De raad van de gemeente Noardeast-Fryslân,
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 november 2025;
gelet op de artikelen 216, 219 en 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en invordering Lig- en Staangeld gemeente
Noardeast
-Fryslân 2026
Artikel 1 Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
- a)
bedrijfsvaartuig: elk vaartuig dat een toeristisch, dienstverlenend en/of commercieel doel dient;
- b)
bruine vloot: traditionele zeilschepen of motorschepen bestemd voor de professionele passagiersvaart (chartervaart);
- c)
camper: een (bestel)auto, ingericht voor het vervoeren van één of meer personen en geschikt voor kamperen of buitenverblijf met de mogelijkheid tot overnachten;
- d)
camperstandplaats: door het college van B&W aangewezen en gereguleerde overnachtingsplaatsen voor campers;
- e)
dag: een dag of een gedeelte daarvan als sprake is van gebruik van een ligplaats of camperstandplaats voor overnachting;
- f)
historisch schip: een (on)bewoond vaartuig ouder dan 50 jaar, die in Nederland is gebouwd of beeldbepalend is geweest op de Nederlandse wateren;
- g)
klein vaartuig: een klein vaartuig waarop niet kan worden overnacht bijvoorbeeld kano, rubberbootje, visbootje, roeibootje en klein motorbootje;
- h)
lengte van een vaartuig: de ruimte die een vaartuig inneemt inclusief toebehoren (boegspriet, davits, volgboot etc.);
- i)
ligoever: een volgens de ligplaatsenverordening of bestemmingsplan aangewezen locatie waar vaartuigen mogen aanleggen of een ligplaats innemen;
- j)
ligplaats: een gedeelte van het openbaar vaarwater, bestemd of geschikt om door een vaartuig met bijbehorende voorzieningen te worden ingenomen;
- k)
Museumhaven: gedeelte van het Grootdiep tussen de kettingbrug en de Zijl, alsmede het Kleindiep in Dokkum;
- l)
passantenplaats: een door de gemeente aangewezen ligplaats voor pleziervaartuigen die bedoeld is voor kortdurend verblijf van passanten;
- m)
pleziervaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebruikt voor recreatieve doeleinden;
- n)
terrasboot: een (historisch) vaartuig gebruikt als onoverdekt terras waar dranken worden geschonken en eten voor directe consumptie wordt verstrekt;
- o)
vaartuig: een drijvend lichaam dat als gevolg van zijn drijfvermogen wordt gebruikt dan wel geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende voorwerp een geheel uitmakende voorwerpen;
- p)
vaste ligplaats: een door de gemeente aangewezen ligplaats waar een vaartuig langdurig mag liggen zonder overnachting of recreatief gebruik;
- q)
vingersteiger: een steiger die haaks op de kade of ligoever is gelegen en waaraan vaartuigen kunnen worden afgemeerd;
- r)
winterseizoen: de periode van 1 november tot en met 31 maart;
- s)
woonark; een drijvende woning die gebouwd is op een betonnen of stalen bak (casco) en niet is ontworpen om mee te varen;
- t)
woonschip: een zich in/op het water bevindend vaartuig dat zelfstandig kan varen en is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart, maar dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor wonen, niet zijnde een drijvend bouwwerk;
- u)
zomerseizoen: de periode van 1 april tot en met 31 oktober.
Artikel 2 Belastbaar feit
- 1.
Onder de naam liggeld wordt een recht geheven voor vaartuigen voor het innemen van een ligplaats aan een ligoever of andere werken of inrichtingen die in beheer of onderhoud zijn bij de gemeente.
- 2.
Onder de naam staangeld wordt een recht geheven voor het innemen van een camperstandplaats met een camper op gemeentegrond of andere werken of inrichtingen die in beheer of onderhoud zijn bij de gemeente.
Artikel 3 Belastingplicht
- 1.
Belastingplichtig voor het liggeld is de kapitein, de schipper, de reder, de eigenaar van het vaartuig, de gebruiker van het vaartuig of degene die als vertegenwoordiger van één van dezen optreedt.
- 2.
Belastingplichtig voor het staangeld is de eigenaar, huurder of gebruiker van de camper.
Artikel 4 Maatstaf van heffing en tarief
Het liggeld en het staangeld worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.
Artikel 5 Belastingjaar
Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 6 Wijze van heffing
- 1.
De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving, nota of ander schriftuur.
- 2.
Het verschuldigde bedrag wordt in de kennisgeving, de nota of andere schriftuur vermeld.
- 3.
Het college van burgemeester en wethouders stellen de modellen van de in dit artikel bedoelde bescheiden vast.
Artikel 7 Tijdstip van betaling
- 1.
Het liggeld en staangeld moet worden betaald op het moment van uitreiking van de gedagtekende kennisgeving, nota of ander schriftuur.
- 2.
Het liggeld en staangeld moet worden betaald ingeval de kennisgeving, nota of ander schriftuur, als bedoeld in artikel 7 wordt toegezonden, binnen 30 dagen na dagtekening van de kennisgeving, nota of ander schriftuur.
- 3.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en tijdvak
- 1.
Het liggeld is verschuldigd, op het moment dat een ligplaats als bedoeld in artikel 2 wordt ingenomen.
- 2.
Indien het gebruik van een ligplaats, waarvoor het liggeld wordt betaald, in de loop van het kalenderjaar eindigt, bestaat geen aanspraak op ontheffing van het geheven liggeld.
- 3.
Indien het gebruik van een ligplaats, waarvoor het liggeld wordt betaald, in de loop van het kalenderjaar aanvangt, wordt het liggeld geheven over de volle maanden die in het kalenderjaar overblijven. Een gedeelte van een maand wordt voor een volle maand gerekend.
- 4.
Het staangeld is verschuldigd zodra een camperstandplaats wordt ingenomen.
Artikel 9 Vrijstellingen
Geen liggeld is verschuldigd voor:
- a.
vaartuigen, welke gedurende de dag van de kaden en oevers gebruik maken tussen 9.00 en 16.00 uur en slechts korte tijd ligplaats innemen zulks voor het doen van inkopen, het nuttigen van maaltijden en dergelijke;
- b.
onbewoonde historische schepen in de Museumhaven;
- c.
het innemen van een ligplaats gedurende het winterseizoen in de Museumhaven door vaartuigen die onderdeel uitmaken van de bruine vloot;
- d.
het innemen van een ligplaats gedurende het zomerseizoen in de Museumhaven door vaartuigen die onderdeel uitmaken van de bruine vloot voor de eerste twee opeenvolgende dagen.
Artikel 10 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van het lig- en het staangeld.
Artikel 11 Kwijtschelding
Bij de invordering van het liggeld en het staangeld wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 12 Inwerkingtreding, overgangsbepaling, datum ingang heffing en citeertitel
- 1.
De Verordening lig- en staangeld 2025, van 19 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
- 2.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
- 3.
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
- 4.
Deze verordening kan worden aangehaald als de "Verordening lig- en staangeld 2026”.
Tarieventabel behorende bij het besluit van de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân tot vaststelling van de Verordening op de heffing en de invordering van Lig- en Staangeld 2026
De hieronder genoemde rechten zijn inclusief de wettelijk verschuldigde omzetbelasting
Artikel 1 Tarief woonschepen
Het tarief voor het innemen van een ligplaats door een woonschip of woonark bedraagt per jaar € 430,40.
Artikel 2 Tarief bedrijfsvaartuigen/terrasboten
Het tarief voor het innemen van een ligplaats door een bedrijfsvaartuig/terrasboot bedraagt:
- a.
Voor het zomerseizoen € 423,23;
- b.
Voor het winterseizoen € 211,65.
Artikel 4 Tarief passantenplaatsen
Het tarief voor het innemen van een ligplaats door een pleziervaartuig bedraagt:
- a.
voor een passantenplaats met aanwezigheid van een stroomvoorziening per dag of gedeelte daarvan, per strekkende meter lengte van het vaartuig: € 1,50;
- b.
voor een passantenplaats waar geen stroomvoorziening aanwezig is per dag of gedeelte daarvan, per strekkende meter lengte van het vaartuig: € 1,10;
- c.
voor een passantenplaats aan It Stienfek te Ie, Dokkumer Nije Silen en Oostmahorn per dag of gedeelte daarvan, per strekkende meter lengte: € 0,75.
Artikel 5 Tarief gemeentelijke boxen
Het tarief voor het innemen van een vaste ligplaats door pleziervaartuigen die liggen in de boxen aan Grimma Herna (Wâldfeart), de Woudhorne en de Trije Terpen in Dokkum, bedraagt:
- a.
voor het zomerseizoen € 175,50;
- b.
voor het winterseizoen € 75,60.
Artikel 6 Tarief voor vaste ligplaatsen
Het tarief voor het innemen van een vaste ligplaats aan de wal bedraagt per strekkende meter lengte van het vaartuig:
- a.
voor het zomerseizoen € 25,50;
- b.
voor het winterseizoen € 10,80.
Artikel 7 Tarief kleine vaartuigen
Het tarief voor kleine vaartuigen waarop niet kan worden overnacht en gelegen zijn aan de daarvoor door burgemeester en wethouders aangewezen ligoevers bedraagt:
- a.
voor het zomerseizoen € 35,-;
- b.
voor het winterseizoen € 15,-.
Artikel 9 Tarief innemen camperstandplaats
Het staangeld voor het innemen van een camperstandplaats met een stroomvoorziening voor campers bedraagt per dag € 15,50.
Behoort bij het raadsbesluit van 18 december 2025.
De griffier van de gemeente Noardeast-Fryslân,
de griffier,
mr. S.K. Dijkstra