Gemeenteblad van Doetinchem
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Doetinchem | Gemeenteblad 2025, 563089 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Doetinchem | Gemeenteblad 2025, 563089 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening op de heffing en de invordering van lig-, kade- en terreingeld 2026
De raad van de gemeente Doetinchem;
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11 november 2025;
gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en de onderdelen a en b, van de Gemeentewet;
vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en de invordering van lig-, kade- en terreingeld 2026
Artikel 1 Belastbaar feit liggeld
Onder de naam ‘liggeld’ wordt een recht geheven voor het gebruik met vaartuigen van gemeentelijk vaarwater of van gemeentelijke kaden, oevers, aanlegsteigers of meerpalen.
Artikel 2 Belastingplicht liggeld
Belastingplichtig is degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruikmaakt of degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht. Daaronder te verstaan de schipper, de reder, de eigenaar van het schip, degene aan wie het schip in gebruik is gegeven, of degene die als vertegenwoordiger van één van dezen optreedt.
Als grondslag voor de heffing gelden, met uitzondering van het liggeld voor de ligplaats aan de kade van Het Eiland zoals omschreven in artikel 4, de gegevens, vermeld in de bij het vaartuig behorende meetbrief, waarbij onder maximumverplaatsing wordt aangenomen het aantal kubieke meters water dat wordt verplaatst bij de ingevolge genoemde meetbrief grootst toegelaten diepgang.
Bij gemis van een meetbrief of bij weigering om de meetbrief te tonen, wordt de waterver-plaatsing door de met de inning belaste ambtenaar geschat en is de belasting naar die schatting verschuldigd, tenzij de belastingplichtige verkiest dat het vaartuig op zijn kosten door een deskundige, door burgemeester en wethouders aan te wijzen, wordt gemeten volgens de regels, daarvoor van rijkswege vastgesteld of nader vast te stellen.
Artikel 5 Belastingtarief liggeld
Het liggeld wordt, met uitzondering van het liggeld voor een ligplaats aan de kade van Het Eiland zoals omschreven in artikel 6, telkenmale geheven voor het aanleggen van een vaartuig overeenkomstig artikel 1. Zolang een vaartuig aangelegd blijft, wordt het geacht bij de aanvang van elk nieuw tijdvak van veertien dagen sinds het tijdstip van aanleggen, opnieuw te hebben aangelegd, tenzij gesloten water of ijsgang vertrek belet.
Het liggeld kan ook bij wijze van abonnement worden voldaan.
De abonnementen zijn geldig voor het ten tijde van de afgifte nog niet verlopen gedeelte van een kalenderjaar. Het deswege verschuldigde recht bedraagt per kubieke meter waterverplaatsing voor een abonnement, geldig:
vermeerderd met zoveel maal € 0,25
als het aantal malen per week boven het getal twee bedraagt, dat het abonnement kan worden gebruikt.
Artikel 7 Vrijstelling liggeld
Voor de berekening van het liggeld blijft buiten aanmerking het tijdvak vanaf 12 uur 's middags op de dag, onmiddellijk voorafgaande aan een zondag, tot 8 uur 's ochtends op de dag onmiddellijk volgende op die zondag. Met de zondag worden te dezen gelijkgesteld de nieuwjaarsdag, de christelijke tweede paas- en pinksterdag, de beide kerstdagen en de Hemelvaartsdag.
Artikel 8 Belastbaar feit kadegeld
Onder de naam ‘kadegeld’ wordt een recht geheven voor het gebruik van de openbare loswal als tijdelijke opslagplaats. Onder 'openbare loswal' wordt verstaan alle gemeentegrond langs de Oude IJssel, voor zover die niet aan derden in gebruik is gegeven.
Artikel 9 Belastingplicht kadegeld
Belastingplichtig is degene aan wie de voor het gebruik van de grond vereiste toestemming is verleend.
Artikel 10 Belastingtarief kadegeld
Het kadegeld kan ook bij wijze van abonnement worden voldaan.
De abonnementen zijn geldig voor het ten tijde van de afgifte nog niet verlopen gedeelte van een kalenderjaar.
Het deswege verschuldigde recht bedraagt, per 50 m2 grondoppervlakte of een gedeelte daarvan, waarvoor een abonnement geldig is € 105,61
Artikel 11 Vrijstelling kadegeld
Het bij artikel 5, eerste lid, omtrent de heffing van liggeld bepaalde, is mede op de heffing van kadegeld van toepassing.
Artikel 12 Belastbaar feit terreingeld
Onder de naam ‘terreingeld’ wordt een recht geheven voor het al dan niet tijdelijk uitsluitend gebruik van openbare gemeentegrond, voor zover zodanig gebruik niet aan een andere gemeentelijke heffing is onderworpen.
Artikel 13 Belastingplicht terreingeld
Belastingplichtig is degene aan wie de voor het gebruik van de grond vereiste toestemming is verleend.
Artikel 14 Belastingtarief terreingeld (tijdelijk gebruik)
Het terreingeld bedraagt voor elke aangevraagde en toegestane m2 voor uitsluitend tijdelijk gebruik van gemeentegrond:
Artikel 15 Belastingtarief terreingeld (blijvend gebruik)
Het terreingeld bedraagt voor elke aangevraagde en toegestane m2 voor uitsluitend blijvend gebruik van gemeentegrond voor het plaatsen van definitieve voorwerpen, voor zover deze voorwerpen zich bevinden op of op minder dan 1.50 meter boven uitsluitend voor voetgangers bestemde openbare gemeentegrond, per m2 per jaar, € 60,51
Bij de berekening van het aantal m2 worden gedeelten van m2 naar boven afgerond.
Artikel 16 Vrijstelling terreingeld
Geen terreingeld wordt geheven voor het uitsluitend blijvend gebruik van openbare gemeentegrond voor het plaatsen van definitieve voorwerpen, voor zover deze voorwerpen zich bevinden op of op minder dan 1.50 meter boven uitsluitend voor voetgangers bestemde openbare gemeentegrond en voor zover het gaat om voorwerpen die worden aangebracht om gebouwen toegankelijk te laten zijn voor invaliden en invalide rolstoelgebruikers. Dit voor zover het gaat om per 1 januari 1997 bestaande gebouwen.
Artikel 17 Overige bepalingen lig- of kadegeld
Degene die het lig- of kadegeld bij wijze van abonnement wenst te voldoen, wendt zich tot de betrokken ambtenaar ter verkrijging van een abonnementskaart. Zodanige kaart wordt niet afgegeven dan na betaling van het deswege verschuldigde lig- of kadegeld.
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op het aan de heffing van liggeld onderworpen gebruik van enig kunstwerk over het eerste tijdvak van drie etmalen vanaf het tijdstip van aankomst van het vaartuig.
Het te dier zake verschuldigde recht wordt door de belastingschuldige aan de met de ontvangst van het liggeld belaste ambtenaar betaald voor het einde van gemeld tijdvak en voor het vertrek van het vaartuig.
De ontheffing van het Waterschap Rijn en IJssel, bedoeld in artikel 4, de abonnementskaart, bedoeld in artikel 17, de toestemming, bedoeld in artikel 18, en de kwitantie, bedoeld in artikel 20, moeten op eerste vordering worden getoond aan elke met het houden van toezicht op de betrokken kunstwerken of gronden of met de ontvangst van de in deze verordening bedoelde rechten belaste ambtenaar.
Bij niet-voldoening aan een vordering overeenkomstig het eerste lid tot het tonen van een schriftelijke toestemming, van een ontheffing van het Waterschap Rijn en IJssel, van een abonnementskaart of van een kwitantie, wordt geacht onderscheidenlijk geen toestemming verleend, geen abonnement verstrekt of geen recht betaald te zijn.
Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 24, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de rechten hiervoor in de periode plaatsvindt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-563089.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.