Gemeenteblad van Beverwijk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Beverwijk | Gemeenteblad 2025, 563301 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Beverwijk | Gemeenteblad 2025, 563301 | beleidsregel |
Beleidsregel toepassing Wet Bibob gemeente Beverwijk 2026
De raad van de gemeente Beverwijk;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 november 2025, documentkenmerk D-155935;
gelet op artikel 4.19b van de Omgevingswet en de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob);
Besluit college van burgemeester en wethouders:
Deze beleidsregel legt uit hoe de gemeente Beverwijk de Wet Bibob uitvoert.
Het doel van de Wet Bibob is voorkomen dat de gemeente criminele activiteiten of het witwassen van crimineel verdiend geld mogelijk maakt. Bibob staat voor “bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur”. De gemeente voert daarom een Bibob-onderzoek uit bij activiteiten die een verhoogd risico op criminaliteit hebben. Met dit onderzoek controleert de gemeente iemands integriteit, dus of iemand te vertrouwen is en niet betrokken is bij criminele activiteiten. De gemeente kan ook mensen uit iemands zakelijke omgeving onderzoeken.
Wanneer kan de gemeente een Bibob-onderzoek doen?
De gemeente mag alleen een Bibob-onderzoek doen bij de volgende activiteiten:
In de Wet Bibob staat hoe gemeenten het Bibob-onderzoek mogen doen.
Wat kunnen de gevolgen zijn van een Bibob-onderzoek?
De gemeente kan bij het vermoeden van crimineel misbruik beslissen geen vergunning, ontheffing, subsidie of overheidsopdracht te geven, of geen vastgoedtransactie te sluiten. Ook kan de gemeente beslissen om een vergunning of subsidie in te trekken of een overeenkomst te stoppen.
Artikel 1.1 Begripsbeschrijving
In deze beleidsregel staan verschillende begrippen. In paragraaf 1.1 van de Wet Bibob leest u van de meeste begrippen wat ze betekenen. Daarnaast staan in deze beleidsregel nog enkele andere begrippen. Hieronder leest u wat die begrippen betekenen.
Gemeente: in deze beleidsregel verwijst gemeente naar een bestuursorgaan van de gemeente (de burgemeester, het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad van de gemeente Beverwijk) of naar de rechtspersoon met een overheidstaak. Het hangt van de situatie af wie volgens de wet het recht heeft om iets te doen;
Artikel 1.2 Algemene toepassing van deze beleidsregel
Meerdere aanvragen: er kunnen zich situaties voordoen waarbij voor een activiteit en/of project meerdere vergunningsaanvragen ingediend moeten worden. In dit soort gevallen wordt, waar mogelijk, in een zo vroeg mogelijk stadium het Bibob-onderzoek uitgevoerd. Hierdoor blijft het aantal Bibob-onderzoeken per betrokkene zo beperkt mogelijk. Toch kunnen er overwegingen zijn om meerdere keren een Bibob-onderzoek uit te voeren naar een betrokkene.
Risico-categorieën: bedrijfsactiviteiten in sommige branches zorgen voor een verhoogd risico op criminele invloeden. Dit wordt bepaald door kenmerken van de branche en de omgeving. Op basis hiervan zijn een aantal risico- categorieën in bijlage 1 vastgesteld die behoren tot de beleidsregel en die medebepalend zijn of een eigen onderzoek wordt uitgevoerd.
Beperken administratieve lasten: als de betrokkene binnen een korte periode meerdere keren met dezelfde onderneming of voor hetzelfde project met de Wet Bibob in aanraking komt, dan worden de administratieve lasten zoveel mogelijk beperkt. Bij ongewijzigde omstandigheden wordt slechts eenmaal getoetst en de al aangeleverde gegevens worden hergebruikt. Het is niet uit te sluiten dat aanvullende informatie wordt opgevraagd, omdat ieder besluit een eigen toetsingskader heeft en bij elke fase ook andere (rechts)personen betrokken kunnen zijn (bijvoorbeeld bij de financiering).
Artikel 1.3 De gemeente mag afwijken van deze beleidsregel
In deze beleidsregel heeft de gemeente Beverwijk omschreven in welke gevallen het een Bibob-onderzoek uitvoert. Ook in andere gevallen kan de gemeente Beverwijk een Bibob-onderzoek uitvoeren als zij dat nodig vindt. De gemeente kan dit doen zolang het zich aan de Wet Bibob en andere wetten houdt.
In dit hoofdstuk leest u wanneer de gemeente de Wet Bibob kan gebruiken bij (aanvragen voor) publiekrechtelijke beschikkingen, zoals vergunningen en subsidies.
De gemeente voert meestal geen eigen Bibob-onderzoek uit voor aanvragen van overheidsinstanties, semi-overheidsinstanties of woning(bouw)corporaties die onder de Woningwet vallen.
Bij zulke aanvragen zal de gemeente wel een eigen Bibob-onderzoek uitvoeren als één van de situaties uit lid 3 van dit artikel voorkomt.
3. Overheidsopdrachten en privaatrechtelijke transacties
In dit hoofdstuk leest u wanneer de gemeente de Wet Bibob kan gebruiken bij overheidsopdrachten en privaatrechtelijke transacties, zoals vastgoedtransacties.
Artikel 3.3 Toepassingsbereik overheidsopdrachten
De gemeente neemt in de (aanbestedings)documenten op dat de partijen die meedoen aan een aanbesteding of die een zorgovereenkomst willen sluiten met de gemeente, er rekening mee moeten houden dat de gemeente, alvorens tot definitieve gunning overgaat, een (eigen) Bibob-onderzoek kan doen en/of het Landelijk Bureau Bibob om advies kan vragen.
4. Gevolgen niet meewerken Bibob-onderzoek
Artikel 4.1 Weigeren medewerking
De gemeente biedt de betrokkene een redelijke termijn om het Bibob-vragenformulier volledig ingevuld met de daarbij behorende gegevens en documenten te retourneren. Het niet volledig invullen van het formulier en/of het ontbreken van de te verstrekken documenten, of het niet (tijdig) retourneren hiervan kan worden beschouwd als het niet meewerken of het weigeren mee te werken aan het Bibob-onderzoek. Dit kan leiden tot het volgende bij een:
aanvraag van een beschikking, zoals bedoeld in de Wet Bibob, kan dit leiden tot het buiten behandeling stellen van de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De gemeente heeft dan immers onvoldoende gegevens voorhanden om een aanvraag inhoudelijk te beoordelen aan de kaders van de Wet Bibob, waardoor geen besluit op de aanvraag kan worden genomen.
Artikel 4.2. Valsheid in geschrifte
Naast het volledig invullen van het Bibob-vragenformulier, moet deze ook naar waarheid worden ingevuld. Het opzettelijk verschaffen van onjuiste informatie is strafbaar, net als het opzettelijk weglaten van informatie (art. 227a en 227b, Wetboek van Strafrecht). De gemeente kan de vergunning in dat geval weigeren of intrekken, een vastgoed-/grondtransactie niet aangaan dan wel een inschrijver voor een overheidsopdracht uitsluiten (artikel 3 lid 6 van de Wet Bibob). Als er een vermoeden bestaat dat ter verkrijging of behoud van de (ver)gunning een strafbaar feit, bijvoorbeeld valsheid in geschrifte, is gepleegd kan de gemeente aangifte doen bij de politie. Van deze bevoegdheid zal de gemeente in beginsel gebruik maken.
Artikel 4.3 Registratie in het Bibob-register
Als gevolg van artikel 7a lid 8 van de Wet Bibob is de gemeente verplicht om bij een redelijk vermoeden dat een betrokkene zich vanwege het toepassen van de wet Bibob terugtrekt uit de procedure nadat een eigen onderzoek is gestart of nadat advies is gevraagd aan het Landelijk Bureau Bibob, onverwijld melding te maken bij het Landelijk Bureau Bibob. Dit wordt opgenomen in het Bibob-register.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beverwijk van 18 november 2025.
de secretaris,
de burgemeester,
Beverwijk 18 december 2025,
de raad voornoemd,
de griffier,
de voorzitter,
Bijlage 1: Lijst van risicoactiviteiten
In onderstaande lijst staan de risicoactiviteiten die gelden in de gemeente Beverwijk. Ze zijn verdeeld over categorieën.
Voor deze activiteiten is meestal een vergunning nodig vanuit de Alcoholwet of de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente, zoals de exploitatievergunning voor openbare inrichtingen.
De rechter heeft in verschillende uitspraken over horecabedrijven1 geoordeeld dat algemeen bekend is dat deze sector een verhoogd risico heeft op criminaliteit. Zie ook de memorie van toelichting van de Wet Bibob2.
Voor deze activiteiten kan een vergunning nodig zijn vanuit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente. Ook kan er een combinatie zijn met andere activiteiten, bijvoorbeeld wanneer er ook horeca op een recreatiepark aanwezig is. Dan is er sowieso een vergunning nodig.
Voor deze activiteit is een vergunning nodig vanuit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente. Voor deze activiteit geldt ook vaak een maximumaantal per gebied. Soms is ook een wijziging van het omgevingsplan nodig om deze activiteit op een locatie mogelijk te maken.
De rechter heeft in verschillende uitspraken over prostitutiebedrijven3 geoordeeld dat het algemeen bekend is dat deze sector een verhoogd risico heeft op criminaliteit. Zie ook de memorie van toelichting van de Wet Bibob4.
Detailhandel en dienstverlening
Voor deze activiteiten is meestal geen vergunning nodig, behalve als de gemeente een vergunning verplicht heeft gemaakt. Soms staat in het Omgevingsplan dat voor deze activiteiten een omgevingsplanactiviteit moet worden aangevraagd.
Voor deze activiteiten is meestal een omgevingsvergunning nodig, bijvoorbeeld voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit. Ook kunnen er vergunningen nodig zijn vanuit de Huisvestingswet, de Wet goed verhuurderschap of regels van de gemeente.
Als voor deze activiteiten gebouwd moet worden, is er vaak een omgevingsvergunning nodig. Ook moet het omgevingsplan misschien veranderd worden.
Voor deze activiteiten is meestal een vergunning nodig vanuit de Omgevingswet (vergunning voor een milieubelastende activiteit en/of omgevingsplanactiviteit).
Deze activiteiten gebeuren soms via een overheidsopdracht en soms kan er een subsidie voor worden aangevraagd. Ook is er soms een vergunning voor nodig vanuit de Omgevingswet.
Voor deze activiteiten is soms een omgevingsvergunning nodig, bijvoorbeeld voor bouwactiviteiten. Ook kan er soms een subsidie voor worden aangevraagd.
In deze bijlage vindt u de gebieden die volgens de gemeente Beverwijk een risicogebied zijn. Dit zijn bijvoorbeeld nieuwe bedrijventerreinen, gebieden die opgeknapt worden en gebieden waarvan de gemeente vermoedt dat er criminele activiteiten gebeuren. De gemeente vindt het nodig om een Bibob-onderzoek te doen voor activiteiten binnen die gebieden.
De gemeente mag niet voor alle activiteiten binnen deze gebieden een Bibob-onderzoek doen. De gemeente mag zo’n onderzoek alleen doen als de activiteit onder de Wet Bibob valt. Dat is als er een vergunning nodig is voor de activiteit, als het om een vastgoedtransactie gaat of een overheidsopdracht.
Toelichting: hoe past de gemeente Beverwijk de Wet Bibob toe?
{Deze uitleg maakt duidelijk hoe de gemeente de Wet Bibob toepast, en welke mogelijkheden de gemeente heeft binnen die wet.}
Deze toelichting legt de stappen uit die de gemeente zet bij een Bibob-onderzoek. Soms voert de gemeente het onderzoek anders uit. Dit mag, zolang de gemeente zich aan de wet houdt.
De gemeente begint altijd met een eigen Bibob-onderzoek. Als dit onderzoek niet genoeg informatie oplevert om een beslissing te nemen, kan de gemeente, bij twijfel over de integriteit, ook het Landelijk Bureau Bibob om advies vragen. Dit bureau heeft toegang tot meer informatie dan de gemeente. Ook kan de gemeente tijdens het onderzoek hulp vragen aan het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC).
In de beleidsregel Wet Bibob staat wanneer de gemeente een eigen Bibob-onderzoek kan starten. Soms gebruikt de gemeente eigen ambtelijke informatie bij dit onderzoek. Het kan zijn dat de gemeente deze informatie heeft gekregen uit één of meerdere (gesloten) bronnen, zoals gegevens van de politie. De gemeente houdt zich hierbij altijd aan de Wet Bibob.
Gaat het om een privaatrechtelijke overeenkomst? Dan gelden de afspraken in het (algemene) inkoopbeleid van de gemeente, de (algemene) verkoopvoorwaarden van de gemeente en contracten. Deze beleidsregel is een aanvulling op die afspraken.
Eigen Bibob-onderzoek door de gemeente
De gemeente start altijd met een eigen Bibob-onderzoek. De gemeente voert hiervoor onderstaande stappen uit.
De betrokkene moet een Bibob-vragenformulier invullen
Wanneer de gemeente een eigen Bibob-onderzoek start, vraagt het de betrokkene om het Bibob-vragenformulier in te vullen en in te leveren bij de gemeente. Het Bibob-vragenformulier staat op de website van de Gemeente Beverwijk en wordt ingediend bij het insturen voor de documenten van de vergunningaanvraag, of wordt door de gemeente toegezonden met het verzoek deze in te vullen en te retourneren. De betrokkene moet ook alle documenten (bijlagen) inleveren waar in het vragenformulier om wordt gevraagd. Deze documenten gelden als bewijs voor de antwoorden.
Als de betrokkene de aanvraag doet voor een nieuwe beschikking, zoals een vergunning of subsidie, maken de Bibob-vragenformulieren onderdeel uit van de aanvraag voor de vergunning of subsidie.
De gemeente voert daarna de volgende acties uit:
De gemeente kan de volgende extra gegevens opvragen:
De gemeente kan deze extra informatie opvragen van de betrokkene zoals bedoeld in artikel 1, lid 1 van de Wet Bibob, maar ook van Bibob-relaties van de betrokkene. Daaronder vallen de volgende personen:
De betrokkene moet de volgende informatie geven over hoe hij het project of de activiteit financiert:
De financiering van het project of de activiteit moet aannemelijk en inzichtelijk zijn. Dit betekent dat geloofwaardig moet zijn dat de betrokkene het geld heeft en dat duidelijk moet zijn waar het geld vandaan komt. Daarom gelden de volgende regels:
Optie 1: De betrokkene gebruikt eigen vermogen
De betrokkene moet kunnen bewijzen dat hij het geld heeft en waar het vandaan komt. Ook als de betrokkene met contant geld betaalt.
Optie 2: De betrokkene gebruikt vreemd vermogen
In dit geval moet de betrokkene de volgende documenten inleveren:
Onderzoek door het Landelijk Bureau Bibob
De gemeente kan ook het Landelijk Bureau Bibob een onderzoek laten doen. Het Landelijk Bureau Bibob heeft toegang tot meer informatie dan de gemeente, zoals internationale informatie en informatie van inlichtingendiensten. Een onderzoek door het Landelijk Bureau Bibob heeft daarom meer invloed op een betrokkene en de privacy van een betrokkene dan een onderzoek door de gemeente. De gemeente laat het Landelijk Bureau Bibob daarom alleen een onderzoek doen als zij dit echt nodig vindt.
De gemeente kan het Landelijk Bureau Bibob (LBB) onderzoek laten doen in de volgende gevallen:
Een betrokkene kan geen bezwaar maken of in beroep gaan tegen een adviesvraag bij het Landelijk Bureau Bibob. De betrokkene kan de aanvraag wel altijd intrekken.
Wanneer besluit de gemeente om geen vergunning of subsidie te geven, of geen vastgoedtransactie of overheidsopdracht te sluiten?
De gemeente beoordeelt zelf, of met een advies van het Landelijk Bureau Bibob, of het een negatief of positief besluit neemt. In de Wet Bibob staat hoe de gemeente moet omgaan met de kans op criminele activiteiten. Als die kans erg groot is, heeft de Wet Bibob het over ‘een ernstige mate van gevaar’. Als de kans kleiner is heeft de Wet Bibob het over ‘een mindere mate van gevaar’.
In de volgende gevallen kan de gemeente beslissen om een aanvraag voor een vergunning of subsidie niet te behandelen. Of een al verleende vergunning of subsidie in te trekken. Dit kan de gemeente doen op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht en op grond van artikel 3 en artikel 4 van de Wet Bibob.
De betrokkene werkt niet mee aan het eigen Bibob-onderzoek van de gemeente. Bijvoorbeeld door het Bibob-vragenformulier niet of niet helemaal in te vullen, en/of niet alle gevraagde bewijzen mee te sturen. Ook niet nadat de gemeente de betrokkene tijd heeft gegeven om de missende informatie aan te vullen.
Is er geen ernstige mate van gevaar, maar een mindere mate van gevaar, zoals bedoeld in artikel 3, lid 7 van de Wet Bibob? Dan kan de gemeenten extra voorschriften (regels) opleggen voor de vergunning of subsidie. Die extra voorschriften moeten ervoor zorgen dat het gevaar voor criminele activiteiten verdwijnt of kleiner wordt. Als de betrokkene zich niet aan deze regels houdt, kan de gemeente de vergunning of subsidie intrekken.
Is er wel een ernstige mate van gevaar, maar vindt de gemeente het weigeren of intrekken van de vergunning of subsidie een te zware beslissing? Ook dan kan de gemeente extra regels opleggen. Die extra regels moeten ervoor zorgen dat het gevaar voor criminele activiteiten verdwijnt of kleiner wordt. Als de betrokkene zich niet aan deze regels houdt, kan de gemeente de vergunning of subsidie intrekken.
In de volgende gevallen kan de gemeente beslissen om geen vastgoedtransactie te sluiten. Of het contract te verbreken dat na de vastgoedtransactie is gesloten. De gemeente moet die optie wel in het contract hebben opgenomen.
De betrokkene werkt niet mee aan het eigen Bibob-onderzoek van de gemeente. Bijvoorbeeld door het Bibob-vragenformulier niet of niet helemaal in te vullen, en/of niet alle gevraagde bewijzen mee te sturen. Ook niet nadat de gemeente de betrokkene tijd heeft gegeven om de missende informatie aan te vullen.
In de volgende gevallen kan de gemeente beslissen om geen overheidsopdracht te geven. Of het contract voor deze overheidsopdracht te verbreken. De gemeente moet die optie wel in het contract hebben opgenomen.
De betrokkene werkt niet mee aan het eigen Bibob-onderzoek van de gemeente. Bijvoorbeeld door het Bibob-vragenformulier niet of niet helemaal in te vullen, en/of niet alle gevraagde bewijzen mee te sturen. Ook niet nadat de gemeente de betrokkene tijd heeft gegeven om de missende informatie aan te vullen.
Hoe snel krijgt de betrokkene de uitslag van het onderzoek?
De gemeente moet binnen een bepaalde periode reageren op de aanvraag van een betrokkene voor een beschikking. Ook het Landelijk Bureau Bibob moet binnen een bepaalde periode reageren op een vraag van de gemeente voor een extra Bibob-onderzoek. In sommige gevallen krijgen de gemeente en het Landelijk Bureau Bibob meer tijd.
Als de gemeente een advies aanvraagt bij het Landelijk Bureau Bibob, dan krijgt de gemeente meer tijd om op de aanvraag te reageren. De periode wordt verlengd met het aantal dagen dat het Landelijk Bureau Bibob nodig heeft om dit advies te geven. De dag dat het Landelijk Bureau Bibob de aanvraag in behandeling neemt telt als dag 1, en de dag dat de gemeente het advies heeft ontvangen telt als de laatste dag. De periode hiertussen mag niet meer dan 8 weken zijn (zie artikel 15, lid 1 van de Wet Bibob).
Lukt het het Landelijk Bureau Bibob niet binnen 8 weken een advies te geven aan de gemeente? Dan kan het Landelijk Bureau Bibob de periode verlengen met maximaal 4 weken (zie artikel 15, lid 3 van de Wet Bibob). De gemeente laat het de betrokkene direct weten als dit gebeurt.
Mist het Landelijk Bureau Bibob nog informatie om het onderzoek uit te voeren? Dan vraagt het Landelijke Bureau Bibob dit op bij de betrokkene, de gemeente of een andere organisatie. De periode die het Landelijk Bureau Bibob moet wachten op deze extra informatie gaat niet af van het totaal van 8 weken dat het Landelijk Bureau Bibob heeft om een advies te geven. Ook de gemeente krijgt deze periode erbij om op de aanvraag te reageren.
Informatieplicht van de gemeente
Als de gemeente het Landelijk Bureau Bibob een onderzoek laat doen, moet de gemeente dit in een brief laten weten aan de betrokkene. De gemeente laat de betrokkene ook weten dat dit betekent dat de gemeente meer tijd krijgt om over de aanvraag van de betrokkene te beslissen (zie artikel 31 Wet Bibob). Een kopie van die brief voegt de gemeente toe aan de adviesaanvraag bij het Landelijk Bureau Bibob.
De gemeente moet de betrokkene een kopie van het advies van het Landelijk Bureau Bibob geven als dit advies reden was voor de gemeente om:
De gemeente moet die kopie ook aan andere personen geven als die zijn onderzocht (derden, zoals bedoeld in artikel 28 lid 2 van de Wet Bibob) en de informatie over deze personen onderdeel heeft uitgemaakt van de beslissing van de gemeente. De gemeente mag alleen de onderdelen die over hen gaan met hen delen.
De betrokkene en anderen die de kopie hebben ontvangen moeten de informatie hieruit geheimhouden (geheimhoudingsplicht). De gemeente laat dit in een brief aan hen weten (zie artikel 28 lid 1 Wet Bibob).
Reageren op een negatief besluit naar aanleiding van een Bibob-onderzoek
Komt er een negatief besluit na het onderzoek? Dan mogen de betrokkene en andere personen die zijn onderzocht hierop reageren, zoals bedoeld in artikel 33 van de Wet Bibob.
Andere rechten en plichten van de gemeente
Gebruiken van Bibob-advies (en informatie uit eigen onderzoek)
De gemeente mag een advies van het Landelijk Bureau Bibob en informatie uit het eigen onderzoek vijf jaar lang gebruiken voor een andere beslissing.
Aantekening maken in het Bibob-register
Het Bibob-register zorgt ervoor dat verschillende overheidsorganisaties informatie met elkaar kunnen delen. De gemeente maakt een aantekening in het Bibob-register, zoals bedoeld in artikel 7a, lid 7 en 8 van de Wet Bibob, als:
Tippen andere gemeenten en/of rechtspersonen
De gemeente tipt andere gemeenten of rechtspersonen met een overheidstaak als het denkt dat zij informatie over betrokkenen moeten hebben, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
Delen van gegevens met andere gemeenten en/of rechtspersonen
De gemeente deelt Bibob-informatie met andere gemeenten en/of rechtspersonen met een overheidstaak als zij daarom vragen, zoals bedoeld en onder de voorwaarden in artikel 28, lid 2 onder m van de Wet Bibob.
In de bijlage staan activiteiten waar de gemeente Beverwijk – als dat kan – een Bibob-onderzoek voor wil doen. Voor deze activiteiten bestaat een verhoogd risico op criminaliteit of het witwassen van crimineel verdiend geld.
Hoe zijn de risicoactiviteiten bepaald?
In de lijst met risicoactiviteiten staan de volgende activiteiten:
Activiteiten die onder de Wet Bibob vallen, zoals activiteiten waar een alcoholwetvergunning voor nodig is of sommige milieu- of bouwactiviteiten. Sinds 2013 vallen ook vastgoedtransacties onder de Wet Bibob, en sinds 2022 ook (zorg)aanbestedingen. Deze activiteiten vallen onder de Wet Bibob omdat bij deze activiteiten volgens de overheid een verhoogd risico is op criminaliteit. De overheid maakt hiervoor gebruik van een onderzoek van criminoloog/ emeritus hoogleraar Cyrille Fijnaut (hierna: Fijnaut) (zie ook ‘Activiteiten die de overheid heeft toegevoegd aan de Wet Bibob’).
Activiteiten waarvoor in de gemeente Beverwijk een vergunning nodig is. Gemeenten mogen ervoor kiezen om voor sommige activiteiten een vergunning verplicht te maken (vergunningplicht voor aan te wijzen bedrijfsmatige activiteiten ter bestrijding van ondermijning). De gemeente heeft besloten dat er een vergunning nodig is voor die activiteiten om problemen zoals overlast of onveilige situaties aan te pakken.
De overheid heeft er bewust voor gekozen om geen definitieve lijst met risicoactiviteiten te maken, maar gemeenten de vrijheid te geven om zelf activiteiten toe te voegen. Ze kunnen dat bijvoorbeeld doen als uit onderzoek blijkt dat ook andere branches in hun gemeente een verhoogd risico hebben op criminaliteit. Met een definitieve lijst zou ook het risico bestaan dat criminelen overstappen naar andere branches die buiten de Wet Bibob vallen.
Activiteiten die de overheid heeft toegevoegd aan de Wet Bibob
Voor het bepalen van de risicoactiviteiten heeft de overheid het onderzoek van Fijnaut gebruikt5. Fijnaut heeft vier criteria omschreven waarmee je kunt bepalen of een branche een verhoogd risico heeft op criminaliteit:
Op basis van deze criteria heeft de overheid eerst alleen de volgende branches onder de Wet Bibob laten vallen: horeca, bouwsector, autobranche, textielindustrie, de afvalverwerkingsbranche, de transportsector, prostitutie- en seksbedrijven en de goksector.
Later heeft de overheid daar de volgende branches aan toegevoegd: coffeeshops, bedrijven die drugs of andere stoffen die onder de Opiumwet vallen produceren of verhandelen en de ICT-sector6.
In 2010 voegde de overheid daar nog de volgende branches aan toe: uitzendbranche, evenementenbranche, belwinkels, headshops, kansspelautomatenbranche en de vastgoedsector. De reden hiervoor was het onderzoek voor de Evaluatie- en Uitbreidingswet Bibob in 2010. Later voegde de overheid nog de vuurwerksector en kamerverhuur toe7. Ook voegde het sommige niet-vergunningsplichtige sectoren als belwinkels, massagesalons en avondkappers toe8. Deze sectoren hebben het risico gebruikt te worden voor het witwassen van geld, ontduiken van belasting en andere soorten van criminaliteit. Dit komt deels doordat er veel contant geld aanwezig is en het makkelijk is om onderdeel te worden van de branche (Fijnaut-criteria 2 en 3).
Uit onderzoek blijkt verder dat criminele organisaties in Nederland aanwezig zijn in de horecabranche, groothandel en detailhandel (zoals de import en export van fruit), de vastgoedsector, de prostitutie, de transportsector en de verhuur van motorvoertuigen9. Daarom zijn ook die branches opgenomen in de lijst met risicoactiviteiten.
Wanneer voert de gemeente een Bibob-onderzoek uit bij deze risicoactiviteiten?
De gemeente kan alleen een Bibob-onderzoek doen bij publiekrechtelijke beschikkingen (zoals vergunningen of subsidies) of privaatrechtelijke transacties (zoals overheidsopdrachten en vastgoedtransacties).
Voor onderstaande activiteiten is niet altijd een vergunning nodig. Als er geen vergunning nodig is voor een activiteit, kan de gemeente de Wet Bibob niet direct uitvoeren. Wel kan het zijn dat de gemeente nog andere beslissingen moeten nemen om die activiteit mogelijk te maken, zoals een omgevingsvergunning geven of een vastgoedtransactie sluiten. Als dat zo is, kan de gemeente de Wet Bibob toch nog uitvoeren.
Het is de bedoeling dat de gemeente het Bibob-onderzoek zo vroeg mogelijk uitvoert. Anders kan het lastig zijn om een beslissing terug te draaien, bijvoorbeeld bij vastgoedtransacties. Ook geeft dit de betrokkene die de activiteit wil uitvoeren snel duidelijkheid.
De gemeente probeert het aantal Bibob-onderzoeken per betrokkene zo klein mogelijk te houden. Toch moet de gemeente soms meerdere keren een Bibob-onderzoek doen bij een betrokkene.
In de bijlage staan de gebieden die volgens de gemeente Beverwijk een risicogebied zijn. De gemeente vindt het nodig om een Bibob-onderzoek te doen voor activiteiten binnen die gebieden.
Hoe zijn de risicogebieden bepaald?
Artikel 2:65b van de Algemeen Plaatselijke Verordening Beverwijk (verder APV) geeft het college van Burgemeester en Wethouders de bevoegdheid om gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aan te wijzen waar voor het uit oefenen van een bedrijf een vergunning benodigd is.
In de APV is verder opgenomen dat een gebouw of gebied uitsluitend wordt aangewezen als in of rondom dat gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van het college de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat of aannemelijk is dat de openbare orde of veiligheid onder druk kan komen te staan. Dit moet deugdelijk onderbouwd worden met objectieve feiten en omstandigheden.
Het aanwijzen van een vergunningplicht voor het uitoefenen van een bedrijf in een specifiek gebouw, gebied of bedrijfsactiviteit heeft tot doel om de aanpak ondermijning te versterken. Deze mogelijkheid richt zicht op het stimuleren van een gezond ondernemingsklimaat en het tegengaan van een onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemingsklimaat.
De noodzaak van een aanwijzing, alsmede de duur van de aanwijzing, wordt zorgvuldig gemotiveerd. De uitgangspunten van proportionaliteit en subsidiariteit gelden. Bij een gebiedsgewijze aanpak wordt de noodzaak van de aanwijzing mede bezien in samenhang met de andere maatregelen in een gebied.
Als gevolg van het aanwijzen van een vergunningsverplichting voor die gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten kan op de aanvraag van een dergelijke vergunning de wet Bibob worden toegepast en dus een Bibob-onderzoek worden uitgevoerd.
Voor het aanwijzen van een gebouw, gebied of bedrijfsmatige activiteit is een separaat aanwijzingsbesluit noodzakelijk.
Wanneer voert de gemeente een Bibob-onderzoek uit bij deze risicogebieden?
De gemeente mag niet voor alle activiteiten binnen deze gebieden een Bibob-onderzoek doen. De gemeente mag zo’n onderzoek alleen doen als de activiteit onder de Wet Bibob valt. Dat is als er bijvoorbeeld een vergunning nodig is voor de activiteit, als het om een vastgoedtransactie gaat of een overheidsopdracht.
Het is de bedoeling dat de gemeente het Bibob-onderzoek zo vroeg mogelijk uitvoert. Anders kan het lastig zijn om een beslissing terug te draaien, bijvoorbeeld bij vastgoedtransacties. Ook geeft dit de betrokkene die de activiteit wil uitvoeren snel duidelijkheid.
De gemeente probeert het aantal Bibob-onderzoeken per betrokkene zo klein mogelijk te houden. Toch moet de gemeente soms meerdere keren een Bibob-onderzoek doen bij een betrokkene.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-563301.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.