Uitvoeringsregeling onderwijsachterstandenbeleid 2025-2026

Burgemeester en wethouders van Terschelling,

 

 

Gelezen het advies subsidiejaarprogramma 2025

Gelet op artikel 3 lid 2, Algemene subsidieverordening Terschelling 2025

 

besluiten:

 

vast te stellen de volgende uitvoeringsregeling onderwijsachterstandenbeleid

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze uitvoeringsregeling wordt verstaan onder:

 

OAB: Onderwijsachterstandenbeleid, zoals bedoeld in artikel 158 t/m 163 Wet op Primair Onderwijs.

 

LEA: het lokale educatieve overleg tussen gemeente en besturen van het primair- en voortgezet onderwijs en het bestuur van kinderopvang en peuterspeelzaal.

 

OAB-subsidie: subsidie ter uitvoering van het OAB.

 

Subsidieaanvraag: een aanvraag om voor OAB-subsidie in aanmerking te komen.

 

VVE: Voor- en Vroegschoolse Educatie; activiteiten met als doel de ontwikkeling van kinderen uit autochtone en allochtone achterstandsgroepen zodanig te stimuleren dat hun kansen op een goede schoolloopbaan en maatschappelijke carrière worden vergroot. De programma’s worden zowel in een peuterspeelzaal of kinderdagverblijf aangeboden als in de eerste twee groepen van de basisschool.

Artikel 2 Subsidiesoort

Op grond van artikel 1o en 1p, Algemene subsidieverordening Terschelling 2025 betreft de OAB-subsidie ofwel een boekjaarsubsidie; een subsidie die voor een of meerdere boekjaren aan een organisatie wordt verstrekt voor de uitvoering van meerdere samenhangende activiteiten met een voortdurend karakter, voor maximaal 4 boekjaren ineens; of een projectsubsidie; een subsidie ten behoeve van bijzondere activiteiten, met een duidelijke afbakening en doel. Dit zijn eenmalige activiteiten met een duidelijk einddoel, of projectmatig van aard met een einddatum.

Artikel 3 Doelstelling

De doelstelling van het OAB is dat ieder kind, ongeacht zijn of haar sociaaleconomische afkomst, zijn of haar potentie ten volle kan benutten. Deze doelstelling valt in de praktijk uiteen in twee componenten:

  • a.

    Het voorkomen en bestrijden van absolute leer- en ontwikkelachterstanden (m.n. taalachterstanden) bij kinderen met een achterstandspositie en zo onderpresteren ten opzichte van hun potentie voorkomen.

  • b.

    Het bevorderen van gelijke onderwijsloopbaanmogelijkheden (naar potentie) voor leerlingen met een minder gunstige achtergrond (relatieve achterstanden).

Artikel 4 Doelgroep

De doelgroep van de uitvoeringsregeling OAB (conform de Rijksregeling) zijn kinderen die vanwege kenmerken in hun sociaaleconomische omgeving een risico lopen op een mogelijke achterstand in de Nederlandse taal. Dit verhoogde risico wordt veroorzaakt door minder gunstige economische, sociale of culturele omgevingskenmerken. Om deze mogelijke achterstand al op jonge leeftijd aan te kunnen pakken, richt het OAB zich op activiteiten die ontwikkeld worden binnen de VVE, het primair onderwijs en naschoolse opvang.

Artikel 5 Algemene toekenningscriteria

Activiteiten en voorzieningen waarvoor OAB subsidie aangevraagd kan worden betreffen: extra inzet personeel, VVE programma, onderwijsaanbod en activiteiten ten behoeve van het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden.

 

Schoolbesturen, instellingen voor peuteropvang en maatschappelijke organisaties zonder winstoogmerk met aantoonbare ervaring in het organiseren van activiteiten gericht op het signaleren en bestrijden van onderwijsachterstanden kunnen voor OAB-subsidie in aanmerking komen voor zover:

 

  • 1.

    met de activiteiten zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de feitelijke onderwijsachterstand van leerlingen/kinderen;

  • 2.

    het activiteiten betreft voor kinderen in de leeftijdsgroep 0-12 jaar;

  • 3.

    bij peuterspeelzalen en kinderdagverblijven het accent ligt op het vroegtijdig opsporen en aanpakken van ontwikkelingsachterstanden, bij scholen het accent primair ligt op het vroegtijdig opsporen en aanpakken van taal- en rekenachterstanden; secundair het opsporen en aanpakken van sociaal-emotionele en motorische achterstanden;

  • 4.

    het aangevraagde budget niet wordt ingezet om het reguliere onderwijscurriculum te financieren;

  • 5.

    De activiteiten dienen uitgevoerd te worden door gekwalificeerd personeel;

  • 6.

    er voor dit doel geen ander (toereikend) budget beschikbaar is;

  • 7.

    er voor dit doel geen andere instelling is, die al een dekkend aanbod verzorgt.

Artikel 6 Vervallen

 

Artikel 7 Subsidie activiteiten VVE

Het VVE doelgroepenbeleid maakt primair onderdeel uit van het onderwijsachterstandenbeleid. In dit artikel zijn de specifieke voorwaarden beschreven:

  • 1.

    Peuteropvang-organisaties, die een VVE programma aanbieden aan een groep waarin kinderen met een VVE indicatie zitten, kunnen voor maximaal 40 weken VVE subsidie in aanmerking komen voor zover:

    • a.

      het VVE programma een erkend VVE programma is;

    • b.

      alle onderdelen van het VVE programma worden uitgevoerd, dan wel dat een plan wordt ingediend hoe dit gerealiseerd wordt;

    • c.

      er afstemming is met, en overdracht naar, het basisonderwijs;

    • d.

      wordt voldaan aan de geldende wettelijke eisen;

    • e.

      er pedagogisch medewerkers op de groep staan met het gewenste taalniveau: mondelinge- en leesvaardigheden 3F en schriftelijke vaardigheden 2F;

    • f.

      het VVE programma wordt in ieder geval gestart vanaf twee jaar en vijf maanden.

  • 2.

    Peuteropvang-organisaties komen in aanmerking voor een subsidie (bij)scholing kwaliteitseisen 3F voortvloeiend uit de wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK).

Artikel 8 Bij aanvraag in te dienen gegevens

  • 1.

    De aanvraag voor een subsidie wordt volgens ofwel het ‘aanvraagformulier boekjaarsubsidie’ of het ‘aanvraagformulier projectsubsidie’ schriftelijk en ondertekend bij het college ingediend.

  • 2.

    De aanvraag omvat in ieder geval:

    • a.

      een omschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt gevraagd, zoveel mogelijk gespecificeerd naar aard, omvang, doelgroep, plaats, frequentie en duur, organisaties waarmee samengewerkt gaat worden en verwacht aantal deelnemers;

    • b.

      de doelstelling en resultaten, die daarmee worden nagestreefd, en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen. In bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen;

    • c.

      een beschrijving van de wijze waarop ouders betrokken zijn bij educatie. Het vergroten van ouderbetrokkenheid, om ouders van kinderen met een risico op onderwijsachterstanden meer te betrekken bij de opleiding van hun kind, zodat zij hun kind meer stimuleren het beste uit zichzelf te halen. In de uitwerking van een extra aanbod is zichtbaar dat ouders actief worden betrokken.

    • d.

      een gespecificeerde begroting waaruit duidelijk blijkt hoeveel subsidie de aanvrager verwacht nodig te hebben voor het uitvoeren van de onder a. bedoelde activiteiten en wat eventueel de deelnemersbijdrage en de bijdrage van andere organisaties is;

    • e.

      indien voor de eerste maal subsidie wordt aangevraagd worden de geldige statuten overgelegd met het nummer van de Kamer van Koophandel.

Artikel 9 Subsidieplafond

  • 1.

    Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt € 64.000 per kalenderjaar. Dit bedrag is gebaseerd op de voorlopige toekenningsbeschikking ‘Specifieke uitkering Onderwijsachterstandenbeleid voor 2025'. Idem 2026.

  • 2.

    Zodra vaststaat dat een verlaging van het subsidieplafond noodzakelijk is, wordt dit vastgesteld en bekendgemaakt. Dit kan gevolgen hebben voor de toekenning van de aangevraagde subsidies voor het volgende boekjaar.

Artikel 10 Verdelingsregels

Indien het beschikbare budget niet toereikend is om alle aanvragen te honoreren hanteert de gemeente Terschelling onderstaande verdelingsregels:

 

  • 1.

    Subsidieaanvragen voor VVE hebben prioriteit boven subsidieaanvragen voor overige activiteiten.

  • 2.

    Bij subsidieaanvragen voor overige activiteiten worden de volgende prioriteiten gesteld:

    • a.

      activiteiten die zijn ontplooid in de vorige OAB-periode krijgen voorrang boven nieuwe activiteiten;

    • b.

      daarna krijgen school- of instelling-overstijgende activiteiten voorrang boven school- of instelling-gebonden activiteiten.

Artikel 11 Subsidiecyclus

De volgende data en termijnen zijn van toepassing:

 

  • 1.
    • a.

      Boekjaarsubsidieaanvragen dienen uiterlijk tussen 1 maart en 1 juni, in het jaar voorafgaand aan het jaar waar de subsidie betrekking op heeft, ingediend te zijn. De aanvraag wordt ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Terschelling, ter attentie van afdeling Beleid & Regie.

    • b.

      Projectsubsidieaanvragen dienen uiterlijk voor 1 december ingediend te worden in het jaar waar de subsidie betrekking op heeft. De aanvraag moet ingediend worden voordat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd zijn begonnen. De aanvraag wordt ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Terschelling, ter attentie van afdeling Beleid & Regie.

  • 2.

    Subsidieaanvragen worden in de LEA besproken. Over subsidies, die na bespreking in de LEA zijn aangevraagd en toegekend, wordt de LEA achteraf geïnformeerd.

  • 3.

    Subsidie wordt ofwel per project of per boekjaar verleend.

  • 4.

    De beslistermijn op een subsidieaanvraag, als bedoeld in deze uitvoeringsregeling, is conform artikel 11 van de Algemene subsidieverordening Terschelling 2025.

Artikel 12 Overeenkomstig van toepassing

De bepalingen uit de Algemene subsidieverordening Terschelling 2025 zijn van toepassing.

Artikel 13 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als ‘Uitvoeringsregeling onderwijsachterstandenbeleid Terschelling 2025-2026’

Artikel 14 Inwerkingtreding

Deze uitvoeringsregeling treedt de dag na bekendmaking in werking. De regeling eindigt op 31 december 2026.

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 18 november 2025.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terschelling,

H.M. de Jong,

secretaris/directeur

mr R.S. Cazemier

wnd burgemeester

Toelichting  

De gemeente is wettelijk verplicht om onderwijsachterstandenbeleid te maken en uit te voeren, in overleg met de besturen van scholen, kinderopvang en peuterspeelzalen. Het Rijk verstrekt hiertoe een specifieke uitkering.

 

Op grond van art.163.2 Wet op het primair onderwijs verstrekken burgemeester en wethouders de middelen die de gemeente als specifieke uitkering van het Rijk ontvangt aan de rechtspersonen die daarvoor in aanmerking komen.

 

Teneinde deze middelen op transparante wijze te verstrekken is de uitvoeringsregeling onderwijsachterstandenbeleid opgesteld. De uitvoeringsregeling kan gezien worden als een nadere uitwerking van het gemeentelijke onderwijsachterstandenbeleid.

Naar boven