De raad van de gemeente Uithoorn;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 november 2025, nr. 2025-096839;
gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;
B E S L U I T vast te stellen de:
VERORDENING AFVALSTOFFENHEFFING UITHOORN 2026
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder;
- a.
“gebruikmaken”: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.
- b.
afvalpas: een door of namens de gemeente aan een perceel verstrekte pas waarmee een inzamelvoorziening kan worden ontgrendeld en de inzamelplaats (afvalbrengstation) kan worden bezocht;
- c.
inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, ten behoeve van één huishouden
- d.
inzamelvoorziening (verzamelcontainer): een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats ten behoeve van meerdere huishoudens;
- e.
inzamelplaats: een daartoe aangewezen plaats binnen de gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, waar in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen, met inbegrip van grof huishoudelijk afval, achter te laten
- f.
grof huishoudelijk afval: afval afkomstig van huishoudens dat vanwege zijn aard of omvang niet in inzamelmiddel of inzamelvoorziening kan en mag worden aangeboden.
- g.
restafval: is het mengsel van huishoudelijk afval dat overblijft nadat gft-afval, papier/karton, glas, enz. gescheiden is aangeboden
- h.
huishoudelijke afvalstoffen: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, behoudens voor zover het ingezamelde bestanddelen van die afvalstoffen betreft, die afzonderlijk worden ingezameld.
Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit
- 1.
Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
- 2.
De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
- 3.
De afvalstoffenheffing bestaat uit:
- a.
een vast bedrag afhankelijk van de grootte van het huishouden per jaar;
- b.
vermeerderd met een bedrag per keer dat afvalstoffen ter inzameling worden aangeboden door:
- i.
het ontgrendelen van een inzamelvoorziening voor restafval van 60 liter per keer met behulp van een afvalpas.
- ii.
het aanbieden ter lediging van een inzamelmiddel van 240 liter voor restafval;
Artikel 3 Voorwerp van de belasting
- 1.
Voorwerp van de belasting is een perceel.
- 2.
Als perceel wordt aangemerkt:
- a.
de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken;
- b.
de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;
- c.
een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
- d.
een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.
- e.
het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
Artikel 4 Belastingplicht
- 1.
De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
- 2.
Ingeval een gedeelte van een perceel voor gebruik is afgestaan word degene die dat gedeelte heeft afgestaan als gebruiker aangemerkt
- 3.
degene die als gebruiker is aangemerkt op grond van artikel 2 van dit artikel is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie het gedeelte van het perceel in gebruik is afgestaan.
Artikel 5 Vrijstellingen / tegemoetkoming
- 1.
Voor huishoudens die onder de vigerende Uitvoeringsregeling tegemoetkoming onvermijdbaar medisch afval Uithoorn vallen geldt een aantal onbelaste aanbiedingen per persoon per huishouden voor:
- a.
Het ontgrendelen van een inzamelvoorziening voor restafval van 60 liter: voor de eerste persoon: 22
- b.
Het aanbieden ter lediging van een inzamelmiddel van 240 liter restafval: voor de eerste persoon: 6
- 2.
Indien er op een adres al een tegemoetkoming is toegekend, wordt voor elke tegemoetkoming voor elke volgende persoon binnen hetzelfde huishouden telkens de helft van het aantal vrijgestelde aanbiedingen toegekend.
- 3.
Personen die zijn aangewezen als ZwerfAfvalPakker door de gemeente zijn vrijgesteld voor de afvalstoffenheffing voor het ingezamelde zwerfafval.
Artikel 6 Maatstaf van heffing en belastingtarief
De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven zoals opgenomen in de tarieventabel van deze verordening.
Artikel 7 Wijze van heffing
- 1.
De belasting wordt geheven bij wege van aanslag, met dien verstande dat per grondslag een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.
- 2.
De belasting bedoeld in artikel 4 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge kennisgeving dan wel schriftelijke gedagtekende kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
- 1.
De belasting als bedoeld in artikel 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
- 2.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
- 3.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
- 4.
Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.
- 5.
Met wijzigingen van de gezinssamenstelling na 1 januari van het belastingjaar of na aanvang van de belastingplicht, wordt geen rekening gehouden.
- 6.
De belasting als bedoeld in artikel 2 en 3 van de tarieventabel is verschuldigd na afloop van het belastingjaar of, zo dit eerder is, bij de beëindiging van de belastingplicht.
- 7.
De belasting bedoeld in artikel 4 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.
- 8.
Belastingaanslagen van € 10,00 of minder worden niet opgelegd. Voor toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verschuldigde bedrag aan belastingen of andere heffing aangemerkt als één belastingaanslag.
Artikel 9 Termijnen van betaling
- 1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag op basis van artikel 1, 2 en 3 van de tarieventabel worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
- 2.
In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen minder is dan € 10.000 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
- 3.
In afwijking van het eerste lid (betaling in twee termijnen) moet de belasting op basis van artikel 4 worden betaald ingeval de kennisgeving:
- a.
mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;
- b.
schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na dagtekening van de kennisgeving.
- 4.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10 Kwijtschelding
- 1.
Bij de invordering van de afvalstoffenheffing kan kwijtschelding worden verleend tot maximaal 100% van de aanslag waarbij 100% van de normbedragen voor bestaanskosten wordt gehanteerd voor het vaste tarief als bedoeld in lid 1.1 van de tarieventabel behorende bij deze verordening vermeerderd met:
- a.
Maximaal 22 maal het tarief voor het ontgrendelen van de inzamelvoorziening (verzamelcontainer) voor restafval voor huishouden van een persoon.
- b.
Maximaal 66 maal het tarief voor het ontgrendelen van de inzamelvoorziening (verzamelcontainer) voor restafval voor huishouden met meer personen.
- c.
Maximaal 6 maal het tarief voor het aanbieden van een inzamelmiddel met een inhoud van 240 liter voor restafval voor huishouden van een persoon.
- d.
Maximaal 18 maal het tarief voor het aanbieden van een inzamelmiddel met een inhoud van 240 liter voor restafval voor huishouden van een persoon.
Artikel 11 Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel
- 1.
De Verordening afvalstoffenheffing Uithoorn 2025 vervalt met ingang waarop deze verordening in werking is getreden, met dien verstande dat zij van toepassing blijft:
- a.
op belastbare feiten die in het geldende tijdvak van de Verordening afvalstoffenheffing Uithoorn 2025 hebben plaatsgevonden of
- b.
zolang deze verordening geen rechtskracht heeft gekregen.
- 2.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van bekendmaking maar niet eerder dan 1 januari 2026.
- 3.
De datum van de ingang van de heffing is 1 januari 2026.
- 4.
Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening afvalstoffenheffing Uithoorn 2026”.
BIJLAGE 2. VERORDENING AFVALSTOFFENHEFFING UITHOORN 2026 IN EENVOUDIGE TAAL
De verordening in eenvoudige taal heeft als doel wetteksten begrijpelijker te maken. Deze tekst vervangt de wettelijke tekst niet.
Artikel 1: Begrippen
- a.
Afvalpas: Een pas van de gemeente om afvalcontainers te openen en het afvalbrengstation te bezoeken.
- b.
Inzamelmiddel: Een middel om afval te verzamelen voor één huishouden. Bijvoorbeeld een rolcontainer.
- c.
Inzamelvoorziening: Een middel of plaats om afval te verzamelen voor meerdere huishoudens. Bijvoorbeeld een ondergrondse container
- d.
Inzamelplaats: Een aangewezen plek binnen de gemeente om huishoudelijk afval achter te laten.
- e.
Grof huishoudelijk afval: Groot afval dat niet in een inzamelmiddel of inzamelvoorziening kan.
- f.
Perceel: Een woning, woonboot, woonwagen, vakantiewoning of andere vorm waarin kan worden gewoond.
- g.
Restafval: Het afval dat overblijft na het scheiden van gft-afval, papier/karton, glas, enz.
- h.
Huishoudelijk afval: Afval dat komt uit gewone huishoudens, dus niet van bedrijven
Artikel 2: Wat is de belasting en waarvoor betaal je
- 1.
Afvalstoffenheffing is een belasting die u betaalt voor het ophalen van huishoudelijk afval.
- 2.
De belasting bestaat uit twee delen:
- a.
Een vast bedrag per jaar dat afhankelijk is van het aantal personen van het huishouden.
- b.
Een bedrag per keer dat afval wordt aangeboden. Voor elke keer dat:
- i.
een inzamelvoorziening voor 60 liter afval met een afvalpas wordt geopend.
- ii.
een rolcontainer van 240 liter bij de weg wordt geplaatst.
Artikel 3: Wat is de belasting
- 1.
Afvalstoffenheffing is een belasting die u betaalt voor het ophalen van huishoudelijk afval.
- 2.
Een perceel wordt belast. Dit is vaak een gebouw of een deel van een gebouw, bijvoorbeeld een woning of een flat.
Artikel 4: Wie moet belasting betalen
De huurder of bewoner. Soms de eigenaar, als er veel mensen kort op een adres wonen.
Artikel 5: Wat zijn de tarieven
In de onderstaande lijst staan de tarieven voor 2026.
|
Afvalinzamelingskosten
|
|
|
1
|
Het vaste bedrag per jaar voor een huishouden van:
|
|
|
1.1.1
|
Eén persoon:
|
€ 297,00
|
|
1.1.2
|
Twee of meer personen:
|
€ 312,00
|
|
2
|
Het bedrag per keer bij inzameling via verzamelcontainers:
|
|
|
2.1
|
Per opening voor 60 liter:
|
€ 1,00
|
|
3.
|
Het bedrag per keer een 240-liter containers:
|
|
|
3.1
|
Per lediging:
|
€ 4,00
|
|
4
|
Het bedrag voor vervanging van een verloren/kapotte afvalpas zijn:
|
€ 12,50
|
|
5
|
Het bedrag voor bezorging van een extra 240-liter inzamelmiddel zijn:
|
€ 35,00
|
|
6
|
Het bedrag voor het inzamelen van grof huishoudelijk afval:
|
|
|
6.1
|
Per 1 m³ grof huishoudelijk afval:
|
€ 57,81
|
|
6.2
|
Per aanbieding van koelkast(en)/diepvriezer(s):
|
€ 13,07
|
Artikel 6: Hoe kunt u betalen
De belasting wordt via een aanslag betaald.
Artikel 7: Wanneer moet u betalen
- 1.
De belasting moet bij het begin van het belastingjaar of bij aanvang van de belastingplicht betaald worden.
- 2.
Als de belastingplicht in de loop van het jaar begint of eindigt, wordt de belasting naar verhouding berekend.
- 3.
Als het aantal personen in het belastingjaar verandert dan wordt de aanslag niet verminderd.
- 4.
Bij een verhuizing binnen de gemeente wordt de aanslag niet verminderd.
Artikel 8: Termijnen van betaling
De belasting moet in twee gelijke delen worden betaald, behalve als u automatisch betaalt. Dan mag u in 9 keer betalen.
Artikel 9: Kwijtschelding
Kwijtschelding betekent een huishouden niet genoeg geld en daarom de belasting (deels) niet hoeft te betalen. De kwijtschelding worden gegeven tot maximaal 100% van het vaste bedrag.
De kwijtschelding voor het bedrag per keer bedraagt:
- •
22 keer voor het openen van de afvalcontainer als je alleen woont.
- •
66 keer voor het openen van de afvalcontainer als je niet alleen woont.
- •
6 keer voor het legen van een rolcontainer van 240 liter als je alleen woont.
- •
18 keer voor het legen van een rolcontainer van 240 liter als je niet alleen woont.
Artikel 10: Wanneer gaan deze regels in
Deze verordening vervangt de verordening van 2025 en gaat in op 1 januari 2026.