Gemeente Rhenen - Verordening kadegelden 2026

De raad van de gemeente Rhenen,

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 november 2025

 

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet;

 

besluit:

 

vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening op de heffing en de invordering van kadegelden 2026

 

 

 

Artikel 1 Definities

  • 1.

    Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

    • kade: de gehele rechteroever van de rivier de Rijn, voor zover deze zich langs de gemeente-eigendommen uitstrekt;

    • vaartuig: elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebruikt dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen van of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen.

    • schipper: ieder, die aan boord van enig vaartuig voortdurend of tijdelijk het bevel voert of de eigenaar of beheerder van enig vaartuig;

    • een dag: tijdvak van 24 achtereenvolgende uren, aanvangende te 00.00 uur;

    • een werkweek: een periode van 5 achtereenvolgende dagen, niet eerder te beginnen dan op maandag 09:00 en niet later te eindigen vrijdag 18:00;

    • weekend: een periode van 3 achtereenvolgende dagen, niet eerder te beginnen dan op vrijdag 18:00 en niet later te eindigen maandag 09:00;

    • lengte: de afstand, gemeten tussen voorsteven en achtersteven, met inbegrip van uitstekende delen, van het vaartuig;

    • beroepsvaart: bedrijfsmatig vrachtverkeer of personenvervoer per vaartuig, met vaartuigen met een lengte van meer dan 12 meter;

    • pleziervaart: verkeer met een vaartuig dat uitsluitend of hoofdzakelijk, niet bedrijfsmatig, wordt gebruikt voor sportieve, recreatieve of vakantie-doeleinden;

    • camperplaats: Een door de gemeente aangewezen plaats voor overnachting met een camper of personenauto geschikt wen gebruikt voor overnachting, in de omgeving van de kade.

 

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘kadegelden’ worden rechten geheven terzake van het gebruik van de gemeentelijke kaden en de directe omgeving.

 

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    Belastingplichtig is de schipper die met enig vaartuig aanmeert aan de kade of steiger, of daarvan gebruik maakt.

  • 2.

    Onder gebruik maken wordt mede verstaan het aanmeren met een vaartuig aan een ander drijvend voorwerp dat is aangemeerd aan de kade.

  • 3.

    Belastingplichtig is de bestuurder van een voertuig dat gebruik maakt van de aangewezen camperplaatsen.

 

Artikel 4 Belastingtarief

Belastingplichtigen dienen de volgende kadegelden te betalen:

  • a.

    Voor de beroepsvaart:

    • 1.

      Per onafgebroken verblijf van maximaal één werkweek: € 0,10 (ex. BTW, € 0,12 incl. BTW) per ton laadvermogen

    • 2.

      Per onafgebroken verblijf van maximaal één weekend: € 0,05 (ex BTW, € 0,06 incl. BTW)per ton laadvermogen

  • b.

    Voor de pleziervaart:

    • 1.

      Voor een overnachting: €2,00 (ex. BTW, 2,42 incl. BTW) per strekkende meter van het vaartuig per nacht, inclusief de dag van 11:00 tot 11:00, exclusief kosten voor gebruik elektriciteitsvoorzieningen

    • 2.

      Zonder overnachting: €1,00 (ex. BTW, €1,21 incl. BTW) per strekkende meter van het vaartuig per dag, van 11:00 tot 20:00 exclusief kosten voor gebruik elektriciteitsvoorzieningen

  • c.

    Voor een camperplaats:

    • 1.

      Per overnachting, gebruik door een camper of personenauto van 11:00 tot 11:00: €18,00(ex. BTW, 21,78 incl BTW) per nacht

 

Artikel 5 Wijze van heffing

De kadegelden worden geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke of digitale kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. De door de gemeente Rhenen aangestelde heffingsambtenaar is bevoegd om de kadegelden te innen.

 

Artikel 6 Termijnen van betaling

De kadegelden moeten worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 5:

  • a.

    mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

  • b.

    schriftelijk of digitaal wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen veertien dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

 

Artikel 7 Kwijtschelding

Bij de invordering van kadegelden wordt geen kwijtschelding verleend.

 

Artikel 8 Vrijstellingen

De kadegelden worden niet geheven wegens het gebruik maken van kade of de steiger ten behoeve van:

  • a.

    vaartuigen, toebehorende aan rijks- of provinciale diensten;

  • b.

    vaartuigen, in gebruik bij het gemeentebestuur;

  • c.

    roeiboten en kano's;

  • d.

    woonschepen, mits deze gelegen zijn op de daarvoor bij verordening aangewezen plaats;

  • e.

    vaartuigen, die ten gevolge van ijsgang, andere weersgesteldheid of averij gedwongen zijn langer dan veertien dagen aan de kade of steiger te blijven liggen;

  • f.

    hospitaalschepen.

 

 

Artikel 9 Overgangsrecht

De ‘Verordening kadegelden 2024’ van 19 december 2023 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

 

Artikel 10 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

 

Artikel 11 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening kadegelden 2026’.

 

de raadsgriffier,

de voorzitter,

drs. K. Koopman

mr. drs. G.A. Kaai

 

Vastgesteld in de openbare vergadering van 16 december 2025

 

De raadsgriffier, de voorzitter,

 

 

 

 

 

drs. K. Koopman mr. drs. G.A. Kaai

 

 

Vastgesteld in de openbare vergadering van 16 december 2025

Naar boven