Verordening op de heffing en de invordering van leges 2026

De raad van de gemeente Waadhoeke;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25 november 2025;

 

gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet, de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet en artikel 13.1a van de Omgevingswet;

 

besluit vast te stellen de:

 

Verordening op de heffing en de invordering van leges 2026

Artikel 1 Definities

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

  • b.

    jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;

  • c.

    kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december;

  • d.

    maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is;

  • e.

    week: een aaneengesloten periode van zeven dagen.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor:

  • a.

    het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit;

  • b.

    het verlenen van een dienst op aanvraag; of

  • c.

    het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document;

een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan.

Artikel 4 Vrijstellingen

Leges worden niet geheven voor:

  • a.

    diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald;

  • b.

    diensten die ingevolge een wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend.

Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven

  • 1.

    De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 6 Wijze van heffing

De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6:

    • a.

      mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving;

    • c.

      langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen 30 dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg;

    • d.

      langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen 30 dagen na dagtekening van kennisgeving.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 8 Kwijtschelding

Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9 Vermindering of teruggaaf

Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst, besluit of handeling wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst, besluit of handeling in die tarieventabel opgenomen bepaling.

Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, als de wijzigingen:

  • a.

    van zuiver redactionele aard zijn;

  • b.

    een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende paragrafen of artikelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft:

    • 1.

      paragraaf 1.2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart);

    • 2.

      paragraaf 1.3 (rijbewijzen);

    • 3.

      artikel 1.17 (schriftelijke verstrekking uit de basisregistratie personen);

    • 4.

      artikel 1.25, onder a (verklaring omtrent het gedrag);

    • 5.

      artikel 1.31 (Wet op de kansspelen);

een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.

Artikel 11 Overgangsrecht

De Legesverordening 2025 van 19 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

  • 3.

    De verordening wordt aangehaald als: ‘Legesverordening 2026’.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2025.

De voorzitter,

De griffier,

 

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE DIENSTVERLENING

Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand

Artikel 1.1

Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap

 

 

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap op:

 

a.

maandag om 9:00 en om 9:30 uur op een door de gemeente te bepalen wijze en locatie.

€ 0,00

b.

maandag t/m vrijdag tussen 9:00 en 17:00 uur:

€ 300,00

c.

dinsdag en donderdag om 9:30 uur, in een vergaderruimte/spreekkamer in het gemeentehuis te Franeker een (budget)tarief geldt van:

€ 120,00

d.

zaterdag tussen 9:00 en 17:00 uur:

€ 555,00

e.

andere dan de onder 1.1. lid a en b genoemde tijden, na toestemming van het college van B&W, waarvoor het zaterdagtarief van toepassing is

 

Artikel 1.2

Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk

 

 

Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk als daarbij gebruik gemaakt wordt van de trouwzaal of een andere door de gemeente hiertoe aangewezen ruimte op:

 

a.

maandag t/m vrijdag tussen 9:00 en 17:00 uur:

€ 300,00

b.

zaterdag tussen 9:00 en 17:00 uur:

€ 555,00

c.

andere dan de onder 1.2. lid a en b genoemde tijden, na toestemming van het college van B&W, waarvoor het zaterdagtarief van toepassing is

 

d.

dinsdag en donderdag om 9:30 uur, in een vergaderruimte/spreekkamer in het gemeentehuis te Franeker

€ 120,00

e.

Het tarief bedraagt voor de omzetting geregistreerd partnerschap in huwelijk zonder ceremonieel vertoon

€ 84,00

Artikel 1.3

Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap in bijzonder huis

 

 

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek op maandag t/m vrijdag tussen 9:00 en 17:00 uur:

 

 

€ 195,00

 

andere dan de onder lid 1 genoemde tijden, na toestemming van het college van B&W, waarvoor het zaterdagtarief van toepassing is

 

Artikel 1.4

Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk in bijzonder huis

 

 

Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek:

€ 195,00

Artikel 1.5

Aanwijzing buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om bij besluit een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand aan te wijzen voor één dag:

 

a.

als beëdiging bij de rechtbank al heeft plaatsgevonden:

€ 135,00

b.

als beëdiging bij de rechtbank nog niet heeft plaatsgevonden:

€ 350,00

Artikel 1.6

Beschikbaar stellen getuige door gemeente

 

 

Het tarief bedraagt voor het door de gemeente beschikbaar stellen van een getuige voor de huwelijksvoltrekking of de registratie van een partnerschap, per getuige:

€ 49,00

Artikel 1.7

Annuleren of wijzigen datum

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een gereserveerde datum voor de huwelijksvoltrekking, registratie van het partnerschap of omzetting van het geregistreerd partnerschap in een huwelijk te annuleren of te wijzigen:

€ 35,00

Artikel 1.8

Overige tarieven Burgerlijke stand

 

 

Het tarief bedraagt voor

 

a.

het verstrekken van een trouwboekje of partnerschapsboekje in een normale uitvoering:

€ 14,00

b.

het verstrekken van een trouwboekje of partnerschapsboekje in een luxe uitvoering:

€ 16,00

c.

het laten vertalen door een vertaalbureau van een toespraak bij huwelijk of geregistreerd partnerschap:

€ 212,00

d.

het inschakelen van een beëdigd tolk bij een huwelijksvoltrekking/partnerregistratie per kwartier:

€ 36,00

e.

het door de gemeente beschikbaar stellen van een toga (stoomkosten):

€ 25,00

Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

Artikel 1.9

Paspoorten of andere reisdocumenten

 

 

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van:

 

a.

een nationaal paspoort:

 

1.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 88,65

2.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:

€ 67,05

b.

een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel a (zakenpaspoort):

 

1.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 88,65

2.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:

€ 67,05

c.

een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort):

 

1.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 88,65

2.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:

€ 67,05

d.

een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen:

€ 67,05

Artikel 1.10

Nederlandse identiteitskaart

 

 

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van:

 

a.

een Nederlandse identiteitskaart:

 

1.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is:

€ 80,10

2.

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:

€ 43,20

b.

een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon:

€ 39,05

Artikel 1.11

Modaliteiten

 

 

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag:

 

a.

voor de versnelde uitreiking van een in de artikelen 1.9 en 1.10, onder a, genoemd document, zijnde een toeslag op de in die artikelen genoemde bedragen:

€ 60,30

b.

 

 

voor het bezorgen van een in de artikelen 1.9 en 1.10 genoemd document, zijnde een toeslag op de in de artikelen 1.9 en 1.10 en onder a genoemde bedragen:

 

één document bezorging wordt aangevraagd

€5

twee of meer documenten gelijktijdig op hetzelfde adres bezorging wordt aangevraagd

€10

Paragraaf 1.3 Rijbewijzen

Artikel 1.12

Rijbewijzen

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs:

€ 53,65

Artikel 1.13

Modaliteiten

 

1.

Het tarief genoemd in artikel 1.12 wordt:

 

a.

bij een spoedlevering vermeerderd met:

€ 39,65

2.

Voor het verstrekken van een eigen verklaring/gezondheidsverklaring wordt het aankoopbedrag van de eigen verklaring/gezondheidsverklaring vermeerderd met:

€ 3,00

Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens (BRP)

Artikel 1.14

Definities

 

1.

Voor de toepassing van artikel 1.15 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd.

 

Artikel 1.15

Verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

a.

tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking:

€ 9,30

b.

tot het verstrekken van een meertalig modelformulier woon- en/of verblijfplaats als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/1191 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 betreffende de bevordering van het vrije verkeer van burgers door vereenvoudigde overlegging van bepaalde openbare documenten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening nr. 1024/2012 (PbEU 2016, L 200):

€ 9,30

Artikel 1.16

Gereserveerd

 

Artikel 1.17

Schriftelijke verstrekking

 

 

In afwijking van het artikel 1.15 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen:

€ 7,50

Artikel 1.18

Op aanvraag doornemen basisregistratie personen

 

1.

Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doornemen van de basisregistratie personen, voor ieder daaraan te besteden kwartier:

€ 11,00

2.

Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

Paragraaf 1.5 Gereserveerd

 

Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie

Artikel 1.21

Plan- of kaartinformatie

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een kopie van een ruimtelijk plan of deel daarvan, zoals omgevingsvisie, omgevingsplan, wegenkaart behorende bij de legger bedoeld in artikel 1.22, onderdeel b:

 

1.

a.

op papier

€ 26,00

b.

digitaal

€ 47,00

2.

in formaat A4 of kleiner, per bladzijde

 

a.

op papier

€ 4,00

b.

digitaal

€ 7,00

3.

Informatie ten behoeve van taxaties De leges voor het verstrekken aan makelaars/taxateurs van informatie over percelen en hun omgeving ten behoeve van taxatie en/of verkoopopdrachten bedragen per kadastraal perceel of perceel gedeelte

€ 47,00

Artikel 1.22

Informatie uit registers

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of een uittreksel uit:

 

a.

de gemeentelijke basisregistratie adressen of de gemeentelijke basisregistratie gebouwen, bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen, per adres of object:

€ 47,00

b.

de legger bedoeld in artikel 27 van de Wegenwet:

€ 47,00

c.

een inschrijving in het rijksmonumentenregister die aan de gemeente verzonden is, als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet:

€ 47,00

d.

het gemeentelijk erfgoedregister, bedoeld in artikel 3.16 van de Erfgoedwet, per aangewezen cultureel erfgoed:

€ 47,00

e.

het gemeentelijke beperkingenregister of de gemeentelijke beperkingenregistratie, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a en b, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken, dan wel tot het verstrekken van een aan die registratie ontleende verklaring, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van die wet

€ 47,00

Artikel 1.23

Gereserveerd

 

Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken

Artikel 1.24

Gereserveerd

 

Artikel 1.25

Overige publiekszaken

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

a.

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag geldt het maximumtarief zoals dat is vastgesteld bij of krachtens de Wet justitiële gegevens

 

b.

tot het legaliseren van een handtekening:

€ 9,30

c.

tot het verstrekken van informatie ten behoeve van taxaties van roerende en onroerende zaken

€ 55,00

d.

tot het vertalen van stukken in het Fries - Nederlands (en vice versa) per bladzijde

€ 2,00

Paragraaf 1.8 Gemeentearchief

Artikel 1.26

Naspeuringen in gemeentearchief

 

 

Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doen van naspeuringen in de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan te besteden kwartier:

€ 11,00

Artikel 1.27

Gereserveerd

 

Artikel 1.28

Gereserveerd

 

Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten

Artikel 1.29

Gereserveerd

 

Artikel 1.30

Leegstandwet

 

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:

 

a.

een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet:

€ 78,00

b.

verlenging van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15, negende lid, van de Leegstandwet:

€ 68,00

Artikel 1.31

Wet op de kansspelen

 

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen:

 

a.

voor een periode van twaalf maanden voor één kansspelautomaat:

€ 56,50

b.

voor een periode van twaalf maanden voor twee of meer kansspelautomaten, voor de eerste kansspelautomaat:

€ 56,50

 

en voor iedere volgende kansspelautomaat:

€ 34,00

2.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning):

€ 26,00

Artikel 1.32

Gereserveerd

 

Artikel 1.33

Wegenverkeerswetgeving

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:

 

a.

een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990:

€ 34,00

b.

een ontheffing als bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling voertuigen:

€ 29,00

c.

verstrekking van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW):

€ 23,00

d.

indien het voertuig, waarvoor een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken is toegekend, wordt vervangen worden de kosten voor een nieuw kentekenbord doorberekend aan de aanvrager. Het tarief bedraagt:

€ 44,00

e.

het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een ontheffing op grond van artikel 10 Wegenverkeerswet juncto artikel 148 Wegenverkeerswet (verklaring van geen bezwaar):

€ 23,00

f.

het verkrijgen van een parkeervergunning bij belanghebbendenplaatsen in de schil buiten het centrum van Franeker (parkeerzones voor vergunninghouders) als bedoeld in artikel 3 van de Parkeerverordening voor een periode van 2 jaar:

€ 16,00

g.

het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 om te mogen parkeren in een parkeerschijfzone (blauwe zone) of op plaatsen waar een parkeerverbod geldt, per jaar:

€ 16,00

h.

het tarief voor de opslag van bouwmaterialen (zand, stenen, bouwkeet etc.) op parkeerapparatuurplaatsen en belanghebbendenplaatsen in de binnenstad van Franeker

 

1.

per week

€16,00

2.

per maand

€ 32,00

Paragraaf 1.10 Diversen

Artikel 1.34

Gewaarmerkte afschriften, kopieën, stukken of uittreksels

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

a.

gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina:

€ 5,00

b.

een beschikking op aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:

€ 14,00

c.

Gereserveerd

 

d.

kopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:

 

1.

in formaat A4, per bladzijde:

€ 0,30

2.

in formaat A3, per bladzijde:

€ 0,50

3.

in formaat A2 of groter, per bladzijde:

€ 0,50

4.

Gereserveerd

 

Artikel 1.35

Leidingverordening Gemeente Waadhoeke

 

1.

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, lid 1 van de Leidingverordening gemeente Waadhoeke.

€ 632,-

2.

Het tarief voor het in behandeling nemen van een lichte vergunning als bedoeld in artikel 2.1, lid 1 van de Leidingverordening gemeente Waadhoeke

€ 187,-

3.

Het tarief genoemd onder 1.35.1 wordt verhoogt:

 

a.

met een lengte van meer dan 25 meter tot en met 500 meter

€ 2,94 p/m1

b.

met een lengte van meer dan 500 meter tot en met 1000 meter. (5% korting op 1.35.3.a.)

€ 2,79 p/m1

c.

met een lengte van meer dan 1000 meter tot en met 2000 meter (5% korting op 1.35.3.b.)

€ 2,65 p/m1

d.

met een lengte van meer dan 2000 meter (5% korting op 1.35.3.c.)

€ 2,52 p/m1

4.

Als een aanvraag voor een vergunning, als bedoeld in artikel 2.1, lid 1 van de Leidingverordening Waadhoeke, buiten behandeling wordt gelaten wordt 50% van de leges zoals bedoeld onder 1.35.1 in rekening gebracht en vervalt de leges voor 1.35.2

 

5.

Als een aanvrager zijn aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, lid 1 van de Leidingverordening Waadhoeke, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De in rekening te brengen legeskosten bedragen:

 

a.

Bij intrekken in de fase tot en met de ontvankelijkheidstoets 25% van de leges zoals bedoeld onder 1.35.1 en vervalt de leges voor 1.35.2

 

b.

Bij intrekken in de fase tot en met de inhoudelijke toets 75% van de leges als bedoeld onder 1.35.1 en vervalt de leges voor 1.35.2

 

6.

Indien de aanvraag op verzoek van de gemeente wordt ingetrokken en binnen één maand gevolgd wordt door een nieuwe aanvraag die voldoet aan het advies, dan worden de leges zoals genoemd onder 1.35.4 en 1.35.5 in mindering gebracht op de verschuldigde leges voor de nieuwe aanvraag.

 

Artikel 1.36

Telecommunicatieverordening Gemeente Waadhoeke

 

1.

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, lid 1 van de Telecommunicatie-verordening gemeente Waadhoeke.

€ 632,-

2.

Het tarief voor het in behandeling nemen van een lichte vergunning als bedoeld in artikel 2.1, lid 1 van de Telecommunicatieverordening gemeente Waadhoeke

€ 187,-

3.

Het tarief genoemd onder 1.36.1 wordt verhoogt:

 

a.

met een lengte van meer dan 25 meter tot en met 500 meter

€ 2,94 p/m1

b.

met een lengte van meer dan 500 meter tot en met 1000 meter. (5% korting op 1.36.3.a.)

€ 2,79 p/m1

c.

met een lengte van meer dan 1000 meter tot en met 2000 meter (5% korting op 1.36.3.b.)

€ 2,65 p/m1

d.

met een lengte van meer dan 2000 meter (5% korting op 1.36.3.c.)

€ 2,52 p/m1

4.

Als een aanvraag voor een vergunning, als bedoeld in artikel 2.1, lid 1 van de Telecommunicatieverordening Waadhoeke, buiten behandeling wordt gelaten wordt 50% van de leges zoals bedoeld onder 1.36.1 in rekening gebracht en vervalt de leges voor 1.36.2

 

5.

Als een aanvrager zijn aanvraag als bedoeld in artikel 2.1, lid 1 van de Telecommunicatieverordening Waadhoeke, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De in rekening te brengen legeskosten bedragen:

 

a.

Bij intrekken in de fase tot en met de ontvankelijkheidstoets 25% van de leges zoals bedoeld onder 1.36.1 en vervalt de leges voor 1.36.2

 

b.

Bij intrekken in de fase tot en met de inhoudelijke toets 75% van de leges als bedoeld onder 1.36.1 en vervalt de leges voor 1.36.2

 

6

Indien de aanvraag op verzoek van de gemeente wordt ingetrokken en binnen één maand gevolgd wordt door een nieuwe aanvraag die voldoet aan het advies, dan worden de leges zoals genoemd onder 1.35.4 en 1.35.5 in mindering gebracht op de verschuldigde leges voor de nieuwe aanvraag.

 

 

 

Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet

Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen

 

Artikel 2.1

Definities

 

1.

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald.

 

2.

In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald.

 

3.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

 

 

- afwijkingenbeleid: het door het college vastgestelde Toetsingskader ruimtelijke aanvaardbaarheid bijbehorende bouwwerken en erfafscheidingen bij bedrijfswoningen, zoals dit van tijd tot tijd luidt

 

 

- binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan;

 

 

- binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij afwijkingsbevoegdheid: een activiteit waarvoor in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die toelaatbaar is op grond van een afwijkingsbevoegdheid zoals opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet;

 

 

- binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die mogelijk is op grond van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht zoals opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet;

 

 

- buitenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar waarbij de beoordelingsregels geen ruimte bieden om deze vergunning te verlenen. Het gaat om activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan en die niet vallen onder een kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in bijlage I.

 

 

- kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar die van beperkte aard is en geen wezenlijke strijd oplevert met de ruimtelijke regels. De specifieke activiteiten die hieronder vallen, zijn opgenomen in bijlage I.

 

4.

In aanvulling op de in bijlage I bij de Omgevingsregeling opgenomen omschrijving van het begrip ‘bouwkosten’ betreffen de in die omschrijving:

- onder a genoemde Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 de voorwaarden die bekendgemaakt zijn in Staatscourant 2012, 1567;

- onder b bedoelde bouwkosten de kosten voor de fysieke realisatie (het bouwen) van het bouwwerk;

- onder c bedoelde prijs de prijs exclusief omzetbelasting.

 

Artikel 2.2

Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven

 

1. 

Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:

 

a.

vooroverleg;

 

b.

een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit;

 

c.

een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet;

 

d.

toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet;

 

e.

een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning;

 

f.

intrekking van een omgevingsvergunning;

 

g.

wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d;

 

h.

een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g.

 

2.

De leges worden vastgesteld op het moment van de beslissing op de aanvraag en dan als geheel in rekening gebracht.

 

Artikel 2.3

Bepalen tarief

 

1.

De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk.

 

2.

Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten.

 

3.

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 2.12.

 

4.

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.13.

 

5.

Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning.

 

6.

In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

 

Paragraaf 2.2 Voorfase

 

Artikel 2.4

Vooroverleg

 

1.

Als de aanvraag betrekking heeft op het indienen van een vooroverleg voor een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief:

 

a.

voor een verkennend overleg dat is gericht op het verkrijgen van een indicatie van de vergunbaarheid van een voorgenomen initiatief in het kader van de Omgevingswet, en op het inzichtelijk maken van de daarvoor benodigde procedure(s):

€ 0,00

b.

voor een beoordelend overleg in het kader van een conceptverzoek, gericht op het bespreken van de wenselijkheid en haalbaarheid van een voorgenomen initiatief:

€ 0,00

2.

Indien in het kader van het vooroverleg advies wordt ingewonnen bij de gemeentelijke adviescommissie over redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels zoals genoemd in artikel 4.19 van de Omgevingswet, is het tarief als bedoeld in artikel 2.50, onderdeel b, van toepassing.

 

3.

Voor het afgeven van een schriftelijke verklaring waarin vanuit toetsing wordt bevestigd dat een voorgenomen activiteit omgevingsvergunningvrij is als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet, bedraagt het tarief:

€ 116,00

Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken

 

Artikel 2.5

Bouwactiviteit (bouwtechnische deel)

 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 

a.

indien de bouwkosten niet meer dan € 50.000 bedragen:

0,78%

 

met een minimum van:

€ 250,00

b.

indien de bouwkosten meer dan € 50.000 en niet meer dan € 250.000 bedragen:

€ 390,00

 

vermeerderd met:

0,75%

 

van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 50.000 te boven gaat;

 

c.

indien de bouwkosten meer dan € 250.000 en niet meer dan € 1.000.000 bedragen:

€ 1.830,00

 

vermeerderd met:

0,61%

 

van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 250.000 te boven gaat;

 

d.

indien de bouwkosten meer dan € 1.000.000 en niet meer dan € 2.500.000 bedragen:

€ 6.405,00

 

vermeerderd met:

0,54%

 

van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 1.000.000 te boven gaat;

 

e.

indien de bouwkosten meer dan € 2.500.000 bedragen:

€ 14.655,00

 

vermeerderd met:

0,45%

 

van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 2.500.000 te boven gaat;

 

Artikel 2.6

Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit (ruimtelijke deel)

 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 

a.

indien de bouwkosten niet meer dan € 50.000 bedragen:

1,8%

 

met een minimum van:

€ 250,00

b.

indien de bouwkosten meer dan € 50.000 en niet meer dan € 250.000 bedragen:

€ 900,00

 

vermeerderd met:

1,76%

 

van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 50.000 te boven gaat;

 

c.

indien de bouwkosten meer dan € 250.000 en niet meer dan € 1.000.000 bedragen:

€ 4.300,00

 

vermeerderd met:

1,42%

 

van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 250.000 te boven gaat;

 

d.

indien de bouwkosten meer dan € 1.000.000 en niet meer dan € 2.500.000 bedragen:

€ 14.950,00

 

vermeerderd met:

1,23%

 

van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 1.000.000 te boven gaat;

 

e.

indien de bouwkosten meer dan € 2.500.000 bedragen:

€ 33.400,00

 

vermeerderd met:

1,04%

 

van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 2.500.000 te boven gaat;

 

Artikel 2.7

Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk

 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 212,00

Paragraaf 2.3a Afwijkingen van het omgevingsplan

 

Artikel 2.7a

Afwijken van het (tijdelijke) omgevingsplan

 

1.

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief:

 

a.

voor het beoordelen of gebruik kan worden gemaakt van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan en/of van het door het college vastgestelde afwijkingenbeleid te weten het Toetsingskader ruimtelijke aanvaardbaarheid bijbehorende bouwwerken en erfafscheidingen bij bedrijfswoningen:

€ 262,00

b.

voor het beoordelen of gebruik kan worden gemaakt van een wijzigingsbevoegdheid of aan een uitwerkingsplicht wordt voldaan in het tijdelijke deel van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan:

€ 974,00

c.

voor het beoordelen of een afwijking van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan mogelijk is met toepassing van een kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in bijlage I:

€ 690,00

d.

voor het beoordelen of een afwijking van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan mogelijk is in andere gevallen dan genoemd in de onderdelen a tot en met c:

€ 4.137,00

Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed

 

Artikel 2.8

Monumenten, archeologie en cultureel erfgoed (Omgevingsplanactiviteit en Rijksmonumentenactiviteit)

 

1.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, en deze activiteit betrekking heeft op een gemeentelijk of provinciaal monument (waaronder voorbeschermde monumenten), een archeologisch monument, een beschermd stads- of dorpsgezicht of op cultureel of werelderfgoed waarvoor het omgevingsplan een vergunningplicht bevat, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk:

€ 212,00

2.

Als de aanvraag betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder b, van de Omgevingswet, met uitzondering van een activiteit met betrekking tot een archeologisch monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk:

€ 212,00

3.

Indien de aanvraag, bedoeld in het eerste of tweede lid, mede betrekking heeft op een archeologisch monument, worden de genoemde tarieven verhoogd met:

€ 116,00

4.

De eerste drie leden zijn van overeenkomstige toepassing op aanvragen met betrekking tot monumenten of archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van de gemeentelijke erfgoedverordening, zolang in het omgevingsplan nog geen functieaanduiding is opgenomen of voorbeschermingsregel geldt als bedoeld in artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit.

 

Artikel 2.9 t/m 2.11

[Gereserveerd]

 

Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten

 

Artikel 2.12

Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteiten

 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit die bestaat uit een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet en als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, of uit een activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, die valt onder afdeling 3.2 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL), bedraagt het tarief:

€ 2.675,82

Artikel 2.13 t/m 2.20

[Gereserveerd]

 

Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten

 

Artikel 2.21

Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit

 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, en het gaat niet om het lozen van water of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 212,00

Artikel 2.22

Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit

 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktelichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 212,00

Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten

 

Artikel 2.23 t/m 2.27

[Gereserveerd]

 

Artikel 2.28

Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten

 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 262,00

Paragraaf 2.8 Overige activiteiten

 

Artikel 2.29

[Gereserveerd]

 

Artikel 2.30

Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden

 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in artikel 3 van de Bomenverordening gemeente Waadhoeke in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 0,00

Artikel 2.31

Omgevingsplanactiviteit: reclame

 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, als bedoeld in artikel 2.3 lid 3 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Waadhoeke 2019 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, en als niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 116,00

Artikel 2.32

Omgevingsplanactiviteit: opslag van roerende zaken

 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit de opslag van roerende zaken in een aangewezen gedeelte van de gemeente, bedoeld in artikel 2:3 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Waadhoeke 2019 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 116,00

Artikel 2.33

Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen

 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het innemen van een standplaats, als bedoeld in artikel 5.12 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Waadhoeke 2019 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

 

a.

voor het innemen van een incidentele standplaats met een duur van maximaal één week:

€ 45,00

b.

voor het innemen van een standplaats voor een langere periode dan één week:

€ 116,00

Artikel 2.34

Andere activiteiten

 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een andere activiteit dan in deze paragraaf of de voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld, en die activiteit is aangewezen als vergunningplichtige activiteit bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 116,00

Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften

 

Artikel 2.35

Maatwerkvoorschriften bij bouw- of sloopactiviteiten

 

 

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief:

 

a.

voor een maatwerkvoorschrift dat verband houdt met een bouw- of sloopactiviteit, met uitzondering van het in onderdeel b bedoelde geval, per maatwerkvoorschrift:

€ 0,00

b.

voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op de ingebruikname van een bouwwerk met een geringe afwijking van het Besluit bouwwerken leefomgeving, geconstateerd binnen het stelsel van private kwaliteitsborging, per maatwerkvoorschrift:

€ 1.600,00

Artikel 2.36

Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten

 

 

Voor een aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften met betrekking tot milieubelastende activiteiten, ongeacht of deze onder hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving vallen of een andere milieubelastende activiteit betreffen, bedraagt het tarief:

€ 1.363,08

Artikel 2.37

Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten

 

 

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.35 en 2.36, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift:

€ 212,00

Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid

 

Artikel 2.38

Gelijkwaardige maatregel 

 

1.

Het tarief bedraagt voor het aanvragen van toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

Blijkend uit een begroting

2.

Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

Paragraaf 2.11 Overige tarieven

 

Artikel 2.39

Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit:

€ 116,00

Artikel 2.40

Wijzigen omgevingsvergunning

 

 

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft.

 

Artikel 2.41

Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning:

€ 116,00

Artikel 2.42

Intrekken omgevingsvergunning

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning, tenzij artikel 2.58 van toepassing is:

€ 0,00

Artikel 2.43

[Gereserveerd]

 

Artikel 2.44

Beoordeling onderzoeksrapporten

 

 

De in artikel 2.49 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit.

 

Artikel 2.45

Wijzigen van het omgevingsplan

 

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan:

€ 5.500,00

2.

Geen tarief is verschuldigd indien de kosten van het wijzigen van het omgevingsplan krachtens afdeling 13.6 of 13.7 van de Omgevingswet worden verhaald.

 

Artikel 2.46

Niet genoemd besluit op aanvraag

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan:

€ 212,00

Paragraaf 2.12 Modaliteiten

 

Artikel 2.47

Achteraf ingediende aanvraag

 

 

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met:

10,00%

 

met een maximum van:

€ 10.000,00

Artikel 2.48

Uitgebreide voorbereidingsprocedure

 

 

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk, en indien afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit en sprake is van een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief:

€ 2.419,47

Artikel 2.49

Beoordeling onderzoeksrapporten

 

 

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld:

 

a.

voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport:

€ 116,00

b.

voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport:

€ 116,00

c.

voor de beoordeling van een geluid- of luchtrapport betreffende de geluid- of luchtbelasting:

€ 545,00

d.

voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER):

€ 2.271,80

e.

voor de beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport:

€ 116,00

Artikel 2.50

Advies 

 

1.

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet:

 

a.

voor een advies van de gemeenteraad:

€ 569,00

b.

voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: Tarieven blijken uit de tarievenregeling van de welstandscommissie Hûs en Hiem.

 

Externe link:

https://www.husenhiem.nl/hus-en-hiem/tarieven/

 

c.

voor een advies van de agrarische commissie, bedraagt het tarief:

Blijkend uit een begroting

d.

voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a tot en met c: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

Blijkend uit een begroting

2

Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

Artikel 2.51

Instemming

 

1.

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan:

 

 

het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn.

 

2.

Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

Paragraaf 2.13 [Gereserveerd]

 

Paragraaf 2.14 Teruggaaf

 

Artikel 2.54

Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig

 

 

Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

80,00%

 

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.

 

Artikel 2.55

Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten

 

 

Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt:

80,00%

 

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.

 

Artikel 2.56

Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift 

 

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift, op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is, geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 

50,00%

 

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. 

 

Artikel 2.57

[Gereserveerd]

 

Artikel 2.58

Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten

 

 

Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 2 jaar na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt:

37,50%

 

van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.

 

Artikel 2.59

Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten

 

a.

Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

25,00%

 

van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges.

 

b.

Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.

 

Artikel 2.60

Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten

 

 

In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12.

 

Artikel 2.61

Minimumbedrag voor teruggaaf

 

 

Een bedrag minder dan € 116,- wordt niet teruggegeven.

 

 

 

 

 

 

HOOFDSTUK 3 DIENSTVERLENING VALLEND ONDER DE DIENSTENRICHTLIJN EN NIET VALLEND ONDER HOOFDSTUK 2

Paragraaf 3.1 Horeca

Artikel 3.1

Exploitatie openbare inrichting

 

 

Het tarief geldt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een exploitatievergunning voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:13 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Waadhoeke 2019:

€ 250,00

Artikel 3.2

Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van:

 

a.

een aanvraag om een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet:

€ 200,00

b.

een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Alcoholwet:

€ 60,00

c.

een melding als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet:

€ 42,00

d.

een aanvraag om wijziging van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Alcoholwet:

€ 50,00

e.

een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet:

€ 60,00

f.

een ontheffing voor het gebruik van een terras als bedoeld in artikel 2:3 lid 3 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Waadhoeke 2019:

€ 60,00

Paragraaf 3.2 Seksbedrijven

 

Artikel 3.3

Vergunning seksbedrijf

 

 

Het tarief geldt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning tot het exploiteren van een seksbedrijf als bedoeld in artikel 3:3 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Waadhoeke 2019, evenals voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlenging van die vergunning:

€ 432,00

Artikel 3.4

Wijzigen vergunning seksbedrijf

 

 

Het tarief geldt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van de vergunning voor het exploiteren van een seksbedrijf als bedoeld in artikel 3:3 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Waadhoeke 2019, voor zover die wijziging betrekking heeft op de op de vergunning vermelde of te vermelden beheerder of beheerders:

€ 132,00

Paragraaf 3.3 [Gereserveerd]

Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt

Artikel 3.6

Organiseren evenement

 

 

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Waadhoeke 2019 (evenementenvergunning), bedraagt, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen van dit hoofdstuk:

 

a.

voor een aanvraag voor een vergunning voor een A-evenement als bedoeld in artikel 3:5 van het Evenementenbeleid:

€ 50,00

b.

voor een aanvraag voor een vergunning voor een B- of C-evenement als bedoeld in artikel 3:5 van het Evenementenbeleid:

€ 255,00

Artikel 3.7

[Gereserveerd]

 

Paragraaf 3.5 [Gereserveerd]

Paragraaf 3.5a Kinderopvang

Artikel 3.10.a

Kinderopvang

 

 

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld in artikel 1.45 van de Wet kinderopvang (Wko) bedraagt:

 

a.

voor het in exploitatie nemen van een kindercentrum of gastouderbureau als bedoeld in artikel 1.45, eerste lid, van de Wko:

€ 1.129,45

b.

voor het in exploitatie nemen van een voorziening voor gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.45, tweede lid, van de Wko:

€ 510,00

c.

voor het in exploitatie nemen van een kindercentrum als bedoeld in artikel 1.45, eerste lid, van de Wko, waarbij de houder van het kindercentrum al is geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) voor de betreffende locatie:

€ 721,45

d.

voor het in exploitatie nemen van een voorziening voor gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.45, tweede lid, van de Wko, waarbij de houder (de gastouder) al is geregistreerd in het LRK met een andere voorziening, of waarbij het opvangadres al is geregistreerd als adres waar een voorziening voor gastouderopvang is gevestigd:

€ 408,00

Paragraaf 3.6 [Gereserveerd]

Paragraaf 3.6a Diversen

Artikel 3.18.a

Overige ontheffingen

 

 

Het tarief geldt voor het in behandeling nemen en afgeven van een ontheffing op grond van artikel 4:5 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Waadhoeke 2019 om af te wijken van het verbod om hoorbare geluidhinder te veroorzaken:

€ 49,00

Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit

Artikel 3.19

Niet benoemd besluit op aanvraag

 

 

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking:

€ 60,00

 

 

 

 

Behorende bij raadsbesluit van 18 december 2025,

 

De voorzitter,

 

De griffier,

Bijlage 1. Kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteiten

Bijlage I

Definitie kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteiten 

1.

Een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: 

a.

niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf; 

b,

de oppervlakte niet meer dan 150 m2; 

2.

Een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening (nutsvoorzieningen, de waterhuishouding, het meten van de luchtkwaliteit, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of het weg-spoorweg-, water- of luchtverkeer) wanneer wordt voldaan aan de volgende eisen: 

a.

niet hoger dan 5m, en 

b.

de oppervlakte niet meer dan 50m2; 

3.

Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits voldaan wordt aan de volgende eisen: 

a.

niet hoger dan 10m, en 

b.

de oppervlakte niet meer dan 50m2; 

4.

een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ongeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw; 

5.

een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 meter; 

6.

het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied; 

7.

het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen; 

8.

het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits voldaan wordt aan de volgende eisen: 

a.

de recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens de vigerende wet- en regelgeving aan een bestaande woning gestelde eisen; 

b.

de bewoning niet in strijd is met de regels gesteld in Omgevingswet 

c.

de bewoner op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont, en 

d.

de bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig was 

9.

ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 9 voor een termijn van ten hoogte 10 jaar; 

10.

het college van B&W kan ander gebruik en/of een activiteit aanwijzen als kleine omgevingsplanactiviteit: 

a.

Wanneer er geen of weinig relatie is met de instructieregels van het Rijk en de provincie; en 

b.

Het een geringe impact heeft op de fysieke leefomgeving; en 

c.

Niet of nauwelijks adviezen van buiten de organisatie noodzakelijk zijn. 

 

 

 

 

Naar boven