Besluit tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling RSJ IJsselland en vaststelling van de zevende wijziging van de Gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle,

 

gelezen het gezamenlijke voorstel van het dagelijks bestuur van GGD IJsselland en het bestuur van RSJ IJsselland d.d. 10 juli 2025,

 

gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, artikel 26 van de Gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland en de artikelen van hoofdstuk XIII van de Gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland,

 

gezien de toestemming als bedoeld in artikel 1 vierde en vijfde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen, die d.d. 15 december 2025 van de gemeenteraad is verkregen voor dit besluit,

 

Overwegende:

  • -

    de wens van gemeenten om te komen tot een robuuste organisatie voor de inkoop van specialistische jeugdzorg, zoals beschreven in de notitie ‘Samen robuust’ - Uitwerking richtinggevend bestuursbesluit tot verkenning fusie RSJ en GGD IJsselland (versie 9 april 2025);

  • -

    dat dit kan worden bereikt door de taken van het Regionaal Serviceteam Jeugd (RSJ) IJsselland onder te brengen bij GGD IJsselland;

  • -

    dat hiervoor de gemeenschappelijke regeling bedrijfsvoeringsorganisatie Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland(hierna ook genoemd GR RSJ) dient te worden opgeheven en direct aansluitend daaraan de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland dient te worden gewijzigd, met als beoogde ingangsdatum 1 januari 2026.

  • -

    dat het bestuur van het RSJ IJsselland is belast met liquidatie in geval van opheffing van de regeling en daartoe een concept-liquidatieplan heeft opgesteld;

Besluit:

Artikel I  

  • 1.

    De Gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland op te heffen.

  • 2.

    In te stemmen met het concept-liquidatieplan d.d. 9 april 2025 voor het Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland.

Artikel II  

De gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland wordt als volgt gewijzigd:

 

A. Artikel 1 komt te luiden:

Artikel 1

In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

  • -

    aankoopcentrale: een aankoopcentrale als bedoeld in artikel 1.1 van de Aanbestedingswet 2012;

  • -

    algemeen bestuur: het algemeen bestuur als bedoeld in artikel 12 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • -

    college: het college van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente;

  • -

    dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur als bedoeld in artikel 14 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • -

    deelnemende gemeenten de aan deze regeling deelnemende gemeenten: Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle;

  • -

    gebied: het gezamenlijk grondgebied van de deelnemende gemeenten;

  • -

    gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie Overijssel;

  • -

    GGD: GGD IJsselland, het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2, lid 1

  • -

    regeling: de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland;

  • -

    RSJ Regionaal serviceteam jeugd, onderdeel van GGD IJsselland dat is belast met de uitvoering van de taken genoemd in artikel 5, lid 2;

  • -

    voorzitter: de voorzitter als bedoeld in artikel 18;

 

B. Artikel 3 komt te luiden:

GGD IJsselland is ingesteld voor de gezamenlijke behartiging van de belangen van deelnemende gemeenten op met name het terrein van de publieke gezondheidszorg en de jeugdzorg, zulks met inachtneming van hetgeen in deze regeling nader is bepaald met betrekking tot de taken en bevoegdheden van het samenwerkingsverband.

 

C. In artikel 4 wordt lid 5 vernummerd tot 6, en wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende:

  • 5.

    ondersteuning en uitvoering van de taken van de colleges in het kader van de Jeugdwet, in het bijzonder de inkoop van diensten in het kader van de specialistische jeugdzorg, het contractmanagement, het contractbeheer, monitoring, de uitvoering van regionale inhoudelijke thema’s, tenzij het algemeen bestuur op zwaarwegende gronden anders beslist en uitsluitend met instemming van alle elf gemeenten;

D. Artikel 5 komt te luiden:

Ter behartiging van de in artikel 3 en 4 bedoelde belangen heeft het samenwerkingsverband, met inachtneming van het bepaalde in artikel 7, de volgende taken en specifieke bevoegdheden:

  • 1.

    wettelijke taken en bevoegdheden als GGD:

    • a.

      het instellen en in standhouden van een gezondheidsdienst als bedoeld in de artikelen 14, eerste lid, en 15 van de Wet Publieke Gezondheid;

    • b.

      de taken en bevoegdheden, die de Wet Publieke Gezondheid aangeeft voor het bestuur van de gezondheidsdienst;

    • c.

      het houden van toezicht als bedoeld in hoofdstuk 1 afdeling 4 van de Wet Kinderopvang.

  • 2.

    taken op het gebied van jeugdzorg, uitgevoerd onder de naam RSJ:

    • a.

      taken die het RSJ voor de deelnemende gemeenten uitvoert of doet uitvoeren die betrekking hebben op de in artikel 3 en artikel 4 lid 5 genoemde belangen ten aanzien van de jeugdzorg. De uitvoering van deze taken is uitsluitend voorbehouden aan het RSJ, tenzij het algemeen bestuur op zwaarwegende gronden anders beslist en uitsluitend met instemming van alle elf gemeenten;

    • b.

      het fungeren als aankoopcentrale van de deelnemende gemeenten;

    • c.

      het beheren van de in het kader van de inkoop gesloten overeenkomsten. De colleges dragen voor deze taken geen bevoegdheden over aan het samenwerkingsverband. De colleges dragen er zorg voor dat de deelnemende gemeenten de benodigde mandaten, volmachten en machtigingen geven die GGD IJsselland nodig heeft voor het kunnen uitvoeren van deze taken.

  • 3.

    taken en bevoegdheden in vrijwillige samenwerking:

    • a.

      taken op het terrein van gemeentelijke overheidszorg, die gemeenten, collectief of afzonderlijk, aan het samenwerkingsverband opdragen met inachtneming van het bepaalde in artikel 6, leden 3 tot en met 5.

    • b.

      de bevoegdheid tot het aanwijzen van een gemeentelijk lijkschouwer als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging voor de deelnemende gemeenten.

  • 4.

    De oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, als bedoeld in artikel 31a van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

E. Artikel 6 komt te luiden:

  • 1.

    GGD IJsselland voert periodiek bestuurlijk overleg met de deelnemende gemeenten omtrent de inhoud en het niveau van uitvoering van wettelijke taken, genoemd in artikel 5, lid 1. De inhoud en het niveau van de uitvoering van deze taken worden een keer per bestuursperiode vastgesteld door het algemeen bestuur en jaarlijks geactualiseerd door het dagelijks bestuur.

  • 2.

    De deelnemende gemeenten en GGD IJsselland zullen in een dienstverleningsovereenkomst nadere afspraken maken over de taken van het RSJ genoemd in artikel 5, lid 2, alsmede over rapportages en overige informatie die GGD IJsselland beschikbaar moet stellen over de uitvoering van deze taken.

  • 3.

    De uitvoering van taken en bevoegdheden in vrijwillige samenwerking, bedoeld in artikel 5, lid 3, a dient de behartiging van de belangen, genoemd in artikel 3; b geschiedt op verzoek van de betreffende gemeente of gemeenten; c wordt schriftelijk vastgelegd tussen GGD IJsselland en de betreffende gemeente of gemeenten.

  • 4.

    GGD IJsselland stemt jaarlijks met de betrokken gemeenten de uitvoering af van de taken en bevoegdheden in vrijwillige samenwerking genoemd in artikel 5, lid 3.

  • 5.

    Met betrekking tot de taken en bevoegdheden in vrijwillige samenwerking, bedoeld in de leden 3 en 4, maken GGD IJsselland en de gemeente(n) in ieder geval afspraken over:

    • a

      de duur en de kosten van de taakuitvoering;

    • b

      de opzegtermijn van de dienstverlening;

    • c

      de verrekening van eventuele desintegratiekosten. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de gemeente(n) die de dienstverlening voortijdig beëindigt, de kosten draagt die het rechtstreekse gevolg zijn van die beëindiging en dat de overige gemeenten geen financieel nadeel daarvan ondervinden.

F. Artikel 7 lid 1 komt te luiden:

  • 1.

    In het geval een gemeente bepaalde taken en bevoegdheden, bedoeld in artikel 5, lid 1, 2 en 3, niet aan GGD IJsselland heeft opgedragen onthouden de leden van het algemeen bestuur van deze gemeente zich van stemming over aangelegenheden die de uitoefening van deze taak en bevoegdheid door GGD IJsselland betreffen.

G. Artikel 47 lid 3 komt te luiden:

  • 3.

    De ontwerpbegroting vermeldt tevens de naar raming door elke deelnemende gemeente voor het jaar, waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdragen. De berekening van deze bijdragen vindt plaats op basis van het volgende uitgangspunten:

    • a.

      voor de algemene en de wettelijke taken, genoemd in de artikelen 4 en 5 lid 1 het inwonertal op 1 januari van het jaar, voorafgaand aan dat waarvoor de bijdrage verschuldigd is.

    • b.

      het algemeen bestuur kan bepalen dat de kosten voor de taken Jeugdgezondheidszorg en Toezicht Kinderopvang of onderdelen daarvan op een andere wijze over de deelnemende gemeenten worden verdeeld.

    • c.

      voor de taken op het gebied van jeugdzorg als bedoeld in artikel 5 lid 2 stelt het bestuur een bijdrageregeling vast, waarin in elk geval wordt geregeld op welke wijze en in welke mate de deelnemende gemeenten financieel daaraan bijdragen.

    • d.

      voor de taken in vrijwillige samenwerking, genoemd in artikel 5, lid 3: de bedragen die gemeenten en GGD IJsselland daarvoor hebben afgesproken dan wel het aantal verleende diensten maal het vastgestelde tarief per dienst.

H. Artikel 48a komt te luiden:

Het algemeen bestuur hoeft begrotingswijzigingen, die niet leiden tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage als bedoeld in artikel 47 lid 3a en 3c niet om een zienswijze voor te leggen aan de raden.

 

I. Artikel 49 komt te luiden:

  • 1.

    De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks voor 16 januari en voor 16 juli telkens de helft van de verschuldigde bijdragen, bedoeld in artikel 47, lid 3, onder a, b en c. Bij niet tijdige betaling is de wettelijke interest verschuldigd.

  • 2.

    De deelnemende gemeenten betalen de bijdragen, bedoeld in artikel 47, lid 3, onder d, op basis van facturen, die GGD IJsselland hen daartoe zal toezenden.

  • 3.

    De gemeenten garanderen GGD IJsselland de betaling van rente, aflossing, boeten en kosten van de in artikel 4, lid 5, bedoelde geldleningen en borgstellingen op basis van de voor de betreffende activiteit geldende financiële verdeelsleutel.

Artikel III  

De wijziging van de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland treedt in werking op 1 januari 2026. Indien de dag van bekendmaking na deze datum ligt werkt dit besluit terug tot en met 1 januari 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van 25 november 2025,

P. Snijders, voorzitter

D. Emmer, secretaris

Naar boven