Participatieverordening Zwijndrecht 

De raad van de gemeente Zwijndrecht; 

 

Gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet, de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet en de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit;  

 

b e s l u i t vast te stellen de volgende verordening:

 

Participatieverordening gemeente Zwijndrecht

 

Hoofdstuk 1 - Inleidende bepalingen

Artikel 1. Definities

Deze verordening verstaat onder:  

  • a.

    beleid: gedragslijn, project, regelgeving, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren;  

  • b.

    bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat bevoegd is, afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak is dat de gemeenteraad, het college of de burgemeester;  

  • c.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwijndrecht;  

  • d.

    inspraak: de mogelijkheid die een bestuursorgaan inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening over beleid te geven als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet;  

  • e.

    inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet;  

  • f.

    inwonersparticipatie: op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid;  

  • g.

    maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, buurtcomités en andere organisaties die een collectief vormen en die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente;  

  • h.

    ondernemers: bedrijven en instellingen, waaronder sociale ondernemingen c.q. ondernemingen zonder winstoogmerk, die statutair binnen de gemeente zijn gevestigd of in hoofdzaak binnen de gemeente hun activiteiten verrichten; 

  • i.

    overheidsparticipatie: op initiatief van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen betrekken van de gemeente bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, daaronder ook het uitdaagrecht begrepen;  

  • j.

    participatie: de samenwerking tussen een bestuursorgaan, inwoners, ondernemers of maatschappelijke partijen, in welke vorm dan ook, daaronder ook inwonersparticipatie en overheidsparticipatie begrepen;  

  • k.

    uitdaagrecht: het recht van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet. 

 

Hoofdstuk 2 - Kaders en uitgangspunten

Artikel 2. Doelstelling

Het doel van deze verordening is:  

  • a.

    duidelijkheid te geven over het proces van participatie en inspraak; 

  • b.

    de voorwaarden waaronder toepassing van het uitdaagrecht mogelijk is;  

  • c.

    de samenwerking tussen een bestuursorgaan enerzijds en inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen anderzijds te versterken;  

  • d.

    de kwaliteit van lokale democratische processen te vergroten;  

  • e.

    de samenleving binnen de gemeente te versterken. 

 

Artikel 3. Reikwijdte

  • 1.

    Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen beleid, taken en bevoegdheden of participatie wordt toegepast.  

  • 2.

    Het bestuursorgaan past bij participatie bij het vaststellen of wijzigen van de omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet, het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet of een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet, zoveel mogelijk deze verordening toe. Daarbij neemt het bestuursorgaan de motiveringsplicht als bedoeld in de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit in acht.  

  • 3.

    Er vindt geen participatie plaats als: 

    • a.

       het om een lopend uitvoerings- of evaluatietraject of een ondergeschikte herziening van die trajecten of het beleid gaat;  

    • b.

      participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift uitgesloten is;  

    • c.

      de uitkomst van participatie vanwege de spoedeisendheid niet kan worden afgewacht;  

    • d.

      sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;  

    • e.

      het om interne (organisatorische) aangelegenheden van de gemeente gaat;  

    • f.

      het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet gaat.  

  • 4.

    Een bestuursorgaan kan ervoor kiezen om geen participatie te laten plaatsvinden als: 

    • a.

      de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder moet wegen; 

 

Artikel 4. Zorgplicht bestuursorgaan

Het bestuursorgaan zorgt ervoor dat:  

  • a.

    inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen tijdig worden betrokken en als opties nog open staan;  

  • b.

    inzichtelijk is hoe het proces van participatie eruitziet en welke vormen van participatie tijdens het proces mogelijk zijn;  

  • c.

    de voor het proces van participatie benodigde stukken openbaar zijn;  

  • d.

    tijdens het proces van participatie inzichtelijk is wat de stand van zaken is;  

  • e.

    het proces van participatie zorgvuldig verloopt;  

  • f.

    duidelijk is waar inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen terecht kunnen met vragen of klachten over het proces van participatie;  

  • g.

    na afloop kenbaar is hoe het proces van participatie is verlopen, wat de uitkomsten waren en hoe deze uitkomsten een plaats hebben gekregen in de besluitvorming. 

 

Artikel 5. Verslaglegging participatie

Artikel 5.A: Het college neemt elk jaar een paragraaf op in de jaarstukken waarin het college verslag doet van de uitvoering van deze verordening en de participatieprocessen van het afgelopen jaar en neemt elk jaar een paragraaf in de begroting op waarin het college speerpunten voor participatie voor het komende jaar benoemt.

Artikel 5 B. Steekproefsgewijs wordt minimaal 10% van de participatieprocessen geëvalueerd. De resultaten van deze evaluaties worden met de raad gedeeld bij de jaarstukken en de begroting.

 

Hoofdstuk 3 - Inwonersparticipatie

Artikel 6. Plan voor inwonersparticipatie

  • 1.

    Het bestuursorgaan stelt voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, aan de hand van het door de gemeenteraad vastgestelde participatievisie, een plan met het proces en de planning van de inwonersparticipatie op en maakt dit op een passende wijze openbaar. 

  • 2.

    Het plan bevat in elk geval: 

    • a.

      een omschrijving van het beleid dat voorbereid, uitgevoerd of geëvalueerd wordt;  

    • b.

      het doel van het proces van inwonersparticipatie;  

    • c.

      de vorm van inwonersparticipatie, waarbij het bestuursorgaan een keuze maakt uit:  

      • 1.

        informeren: inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen krijgen informatie;  

      • 2.

        inspraak: inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen kunnen hun mening geven;  

      • 3.

        adviseren: het bestuursorgaan gaat in gesprek met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen en betrekt hun adviezen bij het nemen van het besluit;  

      • 4.

        beslissen: het bestuursorgaan maakt samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen een plan en besluiten daar samen over;  

      • 5.

        een combinatie van deze vormen.  

    • d.

      informatie over de procedure en de planning van het proces waarbij in elk geval aandacht is voor de te betrekken doelgroepen en hoe die benaderd worden, de informatievoorziening aan die doelgroepen gedurende en na afloop van het proces en de ambtelijke en bestuurlijke besluitvorming over het beleid. 

  • 3.

    Als het college de besluitvorming over beleid voor de gemeenteraad voorbereidt, stelt het college het plan op en informeert de gemeenteraad over de inhoud.  

 

Artikel 7. Inspraak

Als een bestuursorgaan in het kader van de inwonersparticipatie voor inspraak kiest of inspraak wettelijk verplicht is, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een ander proces vaststelt.  

 

Artikel 8. Ondersteuning participatie

  • 1.

    Het college zorgt voor ondersteuning van degene die aan participatie wil deelnemen of een verzoek om participatie wil indienen of heeft ingediend.  

  • 2.

    Het college zorgt dat er op een laagdrempelige manier om deze ondersteuning kan worden gevraagd. 

 

Artikel 9. Eindverslag inwonersparticipatie

  • 1.

    Nadat inwonersparticipatie heeft plaatsgevonden stelt het bestuursorgaan een eindverslag op en maakt dit op een passende wijze openbaar. 

  • 2.

    Het eindverslag bevat in elk geval:  

    • a.

      een beschrijving van het proces dat is gevolgd;  

    • b.

      de uitkomsten van het proces;  

    • c.

      een reactie op die uitkomsten waarbij beargumenteerd is aangegeven hoe het beleid naar aanleiding daarvan is aangepast; en  

    • d.

      een evaluatie van het proces dat is gevolgd. 

  • 3.

    Als het college op grond van artikel 6, derde lid het plan heeft opgesteld, stelt het college ook het eindverslag op en informeert de gemeenteraad over de inhoud.  

 

Hoofdstuk 4 – Overheidsparticipatie

Artikel 10. Verzoek om overheidsparticipatie

  • 1.

    Inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen kunnen bij het college een verzoek om overheidsparticipatie indienen.  

  • 2.

    Het verzoek bevat: 

    • a.

       een omschrijving van de overheidsparticipatie die de indiener voor ogen heeft;  

    • b.

      de reden dat de indiener het verzoek indient; en  

    • c.

      het resultaat dat de indiener beoogt.  

  • 3.

    De indiener van het verzoek geeft daarnaast in elk geval aan:  

    • a.

      wat de relevante betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener is;  

    • b.

      welke kosten of middelen er volgens de indiener aan het verzoek verbonden zijn;  

    • c.

      bij een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht hoe de indiener de kwaliteit en de uitvoering van de taak wil waarborgen. 

  • 4.

    De indiener maakt voor het verzoek gebruik van het door het college vastgestelde formulier. 

  • 5.

    Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen. 

 

Artikel 11. Ondersteuning indiener verzoek overheidsparticipatie

  • 1.

    Het college zorgt voor ondersteuning van degene die een verzoek om overheidsparticipatie wil indienen of heeft ingediend 

  • 2.

    Het college zorgt dat er op een laagdrempelige manier om deze ondersteuning kan worden gevraagd.  

 

Artikel 12. Beoordeling verzoek overheidsparticipatie

  • 1.

    Het college zendt een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover. 

  • 2.

    Als de gemeenteraad op het verzoek moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor.  

  • 3.

    Onverminderd artikel 3, derde lid, wijst het bestuursorgaan een verzoek af als:

    • a.

      het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van overheidsparticipatie verzet;  

    • b.

      het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid;  

    • c.

      het verzoek niet voldoet aan de in artikel 10, derde lid gestelde eisen. 

  • 4.

    Het bestuursorgaan kan een verzoek om overheidsparticipatie afwijzen als:

    • a.

      het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de overheidsparticipatie niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn;  

    • b.

      de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt.  

  • 5.

    Het bestuursorgaan reageert binnen vier weken op het verzoek. Het bestuursorgaan kan deze termijn met vier weken verdagen.  

  • 6.

    Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek. Deze onderbouwing maakt onderdeel uit van de reactie en wordt binnen twee weken openbaar gemaakt. 

 

Artikel 13. Uitvoering overheidsparticipatie

Als het bestuursorgaan het verzoek om overheidsparticipatie toewijst, maakt het met de indiener afspraken over:  

  • a.

    het proces, het resultaat en de looptijd van de overheidsparticipatie;  

  • b.

    het budget en de financieringswijze van de overheidsparticipatie;  

  • c.

    het contact met en de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende het proces van de overheidsparticipatie;  

  • d.

    de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de overheidsparticipatie; en  

  • e.

    de evaluatie van de overheidsparticipatie. 

 

Hoofdstuk 5 - Slotbepalingen

Artikel 14. Nadere regels college

Het college kan over inwonersparticipatie en/of overheidsparticipatie nadere regels vaststellen.  

 

Artikel 15. Hardheidsclausule

Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening. Het bestuursorgaan onderbouwt waarom het afwijkt.  

 

Artikel 16. Intrekking oude verordening en overgangsrecht

  • 1.

    De Inspraakverordening wordt ingetrokken.  

  • 2.

    De Inspraakverordening blijft van toepassing op beleid waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening reeds een inspraakprocedure op grond van die verordening was gestart.  

 

Artikel 17. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.  

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening gemeente Zwijndrecht.  

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 28 oktober 2025.  

De voorzitter,  De griffier,

L.C.A. Anink, I.M. Odinot

Naar boven