Gemeenteblad van Pekela
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Pekela | Gemeenteblad 2025, 563409 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Pekela | Gemeenteblad 2025, 563409 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Financiële verordening gemeente Pekela 2025
Financiële verordening gemeente Pekela 2025
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt;
Paragraaf 2. Begroting en verantwoording
Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten
Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.
Het college informeert de raad als ze verwacht, dat de lasten van een programma de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een programma de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het beleidsproduct of taakveld, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid.
Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad bedoeld in artikel 6, lid 1, doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet het college indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten.
Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. Bij investeringen groter dan € 500.000 informeert het college de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente.
Bij investeringen met een meerjarig karakter stellen burgemeester en wethouders aan de raad voor op welke wijze de jaarschijven binnen het investeringsbudget worden opgebouwd. Goedkeuring voor verschuivingen tussen de jaarschijven van meer dan € 500.000 aan lasten van een investeringsbudget worden aan de raad integraal voorgelegd bij de jaarrekening.
Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kunnen burgemeester en wethouders de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar. Burgemeester en wethouders bieden dit voorstel uiterlijk in december van het betreffende jaar aan de raad aan.
Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van
gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare
overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van
de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel
Paragraaf 3. Rechtmatigheidsverantwoording
Artikel 11. Voorwaardencriterium
Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks uiterlijk op 31 december van het voorafgaand jaar ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. Burgemeester en wethouders operationaliseren dit normenkader in een toetsingskader ten behoeve van de interne beheersing.
Artikel 12. Begrotingscriterium
Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen;
Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd indien deze niet tijdig aan de raad is gemeld. Onder ‘tijdig’ melden wordt verstaan bij de Kaderbrief of Collegerapportage of bij de eindejaarsbrief of bij de jaarrekening. Lasten- en kredietoverschrijdingen zijn altijd onrechtmatig. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties:
Paragraaf 4. Financieel beleid
Artikel 14. Waardering en afschrijving vaste activa
Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen
zoals vermeld in bijlage 1. afschrijvingsbeleid en bijlage 2. afschrijvingstabel bij deze verordening.
Artikel 15. Voorziening voor oninbare vorderingen
wordt, met uitzondering van individuele openstaande vorderingen groter dan € 25.000, een
voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van
Artikel 17. Kostprijsberekening
Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.
Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die activiteiten.
Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten die maximaal in rekening kunnen worden gebracht, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de taakvelden.
Artikel 20. Financieringsfunctie
er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden.
Bij het verstrekken van een garantie wordt een voorziening ten laste van de begroting gevormd ter grootte van het risico dat de gemeente met de garantie loopt. Als in de begroting niet is voorzien in budget voor deze voorziening dan doet het college vooraf aan de garantieverlening een voorstel aan de raad voor een begrotingswijziging.
Paragraaf 5. Paragrafen bij de begroting en jaarstukken
Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:
Artikel 22. Weerstandsvermogen en risicobeheersing
netto schuld per inwoner: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen gedeeld door het aantal inwoners op 31 december van het begrotingsjaar. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteuren, vorderingen en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen wordt verstaan: het totaal van leningen aan deelnemingen, leningen aan overige verbonden partijen, leningen aan derden, langlopende uitzettingen, kortlopende uitzettingen, debiteurenvorderingen, liquide middelen en overlopende activa;
onbenutte belastingcapaciteit onroerendezaakbelasting: positieve uitkomst van het verschil tussen de opbrengst onroerendezaakbelasting bij de tarieven die minimaal nodig zijn voor toegang tot de procedure van artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet en de (geraamde) opbrengst onroerendezaakbelasting.
Artikel 23. Onderhoud kapitaalgoederen
Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar een onderhoudsplan openbare ruimte aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen, openbare verlichting en kunstwerken. De raad stelt het onderhoudsplan openbare ruimte vast.
Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar een rioleringsplan aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van de riolering en de kosten van het onderhoud en de eventuele uitbreidingen. De raad stelt het rioleringsplan vast.
In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte
onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
Burgemeester en wethouders nemen in de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de
jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en
verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:
een toelichting op alle afwijkingen in rechtmatigheid, die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen (, voor zover deze de rapportagegrens, zoals bedoeld in artikel 10 overschrijden of voldoen aan (kwalitatieve criteria rapportagegrens)) en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen;
Artikel 26. Verbonden partijen
Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf verbonden partijen de
verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording
Paragraaf 6. Financiële organisatie en financieel beheer
De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:
Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteren burgemeester en wethouders daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 25 onder f. Daarnaast informeren burgemeester en wethouders de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de 4 jaar. Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.
Artikel 31. Intrekken oude verordening en overgangsrecht
De ‘Financiële verordening Pekela 2024’ wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van
toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken over het boekjaar
2024. De financiële stukken van het boekjaar 2025 en daarna voldoen - voor zover mogelijk - aan
Om te komen tot een bestendige gedragslijn is een bijlage 2 opgenomen met de
afschrijvingstermijnen van de verschillende soorten activa. Indien de tabel in bijlage 2 niet voorziet,
wordt in het raadsvoorstel opgenomen welke afschrijvingstermijn wordt gehanteerd.
De afschrijvingstermijn vangt aan in het begrotingsjaar dat volgt op het jaar waarin het actief
gereed komt c.q. wordt verworven. De gerealiseerde afschrijvingen op basis van hiervan
afwijkende methoden in het verleden hoeven daarop niet te worden gecorrigeerd.
Afschrijvingen Immateriële vaste activa
Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio van
geldleningen worden niet geactiveerd.
Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief kunnen worden geactiveerd.
Indien op grond van de financiële positie van de gemeente deze kosten geactiveerd worden,
worden deze kosten in maximaal 5 jaar afgeschreven.
Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd indien voldaan wordt
aan de voorwaarden in artikel 61 BBV. Indien op grond van de financiële positie van de gemeente
deze kosten geactiveerd worden, worden deze kosten afgeschreven conform het soort activa dat
In het BBV zijn geen bepalingen opgenomen omtrent de afschrijvingsmethode. In de praktijk zijn
er veel afschrijvingsmethoden. De meest voorkomende zijn de lineaire afschrijving en de
Lineaire afschrijving is een afschrijving op basis van een vast percentage van de oorspronkelijke
investering. Hierbij blijft het jaarlijkse deel aan afschrijving gelijk, terwijl de rente in de loop van de
tijd lager wordt. De totale kapitaallasten dalen dus in de loop van de gebruiksperiode. Hierdoor
ontstaat ruimte voor in de tijd oplopende kosten, zoals onderhoudslasten. Ook kan het verschil in
kapitaallasten worden gebruikt voor nieuwe investeringen. Dit is de reden dat in de praktijk vaak
voor deze methode wordt gekozen.
Bij deze methode blijven de totale kapitaallasten gedurende de afschrijvingstermijn gelijk; wel is in
het begin de rentecomponent verhoudingsgewijs groter en aan het eind de
afschrijvingscomponent. Deze methode wordt vaak toegepast wanneer er een bepaald bedrag
beschikbaar is voor langere tijd om de kapitaallasten mee te dekken. Indien er geen
onderhoudslasten zijn, dan kan het ook aan te bevelen zijn om voor deze systematiek te kiezen.
In principe wordt afgeschreven op basis van de lineaire afschrijvingsmethode. Hierop kan
gemotiveerd worden afgeweken. Bij afwijking zal het college dit middels een raadsvoorstel ter
Keuze van de afschrijvingstermijn
Activa kunnen worden afgeschreven naar economische of technische levensduur. De
economische levensduur is de periode waarin de activa naar schatting economisch kunnen
worden gebruikt. De technische levensduur is de periode waarin het technisch mogelijk is de
investering te gebruiken. Dezelfde activa moeten in dezelfde termijn, en volgens dezelfde methode
worden afgeschreven. De afschrijvingstermijn kan nooit langer zijn als de technische levensduur.
De gemeente Pekela heeft haar afschrijvingstermijnen voor materiële vaste activa met
economisch nut gebaseerd op de verwachte economische levensduur.
Per investeringsgroep volgt hieronder een overzicht van de te hanteren afschrijvingstermijnen.
Gronden en terreinen niet afschrijven
Wijkcentra en multifunctionele centra 50 jaar
Renovatie en verbouw gebouwen 25 jaar
Technische installaties gebouwen 15 jaar
Eerste inrichting bij nieuwbouw 20 jaar
Reguliere vervanging van meubilair en inventaris 10 jaar
Schoolgebouwen permanent 60 jaar
Schoolgebouwen semipermanent 20 jaar
Schoolgebouwen; inventaris (1ste inrichting) 20 jaar
Riolering; eerste aanleg 60 jaar
Riolering; pompputten en rioolgemalen 40 jaar
Riolering; aanleg bezinkbassin 60 jaar
Riolering; IBA / pompgemalen 30 jaar
Riolering; mechanisch deel bezinkbassins 25 jaar
Wegen/ fietspaden beton 50 jaar
Wegen/ fietspaden asfalt 30 jaar
Bestrating; elementenverharding 30 jaar
Openbare verlichting; masten 40 jaar
Openbare verlichting armaturen 20 jaar
Aanleg / inrichting speelvoorzieningen 15 jaar
Borden en bewegwijzering 10 jaar
Grond-, weg en waterbouwkundige werken
Bruggen, beweegbaar staal 80 jaar
Bruggen, beweegbaar overig 60 jaar
Sportvoorziening; gymlokalen/sporthallen 40 jaar
Sportvoorziening; gymlokalen/ sporthallen renovatie 25 jaar
Sportvoorziening; inventaris gymlokalen 15 jaar
Sportvoorziening; nieuwbouw kleedaccommodatie 40 jaar
Sportvoorziening; renovatie kleedaccommodatie 25 jaar
Sport en recreatievelden 20 jaar
Lichtmasten op sportparken 40 jaar
Bestel- en personenauto’s 10 jaar
Materieel; sneeuwschuif 15 jaar
Automatisering; netwerkbekabeling 8 jaar
Automatisering; hardware 4 jaar
Automatisering; software 5 jaar
Automatisering; printers 5 jaar
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-563409.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.