Artikel 1 Definities
Deze verordening verstaat onder:
- 1.
dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;
- 2.
jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;
- 3.
kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december;
- 4.
maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is;
- 5.
week: een aaneengesloten periode van zeven dagen.
Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor:
- a)
het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit;
- b)
het verlenen van een dienst op aanvraag; of
- c)
het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document;
een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.
Artikel 3 Belastingplicht
Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan.
Artikel 4 Vrijstellingen
Leges worden niet geheven voor:
- 1)
diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald;
- 2)
diensten die ingevolge een wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend;
- 3)
de diensten van een in de Friese taal opgesteld stuk in het Nederlands of van een Nederlands stuk in het Fries, voor zover dit betreft:
- a.
de notulen of besluitenlijsten van een vertegenwoordigend orgaan, waarbij de aanvrager een rechtstreeks belang heeft;
- b.
overige besluiten en handelingen waarbij de aanvrager een rechtstreeks belang heeft;
- c.
algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels van een vertegenwoordigend orgaan.
Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven
- 1.
De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Voor zover in de tarieventabel uurtarieven zijn opgenomen wordt op verzoek bij de aanvraag van de dienst een raming gegeven van het aantal met de dienstverlening gemoeide uren.
- 2.
Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
Artikel 6 Wijze van heffing
De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een elektronisch bericht, stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of digitaal aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 7 Termijnen van betaling
- 1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6:
- a)
mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;
- b)
schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving;
- c)
digitaal wordt gedaan, terstond.
- 2.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
Artikel 8 Kwijtschelding
Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 9 Vermindering of teruggaaf
Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst, besluit of handeling wordt verleend op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet en overeenkomstig een met betrekking tot die dienst, besluit of handeling in die tarieventabel opgenomen bepaling.
Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, als de wijzigingen:
- a.
van zuiver redactionele aard zijn;
- b.
een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende paragrafen of artikelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft:
- a)
paragraaf 1.1. (akten burgerlijke stand);
- b)
paragraaf 1.2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart);
- c)
paragraaf 1.3 (rijbewijzen);
- d)
artikel 1.15 (papieren verstrekking uit de basisregistratie personen);
- e)
artikel 1.22.1.1 (verklaring omtrent het gedrag);
- f)
artikel 1.27 (Wet op de kansspelen);
een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.
Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van leges.
Artikel 12 Overgangsrecht
- 1.
De verordening op de heffing en invordering van leges 2025 van 19 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
- 2.
Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 13, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt.
Artikel 13 Inwerkingtreding
- 1.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
- 2.
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 14 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Legesverordening gemeente Noardeast-Fryslân 2026.
Tarieventabel, behorende bij de Legesverordening Noardeast-Fryslân 2026
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE DIENSTVERLENING
Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand
|
Artikel 1.1 Huwelijksvoltrekking
of registratie partnerschap
|
|
|
1.1.1.
|
Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap of omzetten van een geregistreerd partnerschap in huwelijk:
|
€ 311,10
|
|
1.1.2.
|
kosteloze voltrekking geldt op de volgende dagen: Dinsdag- of Donderdagochtend om 09:00 en 09:15
|
€ 0
|
|
1.1.3.
|
Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of geregistreerd partnerschap of omzetten van een geregistreerd partnerschap in huwelijk op zaterdag
|
€ 725,90
|
|
Artikel 1.2 Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap in bijzonder huis
|
|
|
Het tarief genoemd onder 1.1.1. t/m 1.1.3. wordt verhoogd voor een huwelijksvoltrekking of registratie van een partnerschap in een bijzonder huis (o.a. Engelmansplaat) met
|
€ 63,30
|
|
Artikel 1.3 Aanwijzing buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om bij besluit een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand te benoemen voor één dag:
|
€ 164,40
|
|
Artikel 1.4 Beschikbaar stellen getuige door gemeente
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het door de gemeente beschikbaar stellen van een getuige voor de huwelijksvoltrekking of de registratie van een partnerschap, per getuige:
|
€ 23,95
|
|
Artikel 1.5 Trouw-/partnerschapsboekje
en overige documenten en naspeuringen
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het verstrekken van:
|
|
|
1.5.1.
|
Trouw-/partnerschapsboekje (of een duplicaat daarvan)
|
€ 33,00*
|
|
1.5.2.
|
Verklaring huwelijksbevoegdheid
|
€ 31,10*
|
|
1.5.3
|
Naspeuringen registers burgerlijke stand, per kwartier:
|
€ 15,10
|
|
1.5.4
|
Een uittreksel of afschrift uit het register van de Burgerlijke stand
|
€ 17,80*
|
* wettelijk tarief
Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
|
Artikel 1.6 Paspoorten of andere reisdocumenten
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van:
|
|
|
1.6.1.
|
een nationaal paspoort:
|
|
|
|
a.
|
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
|
€ 88,65*
|
|
|
b.
|
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
|
€ 67,05*
|
|
1.6.2.
|
een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel 1.9.1. (zakenpaspoort):
|
|
|
|
a.
|
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
|
€ 88,65*
|
|
|
b.
|
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
|
€ 67,05*
|
|
1.6.3.
|
een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort):
|
|
|
|
a.
|
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
|
€ 88,65*
|
|
|
b.
|
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
|
€ 67,05*
|
|
1.6.4.
|
een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen:
|
€ 67,05*
|
|
1.6.5.
|
Tweede paspoort (niet van toepassing)
|
|
|
Artikel 1.7 Nederlandse identiteitskaart
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van:
|
|
|
1.7.1.
|
een Nederlandse identiteitskaart:
|
|
|
|
a.
|
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:
|
€ 80,10*
|
|
|
b.
|
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
|
€ 43,20*
|
|
1.7.2.
|
een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon:
|
€ 39,05*
|
|
Artikel 1.8
Modaliteiten
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag:
|
|
|
1.8.1.
|
voor de versnelde uitreiking van een in de artikelen 1.6 en 1.7, onder a, genoemd document, zijnde een toeslag op de in die artikelen genoemde bedragen:
|
€ 60,30*
|
*Dit betreffen de maximumtarieven per 1 januari 2025
Paragraaf 1.3 Rijbewijzen
|
Artikel 1.9 Rijbewijzen
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs:
|
€ 48,15*
|
|
Artikel 1.10
Modaliteiten
|
|
|
1.10.1.
|
Het tarief genoemd in artikel 1.9 wordt:
|
|
|
|
1.10.1.1.
|
bij een spoedlevering vermeerderd met:
|
€ 39,65
|
|
|
1.10.1.2.
|
voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het vervangen of vernieuwen van een rijbewijs bij vermissing of beschadiging geldt het in 1.9 gehanteerde tarief vermeerderd met
|
€ 22,50
|
* Dit is vanaf 1 juli 2023 het maximumtarief van € 34,95, vermeerderd met het rijkskostendeel van € 13,20.
Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens
|
Artikel 1.11 Definities
|
|
|
1.11.1.
|
Voor de toepassing van artikel 1.12 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd.
|
|
|
Artikel 1.12 Verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:
|
|
|
1.12.1
|
tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking:
|
€ 9,20
|
|
Artikel 1.13 Schriftelijke verstrekking
|
|
|
1.13.1. In afwijking van de artikelen 1.12 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen:
|
€ 7,95
|
|
Artikel 1.14 Op aanvraag doornemen basisregistratie personen
|
|
|
1.14.1
|
Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doornemen van de basisregistratie personen, voor ieder daaraan te besteden kwartier:
|
€ 20,60
|
|
1.14.2.
|
Het op grond van 1.18.1. verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
|
|
Paragraaf 1.5 Vastgoedinformatie
|
Artikel 1.15 Plan- of kaartinformatie
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een ruimtelijk plan of deel daarvan, zoals omgevingsvisie, omgevingsplan, wegenkaart behorende bij de legger als bedoeld in artikel 1.15.2
|
|
|
1.15.1.
|
in digitale vorm
|
€ 48,35
|
|
1.15.2.
|
het tarief zoals weergegeven in 1.15.1. wordt vermeerderd met het tarief zoals opgenomen in artikel 1.25.4.1 indien het een aanvraag voor het verstrekken van fotokopieën betreft
|
|
|
Artikel 1.16 Informatie uit registers
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of een uittreksel uit:
|
|
|
1.16.1.
|
de gemeentelijke basisregistratie adressen of de gemeentelijke basisregistratie gebouwen, bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen, per adres of object:
|
€ 9,20
|
|
1.16.2
|
de legger bedoeld in artikel 27 van de Wegenwet
|
€ 9,20
|
|
1.16.3
|
een inschrijving in het rijksmonumentenregister die aan de gemeente verzonden is, als bedoeld in artikel 3.3., lid 5, van de Erfgoedwet
|
€ 9,20
|
|
1.16.4.
|
het gemeentelijk erfgoedregister, bedoeld in artikel 3.16 van de Erfgoedwet, per aangewezen cultureel erfgoed:
|
€ 9,20
|
|
1.16.5.
|
voor het verstrekken van milieutechnische en planologische gegeven over onroerende zaken
|
€ 81,90
|
|
1.16.6.
|
Voor het verstrekken van milieutechnische of planologische gegevens over onroerende zaken
|
€ 41,80
|
|
1.16.7.
|
Tot afgifte verklaring en (indien van toepassing) uittreksel op grond van de Wet Kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen (WKPB), per adres
|
€ 103,95
|
|
1.16.8.
|
Voor verstrekken kadastrale informatie wordt een tarief in rekening gebracht als genoemd in de Tarievenregeling Kadaster
|
|
|
Artikel 1.17 Informatie uit adressenbestanden
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van kopieën van:
|
|
|
1.17.1.
|
het gemeentelijke adressenbestand of delen daarvan, per adres:
|
€ 9,20
|
|
1.17.2.
|
het gemeentelijke relatiebestand adres-kadastraal perceel of delen daarvan, per gelegde relatie:
|
€ 9,20
|
|
1.17.3.
|
het gemeentelijke adrescoördinatenbestand of delen daarvan, per adrescoördinaat:
|
€ 9,20
|
Paragraaf 1.6 Overige publiekszaken
|
Artikel 1.18 Overige publiekszaken
|
|
|
1.18.1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:
|
|
|
1.18.1.1.
|
tot het verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag:
|
€ 41,35*;
|
|
1.18.1.2.
|
tot het legaliseren van een handtekening of foto, per legalisatie
|
€ 7,05
|
|
1.18.1.3.
|
tot het verkrijgen van bewijs van Nederlanderschap
|
€ 11,95
|
|
1.18.1.4.
|
Overige verklaringen omtrent personen of zaken in belang van aanvrager opgemaakt, per exemplaar
|
€ 11,95
|
|
1.18.1.5.
|
tot het verkrijgen van een enkelvoudig verzoek optieverklaring
|
€ 241,00
|
|
1.18.1.6.
|
tot het verkrijgen van een gemeenschappelijk verzoek optieverklaring
|
€ 412,00
|
|
1.18.1.7
|
tot het verkrijgen van een mede-opterende minderjarige
|
€ 27,00
|
|
1.18.2
|
het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:
|
|
|
1.18.2.1.
|
tot een naturalisatieverzoek 1 persoon
|
€ 1.139,00
|
|
1.18.2.2.
|
tot een naturalisatieverzoek samen met partner
|
€ 1.554,00
|
|
1.18.2.3.
|
tot het mee-naturaliseren van een minderjarig kind, per kind
|
€ 168,00
|
|
1.18.2.4.
|
Verzoek door staatloze of vergunninghouder om asiel (1 persoon)
|
€ 811,00
|
|
1.18.2.5.
|
het verzoek door een staatloze of vergunninghouder om asiel samen met partner
|
€ 1.114,00
|
* Dit is het maximumtarief.
Paragraaf 1.7 Gemeentearchief
|
Artikel 1.19 Naspeuringen in gemeentearchief
|
|
|
|
het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag
|
|
|
1.19.1.
|
voor het doen van naspeuringen in de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan te besteden kwartier
|
€ 20,60
|
|
Artikel 1.20
Afschrift of uittreksel uit gemeentearchief
|
|
|
1.20.1.
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of uittreksel uit een in het gemeentearchief berustend stuk in digitale vorm
|
€ 41,80
|
|
1.20.2.
|
het tarief zoals weergegeven in 1.20.1. wordt vermeerderd met het tarief zoals opgenomen in 1.25 voor de aanvraag voor het verstrekken van fotokopieën
|
|
Paragraaf 1.8 Bijzondere wetten
|
Artikel 1.21 Leegstandwet
|
|
|
1.21.1
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het verlenen van een vergunning voor tijdelijke verhuur van een leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandswet
|
€ 64,35
|
|
Artikel 1.22 Wet op de kansspelen
|
|
|
1.22.1
|
het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de Kansspelen
|
|
|
|
1.22.1.1.
|
Voor één kansspelautomaat voor periode van maximaal 12 maanden
|
€ 56,50;*
|
|
|
1.22.1.2.
|
Voor één kansspelautomaat welke vergunning geldt voor een periode tot maximaal vier jaar
|
€ 226,50*
|
|
|
1.22.1.3.
|
Voor twee of meer kansspelautomaten, welke vergunning geldt voor een periode van maximaal 12 maanden, voor de eerste speelautomaat
|
€ 56,50*
|
|
|
|
en voor iedere volgende kansspelautomaat:
|
€ 34,00*
|
|
|
1.22.1.4.
|
voor twee of meer kansspelautomaten, welke vergunning geldt voor een periode tot maximaal vier jaar, voor de eerste kansspelautomaat
|
€ 226,50*
|
|
|
|
en voor iedere volgende kansspelautomaat:
|
€ 136,00*
|
|
|
1.22.1.5.
|
Voor een vergunning van één kansspelautomaat welke vergunning geldt voor een periode van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd
|
€ 226,50;*
|
|
|
1.22.1.6.
|
Voor een vergunning van twee of meer kansspelautomaten welke vergunning geldt voor een periode van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd, voor de eerste kansspelautomaat
|
€ 226,50.*
|
|
|
|
en voor iedere volgende kansspelautomaat
|
€ 136,00*
|
|
1.22.2.
|
artikel 1.22.1 is van overeenkomstige toepassing als de vergunning geldt voor een tijdvak korter dan twaalf maanden of langer dan twaalf maanden maar ten hoogste vier jaar, met dien verstande dat de daar genoemde bedragen naar evenredigheid van het verschil in looptijd van de vergunning verlaagd respectievelijk verhoogd worden. Een gedeelte van een maand wordt als volle kalendermaand aangemerkt
|
|
|
1.22.3.
|
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning)
|
€ 44,60
|
|
1.22.4.
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren of doen exploiteren van een speelgelegenheid als bedoeld in artikel 2.39 van de APV (niet van toepassing)
|
|
|
* Dit is het maximumtarief.
|
|
Artikel 1.23 Telecommunicatiewet en andere nutsvoorzieningen
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding in verband met het verkrijgen van instemming omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI):
|
|
|
1.23.1.
|
indien het betreft werkzaamheden van spoedeisende of niet ingrijpende aard waarmee kan worden volstaan met een goedgekeurde melding
|
€ 82,60
|
|
1.23.2.
|
Indien het betreft tracés tot 5000 m1 waarvoor een instemmingsbesluit nodig is
|
€ 405,00
|
|
1.23.3
|
Indien het betreft tracés vanaf 5000m1, wordt het tarief genoemd onder 1.23.2, per m1 tracé verhoogd met:
|
€ 0,07
|
|
1.23.4.
|
Indien met betrekking tot een aanvraag overleg moet plaatsvinden tussen de gemeente, andere beheerders van openbare grond en de netbeheerder van het netwerk en/of andere netbeheerders of belanghebbenden, wordt het bedrag per overleg verhoogd met
|
€ 367,90
|
|
Artikel 1.24 Wegenverkeerswetgeving
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:
|
|
|
1.24.1.
|
Om een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 met een geldigheidsduur van een:
|
|
|
|
1.24.1.1 dag
|
€ 4,80
|
|
|
1.24.1.2. week
|
€ 19,05
|
|
|
1.24.1.3. halfjaar
|
€ 37,90
|
|
|
1.24.1.4. jaar
|
€ 75,80
|
|
1.24.2.
|
Om een ontheffing als bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling voertuigen:
|
€ 47,05
|
|
1.24.3.
|
Tot verstrekking van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW):
|
€ 58,10
|
|
1.24.4.
|
Voor het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in onderdeel 1.24.3. in geval van beschadiging, verlies of diefstal
|
€ 58,10
|
|
1.24.5.
|
Het legestarief van artikel 1.24.3. wordt, wanneer ter zake van de aanvraag een geneeskundig onderzoek moet plaatsvinden verhoogd met
|
€ 125,85
|
|
1.24.6.
|
voor het verkrijgen van gereserveerde invalidenparkeerplaats (op kenteken)
|
€ 75,00
|
|
1.24.6.a
|
Het tarief bedraagt voor het wijzigen van een onderbord met kenteken
|
€ 29,50
|
|
1.24.7.
|
Als een aanvraag als bedoeld onder 1.24.3., 1.24.4. of 1.24.6. wordt geweigerd, bestaat aanspraak op teruggaaf van de volledige ter zake verschuldigde leges met uitzondering van de kosten van een geneeskundig onderzoek als bedoeld in onderdeel 1.24.5
|
|
|
1.24.8.
|
Het tarief bedraagt voor een ontheffing als bedoeld in artikel 2.10 APV
|
€ 38,15
|
Paragraaf 1.9 Diversen
|
Artikel 1.25 Gewaarmerkte afschriften, kopieën, stukken of uittreksels
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:
|
|
|
1.25.1.
|
gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina:
|
€ 10,15
|
|
1.25.2.
|
en het vervaardigen van (fotografische) afdrukken van tekeningen per m2
|
€ 10,15
|
|
1.25.3.
|
het tarief als bedoeld in 1.25.1. en 1.25.2. wordt herrekend op basis van het papierformaat, waarbij geldt dat
|
|
|
|
|
|
|
|
1.25.3.1.
|
A4 formaat = 0,0625 m2
|
|
|
|
1.25.3.2.
|
A3 formaat = 0,125 m2:
|
|
|
|
1.25.3.3.
|
A2 formaat = 0,25 m2
|
|
|
|
1.25.3.4.
|
A1 formaat = 0,5 m2
|
|
|
|
1.25.3.5.
|
A0 formaat = 1 m2
|
|
|
1.25.4.
|
|
voor het verstrekken van fotokopieën en afdrukken per pagina:
|
|
|
|
1.25.4.1.
|
Zwart
|
|
|
|
1.25.4.1.1.
|
Formaat A4
|
€ 0,05
|
|
|
1.25.4.1.2.
|
Formaat A3
|
€ 0,10
|
|
|
1.25.4.2.
|
Kleur
|
|
|
|
1.25.4.2.1.
|
Formaat A4
|
€ 1,00
|
|
|
|
Formaat A3
|
€ 0,20
|
|
1.25.5.
|
|
voor het afgeven of verstrekken van scans
|
|
|
|
1.25.5.1.
|
minder dan 50, per scan
|
€ 0,05
|
|
|
1.25.5.2.
|
50 of meer, voor het meerdere per scan
|
€ 0,10
|
|
1.25.6.
|
|
voor het verstrekken van gegevens op een USB worden de bedragen onder 1.25.5. verhoogd met
|
€ 8,85
|
|
1.25.7.
|
a.
|
Voor het verstrekken van kopieën van schriftelijke stukken op grond van artikel 7, eerste lid, onderdeel a van de Wet openbaarheid van bestuur gelden de uitgangspunten zoals weergegeven onder artikel 1.25.2 tot en met 1.25.6.
|
|
|
|
b.
|
Indien het bepaalde in de artikelen 1.25.6. en 1.25.7.a. toepassing vindt, worden de daar bedoelde aanvragen in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begrote kosten aan de aanvrager zijn medegedeeld, tenzij de aanvraag voor dat tijdstip schriftelijk is ingetrokken.
|
|
|
1.25.8.
|
|
voor het verstrekken van stukken of uittreksels voor zover daarvoor niet elders in deze Titel of wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per exemplaar
|
€ 6,90
|
|
1.25.9.
|
|
voor het vertalen van een in het Fries opgesteld stuk naar het Nederlands, per kwartier
|
€ 16,00
|
|
Artikel 1.26 Diverse vergunningen of beschikkingen
|
|
|
het tarief bedraagt voor de aanvraag voor het verkrijgen van een vergunning of ontheffing
|
|
|
1.26.1
|
voor het verbranden van snoeiafval, het stoken van vuur, plaatsen van tijdelijke reclameborden, staand wantvisserij, verlotingen en huis-aan-huis verkoop en collectes
|
€ 49,05
|
|
1.26.2.
|
overige nog niet in de verordening benoemde aanvraag tot vergunningen, ontheffingen, beschikking of afschrift per stuk
|
€ 64,65
|
HOOFDSTUK 2 DIENSTVERLENING EN BESLUITEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET
Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen
|
Artikel 2.1 Definities
|
|
|
1.
|
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald.
|
|
|
2.
|
In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald.
|
|
|
3.
|
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
|
|
|
|
-
|
Verkennen en/of beoordelen van een initiatief: Het in behandeling nemen van een schriftelijk verzoek voor het beoordelen of een initiatief haalbaar is op grond van de regels van het omgevingsplan of de evenwichtige toedeling van functies, en (mogelijk) andere regelgeving voor de fysieke leefomgeving
|
|
|
|
-
|
Intaketafel: een overleg dat plaatsvindt voor de fase dat een vergunning is aangevraagd met een of meerdere vertegenwoordigers van betrokken bestuursorgaan teneinde de wenselijkheid van een initiatief te toetsen aan het (tijdelijke) omgevingsplan.
|
|
|
|
-
|
Omgevingstafel: een overleg dat eventueel plaatsvindt na afronding van de intaketafel en voor de fase dat een vergunning is aangevraagd met een of meerdere vertegenwoordigers van betrokken bestuursorganen teneinde te onderzoeken of het initiatief mogelijk gemaakt kan worden.
|
|
|
|
-
|
Binnenplanse
omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan;
|
|
|
|
-
|
Binnenplanse
omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet;
|
|
|
|
|
buitenplanse
omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor het omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar het volgens de beoordelingsregels niet mogelijk is de vergunning te verlenen, dan wel een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan, niet zijnde een kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit zoals aangeduid in bijlage 1 van deze tarieventabel.
|
|
|
|
|
kleine
buitenplanse
omgevingsplanactiviteit: een kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit zoals aangeduid in bijlage 1 van deze tarieventabel
|
|
|
4.
|
Bouwkosten: de aannemingssom inclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden, welke als bijlage aan de Omgevingsregeling is gehecht, voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de kosten die voortvloeien uit aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het bouwen) van de bouwwerken, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen;
|
|
|
5.
|
Tabel kengetallen bouwkosten: In afwijking van bijlage I bij de Omgevingsregeling wordt onder bouwkosten verstaan de normbouwkosten voor de bouwactiviteit, als daarin is voorzien in de bij deze tarieventabel behorende Kengetallen Bouwkosten Noardeast-Fryslân bij berekening bouwleges en de bij de aanvraag opgegeven bouwkosten meer dan 10% afwijken van deze normbouwkosten, zoals aangeduid in bijlage 2 van deze tarieventabel.
|
|
|
Artikel 2.2 Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven
|
|
|
Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:
|
|
|
a.
|
Omgevingsoverleg;
|
|
|
b.
|
een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit;
|
|
|
c.
|
een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet;
|
|
|
d.
|
toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet;
|
|
|
e.
|
een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning;
|
|
|
f.
|
intrekking van een omgevingsvergunning;
|
|
|
g.
|
wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d;
|
|
|
h.
|
een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g.
|
|
|
Artikel 2.3 Bepalen tarief
|
|
|
1.
|
De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk.
|
|
|
2.
|
Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten.
|
|
|
3.
|
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 2.12.
|
|
|
4.
|
Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning.
|
|
|
5.
|
In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.
|
|
Paragraaf 2.2 Voorfase
|
Artikel 2.4
Conceptverzoek
|
|
|
|
|
|
|
Als de aanvraag betrekking heeft op het indienen van een conceptverzoek voor een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief:
|
|
|
2.4.a
|
voor een informatieoverleg gericht op het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen initiatief in het kader van de Omgevingswet vergunbaar:
|
€ 0,00
|
|
2.4.b
|
voor een overleg gericht op het toetsen van de wenselijkheid van een voorgenomen initiatief (intaketafel):
|
€ 0,00
|
|
2.4.c
|
voor een overleg gericht op het breder beoordelen en toetsen van de haalbaarheid van een initiatief (omgevingstafel):
|
€ 0,00
|
|
2.4.d
|
is een welstandsadvies van de gemeentelijke adviescommissie Hûs en Hiem nodig, dan wordt het tarief van het betreffende conceptverzoek verhoogd:
|
|
|
|
voor adviezen voor vooroverlegplannen niet zijnde monumentenplannen, verstrekt aan de deelnemende gemeente, betreffende een vooroverleg over de opzet van een plan, worden tarieven gerekend die afhankelijk zijn van de bestede tijd in de lokale commissie:
|
|
|
1.
|
tot 15 minuten:
|
€ 98,00
|
|
2.
|
van 15 – 30 minuten:
|
€ 134,00
|
|
3.
|
van 30 – 45 minuten:
|
€ 170,00
|
|
4.
|
van 45 – 60 minuten:
|
€ 206,00
|
|
5.
|
bij behandeling van een vooroverlegplan in de bureaucommissie:
|
€ 170,00
|
|
6.
|
bij behandeling van een vooroverlegplan in de grote commissie:
|
€ 206,00
|
Paragraaf 2.3
Activiteiten met betrekking tot bouwwerken
|
Artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel
)
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
|
2.5.a
|
Indien de bouwkosten (inclusief BTW) niet meer bedragen dan € 50.000:
|
€ 153,75
|
|
2.5.b
|
indien de bouwkosten (inclusief BTW) meer dan € 50.000 en niet meer dan € 200.000 bedragen:
|
€ 153,75
|
|
|
vermeerderd met
|
0,91%
|
|
|
van de bouwkosten groter dan € 50.000
|
|
|
2.5.c
|
indien de bouwkosten (inclusief BTW) meer dan € 200.000 en niet meer dan € 1.000.000 bedragen:
|
|
|
|
vermeerderd met
|
0,69%
|
|
|
van de bouwkosten groter dan € 200.000
|
|
|
2.5.d
|
indien de bouwkosten (inclusief BTW) meer dan € 1.000.000 en niet meer dan € 2.500.000 bedragen:
|
|
|
|
vermeerderd met
|
0,44%
|
|
|
van de bouwkosten groter dan € 1.000.000
|
|
|
2.5.e
|
indien de bouwkosten (inclusief BTW) meer dan € 2.500.000 bedragen:
|
|
|
|
vermeerderd met
|
0,23%
|
|
|
van de bouwkosten groter dan € 2.500.000
|
|
|
Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel)
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
|
2.6.a
|
indien de bouwkosten (inclusief BTW) niet meer bedragen dan € 50.000:
|
€ 153,75
|
|
2.6.b
|
indien de bouwkosten (inclusief BTW) meer dan € 50.000 en niet meer dan € 200.000 bedragen:
|
€ 153,75
|
|
|
vermeerderd met
|
2,12%
|
|
|
van de bouwkosten groter dan € 50.000
|
|
|
2.6.c
|
indien de bouwkosten (inclusief BTW) meer dan € 200.000 en niet meer dan € 1.000.000 bedragen:
|
|
|
|
vermeerderd met
|
1,60%
|
|
|
van de bouwkosten groter dan € 200.000
|
|
|
2.6.d
|
indien de bouwkosten (inclusief BTW) meer dan € 1.000.000 en niet meer dan € 2.500.000 bedragen:
|
|
|
|
vermeerderd met
|
1,04%
|
|
|
van de bouwkosten groter dan € 1.000.000
|
|
|
2.6.e
|
indien de bouwkosten (inclusief BTW) meer dan € 2.500.000 bedragen:
|
|
|
|
vermeerderd met
|
0,54%
|
|
|
van de bouwkosten groter dan € 2.500.000
|
|
|
Artikel 2.7 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of een beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, en zonder een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.5 en 2.6, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 488,80
|
Paragraaf 2.3a Afwijkingen van het omgevingsplan
|
Artikel 2.7a afwijken van het (tijdelijk) omgevingsplan (met of zonder bouwactiviteit)
|
|
|
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief:
|
|
|
2.7.a.a
|
voor het beoordelen of gebruik kan worden gemaakt van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid in het (tijdelijke deel van) het omgevingsplan:
|
€ 394,80
|
|
2.7.a.b
|
voor het beoordelen of gebruik kan worden gemaakt van een wijzigingsbevoegdheid of aan een uitwerkingsplicht wordt voldaan in het (tijdelijke deel van) het omgevingsplan:
|
€ 640,80
|
|
2.7.a.c
|
voor het beoordelen of een afwijking van het (tijdelijke deel van) het omgevingsplan mogelijk is met toepassing van een kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in bijlage I:
|
€ 394,80
|
|
2.7.a.d
|
voor het beoordelen of een afwijking van het (tijdelijke deel van) het omgevingsplan mogelijk is in andere gevallen dan genoemd in de onderdelen a tot en met c:
|
€ 5.568,00
|
Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed
en werelderfgoed
|
Artikel 2.8 Omgevingsplanactiviteit: monument
, beschermd stads- of dorpsgezicht en andere erfgoedactiviteiten
|
|
|
1.
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Omgevingswet, met betrekking tot een gemeentelijk monument, provinciaal monument, rijksmonument, voorbeschermd gemeentelijk of provinciaal monument, of een sloopactiviteit in een gemeentelijk, provinciaal of rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht, voor het slopen, verstoren, verplaatsen, wijzigen, herstellen of gebruiken op een wijze waardoor het monument of het beschermde gebied wordt ontsierd of in gevaar gebracht, is dit artikel van toepassing, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk, als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 394,80
|
|
2
|
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een sloopactiviteit die wordt verricht op een locatie waarvoor op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet een als instructie geldende aanwijzing tot beschermd stads- of dorpsgezicht geldt als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die luidde vóór de inwerkingtreding van de Erfgoedwet, zolang in het omgevingsplan aan die locatie nog niet de functieaanduiding ‘beschermd stads- of dorpsgezicht’ is toegekend.
|
|
|
3
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een andere activiteit dan die genoemd het eerste lid, en cultureel erfgoed of werelderfgoed betreft, waarvoor in het omgevingsplan met het oog op het behoud van cultureel erfgoed of van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed een verbod is opgenomen om zonder omgevingsvergunning deze activiteit te verrichten, bedraagt het tarief:
|
€ 394,80
|
Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten
|
Artikel 2.9 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit die bestaat uit een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet en als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, of uit een activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, die valt onder afdeling 3.2 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL), bedraagt het tarief:
|
€ 2.675,80
|
Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten
|
Artikel 2.10 Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, en het gaat niet om het lozen van water of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 705,00
|
|
Artikel 2.
11 Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktelichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 705,00
|
Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten
|
Artikel 2.12 Omgevingsplanactiviteit: opbreken, graven
en overige grondactiviteiten
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, waarvoor in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, als bedoeld in artikel 22.1, onder a, van die wet, een vergunningplicht is opgenomen, en de activiteit bestaat uit:
- 1.
het opbreken van verharding in openbaar gebied;
- 2.
het graven in openbaar gebied;
- 3.
het aanleggen, verwijderen of in stand houden van kabels of leidingen in openbaar gebied, niet zijnde kabels als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet;
- 4.
het graven of uitvoeren van werkzaamheden in een gebied met archeologische verwachtingswaarde, een beperkingengebied voor leidingen, een bijzonder landschapselement of een gebied met aardkundige waarde,
bedraagt het tarief:
|
€ 394,80
|
|
Artikel 2.13 Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld artikel 2:12 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Noardeast-Fryslân in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 113,45
|
Paragraaf 2.8 Overige aanlegactiviteiten
|
Artikel 2.14 O
verige aanlegactiviteiten
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 394,80
|
|
Artikel 2.15 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Bomenverordening Noardeast- Fryslân - 2024 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 0,00
|
|
Artikel 2.16 Omgevingsplanactiviteit: reclame
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, als bedoeld in artikel 4:15 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Noardeast-Fryslân in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, en als niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 113,45
|
|
Artikel 2.17 Omgevingsplanactiviteit: opslag van roerende zaken
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit de opslag van roerende zaken in een aangewezen gedeelte van de gemeente, bedoeld in artikel 2:10 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 0,00
|
|
Artikel 2.18 Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen
|
|
|
Zie hoofdstuk 3 van deze tarieventabel
|
|
|
Artikel 2.19 Andere activiteiten
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet aangewezen vergunning plichtige activiteit bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 394,80
|
Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften
|
Artikel 2.20 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten
|
|
|
Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief:
|
|
|
a.
|
voor een maatwerkvoorschrift dat verband houdt met een bouw- of sloopactiviteit, met uitzondering van het in onderdeel b bedoelde geval, per maatwerkvoorschrift:
|
€ 0,00
|
|
b.
|
voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op ingebruikname van een bouwwerk met een kleine afwijking van het Besluit bouwwerken leefomgeving, geconstateerd binnen het stelsel van private kwaliteitsborging;
per maatwerkvoorschrift:
|
€ 1.001,35
|
|
Artikel 2.21 Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten
|
|
|
Voor een aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften met betrekking tot milieubelastende activiteiten, ongeacht of deze onder hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving vallen of een andere milieubelastende activiteit betreffen, bedraagt het tarief:
|
€ 1.001,35
|
|
Artikel 2.22 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten
|
|
|
Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.20 en 2.21, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift:
|
€ 692,80
|
Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid
|
Artikel 2.23 Gelijkwaardige maatregel
|
|
|
Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet, bedraagt het tarief per maatregel:
|
€ 394,80
|
Paragraaf 2.11 Overige tarieven
|
Artikel 2.24 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit:
|
€ 113,45
|
|
Artikel 2.25 Wijzigen omgevingsvergunning
|
|
|
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een eerder verleende omgevingsvergunning als gevolg van, een naar omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging van het project, bedraagt het tarief:
|
€ 113,45
|
|
Artikel 2.26 Intrekken omgevingsvergunning
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning, tenzij artikel 2.41 van toepassing is:
|
€ 0,00
|
|
Artikel 2.27 Beoordeling aanvullende gegevens
|
|
|
Niet van toepassing
|
|
|
Artikel 2.28 Beoordeling onderzoeksrapporten
|
|
|
De in artikel 2.34 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit.
|
|
|
Artikel 2.29
Wijzigen van het omgevingsplan
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan
|
€ 6.750,-
|
|
Artikel 2.30 Niet genoemd besluit op aanvraag
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan:
|
€ 394,80
|
Paragraaf 2.12
Modaliteiten
|
Artikel 2.31
Achteraf ingediende aanvraag
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met:
|
10%
|
|
Met een maximum van:
|
€ 10.000,00
|
|
Artikel 2.32
Uitgebreide voorbereidingsprocedure
|
|
|
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit:
|
|
|
a.
|
als sprake is van een milieubelastende activiteit:
|
€ 1.001,35
|
|
b.
|
als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
|
€ 0,00
|
|
c.
|
als sprake is van andere activiteiten dan bedoeld in de onderdelen a en b:
|
€ 0,00
|
|
d.
|
Afwijkend van het eerste lid wordt het tarief, bedoeld in de onderdelen b en c, niet in rekening gebracht indien de uitgebreide voorbereidingsprocedure uitsluitend op verzoek van het bevoegd gezag wordt gevolgd. Daarvan is sprake wanneer het bevoegd gezag de toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht initieert zonder dat de aanvrager daarom heeft verzocht.
|
|
|
Artikel 2.33
Beoordeling onderzoeksrapporten
|
|
|
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld:
|
|
|
a.
|
voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport:
|
€ 307,80
|
|
b.
|
voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport:
|
€ 307,80
|
|
c.
|
voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER):
|
€ 1.034,00
|
|
d.
|
voor de beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport:
|
€ 307,80
|
|
Artikel 2.34 Advies
|
|
|
1.
|
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aan gewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet:
|
|
|
a.
|
Voor een advies van de gemeenteraad
|
€ 0,00
|
|
b.
|
voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Fryslân in andere gevallen dan bedoeld in de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Fryslân, dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van welstand als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet, het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die is opgesteld door het college van burgemeester en wethouders:
|
Op begroting
|
|
c.
|
voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a tot en met b: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die is opgesteld door het college van burgemeester en wethouders, al dan niet gespecificeerd in Bijlage 2 bij deze verordening:
|
Op begroting
|
|
d.
|
voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a tot en met c: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die is opgesteld door het college van burgemeester en wethouders, al dan niet gespecificeerd in Bijlage II bij deze verordening:
|
Op begroting
|
|
2.
|
Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b of c, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
|
|
|
Artikel 2.36 Instemming
|
|
|
1.
|
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan:
|
Op begroting
|
|
|
het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn.
|
|
|
2.
|
Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
|
|
Paragraaf 2.14 Teruggaaf
|
Artikel 2.38 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig
|
|
|
Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges als bedoeld in paragraaf 2.3 tot en met 2.8. De teruggaaf bedraagt:
|
100%
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges
|
|
|
Artikel 2.39 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten
|
|
|
Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges als bedoeld in artikel 2.5. en 2.6. De teruggaaf bedraagt:
|
60%
|
|
Artikel 2.40 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift
|
|
|
Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift, op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is, geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
|
100%
|
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.
|
|
|
Artikel 2.41 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- aanleg of
milieubelastende activiteiten
|
|
|
Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 3 jaren na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt:
|
50%
|
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;
|
|
|
Artikel 2.42
Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten
|
|
|
a.
|
Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
|
30%
|
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.
|
|
|
b.
|
Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.
|
|
|
Artikel 2.43 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten
|
|
|
In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12.
|
|
|
Artikel 2.44 Minimumbedrag voor teruggaaf
|
|
|
Een bedrag minder dan € 153,75 wordt niet teruggegeven. Bij toepassing van de eerdere artikelen over vermindering of teruggaaf van leges, blijft altijd tenminste € 153,75 verschuldigd. Uitzondering hierop zijn artikel 2.38 en 2.40. De teruggaaf bedraagt in deze gevallen 100% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.
|
|
HOOFDSTUK 3 DIENSTVERLENING VALLEND ONDER DE DIENSTENRICHTLIJN EN NIET VALLEND ONDER HOOFDSTUK 2
Paragraaf 3.1 Horeca
|
Artikel 3.1
Uitoefenen horeca- en slijtersbedrijf
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van:
|
|
|
3.1.1
|
een aanvraag om een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet:
|
€ 454,55
|
|
3.1.2
|
een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet:
|
€ 30,70
|
|
3.1.3
|
een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Alcoholwet:
|
€ 30,70
|
|
3.1.4
|
een melding als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet:
|
€ 114,45
|
|
3.1.5
|
een aanvraag om wijziging van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Alcoholwet:
|
€ 177,00
|
|
Artikel 3.2 Exploitatie openbare inrichting
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van:
|
|
|
3.2.1
|
een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening Gemeente Noardeast-Fryslân
|
|
|
3.2.1.1
|
voor een Horecabedrijf uit categorie 1 conform “richtlijnen voor de exploitatievergunning horeca”
|
€ 134,30
|
|
3.2.1.2
|
voor een Horecabedrijf uit categorie 2 conform de richtlijnen voor de exploitatievergunning horeca”
|
€ 395,50
|
|
3.2.1.3
|
voor een Horecabedrijf uit categorie 3 conform "richtlijnen voor de Exploitatievergunning horeca".
|
€ 499,65
|
|
3.2.1.4
|
Een aanvraag om een vergunning tot het aanwezig hebben van een terras op de weg bij een inrichting zoals bedoeld in artikel 2.28a van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Noardeast-Fryslân
|
€ 206,05
|
Paragraaf 3.2 Seksbedrijven
|
Artikel 3.3 Vergunning seksbedrijf
|
|
|
1.
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning of om de verlenging van een vergunning als bedoeld in artikel 3.5. van de Algemene plaatselijke verordening:
|
|
|
|
a.
|
voor een escortbedrijf:
|
€ 1.076,55
|
|
|
b.
|
voor andere prostitutiebedrijven dan bedoeld in onderdeel a:
|
€ 1.076,65
|
|
|
c.
|
voor andere seksbedrijven dan bedoeld in de onderdelen a en b:
|
€ 1.076,65
|
|
2.
|
Het bedrag dat op grond van het eerste lid verschuldigd is wordt:
|
|
|
|
a.
|
voor iedere beheerder die zal worden aangesteld bij het seksbedrijf vermeerderd met niet van toepassing
|
|
|
|
b.
|
als de aanvraag tot het verlenen van de vergunning mede ziet op een seksinrichting vermeerderd met niet van toepassing
|
|
|
3.
|
Als meerdere aanvragen als bedoeld in het eerste lid gelijktijdig worden ingediend en betrekking hebben op hetzelfde seksbedrijf en dezelfde exploitant, worden de op grond van dat lid verschuldigde leges voor iedere tweede en volgende van die aanvragen verminderd met:
|
.
|
|
Artikel 3.4 Wijzigen vergunning seksbedrijf
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een in artikel 3.5 bedoelde vergunning in verband met een wijziging van:
|
|
|
a.
|
de exploitant aan wie de vergunning is verleend:
|
€ 490,70
|
|
b.
|
de op de vergunning vermelde of te vermelden beheerder of beheerders:
|
€ 490,70
|
|
c.
|
de activiteit waarvoor de vergunning is verleend:
|
€ 490,70
|
|
d.
|
het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt:
|
€ 272,65
|
|
e.
|
het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend:
|
€ 272,65
|
|
f.
|
het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend:
|
€ 272,65
|
Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet
|
Artikel 3.5 Ontheffing winkeltijden
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:
|
|
|
3.5.1.
|
een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet of het vrijstellingsbesluit Winkeltijdenwet:
|
€ 237,15
|
|
3.5.2
|
Tot het verlenen van toestemming om een in 3.5.1 bedoelde ontheffing over te dragen aan een ander
|
€ 237,15
|
|
3.5.3.
|
wijziging van een in onderdeel 3.5.1. bedoelde ontheffing:
|
€ 237,15
|
Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt
|
Artikel 3.6 Organiseren evenement
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2.25, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening (evenementenvergunning), als het betreft:
|
|
|
3.6.1.
|
Klasse A evenement zoals bedoeld in het evenementenbeleid Noardeast-Fryslân, raadpleegbaar via internetsite www.noardeast-fryslan.nl
|
€ 83,60
|
|
3.6.2.
|
Klasse B evenement zoals bedoeld in het evenementenbeleid Noardeast-Fryslân, raadpleegbaar via internetsite www.noardeast-fryslan.nl
|
€ 144,85
|
|
3.6.3.
|
Klasse C evenement zoals bedoeld in het evenementenbeleid Noardeast-Fryslân, raadpleegbaar via internetsite www.noardeast-fryslan.nl
|
€ 852,60
|
|
3.6.4.
|
Klasse 0 evenement
|
€ 0,00
|
|
Artikel 3.7 Organiseren markt
|
|
|
N.v.t. (valt onder evenement)
|
|
Paragraaf 3.5 Standplaatsen
|
Artikel 3.8 standplaatsvergunningen en andere vergunningen
|
|
|
3.8.1.
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een standplaatsvergunning als bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene Plaatselijke verordening
|
|
|
a.
|
Voor een dag
|
€ 16,20
|
|
b.
|
Voor een week
|
€ 26,20
|
|
c.
|
Voor een maand
|
€ 52,10
|
|
d.
|
Voor drie maanden
|
€ 97,50
|
|
e.
|
Voor zes maanden
|
€ 144,35
|
|
f.
|
Voor een jaar
|
€ 167,15
|
|
g.
|
Langer dan een jaar
|
€ 215,30
|
|
Artikel 3.9 Overige administratieve dienstverlening markt
|
|
|
N.v.t.
|
|
|
Artikel 3.10 Losse standplaatsen
|
|
|
N.v.t.
|
|
Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014
|
Artikel 3.11 Vergunning onttrekken woonruimte
|
|
|
Niet van toepassing
|
|
|
Artikel 3.12 Vergunning samenvoegen woonruimte
|
|
|
Niet van toepassing
|
|
|
Artikel 3.13 Vergunning omzetten zelfstandige in onzelfstandige woonruimte
|
|
|
Niet van toepassing
|
|
|
Artikel 3.14 Vergunning verbouwen woonruimte tot meer woonruimten
|
|
|
Niet van toepassing
|
|
|
Artikel 3.15 Splitsingsvergunning
|
|
|
Niet van toepassing
|
|
|
Artikel 3.16 Toeristische verhuur
|
|
|
Niet van toepassing
|
|
|
[Artikel 3.17 Verhuurvergunning opkoopbescherming
|
|
|
Niet van toepassing
|
|
Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit
|
Artikel 3.18 Niet benoemd besluit op aanvraag
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking:
|
€ 58,10
|
Paragraaf 4 Geluidhinder
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag verlenen ontheffing geluidhinder
|
€ 32,70
|
Behorende bij raadsbesluit van 18 december 2025
De griffier van gemeente Noardeast-Fryslân,
Mr S.K. Dijkstra