Gemeenteblad van Gouda
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gouda | Gemeenteblad 2025, 563081 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gouda | Gemeenteblad 2025, 563081 | beleidsregel |
Beleidsregels Bijzondere bijstand Gouda 2026
Artikel 6 Bijzondere Bijstand met terugwerkende kracht
Een aanvraag voor bijzondere bijstand kan na het ontstaan van de kosten worden geaccepteerd als
Artikel 12 Kosten van budgetbeheer
De belanghebbende en de budgetbeheerder stellen samen een overeenkomst op waarin wordt vastgelegd hoe en wanneer de belanghebbende weer zelfstandig zijn/haar financiën zal beheren. In deze overeenkomst worden concrete afspraken gemaakt over de stappen en termijn waarbinnen zelfstandigheid wordt nagestreefd, zodat de voortgang gemonitord en geëvalueerd kan worden.
Artikel 19 Reiskosten in verband met bezoek ziek familielid
Bij het vaststellen van de hoogte van de bijstand wordt uitgegaan van de kosten van openbaar vervoer (2e klas) of als er gebruik wordt gemaakt van de auto, een kilometervergoeding volgens de kortst gebruikelijke weg. De kilometervergoeding wordt verstrekt op basis van de ‘snelste route’ volgens de ANWB-routeplanner. Er wordt naar boven afgerond op hele kilometers.
Artikel 23 Kosten van woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen
De kosten van woninginrichting of duurzame gebruiksgoederen behoren tot de incidentele algemene kosten van het bestaan. Als er op grond van artikel 35 van de wet bijzondere bijstand kan worden verstrekt, dan wordt daarbij in elk geval het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid in aanmerking genomen.
Verhuiskosten behoren tot de incidentele algemene kosten van het bestaan. Als er op grond van artikel 35 van de wet bijzondere bijstand kan worden verstrekt, dan wordt daarbij in elk geval het tweede en derde lid in aanmerking genomen. Het gaat hierbij om transportkosten die worden gemaakt bij een noodzakelijke verhuizing.
Artikel 30 Maatwerk bij de verlening van bijzondere bijstand
Als er naar het oordeel van het college dringende omstandigheden aanwezig zijn om de alleenstaande of het gezin financiële ondersteuning te bieden, ook als de kosten niet of niet geheel aangemerkt kunnen worden als noodzakelijke kosten van het bestaan zoals bedoeld in artikel 35 van de wet, kan bijzondere bijstand worden verleend als door deze bijzondere bijstand:
Aldus besloten in de vergadering van 16 december 2025
Burgemeester en wethouders van Gouda,
de secretaris,
drs R.C. Bakker
de burgemeester,
mr drs P. Verhoeve
Bijzondere bijstand kan worden verleend voor de bestrijding van noodzakelijke kosten die worden veroorzaakt door bijzondere omstandigheden (artikel 35 lid 1 Participatiewet). Voor de bijzondere bijstand bestaan geen landelijke normen. Het verlenen van bijzondere bijstand is maatwerk. In deze regeling staan kaders die de gemeente Gouda hanteert en veel voorkomende kostensoorten. Ook andere kostensoorten kunnen in aanmerking komen voor bijzondere bijstand.
De noodzakelijkheid van de betreffende kosten wordt in het individuele geval vastgesteld. Afhankelijk van de persoon en de omstandigheden kunnen dezelfde kosten dus in het ene geval wel en in een ander geval niet noodzakelijk zijn. De hoogte van de bijzondere bijstand hangt af van de hoogte van de bijzondere kosten en de mogelijkheden van belanghebbende om deze zelf te kunnen betalen. Bijzondere bijstand betreft over het algemeen altijd een financiële verstrekking. De verstrekking kan gedaan worden aan de belanghebbende of aan de desbetreffende partij waar kosten zijn gemaakt.
Artikelen 1 t/m 6 behoeven geen toelichting
Artikel 7 Vaste lasten tijdens verblijf in inrichting
Artikel 35, eerste lid van de wet maakt het mogelijk om bijzondere bijstand te verlenen voor de kosten van het aanhouden van de woning als het college dit in het individuele geval van belanghebbende nodig vindt. Het gaat om kosten zoals huur, energie, water, telefoon, kabel en internetaansluiting. Bij bijzondere bijstand voor energiekosten wordt, na overleg met de energieleverancier, uitgegaan van een verlaagd voorschotbedrag. Daarnaast wordt bekeken of een abonnement tijdelijk kan worden opgezegd. Verder kan een voorziening niet worden vergoed als belanghebbende er tijdens zijn verblijf in de inrichting ook gebruik van kan maken. Dit geldt bijvoorbeeld voor de kosten van een mobiele telefoon of draadloze internetverbinding.
De erfgenamen zijn samen verantwoordelijk voor de kosten van de uitvaart. Vaak wordt de aanvraag ingediend door de erfgenaam die het initiatief heeft genomen of die zich het meest betrokken voelt. Voor de gemeente is het dan niet altijd duidelijk of er meerdere erfgenamen zijn. Een verklaring van erfrecht geeft duidelijkheid over wie de erfgenamen zijn en wie dus (mede)verantwoordelijk is voor de kosten.
Bijzondere bijstand is mogelijk voor een eenvoudige uitvaart. We sluiten aan bij de kosten van het NIBUD.
Artikelen 9 t/m 11 behoeven geen toelichting
Artikel 12 Kosten vrijwillig budgetbeheer
Individuele omstandigheden van een inwoner kunnen ertoe leiden dat vrijwillig budgetbeheer grotere maatschappelijke kosten voorkomt. Budgetbeheer wordt daarom ingezet op basis van noodzaak; is zo kort mogelijk en zo lang als nodig. De beoordeling vindt jaarlijks plaats. Budgetbeheer in het kader van schuldhulpverlening of als basishulp van het sociaal team zijn voorliggende voorzieningen.
Artikel 13 Kosten van rechtsbijstand
Als de Raad voor Rechtsbijstand een toevoeging verleent, wordt er in bepaalde zaken een korting op de eigen bijdrage gegeven. Sinds maart 2020 past de Raad voor Rechtsbijstand deze korting automatisch toe, ook als een inwoner niet bij het Juridisch Loket is geweest.
Artikel 14 en 15 behoeven geen toelichting
Een belanghebbende kan hogere voedingskosten hebben ten gevolge van een ziekte of handicap. Deze kosten behoren niet tot het zorgpakket van de wettelijke ziektekostenverzekeringen. Daarom is er geen voorliggende voorziening. De kosten kunnen in het individuele geval als bijzonder noodzakelijke worden aangemerkt, zodat bijstandsverlening mogelijk is op grond van artikel 35 van de wet. We hanteren de dieetkostentabel van dieetvoedingen die is opgesteld door het NIBUD. De belanghebbende kan een dieetverklaring aanvragen bij een arts of diëtist. Daarmee kan een verzoek voor bijzondere bijstand goed worden beoordeeld. De diëtist of arts kan op basis van de gegevens van tabel 6.1 aangeven om welk ziektebeeld en type dieet het gaat. Op de website van de Nederlandse Vereniging van Diëtisten (nvdietist.nl) staat een kant-en-klaar format dat artsen en diëtisten hiervoor kunnen gebruiken.
Belanghebbenden kunnen om medische redenen hogere stookkosten hebben. Het gaat daarbij veelal om verwarmingskosten voor bijvoorbeeld gehandicapten en chronisch zieken.
Artikel 18 Kosten van bewassing en kledingslijtage
De kosten van aanschaf, vervanging en reiniging van kleding, beddengoed en schoeisel behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Een belanghebbende kan echter om medische redenen extra kosten hebben omdat hij kleding en beddengoed vaker moet wassen of vervangen. Te denken valt aan een belanghebbende die incontinent is, overmatig transpireert of medisch noodzakelijke huidproducten gebruikt. Voor de extra waskosten verstrekken we dan bijzondere bijstand. Ook kan een belanghebbende extra kledingslijtage hebben ten gevolge van, bijvoorbeeld, rolstoelgebruik of beugels.
Artikel 19 Reiskosten in verband met bezoek ziek familielid
Het inkomen ter hoogte van de bijstandsnorm is voldoende om te kunnen deelnemen aan het maatschappelijke leven en om sociale contacten te onderhouden. Ook incidentele kosten van het bezoeken van een ziek familielid moeten uit de bijstandsnorm worden voldaan. Dit artikel is daarom alleen van toepassing als een familielid gedurende langere tijd is opgenomen. Wat we onder ‘langere tijd’ verstaan hangt af van de individuele situatie. Ook kan naarmate de situatie voortduurt, het noodzakelijke aantal bezoeken afnemen.
Artikel 20 Reiskosten voor bezoek aan uit huis geplaatst kind behoeft geen toelichting
Artikel 21 Reiskosten voor bezoek aan gedetineerde
De kosten verbonden om gedetineerde te bezoeken behoren in beginsel niet tot de kosten van vervoer voor de deelname aan het maatschappelijk verkeer en/of tot de kosten van het leven van alledag. Het gaat hier om reiskosten die gemaakt worden met een andere doel. Dit zijn dan (meestal) kosten die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden . Daarom is bijzondere bijstand mogelijk (artikel 35 van de wet). Onderscheid maken tussen de verschillende gezinsleden is niet wenselijk vanuit het belang van het gezinsleven.
Artikel 22 Lening bij de gemeentelijke kredietbank als voorliggende voorziening behoeft geen toelichting
Artikel 23 Kosten van woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen
De kosten van duurzame gebruiksgoederen en inrichtingskosten behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Deze moeten worden voldaan uit een inkomen ter hoogte van de toepasselijke bijstandsnorm (inclusief eventuele toeslag) door middel van reservering vooraf of het afsluiten van een lening. Bijzondere bijstand op grond van artikel 35 van de wet is mogelijk als aan de volgende criteria wordt voldaan:
Een aanvraag bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen en inrichtingskosten zal dan ook aan deze criteria worden getoetst.
Bij bijzondere individuele omstandigheden (punt 3) kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het onverwacht ontstaan van de kosten of aan het gegeven dat belanghebbende niet of onvoldoende heeft kunnen reserveren. De eerste woninginrichting wordt altijd geacht voorzienbaar te zijn. Verder is het hebben van schulden of daaruit voortvloeiende aflossingsverplichtingen op zich geen bijzondere omstandigheid. Bij de beoordeling van een aanvraag wordt altijd gekeken naar de reden waarom schulden of leningen zijn ontstaan. Wanneer een lening is aangegaan voor niet-noodzakelijke zaken, kan niet worden gesproken van een bijzondere omstandigheid.
Bij afzonderlijke duurzame gebruiksgoederen en inrichtingsgoederen wordt de Prijzengids van het NIBUD gebruikt, waarbij altijd wordt uitgegaan van de goedkoopst mogelijke passende voorziening. Om maatwerk mogelijk te maken worden de NIBUD-prijzen gezien als richtprijzen. De bedragen voor volledige inventarissen zijn aan een maximum gekoppeld. Een redelijke toepassing hiervan brengt met zich mee dat als voor afzonderlijke goederen bijzondere bijstand wordt gevraagd, de genoemde percentages het maximum is.
Voor duurzame gebruiksgoederen geldt dat de bijzondere bijstand in beginsel wordt verstrekt in de vorm van borgtocht of als geldlening (artikel 51, eerste lid van de wet). Slechts in uitzonderlijke situaties kan bijstand om niet worden verstrekt. Alleen in uitzonderlijke gevallen wordt bijstand om niet verstrekt. Bijvoorbeeld bij een verhuizing uit een woning met een huur die hoger is dan de maximale huurgrens of als belanghebbende korter dan drie jaar in de vorige woning heeft gewoond en er nieuwe spullen gekocht moeten worden omdat ze in de nieuwe woning niet meer bruikbaar zijn.
Voor inrichtingskosten zoals verf en behang wordt de bijstand wel altijd om niet verstrekt. Het gaat dan om de kosten van artikelen die niet mee te nemen zijn. Dit volgt uit artikel 48, eerste lid van de wet.
Als belanghebbende bijzondere bijstand aanvraagt voor duurzame gebruiksgoederen terwijl hij nog aan het aflossen is op een eerdere noodzakelijke lening, kan nieuwe bijzondere bijstand om niet worden verstrekt. Zo wordt een langdurige terugbetaling voorkomen. Wordt de aanvraag ingediend nadat de laatste aflossing heeft plaatsgevonden, dan wordt de nieuwe bijstand wel weer in de vorm van een lening verstrekt.
Artikelen 24 t/m 26 behoeven geen toelichting
Artikel 27 Kosten van zorgpremie, kinderopvang en kosten in verband met kinderen
Dit artikel beschermt inwoners die door een nabetaling van bijstand toeslag verliezen. Een nabetaling komt bijvoorbeeld voor als belanghebbende bijstand ontvangt voor een belastingaanslag over een voorgaand jaar of als een uitkering op grond van de Bbz 2004 wordt omgezet in bijstand om niet. Er is dan sprake van een hoger belastbaar inkomen in het nieuwe kalenderjaar. Soms leidt dat tot een lagere huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag en/of kindgebonden budget. In artikel 2b van het Besluit op de huurtoeslag is geregeld dat belanghebbende een beroep kan doen op een hardheidsclausule, waardoor hij geen huurtoeslag misloopt. Voor zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget bestaat een dergelijke hardheidsclausule niet.
Door in deze situaties bijzondere bijstand te verstrekken, worden inwoners financieel niet benadeeld.
Artikel 28 Woonkosten voor huurders
Met ingang van 1 januari 2026 wijzigt de Wet op de huurtoeslag en verdwijnt de huurgrens als toegangsvoorwaarde. Iedereen met een laag inkomen kan vanaf 2026 huurtoeslag aanvragen, ongeacht hoe hoog de huur is. De grens blijft wel bestaan als rekenplafond, de toeslag wordt alleen berekend over de huur tot aan dat bedrag. Door deze wijziging wordt de landelijke huurtoeslag vanaf 2026 formeel een voorliggende voorziening voor iedereen met een huurwoning, ook in de vrije sector. Hiermee is de Wet op de huurtoeslag wel een passende voorliggende voorziening, maar niet toereikend voor huurders met een huur boven de huidige grens. Aan deze huurders kan woonkostentoeslag worden toegekend.
Artikel 29 Woonkosten voor eigenaren behoeft geen toelichting
Het college vindt het belangrijk dat alle inwoners van Gouda mee kunnen doen en wil armoede in de stad zo veel mogelijk beperken. Het begrip armoede wordt door de Europese Unie als volgt gedefinieerd:
“Armoede is een situatie waarin sprake is van onvoldoende materiële, culturele en sociale middelen, waardoor mensen zijn uitgesloten van een levensstandaard die in de samenleving waarin men woont als minimaal wordt gezien”. In deze definitie kan men twee vormen van armoede onderscheiden: schaarste in vermogen in financiële en in niet financiële zin. Armoede in financiële zin is het niet kunnen voorzien in de primaire levensbehoefte door een gebrek aan financiële middelen. Daarnaast is er ook sociale armoede (uitsluiting) en andere vormen van niet financiële armoede (denkvermogen, sociaal vermogen, sociaal netwerkvermogen, integratie, enzovoorts).
Armoede is meer dan alleen het ontbreken van voldoende financiële middelen. Armoede is een samengesteld en complex probleem dat vaak samen gaat met factoren als een slechte gezondheid, vermoeidheid, depressie, sociaal isolement, het ontbreken van perspectief en het verlies van regie over het eigen leven. Daardoor beïnvloedt armoede alle levensterreinen van burgers en kan een ernstige belemmering vormen voor zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie .
Maatwerk gaat verder dan individualiseren
Het college hecht er veel waarde aan dat alle inwoners uit Gouda mee kunnen doen. De verlening van bijzondere bijstand is gebaseerd op artikel 35 van de wet.
Individualisering is de hoofdregel bij de verlening van bijzondere bijstand en sluit aan op het door het college beoogde doel om maatwerk te verlenen, waar niet de regels uitgangspunt zijn, maar de nood binnen het gezin en de wijze waarop adequate, individuele én gerichte inkomensondersteuning geboden kan worden.
De eis dat de kosten noodzakelijk moeten zijn en voort moeten komen uit bijzondere omstandigheden beperken de mogelijkheden tot de verlening van bijzondere bijstand, doordat aan het begrip ‘noodzaak’ in de wet en de jurisprudentie een beperkende uitleg wordt gegeven. Daarnaast kunnen ook kosten, die niet uit bijzondere omstandigheden voortvloeien, tot grote financiële problemen leiden waardoor men niet in het maatschappelijk leven kan participeren. Als er zich kosten voordoen, die op basis van noodzaak of bijzondere omstandigheden niet vallen binnen het kader van artikel 35 van de wet, kan de situatie van belanghebbende onoplosbaar zijn en kan er een uitzichtloze situatie ontstaan met mogelijk hoge maatschappelijke kosten in de toekomst. Om ook in die gevallen inwoners financieel te kunnen ondersteunen, wil het college maximaal gebruikmaken van de mogelijkheden om bijzondere bijstand te verlenen. Dit gaat een stap verder dan wat in artikel 35 van de wet wordt bedoeld met ‘noodzaak of bijzondere omstandigheden’. Om het verschil aan te brengen, wordt hier over maatwerk gesproken.
Maatwerk wordt ingezet om bijzondere bijstand te verstrekken in die situaties waarbij de begrippen ‘noodzaak en bijzondere omstandigheden’ ruimer moeten worden uitgelegd. Deze ruimere uitleg wordt in artikel 30 gekoppeld aan de volgende drie uitgangspunten:
Bij het verstrekken van maatwerk als bijzondere bijstand dient tenminste één van de hierboven genoemde uitgangspunten van toepassing te zijn.
Bij maatwerk wordt niet alleen rekening gehouden met de financiële situatie op dit moment. Als duidelijk is dat er de komende maand of maanden ook andere kosten opkomen, worden ook deze kosten bij de bijstandsverlening betrokken. Zo voorkomen we dat het gezin in onzekerheid blijft en herhaling van zetten nodig zijn. De beoordeling en ondersteuning dient zich dan ook te richten op een binnen een bepaalde periode te bereiken doel, waarin de ondersteuning voorziet.
Met artikel 30 wil het college een integrale afweging kunnen maken om te bepalen wat belanghebbende of diens gezin nodig heeft om maatschappelijk te participeren. Voor het maken van deze integrale afweging en om maatwerk te kunnen leveren kan het college bij haar besluit het advies van professionals betrekken. Door de term ‘maatwerk’ te gebruiken in plaats van ‘individualiseren’ zoals in de wet bedoeld, wil het college aangeven dat de financiële hulpverlening in de bijzondere bijstand verder kan gaan dan de noodzaak en bijzondere omstandigheden, zoals bedoeld in artikel 35 van de wet. Op deze manier benut het college de ruimte om op basis van het buitenwettelijk begunstigend beleid toch ondersteuning te bieden bij bepaalde kosten.
Vanwege het bijzondere karakter van het ‘maatwerk’, verwacht het college van belanghebbende een maximale inzet en verlangt van belanghebbende dat deze de eigen financiële middelen maximaal inzet.
Voor de bijstandsverlening op grond van artikel 30 gelden daarom beperktere vrijlatingsbepalingen van de middelen. Van belanghebbende wordt, als maatwerk nodig is, verlangd dat deze de eigen beschikbare middelen maximaal inzet, waarop de bijstand aanvullend wordt verstrekt. Dit in tegenstelling tot de reguliere verlening van bijzondere bijstand, waarbij rekening wordt gehouden met het maximaal vrij te laten vermogen.
Afhankelijk van de situatie kan het nodig zijn, dat aan de bijstandsverlening verplichtingen verbonden worden. Het gaat er immers om dat de situatie van belanghebbende en diens gezin verbetert. Om dit doel te bereiken is de inzet van de belanghebbenden van cruciaal belang en dit rechtvaardigt een maximale inzet van betrokkenen.
Artikel 30 Lid 3 ziet erop toe dat er meer gevraagd kan worden van de eigen inzet van belanghebbende.. Als belanghebbende eigen middelen heeft, moet dat eerst zoveel mogelijk gebruikt worden. Voor het deel dat iemand niet zelf kan betalen, biedt de gemeente maatwerk. Daarom gelden andere regels voor vermogensgrens en draagkracht. Lid 3 stelt expliciet dat de vermogensgrenzen en draagkrachtregels van de bijzondere bijstand zoals bepaald in hoofdstuk 1 niet van toepassing zijn maar dat ook op dit vlak maatwerk zal worden geleverd.
Artikel 30 lid 4 verruimt de algemene regels van de bijzondere bijstand die ervan uitgaan dat iedereen de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan zelf dient te dragen. Wanneer een van de situaties genoemd in lid 1 zich voordoet dan kan ook voor noodzakelijke kosten een bijdrage worden verleend.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-563081.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.