Gemeenteblad van Veendam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veendam | Gemeenteblad 2025, 565084 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veendam | Gemeenteblad 2025, 565084 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening financieel beleid, beheer en organisatie versie 2023 (artikel 212 Gemeentewet)
Besluit van de raad van de gemeente Veendam tot vaststelling van de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) Verordening 212 versie 2023, financieel beleid, beheer en organisatie.
De raad van de gemeente Veendam;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 september 2023;
gelet op artikel 212, eerste lid, van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) Verordening 212 versie 2023, financieel beleid, beheer en organisatie.
In deze verordening wordt verstaan onder:
overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt.
Artikel 2. Vaststelling programma-indeling en paragrafen
Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten
Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringskredieten worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.
Burgemeester en wethouders informeren de raad als zij verwachten, dat de lasten van een programma of een prioriteit de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een programma of een prioriteit de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het programma of de prioriteit, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid.
Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad bedoeld in artikel 6, eerste lid, doen burgemeester en wethouders voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doen burgemeester en wethouders indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten.
Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, leggen burgemeester en wethouders voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor.
Artikel 6. Tussentijdse rapportages
Artikel 8. Wensen en bedenkingen over grote onderwerpen
Als het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeren burgemeester en wethouders de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als burgemeester en wethouders een aanpassing nodig achten, doen burgemeester en wethouders een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
Artikel 11. Voorwaardencriterium
Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheerhandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijkster vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheerhandelingen kunnen voortvloeien. Burgemeester en wethouders operationaliseren dit normenkader in een toetsingskader ten behoeve van de interne beheersing.
Artikel 12 Begrotingscriterium
Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheerhandelingen tot stand moeten zijn gekomen;
Artikel 14. Waardering en afschrijving vaste activa
De gemeente Veendam heeft de afgelopen jaren de materiële vaste activa verwerkt in overeenstemming met de individuele financiële verordeningen (verordening ex artikel 212 van de Gemeentewet) en de regelgeving voortvloeiend uit het Besluit Begroting en Verantwoording (hierna BBV).
Dit Activabeleid zal vanaf 2023 onlosmakelijk deel uitmaken van de Verordening 212 en zal hierin worden opgenomen.
Bij het opstellen van het activabeleid zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd;
Kernpunten uit het BBV waar het gaat om activa
Gezien de strikte activeringscriteria zal in de praktijk nauwelijks sprake zijn van immateriële vaste activa of financiële vaste activa in de vorm van bijdragen aan activa in eigendom van derden.
De maximale afschrijvingstermijn van immateriële vaste activa is 5 jaar.
Materiële vaste activa worden onderscheiden, naar economisch nut (indien de investeringen verhandelbaar zijn of bijdragen aan het genereren van middelen) en maatschappelijk nut in de openbare ruimte (overige investeringen).
Alle investeringen moeten worden geactiveerd en worden gewaardeerd op de verkrijgingprijs of vervaardigingprijs minus bijdragen van derden.
Op investeringen (met uitzondering van gronden en terreinen) wordt resultaatonafhankelijk afgeschreven op basis van de verwachte economische levensduur.
Bij een duurzame waardevermindering wordt de waarde van het actief aangepast.
(Uitgaven kleiner dan € 15.000 worden niet geactiveerd. Deze uitgaven worden ineens ten laste van de exploitatie gebracht.(Met uitzondering van grond en terreinen.)
Kosten van onderhoud niet activeren (en afschrijven), maar ten laste van de exploitatiebudgetten voor onderhoud brengen.
Met ingang van 1 januari 2023 (ongewijzigd ten opzichte van voorgaande nota) de uniforme afschrijvingstermijnen te hanteren zoals opgenomen in de onderstaande tabel.
Niet toestaan om afzonderlijke investeringen onderling te compenseren. Hiervoor is goedkeuring van de gemeenteraad c.q. het algemeen bestuur *noodzakelijk.
De afschrijving start op 1 januari in het jaar na ingebruikname van een actief. Dit betekent dat er niet wordt afgeschreven in het jaar van aanschaf. Dit geldt ook voor de rentelasten.
De restwaardes van alle activa op “nihil” stellen.
Bovengenoemd beleid moet leiden tot een transparant en éénduidig beeld en tot een vermindering van de onderbenutting van kapitaallasten op investeringen. Daarnaast moet worden voorkomen dat een ‘stuwmeer’ van investeringen ontstaat.
Het activabeleid heeft een grote invloed op de jaarlijkse exploitatie en de vermogenspositie;
De nota activabeleid is een instrument dat zorg draagt voor het eenduidig behandelen van gemeentelijke investeringen. Het belang van de nota is gelegen in het feit om zowel voor het bestuur als de ambtelijke organisatie een transparant en adequaat activabeleid op basis van objectieve grondslagen vast te stellen.
Een transparant en adequaat activabeleid vormt één van de pijlers voor het bepalen van de financiële positie en het financiële vermogen van de gemeente. Daarmee dient een transparant activabeleid niet alleen een boekhoudkundig, maar ook een bestuurlijk belang. De nota bakent de formele kaders af waarbinnen het college en de ambtelijke organisatie dienen om te gaan met investeringen en afschrijvingen en vervult een ondersteunende rol bij de totstandkoming van de jaarrekening en de begroting.
Kort samengevat dient de nota bij te dragen tot:
Een eenduidige verwerking van investeringen en afschrijvingen.
Tot het minimum beperken van onderschrijding.
Het maken van afspraken over de te volgen procedure om investeringen uit te voeren.
Het verkrijgen van inzicht in het verloop van investeringen.
Tot het minimum beperken van grote schommelingen in de afschrijvingskosten.
Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op het theoretisch kader, het juridisch kader en wordt ingegaan op enkele procedurele zaken bij de aanvraag, uitvoering en afsluiting van investeringen en kredieten. Tot slot is een tabel opgenomen met de te hanteren afschrijvingstermijnen.
Voor het realiseren van de beleidsdoelen zijn investeringen nodig. Van een investering is sprake als het gaat om een uitgave waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. Om een goed beeld te krijgen van het beleidsveld, wordt een aantal kernbegrippen beschreven.
Het aanschaffen of zelf produceren van bedrijfsmiddelen. De bedrijfsmiddelen worden meerjarig gebruikt.
Het opnemen van investeringen op de balans.
De restwaarde is de ingeschatte waarde aan het eind van de gebruikstermijn. Het vertegenwoordigt de opbrengstwaarde die na de gebruikstermijn nog gerealiseerd kan worden, verminderd met de te maken kosten voor verwijdering, verplaatsing of vernietiging van het actief.
Afschrijven is het boekhoudkundig laten zien dat de waarde van het bedrijfsmiddel in de loop van de tijd afneemt. De waarde afname wordt veroorzaakt door technische slijtage en/of economische veroudering. Het af te schrijven bedrag hangt af van de economische levensduur van de investering. De gebruiksduur bepaalt de afschrijvingstermijn en dus ook de hoogte van de afschrijvingslasten.
Kapitaallasten zijn de jaarlijks terugkerende lasten die samenhangen met investeringen. De kapitaallasten bestaan uit afschrijving en rente. De door de vaste activa veroorzaakte lasten vormen een belangrijke kostenpost binnen de begroting.
De omvang van de kapitaallasten wordt bepaald door;
De hoogte van de investeringen.
De afschrijvingstermijn en de afschrijvingsmethode.
De (eventuele) restwaarde van de investeringen.
De rentekosten (afhankelijk van rente-omslagpercentage en boekwaarde).
Van onderschrijding bij kapitaallasten is sprake wanneer een gedeelte van de kapitaallasten in enig jaar niet is uitgegeven. Onderschrijding ontstaat door het niet uitvoeren van begrote investeringen in enig jaar.
De componentenbenadering wil zeggen dat samenstellende delen van een materieel vast actief zoveel mogelijk afzonderlijk verantwoord wordt in de boekhouding. De afschrijving vindt plaats afhankelijk van de verwachte levensduur van het component.
De gemeenteraad van de Veendam heeft in 2013 de verordening artikel 212 van de Gemeentewet vastgesteld. In artikel 8 Waardering en afschrijving vaste activa, is het volgende opgenomen:
Artikel 8 Waardering en afschrijving vaste activa
Het college van B&W biedt de gemeenteraad een nota activabeleid aan. De gemeenteraad stelt deze vast. Deze nota behandelt in ieder geval:
hoe waardering van activa plaatsvindt;
welke afschrijvingsmethodiek wordt gehanteerd;
welke afschrijvingstermijnen worden gehanteerd
De artikelen 31 tot en met 35 van het BBV gaan nader in op de activa. Als gevolg van het doen van investeringen ontstaan bezittingen, ofwel de vaste activa. Vaste activa worden naar hun aard onderscheiden in drie soorten.
Dit zijn die vaste activa die niet stoffelijk van aard zijn, niet onder de financiële vaste activa worden begrepen en niet kunnen worden aangemerkt als ongedekte tekorten. De immateriële vaste activa worden niet meer geactiveerd, behalve de kosten van het sluiten van geldleningen en de kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief. De kosten van onderzoek mogen volgens het BBV alleen worden geactiveerd wanneer het voornemen bestaat:
Om het actief te gebruiken/te verkopen.
De technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat.
Het actief zal in de toekomst economisch of maatschappelijk nut genereren.
De uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.
In de praktijk komt bovenstaande erop neer dat er slechts in uitzonderlijke gevallen sprake zal zijn van een immaterieel vast actief.
Dit zijn investeringen met een meerjarig economisch nut of maatschappelijk nut in de openbare ruimte. Een uitzondering op deze regel vormen de kunstvoorwerpen met cultuurhistorische waarde. Deze investeringen worden niet geactiveerd. De groep van materiële vaste activa dient in de toelichting op de balans te worden onderverdeeld in:
Groen- Grond-, weg en waterbouwkundige werken.
Machines, apparaten en installaties.
Overige materiële vaste activa.
Om de administratieve lasten te beperken sluiten de categorieën van activa ten behoeve van de verschillende afschrijvingstermijnen zo dicht mogelijk bij bovenstaande indeling aan.
Investeringen met een meerjarig maatschappelijk nut, maar geen economisch nut, mits gedaan in de openbare ruimte, mogen worden geactiveerd. (art 59 lid 4 BBV)
Uitsluitend op investeringen met maatschappelijk nut mogen reserves in mindering worden gebracht. Op beide type investeringen dienen de bijdragen van derden die direct betrekking hebben op de investering in mindering te worden gebracht volgens de bruto methode.
Zijn activa die een financiële waarde vertegenwoordigen. De financiële vaste activa worden onderverdeeld in:
gemeenschappelijke regelingen.
overige uitzettingen met een rente typische looptijd van één jaar of langer;
bijdragen aan activa in eigendom van derden.
De bijdragen aan activa in eigendom van derden (bijvoorbeeld subsidiëring van een tribune van een vereniging), worden in het BBV aangemerkt als financiële vaste activa. Indien men bijdragen aan derden wil activeren dan moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
er is sprake van een investering door een derde;
de investering bijdraagt aan de publieke taak van de gemeente;
deze derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals beoogd door de gemeente;
de gemeente de bijdrage kan terugvorderen indien de derde in gebreken blijft of anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.
In de praktijk komt het bovenstaande erop neer dat er slechts in uitzonderlijke gevallen sprake zal zijn van een financieel vast actief uit hoofde van bijdragen aan activa in eigendom van derden.
Voor activeren en afschrijven worden de volgende grondslagen gehanteerd;
Activa met een verkrijgingprijs van minder dan € 15.000,- worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze worden altijd geactiveerd.
Als besloten wordt het productiemiddel te activeren, dan moet dit op basis van het BBV gebeuren tegen de verkrijgingprijs of vervaardigingsprijs van het productiemiddel. Op zowel investeringen met economisch als met maatschappelijk nut dienen bijdragen van derden, die specifieke betrekking hebben op de investering, in mindering te worden gebracht.
Het BBV staat niet meer toe om investeringen met een economisch nut netto te activeren. Dit betekent dat het niet meer is toegestaan om direct onttrekkingen aan reserves in mindering te brengen op het investeringsbedrag. Eventueel kunnen de lasten voortvloeiende uit dit actief al naar gelang de tijdsduur worden gedekt door onttrekking aan een (bestemming)reserve maar dit geniet niet de voorkeur. Voor investeringen met een maatschappelijk nut in de openbare ruimte daarentegen wordt in het BBV aanbevolen om de investering direct (reserves direct in mindering brengen) of zo snel mogelijk af te schrijven.
Binnen de gemeenten is afschrijven op basis van de lineaire methode gebruikelijk. Bij de lineaire methode blijven de afschrijvingsbedragen gedurende de afschrijvingstermijn gelijk, de rentelasten nemen af. Op de laatste pagina’s van deze notitie is de afschrijvingstabel opgenomen. In het jaar van aanschaf wordt geen afschrijving en geen rentelast toegerekend.
Aan alle geactiveerde bedragen wordt rente toegerekend. Hiervoor wordt een vast rentepercentage gehanteerd. Deze rente wordt jaarlijks bij het opstellen van de begroting bepaald via de rente- omslagmethode. In de jaren volgend op het jaar van de investering wordt de rente berekend over de boekwaarde per 1 januari. Voor bepaalde soorten financiële vaste activa (o.a. verstrekte langlopende geldleningen) kan een afwijkend rentepercentage worden gehanteerd.
Procedures aanvragen en uitvoering investeringen.
De bevoegdheid tot het toekennen van investeringskredieten berust bij de gemeenteraad. De exploitatielasten van het nieuwe beleid worden in de primitieve begroting geïntegreerd. De kredieten worden bij vaststelling van de begroting direct beschikbaar gesteld. De lasten van de vervangingsinvesteringen zijn binnen het bestaand beleid als stelpost opgenomen.
Over de geplande investeringen wordt in de bestuur rapportages gerapporteerd.
Het niet uitvoeren van gepland werk veroorzaakt een onderschrijding op kapitaallasten.
Tussentijdse nieuwe investeringen moeten via een raadsbesluit dan wel via de voor- of najaarsrapportage worden vastgesteld.
Bij aanvang van de investering dient te worden bezien in hoeverre er een aanspraak kan worden gemaakt op bepaalde subsidies. Subsidies, die specifiek voor een investering worden verstrekt, moeten wel direct in mindering op het investeringsbedrag worden gebracht.
Indien een beschikking voor een subsidie wordt ontvangen, dient een afschrift aan de financiële administratie te worden verstrekt.
Het is niet toegestaan om afzonderlijke investeringen onderling te vereffenen, tenzij de gemeenteraad
Onderwerpen die specifieke aandacht verdienen.
Investeringen met economisch of maatschappelijk nut worden conform de afschrijvingstermijnen genoemd in die hierna opgenomen tabel, afgeschreven. Tenzij de gemeenteraad anders besluit.
In het BBV is opgenomen dat het is niet toegestaan om kosten van onderhoud te activeren en vervolgens af te schrijven. Daarentegen is het mogelijk om voor de kosten van achterstallig onderhoud een voorziening te vormen en deze aan te vullen op basis van beheerplannen, waarbij de werkelijke kosten onttrokken worden aan de voorziening.
Kosten van levensduur verlengende renovaties en/of investeringen in de openbare ruimte die het gebied een vernieuwende functie geven, worden daarentegen wel geactiveerd en afgeschreven.
Afbakening van grondcomplexen.
Binnen grondcomplexen zijn elementen te onderscheiden die gekwalificeerd worden als investeringen met maatschappelijk nut in de openbare ruimte, zoals bruggen, wegen en openbaar groen. Deze investeringen worden meegenomen in de kostprijscalculaties van de grondexploitatie en als zodanig verwerkt in de jaarrekening.
Voor het geven van inzicht in de voortgang en afwikkeling van uitgegeven investeringskredieten worden de volgende rapportages ingezet:
Bij afronding van investeringsprojecten kunnen de volgende situaties zich voordoen:
Het krediet is overschreden. De Raad is in een tussentijdse rapportage al op de hoogte gebracht over de investering.
Het krediet is toereikend geweest en voor het juiste doel aangewend.
Het krediet is te hoog. De overblijvende middelen vloeien terug in de algemene middelen.
Voor investeringen groter dan € 100.000 of een budgettaire afwijking groter dan 10%, dient de informatie te worden verstrekt, na afronding of tussentijds, van het project in de tussenrapportage of de jaarrekening. In het vierde kwartaal zal een totaaloverzicht worden gemaakt van alle investeringen. Dit overzicht zal worden opgenomen in de jaarrekening.
Een totaaloverzicht van alle lopende investeringen zal in de jaarrekening worden opgenomen. Tevens wordt hierin aangegeven welke investeringen in het rekeningjaar afgesloten worden.
Artikel 16. Reserves en voorzieningen
Artikel 17. Kostprijsberekening
Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en dienstendie worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.
Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die activiteiten.
Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van [een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel die worden besteed aan de desbetreffende goederen, werken, diensten, rechten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel.
In afwijking van artikel 16 eerste lid wordt bij een verstrekte lening voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken. Deze rente wordt verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico.
Artikel 20. Financieringsfunctie
Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf lokale heffingen bij de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:
Artikel 22. Weerstandsvermogen en risicobeheersing
netto schuld per inwoner: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen gedeeld door het aantal inwoners op 31 december van het begrotingsjaar. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteuren, vorderingen en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen wordt verstaan: het totaal van leningen aan deelnemingen, leningen aan overige verbonden partijen, leningen aan derden, langlopende uitzettingen, kortlopende uitzettingen, debiteurenvorderingen, liquide middelen en overlopende activa;
onbenutte belastingcapaciteit onroerendezaakbelasting: positieve uitkomst van het verschil tussen de opbrengst onroerendezaakbelasting bij de tarieven die minimaal nodig zijn voor toegang tot de procedure van artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet en de (geraamde) opbrengst onroerendezaakbelasting.
Artikel 23. Onderhoud kapitaalgoederen
Burgemeester en wethouders bieden de raad ten minste eens in de 4 jaar een onderhoudsplan openbare ruimte aan. Het onderhoudsplan openbare ruimte geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair. De raad stelt het onderhoudsplan openbare ruimte vast.
Burgemeester en wethouders bieden de raad ten minste eens in de 4 jaar een rioleringsplan aan. Het rioleringsplan geeft het kader weer voor het beheer van het watersysteem, waaronder het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van de riolering en de kosten van het onderhoud. De raad stelt het rioleringsplan vast.
Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf financiering van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:
Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:
Artikel 26. Verbonden partijen
Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf verbonden partijen van de begroting en de jaarstukken de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op
De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:
Artikel 29. Financiële organisatie
Burgemeester en wethouders dragen in ieder geval zorg voor:
Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheerhandelingen. Bij afwijkingen rapporteren burgemeester en wethouders daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 25 onder f. Daarnaast informeren burgemeester en wethouders de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
Burgemeester en wethouders zorgen voor de systematische controle van de administratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de 4 jaar. Bij afwijkingen in de administratie nemen burgemeester en wethouders maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
Artikel 31. Intrekking oude regeling
De Verordening 212 (versie 2014) en het separate Activabeleid (versie 2014) worden ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in werking treedt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-565084.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.