Verordening op de heffing en invordering van Toeristenbelasting 2026

 

Zaaknummer: 2278626

 

  • gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders d.d.

 

betreft: Verordening op de heffing en invordering van Toeristenbelasting 2026

 

De Raad van de gemeente Hoorn besluit:

 

  • gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;

 

vast te stellen de

 

Verordening op de heffing en invordering van Toeristenbelasting 2026

 

Artikel 1 Definities

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    vakantieonderkomens: woningen, stacaravans en andere verblijven, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor recreatieve doeleinden;

  • b.

    mobiele kampeeronderkomens: tenten, tentwagens, kampeerauto's, caravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke zijn bestemd voor dan wel worden gebezigd als verblijf voor recreatieve doeleinden;

  • c.

    niet beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens, welke niet in hoofdzaak zijn bestemd als verblijf voor recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden;

  • d.

    vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat is bestemd voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan;

  • e.

    Bed & Breakfast: het gedeeltelijk gebruiken van een zelfstandige woonruimte voor verblijf in de zin van art. 2 van deze verordening bij de hoofdbewoner van die woonruimte, al dan niet met ontbijt;

  • f.

    dag: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren;

  • g.

    vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, dat ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een zelfde vaartuig gedurende een periode van ten minste een maand.

 

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf:

  • 1.

    met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, ook wel nachttoeristenbelasting genoemd;

  • 2.

    binnen de gemeente op vaartuigen waarvoor wegens de aanwezigheid in het watergebied van de gemeente in welke vorm dan ook een vergoeding wordt betaald door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, ook wel watertoeristenbelasting genoemd.

 

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2.

  • 2.

    De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijft houdt als bedoelt in artikel 2.

  • 3.

    Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

 

Artikel 4 Vrijstellingen

De nachttoeristenbelasting of watertoeristenbelasting wordt niet geheven voor het verblijf:

  • 1.

    door personen die:

  • a.

    verblijven in een instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders;

  • b.

    jonger zijn dan 13 jaar.

  • 2.

    op de volgende vaartuigen:

  • a.

    kano’s, roei en volgboten;

  • b.

    motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter;

  • c.

    die zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt.

 

Artikel 5 Maatstaf van heffing

  • 1.

    De nachttoeristenbelasting wordt geheven over:

  • a.

    het aantal personen waaraan nachtverblijf is geboden in een belastingjaar;

  • b.

    In afwijking van het in letter a. gestelde van dit artikel kan in geval van niet beroepsmatig verhuurde ruimten het aantal personen waaraan nachtverblijf wordt geboden op 50 personen per kalenderjaar worden gesteld.

  • 2.

    De watertoeristenbelasting wordt geheven:

  • a.

    over het aantal personen waaraan verblijf op een vaartuig is geboden in een dag;

  • b.

    voor vaartuigen met een vaste ligplaats naar het gemiddeld aantal personen dat in een belastingjaar verblijf houdt op het vaartuig. Het gemiddeld aantal personen dat in een kalenderjaar verblijf houdt, is gesteld op 16.

  • 3.

    Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een dag aangemerkt als een volle dag.

 

Artikel 6 Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing

  • 1.

    In afwijking van het bepaalde in artikel 5 lid 1, letter b en lid 2, letter b. wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijke aantal dagen dat verblijf is gehouden, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op de voet van artikel 5 berekende aantal.

  • 2.

    Het in het eerst lid bedoelde verzoek kan desgewenst per ligplaats worden gedaan.

 

Artikel 7 Belastingtarief

  • 1.

    Het tarief voor de nachttoeristenbelasting bedraagt:

  • a.

    Voor elke vorm van nachtverblijf, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens, per persoon per dag € 3,60.

  • b.

    Voor nachtverblijf met mobiele kampeeronderkomens per persoon per dag € 2,50.

  • 2.

    Het tarief voor de watertoeristenbelasting bedraagt per persoon per dag € 2,50.

  • 3.

    Een gedeelte van een dag wordt aangemerkt als een volle dag.

 

Artikel 8 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 9 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

 

Artikel 10 Termijn van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die is vermeld in de dagtekening van het aanslagbiljet. De tweede termijn vervalt twee maanden later.

  • 2.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is een voorlopige aanslag invorderbaar in zo veel gelijke termijnen als er na de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld nog maanden van het jaar overblijven. Dit moeten minimaal twee maanden zijn.

  • 3.

    Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, lid twee, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de genoemde aanslagen.

  • 4.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

 

Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De "Verordening op de heffing en invordering van Toeristenbelasting 2025" wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2026, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor de intrekkingsdatum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening Toeristenbelasting 2026".

 

Artikel 12 Bekendmaking

Deze verordening wordt bekendgemaakt door plaatsing in het Gemeenteblad en op de website van via www.officielebekendmakingen.nl

 

Hoorn, 9 december 2025

 

de griffier,                         de voorzitter,

 

Bekendmaking:

  • door opname in het Gemeenteblad

  • via www.officielebekendmakingen.nl

 

Naar boven