Algemene subsidieverordening Noord-Beveland 2026

Algemene Subsidieverordening Noord-Beveland 2026

 

De raad van de gemeente Noord-Beveland;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders,

 

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

 

BESLUIT:

 

  • I.

    In te trekken de Algemene Subsidieverordening Noord-Beveland 2014;

  • II.

    vast te stellen de Algemene Subsidieverordening Noord-Beveland 2026:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

 

  • a.

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noord-Beveland;

  • b.

    de-minimisverklaring: een door het college vastgestelde verklaring inzake de-minimissteun, zoals bedoeld in de EU verordening 2023/ 2831;

  • c.

    incidentele subsidie: een subsidie voor een eenmalige of projectmatige activiteit, waarvoor geen aparte subsidieregeling is en die voor maximaal vier jaar wordt verstrekt;

  • d.

    raad: gemeenteraad van Noord-Beveland;

  • e.

    structurele subsidie: een subsidie voor regelmatig terugkerende activiteiten of projecten die voor elk boek- of kalenderjaar of voor een aantal kalenderjaren kan worden verstrekt;

  • f.

    subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten;

Artikel 2. Reikwijdte verordening

  • 1.

    Deze verordening is van toepassing op subsidies die door het college worden verstrekt, dit met uitzondering van subsidies die op grond van een specifieke subsidieverordening worden verstrekt.

  • 2.

    Het college is bevoegd subsidie te verstrekken met inachtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen programma’s en financiële middelen.

  • 3.

    Het college is bevoegd voorschriften in de subsidiebeschikking op te nemen.

Artikel 3. Subsidieregelingen

Het college kan bij nadere regeling (subsidieregeling) vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidie wordt uitbetaald.

Artikel 4. Rechtspersoonlijkheid

Subsidie op basis van deze verordening wordt verstrekt aan een rechtspersoon of een rechtspersoon in oprichting die zonder winstoogmerk een project of activiteit(en) ontplooit die (in overwegende mate) gericht is/zijn op de gemeente Noord-Beveland en/of haar inwoners of ten goede komen aan de gemeente Noord-Beveland en/of haar inwoners. Voor subsidies tot een bedrag van € 5.000,00 kan van de eis van rechtspersoonlijkheid worden afgeweken indien een groep inwoners van Noord-Beveland zich informeel hebben verenigd en zonder winstoogmerk een project of activiteit(en) ontplooit die (in overwegende mate) gericht zijn op de gemeente Noord-Beveland en/of haar inwoners of ten goede komen aan de gemeente Noord-Beveland en/of haar inwoners. Het college is bevoegd om bij subsidieregeling van dit artikel af te wijken.

Hoofdstuk 2. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

  • 1.

    Het college kan subsidieplafonds vaststellen.

  • 2.

    Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op welke wijze het beschikbare subsidiebedrag wordt verdeeld.

  • 3.

    Het college kan een subsidieplafond verlagen als:

    • a.

      als het subsidieplafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd;

    • b.

      de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.

  • 4.

    Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.

  • 5.

    Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen in de begroting beschikbaar worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

Hoofdstuk 3. Aanvraag van de subsidie

Artikel 6. Bij de aanvraag in te dienen gegevens

  • 1.

    Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college. Als hiervoor een aanvraagformulier is vastgesteld wordt de aanvraag ingediend op de voorgeschreven wijze middels dit aanvraagformulier.

  • 2.

    Bij een subsidieaanvraag moet de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens overleggen:

    • a.

      een beschrijving van de activiteiten die aanvrager gaat uitvoeren en waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      de doelen en de resultaten die met de activiteiten worden nagestreefd en een toelichting hoe de activiteiten daaraan bijdragen. Daarbij wordt vermeld in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente Noord-Beveland en/of haar inwoners of ten goede komen aan de gemeente Noord-Beveland en/of haar inwoners en op welke wijze deze activiteiten bijdragen aan de beleidsdoelen van de gemeente Noord-Beveland;

    • c.

      een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten, waarbij ook de verwachte inkomsten worden geraamd. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of bijdragen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;

    • d.

      indien de aanvrager een rechtspersoon is en de aangevraagd subsidie meer bedraagt dan € 5.000,00 de jaarrekening van het afgelopen subsidiejaar, inclusief een balans met daarop, indien aanwezig, de egalisatiereserve en de bestemmingsreserves;

    • e.

      indien de aanvrager een rechtspersoon of een rechtspersoon in oprichting is zonder winstoogmerk die economische activiteiten verricht:

      • 1°.

        een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

      • 2°.

        een de-minimisverklaring.

    • f.

      indien de aanvrager een rechtspersoon is die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, een exemplaar van de oprichtingsakte en de statuten;

    • g.

      indien de aanvrager een rechtspersoon is een actueel uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel;

    • h.

      indien de aanvrager een groep inwoners van Noord-Beveland is die zich informeel hebben verenigd een door alle tot de groep behorende inwoners ondertekend overzicht waaruit blijkt welke inwoners tot de groep behoren en welke rollen zij binnen deze groep vervullen.

  • 4.

    Het college is bevoegd om bij subsidieregeling van de voorgaande leden af te wijken.

     

    [Lid 4. bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt bedoeld: Lid 3. Het college is bevoegd om bij subsidieregeling van de voorgaande leden af te wijken.]

Artikel 7. Aanvraagtermijn

  • 1.

    Een aanvraag voor een structurele subsidie moet zijn ingediend vóór 1 juni van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

  • 2.

    Een aanvraag om een incidentele subsidie moet zijn ingediend tenminste 13 weken voor aanvang van de activiteit(en) of het project waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 3.

    Het college is bevoegd om bij subsidieregeling van de voorgaande leden af te wijken.

Artikel 8. Beslistermijn

  • 1.

    Het college beslist op een aanvraag om structurele subsidie uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

  • 2.

    Het college beslist op een aanvraag om incidentele subsidie binnen 8 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.

  • 3.

    Het college is bevoegd de termijnen als genoemd in lid 1 en 2 te verdagen met een periode van maximaal 4 weken.

  • 4.

    Het college is bevoegd om bij subsidieregeling van de termijnen in de leden 1 en 2 af te wijken.

Hoofdstuk 4. Weigering en intrekking van de subsidie

Artikel 9. Weigeringsgronden en intrekkingsgronden

  • 1.

    De aanvraag om subsidie wordt, naast de in artikel 4:25, tweede lid en artikel 4:35 bedoelde gevallen, in ieder geval geweigerd indien:

     

    • a.

      aanvrager geen rechtspersoon of rechtspersoon in oprichting is zonder winstoogmerk, dan wel voor subsidies tot een bedrag van € 5.000,00 indien aanvrager geen groep inwoners van Noord-Beveland is die zich informeel hebben verenigd zonder winstoogmerk;

    • b.

      aanvrager over voldoende middelen beschikt of kan beschikken om hieruit de kosten van de activiteit(en) of het project deels of volledig te voldoen;

    • c.

      voor de activiteit(en) of het project een bestaande voorziening beschikbaar is en hiervan gebruik kan worden gemaakt;

    • d.

      subsidie wordt aangevraagd om hieruit alle kosten te kunnen voldoen;

    • e.

      de activiteit(en) of het project niet in de gemeente Noord-Beveland plaatsvindt of niet (in overwegende mate) gericht is op de gemeente Noord-Beveland en/of haar inwoners of onvoldoende ten goede komt aan de gemeente Noord-Beveland of haar inwoners;

    • f.

      de aanvraag niet voldoet aan de regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;

    • g.

      de activiteit(en) of het project een godsdienstige, politieke of levensbeschouwelijke boodschap heeft;

    • h.

      als de subsidieverlening in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift;

    • i.

      aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;

    • j.

      de subsidie is aangemerkt als ongeoorloofde staatssteun;

    • k.

      subsidieverlening niet past binnen of onvoldoende bijdraagt aan het beleid en de doelstellingen van de gemeente Noord-Beveland;

    • l.

      de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd naar het oordeel van het college geen waardevolle aanvulling vormen op het bestaande landelijke, regionale en/of lokale aanbod van activiteiten;

    • m.

      sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;

    • n.

      een van de weigeringsgronden als opgenomen in een door het college vastgestelde subsidieregeling aan de orde is.

  • 2.

    Het college kan een verleende subsidie intrekken in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

  • 3.

    Het college kan een verleende subsidie intrekken en met rente terugvorderen op basis van een besluit van de Europese Commissie of op grond van een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.

Hoofdstuk 5. Verlening van de subsidie

Artikel 10. Subsidieverlening

In het besluit tot het verlenen van de subsidie geeft het college in ieder geval aan:

 

  • a.

    het subsidiebedrag dat is verleend;

  • b.

    aan welke activiteit(en) het subsidiebedrag besteed mag worden;

  • c.

    binnen welke termijn de besteding/activiteit(en) moet(en) plaatsvinden;

  • d.

    op welk rekeningnummer het subsidiebedrag wordt overgemaakt;

  • e.

    welke voorschriften aan de subsidieverlening zijn verbonden;

  • f.

    wanneer en hoe de verantwoording over de besteding van de subsidie moet plaatsvinden.

Artikel 11. Betaling en bevoorschotting

  • 1.

    Als de subsidieverlening niet meer dan € 20.000,00 bedraagt, vindt de betaling dan wel bevoorschotting van het gehele subsidiebedrag in één termijn plaats, tenzij in het besluit tot het verlenen van de subsidie anders is bepaald.

  • 2.

    Als de subsidieverlening meer bedraagt dan € 20.000,00 vindt de betaling dan wel bevoorschotting van het gehele subsidiebedrag in vier gelijke termijnen plaats, tenzij in het besluit tot het verlenen van de subsidie anders is bepaald.

  • 3.

    Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie wordt in het besluit tot het verlenen van de subsidie de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald.

Hoofdstuk 6. Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 12. Algemene verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1.

    De subsidieontvanger mag de subsidie alleen besteden aan de activiteiten die zijn aangegeven in de aanvraag en waarvoor subsidie is verleend.

  • 2.

    De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, niet of niet geheel zullen worden verricht.

  • 3.

    De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college zodra aannemelijk is dat niet of niet geheel zal worden voldaan aan de aan het besluit tot subsidieverlening verbonden verplichtingen.

  • 4.

    De subsidieontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk over:

    • a.

      beslissingen en procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend of die zijn gericht op ontbinding van de rechtspersoon;

    • b.

      relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;

    • c.

      ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan het besluit tot subsidieverlening verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden nagekomen;

    • d.

      wijziging van de statuten, voor zover het de vorm van de rechtspersoon, de persoon van een bestuurder en het doel van de rechtspersoon betreft.

  • 5.

    De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor handelingen, als bedoeld in artikel 4:71 Awb, indien deze handelingen van invloed zijn op de gesubsidieerde activiteiten.

Artikel 13. Bijzondere verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1.

    Indien het subsidiebedrag meer bedraagt dan € 50.000,00 voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, verplicht het college in het besluit tot het verlenen van de subsidie tot het jaarlijks afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten onder overlegging van een accountantsverklaring. In het besluit tot het verlenen van de subsidie wordt bepaald op welk moment de accountantsverklaring moet worden overlegd en aan welke eisen de accountantsverklaring dient te voldoen.

  • 2.

    Bij subsidieregeling of in het besluit tot het verlenen van de subsidie kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in het voorgaande artikel en in artikel 4:37, eerste lid, de Algemene wet bestuursrecht worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan.

  • 3.

    Bij de subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan.

  • 4.

    Bij subsidieregeling of in het besluit tot het verlenen van de subsidie kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan het college een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis voordoet als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.

Artikel 14. Egalisatie- en bestemmingsreserve

  • 1.

    Bij het besluit tot het verlenen van de subsidie kan worden bepaald dat de subsidieontvanger met de verleende subsidie een egalisatiereserve mag vormen. De egalisatiereserve heeft tot doel schommelingen tussen de jaarlijkse inkomsten en uitgaven op te ontvangen.

  • 2.

    Voor het vormen van een bestemmingsreserve moet vooraf schriftelijk toestemming aan het college worden gevraagd. In het verzoek aan het college moet de subsidieontvanger aangeven:

    • a.

      het doel;

    • b.

      de omvang;

    • c.

      het bestedingsplan; en

    • d.

      de duur.

  • 3.

    Op het vormen van een egalisatiereserve is artikel 4:72 Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Hoofdstuk 7. Verantwoording en vaststelling van de subsidie

Artikel 15. Aanvraag tot subsidievaststelling

  • 1.

    Als de subsidie niet meer bedraagt dan € 5.000,00 wordt deze verleend en direct vastgesteld, tenzij het college in het besluit tot het verlenen van de subsidie de subsidieontvanger verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verleend zijn verricht en aan te tonen dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Het college kan steekproefsgewijs verantwoording vragen van de subsidieontvanger.

  • 2.

    Als de subsidie meer bedraagt dan € 5.000,00 wordt de subsidie wel verleend, maar nog niet vastgesteld. De subsidieontvanger moet bij het college een aanvraag indienen tot vaststelling van de verleende subsidie. Deze aanvraag tot vaststelling van de subsidie bevat in ieder geval:

    • a.

      een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten;

    • b.

      een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en waaruit blijkt dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan;

    • c.

      een jaarrekening;

    • d.

      een balans.

  • 3.

    Bij subsidieregeling of het besluit tot het verlenen van de subsidie kunnen andere of aanvullende gegevens worden verlangd.

  • 4.

    Als de verleende subsidie tenminste € 50.000,00 bedraagt moet bij de verantwoording van de subsidie een controleverklaring door een onafhankelijk accountant worden overgelegd, inclusief het rapport van bevindingen van de accountant.

  • 5.

    Het college kan op eigen kosten een review laten uitvoeren door een accountant.

  • 6.

    Een aanvraag tot vaststelling van een structurele subsidie moet voor 1 juni datum van het jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft bij het college zijn ingediend.

  • 7.

    Een aanvraag tot vaststelling van een incidentele subsidie moet binnen 13 aantal weken na afloop van de activiteit(en)/het project waarvoor subsidie is verleend worden ingediend bij het college.

  • 8.

    Het college beslist op een aanvraag tot vaststelling van de subsidie als bedoeld in lid 6 en 7 binnen een termijn van 8 weken.

  • 9.

    Het college is bevoegd de termijn als genoemd in lid 8 te verdagen met een periode van maximaal 4 weken.

  • 10.

    Het college is bevoegd om bij subsidieregeling van de termijnen in de leden 6, 7, 8 en 9 af te wijken.

  • 11.

    Indien de aanvraag tot vaststelling van een subsidie niet binnen de in lid 6 en 7 bedoelde termijn of binnen de in de toepasselijke subsidieregeling opgenomen termijn is ontvangen, gaat het college binnen 6 weken na eenmalig rappel over tot ambtshalve vaststelling.

  • 12.

    Het college is bevoegd de subsidie lager vast te stellen indien de aanvraag tot vaststelling niet of niet tijdig wordt ingediend. Hierbij geldt de volgende systematiek:

    • a.

      indien de subsidieontvanger voor de eerste maal een aanvraag tot vaststelling niet of niet tijdig indient, en evenmin toepassing is gegeven aan artikel 10 lid 3, bedraagt de korting op het totale subsidiebedrag vanwege het niet of niet tijdig indienen van de aanvraag tot vaststelling 1/3 deel van dit bedrag.

    • b.

      indien de subsidieontvanger reeds vaker een aanvraag tot vaststelling niet of niet tijdig heeft ingediend en/of indien toepassing is gegeven aan artikel 10 lid 3, wordt de eerder toegepaste korting verhoogd met 1/3 deel van het totale subsidiebedrag.

  • 12.

    Als uit de verantwoording blijkt dat de subsidie niet of niet volledig is besteed voor de activiteiten en/of het project waarvoor de subsidie is verleend, dan moet dit bedrag terugbetaald worden, tenzij het college bij het besluit tot het verlenen van de subsidie heeft bepaald dat de subsidieontvanger met de verleende subsidie een egalisatiereserve mag vormen of schriftelijk toestemming heeft verleend voor het vormen van een bestemmingsreserve.

     

    [Lid 12. bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt bedoeld: Lid 13. Als uit de verantwoording blijkt dat de subsidie niet of niet volledig is besteed voor de activiteiten en/of het project waarvoor de subsidie is verleend, dan moet dit bedrag terugbetaald worden, tenzij het college bij het besluit tot het verlenen van de subsidie heeft bepaald dat de subsidieontvanger met de verleende subsidie een egalisatiereserve mag vormen of schriftelijk toestemming heeft verleend voor het vormen van een bestemmingsreserve.]

Artikel 16. Hardheidsclausule

Het college kan in individuele gevallen afwijken van de bepalingen van deze verordening, en van de bepalingen van de op basis van artikel 3 vastgestelde subsidieregelingen, voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of –ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen.

Artikel 17. Slotbepalingen

  • 1.

    Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening zijn de bepalingen van de Algemene Subsidie Verordening Noord-Beveland 2014 van toepassing.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026 en kan worden aangehaald als “Algemene Subsidie Verordening Noord-Beveland 2025”.

  • 3.

    De Algemene Subsidieverordening Noord-Beveland 2014 wordt ingetrokken met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Noord-Beveland in zijn openbare vergadering van 27 november 2025.

Burgemeester,

drs. G.L. Meeuwisse

Griffier,

J. Stroop MA

Naar boven