Participatieverordening Neder-Betuwe 2026

De gemeenteraad van de gemeente Neder-Betuwe;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11-12-2025;

 

gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet, de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet en de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit;

 

besluit vast te stellen de volgende verordening:

 

Hoofdstuk 1 - Inleidende bepalingen

Artikel 1. Definities

Deze verordening verstaat onder:

  • -

    beleid: gedragslijn, project, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren;

  • -

    bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat bevoegd is, afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak is dat de gemeenteraad, het college of de burgemeester;

  • -

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Neder-Betuwe;

  • -

    inspraak: de mogelijkheid die een bestuursorgaan inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening over beleid te geven als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet;

  • -

    inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet;

  • -

    inwonersparticipatie: op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid;

  • -

    maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, buurtcomités, ondernemingen zonder winstoogmerk en andere organisaties die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente;

  • -

    inwonersinitiatieven: op initiatief van inwoners en maatschappelijke partijen betrekken van de gemeente bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van initiatieven;

  • -

    overheidsparticipatie: verzamelterm voor participatie waarbij inwoners of maatschappelijke partijen de gemeente betrekken bij hun initiatieven. Uitdaagrecht en inwonersinitiatieven vallen hieronder;

  • -

    participatie: de samenwerking tussen een bestuursorgaan en inwoners of maatschappelijke partijen, in welke vorm dan ook. Daaronder vallen inwonersparticipatie en overheidsparticipatie (inwonersinitiatieven en uitdaagrecht);

  • -

    uitdaagrecht: het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet.

Hoofdstuk 2 - Kaders en uitgangspunten

Artikel 2. Doelstelling

Het doel van deze verordening is:

  • a.

    duidelijkheid te geven over het proces van participatie in Neder-Betuwe;

  • b.

    duidelijkheid te geven over de voorwaarden waaronder toepassing van het uitdaagrecht mogelijk is;

  • c.

    duidelijkheid te geven over inwonersinitiatieven;

  • d.

    de kwaliteit van democratische processen vergroten;

  • e.

    beter gedragen beleidsresultaten, met minder conflicten of vertragingen;

  • f.

    de samenleving binnen de gemeente te versterken;

  • g.

    de samenwerking tussen een bestuursorgaan en inwoners of maatschappelijke partners te verbeteren.

Artikel 3. Reikwijdte

  • 1.

    Elk bestuursorgaan besluit bij de start van een project plan- of beleidsvorming op welke manier inwonersparticipatie wordt toegepast. Uitgangspunt daarbij is het Participatiebeleid Neder-Betuwe 2025. Dat betekent dat participatie vanzelfsprekend is, maar we aan de hand van een afwegingskader kunnen beslissen om niet te participeren.

  • 2.

    Er vindt geen participatie plaats als:

    • a.

      het om een lopend uitvoerings- of evaluatietraject of een ondergeschikte herziening van die trajecten of het beleid gaat;

    • b.

      participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift uitgesloten is;

    • c.

      de uitkomst van participatie vanwege de spoedeisendheid niet kan worden afgewacht;

    • d.

      de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder moet wegen;

    • e.

      sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;

    • f.

      het om interne aangelegenheden van de gemeente gaat;

    • g.

      het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet gaat.

Artikel 4. Zorgplicht bestuursorgaan

Bij participatietrajecten zorgt het bestuursorgaan ervoor dat:

  • a.

    inwoners en maatschappelijke partijen tijdig worden betrokken en als alle opties nog open staan;

  • b.

    inzichtelijk is hoe het proces van participatie eruitziet en welke vormen van participatie tijdens het proces mogelijk zijn;

  • c.

    de voor het proces van participatie benodigde stukken openbaar zijn;

  • d.

    tijdens het proces van participatie inzichtelijk is wat de stand van zaken is;

  • e.

    het proces van participatie zorgvuldig verloopt;

  • f.

    duidelijk is waar inwoners en maatschappelijke partijen terecht kunnen met vragen of klachten over het proces van participatie;

  • g.

    na afloop kenbaar is hoe het proces van participatie is verlopen, wat de uitkomsten waren en hoe deze uitkomsten een plaats hebben gekregen in de besluitvorming.

Artikel 5. Participatie jaarverslag

  • 1.

    Het college neemt elk jaar een paragraaf in het jaarverslag op waarin het college verslag doet van de uitvoering van deze verordening.

  • 2.

    In de paragraaf in het jaarverslag gaat het college in op:

    • a.

      de wijze waarop participatieprocessen zijn georganiseerd;

    • b.

      de rolinvulling door de gemeenteraad en het college;

    • c.

      de belangrijkste ervaringen en de aanbevelingen die hieruit voortvloeien.

Artikel 6. Experimenteerprogramma

  • 1.

    Het college stelt een experimenteerprogramma vast om de ontwikkeling van participatie te bevorderen.

  • 2.

    In 2026 en 2027 starten we met de pilot voor de ondersteuning van inwonersinitiatieven. Dit is het experimenteerprogramma van gemeente Neder-Betuwe.

  • 3.

    De pilot omvat het ondersteunen van kleinschalige inwonersinitiatieven. De pilot wordt nader beschreven in artikel 11.

Hoofdstuk 3 - Inwonersparticipatie

Artikel 7. Plan voor inwonersparticipatie

  • 1.

    Het bestuursorgaan stelt voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van plannen, projecten of beleid, aan de hand van het door de gemeenteraad vastgestelde Participatiebeleid Neder-Betuwe 2025, een plan met het proces en de planning van de inwonersparticipatie op en maakt dit openbaar.

  • 2.

    Het plan bevat in elk geval:

    • a.

      een omschrijving van het plan, project of beleid dat voorbereid, uitgevoerd of geëvalueerd wordt;

    • b.

      het doel van het proces waarbij het bestuursorgaan een keuze maakt uit:

      • i.

        kwaliteit van plannen, projecten of beleid vergroten;

      • ii.

        beter gedragen beleidsresultaten, met minder vertragingen en conflicten;

      • iii.

        werken aan de relatie tussen inwoner en de gemeente; of

      • iv.

        een combinatie van deze oogmerken.

    • c.

      een beschrijving van de interne en externe betrokkenen;

    • d.

      de mate van invloed die betrokken krijgen bij de participatie;

    • e.

      de vorm van participatie, waarbij het bestuursorgaan een keuze maakt uit:

      • i.

        raadplegen: inwoners en maatschappelijke partijen kunnen hun mening geven;

      • ii.

        adviseren: het bestuursorgaan gaat in gesprek met inwoners en maatschappelijke partijen en betrekt hun adviezen bij het nemen van het besluit;

      • iii.

        coproduceren: het bestuursorgaan maakt samen met inwoners en maatschappelijke partijen een plan en besluit daarover;

      • iv.

        meebeslissen: het bestuursorgaan maakt samen met inwoners en maatschappelijke partijen een plan en zij besluiten daar samen over;

      • v.

        beslissen: het bestuursorgaan maakt samen met inwoners en maatschappelijke partijen een plan en de inwoners en maatschappelijke partijen besluiten daarover; of

      • vi.

        een combinatie van deze vormen.

    • f.

      Informatie over de procedure en de planning van het proces waarbij in elk geval aandacht is voor de te betrekken doelgroepen en hoe die benaderd worden, de informatievoorziening aan die doelgroepen gedurende en na afloop van het proces en de ambtelijke en bestuurlijke besluitvorming over het beleid.

    • g.

      Als het college de besluitvorming over beleid voor de gemeenteraad voorbereidt, stelt het college het plan op en informeert de gemeenteraad over de inhoud.

Artikel 8. Inspraak

Als een bestuursorgaan in het kader van de inwonersparticipatie voor inspraak kiest of inspraak wettelijk verplicht is, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een ander proces vaststelt. Enkel inspraak zien we in Neder-Betuwe niet als participatie. Om te spreken van een participatief proces dienen inwoners in het beginstadium van de plan- of beleidsvorming betrokken te worden.

Artikel 9. Ondersteuning participatie

  • 1.

    Het college zorgt voor ondersteuning van degene die aan participatie wil deelnemen of een verzoek om participatie wil indienen of heeft ingediend.

  • 2.

    Het college zorgt dat er in de buurt op een laagdrempelige manier om deze ondersteuning kan worden gevraagd.

Artikel 10. Eindverslag inwonersparticipatie

  • 1.

    Nadat inwonersparticipatie heeft plaatsgevonden stelt het bestuursorgaan een eindverslag op en maakt dit binnen vier weken openbaar.

  • 2.

    Het eindverslag bevat in elk geval:

    • a.

      een beschrijving van het proces dat is gevolgd;

    • b.

      de uitkomsten van het proces;

    • c.

      een reactie op die uitkomsten waarbij beargumenteerd is aangegeven hoe het beleid of plan naar aanleiding daarvan is aangepast; en

    • d.

      een evaluatie van het proces dat is gevolgd.

  • 3.

    Als het college op grond van artikel 7, tweede lid het plan heeft opgesteld, stelt het college ook het eindverslag op en informeert de gemeenteraad over de inhoud.

Hoofdstuk 4 – Inwonersinitiatieven (onderdeel van overheidsparticipatie)

Artikel 11. Verzoek om ondersteuning inwonersinitiatief

  • 1.

    Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij het college een verzoek om inwonersinitiatief indienen. In Neder-Betuwe gaat dit om kleinschalige inwonersinitiatieven waarvoor maximaal 5000 euro ondersteuning wordt gevraagd.

  • 2.

    Daaraan zijn de volgende voorwaarden verbonden:

    • a.

      Gemeente draagt tot maximaal 5000 euro per initiatief bij;

    • b.

      cofinanciering: maximaal 50% van de kosten draagt de gemeente, de rest brengen inwoners zelf in of met behulp van andere financieringsbronnen;

    • c.

      een initiatief is niet in strijd met eigen beleid;

    • d.

      een initiatief wordt ondersteund door meerdere inwoners;

    • e.

      inwoners zijn zelf verantwoordelijk voor de uitvoering en realisatie van een idee.

  • 3.

    Het verzoek bevat:

    • a.

      een omschrijving van het initiatief dat de indiener voor ogen heeft;

    • b.

      de reden dat de indiener het verzoek indient; en

    • c.

      het resultaat dat de indiener beoogt.

  • 4.

    De indiener van het verzoek geeft daarnaast in elk geval aan:

    • a.

      wat de relevante betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener is;

    • b.

      welke kosten of middelen er volgens de indiener aan het verzoek verbonden zijn.

  • 5.

    De indiener maakt voor het verzoek gebruik van het door het college vastgestelde formulier.

  • 6.

    Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen.

Artikel 12. Beoordeling verzoek initiatief

  • 1.

    Het college zendt een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover.

  • 2.

    Het bestuursorgaan wijst een verzoek af als:

    • a.

      het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van inwonersinitiatieven verzet;

    • b.

      het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid;

    • c.

      het verzoek niet voldoet aan de in artikel 11, derde lid gestelde eisen.

  • 3.

    Het bestuursorgaan reageert binnen twee weken op het verzoek. Het bestuursorgaan kan deze termijn met twee weken verdagen.

  • 4.

    Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing binnen vier weken openbaar.

Artikel 13. Uitvoering inwonersinitiatief

Als het bestuursorgaan het verzoek voor ondersteuning van een inwonersinitiatief toewijst, maakt het met de indiener afspraken over:

  • a.

    het proces, het resultaat en de looptijd van het inwonersinitiatief;

  • b.

    het budget en de financieringswijze van het inwonersinitiatief;

  • c.

    het contact met en de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende het proces van het inwonersinitiatief;

  • d.

    de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van het inwonersinitiatief; en

  • e.

    de evaluatie van het inwonersinitiatief.

Hoofdstuk 5 – Uitdaagrecht (onderdeel van overheidsparticipatie)

Artikel 14. Verzoek voor een uitdaging

  • 1.

    Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij het college een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht indienen.

  • 2.

    Het verzoek bevat een omschrijving van de taak die de indiener voor ogen heeft, de reden dat de indiener het verzoek indient en het resultaat dat de indiener beoogt.

  • 3.

    De indiener van het verzoek geeft daarnaast in elk geval aan:

    • a.

      wat de betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener met de taak is;

    • b.

      welke kosten of middelen er volgens de indiener aan de uitvoering van de taak verbonden zijn;

    • c.

      of er draagvlak is onder belanghebbenden;

    • d.

      hoe de indiener de kwaliteit en de uitvoering van de taak wil waarborgen.

  • 4.

    De indiener maakt voor het verzoek gebruik van het door het college vastgestelde formulier.

  • 5.

    Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen.

Artikel 15. Ondersteuning indiener verzoek toepassing uitdaagrecht

  • 1.

    Het college zorgt voor ondersteuning van degene die een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht wil indienen of een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht heeft ingediend.

  • 2.

    Het college zorgt dat er in de buurt op een laagdrempelige manier om deze ondersteuning kan worden gevraagd.

Artikel 16. Beoordeling verzoek toepassing uitdaagrecht

  • 1.

    Als de gemeenteraad op het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor.

  • 2.

    Het bestuursorgaan wijst een verzoek af als:

    • a.

      het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van het uitdaagrecht verzet;

    • b.

      het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid;

    • c.

      het bestuursorgaan van mening is dat de taak onvoldoende uitgevoerd kan worden door de uitdager;

    • d.

      het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de toepassing van het uitdaagrecht niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn;

    • e.

      als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt.

  • 3.

    Het bestuursorgaan reageert binnen twee weken op het verzoek. Het bestuursorgaan kan deze termijn met twee weken verdagen.

  • 4.

    Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing binnen vier weken openbaar.

Artikel 17. Uitvoering taak

Als het bestuursorgaan het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht toewijst, maakt het met de indiener afspraken over:

  • a.

    het proces, het resultaat en de looptijd van de uitvoering van de taak;

  • b.

    het budget en de financieringswijze van de uitvoering van de taak;

  • c.

    het contact met en de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende de uitvoering van de taak;

  • d.

    de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de uitvoering van de taak; en

  • e.

    de evaluatie van de uitvoering van de taak.

Hoofdstuk 6 - Slotbepalingen

Artikel 18 Nadere regels college

Het college kan over inwonersparticipatie, inwonersinitiatieven en het uitdaagrecht nadere regels vaststellen.

Artikel 19 Hardheidsclausule

Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening. Het bestuursorgaan onderbouwt waarom het afwijkt.

Artikel 20. Intrekking oude verordening en overgangsrecht

  • 1.

    De Participatie- en Inspraakverordening 2015 wordt ingetrokken per 1 januari 2026.

  • 2.

    De Participatie- en Inspraakverordening 2015 blijft van toepassing op beleid waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening reeds een participatieprocedure op grond van die verordening was gestart.

Artikel 21. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening Gemeente Neder-Betuwe 2026.

Aldus vastgesteld in de raadvergadering van 11 december 2025

de griffier,

Erwin van der Neut

de voorzitter,

Jan Kottelenberg

Naar boven