WIJZIGINGEN ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2019 (APV)

Kenmerk Z119588/D470714

 

DE RAAD VAN DE GEMEENTE BRUMMEN,

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 04 november 2025 met kenmerk D468780;

Gehoord het behandeladvies van forum van 04 december 2024;

HEEFT BESLOTEN:

  • 1.

    Bijgaande wijzigingen in de “Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Brummen 2019” (2026) vast te stellen.

 

 

Artikel I

De Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Brummen 2019 wordt als volgt gewijzigd.

 

A. Artikel 2:25 komt te luiden:

Artikel 2:25 Evenementenvergunning

  • 1.

    Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  • 2.

    De aanvraag moet voldoen aan de door de burgemeester, op het door hem vastgestelde aanvraagformulier, genoemde indieningsvereisten.

  • 3.

    De burgemeester kan in verband met de voorbereidingstijd van het evenement van de termijn genoemd in artikel 1:8, tweede en derde lid, afwijken of voor bijzondere, periodiek terugkerende evenementen afzonderlijk bepalen op welk tijdstip de aanvraag wordt ingediend.

  • 4.

    De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid nadere regels stellen ten aanzien van evenementen.

  • 5.

    De burgemeester kan plaatsen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid genoemde verbod niet geldt.

  • 6.

    Op een aangewezen plaats als bedoeld in het vijfde lid is artikel 2:25a van overeenkomstige toepassing.

  • 7.

    Bij bijzondere omstandigheden kan de burgemeester ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

  • 8.

    Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.

  • 9.

    Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, aanhef en onder f weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is.

  • 10.

    Als ook een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend, is afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing op de behandeling van de aanvragen om een vergunning. De burgemeester is het coördinerend bestuursorgaan.

 

 

B. Artikel 2:41a komt te luiden:

Artikel 2:41a Betreden gesloten woning, lokaal of voor het publiek openstaand gebouw

  • 1.

    Het is verboden een krachtens artikel 2:41 gesloten gebouw of een bij dat gebouw behorend erf te betreden.

  • 2.

    Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.

  • 3.

    Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.

  • 4.

    Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.

  • 5.

    De burgemeester is bevoegd van het in het eerste, tweede of derde lid bedoelde verbod ontheffing te verlenen.

 

C. Artikel 2:74 komt te luiden:

Artikel 2:74 Drugshandel op straat

Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden, dan wel post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.

 

D. Artikel 4:11 komt te luiden:

Artikel 4:11 Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • a.

    bebouwde kom: de bebouwde kom/bebouwingscontour houtkap van de gemeente, zoals bedoeld in artikel 11.111, lid 2, sub a van het Besluit activiteiten leefomgeving;

  • b.

    bomen effect rapportage: een standaardbeoordeling van de gevolgen, bijvoorbeeld voorgenomen bouw of aanlegwerkzaamheden, voor houtopstand op basis van de richtlijn in de CROW-Kennismodule Bomen;

  • c.

    boom: een houtachtig, opgaand gewas zowel levend als afgestorven, met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 15 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam;

  • d.

    boomwaarde: de financiële waarde van een boom of houtopstand zoals getaxeerd volgens de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen;

  • e.

    dunnen: vellen dat uitsluitend als een voorzorgsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd.

  • Waarbij de oppervlakte/grondprojectie van de houtopstand gelijk blijft;

  • f.

    Erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheerverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden.

  • g.

    hakhout: boomvormers of andere houtachtige gewassen, die na te zijn geknot tot bij de grond, opnieuw op de stronk uitlopen.

  • h.

    historische panden: Rijks- of gemeentelijke monumentale panden of panden, die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde;

  • i.

    houtopstand: zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend;

  • j.

    kandelaberen: het voor meer dan 20% gelijkmatig weghalen van de takken die de kroon vormen;

  • k.

    knotten: periodiek geheel of gedeeltelijk verwijderen van uitgelopen takhout tot op de oude snoeiplaats;

  • l.

    vellen: rooien, kappen, kandelaberen, het voor de eerste keer knotten of verplanten, evenals het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de houtopstand tot gevolg kunnen hebben.

 

E. Artikel 4:12 komt te luiden:

Artikel 4:12 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag houtopstand te vellen of te doen vellen.

  • 2.

    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstanden binnen de bebouwde kom en houtopstanden op erven of in tuinen buiten de bebouwde kom, wanneer het betreft:

  • a.

    de loofhoutsoorten:

  • -

    berk (Betula),

  • -

    esdoorn (acer),

  • -

    kers (Prunus),

  • -

    lijsterbesachtigen (Sorbus),

  • -

    gouden regen (Laburnum),

  • -

    goudiep (Ulmus carpinifolia ‘Wredei’),

  • -

    hulst (Ilex),

  • -

    italiaanse populier (Populus nigra ‘Italia’),

  • -

    Appel (Malus),

  • -

    Peer (Pyprus),

  • -

    Krenteboompje (Amelanchier),

  • -

    fluweelboom (Rhus);

  • b.

    de naaldbomen, met uitzondering van Taxus (Taxus soorten) en Ginkgo.

  • 3.

    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor houtopstanden voor zover artikel 11.126 van het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing is en voor houtopstanden waanneer het betreft de uitzonderingen, zoals genoemd in artikel 11.111, lid 2 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

  • 4.

    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt tenslotte niet voor:

  • a.

    houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4:18 van deze paragraaf;

  • b.

    het periodiek vellen va hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud;

  • c.

    het periodiek knotten of terugzetten als cultuurmaatregel bij daarvoor geschikte boomsoorten;

  • d.

    hagen en heggen staande in de onmiddellijke nabijheid van woonbebouwing binnen de bebouwde kom, waarbij sprake is van een zekere ruimtelijke relatie met deze woonbebouwing.

  • e.

    het periodiek dunnen van houtopstanden ter uitvoering van regulier onderhoud.

  • 5.

    Het eerste lid is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen (noodkap).

  • 6.

    Het tweede lid is niet van toepassing, voor zover het betreft:

  • a.

    Houtopstanden:

  • -

    in een tuin behorende bij een historisch pand;

  • -

    in de gebieden zoals weergegeven in bijlage 2;

  • -

    zijnde geregistreerde monumentale bomen bij ‘De Bomenstichting’ te Arnhem;

  • -

    op door het college nader aan te wijze plaatsen.

  • b.

    Houtopstanden, zoals genoemd in het tweede en derde lid, voor zover het gaat om het dunnen van houtopstanden in de gebieden/parken zoals weergegeven in bijlage 2.

 

F. Artikel 4:20 komt te luiden:

Artikel 4:20 Nadeelcompensatie

Het college beslist op een verzoek om nadeelcompensatie op grond van Artikel 15.1 van de Omgevingswet.

 

G. Artikel 5:6 komt te luiden:

Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen

  • 1.

    Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:

  • a.

    langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op de weg met maximum van zes dagen per maand;

  • b.

    op een plaats te parkeren, op zodanige wijze dat dit schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

  • 2.

    Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a.

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedsactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening.

  • 4.

    Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

 

H. Artikel 5:8 komt te luiden:

Artikel 5:8 Grote voertuigen

  • 1.

    Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een weg binnen de bebouwde kom.

  • 2.

    Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op door het college aangewezen plaatsen, wegen, dagen en uren.

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen, met een maximum van 6 dagen per maand, op de weg worden geplaatst of gehouden.

  • 4.

    Het eerste lid geldt voorts niet tussen 07:00 uur en 19:00 uur, voor de tijd, die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden, waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.

  • 5.

    Het college kan andere dan de in het vierde lid genoemde tijden vaststellen.

  • 8.

    Het college kan ontheffing verlenen van de verboden.

  • 6.

    Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 va de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

 

 

 

Dit besluit is genomen tijdens de openbare raadsvergadering van 18 december 2025.

De raad van de gemeente Brummen,

De griffier, M.E.A. Knook

De voorzitter G.J.M. van Rumund

Naar boven