Treasurystatuut 2026

De gemeenteraad van de gemeente Schouwen-Duiveland,

 

gelet op de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Schouwen-Duiveland 2024 (ex artikel 212 van de Gemeentewet), de Wet financiering decentrale Overheden (Fido), de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (RUDO), en de Regeling schatkistbankieren,

 

 

besluit vast te stellen het navolgende:

 

Treasurystatuut 2026

 

I. Inleiding

 

Bij het opstellen van het Treasurystatuut 2026 zijn de wettelijke kaders en regelgeving in acht genomen. De basis van het opstellen van het treasurystatuut vloeit voort uit de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Schouwen-Duiveland 2024 (artikel 212 Gemeentewet). Ten behoeve van de financieringsfunctie biedt het College van burgemeester en wethouders eens in de vier jaar een Treasurystatuut aan de Gemeenteraad aan. Het treasurybeleid van de gemeente is vastgelegd in dit statuut. Het Treasurystatuut geeft de doelstellingen en de taken aan van de financieringsfunctie en gaat in op het beheersen van de financiële risico’s. In de bijlage is een artikelsgewijze toelichting gegeven.

 

II. Begrippenkader

Artikel 1  

 

- BNG

Bank Nederlandse Gemeenten.

 

- Daggeld

Dit is een deposito voor één dag tegen de op de betreffende dag geldende rente (ook wel Call-geld genoemd.

 

- Deposito

Is een niet-verhandelbare belegging bij een bank, waarbij een bedrag voor een vaste periode tegen een vast rentepercentage wordt weggezet.

 

- Duurzaam bankieren

Bij duurzaam bankieren wordt expliciet aandacht besteed aan de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk werkveld en de toegang tot financiële markten.

 

- Derivaten

Dit zijn financiële instrumenten in de vorm van contracten waarin de voorwaarden zijn vastgelegd waartegen een transactie op een bepaald moment zal of kan plaatsvinden en waarvan de waarde afhankelijk is van één of meer onderliggende activa, referentieprijzen of indices. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren.

 

- Financiering

Wil zeggen het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar of langer. Deze middelen bestaan uit vreemd vermogen en zijn gericht op lange financiering. Korte financiering daarentegen is het aantrekken van middelen voor een periode korter dan een jaar.

 

- Garantstellingen

Bij garantstellingen staat de gemeente als achtervanger garant voor de aanvrager jegens de geldverstrekker. Als de aanvrager waarvoor de gemeente garant staat niet meer kan voldoen aan zijn financiële verplichtingen, dan dient de gemeente als garantsteller de verplichtingen (i.c. betaling van de contractuele rente- en aflossingsverplichtingen) aan de geldverstrekker te voldoen.

- Geldstromenbeheer

Tot het geldstromenbeheer behoren al die activiteiten die nodig zijn om liquide middelen te transfereren zowel binnen de organisatie als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer).

 

- Liquiditeitsrisico

Dit is het risico van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële uitkomsten kunnen afwijken van de verwachtingen.

 

- Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet heeft als doel een grens te stellen aan korte financiering. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet geeft aan dat het tekort aan vlottende middelen niet meer mag zijn dan een wettelijk vastgesteld percentage van het totaal van de lasten van de begroting per 1 januari van het begrotingsjaar.

Bij overschrijding van de kasgeldlimiet dient de gemeente maatregelen te nemen. In de meeste gevallen komt dit neer op het aangaan van een langlopende geldlening. Zie voor het vigerende percentage de Wet Fido. Door gebruik te maken van de liquiditeitenplanning wordt de kasgeldlimiet gemonitord.

 

- Klantbeheerder

Dit is de geautoriseerde medewerker van de gemeente voor klantbeheer banken.

 

- Koersrisico

Tot dit risico wordt de waardevermindering van de financiële activa gerekend als gevolg van negatieve koersontwikkelingen.

 

- Kredietinstelling

De organisatie die tot primair doel het verlenen van kredieten heeft.

 

- Kredietrisico

Het risico op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet, niet volledig of niet tijdig na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie (faillissement, surseance van betaling of schuldsanering).

 

- Lidstaat

Hiertoe worden gerekend de staat die lid is van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER). Dit zijn de lidstaten van de Europese Unie uitgebreid met Noorwegen, IJsland en Liechtenstein.

 

- Liquiditeitenbeheer

Tot het liquiditeitenbeheer behoort het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar.

 

- Liquiditeitenplanning

Dit is een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid.

 

- Onderhandse lening

Een onderhandse lening wordt direct bij marktpartijen geplaatst waarbij een looptijd van langer dan twee jaar behoort.

 

- Rating

Een rating is de inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier.

 

- Rentecompensatie circuit

Dit is een systeem waarbij de (valutaire) debet en creditsaldi van alle rekeningen van de gemeente worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo, waarover de rente wordt berekend. Dit soort systemen zijn niet in gebruik bij de gemeenten.

 

- Renterisico

Tot het renterisico behoren ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen.

 

- Renterisiconorm

De renterisiconorm is een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet Fido gefixeerd percentage van het totaal van de lasten van de gemeente dat bij realisatie niet mag worden overschreden. De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen mogen niet meer bedragen dan een bepaald percentage van het begrotingstotaal. Voor het vigerende percentage zie de Wet Fido.

 

- Rentetypische looptijd

De rentetypische looptijd heeft betrekking op het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening waarin op basis van de leningsvoorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante rentevergoeding.

 

- Rentevisie

Een rentevisie is de toekomstverwachting met betrekking tot de renteontwikkeling.

 

- Saldobeheer

Het saldobeheer gaat over de dagelijkse saldi op de rekeningen.

 

- Solvabiliteitsratio

Dit is de status die door een bancaire toezichthouder in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte aan het schuldpapier van een instelling kan worden toegekend.

 

- Schatkistbankieren

Schatkistbankieren is een verplichting tot het aanhouden van (overtollige) liquide middelen bij het Rijk door gemeenten, provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen.

 

- Treasuryfunctie

De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële positie en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer.

 

- Uitzetting

Dit is het tijdelijk uitlenen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar en 1 dag of langer.

 

- Werkkapitaal

Het werkkapitaal is het verschil tussen de vlottende activa (voorraden, debiteuren, liquide middelen) op de balans van een organisatie en de vlottende passiva (crediteuren en overige kortlopende schulden). Decentrale overheden zijn verplicht (tijdelijk) overtollige middelen in ’s Rijksschatkist aan te houden op het werkkapitaal na. Het drempelbedrag wordt bepaald op basis van het begrotingstotaal. Zie voor de vigerende drempelbedragen de Wet Fido.

- Wet Fido

Wet Financiering decentrale overheden.

 

III. De treasuryfunctie

Artikel 2  

De treasuryfunctie van de gemeente heeft tot doel:

  • 1.

    Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;

  • 2.

    Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s, zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s;

  • 3.

    Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en de financiële posities;

  • 4.

    Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido), de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (RUDO) en de limieten en richtlijnen van het Treasurystatuut;

  • 5.

    Het waarborgen dat de taken en verantwoordelijkheden op dit onderdeel duidelijk worden geregeld.

 

IV. Taken

Artikel 3  

Binnen de treasuryfunctie zijn de volgende taken te onderscheiden:

  • 1.

    Het beheren van geldmiddelen, rekening-courantsaldi, en andere financiële vermogenswaarden van de gemeente;

  • 2.

    Het beheren van de portefeuille van opgenomen geldleningen en het aantrekken van kort- en langlopende leningen;

  • 3.

    Het uitlenen van geldmiddelen aan andere publiekrechtelijke lichamen en bankinstellingen en overige organisaties;

  • 4.

    Het voorkomen of beperken van financiële risico’s en het treffen van beheersmaatregelen;

  • 5.

    Het beheer van contracten met bankinstellingen met betrekking tot de geldmiddelen en het voeren van een adequaat relatiebeheer met partijen binnen de treasuryfunctie.

 

 

V. Risicobeheersing

Artikel 4  

Uitgangspunten risicobeheer:

  • 1.

    De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie met betrekking tot het publieke belang met een prudent karakter en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd met de richtlijnen, normen en limieten van het treasurybeleid;

  • 2.

    Gemeenten mogen alleen garanties en borgstellingen verstrekken en aangaan voor het behartigen van het publiek belang;

  • 3.

    Het gebruik van derivaten is niet toegestaan;

  • 4.

    Uitzettingen mogen enkel plaatsvinden in producten waarbij de hoofdsom tenminste aan het einde van de looptijd nog intact is en worden uitgezet bij een financiële instelling met een minimale A-rating, genoemd in onderdeel XII Relatiebeheer, artikel 13;

  • 5.

    Ter beheersing van de risico’s moet te allen tijde aan de gestelde limieten -en normen worden voldaan zoals bepaald is in de Wet Fido.

 

 

VI. Renterisicobeheer

Artikel 5  

Met betrekking tot het risicobeheer gelden de volgende uitgangspunten:

  • 1.

    De kasgeldlimiet en de renterisiconorm worden niet overschreden conform de Wet Fido;

  • 2.

    Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning;

  • 3.

    De gemeente streeft naar spreiding in de rentetypische looptijden van de leningenportefeuille.

  • 4.

    De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie;

  • 5.

    De rentevisie van de gemeente wordt jaarlijks opgesteld op basis van de rentevisie van één of meer vooraanstaande financiële instellingen.

 

 

VII. Koersrisicobeheer

Artikel 6  

De gemeente voorkomt het lopen van koersrisico’s door bij uitzettingen uitsluitend gebruik te maken van producten welke geen koersrisico kennen zoals bepaald is in artikel 3 van de Regeling (RUDO). Hierbij zijn producten zoals, een rekening courant, spaarrekening, daggeldlening, onderhandse geldlening of deposito’s van toepassing. Daarbij wordt de looptijd van de uitzettingen in acht genomen en afgestemd op de liquiditeitenplanning.

 

 

VIII. Kredietrisicobeheer

Artikel 7  

Ter beheersing van de kredietrisico’s dienen bij uitzettingen minimaal de volgende uitgangspunten gehanteerd te worden:

  • 1.

    Uitzettingen mogen enkel plaatsvinden in producten waarbij de hoofdsom tenminste aan het einde van de looptijd nog intact is;

  • 2.

    Uitzettingen uit hoofde van Treasury vinden uitsluitend plaats bij:

  • Financiële instellingen met een minimale A-rating van één van de volgende erkende ratingbureaus: Moody's, Standard & Poors of Fitch IBCA;

  • Financiële instellingen die onder volledig toezicht vallen van de Nederlandsche Bank of onder EER-toezicht;

  • Overtollige middelen worden over het algemeen eerst afgeroomd en uitgezet binnen het schatkistbankieren van ‘s Rijks schatkist;

  • 3.

    Uitzonderingen hierop worden via besluitvorming door het college voorgesteld en door de gemeenteraad vastgesteld;

  • 4.

    Om het kredietrisico te beperken of uit te sluiten kunnen zekerheden worden gesteld.

 

 

IX. Intern liquiditeitsrisicobeheer

Artikel 8  

  • 1.

    De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico's door haar treasuryactiviteiten te baseren op een actuele liquiditeitsbehoefte op basis van een meerjarige liquiditeitsplanning.

  • 2.

    De planning is gebaseerd op de jaarbegroting en het meerjarig perspectief van drie jaar.

 

 

X. Valutarisicobeheer

Artikel 9  

Valutarisico's worden in de gemeente uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, leningen aan te gaan of het verstrekken van garanties in euro’s.

 

 

XI. Financiering en garanties

Artikel 10  

Bij het aantrekken van financieringen gelden de volgende uitgangspunten:

  • 1.

    Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak;

  • 2.

    Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare eigen liquiditeiten te gebruiken om de renterisico´s te minimaliseren en het renteresultaat te optimaliseren en niet ten behoeve van een hoger rendement;

  • 3.

    Naast financiële instellingen die vallen onder het Nederlands toezicht of EER-toezicht kunnen gelden volgens artikel 2 lid 3 van Wet Fido ook bij een decentrale overheid aangetrokken worden;

  • 4.

    Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn daggeld, kasgeld, kredietfaciliteit rekening courant, spaarrekening, deposito’s onderhandse leningen;

  • 5.

    Bij het aantrekken van gelden voor een periode van 1 jaar of langer worden minimaal 2 offertes aangevraagd;

  • 6.

    Het aantrekken van financiering geschiedt tegen zo gunstig mogelijke condities en de financiering wordt zodanig gekozen dat deze past binnen het risicobeleid.

 

Artikel 11  

 

Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie gelden de volgende uitgangspunten:

  • 1.

    Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode tot één jaar zijn daggeld, spaarrekeningen en deposito's;

  • 2.

    Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn slechts de in artikel 13 genoemde bankrelatie, financiële instellingen en tussenpersonen toegestaan;

  • 3.

    Overige uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de voorwaarden, zoals genoemd in de onderdelen V t/m VIII;

  • 4.

    Alvorens een langlopende uitzetting wordt gedaan vraagt de gemeente bij minimaal twee bankinstellingen offertes op.

 

Artikel 12  

Voor het verstrekken van garanties en borgstellingen gelden de onderstaande uitgangspunten:

  • 1.

    Gemeenten mogen alleen garanties en borgstellingen verstrekken en aangaan voor het behartigen van een publiek belang (artikel 2 van de Wet Fido);

  • 2.

    Bij het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college als mogelijk zekerheden;

  • 3.

    Ter beperking van het financieel risico wordt waar mogelijk een beroep gedaan op een voorziening in de vorm van een (nationaal) waarborgfonds;

  • 4.

    De verlener van de bankgarantie heeft een minimale A-rating van één van de volgende erkende ratingsbureaus, Moody’s, Standard & Poors of Fitch IBCA;

  • 5.

    De verlener van de bankgarantie valt onder volledig toezicht van de Nederlandsche Bank of EER-toezicht.

 

 

XII. Relatiebeheer

Artikel 13  

De gemeente beoogt het realiseren van gunstige condities voor het afnemen van financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten:

  • 1.

    Bestaande bankrelaties en hun bijbehorende bancaire condities dienen wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in de Wet Fido;

  • 2.

    Financiële instellingen moeten onder Nederlands -toezicht of EER-toezicht vallen, zoals De Nederlandsche Bank en De Verzekeringskamer en dienen te beschikken over een minimale A-rating van de erkende ratingbureaus, Moody’s, Standard & Poors of Fitch IBCA;

  • 3.

    Ten behoeve van uitzettingen dienen ingeschakelde tussenpersonen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

 

 

XIII. Geldstromenbeheer

Artikel 14  

Om de kosten van het geldstromenbeheer te beperken wordt het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en in samenhang met de liquiditeitenplanning af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen.

 

 

XIV. Saldo- en liquiditeitenbeheer

Artikel 15  

Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen:

  • 1.

    De gemeente streeft zoveel mogelijk om overtollige middelen in ‘s Rijksschatkist aan te houden;

  • 2.

    Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeld en kredietfaciliteit op de rekening-courant en onderhandse leningen;

  • 3.

    Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode korter dan één jaar zijn: rekening-courant, daggeld, spaarrekeningen en deposito´s en onderhandse leningen;

  • 4.

    Bij het extern uitzetten van gelden zijn de uitgangspunten zoals genoemd in onderdeel V t/m VIII van toepassing;

  • 5.

    Voor de uitgangspunten voor het extern aantrekken van gelden korter dan één jaar wordt verwezen naar onderdeel XI Financiering en garanties.

 

 

XV. Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle

Artikel 16  

In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:

  • 1.

    De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd;

  • 2.

    Bevoegdheden via delegatie en mandaat zijn in dit statuut nader uitgewerkt en schriftelijk vastgelegd;

  • 3.

    Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijke voorwaarden:

    • a.

      Iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogen-principe);

    • b.

      De uitvoering en controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen;

    • c.

      De uitvoering en registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen;

  • 4.

    Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van leningen en uitzettingen te versturen aan de gemeente;

  • 5.

    Na ontvangst van de transactiebevestiging wordt de transactie gecontroleerd door de medewerker van de afdeling financiën en geregistreerd;

  • 6.

    De administratieve organisatie en interne controle waarborgen dat:

    • a.

      De uitvoering rechtmatig en doelmatig is;

    • b.

      De Treasury activiteiten adequaat kunnen worden uitgevoerd en bijgestuurd;

    • c.

      De juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie verzekerd zijn.

 

XVI. Informatievoorziening

Artikel 17  

De ontwikkelingen binnen de uitvoering van het Treasury beleid worden in diverse planning- en control documenten en door middel van prognoses weergegeven:

  • 1.

    De informatievoorziening met betrekking tot de activiteiten op het gebied van het Treasury beleid en de verantwoording daarover geschiedt in de begroting en de jaarrekening;

  • 2.

    Tussentijdse verantwoordingen vinden plaats via managementrapportages;

  • 3.

    Ten behoeve van de liquiditeitspositie van de gemeente wordt jaarlijks en tussentijds de liquiditeitsprognose opgesteld en bijgesteld. De prognose dient ter onderbouwing van verwachte financieringen en uitzettingen.

 

 

XVII. Verantwoordelijkheden en bevoegdheden

Artikel 18  

Verantwoordelijkheden

De gemeenteraad

Vaststellen van de publieke taak;

 

Het vaststellen van Treasury doelstellingen, het treasurybeleid, beleidskaders en limieten, in de financiële verordening;

 

Het vaststellen van de paragraaf financiering in de begroting en de jaarrekening;

 

Het houden van toezicht op het treasurybeleid en de uitvoering hiervan;

 

Het evalueren en als gevolg daarvan (eventueel) bijstellen van het treasurybeleid.

 

 

 

 

Het college van Burgemeester en Wethouders

Opstellen concept Treasurystatuut;

 

Het uitvoeren van de door de raad vastgestelde Treasury doelstellingen, het treasurybeleid en beleidskaders voor de financieringsfunctie (formele verantwoordelijkheid);

 

Het in concept aanleveren van de financieringsparagraaf in de begroting;

 

Het achteraf bekrachtigen van de afgesloten transacties met betrekking tot financiering en uitzetting (periode > 1 jaar);

 

Het rapporteren aan de gemeenteraad over de uitvoering van het treasurybeleid via de financieringsparagraaf bij de jaarrekening.

 

 

 

 

De portefeuillehouder

Het uitvoeren van het treasurybeleid (bestuurlijke verantwoordelijkheid).

 

 

 

 

Het hoofd afdeling Bedrijfsvoering 2 en teammanager Financiën & Inkoop

Het uitvoeren van de treasuryactiviteiten conform mandaat, het Treasurystatuut en de paragraaf financiering;

 

Autoriseren van financieringstransacties binnen de kaders van dit Treasurystatuut en de paragraaf financiering in de begroting;

 

Het bewaken van de kwaliteit van de Treasury processen.

 

 

 

 

Adviseur Treasury

Het conform dit Treasurystatuut en de paragraaf financiering uitvoeren van de activiteiten met betrekking tot de volgende deelfuncties:

 

het risicobeheer, gemeentefinanciering (financiering, uitzetting en relatiebeheer);

 

Het opstellen van de rentevisie in de financieringsparagraaf van begroting en jaarrekening;

 

Het aantrekken en uitzetten van gelden in het kader van het saldo- en liquiditeitenbeheer;

 

Het beheren van de geldstromen;

 

Het onderhouden van financiële contacten met banken en geldmakelaars;

 

Het schriftelijk vastleggen van de treasurytransacties en het doorgeven aan de medewerker financiën;

 

Het voorbereiden van beleidsvoorstellen op treasurygebied;

 

Het aanleveren van tijdige volledige en juiste gegevens voor de gemeentelijke administratie;

 

Het afleggen van verantwoording aan het hoofd afdeling Bedrijfsvoering 2 en/of teammanager Financiën & Inkoop;

 

Opstellen van de liquiditeitspositie.

 

 

 

 

Financieel medewerker binnen het team Financiën & Inkoop

Het ontvangen van de orderbevestiging van derden en het controleren of deze overeenkomt met de transactie-informatie zoals verstrekt door de medewerker belast met Treasury.

 

Het voeren van de interne controle op de uitgevoerde treasurytransacties en hierover rapporteren aan teammanager Financiën & Inkoop.

 

 

 

 

De externe accountant

Controleren omtrent de feitelijke naleving van het Treasurystatuut;

 

Vanuit zijn adviesfunctie adviseren over Treasury.

 

 

Artikel 19  

Bevoegdheden

Daar waar het Mandaat- en volmachtsbesluit 2020 niet in voorziet bepaalt dit statuut de verantwoordelijkheden ten aanzien van de bevoegde en geautoriseerde functionarissen.

 

Treasuryactiviteiten

Bevoegde functionaris

Autorisatie door

 

 

 

Saldo-, liquiditeiten- en geldstromenbeheer

 

 

Het aantrekken van middelen via daggeld of kasgeld of roodstand in rekening courant

Adviseur Treasury

Hoofd afdeling Bedrijfsvoering 2 en/of teammanager Financiën & Inkoop

Het uitzetten van middelen via daggeld, deposito en spaarrekening of rekening courant

Adviseur Treasury

Hoofd afdeling Bedrijfsvoering 2 en/of teammanager Financiën & Inkoop

Betalingsopdrachten voorbereiden

Medewerker crediteurenadministratie

Financieel medewerker

Fiatteren betalingsopdrachten

Ondertekeningsbevoegde

2e Ondertekeningsbevoegde

Betalingsopdrachten versturen

Ondertekeningsbevoegde

2e Ondertekeningsbevoegde

 

 

 

Bankrelatiebeheer

 

 

Bankrekening openen/sluiten/wijzigen

Adviseur Treasury

Hoofd afdeling Bedrijfsvoering 2 en/of teammanager Financiën & Inkoop

Bankcondities en tarieven afspreken

Adviseur Treasury

Hoofd afdeling Bedrijfsvoering 2 en/of teammanager Financiën & Inkoop

 

 

 

Financiering en uitzetting (periode 1 jaar of langer)

Adviseur Treasury

Hoofd afdeling Bedrijfsvoering 2 en/of teammanager Financiën & Inkoop

Het vaststellen van kredietfaciliteiten

Adviseur Treasury

Hoofd afdeling Bedrijfsvoering 2 en/of teammanager Financiën & Inkoop

Het aantrekken van middelen via onderhandse leningen

Adviseur Treasury

Hoofd afdeling Bedrijfsvoering 2 en/of teammanager Financiën & Inkoop

Het verstrekken van leningen aan derden uit hoofde van de publieke taak

Adviseur Treasury

Hoofd afdeling Bedrijfsvoering 2 en/of teammanager Financiën & Inkoop

Het garanderen van middelen uit hoofde van de publieke taak

Adviseur Treasury

Hoofd afdeling Bedrijfsvoering 2 en/of teammanager Financiën & Inkoop

 

 

XVIII. Inwerkingtreding

Artikel 20  

Dit statuut treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en vervangt het Treasurystatuut 2011

van 1 januari 2011. Het statuut wordt aangehaald als Treasurystatuut 2026.

 

 

Besloten door de gemeenteraad van Schouwen-Duiveland in zijn openbare vergadering van 30 oktober 2025,

Akkoord

J.Chr. van der Hoek MBA

Voorzitter

Akkoord

P.M.W. Goossens

Griffier

Toelichting

 

Treasurystatuut 2026

Schouwen-Duiveland

 

Het Treasurystatuut vloeit voort vanuit de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie. De verordening geeft aan dat eens in de vier jaar het college van burgemeester en wethouders een nota met het Treasurystatuut ter vaststelling aan de gemeenteraad aanbiedt.

 

In het Treasurystatuut is het beleid van de treasuryfunctie van de gemeente vastgelegd. Het statuut biedt voor de gemeente waarborgen dat op een duurzame wijze de voor haar activiteiten benodigde financiële middelen kunnen worden uitgezet en/of worden aangetrokken op de financiële markten. De condities die daarbij worden bedongen dienen, onder gebruikelijke condities te worden afgesloten, acceptabel en marktconform te zijn. Het aantrekken en uitzetten van de geldmiddelen geschiedt uit hoofde van het publieke belang.

 

Binnen het Treasurystatuut worden het doel en de taken van de treasuryfunctie benoemd. Verder geeft het statuut aan binnen welke richtlijnen en limieten de doelstellingen van de treasuryfunctie dienen te worden gerealiseerd. De richtlijnen en limieten vloeien voor een belangrijk deel voort uit de Wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido). Door middel van de richtlijnen en limieten wordt het ‘risicoprofiel’ van de gemeente bepaald. Een richtlijn is een bindend voorschrift voor een handelswijze die gevolgd dient te worden (bij voorbeeld het opvragen van twee offerten bij een lening) en een limiet is een type richtlijn die een uiterste grens aangeeft (zie bij voorbeeld de kasgeldlimiet). In dit statuut wordt eveneens ingegaan op de beheersing van de risico’s en is opgenomen onder afdeling V van het Treasurystatuut.

 

De paragraaf Financiering vormt in de begrotingen en jaarrekeningen een belangrijk onderdeel die de beleidsplannen voor de treasuryfunctie en de verantwoording beschrijft. Het bevat onder meer gegevens over de specifieke beleidsvoornemens en de beleidsuitvoering op het gebied van de treasuryfunctie. Verder krijgt de ontwikkeling van het risicobeheer in de paragrafen de aandacht en wordt ingegaan op de financieringspositie binnen de gemeente, alsmede de renteontwikkelingen op de financiële markten.

 

Per artikel van het Treasurystatuut wordt hieronder een korte toelichting gegeven.

 

 

Artikelen

 

  • 1.

    Dit artikel beschrijft de verschillende begrippen die binnen de treasuryfunctie voorkomen.

  • 2.

    In artikel 2 wordt ingegaan op de doelstellingen van de treasuryfunctie, waaronder de condities op de financiële markten, de risico’s, de minimalisatie van de kosten, de optimalisatie van de renteresultaten binnen de regelgeving en het waarborgen van de taken en verantwoordelijkheden.

  • 3.

    Artikel 3 gaat in op de diverse taken binnen de treasuryfunctie, zoals het beheer van de geldmiddelen, de leningenportefeuille, het aantrekken van kort- en langlopende leningen, het uitlenen van geldleningen, de financiële risico’s en het treffen van beheersmaatregelen, het beheer van de contracten en het voeren van het relatiebeheer.

  • 4.

    Binnen dit artikel en in relatie met de richtlijnen in de Wet Fido wordt aangegeven dat de middelen worden uitgezet met een prudent karakter en uit hoofde van de publieke taak. Het gebruik van derivaten is niet toegestaan. Verder mag het uitzetten van middelen niet gericht zijn op het generen van inkomen en dient de instelling of organisatie te beschikken over een minimale A-rating.

  • Het gemeentebestuur geeft aan wat tot de publieke taak behoort. De begroting van de gemeente vermeldt het budgettaire kader. De adviseur Treasury binnen de afdeling Financiën en Juridische zaken adviseert het gemeentebestuur voordat zij beslist over het verstrekken van leningen en garanties. De adviseur betrekt bij de aanvraag de financieringsvoorwaarden en de financiële positie van de gemeente op basis van de liquiditeitspositie.

  • 5.

    Binnen het renterisicobeheer wordt zoveel mogelijk grote fluctuaties in de rentelasten voorkomen. Vanuit de Wet Fido zijn de kasgeldlimiet en de renterisiconorm van toepassing om dit te beperken of uit te sluiten. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van het totaal van de jaarbegroting en geeft de grens aan van het rood staan op de banksaldi. Bij overschrijding dient een geldlening te worden aangegaan. De renterisiconorm wordt eveneens berekend met een percentage van het totaal van de jaarbegroting en biedt de mogelijkheid spreiding in de looptijden binnen de leningenportefeuille aan te brengen. Op basis van de financiële positie vindt aan de hand van de liquiditeitenplanning afstemming plaats bij het aangaan van nieuwe leningen of uitzettingen. Hierbij wordt rekening gehouden met de actuele rentestand en de rentevisie.

  • De rentevisie vinden we terug in de financieringsparagraaf van de begroting en de jaarrekening en gaat uit van verklaringen van vooraanstaande financiële instellingen. De rentevisie wordt betrokken bij het vaststellen van het al of niet aangaan of uitzetten van geldmiddelen.

  • 6.

    In dit artikel zijn de producten opgenomen die binnen de gemeente worden gehanteerd ter voorkoming van het te lopen koersrisico.

  • Gangbaar zijn:

  • Een rekening courant, spaarrekening, daggeldleningen, onderhandse geldlening of deposito’s van toepassing.

  • Bij het aangaan wordt de looptijd van de uitzettingen in acht genomen en afgestemd op de liquiditeitenplanning.

  • 7.

    Ter beperking van de kredietrisico’s zijn in dit artikel richtlijnen opgenomen voor de uitzetting van gelden en de minimale kredietwaardigheid van partijen.

  • De richtlijnen gaan uit van een hoofdsom die aan het einde van de looptijd nog in tact is. De financiële instellingen dienen minimaal te beschikken over een A-rating van een erkend rating bureau of onder toezicht staan van de Nederlandsche Bank of EER toezicht. Een A-rating staat als zeer kredietwaardig. Hierbij wordt in acht genomen dat overtollige middelen eerst worden afgeroomd ten gunste van ’s Rijksschatkist.

  • De Wet Fido stelt geen eisen aan de kredietwaardigheid van de debiteuren in het kader van het publieke belang. De gemeenteraad bepaalt het publieke belang op basis van het advies van de adviseur Treasury binnen de afdeling Financiën en Juridische zaken. De leningen of garanties worden alleen verstrekt aan door de gemeenteraad goedgekeurde partijen.

  • Ter beperking of het uitsluiten van het kredietrisico kunnen zekerheden worden gesteld. Dit kunnen zijn hypotheek, pandrecht, borgstellingen of garanties.

  • 8.

    De gemeente baseert haar financiële transacties op basis van een meerjarige liquiditeitenplanning. Om aansluiting te houden met de investeringsplanning van de gemeente is gekozen de liquiditeitenplanning van de jaarbegroting en het meerjarig perspectief aan te houden. Jaarlijks wordt de investeringsplanning bijgesteld. De afdeling Financiën en Juridische zaken worden juist, tijdig en volledig geïnformeerd door de overige afdelingen.

  • 9.

    Valutarisico’s zijn niet aanwezig omdat de Treasuryactiviteiten in euro’s worden verricht.

  • 10.

    Geldleningen worden aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak. Voordat een geldlening wordt aangegaan wordt bepaald of dit met eigen financiering kan plaatsvinden. Hierdoor worden renterisico’s geminimaliseerd en het renteresultaat geoptimaliseerd. Het aantrekken van de geldmiddelen mag niet dienen voor de realisatie van een hoger rendement. Naast de genoemde instellingen mag ook bij andere overheden gelden worden aangetrokken met uitzondering van de provincie Zeeland (toezichthouder). Toegestane financieringen zijn de onderhandse leningen, de kasgeldleningen en de rekening-courant leningen. Er worden minimaal twee offerten aangevraagd. De adviseur Treasury brengt naar aanleiding van de offerten een advies uit. Hierbij wordt rekening gehouden met gunstige condities en het risicobeleid.

  • 11.

    Dit artikel geeft aan welke richtlijnen gelden bij het uitzetten van gelden. Allereerst wordt aangegeven dat tot de instrumenten korter dan een jaar behoren, daggeld, spaarrekeningen en deposito’s. Verder zijn de tegenpartijen die aan de voorwaarden voldoen van artikel 13 (A-rating) genoemd. Uitzettingen geschieden op basis van het beperken of uitsluiten van de risico’s genoemd in afdeling V t/m VIII, de artikelen 4 t/m 7 zijn van toepassing.

  • 12.

    Naast de uitzettingen kunnen garanties en borgstellingen worden verstrekt. Hierbij geldt eveneens dat dit in kader van het publieke belang geschiedt. Ter voorkoming van risicodragend kapitaal kunnen op advies van de adviseur Treasury van Financiën en Juridische zaken zekerheden of een waarborgfonds worden gesteld. De instelling dient te beschikken over een minimale A-rating en valt onder het toezicht van de Nederlandsche Bank of EER-toezicht Door het eisen van een minimale rating van A voldoet de kredietwaardigheid aan hoge eisen.

  • 13.

    De gemeente streeft naar gunstige condities bij het afsluiten van diverse financiële diensten. Hierbij geldt ten behoeve van de kredietwaardigheid de Wet Fido. Evenals het toezicht door de Nederlandsche Bank of het EER-toezicht. Verder is van belang de minimale A-rating. Ook indien sprake is van het inroepen van een intermediair geldt als extra eis dat deze tussenpersonen geregistreerd staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

  • 14.

    Het handelen met contant geld wordt tot een minimum beperkt.

  • 15.

    Overtollige middelen afgeroomd ten gunste van ’s Rijks schatkist. Voor het aantrekken van kortlopende middelen dienen daggeld, kasgeld en kredietfaciliteit op de rekening-courant en onderhandse leningen. Voor het uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn dienen de volgende instrumenten: rekening-courant, daggeld, spaarrekeningen en deposito´s en onderhandse leningen.

  • 16.

    Binnen de verantwoordelijkheden en de bevoegdheden lijst zijn functionarissen benoemd die belast zijn met de uitvoering van de treasuryactiviteiten. In dit artikel zijn mede opgenomen de functiescheidingen die van belang zijn bij de uitvoering van de diverse treasuryactiviteiten. Ook ten aanzien van de interne controle zijn in het kader van de rechtmatigheid en doelmatigheid, de treasuryactiviteiten en de informatie waarborgen benoemd.

  • 17.

    In dit artikel wordt ingegaan op de informatie verstrekking via de jaarbegroting, de jaarrekening en de tussentijdse verantwoording met betrekking tot de treasuryactiviteiten en de liquiditeitsprognose.

  • 18.

    De verantwoordelijkheden binnen de gemeenteraad, college van burgemeester en wethouders, het hoofd van de afdeling Bedrijfsvoering 2, team Financiën, adviseur Treasury, financieel medewerker, externe accountant zijn in dit artikel opgenomen.

  • 19.

    De bevoegdheden van diverse functionarissen en de autorisatie van diverse treasuryactiviteiten komen in dit artikel aanbod.

  • 20.

    De inwerkingtreding geschiedt vanaf 1 januari 2026.

  • Het Treasurystatuut van 2011 vervalt vanaf dat moment.

Naar boven