termijn verbinden.

  • 5.

    Verzilveringsvorm van de individuele voorziening (Zin of PGB)

    In de gemeente zijn veel gecontracteerde aanbieders. De gemeente adviseert jeugdige en/of ouders welke aanbieders de juiste ondersteuning kunnen bieden. Als de jeugdige of ouder een PGB wenst, onderzoekt de gemeente of hij daarvoor in aanmerking komt. Er moet worden voldaan aan de in art. 8.1.1 Jeugdwet genoemde eisen van bekwaamheid, motivering en kwaliteit. Bij het aanvragen van een PGB wordt gevraagd om een PGB budgetplan in te vullen.

     

    Bovenstaande stappen maakt de gemeente voldoende zichtbaar in het besluit en/of in de daaraan ten grondslag liggende stukken (zoals bijvoorbeeld het verslag). Bij een afwijzing van een vraag om een voorziening jeugdhulp dient de gemeente de redenen van afkeur tevens voldoende helder op schrift weer te geven, aan de hand van een gedegen afweging met voldoende uitwerking in het ondersteuningsplan. Dit gebeurt middels het vier-ogen principe.

Hoofdstuk 4 Eigen kracht

Jeugdigen of ouders komen pas in aanmerking voor een individuele voorziening als zij zelf geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (eigen kracht). Hieronder wordt in ieder geval verstaan:

  • gebruikelijke hulp van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders;

  • niet gebruikelijke hulp van ouders voor zover zij beschikbaar en in staat zijn de noodzakelijke hulp te bieden, dit geen (dreigende) overbelasting oplevert en door het bieden van de niet gebruikelijke hulp geen financiële problemen in het gezin ontstaan;

  • de ondersteuning vanuit het sociale netwerk;

  • het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering die is afgesloten.

Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders. Zij zijn namelijk verplicht de tot hun gezin behorende minderjarige jeugdigen te verzorgen, op te voeden, te begeleiden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek heeft. Bij uitval van één van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over. Dit geldt ook bij gescheiden ouders. Er wordt dan ook rekening gehouden met de gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont.

 

Het inzetten van een voorziening jeugdhulp is pas aan de orde als tijdens het gesprek blijkt dat de eigen kracht van de jeugdige en/of zijn ouders in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen of psychische problemen of stoornissen of beperkingen ontoereikend zijn. Jeugdigen of ouders komen pas in aanmerking voor een individuele voorziening als zij zelf geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (eigen kracht). Hieronder wordt in ieder geval verstaan:

  • -

    Gebruikelijke hulp van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders.

  • -

    Niet gebruikelijke hulp van ouders voor zover zij beschikbaar en in staat zijn de noodzakelijke hulp te bieden, dit geen (dreigende) overbelasting oplevert en door het bieden van de niet gebruikelijke hulp geen financiële problemen in het gezin ontstaan.

  • -

    De ondersteuning vanuit het sociale netwerk.

  • -

    Het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering die is afgesloten.

In de verordening Sociaal Domein is verder toegelicht wat de gemeente verstaat onder eigen kracht. Daarbij wordt er rekening gehouden met de volgende factoren:

  • -

    De leeftijd van de jeugdige;

  • -

    De mate van zorg bij activiteiten en handelingen, de mate van toezicht en de mate van begeleiding/stimulans die een jeugdige van die leeftijd nodig heeft;

  • -

    De aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige;

  • -

    De mate van planbaarheid van de hulp;

  • -

    De behoeften en mogelijkheden van de jeugdige.

Gebruikelijke hulp per leeftijdscategorie

 

Kinderen van 0 tot 3 jaar

  • hebben bij alle activiteiten verzorging van een ouder nodig;

  • ouderlijk toezicht is zeer nabij nodig;

  • zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen;

  • hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;

  • hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;

  • hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Kinderen van 3 tot 5 jaar

  • kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op

  • gehoorafstand (bijv. ouder kan was ophangen in andere kamer);

  • hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;

  • hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;

  • kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen;

  • hebben hulp, toezicht, stimulans, zindelijkheidstraining en controle nodig bij de toiletgang;

  • hebben hulp, toezicht, stimulans en controle nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen;

  • hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding;

  • zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven;

  • hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Kinderen van 5 tot 12 jaar

  • kinderen vanaf 5 jaar hebben een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur/week;

  • kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijv. kind kan buitenspelen in directe omgeving van de woning als ouder thuis is);

  • hebben toezicht, stimulans en controle nodig en vanaf 6 jaar tot 12 jaar geleidelijk aan steeds minder hulp nodig bij hun persoonlijke verzorging zoals het zich wassen en tanden poetsen;

  • hebben hulp nodig bij het gebruik van medicatie;

  • zijn overdag zindelijk, en ‘s nachts merendeels ook; ontvangen zo nodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers;

  • hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;

  • hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;

  • hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrije tijdsbesteding gaan;

  • hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Kinderen van 12 tot 18 jaar

  • hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen;

  • kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden;

  • kunnen vanaf 16 jaar een dag en/of een nacht alleen gelaten worden;

  • kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen;

  • hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig;

  • hebben bij gebruik van medicatie tot hun 18e jaar toezicht, stimulans en controle nodig;

  • hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding;

  • hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bv. Huiswerk of het zelfstandig gaan wonen);

  • hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;

  • hebben tot 17 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Deze richtlijn ten aanzien van gebruikelijke zorg is een invulling van de voorwaarde ‘eigen kracht’. Ouders zijn verplicht om hun kinderen te stimuleren en vaardigheden aan te leren waardoor ze zelfstandig en zelfredzamer worden passend bij hun leeftijd. Als ouders jeugdhulp vragen voor taken waarvan het ‘gebruikelijk’ is dat ze dit zelf oppakken, hoeft de gemeente geen jeugdhulp toe te kennen. De beoordeling of sprake is van voldoende eigen kracht hoeft dan enkel nog plaats te vinden over de niet gebruikelijke hulp.

 

Aanvullende verzekering

Soms blijken de jeugdige en/of zijn ouders aanvullend verzekerd via de zorgverzekeraar te zijn voor de jeugdhulp die de gemeente nodig vindt. In dat geval mag van de jeugdige of zijn ouders verwacht worden dat ze die aanvullende verzekering aanspreken (bijv. speltherapie). De gemeente hoeft namelijk geen voorziening voor jeugdhulp te treffen als de jeugdige of zijn ouders in staat zijn zelf de problemen op te lossen. De jeugdige of zijn ouders kunnen niet verplicht worden om een aanvullende verzekering af te sluiten.

 

Overige voorzieningen

Deze voorzieningen zijn vrij toegankelijk. Het is een voorziening waar de jeugdige of zijn ouders gebruik van kunnen maken zonder dat een beslissing van de gemeente nodig is.

Voorbeelden van overige voorzieningen in de gemeente Oost Gelre:

  • -

    Het Ondersteuningsteam

  • -

    Deelnemen aan cursussen en workshops georganiseerd door het Preventie Platform Jeugd (PPJ)

  • -

    HOME start

  • -

    Inhuis- steungezinnen

  • -

    Praktijk Ondersteuner Huisarts - Jeugd (verder: POH-J)

  • -

    Schoolmaatschappelijk werk

  • -

    Zorg coördinator / intern begeleider / maatschappelijk werk vanuit school

  • -

    Zorg coördinator vanuit BMV Mariënvelde

  • -

    Trajectbegeleiding (MBO)

  • -

    Huiskamerproject op het Marianum

  • -

    Preventieactiviteiten op het PO, VO en SO voor de leerlingen

  • -

    Deelname aan Prikkelz Groenlo en Lichtenvoorde,

  • -

    De Moraalridder, deelname aan ouders voor ouders, jongerenwerk: stimuleren van talentontwikkeling, inburgeringscursus door het jongerenwerk bij jonge nieuwkomers

  • -

    inzet van de Begeleide Omgangs Regeling (BOR) (Humanitas).

  • -

    Weerbaarheidstraining

  • -

    Coaching

  • -

    Huiswerkbegeleiding

Ook leden van het Ondersteuningsteam kunnen in beperkte mate zelf hulp verlenen. Met gerichte inzet kunnen zij in een korte periode zoveel betekenen dat daarmee de inzet van voorziening jeugdhulp voorkomen of beperkt kan worden. Er moet in elke individuele situatie worden beoordeeld of een overige voorziening toereikend en passend is. Is dit niet het geval, dan zal alsnog een (aanvullende) individuele voorziening worden geboden. Indien jeugdigen en/of hun ouders geen gebruik wensen te maken van een beschikbare en geschikte ‘'overige voorziening” kan dat niet automatisch leiden tot het verlenen van een individuele voorziening.

 

Indien door de toegang geconstateerd is dat de hulpvraag van de cliënt (nog) niet op eigen kracht, met inzet van het sociale netwerk, voorliggende, overige en/of algemene voorzieningen opgepakt kan worden, kan de cliënt in aanmerking komen voor voorziening jeugdhulp.

 

Voorzieningen in het aanpalende domein Onderwijs

Het schoolbestuur heeft een zorgplicht en zij bieden Passend Onderwijs. Zij zijn verantwoordelijk om voor elke leerling een goede onderwijsplek te bieden. De kansen en mogelijkheden van de jeugdige staan hierbij centraal. Per leerling wordt gekeken waar en hoe een passend onderwijsaanbod het beste kan worden gerealiseerd. Dat kan het bieden van hulp zijn die een school in huis heeft of in huis kan halen. Dit kan door expertise in de school te halen, hoeveelheid handen in de groep uit te breiden, inzet onderwijsmaterialen, aanpassen ruimtelijke omgeving en samen te werken met externe organisaties. Op welke wijze deze extra ondersteuning wordt ingezet, is afhankelijk van de visie van de school/bestuur. Het kan ook zijn dat de best passende plek voor de leerling op een andere basisschool of een school voor speciaal (basis-) onderwijs is.

 

Het stelsel Passend Onderwijs heeft betrekking op het onderwijs en de ondersteuning die aan leerlingen wordt geboden zodat zij het onderwijsprogramma beter kunnen doorlopen.

Onderwijsondersteuning is gericht op het volgen van onderwijs en de leerling verder te helpen in zijn onderwijsontwikkeling. Voorbeelden hiervan zijn:

  • -

    observatie

  • -

    onderzoek naar oorzaken van leerproblemen door een orthopedagoog of een psycholoog

  • -

    extra handen in de klas

  • -

    remedial teaching

  • -

    sociale vaardigheidstraining

  • -

    plus klassen

  • -

    speciale trajecten gericht op spraak-, taal- en motorische ontwikkeling

    • a.

      Huiswerkbegeleiding

      Huiswerkbegeleiding omvat het begeleiden van een leerling bij het structureren, plannen en zelfstandig maken van huiswerk. Dit is ondersteuning die gericht is op het leerproces en valt daarmee onder de zorgplicht van het onderwijs en die van ouders / verzorgers. Huiswerkbegeleiding komt met name voor in het voortgezet onderwijs en kan als regel niet gezien worden als jeugdhulp.

      Begeleiding kan wel vanuit de gemeente ingezet worden als de beperking van de jeugdige (bijvoorbeeld autisme) maakt dat reguliere huiswerkbegeleiding niet volstaat, die niet vanuit eigen kracht geboden kan worden en er een specialistische vorm nodig is. Begeleiding is dan gericht op betere zelfredzaamheid en participatie van de jeugdige in brede zin en de inzet is gekoppeld aan concrete doelen en tijd. De begeleiding is dan vooral gericht op plannen en organiseren en wordt tijdelijk ingezet.

    • b.

      Begeleiding op school

      Heeft de jeugdige naast onderwijs aanvullende ondersteuning, (ver)zorg(ing) of begeleiding nodig om tot ontwikkeling/leren te komen, dan kan de gemeente hierin meedenken. Gedrag van een leerling kan het contact met andere leerlingen bemoeilijken met leerproblemen als gevolg. De ondersteuning of begeleiding bij het omgaan met andere leerlingen valt onder de zorgplicht van de school. Ook onderzoek naar oorzaken van leerproblemen door een orthopedagoog op psycholoog en/of begeleiding bij leerproblemen door een externe deskundige vallen onder deze zorgplicht.

      Wanneer de leerling echter in het algemeen problemen heeft met contacten, dus ook buiten de school/buiten schooltijd en de school niet meer in staat is om een werkbare situatie te creëren, doen zij met toestemming van ouders een melding bij het samenwerkingsverband waar de school onder valt. Daar zal in samenwerking met betrokken partijen, waaronder de gemeente bepaald worden welke aanvullende vorm van ondersteuning kan worden ingezet in het onderwijs. Het gezamenlijke doel tussen onderwijs en gemeente blijft ook de komende jaren voorop staan, namelijk het organiseren van benodigde begeleiding binnen het onderwijs om voor de jeugdigen thuisnabij en zo regulier mogelijk onderwijs met inzet van jeugdhulp te kunnen realiseren. Het samenwerkingsverband legt de algemene samenwerkingsafspraken tussen onderwijs en gemeente vast in hun ondersteuningsplan. Een van de samenwerkingsafspraken is dat er op alle scholen (fysieke) aanwezigheid van het Ondersteuningsteam is en dat begeleiding op school vanuit tijdelijkheid wordt ingezet.

Hoofdstuk 5 Vormen van jeugdhulp

Wanneer na een zorgvuldige beoordeling een voorziening jeugdhulp aan de orde is, worden op basis van de ondersteuningsvraag en het te bereiken resultaat onderstaande richtlijnen in acht genomen met betrekking tot de toeleiding naar een passende vorm van jeugdhulp. De einddatum die in de toegewezen voorziening jeugdhulp meegegeven wordt, is uiterlijk één dag voorafgaande aan de datum dat de jeugdige de 18-jarige leeftijd bereikt. Deze voorziening jeugdhulp is niet vrij toegankelijk. De inwoner heeft daarvoor een besluit van de gemeente nodig of een verwijzing door een jeugdarts, een huisarts, een medisch specialist, of een gecertificeerde instelling.

 

Centraal staat dat zo licht mogelijke hulp wordt ingezet en zwaardere of intensievere hulp indien nodig. Hierbij is de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige of diens ouders in kaart gebracht middels een brede gezinsgerichte verklarende analyse die leidend is.

 

Wij kennen de volgende voorzieningen jeugdhulp:

  • 5.1

    Ambulante jeugdhulp

  • 5.2

    Wonen gericht op zelfstandigheid jeugd

  • 5.3

    Jeugdhulp met verblijf

  • 5.4

    Vervoer

  • 5.5

    Essentiële Functies jeugdhulp (EF)

  • 5.6

    Jeugdhulp crisis

5.1 Ambulante jeugdhulp

Ambulante jeugdhulp kent de volgende subsegmenten:

  • 1.

    Ondersteuning individueel

  • 2.

    Ondersteuning individueel intensief

  • 3.

    Ondersteuning groep

  • 4.

    Ondersteuning groep intensief

  • 5.

    Behandeling individueel (niet GGZ)

  • 6.

    Behandeling groep (niet GGZ)

  • 7.

    Behandeling groep Orthopedagogisch dagcentrum (ODC)

  • 8.

    Cliëntgebonden expertise en advies

  • 9.

    GGZ basis

  • 10.

    GGZ specialistisch

  • 11.

    GGZ hoog complex

  • 12.

    Diagnostiek

  • 13.

    Medicatiecontrole

  • 14.

    Ambulante spoedhulp

1. Ondersteuning individueel

Ondersteuning individueel is bestemd voor jeugdigen en ouders die op een of meerdere levensgebieden problemen ervaren bij het opgroeien, de zelfredzaamheid en/of deelname aan de samenleving. Er kan ook sprake zijn van opvoedingsproblematiek.

  • a.

    Er is ondersteuning nodig bij het (h)erkennen van en leren omgaan met psychosociale problematiek. Door het aanleren van en oefenen met vaardigheden en gedrag kan de jeugdige de problemen oplossen of zodanig verbeteren dat de jeugdige weer zelfstandig kan functioneren, dan wel om kan gaan met de gevolgen van de (gedrags-)problemen, veilig kan opgroeien en mee kan doen in de samenleving.

  • b.

    De jeugdige beschikt over voldoende verandercapaciteit en heeft voldoende mogelijkheden tot ontwikkelen van vaardigheden. Het vergroten van de eigen kracht kan bij deze jeugdige veelal zelf (en zijn gezinssysteem) en leert (leren) vaardigheden om voldoende te participeren, dagelijkse levensverrichtingen uit te voeren en het persoonlijke leven te structureren en daar zoveel mogelijk regie over te voeren.

  • c.

    De jeugdige heeft ondersteuning nodig bij het oefenen met (sociale) vaardigheden of handelingen, het aanbrengen van dag en/of weekstructuur en/of het vergroten of behouden van de regie.

2. Ondersteuning individueel intensief

Ondersteuning individueel intensief is bestemd in geval van meervoudige problematiek bij de jeugdige en/of meervoudige problemen in het (gezins-)systeem.

  • a.

    De jeugdige ervaart regieverlies (weet niet meer wat te doen, overzicht kwijt, kan problematiek niet meer voldoende managen). Regie moet (deels) overgenomen worden.

  • b.

    De situatie is instabiel, er is een reëel risico op het ontstaan van een onveilige situatie.

  • c.

    De jeugdige zit met het denken en handelen vast in bepaalde patronen en heeft ondersteuning nodig om deze te doorbreken.

  • d.

    De jeugdige heeft onvoldoende inzicht in eigen problematiek. De jeugdige en/of zijn gezinssysteem heeft ondersteuning nodig bij het (h)erkennen van en leren omgaan met zijn of haar psychosociale problematiek.

  • e.

    Het gaat altijd om meervoudig complexe (gezins-) problematiek zoals omschreven in de Richtlijn gezinnen met meervoudige en complexe problemen (Richtlijnen Jeugdhulp en Jeugdbescherming).

  • f.

    Er zijn altijd beperkingen op meerdere levensdomeinen en er is altijd aanvullend sprake van gedragsproblematiek.

  • g.

    In veel gevallen is sprake van weerstand en is extra inspanning nodig op het gebied van communicatie en motivatie.

3. Ondersteuning groep

Ondersteuning groep is bestemd voor de jeugdige:

  • a.

    die op een of meerdere levensgebieden problemen ervaart bij het opgroeien, de zelfredzaamheid en/of deelname aan de samenleving.

  • b.

    die ondersteuning nodig heeft bij het (h)erkennen van en leren omgaan met zijn psychosociale problematiek. Door het aanleren van en oefenen met vaardigheden en gedrag kan de jeugdige de problemen oplossen of zodanig verbeteren dat cliënt weer zelfstandig kan functioneren, dan wel om kan gaan met de gevolgen van de (gedrags-) problemen, veilig kan opgroeien en mee kan doen in de samenleving.

  • c.

    die beschikt over voldoende verandercapaciteit en voldoende mogelijkheden heeft tot het ontwikkelen van vaardigheden. Het vergroten van de eigen kracht kan bij deze jeugdige veelal een positief effect hebben op alle leefgebieden.

  • d.

    De jeugdige (en zijn omgeving) leert (leren) vaardigheden om voldoende te participeren, dagelijkse levensverrichtingen uit te voeren en het persoonlijke leven te structureren en daar zoveel mogelijk regie over te voeren.

  • e.

    die ondersteuning nodig heeft bij het oefenen met (sociale) vaardigheden of handelingen, het aanbrengen van dag en/of weekstructuur en/of het vergroten of behouden van de regie.

  • f.

    Indien de jeugdige niet beschikt over voldoende verandercapaciteit is de inzet gericht op het hanteerbaar maken van problemen in het dagelijks functioneren. De ondersteuning is dan gericht op het welbevinden van de jeugdige en/of de kwaliteit van het leven.

  • g.

    Ondersteuning groep kan ook ingezet worden ter ontlasting van het (gezins-) systeem.

  • h.

    Ondersteuning groep wordt geïndiceerd in dagdelen, een dagdeel kent 4 uur. Per etmaal kunnen maximaal 2 dagdelen worden ingezet.

4. Ondersteuning groep intensief

Ondersteuning groep intensief is bestemd voor jeugdigen die:

  • a.

    Die regieverlies ervaart (weet niet meer wat te doen, overzicht kwijt, kan problematiek niet meer voldoende managen). De gezinssituatie is instabiel, er is een reëel risico op het ontstaan van een onveilige situatie. Regie moet (deels) overgenomen worden; of

  • b.

    die met het denken en handelen vastzit in bepaalde patronen en ondersteuning nodig heeft om deze te doorbreken. De jeugdige heeft onvoldoende inzicht in eigen problematiek; of

  • c.

    het systeem van de jeugdige die ondersteuning nodig heeft bij het (h)erkennen van en leren omgaan met zijn of haar psychosociale problematiek. Het gaat altijd om meervoudig complexe (gezins-) problematiek. Er zijn altijd beperkingen op meerdere levensdomeinen en er is altijd aanvullend sprake van gedragsproblematiek. In veel gevallen is extra inspanning nodig op het gebied van communicatie en motivatie.

  • d.

    Ondersteuning groep kan ook ingezet worden om het (gezins-)systeem) te ontlasten.

5. Behandeling individueel (niet GGZ)

Behandeling individueel is bestemd voor de jeugdige waarbij door de problematiek de ontwikkeling stagneert en/of het functioneren van het gezinssysteem problematisch is en een gezonde ontwikkeling van de jeugdige in de weg staat.

 

  • a.

    De behandeling richt zich op het gezinssysteem en/of op de jeugdige. De complexiteit wordt bepaald door problemen op meerdere leefgebieden die elkaar versterken. De ouders zijn hierdoor niet in staat om de jeugdigen voldoende zorg, bescherming en ondersteuning te bieden.

  • b.

    Er kan sprake zijn van:

    • -

      Ontwikkelingsproblemen

    • -

      Gedragsproblemen

    • -

      (Een vermoeden van) een psychiatrische stoornis

    • -

      Hechtingsproblemen

    • -

      Onverwerkt trauma

    • -

      Opvoedproblemen

    • -

      Armoede/schulden

    • -

      Huiselijk geweld

    • -

      Middelengebruik/verslaving

    • -

      Migratieproblematiek

    • -

      Radicalisering

  • c.

    Behandeling duurt een afgebakende periode, met een start en eindpunt. De maximale duur is 6 maanden. Het verlengen van de behandeltermijn kan alleen in overleg met én na goedkeuring van het sociaal team.

    • a.

      Behandeling groep (niet GGZ)

      Behandeling groep is bestemd voor het gezins(systeem) die te maken heeft met gedragsproblematiek, problemen op school en/of problemen thuis. Er is sprake van, of een vermoeden van, psychiatrischzoekene of psychosociale problematiek. De jeugdige is niet in staat om een reguliere vorm van (kinder-)opvang en/of onderwijs te volgen.

    • b.

      Behandeling groep Orthopedagogisch Dag Centrum (ODC)

      Behandeling groep orthopedagogisch dagcentrum is bestemd voor jeugdigen van 0-18 jaar met een verstandelijke of meervoudige beperking en/of ontwikkelingsachterstand en die daardoor niet in staat zijn om een reguliere vorm van (kinder-)opvang en/of onderwijs te volgen.

    • c.

      Cliëntgebonden expertise en advies

      Het college kan in geval van complexere problematiek cliëntgebonden expertise en advies vragen aan een andere jeugdhulpaanbieder dan die de jeugdhulp biedt. Doel is:

      • a.

        overdracht van de jeugdige naar een andere jeugdhulpaanbieder voorkomen,

      • b.

        voorkomen dat een jeugdige op een wachtlijst bij een andere jeugdhulpaanbieder komt.

      • c.

        een jeugdige op tijd overdragen wanneer een andere jeugdhulpaanbieder qua specialisme beter aansluit bij de ondersteuningsvraag van de jeugdige en dit de samenwerking bevordert.

    • d.

      Geestelijke Gezondheids Zorg (GGZ) basis

      Behandeling basis GGZ is bestemd voor jeugdigen waarbij altijd sprake of een vermoeden is van een DSM 5-stoornis. De problematiek stagneert de ontwikkeling van de jeugdige en kan gepaard gaan met disfunctioneren op één of meerdere leefgebieden.

      Een behandeling in het kader van de Jeugd GGZ duurt een afgebakende periode, met een start en eindpunt. De maximale duur is 6 maanden. Het aanvragen van een langdurige individuele voorziening Jeugd GGZ (langer dan zes maanden) kan alleen in nauw overleg met sociaal team en na een gefundeerde onderbouwing van de aanvraag.

    • e.

      Geestelijke Gezondheids Zorg (GGZ) Specialistisch

      • a.

        De Specialistische GGZ omvat de behandeling van jeugdigen met ernstige of complexe psychische problemen. Naar de SGGZ wordt verwezen als er (een vermoeden van) psychiatrische problematiek bestaat, met een hoge mate van complexiteit en/ of hoog risico.

      • b.

        Onder complexiteit wordt verstaan samengaan van verschillende stoornissen (comorbiditeit) zoals psychiatrische problematiek in relatie tot gedragsproblematiek, een lichamelijke ziekte, verslaving, angst, depressie in combinatie met een persoonlijkheidsstoornis. Dit kan spelen bij de jeugdige dan wel gezinssysteem en/of in combinatie met de behoefte aan ondersteuning vanuit de ouders ten gevolge van opgroei- en opvoednood.

      • c.

        Ook kan er sprake zijn van een ontwikkelingsachterstand op sociaal en emotioneel gebied. De relatie tussen de jeugdige en ouder(s) is daardoor vaak complex. Deze ontwikkelingsachterstand kan resulteren in een dwangmatige manier van controle over het leven en dat kan zich dan uiten in heftige depressies, angsten, verslaving, eetproblematiek, suïcide, agressie, zelfbeschadiging of letsel voor derden. Er zijn mogelijk veiligheidsrisico’s aanwezig.

      • d.

        Een behandeling duurt een afgebakende periode, met een start en eindpunt. De maximale duur is 9 maanden. Het verlengen van de behandeltermijn kan alleen in overleg met én na goedkeuring vanuit het sociaal team. Het aanvragen van langdurige indicaties (langer dan twaalf maanden) kan alleen in nauw overleg met het sociaal team en na een gefundeerde onderbouwing van de aanvraag.

    • f.

      Geestelijke Gezondheids Zorg (GGZ) Hoog Complex

      • a.

        Behandeling hoog complex GGZ omvat de behandeling van jeugdigen door psychiatrische problematiek of stoornis en/of gedragsproblematiek in combinatie met de behoefte aan ondersteuning vanuit de ouders ten gevolge van opgroei- en opvoednood.

      • b.

        De jeugdige heeft zonder uitzondering een ontwikkelingsachterstand. Veelal is er al een achterstand ontstaan in de neurologische ontwikkeling van het brein met daardoor achterstand op sociaal en emotioneel gebied. De relatie tussen de jeugdige en ouder(s) is daardoor vaak complex. Deze ontwikkelingsachterstand resulteert vaak in een dwangmatige manier van controle over het leven en dat kan zich dan uiten in heftige depressies, angsten, verslaving, anorexia, suïcide, zelfbeschadiging of letsel voor derden.

      • c.

        Er is sprake van een aaneenschakeling van zware (meervoudige) klachten waarbij de vraag meerdere leefgebieden betreft. Er is een hoog risico op crisis of er zijn veiligheidsrisico’s aanwezig.

    • g.

      Diagnostiek

      Het college kan diagnostiek behandeling vragen aan een jeugdhulpaanbieder bij een (vermoeden van) DSM-stoornis voor maximaal 20 uur. De problematiek stagneert de ontwikkeling van de jeugdige en kan gepaard gaan met disfunctioneren op één of meerdere leefgebieden. Er kan sprake zijn van complexe problematiek. De problematiek heeft een belemmerende invloed op het dagelijks functioneren van de client en zijn ontwikkeling. Er kan sprake zijn van comorbiditeit.

    • h.

      Medicatiecontrole

      • a.

        Medicatiecontrole is bedoeld voor jeugdigen bij wie de controle op het gebruik medicatie of de bijstelling daarvan als een op zichzelf staand onderdeel van de behandeling wordt aangeboden na afronding van een breder behandeltraject én als deze controle (nog) niet kan worden overgedragen aan de huisarts. Wanneer de jeugdige een indicatie heeft voor een GGZ-behandeltraject, dan valt de inzet en bekostiging van controle van medicatie onder dat behandeltraject.

      • b.

        Het doel van deze nazorg is dat de jeugdige niet terugvalt en dat er indien van toepassing een stabilisatie ontstaat van de behaalde resultaten uit de oorspronkelijke behandeling. Medicatiecontrole is in principe eindig en/of wordt zodra dat kan overgedragen aan de betrokken huisarts.

      • c.

        Voor medicatiecontrole wordt maximaal 400 minuten op jaarbasis geïndiceerd.

    • i.

      Ambulante spoedhulp

      • a.

        Ambulante Spoedhulp wordt ingezet na een crisisinterventie (acute verstoring van het alledaags functioneren van een gezin) en is gericht op het voorkomen en inzetten van opname en/of verblijf. De professional kan vaak binnen 24 uur bij het gezin zijn. Ambulante Spoedhulp is binnen en buiten kantoortijden bereikbaar voor jeugdigen die bij hen in zorg zijn en de ouders.

      • b.

        Ambulante spoedhulp wordt ingezet voor de duur van maximaal 28 dagen.

5.2 Wonen gericht op zelfstandigheid

Wonen gericht op zelfstandigheid is bedoeld om te zorgen voor een soepele overgang van de Jeugdwet naar de Wmo 2015.

  • -

    De jeugdige kan nog niet zelfstandig wonen en heeft ondersteuning nodig bij het verkrijgen van meer regie en zelfstandigheid.

  • -

    Naast het wonen in een pand van de jeugdhulpaanbieder ontvangt de jeugdige begeleiding gericht op het zo zelfstandig mogelijk kunnen deelnemen aan de maatschappij en het vergroten van vaardigheden die daarvoor nodig zijn. Het gaat om:

    • a.

      praktische vaardigheden, zoals wassen, schoonmaken, koken, budgetteren;

    • b.

      vaardigheden die horen bij het volwassen worden, zoals onderwijs en/of werk volgen, vrije tijd zinvol invullen, sociale contacten onderhouden, omgaan met instanties en zorgdragen voor gezondheid, persoonlijke verzorging en een gezond dag- en nacht ritme;

    • c.

      het verkrijgen van inzicht in en leren omgaan met de eigen psychische en/ of psychosociale problematiek.

5.3 Jeugdhulp met verblijf

Jeugdhulp met verblijf kent de volgende subsegmenten:

  • -

    Pleegzorg voltijd

  • -

    Pleegzorg deeltijd

  • -

    Gezinshuis lichte begeleidingsintensiteit

  • -

    Gezinshuis middel begeleidingsintensiteit

  • -

    Gezinshuis zware begeleidingsintensiteit

  • -

    Logeren

  • -

    Verblijf GGZ reguliere bedden

  • -

    Verblijf groep 8 bedden

  • -

    Verblijf groep 6 bedden

  • -

    Verblijf groep 4 bedden

  • -

    Moeder/ouder-kindhuis

    • 1.

      Pleegzorg voltijd

      Pleegzorg voltijd is bestemd voor jeugdigen die zich in de eigen gezinssituatie niet veilig kunnen ontwikkelen en/of gezond kunnen opgroeien. Hieronder vallen: zowel kortdurende, tijdelijke pleegzorg, als terugkeer naar het eigen gezin mogelijk is. Langdurige pleegzorg is mogelijk als terugkeer naar het eigen gezin niet of niet op aanvaardbare termijn mogelijk is. In het pleeggezin staat het 'zo gewoon mogelijk opgroeien' voorop.

    • 2.

      Pleegzorg deeltijd

      Pleegzorg deeltijd is bestemd voor jeugdigen die zich in de eigen gezinssituatie niet veilig kunnen ontwikkelen en/of gezond kunnen opgroeien. Het gezin wordt ontlast, zodat het kind thuis kan blijven wonen of doorstroom naar een zwaardere jeugdhulpvoorziening voorkomen wordt. Bijvoorbeeld om de ouders te ontlasten waardoor ze de zorg kunnen volhouden (gemiddeld 72 dagen per jaar). De inzet van deeltijdpleegzorg varieert van enkele dagdelen of dagen per week, tot meerdere dagen per week.

    • 3.

      Gezinshuis lichte begeleidingsintensiteit

      Gezinshuis met lichte begeleidingsintensiteit is bestemd voor jeugdigen met een opvoedvraag die niet in een pleeggezin of eigen netwerk terecht kan. Er kan sprake zijn van enige gedragsproblematiek en/of psychiatrische problematiek/trauma. De jeugdige is in staat in een gezinsstructuur te functioneren maar heeft toezicht of stimulatie nodig. Hulp is met name nodig met de regievoering over het dagelijks leven (dagelijkse routine), het nemen van besluiten, het zoeken van oplossingen en het communiceren met anderen. Er is sprake van ouder-kind problematiek.

    • 4.

      Gezinshuis middel begeleidingsintensiteit

      Gezinshuis met middel begeleidingsintensiteit is bestemd voor jeugdigen met een opvoedvraag die niet in een pleeggezin of eigen netwerk terecht kan. Er kan sprake zijn van gedragsproblematiek en/of psychiatrische problematiek/trauma. De jeugdige 14 kan de (leeftijdsadequaat) dagelijkse taken in principe zelf verrichten en is in staat in een gezinsstructuur te functioneren. De jeugdige heeft veel sturing, regulering en toezicht nodig. De jeugdige maakt gebruik van (speciaal) onderwijs, dagbesteding of heeft werk en kan alleen met ondersteuning deelnemen aan deze en andere maatschappelijke activiteiten. Er is sprake van ouder-kind problematiek.

    • 5.

      Gezinshuis zware begeleidingsintensiteit

      Gezinshuis met zware begeleidingsintensiteit is bestemd voor jeugdigen met een opvoedvraag die niet in een pleeggezin of eigen netwerk terecht kan. Begeleiding is primair nodig op het reguleren van de (gedrag)problematiek. Er kan sprake zijn van psychiatrische problematiek/trauma. Ten aanzien van alle aspecten van de dagelijkse taken is veel toezicht, hulp en stimulatie nodig. De jeugdige is in staat in een gezinsstructuur te functioneren maar heeft vrijwel continu sturing, regulering, ondersteuning en toezicht nodig. De jeugdige maakt gebruik van (speciaal) onderwijs of heeft dagbesteding en kan alleen met hulp deelnemen aan deze en andere maatschappelijke activiteiten. Er is sprake van ouder-kind problematiek.

    • 6.

      Logeren

      Logeren is bestemd voor jeugdigen met meervoudige problematiek bij de jeugdige en/of meervoudige problemen in het (cliënt)systeem. De situatie in de woonomgeving is instabiel, en/of de ouders moeten tijdelijk ontlast worden. Het logeren wordt geboden in een accommodatie van een instelling of in een logeergezin met als doel het tijdelijk ontlasten van de ouders en/of de omgeving en/of ontsporing te voorkomen.

    • 7.

      Verblijf GGZ reguliere bedden

      Verblijf GGZ reguliere bedden is bestemd voor jeugdigen met (zeer) ernstige psychiatrische problematiek waarbij een intensieve klinische behandeling (in een open of gesloten setting) de enige manier is om gevaar voor henzelf of hun omgeving te voorkomen. Verblijf en behandeling wordt geboden conform NZa prestaties/prestatiebeschrijvingen A t/m C.

    • 8.

      Verblijf groep 8 bedden

      Verblijf groep 8 bedden is bestemd voor jeugdigen die om inhoudelijke redenen niet in een pleeggezin, gezinshuis of eigen netwerk terecht kunnen. De jeugdige is niet in staat om in een gezinsstructuur te functioneren en kan problematiek hebben op het gebied van gedrag, psychosociaal, een (licht) verstandelijke beperking, middelengebruik of een combinatie. De cliënt is in staat om (redelijk) zelfstandig te functioneren. Er is wel een dagstructuur in de vorm van onderwijs of dagbesteding.

    • 9.

      Verblijf groep 6 bedden

      Verblijf groep 6 bedden is bestemd voor jeugdigen die om inhoudelijke redenen niet in een pleeggezin, gezinshuis of eigen netwerk terecht kunnen. De jeugdige is niet in staat om in een gezinsstructuur te functioneren en kan problematiek hebben op het gebied van gedrag (bijv., maar niet uitsluitend seksueel grensoverschrijdend gedrag, agressieproblematiek en suïcidaal gedrag), delinquent gedrag, psychosociaal, een (licht) verstandelijke beperking, middelengebruik of een combinatie. De cliënt is niet in staat om zelfstandig te functioneren en heeft behoefte aan meer bescherming en nabijheid. Er is wel een dagstructuur in de vorm van onderwijs of dagbesteding.

    • 10.

      Verblijf groep 4 bedden

      Verblijf groep 4 bedden is bestemd voor jeugdigen die om inhoudelijke redenen niet in een pleeggezin, gezinshuis of eigen netwerk terecht kunnen. De jeugdige is niet in staat om in een gezinsstructuur te functioneren. De jeugdige heeft zeer complexe problematiek zoals op het gebied van gedrag (bijvoorbeeld seksueel grensoverschrijdend gedrag, agressieproblematiek en suïcidaal gedrag), hechting, delinquent gedrag, psychosociaal, een (licht) verstandelijke beperking, autisme, middelengebruik of een combinatie. De jeugdige is niet in staat om zelfstandig te functioneren en heeft behoefte aan meer intensieve bescherming, nabijheid en individuele aandacht. Er is wel een dagstructuur in de vorm van onderwijs of dagbesteding.

    • 11.

      Moeder-kind/ouder- kindhuis

      Moeder/ouder-kindhuis bestaat uit het wonen en is bestemd voor moeders die moeten bevallen van hun kind of net bevallen zijn. Op voorhand bestaat sterke twijfel of zij in staat zijn goed voor hun kind te zorgen. Zij kunnen uit zichzelf onvoldoende veiligheid en/of opvoedingsondersteuning bieden aan hun kind en hebben te weinig netwerkondersteuning om dit te compenseren. Een vervolg op een moeder-kindhuis kan een plek in het ouder-kindhuis zijn, als de moeder nog niet in staat is om zelfstandig te wonen. Bij de doelgroep voor een ouder-kindhuis is, net zoals het moeder-kindhuis, vaak sprake van LVB en/of psychiatrische problematiek. Meestal is er daarnaast sprake van andere problemen zoals relatieproblemen, geen werk of opleiding, schulden of huiselijk geweld.

5.4 Vervoer

Ouders hebben zelf de plicht om jeugdigen te brengen en op te halen van en naar een jeugdhulplocatie. In de Jeugdwet staat dat gemeenten een vervoersregeling moeten treffen, als het vervoer noodzakelijk is in verband met een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid van ouders. De gemeente kan als het nodig is vervoer vergoeden voor de jongere om een jeugdhulpinstelling te bezoeken (en voorziening jeugdhulp is verstrekt). Als vervoer vergoed wordt door de gemeente dan is de jeugdhulpaanbieder verantwoordelijk voor het organiseren van vervoer tegen het vastgestelde tarief per dag. Indien de jeugdige en/of zijn sociale omgeving dus niet in staat zijn om zelfstandig vervoer te regelen naar hulp buitenshuis, dan valt dit onder de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever. De opdrachtgever organiseert dit middels inzet van een derde. De opdrachtnemer heeft ook de keuze om zelf vervoer te organiseren.

 

Vervoer door opdrachtnemer (jeugdhulpaanbieder):

Heeft de opdrachtnemer aangegeven het vervoer tijdens de uitvoering van het contract zelf te organiseren, dan geldt dat de opdrachtnemer het vervoer dient te organiseren als de jeugdige en zijn omgeving geen mogelijkheid hebben om de locatie van de ondersteuning of behandeling te bereiken. De opdrachtnemer mag aan de jeugdige geen bijdrage voor het vervoer vragen. De opdrachtnemer regelt in samenspraak met de jeugdige passend en veilig vervoer. Dit betekent dat een jeugdige binnen een redelijke tijd voor aanvang en na afloop van de ondersteuning wordt opgehaald en thuisgebracht. De jeugdhulpaanbieder mag het vervoer collectief/groepsgewijs regelen voor meerdere cliënten. Doelgroepen mogen worden gemengd en inzetten van vrijwilligers is eventueel mogelijk. Vereist de ondersteuningsvraag van de jeugdige dat deze individueel vervoerd moet worden of met rolstoelvervoer, dan dient de jeugdhulpaanbieder daarvoor passend (individueel) vervoer te regelen.

 

Vervoer door opdrachtgever (gemeente):

Indien opdrachtnemer, ofwel jeugdhulpaanbieder heeft besloten het vervoer niet tot haar verantwoordelijkheid te nemen en vervoer benodigd is, organiseert de opdrachtgever dit middels de inzet van een derde partij. Vervoer wordt ingezet nadat door de opdrachtgever vastgesteld is dat de cliënt of haar sociale omgeving het vervoer niet kan uitvoeren en er ook geen mogelijkheid is de zorg passend en meer nabij te organiseren. De opdrachtgever neemt contact op met jeugdhulpaanbieder om de haal- en brengtijden af te spreken. De vervoersvragen die worden ingezet op het moment dat is vastgesteld dat ouders dit (ook) niet zelf kunnen regelen, worden door ZOOV verzorgd. Van de jeugdhulpaanbieder wordt het volgende verwacht:

  • -

    Begrip dat niet alle cliënten op hetzelfde moment gehaald respectievelijk gebracht kunnen worden en dat gestreefd wordt naar een zo efficiënt mogelijk vervoer van cliënten, waarbij de vervoerder ingezet door opdrachtgever ook oog heeft voor een doelmatige zorgverlening;

  • -

    Een open en flexibele (gespreks-)houding met betrekking tot de begin- en eindtijden van de ondersteuning of behandeling, met de volgende uitgangspunten:

    • Basis voor de planning zijn de door de jeugdhulpaanbieder gewenste begin- en eindtijden met een marge van 15 minuten;

    • De begin- en eindtijden worden per cliënt per dag van de week afgesproken;

    • De begin- en eindtijden kunnen per cliënt onderling verschillen;

    • De cliënt is voldoende lang op de zorglocatie;

    • Proactief informeren van de vervoerder ingezet door opdrachtgever bij wijzigingen (bijvoorbeeld andere zorglocatie).

  • Wat tot slot overblijft als ZOOV ook niet mogelijk is voor de jeugdige, is dat ouders van de jeugdige in aanmerking kunnen komen voor een kilometer vergoeding.

5.5 Essentiële Functies jeugdhulp (EF)

Essentiële Functies jeugdhulp (EF) zijn de integrale hoogspecialistische verblijfszorgvormen (niet vallend onder het landelijke aanbod) die zich richten op kwetsbare jeugdigen en hun gezinnen en/of netwerk. Hun zorgvragen - en de oorzaken ervan - zijn divers (heterogeen). Het is geen eenduidige of samenhangende doelgroep. Er is sprake van meervoudige en complexe zorgvragen. Niet één van de problematieken is bovenliggend, maar het is een combinatie van meerdere kernproblemen en de oplossing en aanpak en behandeling vraagt om intersectorale samenwerking. Er valt onder andere te denken aan een combinatie van bijvoorbeeld forse externaliserende gedragsproblemen, psychiatrische problematiek of diverse dubbeldiagnoses. Er kunnen ook bijkomende problemen zijn in het gezin zoals een complexe scheiding, huiselijk geweld, financiële problemen, psychiatrische problematiek ouders inclusief verslavingen of mishandeling/verwaarlozing. De beoordeling of de zorgvraag van een jeugdige en het gezin past binnen de EF is altijd professioneel maatwerk op grond van een goede analyse (volgens methodiek Verklarende Analyse). Deze Verklarende Analyse maakt het sociaal team van de gemeente samen met de jeugdige en het gezin.

 

De EF worden op basis van bovenregionale samenwerking door een vijftiental hoog specialistische zorgaanbieders geboden, geheten de Gelderse Jeugd Alliantie. Naar de EF kunnen gemeenten, medische verwijzers en Gecertificeerde Instellingen verwijzen voor de volgende integrale hoog specialistische verblijfszorgvormen:

  • JeugdzorgPlus,

  • Driemilieus voorzieningen,

  • Onvoorwaardelijk Wonen,

  • Gezinsbehandeling (met JeugdzorgPlus),

  • Kliniek verslavingszorg,

Daarnaast bestaat er binnen de EF ook een Mobiele Brigade waar naar kan worden verwezen. Deze Mobiele Brigade kan worden gezien als voorkoming van plaatsing in de integrale hoog specialistische verblijfsvormen van de EF. De Mobiele Brigade kan actief en snel handelen door kennis in te zetten op de verblijfslocatie waar de jeugdige woont, met als doel de jeugdige en het gezin te ondersteunen en te voorkomen dat de jeugdige moet worden overgeplaatst.

 

Toegang tot EF via Regionale Expertise Tafel

Toeleiding naar de integrale verblijfszorgvormen en naar de Mobiele Brigade dient te gebeuren door de voorzitter van het Regionale Expert Tafel (RET) te contacten. Dat gebeurt als een situatie rond een jeugdige dreigt vast te lopen, onvrijwillige of onwenselijke doorplaatsing dreigt of daar waar het RET ziet dat er expertise gemist wordt. Het RET kan aan de hand van een bespreking inhoudelijk beoordelen of er integrale verblijfszorg nodig is. Ook beoordeelt de voorzitter van het RET (al dan niet middels een bespreking) of de inzet van de Mobiele Brigade passend is.

 

5.6 Jeugdhulp crisis

Jeugdhulp crisis kent de volgende subsegmenten:

  • 1.

    Crisis GGZ-verblijf

  • 2.

    Crisis regulier verblijf

    • 1.

      Crisis GGZ-verblijf

      Jeugdigen met ernstige psychische, psychosociale of psychiatrische problemen met een niet uitstelbare hulpvraag die voor intensieve behandeling worden opgenomen in een kliniek (zowel op vrijwillige als op gedwongen basis). Er is sprake van regieverlies (weet niet meer wat te doen, overzicht kwijt, kan problematiek niet meer voldoende managen)) en/of sprake van onveiligheid in de thuissituatie, en cliënt is 7x24 uur aangewezen op bereikbaarheid van hulp. Deze hulp kan in de thuissituatie niet geboden worden, waardoor opname noodzakelijk is. Opname is de enige manier om gevaar voor henzelf of de omgeving te voorkomen.

    • 2.

      Crisis regulier verblijf

      Bij een crisis gaat het om problemen tussen ouders en kinderen die van grote impact zijn op de jeugdige, zoals huiselijk geweld, kindermishandeling, verwaarlozing of ernstige conflicten. Er is sprake van crisis bij een plotselinge, ernstige ontregeling (in de fysieke, sociale en psychische gesteldheid van de jeugdige of van de omgeving) met als gevolg het ontstaan van een acuut onhoudbare situatie in het thuismilieu of de woonsituatie van de jeugdige. Dit heeft als gevolg dat de veiligheid van de jeugdige en zijn opvoeding in het geding zijn en de jeugdige niet thuis kan blijven

Hoofdstuk 6 Natura of PGB

Uitgangspunt in de Jeugdwet is dat jeugdigen en ouders jeugdhulp ontvangen 'in natura'. Dat wil zeggen dat de jeugdige of zijn ouders hulp ontvangen van een jeugdhulpaanbieder die door de gemeente is gecontracteerd. Maar de gemeente kan ook een Persoonsgebonden Budget (PGB) toekennen als de jeugdige of zijn ouders dat wensen. Hiermee kunnen zij de jeugdhulp zelf inkopen. Aan het toekennen van een PGB zijn wel voorwaarden verbonden.

 

De gemeente toetst of aan de volgende vier voorwaarden is voldaan:

  • 1.

    Bekwaamheid van de aanvrager: kan de jeugdige of zijn ouders de taken die bij een PGB horen verantwoord uitvoeren?

  • 2.

    Motivatie: kan de jeugdige of zijn ouders beargumenteerd aangeven waarom zorg in natura niet passend is?

  • 3.

    Kwaliteit: is gewaarborgd dat de hulp die jeugdige en zijn ouders met het PGB willen inkopen van goede kwaliteit is?

  • 4.

    Doelmatig en effectief: is gewaarborgd dat de hulp die met het PGB wordt ingekocht op basis van de gestelde doelen doelmatig en effectief wordt ingezet?

Alleen als aan alle vier voorwaarden is voldaan, kan de gemeente het PGB verstrekken.

 

6.1 PGB bekwaamheid

De eerste voorwaarde die in de Jeugdwet gesteld wordt, ziet op de 'PGB-bekwaamheid' van de jeugdige of zijn ouders.

De cliënt kiest zelf een zorgverlener en regelt hoe de ondersteuning eruit moet komen te zien. De cliënt maakt hier zelf afspraken over met de zorgverlener en sluit met iedere zorgverlener een zorgovereenkomst af waarin de afspraken worden vastgelegd. De cliënt let er zelf op dat de zorgverlener zich aan de afspraken houdt en dat de ondersteuning goed blijft lopen. De cliënt regelt zelf een vervanger als dat nodig is. Bij een PGB is de cliënt zelf verantwoordelijk voor de administratie en de kwaliteit van de zorg.

 

Bij het doen van elke nieuwe aanvraag of verlenging wordt door de ouders en/of jeugdige een volledig PGB-budgetplan ingeleverd. Aan de hand van dit plan kan de gemeente de PGB bekwaamheid toetsen. Als de gemeente van oordeel is dat de ouders en/of jeugdige de aan het PGB verbonden taken niet op verantwoorde wijze kunnen uitvoeren, dan kan de gemeente het PGB weigeren.

 

De gemeente beoordeelt of iemand PGB-vaardig is aan de 10 punten PGB-vaardigheid van het ministerie van VWS. De ouders en/of jeugdige:

  • 1.

    kunnen een goed overzicht van de eigen situatie houden

  • 2.

    weten welke regels en verplichtingen er horen bij een PGB.

  • 3.

    kunnen een overzichtelijke PGB-administratie bijhouden.

  • 4.

    kunnen communiceren met de gemeente, zorgverzekeraar of zorgkantoor, de SVB en zorgverleners.

  • 5.

    kunnen zelfstandig handelen en zelf voor zorgverleners kiezen.

  • 6.

    kunnen zelf afspraken maken, deze afspraken bijhouden en vastleggen. En zich hier aan houden.

  • 7.

    beoordelen en beargumenteren of de zorg uit het PGB passend en kwalitatief goed is.

  • 8.

    kunnen zelf de zorg regelen met 1 of meer zorgverleners.

  • 9.

    zorgen ervoor dat de zorgverleners die voor de budgethouder werken weten wat ze moeten doen.

  • 10.

    weten wat zij moeten doen als werkgever of opdrachtgever van een zorgverlener en kunnen hier uitvoering aan geven.

6.2 Motivatie

De jeugdige of zijn ouders moeten zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een gecontracteerde aanbieder niet passend vinden. Om dit te doen, moeten zij aantonen dat zij zich voldoende hebben georiënteerd op de voorziening ‘in natura’.

 

6.3 Kwaliteit in te kopen zorg

De gemeente moet beoordelen of de in te kopen jeugdhulp van goede kwaliteit is. Deze kwaliteitseisen staan opgesomd in hoofdstuk 4 van de Jeugdwet. Een van de voorwaarden voor toekenning van een PGB, is dat de hulp die de persoon biedt van goede kwaliteit is. De hulp moet in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht worden verleend en is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige of ouder. De gemeente kan hierop toezien door bijvoorbeeld 'het plan' (hulpverleningsplan of plan van aanpak) op te vragen. Door dit te vergelijken met de zelf opgestelde doelen kan een beeld gevormd worden over de doelgerichtheid en doelmatigheid van de jeugdhulp.

 

Professionele hulp moet voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen.

De hulpverlener die een PGB verzilvert dient te beschikken over een adequate zorgopleiding die past bij de gevraagde ondersteuning via het PGB en een recent en geschikt VOG (profiel 45: gezondheidszorg en welzijn van mens en dier, indien van toepassing profiel 40: vakantiegezinnen en adoptie en indien van toepassing profiel 84: belast zijn met zorg voor minderjarigen. Daarnaast moet de hulpverlener ingeschreven staan in het handelsregister (KvK).

Heeft de aanbieder (niet gecontracteerde aanbieder) meerdere hulpverleners in dienst, dan moet de aanbieder een VOG voor rechtspersonen hebben, niet ouder dan 3 maanden voor het tijdstip waarop de medewerker ging werken en is niet ouder dan 3 jaar.

 

Er mag geen sprake zijn van feiten en omstandigheden die er op wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat de aanbieder of hulpverlener in relatie staat tot strafbare feiten. De aanbieder is niet eerder door de gemeente geweigerd of geroyeerd. De accountant van de aanbieder heeft een goedkeurende verklaring voor de jaarrekening afgegeven. De aanbieder is in staat tot het ordelijk voeren van een digitale (financiële en inhoudelijke) administratie. De aanbieder beheert niet het PGB van de cliënt. De aanbieder maakt geen gebruik van een onderaannemer die eerder door de gemeente geweigerd of geroyeerd is. De aanbieder heeft voor het verkrijgen van de opdracht niet geronseld, een valse voorstelling van zaken gegeven of druk uitgeoefend.

 

Professionele hulp

In de Verordening staat dat er sprake is van een professionele hulp als:

  • degene die in dienst is van een instelling en bedrijfsmatig de hulp verleent en ingeschreven staat in het Handelsregister. Bovendien moet deze persoon de diploma’s hebben die nodig zijn om de hulp te kunnen bieden.

  • Iemand die als zelfstandige zonder personeel beroepsmatig de hulp verleent en ingeschreven staat in het Handelsregister. Bovendien moet deze persoon de diploma’s hebben die nodig zijn om de hulp te kunnen bieden.

De gemeente gaat bij de beoordeling of een persoon de juiste diploma’s of EVC-certificaat heeft uit van een afgeronde opleiding gericht op Zorg en Welzijn die is opgenomen in het: Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs (CROHO) of Centraal Register Beroepsopleidingen (CREBO) of Nationaal Kenniscentrum EVC (minimaal MBO-4 niveau).

 

In geval de ondersteuning uitvoering van Beeldende-, dans-, drama-, muziek-, psychomotorische-, psychomotorische kinder-, en speltherapie betreft, dient men ingeschreven te zijn in het landelijk register Vaktherapie van de Federatie vaktherapeutische beroepen.

 

Niet professionele hulp

Iemand is een niet professionele hulp als:

  • diegene al dan niet uit het sociaal netwerk komt, die niet aan de voorwaarden van een professionele hulp voldoet.

  • diegene familie is in de 1e of 2e lijn. Dit geldt ook als diegene uit het netwerk wel professionele kwalificaties heeft.

De totale beoordeling van de zorgbehoefte kan leiden tot een PGB besluit om niet professionele hulp in te zetten. Bij een PGB verstrekking danwel afwijzing betreft niet professionele hulp, dient de gemeente tevens heldere argumenten weer te geven in de beschikking. Dit doet de gemeente zo feitelijk mogelijk en dit wordt weergegeven in de beschikking.

 

Buitenland

Een PGB is in principe niet bedoeld is voor besteding in het buitenland.

 

Begeleiding inkopen bij niet-professionele ondersteuners/zorgverleners

Met een PGB kan zorg ingekocht worden bij een niet-professionele zorgverleners/ondersteuner. De gemeente beoordeelt of deze niet-professionele hulp de beste keuze is om de ondersteuning te leveren. Er geldt dan ook een lager PGB-tarief. Dit tarief is minstens het wettelijke minimumloon, inclusief vakantiebijslag, niet genoten vakantiedagen en een percentage voor vrijwillige verzekeringen voor een persoon van 22 jaar of ouder (Wml). Hulp door een ouder of familielid in de eerste of tweede graad wordt altijd als niet-professionele hulp gezien. In het geval de ouder zowel budgethouder als niet-professionele zorgverlener wenst te worden, dient de gemeente alert te zijn op mogelijke belangenverstrengeling nu en in de toekomst.

 

6.4 Doelmatig en effectief

De gemeente werkt zo transparant mogelijk en daarbij hoort een feitelijke en heldere onderbouwing van het standpunt om een PGB te verstrekken danwel af te wijzen in een beschikking. Het PGB wordt in ieder geval niet toegekend als er druk is uitgeoefend op cliënt in keuze voor een PGB, de ondersteuner/zorgverlener (dreigend) overbelast is, de ondersteuner niet de benodigde zorg kan bieden, de benodigde zorg niet effectief of doelmatig genoeg is of als continuïteit van zorg nodig is, maar niet geboden kan worden. Bij het beoordelen van de doelmatigheid en effectiviteit van het PGB komen als criteria de volgende punten tevens aan bod:

  • Financiële situatie: zijn er schulden en wat is de hoofdinkomstenbron?

  • Belastbaarheid: hoe ziet de draagkracht - draaglast verhouding er uit?

  • Veiligheid jeugdige: zijn er signalen van (on)veiligheid?

  • Goed-genoeg: is er sprake van een goed-genoeg opvoedsituatie van de jeugdige?

Hoofdstuk 7 Slotbepalingen

Inwerkingtreding beleidsregels

De Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Oost Gelre 2026 treden in werking op 1 januari 2026.

 

Intrekken beleidsregels

Bij de inwerkingtreding van deze Beleidsregels worden de Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Oost Gelre 2025 ingetrokken.

 

Overgangstermijn

Mochten de beleidswijzigingen gevolgen hebben voor individuele personen, dan wordt een redelijke overgangstermijn in acht genomen.

Vastgesteld te Lichtenvoorde op 16 december 2025.

burgemeester en wethouders,

Secretaris

Dhr. J. Heerkens

Burgemeester

Mw. A.H. Bronsvoort

Naar boven