Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2026

De raad van de gemeente Tubbergen,

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11 november 2025;

 

gelet op het advies van de raadscommissie Sociaal Domein en Bestuur van 2 december 2025;

 

gelet op artikel 224 van de Gemeentewet,

 

Besluit vast te stellen de:

 

Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2026

 

(Verordening toeristenbelasting 2026)

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

 

kampeermiddel: een mobiel en/of vast kampeermiddel dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig, of gedeelte daarvan, een en ander, voor zover deze onderkomens of voertuigen zijn bestemd of opgericht dan wel kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

 

mobiel kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, sta- en toercaravan dan wel enig ander onderkomen of een soortgelijk onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan;

 

vaste jaarplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeermiddel, met de bedoeling meerdere jaren ter plaatse te blijven;

 

vaste seizoenplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen plaatsen van een zelfde mobiel kampeermiddel, met de bedoeling meerdere jaren ter plaatse te blijven. Gedurende de winterperiode is het niet toegestaan te overnachten in de kampeermiddelen;

 

seizoenplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor gedurende het seizoen plaatsen van een zelfde mobiel kampeermiddel dat bij aanvang van het seizoen wordt geplaatst en na afloop van het seizoen van de standplaats wordt verwijderd;

 

vast kampeermiddel: een kampeermiddel niet zijnde een mobiel kampeermiddel bestemd voor het verblijf op een vaste jaarplaats of vaste seizoenplaats;

 

groepsaccommodatie: een verblijf met minimaal tien slaapplaatsen bestemd voor recreatief nachtverblijf, met gemeenschappelijk gebruik van sanitaire voorzieningen, keuken, overige verblijfsruimten en slaapzalen;

 

kampeerboerderij: een verblijf met minimaal 10 slaapplaatsen bestemd voor recreatief nachtverblijf veelal gericht op (jeugd)verenigingen, scholen en overige jongerengroepen, met gemeenschappelijk gebruik van sanitaire voorzieningen, keuken, overige verblijfsruimten en slaapzalen, gesitueerd op een (voormalig) agrarisch erf;

 

recreatiewoning: een bouwwerk gelegen op een recreatieterrein, niet zijnde een kampeermiddel, naar aard en inrichting bestemd is voor recreatief nachtverblijf, waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben;

 

recreatieterrein: een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen en/of geplaatst houden van accommodaties ten behoeve van recreatief (nacht)verblijf. Onder deze bestemming worden onder andere reguliere kampeerterreinen/campings, camperterreinen en bungalowterreinen verstaan.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2.

  • 2.

    De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

  • 3.

    Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

Artikel 4 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:

  • 1.

    van degene die verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders;

  • 2.

    van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.

  • 3.

    van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk verblijf forensenbelasting is verschuldigd;

  • 4.

    van minderjarige jeugdgroepen in educatief verband, waaronder mede begrepen schoolreis en scouting. Bedoeld verblijf dient onder toezicht te staan van één of meer meerderjarige begeleiders.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar.

Artikel 6 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing

  • 1.

    Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:

    • a.

      mobiele kampeermiddelen op vaste jaarplaatsen bepaald op 2,0,

    • b.

      mobiele kampeermiddelen op vaste seizoenplaatsen bepaald op 2,4,

    • c.

      mobiele kampeermiddelen op seizoenplaatsen bepaald op 3,0.

  • 2.

    Het aantal malen dat wordt overnacht, wordt met betrekking tot:

    • a.

      de door lid 1, sub a, bedoelde personen bepaald op 55;

    • b.

      de door lid 1, sub b, bedoelde personen bepaald op 39;

    • c.

      de door lid 1, sub c, bedoelde personen bepaald op 37.

  • 3.

    Het aantal mobiele kampeermiddelen als bedoeld in het eerste lid, sub a, b en c, wordt vastgesteld op het aantal mobiele kampeermiddelen welke door de belastingplichtige bij aangifte uit de verhuuradministratie zijn opgegeven, dan wel blijken.

Artikel 7 Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing

In afwijking van het bepaalde in artikel 6, eerste lid, wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijk aantal overnachtingen.

Artikel 8 Belastingtarief

  • 1.

    Het tarief bedraagt per persoon per overnachting: € 1,50.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid bedraagt het belastingtarief per overnachting voor personen die verblijven in:

    • a.

      groepsaccommodaties, kampeerboerderijen, recreatiewoningen op een recreatieterrein of bungalows op een recreatieterrein: € 1,20.

    • b.

      mobiele en vaste kampeeronderkomens: € 0,90.

Artikel 9 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 10 Wijze van heffing

  • 1.

    De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

  • 2.

    Er kan een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld.

Artikel 11 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 12 Kwijtschelding

Bij invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 13 Aanmeldingsplicht

De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet.

Artikel 14 Registratieplicht

  • 1.

    Ieder die gelegenheid biedt tot het houden van nachtverblijf in de zin van de verordening en opteert voor niet-forfaitaire heffing als bedoeld in artikel 7, is verplicht verblijfhoudenden te registreren in een daarvoor bestemd en door gemeente verstrekt nachtverblijfregister.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders stellen genoemde nachtverblijfregisters kosteloos beschikbaar.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders geven nadere voorschriften omtrent de inrichting en gebruik van de nachtverblijfregisters.

  • 4.

    De verplichting, genoemd onder lid 1, vervalt indien de belastingplichtige een soortgelijk, en door burgemeester en wethouders geaccepteerd, nachtverblijfregister voert.

Artikel 15 Aangifte

Het uitnodigen tot het doen van aangifte kan naast de op de in artikel 237, eerste lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze geschieden door het uitreiken, toezenden of elektronisch verzenden van een aangiftebrief waaruit blijkt de wijze van het doen van elektronische aangifte, een omschrijving van de gevraagde gegevens of bescheiden en de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan. In dat geval geschiedt, in afwijking van de in artikel 237, tweede lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze, de aangifte langs elektronische weg door het inleveren of toezenden van de gevraagde gegevens of bescheiden via een daarvoor aangewezen en beschikbaar gestelde digitale voorziening.

Artikel 16 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De Verordening toeristenbelasting 2025 van 17 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing. Zij blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

  • 4.

    De verordening kan worden aangehaald als “Verordening toeristenbelasting 2026”.

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 16 december 2025,

de raadsgriffier,

E.C.B. Hoitink

de voorzitter,

drs. A.H. Postma

Naar boven