Verordening precariobelasting Uithoorn 2026

De raad van de gemeente Uithoorn;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 november 2025, nr. 2025-096839;

 

gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;

 

B E S L U I T vast te stellen de:

 

VERORDENING PRECARIOBELASTING UITHOORN 2026

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur;

  • b.

    week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;

  • c.

    maand: een tijdvak, dat aanvangt op een datum van een kalendermaand en eindigt op de dag, voorafgaande aan dezelfde datum van de volgende kalendermaand;

  • d.

    jaar: een kalenderjaar;

  • e.

    vergunning: een door het gemeentebestuur verleende toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben;

  • f.

    Woonwagen: een wagen in de zin van artikel 1 van de Huurprijzenwet woonruimte;

  • g.

    Volume: de inhoud gemeten op basis van NEN2580, uitgedrukt in een naar boven afgerond geheel getal kubieke meters;

  • h.

    verkoopstandplaats: een inrichting, onder welke benaming dan ook, is of kan worden geplaatst ten behoeve van de verkoop van eet- of koopwaren of tot het aanbieden of verrichten van diensten, anders dan vóór een eigen winkel, op de weekmarkt of op kermissen en lunaparken;

  • i.

    vaste verkoopstandplaats: een door burgemeester en wethouders in het kader van het standplaatsenbeleid aangewezen plaats in de gemeente waarop een inrichting als bedoeld onder h. is of kan worden geplaatst

  • j.

    tijdelijke verkoopstandplaats: een incidenteel door burgemeester en wethouders aangewezen plaats in de gemeente, anders dan een plaats als bedoeld onder k., waarop een inrichting als bedoeld onder h. kan worden geplaatst;

Artikel 2 Belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam “precariobelasting” wordt een directe belasting geheven overeenkomstig het bepaalde in de navolgende artikelen ter zake van:

    • a.

      het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen, die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.

    • b.

      het hebben van voorwerpen in, onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond.

    • c.

      het hebben van een door burgemeester en wethouders verleende vergunning tot het innemen van een verkoopstandplaats in, onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    De precariobelasting wordt geheven van degene die gebruik maakt van de in artikel 2, onder a en c, bedoelde bezittingen, werken of inrichtingen;

  • 2.

    De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.

  • 3.

    In afwijking in zoverre van het eerste en tweede lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.

Artikel 4 Vrijstellingen

De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:

  • a.

    voorwerpen of werken, welke door of vanwege het rijk, de provincie, de gemeente of door een waterschap, noodzakelijk voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak, zijn aangebracht of geplaatst;

  • b.

    voorwerpen of werken, welke ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden gedoogd;

  • c.

    het gebruik of genot door de gemeente van openbare gemeentegrond en voor het hebben onder, op of boven die grond van voorwerpen, werken of inrichtingen welke aan de gemeente in eigendom toebehoren en bij haar in gebruik zijn;

  • d.

    het gebruik of genot van openbare gemeentegrond ten behoeve van bouwwerken, welke voor rekening van de gemeente worden gebouwd, verbouwd of hersteld en door haar worden of zullen worden gebruikt;

  • e.

    brievenbussen, postzegelautomaten, telefooncellen en niet tot reclame dienende borden, gevende aanwijzingen aan het publiek, mits de grootste afmeting van de borden niet meer bedraagt dan één (1) meter;

  • f.

    wegwijzers in, op of boven openbare gemeentegrond van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB;

  • g.

    vlaggenstokken en vlaggen zonder reclame of handelsnaam;

  • h.

    pilasters, plinten, kozijndorpels, gevelversieringen, goten, afvoerbuizen van hemelwater, puilijsten, goot- of kroonlijsten, spionnen en dergelijke niet meer dan dertig centimeter (0,30 meter) buiten de rooilijn uitstekend;

  • i.

    buizen in de grond tot lozing van faecaliën, van huishoud- of bedrijfsafvalwater en hemelwater;

  • j.

    voorwerpen of werken welke uitsluitend worden gebezigd voor weldadige doeleinden.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.

Artikel 6 Berekening van de precariobelasting

  • 1.

    Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt.

  • 2.

    Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald.

  • 3.

    De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek.

  • 4.

    Voor de toepassing van dit artikel worden uitgestalde goederen en losse voorwerpen, zoals fust en vuilnisbakken, die met de exploitatie van de inrichting verband houden als onderdelen van de inrichting beschouwd.

  • 5.

    Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is.

  • 6.

    Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.

  • 7.

    In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting:

    • a.

      indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week;

    • b.

      indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand.

  • 8.

    Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak.

  • 9.

    De precariobelasting, bedoeld in de tarieventabel onder de nummers 11, 11.01. en 11.02, wordt geheven wanneer het verblijf in de gemeente veertien al dan niet achtereenvolgende dagen binnen hetzelfde kalenderjaar te boven gaat.

  • 10.

    Bij het plaatsen van voorwerpen van welke aard ook op openbare grond, wordt de ruimte tussen deze voorwerpen mede geacht te zijn ingenomen of aan het verkeer te zijn onttrokken. Wordt voor het plaatsen van voorwerpen op openbare grond, een terrein met hekwerk of een daarmee vergelijkbaar bouwwerk, afgezet, dan wordt het volledige terrein geacht te zijn ingenomen of aan het verkeer te zijn onttrokken.

Artikel 7 Belastingtijdvak

  • 1.

    In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaar-overschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.

  • 2.

    Voor zover van toepassing wordt een gedeelte van een tijdvak als bedoeld in het eerste lid voor een geheel tijdvak gerekend, met dien verstande dat voor de precariobelasting als bedoeld in artikel 2 aanhef lid c, per dag ten minste vier uren in de heffing worden betrokken indien de vergunning een kortere tijdsduur dan vier uren per dag vermeldt.

  • 3.

    In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.

Artikel 8 Wijze van heffing

  • 1.

    De precariobelasting wordt geheven bij wege van aanslag.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid wordt de voor een dag verschuldigde precariobelasting geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    In de gevallen bedoeld in artikel 7, tweede lid, is de precariobelasting verschuldigd bij het einde van het belastingtijdvak.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen minder is dan € 10.000 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de precariobelasting worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 8 lid 2:

    • a.

      mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in het geval van toezending daarvan, binnen acht dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 4.

    De algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De Verordening precariobelasting Uithoorn 2025 vervalt met ingang waarop deze verordening in werking is getreden, met dien verstande dat zij van toepassing blijft:

    • a.

      op belastbare feiten die in het geldende tijdvak van de Verordening precariobelasting Uithoorn 2025 hebben plaatsgevonden of

    • b.

      zolang deze verordening geen rechtskracht heeft gekregen..

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking met dien verstande dat indien de bekendmaking vóór 1 januari 2026 plaatsvindt, de verordening niet eerder in werking treedt dan de in het derde lid genoemde datum.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening precariobelasting Uithoorn 2026”.

Ondertekening

 

Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van Uithoorn van 18 december 2025.

De griffier,

mw. S. Kox-Meijer

De voorzitter,

dhr. P. Heiliegers

BIJLAGE 1. TARIEVENTABEL BEHORENDE BIJ DE VERORDENING PRECARIOBELASTING 2026

Hoofdstuk 1 Algemeen

2026

1

Het tarief bedraagt per m2 voor het hebben van voorwerpen waarvoor in deze tarieventabel geen afzonderlijk tarief is opgenomen:

 

1.1

per dag

€ 1,05

1.2

per week

€ 1,37

1.3

per maand

€ 2,85

1.4

per jaar

€ 17,01

Hoofdstuk 2 Bouwen

 

2

Het tarief bedraagt per m2 voor het hebben van bouwmaterialen, grond, puin, keten, schaftwagens, containers, werktuigen, stutten, schorren, palen, masten, stellingen of steigers en al wat verder bij bouwwerken of voor het handhaven van bestaande gebouwen nodig is, ingenomen of door een schutting of afrastering afgesloten voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond:

 

2.1

per maand

€ 2,74

Hoofdstuk 3 Overige

 

3

Het tarief bedraagt per m2 voor het hebben van luifels, balkons, erkers, uitbouwingen, overbouwingen en dergelijke onderdelen van gebouwde eigendommen, zonneschermen en markiezen al dan niet voorzien van opschrift, aanlegsteigers, vlonders, plankieren, perrons, duikers, meerpalen, masten, lantaarns, rails en antennes, schermplaten,lampen en roosters van gevelkachels, ventilatoren, luchtbehandelingsinstallaties en soortgelijke voorwerpen:

 

3.1

per jaar

€ 8,67

Hoofdstuk 4 Terras en aanhorigheden

 

4

Het tarief bedraagt per m2 voor het hebben van banken, tafeltjes, stoelen, parasols, tochtschermen en dergelijke, bloembakken, plantenbakken, rijwielrekken en andere voorwerpen tot het stallen van rijwielen

 

4.1

per maand

€ 4,06

Hoofdstuk 5 Uitstallingen

 

5

Het tarief bedraagt voor het hebben van uitgestalde goederen

 

5.1

per maand

€ 6,64

5.2

per jaar

€ 42,60

Hoofdstuk 6 Laden/lossen voer- en vaartuigen

 

6

Het tarief bedraagt per m2 voor het hebben van zand- en grindtrechters en andere werktuigen voor het laden en/of lossen van vaar- en voertuigen

 

6.1

per week

€ 1,37

Hoofdstuk 7 Aftappunten

 

7

Het tarief bedraagt per m2 voor het hebben van aftappunten voor levering van benzine, olie of persgas, lucht en water, al dan niet omgeven door een mantel

 

7.2

per jaar

€ 172,82

Hoofdstuk 8 Reclame

 

8.1

Het tarief bedraagt per m2 voor het hebben van een reclamebord, uithangbord of uithangteken, reclamescherm of -doek, letterreclame, embleem, logo, reclamekastje, gevelbord of -plaat, reclamevitrine en andere soortgelijke voorwerpen

 

8.1.1

per jaar

€ 25,42

8.2

Het tarief bedraagt per bord voor het hebben van een tijdelijk geplaatst bord:

 

8.2.1

per dag

€ 0,55

8.3

Het tarief bedraagt per m2 voor het hebben van borden die uitsluitend als toeristische bewegwijzering dienen:

 

8.3.1

per jaar

€ 12,57

Hoofdstuk 9 Woonschepen

 

9

Het tarief bedraagt per m3 voor het hebben van een woonschip:

 

9.1

per jaar

€ 1,92

Hoofdstuk 10 Woonwagens

 

10

Het tarief bedraagt voor het hebben van een woonwagen op een standplaats op een centrum als bedoeld in artikel 1 van de Huurprijzenwet Woonruimte

 

10.1

per maand

€ 131,76

Hoofdstuk 11 Verkoopstandplaats

 

11.1

Het tarief bedraagt per uur voor het innemen van een vaste verkoopstandplaats op de locatie:

 

11.1.1

Zijdelwaardplein, Amstelplein en hoek Prinses Irenelaan/Oranjelaan:

€ 3,51

11.1.2

Arthur van Schendellaan en Kerklaan (De Kwakel):

€ 3,24

11.1.3

Legmeerplein en Potgieterplein:

€ 1,92

11.2

Het tarief bedraagt per uur voor het innemen van een tijdelijke verkoopstandplaats:

€ 3,68

11.3

Het tarief bedraagt per dag voor het innemen van het evenemententerrein in Legmeer-West of het evenemententerrein in De Kwakel

€ 139,17

 

Ondertekening

 

Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van Uithoorn van 18 december 2025.

 

De griffier,

 

mw. S. Kox-Meijer

 

De voorzitter,

 

dhr. P. Heiliegers

BIJLAGE 2. VERORDENING PRECARIOBELASTING UITHOORN 2026 IN EENVOUDIGE TAAL

De verordening in eenvoudige taal heeft als doel wetteksten begrijpelijker te maken. Deze tekst vervangt de wettelijke tekst niet.

 

Artikel 1: Begrippen

  • a.

    Vergunning: toestemming van de gemeente om voorwerpen op gemeentegrond te plaatsen.

  • b.

    Woonwagen: Een woning die verplaatsbaar is.

  • c.

    Volume: de inhoud in kubieke meters.

  • d.

    Verkoopstandplaats: een plek voor verkoop van goederen of diensten.

  • e.

    Vaste verkoopstandplaats: Een door de gemeente aangewezen vaste plek voor verkoop.

  • f.

    Tijdelijke verkoopstandplaats: Een door de gemeente tijdelijk aangewezen plek voor verkoop.

 

Artikel 2: Wat is precariobelasting

Precariobelasting moet je betalen voor het gebruik van gemeentegrond het plaatsen van voorwerpen op, onder of boven gemeentegrond.

 

Artikel 3: Wie moet betalen

De persoon die gebruik maakt van gemeentegrond of voorwerpen op gemeentegrond plaatst.

 

Artikel 4: Vrijstellingen

De belasting hoef je niet te betalen voor voorwerpen:

  • a.

    van de overheid

  • b.

    voorwerpen die wettelijk gedoogd zijn

  • c.

    brievenbussen, wegwijzers, vlaggenstokken zonder reclame

  • d.

    voor goede doelen.

 

Artikel 5: Hoeveel belasting moet u betalen

De belasting wordt berekend volgens de tarieven in de tarieventabel.

 

Artikel 6: Berekening van de belasting

  • 1.

    Als er in de tarieventabel een lengte of oppervlakte staat, dan telt elk deel daarvan als een hele eenheid.

  • 2.

    Is het voorwerp niet rechthoekig? Dan nemen we een denkbeeldige rechthoek eromheen. We rekenen dan met de lengte en breedte van die rechthoek.

  • 3.

    Goederen die u uitstalt of losse spullen zoals fusten of vuilnisbakken, horen bij uw inrichting. Ze tellen mee voor de belasting.

  • 4.

    Heeft u een vergunning van de gemeente voor het plaatsen van een voorwerp op, boven of onder gemeentegrond? Dan geldt de belasting voor de duur van die vergunning. Is het voorwerp er korter? Dan kunt u ontheffing krijgen.

  • 5.

    Zijn er meerdere tarieven voor verschillende tijdseenheden? Dan gebruiken we het tarief dat voor u het voordeligst is.

  • 6.

    Soms is er geen dagtarief. Is er wel een weektarief maar geen dagtarief? Dan geldt het weektarief.

  • 7.

    Is er wel een maandtarief maar geen dag- of weektarief? Dan geldt het weektarief.

  • 8.

    Zet u voorwerpen op openbare grond? Dan telt ook de ruimte ertussen mee. Zet u een terrein af met een hek of iets vergelijkbaars? Dan telt het hele terrein mee.

 

Artikel 7: Over welke periode betaal je

  • 1.

    De periode waarvoor de vergunning is verleend.

  • 2.

    Voor andere gevallen de periode waarin het voorwerp is geplaatst.

 

Artikel 8: Hoe kan je betalen

  • 1.

    De belasting wordt via een aanslag betaald.

  • 2.

    Voor één dag belasting moet u meteen betalen.

 

Artikel 9: Regels over de belastingschuld

  • 1.

    De belastingschuld ontstaat aan het begin van de periode dat het voorwerp is geplaatst.

  • 2.

    De belastingschuld eindigt als het voorwerp is verwijderd.

  • 3.

    Het bedrag van vermindering wordt berekend naar het aantal volle maanden dat overblijft in het jaar.

 

Artikel 10: Betalingstermijnen

De belasting moet in twee gelijke delen worden betaald, behalve als u automatisch betaalt. Dan mag u in 9 keer betalen.

 

Artikel 11: Geen kwijtschelding

U kunt geen kwijtschelding krijgen voor de precariobelasting.

 

Artikel 12: Wanneer gaan deze regels in

Deze verordening vervangt de verordening van 2025 en gaat in op 1 januari 2026.

 

Naar boven