Gemeenteblad van Terneuzen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Terneuzen | Gemeenteblad 2025, 564210 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Terneuzen | Gemeenteblad 2025, 564210 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2026
Deze ‘Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2026’ is een aangepaste versie van de ‘Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2025’. Iedereen moet mee kunnen doen in onze gemeente. In het sociaal domein werken we aan verdere vernieuwing en aan verbetering van de samenwerking tussen organisaties. We zetten in op integraal werken volgens het principe van één gezin, één plan, één regisseur. Ondersteuning en hulp zijn zo snel, adequaat, vroeg en dichtbij mogelijk. We gaan uit van kwaliteit.
In deze regeling leest u wat u van de gemeente kunt verwachten maar ook wat wij van u verwachten.
De regels gaan over de volgende onderwerpen:
Wij willen dat alle inwoners van Terneuzen actief kunnen deelnemen aan de samenleving, gezond en zelfredzaam zijn. We streven ernaar dat inwoners in ieder geval:
gezond en veilig opgroeien en zich optimaal ontwikkelen;
Het is onze taak om u daarbij te helpen. De wetgever heeft wetten gemaakt om dit te bereiken. Het gaat om:
De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Het zijn regels op hoofdlijnen. Soms zijn er nog extra regels nodig waarin we bepaalde zaken uitwerken. Ook dat regelen we in deze verordening.
Bij het toepassen van de regels uit deze verordening houden we rekening met de doelen van de genoemde wetten. We zorgen ervoor dat het resultaat van een besluit recht doet aan die doelen. We gaan daarbij uit van de volgende kernwaarden:
1.4 Nadere regels en beleidsregels
Deze verordening is een algemeen verbindend voorschrift. De verschillende wetten verplichten gemeenten om een aantal zaken in een verordening te regelen. De details staan in de nadere regels en beleidsregels.
Nadere regels zijn algemeen verbindende voorschriften die een uitwerking zijn van de verordening. Een aantal artikelen van deze verordening bevatten bepalingen die het college de bevoegdheid geven om nadere regels vast te stellen. Nadere regels kunnen rechten en plichten voor u bevatten.
Een beleidsregel beschrijft hoe het college omgaat met een wettelijke bevoegdheid. We leggen geen rechten of plichten voor u vast in een beleidsregel. Wel geven beleidsregels u duidelijkheid hoe het college omgaat met uw hulpvraag en aanvraag. Ook helpt het onze consulenten om uw hulpvraag te beoordelen.
Na deze inleiding en de uitleg van de belangrijkste begrippen die we in deze verordening gebruiken leest u eerst hoe en waar u hulp kunt vragen en hoe wij die hulpvraag oppakken. In hoofdstuk 2 leest u hoe en waar u hulp kunt vragen. En u leest hoe wij uw hulpvraag oppakken. Daarna leggen we in een aantal hoofdstukken uit wat de belangrijkste regels van de gemeentelijke taken zijn. De regels gaan over:
De hoofdstukken 2 tot en met 6 en hoofdstuk 8 beginnen met een korte inleiding. Hierin staat waarover het hoofdstuk precies gaat. Daarna volgen de regels. De regels zijn gebaseerd op de wetten genoemd in artikel 1.1 van deze verordening. Niet alle wetten zijn op ieder artikel van toepassing. Dat verschilt per artikel. Per artikel geven we aan welke wetten op dat artikel van toepassing zijn.
In deze verordening gebruiken we allerlei begrippen. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening betrekking heeft.
Algemeen verbindend voorschrift: een algemene regel waaraan zowel burgers als de gemeente gebonden zijn en/of waaraan zij rechten/bevoegdheden kunnen ontlenen.
Algemene voorziening: voorziening die toegankelijk is voor alle inwoners van de gemeente.
Andere voorziening: een voorziening waarop de inwoner een beroep kan doen voor de hulp die hij nodig heeft, anders dan maatwerkvoorziening/individuele voorziening/uitkering of voorziening. Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn voor de inwoner. Dat kan een andere uitkering zijn, een algemeen gebruikelijke, algemene of collectieve voorziening, of voorzieningen als alimentatie en toeslagen.
Arbeidsinschakeling: aan het werk (kunnen) gaan.
Arbeidsverplichting: de verplichting om mee te werken aan de arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 9 van de Participatiewet.
Armoedeval: achteruitgang in inkomen als een uitkeringsgerechtigde een baan aanneemt op of rond het minimumloon. Dit komt door het wegvallen van tegemoetkomingen van de gemeente of van toeslagen zoals huurtoeslag en zorgtoeslag.
Basisbaan: een basisbaan is een dienstverband dat het arbeidsintegratiebedrijf in opdracht van de gemeente kan aangaan met een bijstandsgerechtigde.
Benadelingsbedrag: het bedrag dat de gemeente onterecht heeft uitbetaald.
Beslistermijn: Binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag wordt een beschikking afgegeven. Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt het bestuursorgaan dit binnen deze termijn aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
Bijstandsnorm: de maximale hoogte van de bijstandsuitkering bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet. De hoogte hangt af van de woon- en leefsituatie en de leeftijd van de inwoner.
Bijstandsuitkering: de algemene bijstand voor levensonderhoud, bedoeld in artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet.
Bovengebruikelijke hulp: als de zorg die het kind nodig heeft op het gebied van verzorging, verpleging en begeleiding meer vraagt dan de zorg die een kind van dezelfde leeftijd zonder beperkingen nodig heeft.
Budgetbeheerder: een persoon uit het sociale netwerk of een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp die voor de budgethouder de taken verbonden aan een pgb uitvoert. De budgetbeheerder is in staat om de belangen voldoende te behartigen. De taken die bij het pgb horen moeten op een verantwoorde manier uitgevoerd worden. De budgetbeheerder is verplicht om mee te werken aan de beoordeling van zijn pgb-vaardigheden.
Budgethouder: de persoon die een pgb ontvangt op grond van de wet.
Cliëntondersteuner: onafhankelijk persoon die ondersteunt met informatie, advies en algemene ondersteuning, die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve hulp, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen.
College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen.
Detacheringsbaan: het arbeidsintegratiebedrijf kan in opdracht van de gemeente een detacheringsbaan aangaan met bijstandsgerechtigde. De bijstandsgerechtigde wordt door het arbeidsintegratiebedrijf uitgeleend aan andere werkgevers.
Eigen kracht (Wmo): het vermogen van de cliënt om zelf tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of participatie of tot een oplossing voor zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang te komen.
Financiële buffer: vermogen. Een goede financiële buffer is een vermogen op of boven de vermogensgrens bedoeld in artikel 34, lid 3 van de Participatiewet.
Gebruikelijke hulp: de hulp die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet wordt met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld.
Gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen.
Gesprek: gesprek waarin de inwoner zijn hulpvraag, zijn persoonlijke situatie en het doel dat hij wil bereiken bespreekt.
Gespreksverslag: schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek uitgevoerd door de toegang.
Herzien: het ongedaan maken van een recht op een voorziening over een periode die gelegen is voor het besluit. Er is over die periode wel recht op een voorziening, maar op een andere voorziening dan destijds is toegekend.
Hulp: ondersteuning bij de arbeidsinschakeling of inkomensondersteuning als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet, maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015, jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Hulpvraag: de behoefte aan ondersteuning die de inwoner bij de melding of aanvraag heeft. Als het gaat om een hulpvraag van een jeugdige, gaat het om de behoefte van een jeugdige en/of ouder(s) aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen.
Individuele voorziening: een op de inwoner afgestemde voorziening. Als het gaat om een voorziening voor de Jeugdwet is dit een voorziening die is afgestemd op de jeugdige en/of zijn ouders. Wij verstrekken dit in natura (zorg in natura) of met een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van artikel 2.3 Jeugdwet.
Ingezetene: de inwoner die rechtsgeldig staat ingeschreven in Basisregistratie Personen (BRP).
Inkomen: het inkomen, bedoeld in artikel 32, lid 1 van de Participatiewet.
Intrekken: het ongedaan maken van een recht op een voorziening over een periode die gelegen is voor het besluit. Het verschil met ‘herzien’ is dat er bij ‘intrekken’ geen recht is op een voorziening, ook niet op een andere voorziening.
Inwoner: de persoon die zijn hoofdverblijf heeft in de gemeente Terneuzen.
IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.
IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
Jeugdhulp: hulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Jongere: de minderjarige. Als het gaat om de Jeugdwet: de jeugdige, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Jongerenwerk: basisaanbod van sociaal-culturele voorzieningen voor jongeren, zoals kinderwerk, tiener- en jongerenwerk, sportbuurtwerk en jongereninformatie. Het basisaanbod bevat ook activiteiten die stimulering van de ontwikkeling of het voorkomen van problemen bij jongeren tot doel heeft.
Kindpakket: een pakket van voorzieningen, meestal in natura, dat de gemeente voor gezinnen met een laag inkomen beschikbaar stelt. Het doel van het pakket is te voorkomen dat kinderen die opgroeien in armoede niet mee kunnen doen aan bijvoorbeeld sport, culturele activiteiten of activiteiten van school.
Kostendelersnorm: norm voor de hoogte van een uitkering volgens artikel 22a van de Participatiewet. Naarmate meer mensen in een huis wonen, ontvangt iedere afzonderlijke uitkeringsgerechtigde een lagere uitkering omdat meer mensen de kosten kunnen delen.
Kostprijs: de totale kosten van een product of dienst.
Levensonderhoud: de dagelijkse bestaanskosten, zoals kosten voor voeding, kleding, huur, energie, water en (zorg)verzekeringen.
Leverancier: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert tegen betaling.
Loonwaarde: de waarde (uitgedrukt in euro’s) van arbeid die iemand nog kan uitvoeren.
Maatschappelijke participatie: deelname aan het maatschappelijk leven, passend bij het vermogen van de bijstandsgerechtigde en niet per se gericht op betaalde arbeid.
Maatwerkvoorziening: een op de inwoner afgestemde voorziening zoals in de Wmo 2015 is omschreven. Hieronder valt ook een financiële tegemoetkoming.
Middelen: alle vermogens- en inkomensbestanddelen waarover een alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken (zie artikel 31 PW).
Minimaregelingen: regelingen voor mensen met een laag inkomen.
Ondersteuningsplan: een plan van aanpak dat de gemeente opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner in het maatschappelijk leven ervaart, waarin de gewenste hulp wordt geïnventariseerd en de gemeente mogelijke oplossingen aandraagt.
Onderzoeksrapport: schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek uitgevoerd door de toegang waarvan een gespreksverslag deel uitmaakt.
Ouder: ouder met ouderlijk gezag, adoptieouder, stiefouder of een ander die een jeugdige binnen zijn gezin verzorgt en opvoedt, maar geen pleegouder is.
Passend werk: werk dat past bij uw (lichamelijke) (on)mogelijkheden.
Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn, inclusief de behoefte van de inwoner en de godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuiging.
Pgb: persoonsgebonden budget, een geldbedrag waarmee iemand zelf hulp(middelen) in kan kopen.
Pgb-plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt over de hulp die hij nodig heeft en die hij met het pgb wil inkopen. In het plan geeft de inwoner onder andere aan welke hulpverlener op welke manier en op welke momenten de noodzakelijke hulp gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die hulp gewaarborgd worden.
Preferente proces loonkostensubsidie: Vanuit het Breed Offensief hebben gemeenten, de VNG, Divosa, SZW en de Normaalste Zaak gewerkt aan de harmonisatie van het proces rondom de loonkostensubsidie. Als gemeenten hetzelfde proces hanteren, zijn de administratieve lasten voor werkgevers minder ingewikkeld. Zo wordt het eenvoudiger om mensen uit verschillende gemeenten een werkplek te bieden. Bovendien hoeven gemeenten nu niet zelf een proces te ontwikkelen en uit te denken. Gemeenten kunnen gebruik maken van een toolkit, daarin staat onder meer een stappenplan, procesplaten en communicatieset met voorbeeldbrieven, aanvraagformulieren, beschikkingen en andere handige formats. Dat noemen we het preferent proces Loonkostensubsidie. Het beheer preferent proces Loonkostensubsidie bij VNG. Wij gebruiken dat proces ook in Terneuzen.
Problematische schulden: Een schuld is problematisch wanneer te voorzien is dat een inwoner schulden niet zal kunnen blijven afbetalen of is gestopt met afbetalen. Het gaat dan om een situatie waarin niet binnen 36 maanden alle opeisbare vorderingen betaald kunnen worden. Zo’n situatie vraag om het opstarten van een schuldregeling.
Professional: iemand die beroepsmatig hulp verleent.
Regiotaxi: vervoer van deur tot deur, op afroep en met een deeltaxi (ook wel collectief vraagafhankelijk vervoer genoemd).
Samenwonen: een gezamenlijke huishouding voeren als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet.
Schending inlichtingenplicht: het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een uitkering of een voorziening is, en om de duur en hoogte van die uitkering of voorziening vast te stellen. Als gevolg hiervan wordt een uitkering of voorziening helemaal of gedeeltelijk ten onrechte verstrekt.
Sociaal netwerk: huisgenoten of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt (inclusief mantelzorgers).
Sociale omgeving: In de Jeugdwet wordt gesproken over de sociale omgeving van de jeugdige. Dit is buiten het gezin en buiten de school, de relaties in de omgeving van de jeugdige zoals vriendenkring, sportverenigingen, clubhuizen en verenigingen waarvan de jeugdige onderdeel uitmaakt.
Toekenningsbesluit: beschikking waarin de toekenning van een voorziening wordt toegelicht en welke voorwaarden gelden.
U: wordt verstaan de rechthebbende als bedoeld in de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet.
Uitkering: de bijstandsuitkering, de IOAW- of de IOAZ-uitkering.
Uitkeringsnorm: de voor de inwoner in zijn situatie maximale hoogte van een uitkering; dit is de bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag bedoeld in de IOAW of IOAZ. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met uitkeringsnorm bedoeld: de bijstandsnorm plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet.
Vermogen: totaal aan bezit in geld en goederen; het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet.
Voorliggende voorziening: een overheidsregeling of uitkering die voorliggend is aan andere voorzieningen vanuit de overheid. De inwoner kan de kosten op een andere manier vergoed krijgen.
Voorziening: zorg in natura dan wel een persoonsgebonden budget voor een maatwerkvoorziening of een individuele voorziening. Een financiële tegemoetkoming is ook een voorziening.
Voorziening bij de arbeidsinschakeling of bijzondere bijstand: een op de inwoner afgestemde voorziening als het gaat om een voorziening in het kader van de Participatiewet.
Vrij toegankelijke hulp: hulp die beschikbaar is zonder verwijzing van een huisarts, medisch specialist, jeugdarts of besluit van de gemeente.
Wet: de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet.
Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Woonplaatsbeginsel: een hulpmiddel om te bepalen welke gemeente verantwoordelijk is voor jeugdhulp aan de jeugdige. De verantwoordelijkheid ligt bij de gemeente waar de jeugdige zijn woonadres heeft volgens de Basisregistratie Personen (BRP) of in geval van zorg met verblijf de gemeente waar de jeugdige direct voorafgaand aan het verblijf stond ingeschreven.
Zelfredzaamheid: het vermogen om voor uzelf te zorgen.
Zorg in natura: de hulp die aan inwoners wordt geleverd door aanbieders die door de gemeente zijn gecontracteerd.
Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop u aan ons hulp kunt vragen over één of meer onderwerpen uit deze verordening. Ook staat in dit hoofdstuk hoe we uw hulpvraag behandelen en hoe wij tot een besluit komen.
Uitgangspunt is dat u alle hulpvragen in één keer kunt stellen. Voor bepaalde hulpvragen geldt een bijzondere route. Dit staat ook vermeld in dit hoofdstuk.
2.1 Aanvraag op grond van de Jeugdwet, PW, IOAW, IOAZ of Wgs
Een inwoner, waaronder een jeugdige, zijn ouder of een andere belanghebbende (zoals een pleegouder) kan schriftelijk of digitaaleen aanvraag voor hulp doen.
Wij wijzen de aanvrager op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis onafhankelijke cliëntondersteuning.
Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de procedure voor de hulpvraag van een maatwerkvoorziening, individuele voorziening of andere voorziening.
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ , Wgs
De gemeente verzamelt alle gegevens over uw situatie die nodig zijn voor uw hulpvraag. Soms hebben we gegevens nodig die we niet zelf hebben of kunnen inzien. Dan vragen wij u, om die ontbrekende gegevens binnen een redelijke termijn bij ons aan te leveren. Bij de uitnodiging voor het gesprek maken we duidelijk welke gegevens dat zijn. We geven in deze uitnodiging ook aan binnen welke termijn u deze gegevens moet indienen.
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ , Wgs
De medewerker informeert u over de mogelijkheden van de gemeente om uw persoonlijke situatie te verbeteren. Als u een hulpvraag doet voor de Wmo 2015 of Jeugdwet informeert de medewerker u ook over de mogelijkheden van een persoonsgebonden budget (pgb). De medewerker betrekt deze zaken bij het onderzoek naar de hulpvraag.
Na de melding van de hulpvraag en het gesprek met een medewerker van de gemeente, kunt u een aanvraag indienen door het onderzoeksrapport ondertekend terug te sturen.
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Awb , Wgs
Bij iedere stap uit artikel 2.4.2, kan de gemeente een (externe) deskundige inzetten voor advies. Dit advies betrekken we bij de beoordeling van uw aanvraag. We stellen u vooraf op de hoogte welke deskundigheid we op welk moment nodig vinden en inzetten.
2.4.5 Voorwaarden en weigeringsgronden
We houden hierbij rekening met uw beperkingen.
We verstrekken geen voorziening:
als de gevraagde voorziening al eerder aan u is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van die voorziening nog niet verstreken is. Tenzij de voorziening verloren is gegaan door omstandigheden die niet aan u zijn toe te rekenen of u de restwaarde van de voorziening die verloren is gegaan geheel of gedeeltelijk vergoedt;
2.4.6 Voorwaarden individuele voorzieningen
Als ouder(s) hulp nodig hebben door hun eigen problemen (zoals psychische of relatieproblemen), en er is geen hulpvraag voor de jeugdige, dan verstrekken we geen individuele voorziening via de Jeugdwet. Dit geldt niet als er naast de hulpvraag van de ouder(s) ook sprake is van meervoudige problematiek in het gezin.
2.4.7 Beoordeling aanwezigheid gebruikelijke hulp na melding
Het is de normale, dagelijkse hulp die huisgenoten elkaar onderling moeten bieden, omdat ze samen een huishouden voeren en een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden en voor elkaar.
Dit geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek heeft. Als 1 van de ouders dat niet kan bieden neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over. Ook als ouders gescheiden zijn. Wij houden dan rekening met de gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont.
Als er sprake is van gebruikelijke hulp verstrekken wij geen individuele voorziening tot jeugdhulp. Hierop kan (tijdelijk) een uitzondering worden gemaakt als de ouders door (dreigende) overbelasting de gebruikelijke hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige.
Gaat het om hulp die verder gaat dan de gebruikelijke hulp, dan zijn de ouders in eerste instantie nog steeds verantwoordelijk voor het bieden van deze bovengebruikelijke hulp. Wij beoordelen dan of van ouders verwacht mag worden dat ze deze hulp bieden, zoals in lid 1 staat geschreven. Wij kijken dan naar kortdurende en langdurende situaties:
- Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids-)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar.
- Langdurend: het gaat om langdurige situaties waarbij naar verwachting de jeugdhulp langer dan drie maanden nodig is of voor meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar.
Wij verwachten van ouders dat zij in kortdurende situaties de bovengebruikelijke hulp bieden, behalve als dit rekening houdend met de soort hulp niet kan worden verwacht of de ouders door (dreigende) overbelasting de hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige.
Als bovengenoemde onderdelen niet leiden tot problemen bij het kunnen verlenen van de hulp door de ouders, bij de beschikbaarheid van de ouders voor het verlenen van de hulp, bij de belasting van de ouders en bij de financiële situatie van de ouders verwachten we dat zij de bovengebruikelijke hulp (eventueel deels) verlenen. Wij verstrekken dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp.
Als ouders een beroep kunnen doen op het sociale netwerk voor het bieden van ondersteuning bij de benodigde hulp aan de jeugdige wordt van hen verwacht dat ze hier gebruik van maken. De ondersteuning die het sociale netwerk biedt, valt onder de eigen kracht. Wij verstrekken hiervoor geen individuele voorziening tot jeugdhulp.
Als de jeugdige en/of de ouders een aanvullende zorgverzekering heeft/hebben die de benodigde hulp (deels) vergoedt, wordt van ouders verwacht dat zij deze aanspreken. Wij verstrekken dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp of alleen een aanvullende voorziening voor het gedeelte dat niet wordt vergoed.
2.5 Besluit 2.5.1 Inhoud van het besluit
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Awb , Wgs
6. Wij kunnen tussentijds onderzoeken of er aanleiding is om het besluit te heroverwegen.
Het recht op ondersteuning vervalt als u zich niet binnen drie maanden na het besluit heeft gemeld bij de zorgaanbieder of het pgb niet binnen 3 maanden besteedt aan het doel waarvoor het pgb is verstrekt. Dit geldt niet als u kunt aantonen dat u een dringende reden heeft waardoor u niet binnen de termijn van drie maanden gebruik kunt maken van de hulp.
Hoofdstuk 3 Participeren en inkomen
Dit hoofdstuk gaat over (maatschappelijke) participatie en minimaregelingen. Wij vinden het belangrijk inwoners die geen werk hebben te helpen bij het vinden van werk. In dit hoofdstuk leest u voor wie dit geldt, hoe wij u hierbij kunnen helpen en wat wij van u verwachten als u een uitkering ontvangt.
3.3.17 Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen
3.3.18 Aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen
Zo ja, dan werken wij samen met andere partijen, zoals bijvoorbeeld instanties op het gebied van gezondheidszorg, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn of wonen. Dit om te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog op de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a lid 2 onderdeel g onder 1, of de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 8a lid 2 onderdeel g onder 2 PW.
3.3.21 Interne werkbegeleiding
Als u bent aangewezen op begeleiding bij het verrichten van werk die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat, kunnen wij een subsidie verlenen aan de werkgever voor de aangetoonde meerkosten die verbonden zijn aan het organiseren van de interne werkbegeleiding.
Een uitzondering op de gestelde voorwaarden van lid 1 geldt voor situaties waarin een werknemer met baan en bijbehorende jobcoach bij ons binnenkomt, bijvoorbeeld als gevolg van verhuizing of een stageplek vanuit het VSO/PRO onderwijs. De jobcoach moet binnen 1 jaar alsnog aan de in lid 1 gestelde eisen voldoen.
3.3.25 Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening
Wij kunnen een vervoersvoorziening toekennen als u tot de doelgroep, genoemd in artikel 3.1, behoort. De vervoersvoorziening moet noodzakelijk zijn om naar uw werkplek, proefplaats of opleidingslocatie te reizen. Deze vervoersvoorziening kunnen we zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld verstrekken.
b. het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer.
3.3.26 Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap
Wij kunnen een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie.
3.3.28 Specifieke voorwaarden werkplekaanpassingen
Wij kunnen een aanpassing van de werkplek toekennen aan een persoon, als dit noodzakelijk is om zijn werk uit te voeren.
Wij willen u graag helpen als u schulden heeft. U kunt om hulp vragen bij het vinden van een oplossing voor uw schulden. Hier worden de belangrijkste uitgangspunten genoemd die de we toepassen als u om hulp vraagt.
3.4.1 Samenwerking, instrumenten en toegang
3.5.4 Kinderopvang met sociaal medische indicatie
U moet voldoen aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 7.1 van deze verordening.
U moet naar ons oordeel voldoende hebben gezocht naar een oplossing door middel van inzet van de eigen kracht en uw eigen netwerk.
De verlenging moet opnieuw aantoonbaar noodzakelijk zijn, onderbouwd door een nieuw, onafhankelijk advies.
U bent verplicht alle relevante informatie aan ons aan te leveren.
De aanvraag voor de verlenging moet uiterlijk 6 weken voor het aflopen van de huidige indicatie.
U levert een nieuwe inkomensverklaring af. Indien het inkomen is stellen we de eigen bijdrage opnieuw vast.
14. De bepalingen van de artikel 7.4.1 en 7.4.2 van deze verordening zijn van overeenkomstige toepassing.
3.5.6 Volwassenenfonds Sport en Cultuur
1. Het Volwassenenfonds Sport en Cultuur is bedoeld om inwoners vanaf 18 jaar met een laag inkomen mee te laten doen aan sportieve en culturele activiteiten.
2. U kunt in aanmerking komen voor het fonds genoemd in lid 1 als u een inkomen heeft dat lager is dan 120 procent van de voor u toepasselijke bijstandsnorm.
3. Wij betalen de contributie of het lesgeld aan de sportvereniging of de instantie waar u creatieve activiteiten doet.
3.5.7 Zwemabonnementen zomerperiode
1. Het zwemabonnement is bedoeld om inwoners met een laag inkomen in de zomermaanden gratis gebruik te laten maken van de buitenzwembaden van de gemeente Terneuzen.
2. U en/of uw gezinsleden kunnen in aanmerking komen voor het zwemabonnement als u een inkomen heeft dat lager is dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm.
Hoofdstuk 4 Gezond en veilig opgroeien
Wij willen dat kinderen en jongeren zo gezond en veilig mogelijk opgroeien. Dat is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van kinderen en jongeren zelf, hun ouders en hun (sociale) netwerk. Het kan zijn dat u hierbij ondersteuning nodig heeft. Dan kunt u terecht bij de gemeente.
Met kinderen en jongeren bedoelen wij kinderen en jongeren tot 18 jaar. Maar ook jongvolwassenen van 18 tot 23 die al jeugdhulp ontvingen toen zij 18 jaar oud waren en die deze hulp vanaf hun 18e nog nodig hebben, en deze hulp niet onder een andere wet valt. Dit zijn de jeugdigen, zoals staat beschreven in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
In dit hoofdstuk leest u wat uw eigen verantwoordelijkheden zijn en wat de rol van de gemeente is. Ook vindt u hier informatie over voorzieningen.
5. Verlengde jeugdhulp in de vorm van pleegzorg blijft mogelijk vanaf 21 jaar totdat u 23 jaar wordt.
6. We streven naar een soepele overgang van Jeugdwet naar ondersteuning vanuit andere wetten. Dit noemen we een warme overdracht. Dit kan bijvoorbeeld de Wmo 2015, Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet zijn.
4.4 Afstemming met andere vormen van hulp
Wij zorgen ervoor dat de ondersteuning die u krijgt, aansluit bij andere vormen van ondersteuning die u krijgt. Om dat te bereiken, maken we afspraken met huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen, hulpverleners, instellingen, zorgverzekeraars en andere personen of organisaties. Die afspraken gaan over:
Hoofdstuk 5 Wonen en meedoen in de samenleving
Soms heeft u hulp nodig om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen in uw eigen omgeving. We helpen u als u zelf geen oplossing kunt vinden voor problemen. Bijvoorbeeld als u hulp nodig heeft in huis, bij dagelijkse dingen of aanpassingen in uw huis. We moeten zorgen dat inwoners met een beperking zo zelfstandig mogelijk kunnen blijven wonen. Daarbij kijken we niet alleen naar wat nu nodig is, maar ook naar wat u in de toekomst nodig kunt hebben. In dit hoofdstuk leggen we uit welke hulp we kunnen bieden.
Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen.
De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2 van de Wmo bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
Hoofdstuk 6 De vorm van de ondersteuning
Als wij u ondersteunen, kan dat in verschillende vormen. In dit hoofdstuk vindt u de regels daarvoor.
Wij kunnen ondersteuning bieden in de vorm van een dienst, zoals hulp in de huishouding of individuele begeleiding. Maar we kunnen u ook ondersteunen met behulp van een hulpmiddel, zoals bijvoorbeeld een rolstoel. Een uitkering of minimaregeling noemen wij ondersteuning in de vorm van geld.
Onder ondersteuning valt ook het persoonsgebonden budget (pgb). Dit is geld waarmee u zelf de ondersteuning inkoopt die u nodig heeft.
Ondersteuning in natura is ondersteuning die u van een instelling of professional krijgt die een contract heeft met de gemeente. Wij bieden u de ondersteuning die noodzakelijk is om uw situatie te verbeteren.
6.2 Persoonsgebonden budget (pgb) 6.2.1 Voorwaarden
Als u een pgb wilt, kunt u of iemand anders de taken die bij het pgb horen, uitvoeren. Wij kennen een pgb alleen toe als wij vinden dat u of uw budgetbeheerder in staat is uw belangen voldoende te behartigen. De budgetbeheerder moet de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier kunnen uitvoeren. De budgetbeheerder is verplicht om mee te werken aan de beoordeling van zijn pgb-vaardigheden als wij daar om vragen.
Wij kunnen, als wij dit nodig vinden, periodiek met u het pgb en het beheer ervan evalueren. Wij kunnen u verzoeken, in de situatie dat u het pgb niet zelf beheert, om de pgb-beheerder niet bij dit gesprek uit te nodigen. U kunt in voorkomende gevallen desgewenst een beroep doen op een onafhankelijk cliëntondersteuner.
6.2.2 Professionele en niet-professionele hulp
voor de Wmo: gelijk aan het minimumloon, vermeerderd met de vakantiebijslag en tegenwaarde van de verlofuren. Indien de budgethouder werkgeverslasten moet afdragen, wordt het pgb verhoogd met deze werkgeverslasten. Hierbij gaat het college uit van het lage tarief, tenzij niet aan de voorwaarden hiervoor wordt voldaan. Dan verhoogt het college het pgb met het hoge tarief. Beide tarieven worden (mede) gepubliceerd op de website van de SVB. Mocht het lagere tarief zijn gehanteerd, en later blijken dat het hogere tarief van toepassing is, dan verhogen we ook achteraf nog het budget.
Wij stellen het pgb voor hulpmiddelen als volgt vast: de hoogte van het pgb is gelijk aan de huurprijs die wij betalen voor een vergelijkbaar middel bij zorg in natura. De hoogte van het pgb is maximaal de huurprijs van 7 jaar. Tenzij de situatie verandert waardoor het hulpmiddel niet meer passend is. In deze prijs zitten ook de kosten voor onderhoud, verzekering en reparatie van het hulpmiddel.
Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ , Wgs
Wij kunnen besluiten om het geld niet te betalen, maar te verrekenen met een bedrag dat u nog moet terugbetalen aan de gemeente. Dat is een verrekening van een vordering. Wij kunnen dit alleen doen als dit volgens de wettelijke regels kan. En het moet gaan om een vordering op grond van een van de wetten waarover deze verordening gaat.
Hoofdstuk 7 Afspraken tussen inwoner en gemeente
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet, Awb , Wgs
7.2.2 Geen schuld en verlaging
We passen geen verlaging toe als u er niets aan kunt doen of als er sprake is van een dringende reden.
7.2.3 Ingangsdatum en periode verlaging
Wij kunnen uw uitkering ook met terugwerkende kracht verlagen over de periode waarop uw gedrag betrekking heeft gehad of heeft plaatsgevonden. Dit kan op het moment dat we lid 1 van dit artikel niet kunnen toepassen, omdat we de uitkering hebben beëindigd of ingetrokken. Dit kan zo lang wij de uitkering nog niet hebben uitbetaald.
7.2.5 Niet nakomen arbeidsverplichtingen
Wij verlagen uw uitkering als u zich op een onacceptabele manier gedraagt tegenover medewerkers van de gemeente en/of instanties die de Participatiewet, IOAW en IOAZ uitvoeren. Wij verlagen uw uitkering met:
7.4 Herzien, intrekken, beëindigen, wijzigen, terugvorderen voorziening en bestrijden misbruik 7.4.1 Herzien en intrekken voorziening
7.4.2 Terugvordering voorziening
Wij kunnen, los van de situaties die in artikel 58 van de Participatiewet staan, een voorziening of de waarde daarvan van u terugvorderen. Dit doen wij als er sprake is van één van de redenen die we in artikel 7.4.1 hebben opgesomd. Wij kunnen voorzieningen van u, of van een derde terugvorderen als we die voorzieningen hebben ingetrokken omdat u of die derde onjuiste of onvolledige gegevens aan ons hebben verstrekt.
7.5 Verrekening Wet inburgering
Wij zijn bevoegd een boete op grond van de Wet inburgering 2021 te verrekenen met bijstand op grond van de PW.
7.6.2 Schending inlichtingenplicht
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ
Wij voeren een actief preventiebeleid om te voorkomen dat u niet voldoet aan de inlichtingenplicht. Wij informeren u vroegtijdig over rechten en plichten die verbonden zijn aan het krijgen van een uitkering of voorziening. Ook geven wij u informatie over de gevolgen van misbruik en/of oneigenlijk gebruik.
Als wij vaststellen dat er sprake is van een schending van de inlichtingenplicht en/of misbruik en/of oneigenlijk gebruik, kunnen wij uw uitkering of (de waarde) van de voorziening terugvorderen. Wij kunnen u ook een bestuurlijke boete opleggen. Deze bestuurlijke boete geldt alleen voor de Participatiewet, IOAW en IOAZ.
Hoofdstuk 8 Inspraak en cliëntenparticipatie
Het beleid dat de gemeente maakt en uitvoert is bedoeld voor de inwoners. Met de ervaringen van de inwoners kan de gemeente haar beleid als het nodig is aanpassen en verbeteren. In de verordening participatie en inspraak is vastgelegd hoe inwoners hun invloed kunnen uitoefenen. Daarnaast zijn er nog andere instrumenten.
J eugdwet , Wmo, PW, IOAW, IOAZ , Wgs
De gemeente zet zich ervoor in dat er een Adviesraad Sociaal Domein is die betrokken wordt bij de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet, de Participatiewet (PW), de Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (IOAW) en de Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ). De Adviesraad vertegenwoordigt inwoners die de gemeente Terneuzen ondersteunt. Het doel van de Adviesraad is het college adviseren over de voorbereiding van het beleid van de gemeente bij de uitvoering van de genoemde wetten.
10.1 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule)
U kunt de gemeente vragen de hardheidsclausule toe te passen. U kunt dit doen als toepassing van deze verordening voor u gevolgen heeft die niet in verhouding staan tot de doelen die we met deze verordening nastreven. Wij kunnen in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van deze regels zou leiden tot onredelijkheid en onbillijkheid.
10.2 Intrekken oude verordeningen
Wij trekken de volgende verordening in op de datum dat deze verordening ingaat (inwerkingtreding):
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-564210.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.