|
Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet
|
|
Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen
|
|
Artikel 2.1
|
Definities
|
|
|
1.
|
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald.
|
|
|
2.
|
In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald.
|
|
|
3.
|
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
|
|
|
|
- afwijkingenbeleid: het door het college vastgestelde Toetsingskader ruimtelijke aanvaardbaarheid bijbehorende bouwwerken en erfafscheidingen bij bedrijfswoningen, zoals dit van tijd tot tijd luidt
|
|
|
|
- binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan;
|
|
|
|
- binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij afwijkingsbevoegdheid: een activiteit waarvoor in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die toelaatbaar is op grond van een afwijkingsbevoegdheid zoals opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet;
|
|
|
|
- binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die mogelijk is op grond van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht zoals opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet;
|
|
|
|
- buitenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar waarbij de beoordelingsregels geen ruimte bieden om deze vergunning te verlenen. Het gaat om activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan en die niet vallen onder een kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in bijlage I.
|
|
|
|
- kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar die van beperkte aard is en geen wezenlijke strijd oplevert met de ruimtelijke regels. De specifieke activiteiten die hieronder vallen, zijn opgenomen in bijlage I.
|
|
|
4.
|
In aanvulling op de in bijlage I bij de Omgevingsregeling opgenomen omschrijving van het begrip ‘bouwkosten’ betreffen de in die omschrijving:
- onder a genoemde Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 de voorwaarden die bekendgemaakt zijn in Staatscourant 2012, 1567;
- onder b bedoelde bouwkosten de kosten voor de fysieke realisatie (het bouwen) van het bouwwerk;
- onder c bedoelde prijs de prijs exclusief omzetbelasting.
|
|
|
Artikel 2.2
|
Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven
|
|
|
1.
|
Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:
|
|
|
a.
|
vooroverleg;
|
|
|
b.
|
een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit;
|
|
|
c.
|
een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet;
|
|
|
d.
|
toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet;
|
|
|
e.
|
een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning;
|
|
|
f.
|
intrekking van een omgevingsvergunning;
|
|
|
g.
|
wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d;
|
|
|
h.
|
een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g.
|
|
|
2.
|
De leges worden vastgesteld op het moment van de beslissing op de aanvraag en dan als geheel in rekening gebracht.
|
|
|
Artikel 2.3
|
Bepalen tarief
|
|
|
1.
|
De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk.
|
|
|
2.
|
Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten.
|
|
|
3.
|
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 2.12.
|
|
|
4.
|
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.13.
|
|
|
5.
|
Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning.
|
|
|
6.
|
In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.
|
|
|
Paragraaf 2.2 Voorfase
|
|
Artikel 2.4
|
Vooroverleg
|
|
|
1.
|
Als de aanvraag betrekking heeft op het indienen van een vooroverleg voor een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief:
|
|
|
a.
|
voor een verkennend overleg dat is gericht op het verkrijgen van een indicatie van de vergunbaarheid van een voorgenomen initiatief in het kader van de Omgevingswet, en op het inzichtelijk maken van de daarvoor benodigde procedure(s):
|
€ 0,00
|
|
b.
|
voor een beoordelend overleg in het kader van een conceptverzoek, gericht op het bespreken van de wenselijkheid en haalbaarheid van een voorgenomen initiatief:
|
€ 0,00
|
|
2.
|
Indien in het kader van het vooroverleg advies wordt ingewonnen bij de gemeentelijke adviescommissie over redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels zoals genoemd in artikel 4.19 van de Omgevingswet, is het tarief als bedoeld in artikel 2.50, onderdeel b, van toepassing.
|
|
|
3.
|
Voor het afgeven van een schriftelijke verklaring waarin vanuit toetsing wordt bevestigd dat een voorgenomen activiteit omgevingsvergunningvrij is als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet, bedraagt het tarief:
|
€ 116,00
|
|
Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken
|
|
Artikel 2.5
|
Bouwactiviteit (bouwtechnische deel)
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
|
a.
|
indien de bouwkosten niet meer dan € 50.000 bedragen:
|
0,78%
|
|
|
met een minimum van:
|
€ 250,00
|
|
b.
|
indien de bouwkosten meer dan € 50.000 en niet meer dan € 250.000 bedragen:
|
€ 390,00
|
|
|
vermeerderd met:
|
0,75%
|
|
|
van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 50.000 te boven gaat;
|
|
|
c.
|
indien de bouwkosten meer dan € 250.000 en niet meer dan € 1.000.000 bedragen:
|
€ 1.830,00
|
|
|
vermeerderd met:
|
0,61%
|
|
|
van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 250.000 te boven gaat;
|
|
|
d.
|
indien de bouwkosten meer dan € 1.000.000 en niet meer dan € 2.500.000 bedragen:
|
€ 6.405,00
|
|
|
vermeerderd met:
|
0,54%
|
|
|
van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 1.000.000 te boven gaat;
|
|
|
e.
|
indien de bouwkosten meer dan € 2.500.000 bedragen:
|
€ 14.655,00
|
|
|
vermeerderd met:
|
0,45%
|
|
|
van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 2.500.000 te boven gaat;
|
|
|
Artikel 2.6
|
Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit (ruimtelijke deel)
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
|
a.
|
indien de bouwkosten niet meer dan € 50.000 bedragen:
|
1,8%
|
|
|
met een minimum van:
|
€ 250,00
|
|
b.
|
indien de bouwkosten meer dan € 50.000 en niet meer dan € 250.000 bedragen:
|
€ 900,00
|
|
|
vermeerderd met:
|
1,76%
|
|
|
van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 50.000 te boven gaat;
|
|
|
c.
|
indien de bouwkosten meer dan € 250.000 en niet meer dan € 1.000.000 bedragen:
|
€ 4.300,00
|
|
|
vermeerderd met:
|
1,42%
|
|
|
van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 250.000 te boven gaat;
|
|
|
d.
|
indien de bouwkosten meer dan € 1.000.000 en niet meer dan € 2.500.000 bedragen:
|
€ 14.950,00
|
|
|
vermeerderd met:
|
1,23%
|
|
|
van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 1.000.000 te boven gaat;
|
|
|
e.
|
indien de bouwkosten meer dan € 2.500.000 bedragen:
|
€ 33.400,00
|
|
|
vermeerderd met:
|
1,04%
|
|
|
van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 2.500.000 te boven gaat;
|
|
|
Artikel 2.7
|
Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 212,00
|
|
Paragraaf 2.3a Afwijkingen van het omgevingsplan
|
|
Artikel 2.7a
|
Afwijken van het (tijdelijke) omgevingsplan
|
|
|
1.
|
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief:
|
|
|
a.
|
voor het beoordelen of gebruik kan worden gemaakt van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan en/of van het door het college vastgestelde afwijkingenbeleid te weten het Toetsingskader ruimtelijke aanvaardbaarheid bijbehorende bouwwerken en erfafscheidingen bij bedrijfswoningen:
|
€ 262,00
|
|
b.
|
voor het beoordelen of gebruik kan worden gemaakt van een wijzigingsbevoegdheid of aan een uitwerkingsplicht wordt voldaan in het tijdelijke deel van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan:
|
€ 974,00
|
|
c.
|
voor het beoordelen of een afwijking van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan mogelijk is met toepassing van een kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in bijlage I:
|
€ 690,00
|
|
d.
|
voor het beoordelen of een afwijking van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan mogelijk is in andere gevallen dan genoemd in de onderdelen a tot en met c:
|
€ 4.137,00
|
|
Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed
|
|
Artikel 2.8
|
Monumenten, archeologie en cultureel erfgoed (Omgevingsplanactiviteit en Rijksmonumentenactiviteit)
|
|
|
1.
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, en deze activiteit betrekking heeft op een gemeentelijk of provinciaal monument (waaronder voorbeschermde monumenten), een archeologisch monument, een beschermd stads- of dorpsgezicht of op cultureel of werelderfgoed waarvoor het omgevingsplan een vergunningplicht bevat, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk:
|
€ 212,00
|
|
2.
|
Als de aanvraag betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder b, van de Omgevingswet, met uitzondering van een activiteit met betrekking tot een archeologisch monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk:
|
€ 212,00
|
|
3.
|
Indien de aanvraag, bedoeld in het eerste of tweede lid, mede betrekking heeft op een archeologisch monument, worden de genoemde tarieven verhoogd met:
|
€ 116,00
|
|
4.
|
De eerste drie leden zijn van overeenkomstige toepassing op aanvragen met betrekking tot monumenten of archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van de gemeentelijke erfgoedverordening, zolang in het omgevingsplan nog geen functieaanduiding is opgenomen of voorbeschermingsregel geldt als bedoeld in artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit.
|
|
|
Artikel 2.9 t/m 2.11
|
[Gereserveerd]
|
|
|
Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten
|
|
Artikel 2.12
|
Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteiten
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit die bestaat uit een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet en als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, of uit een activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, die valt onder afdeling 3.2 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL), bedraagt het tarief:
|
€ 2.675,82
|
|
Artikel 2.13 t/m 2.20
|
[Gereserveerd]
|
|
|
Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten
|
|
Artikel 2.21
|
Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, en het gaat niet om het lozen van water of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 212,00
|
|
Artikel 2.22
|
Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktelichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 212,00
|
|
Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten
|
|
Artikel 2.23 t/m 2.27
|
[Gereserveerd]
|
|
|
Artikel 2.28
|
Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 262,00
|
|
Paragraaf 2.8 Overige activiteiten
|
|
Artikel 2.29
|
[Gereserveerd]
|
|
|
Artikel 2.30
|
Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in artikel 3 van de Bomenverordening gemeente Waadhoeke in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 0,00
|
|
Artikel 2.31
|
Omgevingsplanactiviteit: reclame
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, als bedoeld in artikel 2.3 lid 3 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Waadhoeke 2019 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, en als niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 116,00
|
|
Artikel 2.32
|
Omgevingsplanactiviteit: opslag van roerende zaken
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit de opslag van roerende zaken in een aangewezen gedeelte van de gemeente, bedoeld in artikel 2:3 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Waadhoeke 2019 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 116,00
|
|
Artikel 2.33
|
Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het innemen van een standplaats, als bedoeld in artikel 5.12 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Waadhoeke 2019 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
|
a.
|
voor het innemen van een incidentele standplaats met een duur van maximaal één week:
|
€ 45,00
|
|
b.
|
voor het innemen van een standplaats voor een langere periode dan één week:
|
€ 116,00
|
|
Artikel 2.34
|
Andere activiteiten
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een andere activiteit dan in deze paragraaf of de voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld, en die activiteit is aangewezen als vergunningplichtige activiteit bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 116,00
|
|
Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften
|
|
Artikel 2.35
|
Maatwerkvoorschriften bij bouw- of sloopactiviteiten
|
|
|
|
Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief:
|
|
|
a.
|
voor een maatwerkvoorschrift dat verband houdt met een bouw- of sloopactiviteit, met uitzondering van het in onderdeel b bedoelde geval, per maatwerkvoorschrift:
|
€ 0,00
|
|
b.
|
voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op de ingebruikname van een bouwwerk met een geringe afwijking van het Besluit bouwwerken leefomgeving, geconstateerd binnen het stelsel van private kwaliteitsborging, per maatwerkvoorschrift:
|
€ 1.600,00
|
|
Artikel 2.36
|
Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten
|
|
|
|
Voor een aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften met betrekking tot milieubelastende activiteiten, ongeacht of deze onder hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving vallen of een andere milieubelastende activiteit betreffen, bedraagt het tarief:
|
€ 1.363,08
|
|
Artikel 2.37
|
Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten
|
|
|
|
Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.35 en 2.36, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift:
|
€ 212,00
|
|
Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid
|
|
Artikel 2.38
|
Gelijkwaardige maatregel
|
|
|
1.
|
Het tarief bedraagt voor het aanvragen van toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.
|
Blijkend uit een begroting
|
|
2.
|
Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
|
|
|
Paragraaf 2.11 Overige tarieven
|
|
Artikel 2.39
|
Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit
|
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit:
|
€ 116,00
|
|
Artikel 2.40
|
Wijzigen omgevingsvergunning
|
|
|
|
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft.
|
|
|
Artikel 2.41
|
Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning
|
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning:
|
€ 116,00
|
|
Artikel 2.42
|
Intrekken omgevingsvergunning
|
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning, tenzij artikel 2.58 van toepassing is:
|
€ 0,00
|
|
Artikel 2.43
|
[Gereserveerd]
|
|
|
Artikel 2.44
|
Beoordeling onderzoeksrapporten
|
|
|
|
De in artikel 2.49 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit.
|
|
|
Artikel 2.45
|
Wijzigen van het omgevingsplan
|
|
|
1.
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan:
|
€ 5.500,00
|
|
2.
|
Geen tarief is verschuldigd indien de kosten van het wijzigen van het omgevingsplan krachtens afdeling 13.6 of 13.7 van de Omgevingswet worden verhaald.
|
|
|
Artikel 2.46
|
Niet genoemd besluit op aanvraag
|
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan:
|
€ 212,00
|
|
Paragraaf 2.12 Modaliteiten
|
|
Artikel 2.47
|
Achteraf ingediende aanvraag
|
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met:
|
10,00%
|
|
|
met een maximum van:
|
€ 10.000,00
|
|
Artikel 2.48
|
Uitgebreide voorbereidingsprocedure
|
|
|
|
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk, en indien afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit en sprake is van een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief:
|
€ 2.419,47
|
|
Artikel 2.49
|
Beoordeling onderzoeksrapporten
|
|
|
|
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld:
|
|
|
a.
|
voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport:
|
€ 116,00
|
|
b.
|
voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport:
|
€ 116,00
|
|
c.
|
voor de beoordeling van een geluid- of luchtrapport betreffende de geluid- of luchtbelasting:
|
€ 545,00
|
|
d.
|
voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER):
|
€ 2.271,80
|
|
e.
|
voor de beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport:
|
€ 116,00
|
|
Artikel 2.50
|
Advies
|
|
|
1.
|
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet:
|
|
|
a.
|
voor een advies van de gemeenteraad:
|
€ 569,00
|
|
b.
|
voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: Tarieven blijken uit de tarievenregeling van de welstandscommissie Hûs en Hiem.
Externe link:
https://www.husenhiem.nl/hus-en-hiem/tarieven/
|
|
|
c.
|
voor een advies van de agrarische commissie, bedraagt het tarief:
|
Blijkend uit een begroting
|
|
d.
|
voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a tot en met c: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.
|
Blijkend uit een begroting
|
|
2
|
Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
|
|
|
Artikel 2.51
|
Instemming
|
|
|
1.
|
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan:
|
|
|
|
het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn.
|
|
|
2.
|
Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
|
|
|
Paragraaf 2.13 [Gereserveerd]
|
|
Paragraaf 2.14 Teruggaaf
|
|
Artikel 2.54
|
Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig
|
|
|
|
Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
|
80,00%
|
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.
|
|
|
Artikel 2.55
|
Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten
|
|
|
|
Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt:
|
80,00%
|
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.
|
|
|
Artikel 2.56
|
Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift
|
|
|
|
Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift, op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is, geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
|
50,00%
|
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.
|
|
|
Artikel 2.57
|
[Gereserveerd]
|
|
|
Artikel 2.58
|
Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten
|
|
|
|
Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 2 jaar na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt:
|
37,50%
|
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.
|
|
|
Artikel 2.59
|
Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten
|
|
|
a.
|
Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
|
25,00%
|
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges.
|
|
|
b.
|
Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.
|
|
|
Artikel 2.60
|
Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten
|
|
|
|
In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12.
|
|
|
Artikel 2.61
|
Minimumbedrag voor teruggaaf
|
|
|
|
Een bedrag minder dan € 116,- wordt niet teruggegeven.
|
|