Gemeenteblad van Kapelle
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Kapelle | Gemeenteblad 2025, 563311 | gemeenschappelijke regeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Kapelle | Gemeenteblad 2025, 563311 | gemeenschappelijke regeling |
Gemeenschappelijke regeling Openbaar Lichaam Afvalstoffenverwerking Zeeland (OLAZ)
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere en Vlissingen, ieder voor zover zij bevoegd zijn;
Overwegende dat op het gebied van afvalstoffenverwerking samenwerking tussen gemeenten in de regio geboden is;
Gelet op de Omgevingswet, Wet Milieubeheer, de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten;
de oude gemeenschappelijke regeling Openbaar Lichaam Afvalstoffenverwijdering Zeeland 2019 (afgekort als O.L.A.Z.) te wijzigen in de navolgende nieuwe gemeenschappelijke regeling Openbaar Lichaam Afvalstoffenverwerking Zeeland (afgekort als OLAZ);
HOOFDSTUK 1: ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1: Begripsomschrijvingen
Wanneer in deze regeling artikelen en bepalingen uit andere regelingen van overeen-komstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van de gemeente’, ‘de raad’, ‘het college’, en ‘de burgemeester’ onderscheidenlijk: ‘het openbaar lichaam’, ‘het algemeen bestuur’, ‘het dagelijks bestuur’ en ‘de voorzitter’.
HOOFDSTUK 2: BELANG, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN
Artikel 6: Taken en bevoegdheden
Ter uitvoering van het in artikel 3 omschreven doel heeft het openbaar lichaam de volgende taken:
het uitvoeren of doen uitvoeren van andere taken op het gebied van de afvalstoffenverwerking van het afvalstoffen, zo het algemeen bestuur daartoe besluit, met dien verstande dat aldus aan deelnemers zonder hun instemming geen andere verplichtingen kunnen worden opgelegd dan die voortvloeien uit deze regeling;
De taken, genoemd in lid 2 onder sub f worden door het openbaar lichaam niet uitgevoerd ten behoeve van de deelnemers, die geen gebruik maken van de betreffende faciliteit. De kosten, verbonden aan de uitvoering van een faciliteit komen volledig ten laste van de deelnemers, die wel van de faciliteit gebruik maken.
HOOFDSTUK 3: HET ALGEMEEN BESTUUR
Tegelijkertijd met de oproep maakt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering openbaar. De agenda en de daarbij behorende voorstellen, met uitzondering van de in artikel 25, lid 2, Gemeentewet, genoemde stukken waarop geheimhouding is opgelegd, worden tegelijkertijd met de oproep ter inzage gelegd. (Gemeentewet artikel 19 en artikel 24 Wgr).
Uit de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing het bepaalde in artikel 20 (quorum voor opening van vergadering), artikel 22 (onschendbaarheid, verschoningsrecht), artikel 26 (handhaving orde vergadering), artikel 28 (niet-deelname aan de stemming), artikel 29 (quorum voor geldige stemming), artikel 31 (geheime stembriefjes), artikel 32 (overige stemmingen) en artikel 33 (ambtelijke bijstand leden van het Algemeen bestuur).
Artikel 14: Besloten vergadering
Op grond van de belangen genoemd in artikel 5 van de Wet open overheid over de geheimhouding van de inhoud van stukken is het bepaalde in artikel 23, leden 1 tot en met 4 van de Wgr van toepassing. In een besloten vergadering van het algemeen bestuur worden geen besluiten genomen over het meerjarenbeleidsplan, de begroting, begrotingswijzigingen, de jaarstukken en het liquidatieplan.
HOOFDSTUK 4: HET DAGELIJKS BESTUUR
Artikel 17: Einde lidmaatschap
Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, als dit lid niet meer het vertrouwen van het algemeen bestuur geniet. In dit geval is het bepaalde in artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
HOOFDSTUK 6: INLICHTINGEN, VERANTWOORDING EN ONTSLAG
Artikel 23: Informatieverstrekking door individuele leden van het algemeen bestuur
Een lid of een plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur kan door het college van burgemeester en wethouders die het aangaat, worden ontslagen, indien dit lid niet meer het vertrouwen van het college van burgemeester en wethouders bezit. Op het ontslagbesluit is artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
HOOFDSTUK 7: FINANCIËLE BEPALINGEN
Artikel 25: Begrotingsprocedure
Het dagelijks bestuur stuurt jaarlijks vóór 30 april de ontwerpbegroting van het OLAZ voor het komende kalenderjaar, evenals de financiële beleidsuitgangspunten voor de komende jaren (meerjarenraming), aan de raden van de gemeenten. Het bepaalde in art. 190 lid 1 van de Gemeentewet is van toepassing evenals het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
Artikel 26: Bijdrage van de gemeenten
Maandelijks worden voorschotbedragen in rekening gebracht betreffende de verwerking van de door elke gemeenten aangeboden afvalstroom, waarbij, indien relevant, wordt uitgegaan van de werkelijk geleverde hoeveelheden afval. Van de overige activiteiten wordt jaarlijks een voorschotbedrag een rekening gebracht.
Artikel 27: Scheiding risico's activiteiten dochtervennootschappen
Het algemeen bestuur is bij uitsluitsel bevoegd te besluiten over de onverplichte aanvulling of financiering door het openbaar lichaam door middel van een lening, (agio)storting of anderszins van tekorten in dochtervennootschappen die bij de uitoefening van de aan het openbaar lichaam opgedragen taken zijn betrokken.
Het algemeen bestuur beslist over de wijze waarop de met de in lid 1 bedoelde onverplichte aanvulling of financiering gepaard gaande kosten over de deelnemers zullen worden verdeeld. Het bepaalde in artikel 25, lid 1 tot en met 3 is hierop niet van toepassing. Als uitgangspunt geldt dat, voor zover de tekorten toerekenbaar zijn aan één of meer bepaalde activiteiten, enkel de deelnemers ten behoeve waarvan die activiteiten zijn verricht in de kosten zullen bijdragen.
Het dagelijks bestuur legt vóór 30 april aan het algemeen bestuur verantwoording af over het afgelopen kalenderjaar, onder overlegging van de opgestelde jaarstukken en een berekening van de door de deelnemende gemeenten te betalen bijdragen, naast het rapport van de met de controles belaste accountant.
Indien het dagelijks bestuur met een positief resultaat in de jaarrekening een andere bestemming wenst dan de algemene reserve, dan wel indien met de toevoeging van het resultaat aan de algemene reserve de reservevorming boven de afgesproken richtlijn reservevorming komt, worden de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid gesteld binnen twaalf weken na ontvangst, een zienswijze te geven op het voorgenomen besluit van de resultaatbestemming.
HOOFDSTUK 9 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING, GESCHILLEN EN OPHEFFEN
Artikel 35: Procedure voor vaststelling uittredingsplan
Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan kan het algemeen bestuur een onafhankelijke externe deskundige aanwijzen die in opdracht van het algemeen bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige komen voor rekening van de uittredende deelnemer.
Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het dagelijks bestuur. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger van het bestuur van de uittredende deelnemer.
Ten minste twaalf maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 36 gelet op de vastgestelde jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar.
Bij de berekening van de kosten voor uittreding zoals bedoeld in het zesde lid wordt een risico-opslag van 10% op de uittreedsom toegepast om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten.
Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het bestuur de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uittreedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen (maximaal 5 jaartermijnen) of in een keer dient te betalen.
Artikel 36: Te vergoeden kosten bij uittreding
Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door OLAZ die samenhangen met de afbouw van structurele en incidentele overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere structurele en incidentele verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding.
Het algemeen bestuur brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom, binnen drie maanden nadat het bestuur de definitieve uittreedsom als bedoeld in artikel 35 heeft vastgesteld.
Indien de kosten van de inzet van een externe deskundige als bedoeld in artikel 35 en relatie tot de verwachtte uittredesom daartoe aanleiding geeft, kan het algemeen bestuur in overleg met deelnemer besluiten om in afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden de uittreedsom te bepalen op de eigen bijdrage, zoals deze is vastgesteld in de jaarrekening van het jaar van uittreding, waarbij die bijdrage ieder jaar met 20% afneemt als volgt 1e jaar 100%, 2e jaar 80%, 3e jaar 60%, 4e jaar 40% en 5e jaar 20%.
Het openbaar lichaam is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande hoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer.
Voorstellen uitgaande van één of meer deelnemende gemeenten worden toegezonden aan het algemeen bestuur, dat het voorstel met zijn beschouwingen ter zake binnen acht weken aan de raden van de deelnemende gemeenten doet toekomen, waarna deze deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur verder handelen conform het bepaalde in het vorige lid van dit artikel.
Artikel 39: Ontbinden en liquidatie
Ingeval van een besluit tot ontbinding van de gemeenschappelijke regeling, als bedoeld in het vorige lid, stelt het algemeen bestuur daarvoor een liquidatieplan op ter vereffening van het vermogen van de regeling. Een zodanig besluit wordt met een twee derde meerderheid genomen, gehoord de raden van de deelnemende gemeenten.
Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter van het openbaar lichaam blijven hun functies vervullen tot de zittingsperiode van de gemeenteraden is beëindigd en in hun opvolging is voorzien.
Het college van de gemeente van vestiging zorgt namens alle deelnemende gemeenten voor bekendmaking. De kosten daarvan komen ten laste van de regeling.
De regeling wordt elke 4 jaar geëvalueerd. De evaluatie heeft vooral betrekking op de vraag of de samenwerking de doelen die zij zich heeft gesteld ook heeft bereikt tegen de kosten die hiervoor waren uitgetrokken. Daarnaast dient ook gekeken te worden naar de uitvoering van de specifieke taken. De manier waarop de samenwerking heeft gefunctioneerd, is eveneens onderdeel van de evaluatie.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-563311.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.