Gemeenteblad van Kampen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Kampen | Gemeenteblad 2025, 563667 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Kampen | Gemeenteblad 2025, 563667 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Deze publicatie bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De publicatie wordt standaard getoond met verschilmarkering. Door te kiezen voor ‘Was’ of ‘Wordt’ kunt u de voormalige of vernieuwde tekst op zichzelf bekijken.
Toon versie van document
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst.
Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
Dit wijzigingsbesluit betreft een aantal technische aanpassingen in de Omgevingsvisie gemeente Kampen.
Na de raadsvaststelling op 16 oktober 2025 zijn een aantal onvolkomenheden geconstateerd in de gebiedsaanwijzingen en de tekst. Met deze wijziging wordt dit hersteld.
Omdat er geen sprake is van inhoudelijke wijzigingen, is het doorlopen van de wettelijke procedure niet nodig.
Dit besluit bevat de 'Omgevingsvisie gemeente Kampen, 1e wijziging, technische aanpassingen'. Dit besluit betreft een technische aanpassing zonder inhoudelijke gevolgen.
De volgende wijzigingen worden aangebracht:
De gebiedsaanwijzingen op de kaart zijn verschoven geraakt, dit is hersteld.
Op enkele ondergeschikte delen zijn de gebiedsaanwijzingen aangepast om beter aan te sluiten op toekomstige omgevingsplanwijzigingen.
In paragraaf 4.4 zijn in de zin "Daarnaast geldt dat, in lijn met het provinciaal beleid, goed ingepaste kleinschalige initiatieven in het landschap mogelijk zijn." de woorden "in lijn met het provinciaal beleid" verwijderd. Hiermee is de zin nu in overeenstemming met het raadsbesluit aangepast.
De integrale, verder ongewijzigde tekst is opgenomen in bijlage A bij dit besluit.
A
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Kenschets van het deelgebied:
De gemeente Kampen beschikt over een divers buitengebied met een rijkdom aan cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Het buitengebied is op basis van het landschappelijk karakter in meerdere deelgebieden op te delen, ieder met een eigen ontstaansgeschiedenis, uiterlijke verschijning, dynamiek en (ruimtelijke) opgaven. We onderscheiden daarom, op basis van zowel het landschappelijk karakter als het water-en bodemsysteem, binnen de gemeente drie landschapstypen: de kleipolders, de veenpolders en het rivierenlandschap. Voor alle deelgebieden geldt dat de landbouw de voornaamste identiteitsdrager vormt, maar in ieder deelgebied vormt zij een eigen samenspel met zowel het water- en bodemsysteem als de andere vormen van landgebruik als natuur, recreatie en wonen. Dit betekent dat in de drie deelgebieden in soms andere opgaven en kansen voor toekomstige ontwikkelingen voorkomen, bijvoorbeeld als het gaat om de landbouwtransitie.
De kleipolders omvatten het Kampereiland, de Mandjeswaard en de Melmerpolder. De polders zijn gelegen in de monding van de IJssel en bestaan uit vruchtbare zand en kleiafzettingen, die tussen de IJssel, Ganzendiep en de Goot als zandplaten aan elkaar groeiden tot de eilanden zoals we die nu kennen. Door de ligging in de monding kende het gebied van Kampereiland en de Mandjeswaard vroeger een krekensysteem: deze zijn tegenwoordig grotendeels gedempt, met het Noorddiep als voorname uitzondering. Op de vruchtbare gronden in het gebied ontstond een landbouwgebied met vooral veel melkveebedrijven. Het waterbergingsgebied ligt buiten de primaire keringen en wordt met een regionale kering beschermd. Het is daarmee relatief overstromingsgevoelig (kans 1/100 jaar op overstroming en kans 1/500 jaar op inundatie). De bebouwing heeft zich van oudsher op hoge, droge terpen ontwikkeld vanwege de invloed van de Zuiderzee. Op één van die terpen is de buurtschap Kampereiland ontstaan, bestaande uit onder andere een ontmoetingscentrum, kerk en basisschool. De kleipolders zijn door de bijzondere ontwikkelingsgeschiedenis een landschappelijk en cultuurhistorisch waardevol gebied en van grote betekenis voor weidevogels. Voornaamste opgaven in de kleipolders zijn de omgang met waterveiligheid, het werken aan de landbouwtransitie, de uitbreidingen van woon- en werkgebieden en het blijvend beschermen van de weidevogels.
De veenpolders bestaan uit de Mastenbroekerpolder, Kamperveen en Polder Dronthen. Het zijn van oudsher laaggelegen, natte gebieden waar moerassen voorkwamen. Door het hoge grondwater en kwel kon zich een veenpakket ontwikkelen. In de Mastenbroekerpolder, één van de oudste droogmakerijen van Nederland, werd al in de 14e eeuw begonnen met ontginning ten behoeve van turfwinning en beweiding. Het kenmerkt zich door een (zeer oude) rationele verkaveling met smalle sloten en weteringen en een weide openheid. Kamperveen kent een vergelijkbaar karakter en ontstaansgeschiedenis, maar kent een smallere, minder kaarsrechte verkaveling met meer sloten. In de veenpolders van Kamperveen bevinden zich de buurtschappen Zuideinde en Hogeweg, met kerken en basisscholen. De oude veenpolders, in het bijzonder Mastenbroek, zijn landschappelijk en cultuurhistorisch zeer waardevol en vormen belangrijke weidevogelgebieden. De combinatie van de oorspronkelijk zeer natte condities in de gebieden en het kunstmatig laag houden van de waterstanden in het gebied zorgen voor veenoxidatie: het veen verdroogt en krimpt in, waarbij CO2 vrijkomt en bodemdaling optreedt, met (toekomstige) schade voor de landbouw, natuur, bebouwing en infrastructuur tot gevolg. Samen met de landbouwtransitie, de uitbreidingen van woon-en werkgebieden en het blijvend beschermen van de weidevogels vormt dit de voornaamste opgave voor het gebied.
Het rivierenlandschap omvat alle buitendijkse gebieden rond de IJssel, Reevediep, Ganzendiep en het binnendijkse gebied langs de IJssel rond Wilsum, Zalk en De Zande. Het is een kleinschalig maar dynamisch landschap, bestaande uit uiterwaarden, oeverwallen, stroomruggen, dijken, zijtakken van de rivier en kolken. Het buitendijkse gebied van het rivierlandschap maakt onderdeel uit van de Natura2000-gebieden Rijntakken, Ketelmeer en Vossemeer en Veluwerandmeren. Het Reevediep maakt onderdeel uit van Natuur Netwerk Nederland. In deze gebieden staan de (rivier)natuurwaarden centraal, maar er ligt ook een grote recreatieve aantrekkingskracht. Binnendijks speelt de landbouw de voornaamste rol, met een relatief kleinschalige, onregelmatige blokverkaveling met afwisselend landgebruik en een rijkdom aan cultuurhistorisch waardevolle landschapselementen. In het rivierenlandschap ligt daarnaast buurtschap De Zande, een aantrekkelijke woongemeenschap dat zich langs en vanaf de dijk heeft ontwikkeld. Voornaamste opgaven voor het rivierenlandschap is het beschermen van de natuurwaarden in combinatie met het accommoderen van recreatie, het blijven werken aan waterveiligheid, het werken aan de landbouwtransitie, de uitbreidingen van woon- en werkgebieden en het blijvend beschermen van de weidevogels.
Gebiedsspecifieke keuzes voor het buitengebied in het algemeen:
We kiezen voor een toekomstbestendig buitengebied waarin zowel water en bodem als het (agrarisch) cultuurhistorisch landschap leidend zijn in ruimtelijke keuzes.Dit betekent dat gezocht wordt naar een balans tussen de landbouw als economische en historische drager van het gebied en de draagkracht van het natuurlijke, lokale bodem- en watersysteem. Landbouw blijft de voornaamste economische- en identiteitsdrager van het buitengebied. Hierbij zoeken we nadrukkelijk de samenwerking met zowel de (agrarische) ondernemers in ons buitengebied als met andere overheden en partners en gaan graag gezamenlijk aan de slag met deze landbouwtransitie. De kaders hiervoor worden nog nader uitgewerkt in de Gebiedsgerichte aanpak landelijk gebied.
Samen, en in lijn met de aanpak van de provincie Overijssel, gaan we op zoek naar mogelijkheden voor passende duurzame (kringloop)landbouwvormen en (langetermijn) verdienmodellen, zoals natuurinclusieve en regeneratieve landbouw en agrarisch natuurbeheer en manieren om agrariërs te stimulerenhiervoor te (kunnen) kiezen. De kansen en mogelijkheden hiervoor verschillen op basis van het agrarisch en landschappelijk karakter en het bodem- en watersysteem en worden daarom in de drie deelgebieden nader uitgewerkt.
Aan de randen van de stad en onze dorpen kiezen we voor de ontwikkeling van stads-en dorpsrandzones, een zachte overgang van stad en dorp naar het buitengebied. Dit zijn groene overgangen op de grens van bebouwd gebied en het buitengebied die onder andere dienen als klimaatbuffers en uitloopgebieden. Hier worden groene zones beoogd waar agrarisch gebruik welkom is en waar men onder andere aantrekkelijke ommetjes kan maken vanuit de kernen, water wordt opgevangen en op kleine schaal duurzame energie kan worden opgewekt. Het karakter en de precieze invulling van deze stads-en dorpsrandzones kan per kern verschillen. Een voorbeeld van zo’n zone is het Tussenland bij IJsselmuiden en de Koekoekspolder, waar de mogelijkheden worden verkend voor een groen tussengebied met wateropvang, waar ook de bufferzone ten zuidoosten van de Koekoekspolder onder zou vallen.
We zetten ons in om de groenblauwe dooradering van het buitengebied te vergroten met als doel een aaneengesloten groenblauw netwerk te creëren ten behoeve van wateropvang, ecologie en klimaat.
We werken aan het verkleinen van de barrièrewerking voor migratie in ecologische verbindingen. Hierbij gaat het, naast het werken aan het aaneengesloten groen blauwe netwerk, bijvoorbeeld om het aanbrengen van faunavoorzieningen bij infrastructuur bijvoorbeeld de N50, waar dit noodzakelijk is.
We blijven werken aan het op niveau houden en vergroten van de waterveiligheid binnen de gemeente. Hierbij zetten we in op meerlaagsveiligheid bestaande uit drie lagen: preventie, een robuuste ruimtelijke inrichting en crisismanagement. Hiervan hebben de eerste twee lagen een ruimtelijke component:
Wat betreft preventie zorgen we ervoor dat, in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) en in samenwerking met onder andere het waterschap, de veiligheidsnormen van onze primaire waterkeringen op peil zijn en blijven. Op korte termijn betekent dit in ieder geval het versterken van de IJsseldijk tussen Zwolle en IJsselmuiden binnen HWBP-project Mastenbroek-IJssel. Tussen 2032 en 2041 zullen daarnaast ook verkenningen starten voor de versterkingen van de andere (primaire) waterkeringen binnen de gemeente.
Voor het werken aan een robuuste ruimtelijke inrichting stimuleren we initiatieven die bijdragen aan het versterken van ruimtelijke structuurdragers (zie ook gebiedsspecifieke keuzes voor het rivierenlandschap) en het (op kleine schaal) bouwen op hogere, drogere delen. Op Kampereiland zetten we in op waterbewust bouwen en boeren.
We zetten in op het beschermen van de cultuurhistorische waarden en het vergroten van de belevingswaarde van het Nationaal Landschap IJsseldelta dat in alle drie de landschapstypen is gelegen. Hierbij leggen we in het buitengebied nadruk op de zichtbaarheid en toegankelijkheid van cultuurhistorische elementen en structuren als de dorpslinten, ontginningsstructuren, waterwegen, historische dijken, terpen, enzovoort. Door deze elementen beter te verbinden met recreatieve routes en informatievoorziening, brengen we de rijke geschiedenis van Kampen tot leven voor bewoners en bezoekers. Zo zorgen we voor een harmonieuze balans tussen natuur, historie en gebruik.
In gemeente Kampen zetten we ons in om verrommeling in het buitengebied tegen te gaan door een actief beleid rondom Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) te voeren voor een veilig buitengebied. We verkennen mogelijkheden voor andere, passende activiteiten en woonfuncties in het buitengebied, eventueel door sloopmeters van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) (elders en/of op de huidige plek) in de gemeente in te zetten voor woningbouwinitiatieven rondom het stedelijk gebied en de dorpen. Leegstand, ondermijning en verval worden zo veel mogelijk voorkomen, terwijl de ruimtelijke kwaliteit behouden blijft. Dit draagt bij aan een aantrekkelijk, veilig en leefbaar buitengebied, passend bij de uitstraling van het buitengebied van de gemeente Kampen. De wensen voor de invulling van VAB-locaties worden in samenwerking met bewoners en gebruikers opgesteld en in goed evenwicht met de omgeving en het agrarisch gebruik.
Voor grootschalige duurzame energieopwekking geldt dat zonnevelden groter dan twee hectare op landbouwgrond en natuurgrond niet meer zijn toegestaan volgens provinciaal beleid, behalve, onder voorwaarden, op water en langs hoofdinfrastructuur. We stellen een aantal voorwaarden in de beleidsnotitie energie opwekken met Kamper Kwaliteit. Deze gaan in op bijvoorbeeld een percentage aan lokaal eigendom, het terugvloeien van opbrengsten naar de lokale omgeving en de omgeving heeft een actieve rol bij de ontwikkeling en exploitatie.
Voor kleinschalige duurzame energieopwekking benutten wij de (relatief grote) daken in het buitengebied maximaal voor zonne-energie. Daarnaast geldt dat, in lijn met het provinciaal beleid, goed ingepaste kleinschalige initiatieven in het landschap mogelijk zijn. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om windturbines met een lage ashoogte (‘erfmolens’) en zonnevelden op agrarische erven. Onze voorkeur gaat uit naar het combineren van functies. We willen voorkomen dat zonnepanelen op landbouw- en natuurgrond gelegd worden. Vooruitlopend op een verplichting vanuit het Rijk, stimuleren we bedrijven om zonnepanelen op hun daken te leggen.
We zetten in het buitengebied in op het behoud en verbeteren van het verblijfskarakter, de bereikbaarheid en vergroten van de verkeersveiligheid.
We blijven ons inzetten om een goede autobereikbaarheid in dit meer autoafhankelijke gebied te garanderen, maar werken juist ook aan de bereikbaarheid per (elektrische) fiets. We versterken het fietsnetwerk voor zowel inwoner als recreant en hebben hierbij oog voor de veiligheid, bijvoorbeeld in relatie tot het landbouwverkeer.
We onderzoeken de mogelijkheden voor het verbeteren van veilige, efficiënte routes voor landbouwverkeer in de deelgebieden zelf, maar ook de verbindingen tussen de deelgebieden en richting omliggende gemeentes.
We nemen waar nodig en mogelijk maatregelen om in het buitengebied (van met name Kamperveen en Mastenbroek) doorgaand (sluip)verkeer over de lokale ontsluitingswegen te voorkomen.
In het buitengebied moet hemelwater op een alternatieve manier worden verwerkt. Bij een vervangingsopgave voor de systemen of bij nieuwe lozingen bekijken we nadrukkelijk decentrale systemen waarbij het goed functioneren op de lange(re) termijn een belangrijk criterium is.
Gebiedsspecifieke keuzes voor de kleipolders (incl. buurtschap Kampereiland)
We kiezen voor kleipolders, buiten de Melmerpolder, waarvan de karakteristiek wordt bepaald door een balans van landbouw, natuur en waterveiligheid, met als voornaamste reden de buitendijkse ligging van het Kampereiland en de Mandjeswaard en het overstromingsrisico dat dit met zich meebrengt. Hierbij besteden we aandacht aan het versterken van de weerbaarheid van de inwoners en ondernemers van het gebied bij overstromingssituaties.
We gaan zorgvuldig om met de ruimte en maken hierbij strategische keuzes als het gaat om het plaatsen van de juiste drager (functie) op de juiste plek.
Gezien het relatief hoge overstromingsrisico (kans 1/100 op overstroming en kans 1/500 op inundatie) op Kampereiland en in de Mandjeswaard en in lijn met de Beleidslijn Grote Rivieren, kiezen we voor waterbewust bouwen en boeren.
Nieuwe bebouwing op het Kampereiland kan alleen door waterbewust bouwen. Kaders hiervoor worden nader uitgewerkt in de Gebiedsgerichte aanpak landelijk gebied.
Bestaande bebouwing buiten de terpen mag gehandhaafd blijven.
Waar nodig worden maatregelen op gebouw- en erfniveau genomen die schade voorkomen bij een eventuele overstroming.
We willen kansen voor kreekherstel op het Kampereiland benutten.
Nadere uitwerking is nodig om te bezien of gronden in de nabijheid kunnen worden benut om de bestaande erven waterveilig te maken en waar mogelijk en wenselijk uit te breiden of om één of meerdere wegen in het gebied op hoogte te leggen om blijvend te kunnen gebruiken bij een eventuele overstroming. In de toekomst zal ook moeten worden bekeken of het (verder) op hoogte leggen van de N765 en N50 in het gebied noodzakelijk is.
Daarnaast speelt het kreekherstel een belangrijke rol in het vergroten van de biodiversiteit en het vasthouden van water in het gebied. Door gronden van voormalige kreken te benutten voor deze opgave ontstaan nieuwe groenblauwe structuren die passen in het cultuurhistorische karakter van het landschap. En daaropvolgend biedt het kansen voor recreatie en toerisme.
Gezien de hogere archeologische verwachtingswaarden in het gebied hebben we bij kreekherstel aandacht voor een zorgvuldige omgang met de archeologische waarden.
We zorgen voor zorgvuldige bescherming van de cultuurhistorische kleipolders. We zetten daarom in op het beschermen van historische landschapselementen en structuren, zoals de onregelmatige verkaveling, kronkelende polderdijkjes, weteringen, oude riviergeulen, erfbeplanting en terpen. Dit betekent dat ruimtelijke ontwikkelingen alleen worden toegelaten wanneer deze aantoonbaar geen afbreuk doen aan de landschappelijke kwaliteit, in het bijzonder aan de genoemde landschapselementen.
We bieden agrariërs de (planologische) ruimte om te werken aan de landbouwtransitie en een toekomstbestendig buitengebied. Passend binnen de landschappelijke kaders betekent dit in het geval van de kleipolders de inzet op het behoud van de onregelmatige blokverkaveling van graslanden met terpen als verspreide hoogten in het gebied. Gezien de gunstige condities voor de landbouw in het gebied door de vruchtbare slibafzettingen is schaalvergroting,passend binnen de wet- en regelgeving mogelijk. Nieuwvestiging is in beginsel niet mogelijk omdat de voorkeur voor grondovername ligt bij de huidige agrarische ondernemers in het gebied, bijvoorbeeld om extensivering mogelijk te maken.
Ook voor natuurontwikkeling geldt dat deze passend moet zijn binnen het landschappelijk karakter. Bij voorkeur wordt natuurontwikkeling/groenblauwe dooradering ingepast in de vorm van landschapselementen die goed passen in de kleipolders, zoals ecologische inrichting van de polderdijkjes, natuurvriendelijke oevers langs watergangen of kruidenrijke graslanden.
We kiezen voor het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid in buurtschap Kampereiland.
Ook voor het buurtschap Kampereiland, dat op een terp is gelegen, geldt dat nieuwe bebouwing alleen waterbewust gerealiseerd kan worden. Voor woningbouw op de terp passen we maatwerk toe en hebben bij het toetsen van nieuwe initiatieven aandacht voor de maat, schaal en karakter van het dorp. Ook hebben we hierbij, gezien de hogere archeologische verwachtingswaarden in het gebied, aandacht voor een zorgvuldige omgang met de archeologische waarden.
We behouden het warme dorpshart van Kampereiland rond de basisschool en het ontmoetingscentrum.

Gebiedsspecifieke keuzes voor de veenpolders (incl. buurtschappen Hogeweg en Zuideinde):
We kiezen voor veenpolders waarvan de karakteristiek wordt bepaald door een balans van landbouw, water en bodem. De voornaamste reden hiervoor is de bodemdaling door veenoxidatie die in het gebied plaatsvindt. We gaan zorgvuldig om met de ruimte en maken strategische keuzes als het gaat om het plaatsen van de juiste drager (functie) op de juiste plek.
In veenpolders nemen we, in samenwerking met onze partners en de ondernemers in het gebied, maatregelen om de bodemdaling door veenoxidatie zo veel mogelijk te remmen. Door ontwatering en wegzijging daalt de bodem in zowel de Mastenbroekerpolder als in Kamperveen met aanzienlijke CO2-uitstoot en mogelijk schade aan infrastructuur, bebouwing en landbouwpercelen tot gevolg. Met name in de Mastenbroekerpolder, op de grens met de Koekoekspolder, is de problematiek aanzienlijk en leiden de omstandigheden nu al tot suboptimale landbouwrendementen.
In de Mastenbroekerpolder en delen van Kamperveen wordt richting 2050 ingezet op het tegengaan van bodemdaling en veenoxidatie, door het verhogen van het waterpeil en worden waar nodig maatregelen getroffen.
Gezamenlijk met (overheid)partners in het gebied wordt in een (lopend) gebiedsproces bepaald welke maatregelen worden getroffen of dat er alternatieven mogelijk zijn voor het tegengaan van bodemdaling en veenoxidatie. Om het behoud van de sector op de korte termijn te garanderen, komt uit onderzoek het vernatten van de bufferzone tussen de Mastenbroekerpolder en de Koekoekspolder in beeld als oplossing. Ook andere maatregelen blijken mogelijk, zoals drukdrainage, een vernauwd slotenpatroon, een variabel peilbeheer, het (deels) onder water zetten van het gebied of het gebied (deels) afdekken met een kleilaag. We reserveren ruimte in de omgevingsvisie voor de bufferzone zolang er nog geen keuzes en besluiten hierover zijn genomen. Een bufferzone biedt kansen voor meervoudig ruimtegebruik: bijvoorbeeld door het gebied ook in te zetten voor nieuwe natuur en recreatieve routes.
Omdat een deel van deze bufferzone in de gemeente Zwartewaterland zou liggen, wordt hiervoor nadrukkelijk de samenwerking gezocht met onze partners. Het water uit de bufferzone kan tevens in tijden van droogte worden gebruikt om verdroging in Polder Mastenbroek tegen te gaan.
Wanneer besloten wordt tot een bufferzone zal worden ingezet op het nemen van maatregelen in de Koekoekspolder zelf om kwel ten gevolge van deze zone op te vangen, bijvoorbeeld door aanleg van een drainerende greppel (‘kwelsloot’) of een drainagebuis.
Initiatieven van agrarische ondernemers die bijdragen aan het vasthouden van water in het gebied en daarmee de veenoxidatie tegengaan, worden gestimuleerd. Kaders voor maatregelen worden nader uitgewerkt in de Gebiedsgerichte aanpak landelijk gebied.
We zorgen voor zorgvuldige bescherming van het cultuurhistorische veenlandschap. We zetten daarom in op het beschermen van historische landschapselementen en structuren. In de Mastenbroekerpolder gaat het bijvoorbeeld om de kaarsrechte, rationele verkaveling, de weteringen en rechte wegen, de openheid en verspreide boerderijen inclusief erfbeplanting op terpen. Ook Kamperveen wordt gekenmerkt door de openheid, maar kent een smallere, meer rechthoekige verkaveling met meer sloten en heeft een minder kaarsrechte structuur. Ruimtelijke ontwikkelingen in Mastenbroek en Kamperveen worden alleen toegelaten wanneer deze aantoonbaar geen afbreuk doen aan of bijdragen aan de landschappelijke kwaliteit.
We bieden agrariërs de ruimte om te werken aan de landbouwtransitie en een toekomstbestendig buitengebied, maar wel passend binnen de landschappelijke kaders. Om de grote opgaven met betrekking tot water en bodem een plek te bieden, gaan we verkennen hoe we in de toekomst in dit gebied omgaan met schaalvergroting en nieuwvestiging. Hierin nemen we mee de ruimte die ontstaat wanneer agrariërs in het gebied ermee stoppen. We zien kansen om uit te werken in een gebiedsgerichte aanpak voor grondovername door de huidige agrarische ondernemers in het gebied, bijvoorbeeld om extensivering mogelijk te maken of om in te zetten voor de water-en natuuropgaven in het gebied.
Samen met de agrariërs in de veenpolders en onze partners doen we onderzoek naar alternatieve gewassen of veesoorten die beter passen bij het natte karakter van het gebied.
Ook voor natuurontwikkeling geldt dat deze passend moet zijn binnen het landschappelijk karakter. Bij voorkeur wordt natuurontwikkeling/groenblauwe dooradering ontwikkeld die geen afbreuk doet aan het open karakter van het landschap, zoals natuurvriendelijke oevers langs watergangen of kruidenrijke of natte graslanden. Hiervoor liggen in het bijzonder kansen langs KRW-watergangen zoals de Kamperwetering (Trekvaart) en Binnen Wetering.
In Kamperveen ligt een zoekgebied voor de opwekking van windenergie op basis van de programmeringsafspraken uit het Provinciaal Programma Energiestrategie Onderzoek levert de mogelijkheden voor de inpassing van deze windturbines, waarbij het de voorkeur heeft dit te koppelen aan het poldergrid zodat het goed aansluit op de landschappelijke structuur.
We kiezen voor een zo goed mogelijke bescherming van de weidevogels in de veenpolders bij eventuele negatieve effecten van ruimtelijke ontwikkelingen, bijvoorbeeld bij opwekking van windenergie, op de weidevogelpopulatie of compenseren deze.
We kiezen voor het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid in de buurtschappen Hogeweg en Zuideinde.
We behouden de warme dorpsharten van Hogeweg en Zuideinde. In beide buurtschappen koesteren we de basisscholen als dorpsharten en zetten we in op het toevoegen van een aantrekkelijk ontmoetingspunt in de openbare ruimte, gekoppeld aan deze voorzieningen.
We beschermen de doorzichten in de linten van beide buurtschappen om de beleving van het omliggende landschap te behouden.
Voor woningbouw passen we maatwerk toe en hebben bij het toetsen van nieuwe initiatieven aandacht voor de maat en schaal van de buurtschap en het behoud van de karakteristieke lintstructuur. Daarnaast zien we erop toe dat geschikte locaties worden gekozen in samenhang met het bodem- en watersysteem.

Gebiedsspecifieke keuzes voor het rivierenlandschap (incl. buurtschap De Zande):
We kiezen voor een rivierenlandschap waarvan de karakteristiek wordt bepaald door een afwisseling en symbiose van landbouw, natuur en recreatie. Gezamenlijk vormen zij de dragers van het gebied. We gaan zorgvuldig om met de ruimte en maken hierbij strategische keuzes als het gaat om het plaatsen van de juiste drager (functie) op de juiste plek.
We zorgen voor zorgvuldige bescherming van het cultuurhistorische rivierenlandschap. We zetten daarom in op het beschermen van historische landschapselementen en structuren, zoals de kronkelwaard en het Zalkerbos bij Zalk, de dekzandruggen, kolken, (dwars)dijkjes, erfbeplanting en de IJsselhoeven. Dit betekent dat ruimtelijke ontwikkelingen alleen worden toegelaten wanneer deze aantoonbaar geen afbreuk doen aan de landschappelijke kwaliteit, in het bijzonder aan de genoemde landschapselementen.
We bieden agrariërs de ruimte om te werken aan de landbouwtransitie en een toekomstbestendig buitengebied, maar wel passend binnen de landschappelijke kaders. In het geval van het rivierenlandschap betekent dit bijvoorbeeld inzet op het behoud van de onregelmatige, kleinschalige blokverkaveling met een afwisseling van graslanden, hoogstamfruitboomgaarden en hier en daar akkerbouwpercelen. Om de grote opgaven met betrekking tot water en bodem een plek te bieden, gaan we verkennen hoe we in de toekomst in dit gebied omgaan met schaalvergroting en nieuwvestiging. Hierin nemen we mee de ruimte die ontstaat wanneer agrariërs in het gebied ermee stoppen. We zien kansen om uit te werken in een gebiedsgerichte aanpak voor grondovername door de huidige agrarische ondernemers in het gebied, bijvoorbeeld om extensivering mogelijk te maken of om in te zetten voor de water-en natuuropgaven in het gebied.
Nabij IJsselmuiden wordt ingezet op de versterking van de hoger gelegen zandruggen van de rivierduinen als ruimtelijk dragende structuur van IJsselmuiden en omgeving, bijvoorbeeld door middel van aanleg en/of herstel van beplanting, boomgaarden, bosjes en (kleinschalig) bouwen in de vorm van (nieuwe) erven en landgoederen. Zo ontstaat een duidelijker contrast tussen de zandrug en de open (rivier)kom ten westen van de zandrug, dat zich onder andere karakteriseert door weteringen, vochtige weides en hooilanden, en polder Mastenbroek (veenpolders) ten oosten van de zandrug.
Ook voor natuurontwikkeling geldt dat deze passend moet zijn binnen het landschappelijk karakter. Bij voorkeur wordt natuurontwikkeling/groenblauwe dooradering ingepast in de vorm van landschapselementen die goed passen in het rivierenlandschap, zoals houtwallen, singels, poelen en knotwilgen.
We kiezen voor een zo goed mogelijke bescherming van de weidevogels in het rivierenlandschap bij eventuele negatieve effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op de weidevogelpopulatie of compenseren deze.
Langs de IJssel zetten we in op het ontwikkelen van een recreatief parelsnoer om de potentie van het gebied voor recreatie beter te benutten. Dit betekent het ontwikkelen van meer recreatieve ‘parels’ langs de IJssel inclusief zijtakken en nabijgelegen kolken, zoals pontjes of kleinschalige strandjes, en deze onderling beter te verbinden met fiets- en wandelroutes over de dijken en door de uiterwaarden (het ‘snoer’). Het ruimte bieden aan herbestemming van agrarisch gebruik naar recreatieve functies in het kader van het VAB-beleid behoort hierbij tot de mogelijkheden. Het bewaren van een goede balans tussen rust en reuring bij de ontwikkeling van een recreatief parelsnoer is een belangrijk uitgangspunt: we willen eventuele overlast voorkomen, zowel voor inwoners als voor de natuur.
We kiezen voor zorgvuldige bescherming van Natura2000-gebieden Rijntakken, Ketelmeer en Vossemeer en Veluwerandmeren. Hiervoor werken we samen met onze partners en houden we de monitoring van de natuurgebieden nauwgezet in de gaten.
Voor alle Natura2000-gebieden geldt dat we in de nabije omgeving inzetten op het terugbrengen van de (stikstof)uitstoot wanneer blijkt dat dit vanwege de negatieve impact op de natuur nodig is.
Voor alle Natura2000-gebieden geldt dat we ons inzetten om de grondwateronttrekkingen in de nabije omgeving zoveel mogelijk terug te dringen om verdroging van de natuur te voorkomen.
Voor Natura2000-gebied Rijntakken, dat in de gemeente Kampen samenvalt met de uiterwaarden langs de IJssel, geldt dat gezocht dient te worden naar een zorgvuldige balans tussen de natuurwaarden en het (door)ontwikkelen van het eerdergenoemde recreatieve parelsnoer (balans rust en reuring).
Langs het Ganzendiep en in het gebied tussen het Vossemeer/Keteldiep benutten we kansen voor (verdere) natuurontwikkeling als natuurcompensatie voor de bouw van woningen en werklocaties elders in de gemeente. We zoeken hierbij naar mogelijkheden om de natuurcompensatie, bijvoorbeeld voor weidevogels, zo effectief mogelijk in te zetten als compensatie voor de verstedelijking. We compenseren altijd het liefst zo lokaal mogelijk, maar zijn ons er ook van bewust dat de natuurwaarden die verloren gaan ten gevolge van verstedelijking niet vanzelfsprekend op een andere (nabijgelegen) locatie gecompenseerd worden.
We zetten, in samenwerking met de beheerders van de dijken, zoveel mogelijk in op het creëren van ecologische verbindingen langs de dijken. Dit doen we door middel van kruidenrijke taluds met aangepast maaibeheer. Zo ontstaan kilometers lange natuurverbindingen voor fauna.
We kiezen voor een zorgvuldige omgang met de ruimte nabij waterkeringen. Dit doen we om er zeker van te zijn dat er voldoende ruimte wordt gereserveerd voor extra ruimte voor de rivier in de vorm van bijvoorbeeld toekomstige dijkversterkingen. Hiervoor hebben we bijzondere aandacht nabij zogeheten ‘bottlenecks’ langs de IJssel en het Reevediep, waar we zones parallel aan de waterkering vrijwaren van (nieuwe) bebouwing.
We zetten in het rivierenlandschap in op het vergroten van de sponswerking van de bodem om verdroging tegen te gaan. In het rivierenlandschap omvat dit met name het vergroten van de infiltratie in de dekzandruggen en het verminderen van de afvoer via de sloten langs de IJssel om verdroging tijdens lage IJsselstanden zoveel mogelijk te voorkomen. Met name het gebied rondom Zalk is hiervoor gevoelig, omdat hier geen wateraanvoer mogelijk is. Om de wateropvang te vergroten wordt onderzocht of het grondwaterpeil verhoogd kan worden in de dekzandruggen en drainage kan worden verwijderd om de afvoer via de sloten richting de weteringen en laagtes te vertragen.
Daarnaast zetten we in het gebied in op het uitbreiden van het groenblauwe netwerk om het water langer vast te houden, maar tegelijkertijd ook het ecologische netwerk in het rivierenlandschap en zo de biodiversiteit te verbeteren.
Omdat de behoefte aan drinkwater in Overijssel de komende jaren zal blijven groeien, onderzoeken drinkwaterbedrijf Vitens en de provincie Overijssel de mogelijkheden voor drinkwaterwinning in de Koppelerwaard. In dit gebied rond Wilsum, Zalk en De Zande ligt een reservering voor een eventuele toekomstige drinkwaterwinning. In het geval deze tot ontwikkeling wordt gebracht, wordt dit in een gebiedsproces samen met de gemeente, de agrariërs, ondernemers, inwoners van het gebied en onze partners uitgewerkt.
We kiezen voor het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid in buurtschap De Zande.
We behouden het warme dorpshart van De Zande rond de speeltuin en het trapveldje en ontwikkelen dit verder tot ontmoetingspunt van de buurtschap.
We beschermen de doorzichten vanaf de Zalkerdijk over de uiterwaarden en De Hank en voorkomen dat een (te veel aan) bebouwing dit belemmert.
Voor woningbouw passen we maatwerk toe en hebben bij het toetsen van nieuwe initiatieven aandacht voor de maat en schaal van het dorp. Daarnaast zien we erop toe dat, gezien de ligging van De Zande zowel aan de dijk als onderaan de dijk, geschikte locaties worden gekozen in relatie tot het bodem- en watersysteem.

B
Bijlage 2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
/join/id/regdata/gm0166/2025/gebiedsaanwijzing_8a09777485904212b8401b53db992269/nld@2025‑10‑23;1
/join/id/regdata/gm0166/2025/gebiedsaanwijzing_8a09777485904212b8401b53db992269/nld@2025‑12‑22;2
/join/id/regdata/gm0166/2025/bijlage_6_gebiedsvisie_reevedelta/nld@2025‑10‑28;1
/join/id/regdata/gm0166/2025/gebiedsaanwijzing_66cf8684ac8d4f40abda433cdefa3adc/nld@2025‑10‑23;1
/join/id/regdata/gm0166/2025/gebiedsaanwijzing_8ef2cd1a5db44f5881ad129a00cad5f4/nld@2025‑10‑23;1
/join/id/regdata/gm0166/2025/gebiedsaanwijzing_8ef2cd1a5db44f5881ad129a00cad5f4/nld@2025‑12‑22;2
/join/id/regdata/gm0166/2025/bijlage_7_nota_van_participatie/nld@2025‑10‑28;1
/join/id/regdata/gm0166/2025/gebiedsaanwijzing_167a8bd481274b51a028147ebdb12ded/nld@2025‑10‑23;1
/join/id/regdata/gm0166/2025/gebiedsaanwijzing_167a8bd481274b51a028147ebdb12ded/nld@2025‑12‑22;2
/join/id/regdata/gm0166/2025/bijlage_4_toekomstbeelden_kampen/nld@2025‑10‑28;1
/join/id/regdata/gm0166/2025/bijlage_3_verhaal_van_kampen/nld@2025‑10‑28;1
/join/id/regdata/gm0166/2025/bijlage_8_visiekaart/nld@2025‑10‑28;1
/join/id/regdata/gm0166/2025/gebiedsaanwijzing_13cda4a27d3447ec858084d754a07ea7/nld@2025‑10‑23;1
/join/id/regdata/gm0166/2025/gebiedsaanwijzing_13cda4a27d3447ec858084d754a07ea7/nld@2025‑12‑22;2
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-563667.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.