Gemeenteblad van Hoorn
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hoorn | Gemeenteblad 2025, 564013 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hoorn | Gemeenteblad 2025, 564013 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening op de heffing en invordering van Rioolheffing 2026
Artikel 2 aard van de belasting
Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die bij de gemeente verbonden zijn aan:
Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht
Over de heffing als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. wordt, ingeval het eigendom een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, behalve als blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
het ter beschikking stellen van een eigendom voor volgtijdig gebruik wordt aangemerkt als gebruik door degene die het eigendom ter beschikking heeft gesteld; degene die het eigendom ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.
Artikel 4 Zelfstandige gedeelten
Als gedeelten van een in artikel 3 bedoeld eigendom blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, worden de heffingen geheven over elk als zodanig bestemd gedeelte, tenzij twee of meer van die gedeelten als een geheel worden gebruikt, dan worden deze als één eigendom aangemerkt.
Artikel 5 Maatstaf van heffing
De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.
Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Als de belastingplicht van heffing, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b in de loop van het belastingjaar begint, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het begin van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Als de belastingplicht van heffing, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Artikel 10 Termijnen van betaling
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die is vermeld in de dagtekening van het aanslagbiljet. De tweede termijn vervalt twee maanden later.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt het volgende: als het totaal te betalen bedrag op één aanslagbiljet, meer is dan € 25,00, maar minder dan € 10.000,00, en de verschuldigde bedragen door automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dan moet het bedrag in tien gelijke termijnen worden betaald. De eerste termijn vervalt één maand na de maand die is vermeld in de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen vervalt vervolgens telkens een maand later.
De in het tweede lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt ingetrokken als twee van de tien termijnen niet worden betaald, doordat automatische incasso niet mogelijk is van de betaalrekening van de belastingschuldige. In dat geval gelden de betaaltermijnen zoals bedoeld in het eerste lid.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-564013.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.