Gemeenteblad van Harderwijk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Harderwijk | Gemeenteblad 2025, 562565 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Harderwijk | Gemeenteblad 2025, 562565 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Huisvestingsverordening gemeente Harderwijk 2026
HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
Duurzaam gemeenschappelijk huishouden: hiervan is sprake als de woningzoekende samen met een ander het hoofdverblijf, niet zijnde het ouderlijk huis, in dezelfde woning heeft, samen op de toekomst gericht is en financieel voor elkaar zorgt. Ook woningdelen wordt in deze verordening gezien als samenleven in duurzaam gemeenschappelijk verband;
Woningdelen: verhuurders kunnen meer mensen huisvesting bieden, wanneer huurders hun woning met elkaar delen (zonder dat zij een duurzaam gezamenlijk huishouden voeren). Bij woningdelen hebben huurders hun eigen woonruimte en maken daarnaast gebruik van gezamenlijke ruimten of voorzieningen, zoals de keuken en de badkamer. Verhuurders kunnen woningdelen faciliteren middels inwoning, hospitaverhuur of via friendscontracten (het verhuren van een huis aan meerdere alleenstaanden met een gezamenlijk huurcontract).
Woongemeenschap: in een woongemeenschap wonen de inwoners in een woning (ongeacht het woningtype) van een woningcorporatie en hebben de bewoners een grote mate van zeggenschap over de invulling van hun woon- en leefomgeving. Veelal kiezen de bewoners zelf hun nieuwe bewoners (ook wel coöptatie) of speelt in de woningtoewijzing door de woningcorporaties motivatie een rol;
Zorggeschikte woningen: zelfstandige nultredenwoningen waarin Wlz-zorg geleverd kan worden en die onderdeel zijn van een geclusterde woonvorm. Om alle vormen van zorg te kunnen leveren zijn deze wooneenheden en de woonvorm rolstoelgeschikt. Woningen in categorie BAT-score 3 en 4 en Woonkeur 6 (certificaat D) vallen binnen deze definitie. Daarnaast zijn de woningen dementie-vriendelijk ingericht en heeft het complex idealiter een brancardlift.
HOOFDSTUK 2. De huisvestingsvergunning
Paragraaf 2.1. De huisvestingsvergunningplicht
Artikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte
Het eerste lid is niet van toepassing op:
woonwagens en standplaatsen1 ;
Artikel 3. Criteria voor verlening huisvestingsvergunning
Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de Wet komen voor een huisvestingsvergunning voor het in gebruik nemen van woningen als bedoeld in artikel 2, derde lid uitsluitend in aanmerking startende kopers met een huishoudinkomen van maximaal 1,5 keer de DAEB inkomensgrens. (€ 74.503,50 voor eenpersoonshuishoudens en € 82.270,50 voor meerpersoonshuishoudens).
Paragraaf 2.2. Te huur aanbieden van woonruimte door verhuurders
Artikel 6. Inschrijfsysteem van woningzoekenden
De inschrijving vervalt niet in het geval van een urgentie als gevolg van herhuisvesting bij sloop of ingrijpende verbetering of wanneer de woningzoekende aanspraak maakt op een terugkeergarantie zoals opgenomen in het sociaal plan gemaakt voorafgaand aan sloop of ingrijpende verbetering zoals beschreven in artikel 15 en 31.
Paragraaf 2.3. Aanvragen, verlenen en weigeren van de huisvestingsvergunning
Artikel 7. Aanvraag huisvestingsvergunning
Bij de aanvraag om een huisvestingsvergunning worden de volgende gegevens verstrekt:
Artikel 9. Rangorde waarin woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning
De verhuurder kan bij het te huur aanbieden van woonruimte via het aanbodmodel bepalen dat urgentie niet van toepassing is, mits dit voor niet meer dan 50% van het vrijkomend woningaanbod gebeurt. Een dergelijke classificatie dient vermeld te worden bij de bekendmaking van het woningaanbod conform artikel 5.
Artikel 10. Onderlinge volgorde binnen elke rangordegroep
De volgorde waarin woningzoekenden als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a tot en met c, achtereenvolgens voor een huisvestingsvergunning in aanmerking komen, wordt bepaald op basis van de ingangsdatum van de urgentieverklaring en, voor zover dat geen uitsluitsel geeft op basis van hun inschrijfduur. Wanneer ook de inschrijfduur gelijk is geldt de woonduur en indien dat gelijk is gaat het huishouden met de oudste hoofdbewoner voor.
Artikel 13. Voorrang bij woningtoewijzing voor specifieke doelgroepen
Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor een type woonruimte zoals bedoeld in onderstaande tabel, kan voorrang worden gegeven aan woningzoekenden die behoren tot de daarbij blijkens onderstaande tabel behorende doelgroep of doelgroepen.
De verhuurder bepaalt bij het te huur aanbieden van woonruimte als bedoeld in artikel 4 en het bekendmaken van het aanbod als bedoeld in artikel 5, of sprake is van een in de tabel van het eerste lid genoemd woningtype. Indien in de tabel bij een woningtype meer dan twee doelgroepen genoemd zijn, bepaalt de verhuurder aan welke doelgroep voorrang wordt gegeven bij het verlenen van een huisvestingsvergunning en maakt dit bij het bekend maken van het aanbod kenbaar.
Paragraaf 3.1 De urgentieverklaring
Artikel 16. Aanvraag om indeling in urgentiecategorie
Bij de beoordeling van de gevraagde indeling in een urgentiecategorie kunnen Burgemeester en Wethouders zich laten adviseren door een door hen aan te wijzen deskundig persoon of instantie. Deze persoon of instantie neemt de eventueel door Burgemeester en Wethouders vastgestelde nadere regels in acht.
Artikel 17. Beslissing op de aanvraag
Burgemeester en Wethouders kunnen de aangevraagde urgentieverklaring op basis van scheiding of relatiebreuk met kinderen of woonlasten, als bedoeld in de artikelen 33 en 34, weigeren/ afwijzen indien de aanvrager naar hun oordeel niet al hetgeen redelijkerwijs van hem gevergd kan worden heeft gedaan om het huisvestingsprobleem op te lossen. In ieder geval wordt van deze woningzoekende verwacht dat hij gedurende zes maanden wekelijks heeft gereageerd op vrijkomend woningaanbod en dit ook kan aantonen.
Artikel 19. Het woonruimtetype
De omschrijving van het woonruimtetype in het zoekprofiel omvat tenminste de volgende elementen:
Artikel 20. Bemiddelen van de houder van de urgentieverklaring
De in de regio werkzame verhuurders dragen in gezamenlijkheid verantwoordelijkheid voor het aanbieden van woonruimte aan de houder van de urgentieverklaring. De in de regio werkzame verhuurders doen de houder van de urgentieverklaring een direct aanbod van een woonruimte die behoort tot een in de urgentieverklaring omschreven woonruimtetype.
Artikel 22. Zelf zoeken door de houder van de urgentieverklaring
De woningzoekende met een urgentieverklaring reageert zelf actief via het aanbod- en/of lotingsmodel op passende woonruimte die voldoet aan het in de urgentieverklaring omschreven woonruimtetype.
Artikel 23. Intrekken urgentie
Burgemeester en Wethouders kan een urgentieverklaring uitsluitend intrekken indien:
Paragraaf 3.2 De urgentiecriteria
Een statushouder wordt gelijkgesteld met de houder van een urgentieverklaring vanaf het moment waarop de statushouder ingevolge de in artikel 28 van de Wet bedoelde taakstelling gehuisvest dient te worden door een regiogemeente tot het moment waarop de statushouder gehuisvest is, tenzij de statushouder gehuisvest wordt in een tussenvoorziening.
Een woningzoekende komt voor indeling in de urgentiecategorie ‘onbewoonbaarheid’ in aanmerking indien:
Artikel 27. Ernstige en chronische medische problematiek
Een woningzoekende komt voor indeling in de urgentiecategorie ‘Ernstige en chronische medische problematiek’ in aanmerking indien:
de woningzoekende een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg verlaat waar hij/ zij geneeskundige geestelijke zorg ontving of de woningzoekende in verband met geneeskundige zorg als bedoeld in artikel 10, onderdeel g, van de Zorgverzekeringswet in een instelling verbleef in verband met zorg zoals psychiaters en klinisch-psychologen plegen te bieden en deze verlaat; of,
de woningzoekende of een van zijn of haar leden van het huishouden kampt met ernstige en chronische medische problematiek, waarbij de huidige woonsituatie levensontwrichtend is omdat de woningzoekende niet meer in staat is zelfstandig te functioneren in de huidige woonruimte, dan wel de behandeling van het probleem aantoonbaar in hoge mate ongunstig door de woonsituatie wordt beïnvloed, en voldaan wordt aan de in het vierde lid genoemde voorwaarden.
De in het eerste lid, onder b genoemde voorwaarden zijn:
De woningzoekende of een van zijn of haar leden van het huishouden:
kan aantonen dat de reisafstand en/of de beschikbare wijze van vervoer tussen de huidige woning en de voorziening voor zorg- of hulpverlening waar de woningzoekenden of een van zijn of haar leden van het huishouden op is aangewezen, een onaanvaardbare belasting in termen van medisch risico, reistijd en/of kosten tot gevolg heeft.
Artikel 28. Geweld en bedreiging
Artikel 29. Uitstroom naar zelfstandig wonen
Een woningzoekende komt voor indeling in de urgentiecategorie ‘uitstroom naar zelfstandig wonen’ in aanmerking indien:
de woningzoekende na een verblijf van tenminste drie aaneengesloten maanden een inrichting of voorziening als bedoeld in artikel 3a van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, een penitentiaire inrichting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet of een instelling voor forensische zorg als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet forensische zorg verlaat.
Artikel 30. Deelname overheidsprogramma
Een woningzoekende komt voor indeling in de urgentiecategorie ‘deelname overheidsprogramma’ in aanmerking indien de woningzoekende deelneemt aan een overheidsprogramma gericht op duurzaam uitstappen waarbinnen begeleiding van sekswerkers plaatsvindt bij het vinden van werk of dagbesteding buiten de seksbranche.
Indien dit naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders nodig is voor het zelfstandig wonen van de woningzoekende, kan bij de indeling in de in het eerste lid bedoelde urgentiecategorie de voorwaarde opgelegd worden dat de woningzoekende voor een door Burgemeester en Wethouders te bepalen duur van een instelling in de regio begeleiding ontvangt.
Artikel 31. Herhuisvesting bij sloop of ingrijpende verbetering
Een woningzoekende komt voor indeling in de urgentiecategorie ‘herhuisvesting bij sloop of ingrijpende verbetering’ in aanmerking indien:
het huisvestingsprobleem van de aanvrager wordt veroorzaakt door de aanstaande sloop of ingrijpende renovatie van de door hem rechtmatig bewoonde woonruimte door een van de verhuurders, waardoor aanvrager redelijkerwijs niet meer in zijn woonruimte kan blijven wonen, en de peildatum voor het aanvragen van urgentie zoals opgenomen in het sloopbesluit van Burgemeester en Wethouders is verstreken; of,
Een woningzoekende die mantelzorg als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verleent of ontvangt komt in aanmerking voor indeling in de urgentiecategorie ‘mantelzorg’ indien:
Een woningzoekende komt voor indeling in de urgentiecategorie ‘woonlasten’ in aanmerking indien:
de aanvrager kan aantonen dat de woonlasten (huur of hypotheeklasten) zodanig hoog zijn dat het besteedbare inkomen na aftrek van de woonlasten lager is dan het bedrag dat resteert als de normhuur als bedoeld in artikel 17, tweede lid van de Wet op de huurtoeslag wordt afgetrokken van de bijstandsnorm die voor aanvrager geldt c.q. voor zijn situatie zou gelden; en,
HOOFDSTUK 4. Verkoop van nieuw te bouwen woonruimte
Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op het te koop aanbieden van woonruimte als bedoeld in artikel twee, derde lid.
Artikel 38 Aanbieden van de woonruimte aan potentiële kopers die hun belangstelling kenbaar hebben gemaakt
Artikel 39. Voorrang bij economische of maatschappelijke binding
Bij 50% van de verleende huisvestingsvergunningen, wordt voorrang gegeven aan potentiële kopers die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de woningmarktregio als bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de Wet.
Toepassing van de in het vorige lid, onder a, bedoelde voorrang blijft achterwege indien verlening van een huisvestingsvergunning tot gevolg zou hebben dat meer dan 50% van de huisvestingsvergunningen met voorrang zouden worden verleend aan potentiële kopers die economisch gebonden of maatschappelijk gebonden zijn.
Artikel 41. Regels over het verslag over het verloop van de aanbiedingsprocedure
De verkoper bewaart de gedocumenteerde informatie op een voor de toezichthouder toegankelijke en inzichtelijke wijze tot uiterlijk zes maanden na het onherroepelijk worden van de huisvestingsvergunning die naar aanleiding van het in artikel 37, eerste lid, bedoelde aanbod van de woonruimte is verleend.
Artikel 42. Aanvullende bepaling over de aanvraag van een huisvestingsvergunning
In aanvulling op het bepaalde in artikel 7 gaat de aanvraag om een huisvestingsvergunning vergezeld van een schriftelijke, naar waarheid ingevulde en ondertekende, verklaring van de verkoper dat hij het te koop aanbieden van de woonruimte en het selecteren van de koper overeenkomstig het in deze verordening bepaalde heeft uitgevoerd.
HOOFDSTUK 7. Standplaatsen voor woonwagens
Artikel 43. Aanvullende definities
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
Afstammingsbeginsel: het beginsel dat inhoudt dat de standplaatszoekende, diens ouders dan wel grootouders in een woonwagen wonen of hebben gewoond, waarbij sprake moet zijn van een generatie op generatie doorlopende en intensieve beleving van de woonwagencultuur, wat kan worden vastgesteld doordat de inschrijver een uittreksel uit de Basisregistratie Personen aanlevert en de adresgegevens van hemzelf, diens ouders of grootouders op het inschrijfformulier vermeld staan. Bepalend is het woonadres zoals opgenomen in het BRP en de feitelijke bewoning;
Mantelzorg: Intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt;
Gereserveerde mantelzorg: mantelzorg, anders bedoeld dan hetgeen hierboven staat beschreven, geboden door de ouder of het (klein)kind van de direct of in de toekomst hulpbehoevende bewoner, ten behoeve van de zelfredzaamheid, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten overstijgt. De huurder van een standplaats waarop een eigen woonwagen is geplaatst, kan een(klein)kind of ouder aanwijzen die als mantelzorger fungeert. Deze verklaring dient bij de verhuurder geregistreerd te zijn.
Standplaats: een kavel die is bestemd voor het plaatsen van een woonwagen waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, van andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten, zoals omschreven in artikel 1, eerste lid, onder de definitie van woongelegenheid onder c van de Woningwet;
Artikel 44. Aanwijzing vergunningplichtige standplaatsen en woonwagens en criteria voor verlening huisvestingsvergunning
Artikel 45. Inschrijfsysteem van standplaatszoekenden
Voor de inschrijving en de jaarlijkse verlenging van de inschrijving kan een woningcorporatie een geldelijke bijdrage vragen. Indien de woningcorporatie van deze mogelijkheid gebruik maakt, zijn deze kosten gelijk aan de reguliere kosten voor inschrijving en verlenging in het huurportaal hurennoordveluwe.nl; De standplaatszoekende ontvangt een bewijs van inschrijving en uitschrijving;
De inschrijving van de standplaatszoekende is strikt persoonlijk en niet overdraagbaar, behoudens in het geval dat de ingeschreven standplaatszoekende overlijdt en hij/zij een partner heeft waarmee een duurzaam gemeenschappelijk huishouden werd gevormd, die partner voldoet aan het afstammingsbeginsel en zelf niet op de wachtlijst ingeschreven staat; in dat geval kunnen de opgebouwde punten overgedragen worden aan de desbetreffende partner;
Artikel 46. Bekendmaking van het aanbod van standplaatsen en woonwagens
Standplaatsen en woonwagens worden te huur aangeboden door publicatie via het huurportaal www.hurennoordveluwe.nl;
Artikel 47. Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning
Bij de aanvraag om een huisvestingsvergunning worden de volgende gegevens verstrekt:
Artikel 49. Toewijzing van een standplaats op bestaande woonwagenlocaties
De standplaatszoekende heeft het recht te weigeren zonder verlies van zijn of haar inschrijving in het digitale huurportaal www.hurennoordveluwe.nl;
Artikel 50. Uitzondering bij overlijden ouders wonende in een huurwoonwagen op een huurstandplaats
Indien de huurder en zijn echtgenote, dan wel geregistreerde partner of medehuurder, beiden zijn overleden en er sprake is van een thuiswonend kind van 28 jaar of ouder, wordt door de Harderwijker verhuurder maatwerk geleverd ten aanzien van de mogelijkheid van het overschrijven van de huurovereenkomst op het oudste thuiswonende kind, conform de regeling zoals die ook geldt voor reguliere huurwoningen. Uitgangspunt hierbij is:
Artikel 51. Gereserveerde mantelzorg huurstandplaats met eigen woonwagen
Indien de huurder van de standplaats, waaraan gereserveerde mantelzorg is toegekend, komt te overlijden of verhuist naar een verzorgings- of verpleeghuis, zal de standplaats eenmalig met voorrang worden toegewezen aan de bij de verhuurder geregistreerde houder van de gereserveerde mantelzorgverklaring.
De voorwaarden voor het bepaalde in lid 1 zijn als volgt:
de houder van de gereserveerde mantelzorgverklaring moet ingeschreven staan op het huurportaal www.hurennoordveluwe.nl;
Artikel 53. Bestuurlijke boete
In afwijking van het vorige lid, onder b, bedraagt de bestuurlijke boete voor een overtreding van het verbod bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de wet maximaal de boete van de vijfde categorie bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht (per 1 januari 2024 € 103.000) indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan een constatering van die overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod.
Burgemeester en Wethouders kunnen nadere regels stellen gericht op de uitvoering van hoofdstuk 3 van deze verordening.
De op het moment van inwerkingtreding van deze verordening in de regio ingeschreven woningzoekenden op de woningmarkt behouden hun inschrijfduur.
De Huisvestingsverordening gemeente Harderwijk 2026 blijft van toepassing op bezwaar- en beroepsprocedures betreffende bezwaar- en beroepschriften die vóór de dag van inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend
Artikel 57. Bezwarencommissie Woonruimteverdeling
Als het voor de bezwarencommissie niet mogelijk is advies uit te brengen op een zodanig tijdstip dat Burgemeester en Wethouders binnen de wettelijke termijn een beslissing op het bezwaarschrift kunnen nemen, is de commissie bevoegd om namens Burgemeester en Wethouders de beslistermijn op het desbetreffende bezwaarschrift te verlengen overeenkomstig artikel 7:10 lid 3 van de Awb.
Artikel 58. Afwijkingsbevoegdheid
Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd ten gunste van de woningzoekende of potentiële koper af te wijken van deze verordening voor zover toepassing gelet op de in artikel 2 van de Wet genoemde belangen naar hun oordeel leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Harderwijk in zijn openbare vergadering van 11 december 2025
De heer J. Joon
Voorzitter
De heer H.R. Lanning
Raadsgriffier
Uitgangspunten Huisvestingswet 2014
De Huisvestingswet 2014 (hierna: Wet) biedt gemeenten het instrumentarium in te grijpen in de verdeling van woonruimte. Gebruikmaken van dit instrumentarium – door een Huisvestingsverordening vast te stellen – is niet vanzelfsprekend en dient periodiek onderbouwd en getoetst te worden.
Het instrumentarium bestaat uit het vaststellen van een Huisvestingsverordening, die regels bevat met betrekking tot het in gebruik geven en nemen van woonruimte.
Het uitgangspunt van de Wet is de vrijheid van vestiging. Iedereen die rechtmatig in Nederland verblijft, heeft het recht om zich vrijelijk te verplaatsen en te vestigen. Dit grondrecht kan alleen worden beperkt indien noodzakelijk voor het algemeen belang in een democratische samenleving. Dat belang kan volgens de Wet gelegen zijn in het tegengaan van de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte. Als hier aantoonbaar sprake van is – en als het instrumentarium van de Wet geschikt en proportioneel is om die effecten te bestrijden – kunnen gemeenten verdelingsregels stellen. De schaarste kan betrekking hebben op schaarste aan goedkope woonruimte in het algemeen, schaarste aan woonruimte met specifieke voorzieningen of schaarste aan woonruimte voor de huidige inwoners van een gemeente.
Sturing in de woonruimteverdeling beperkt zich tot de woonruimtevoorraad die bestemd is voor verhuur en tot nieuw te bouwen, voor verkoop bestemde, woonruimte met een koopprijs van ten hoogste € 405.000,00. De gemeente wijst zelf de schaarse voorraad aan en maakt deze daarmee vergunningplichtig. Bemoeienis van de gemeente met de verdeling van woonruimte boven de in de verordening genoemde prijsgrenzen is uitgesloten.
De bedoeling van deze verordening is het regelen van de verdeling van de vrijkomende huurwoningen van de woningcorporaties en voor verkoop bestemde woonruimte (nieuwbouwkoopwoningen) in de goedkope/betaalbare koop. Dit vanwege de schaarste aan deze woningen en het tegengaan van de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van die schaarste. Hiervoor is in overleg met de buurgemeenten en de woningcorporaties een eerlijke en rechtvaardige verdeling uitgewerkt, die waar het de huurwoningen in bezit van de in de regio actieve woningcorporaties voortbouwt op de gegroeide samenwerking in de afgelopen jaren.
Deze nieuwe regionale Huisvestingsverordening Noord-Veluwe heeft als reikwijdte het woningbezit van alle in de regio actieve woningcorporaties, meer in het bijzonder de woonruimte in eigendom van een woningcorporatie waarvan de huurprijs ten hoogste de maximale lagehuurgrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag. Dit is de afbakening die ook al gekozen is in de eerdere Huisvestingsverorde-ningen. Hiermee vallen ook de zogenaamde ‘categorale woningcorporaties’ – woningcorporaties met een specifieke doelgroep en landelijk werkgebied (i.h.b. Habion en Woonzorg Nederland) – onder de regels opgenomen in deze verordening en is het woningaanbod van de woningcorporaties vindbaar is op één aanbodplatform (https://www.hurennoordveluwe.nl) en gelden voor alle woningcorporaties dezelfde regels.
Uit een onderzoek (“Schaarste onderbouwing sociale huur regio Noord-Veluwe”) is gebleken dat op de huurmarkt in de Noord -Veluwe nog steeds sprake is van schaarste; het aantal woningzoekenden stijgt en het aantal mutaties daalt.
Ook reguleren we de toewijzing van nieuwbouw sociale koopwoningen. De druk op dit type woningen is groot. Via het in 2025 vastgestelde Volkshuisvestelijk omgevingsprogramma sturen wij op de realisatie van sociale koopwoningen. Concreet betekent dit dat 10% van de totale bouwopgave moet worden gerealiseerd in het sociale koopsegment. Wij vinden het belangrijk dat deze met veel zorg gerealiseerde woningen ook worden toegewezen aan de mensen die hierop aangewezen zijn. Daarom reguleren wij de toewijzing van deze woningen in deze Huisvestingsverordening.
In het voorjaar van 2025 is een regionaal woningmarktonderzoek uitgevoerd door KAW in opdracht van de Noord-Veluwse gemeenten. Dit onderzoek bevestigde dat de woningen in het segment sociale koop schaars zijn. Het overzicht hieronder laat zien dat, van de personen die een woning zoeken in het goedkoopste segment, slechts een deel slaagt. Ook valt op dat het met name de regionaal woningzoekenden (‘niet van buitenaf’) zijn die de dupe zijn van deze schaarste. Te meer reden om ook voor dit segment woningen extra bindingseisen te hanteren.
Het is verboden de in de verordening aangewezen woonruimte zonder huisvestingsvergunning in gebruik te nemen of te geven. Woonruimteverdeling op basis van de Wet gebeurt aan de hand van een vergunningensysteem. Burgemeester en Wethouders kunnen de bevoegdheid om vergunningen te verlenen mandateren aan verhuurders, bijvoorbeeld de (samenwerkende) corporaties. Van deze mogelijkheid maakt de gemeente Harderwijk gebruik. Zie hiervoor het Mandaatbesluit gemeente Harderwijk 2022.
Wijzigingen in de woonruimtevoorraad
De Wet biedt tevens de mogelijkheid om onttrekking, samenvoeging, omzetting en woningvorming dan wel splitsing van aangewezen categorieën woonruimte vergunningplichtig te maken. Van deze mogelijkheid wordt in de verordening vooralsnog geen gebruik gemaakt.
Deze verordening ziet niet toe op woningruil, wel zijn verschillende artikelen opgenomen om ervoor te zorgen dat woningruil door bepalingen in deze Huisvestingsverordening niet onmogelijk gemaakt wordt. In het Burgerlijk Wetboek worden verder voldoende richtlijnen gegeven voor woningruil en de woningcorporaties staan hiervoor open.
Toewijzingsbeleid Woonwagenstandplaatsen
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft geoordeeld dat woonwagenbewoners een eigen culturele identiteit hebben die beschermd moet worden. En ook de Nationale Ombudsman adviseerde gemeenten om de culturele identiteit van woonwagenbewoners te erkennen en te faciliteren. Dit gebaseerd op vier grondbeginselen: het recht op huisvesting, het recht op gelijke behandeling, het recht op vrijheid van vestiging en het recht op de eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven.
|
Uitspraken Europees Hof voor de Rechten van de Mens Vanaf midden jaren ’90 van de vorige eeuw tot aan heden heeft het Europese Hof van de Rechten van de Mens diverse uitspraken gedaan om het woonwagenleven te beschermen. Het EVRM heeft onder andere uitgesproken dat bewoning van een woonwagen een onderdeel van de cultuur is, dat een woonwagen een woning is en dat woonwagenlevensstijl betrekking heeft op sociale en familiebanden: het wonen in familieverband. Door deze uitspraken heeft de overheid een positieve verplichting om het wonen in woonwagens mogelijk te maken. Een gemeente houdt in zijn woonbeleid rekening met de specifieke woonbehoefte van woonwagenbewoners en voorziet in voldoende standplaatsen, zodat woonwagenbewoners binnen een redelijke termijn een standplaats kunnen krijgen2 . |
In de Woningwet 2015 en de Huisvestingswet 2014 is de woonwagenstandplaats opgenomen. Het is woningcorporaties toegestaan om woongelegenheden (dus ook woonwagens en standplaatsen) te bouwen, toe te wijzen en te verhuren.
Uitbreiding aantal woonwagenstandplaatsen
Het uitgangspunt in het gemeentelijke woonwagen- en standplaatsenbeleid is dat voor woonwagenbewoners dezelfde plichten maar ook dezelfde rechten gelden als voor iedere andere burger binnen de gemeente Harderwijk. De gemeente Harderwijk onderkent de specifieke woonbehoefte van de woonwagengemeenschap en de wens om in familieverband samen te leven en voorziet in voldoende standplaatsen, zodat woonwagenbewoners binnen een redelijke termijn3 een standplaats kunnen krijgen.
De gemeente werkt toe naar een uitbreiding van het aantal woonwagenstandplaatsen om in de behoefte te kunnen voorzien. Uit onderzoek is gebleken dat er behoefte is aan uitbreiding van de woonwagenstandplaatsen in Harderwijk. Op basis van de resultaten is de ambitie geformuleerd om 65 tot 85 standplaatsen te realiseren voor 2030, boven op de capaciteit van de bestaande zes woonwagenlocaties. Hiermee geeft de gemeente invulling aan de wens van de woonwagenbewoners om ruimte te geven aan de woonwagen- cultuur, het wonen in familieverband en te voorzien in voldoende woonwagenstandplaatsen voor de lokale behoefte.
Eenduidig toewijzingsbeleid in de huisvestingsverordening
Deze huisvestingsverordening geeft invulling aan een eenduidig toewijzingsbeleid voor standplaatsen/ woonwagens dat ruimte geeft aan het leven in familieverband, op basis van het afstammingsbeginsel. Hiermee is het voor iedereen duidelijk hoe de toewijzing van woonwagens en standplaatsen in het bezit van de Harderwijker woningcorporaties tot stand komt. Bij koop standplaatsen en koop woonwagens kan de gemeente geen toewijzingsregels maken.
Om te voldoen aan transparantie rond de objectieve, toetsbare en redelijke criteria en de wijze van verdeling van het aanbod zijn de verdeelregels opgenomen in deze huisvestingsverorde-ning. In nauwe samenwerking met de Harderwijker Vereniging voor behoud van de Woonwagen Cultuur (HVWC) en de corporaties Uwoon en Omnia Wonen is een passende invulling gegeven aan de regeling.
Het vinden van een balans tussen ‘gelijke gevallen gelijk behandelen en ongelijke gevallen ongelijk behandelen’ staat voor de gemeente Harderwijk centraal in het woonwagen- en standplaatsenbeleid. Dit betekent concreet dat daar waar woonwagenbewoners gelijk zijn aan andere inwoners, zij gelijk behandeld worden. Daar waar zij ongelijk zijn – op basis van de erkende woonwagenidentiteit en cultuur – worden zij ongelijk behandeld. Het gaat dan concreet om hun specifieke woonwijze en het wonen in familieverband op een woonwagenlocatie.
In deze artikelsgewijze toelichting worden alleen die bepalingen die nadere toelichting behoeven behandeld.
HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen
De Wet bepaalt al een flink aantal definities, die ook bindend zijn voor deze verordening. Voor de duidelijkheid is een aantal belangrijke definities hier (aanvullend) opgenomen en toegelicht.
HOOFDSTUK 2. De huisvestingsvergunning
Paragraaf 2.1. De huisvestingsvergunningplicht
Artikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte
Deze bepaling is een uitwerking van artikel 7 van de Wet, waarin is bepaald dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening categorieën goedkope woonruimte kan aanwijzen die niet voor bewoning in gebruik mogen worden genomen of gegeven als daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend.
In het eerste lid is aangegeven tot welke huurprijsgrens de huisvestingsvergunning verplicht is. Hiermee wordt de werking van de verordening beperkt tot dat specifieke deel van de woningmarkt waarop de schaarste en verdringing zich voordoet. Alleen huurwoningen van de woningcorporaties met een huurprijs tot het bedrag waarbij nog huurtoeslag wordt verstrekt, vallen onder de werking van hoofdstuk 2 en 3 van de huisvestingsverordening. Woonruimten met een huur boven de maximale lage huurgrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag kunnen zonder huisvestingsvergunning worden gehuurd of verhuurd.
In het tweede lid wordt een aantal categorieën woonruimte uitgezonderd van de werking van hoofdstuk 2:
In het derde lid is aangegeven tot welke koopprijsgrens de huisvestingsvergunning voor nieuwbouw koopwoningen verplicht is.
Artikel 3 Criteria voor verlening huisvestingsvergunning
In artikel 3 worden de voorwaarden voor verlening van een vergunning weergeven: er moet sprake zijn van een toewijzing door de woningcorporatie aan een meerderjarige woningzoekende met een passend inkomen die is ingeschreven in het inschrijfsysteem.
Deze bepaling is een uitwerking van artikel 9 van de Wet waarin dwingend is bepaald dat als de gemeenteraad toepassing heeft gegeven aan artikel 7 van de Wet, hij in de Huisvestingsverordening de criteria vastlegt voor de verlening van huisvestingsvergunningen. De gemeenteraad is vrij in het vaststellen van die criteria.
Deze bepaling is daarnaast een uitwerking van artikel 10, eerste lid, van de Wet waarin in het belang van de transparantie van het huisvestingsvergunningstelsel is bepaald dat de gemeenteraad in de Huisvestingsverordening vastlegt welke categorieën woningzoekenden in aanmerking komen voor het verkrijgen van een huisvestingsvergunning. In het tweede lid van artikel 10 van de Wet is bepaald dat voor een huisvestingsvergunning slechts in aanmerking komen woningzoekenden die de Nederlandse nationaliteit bezitten of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander worden behandeld, of vreemdeling zijn en rechtmatig verblijf in Nederland hebben als bedoeld in artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000.
In het tweede lid is geregeld dat sommige woningzoekenden die niet aan de criteria voldoen komen ook in aanmerking voor een huisvestingsvergunning. Dit volgt uit de mogelijkheid die de Woningwet woningcorporaties biedt om woningen toe te wijzen aan hogere inkomens. De belangrijkste doelgroep van woningcorporaties zijn huishoudens met een inkomen beneden de DAEB-inkomensgrens. Voor eenpersoonshuishoudens is deze inkomensgrens € 47.699 (prijspeil 2024). Voor meerpersoonshuishoudens is de DAEB-inkomensgrens vastgesteld op € 52.671 (prijspeil 2024). Daarnaast mogen corporaties 7,5% van de vrijkomende woningen vrij toewijzen, dus ook aan mensen met een inkomen boven de DAEB-inkomensgrens. Lokaal bestaat de mogelijkheid om de vrije toewijzingsruimte te verruimen naar 15% indien woningcorporaties, huurdersorganisaties en gemeenten daar prestatieafspraken over hebben gemaakt.
Op grond van het derde lid geldt een inkomensgrens voor woningzoekenden die in aanmerking wensen te komen voor een huisvestingsvergunningplichtige nieuwbouw koopwoning.
Paragraaf 2.3. Te huur aanbieden van woonruimte door verhuurders
Artikel 4. Te huur aanbieden van woonruimte
In het eerste lid worden de verschillende manieren beschreven waarop woningcorporaties hun woningen aanbieden en toewijzen. De meeste corporatiewoningen worden verdeeld via het zogenaamde aanbodmodel. Hierin worden vrijkomende woningen via advertenties aangeboden en kunnen woningzoekenden daarop reageren. Vervolgens worden de woningen toegewezen op basis van een bepaalde volgorde.
Een deel van het woningaanbod wordt via loting toegewezen. Op die manier maken ingeschreven woningzoekenden met een korte inschrijftijd toch kans op een woning. Vooral wie op korte termijn een woning nodig heeft en/of personen die zich niet tijdig inschreven of konden inschrijven zijn hierbij gebaat. In de lotingmodule worden woningen verloot onder de woningzoekenden die daarop gereageerd hebben. In het tweede lid is geborgd dat de verhuurders minimaal 10 procent en maximaal 20 procent van de totaal aangeboden vergunningplichtige woonruimte te huur aanbieden via het lotingmodel.
Daarnaast wordt een beperkt deel rechtstreeks toegewezen aan specifieke woningzoekenden, de zogenaamde directe bemiddeling.
Artikel 5. Bekendmaking aanbod van woonruimte
Deze bepaling is een uitwerking van artikel 20 van de Wet, waarin is bepaald dat de gemeenteraad regels kan stellen over de wijze van bekendmaking van de beschikbaarheid van vergunningplichtige woonruimte. Transparantie in het woningaanbod draagt voor woningzoekenden bij aan het gericht vinden van voor hen beschikbare woonruimte.
Zoals beschreven in het eerste lid wordt het woningaanbod digitaal bekend gemaakt op www.hurennoordveluwe.nl. In het tweede lid is beschreven welke informatie over elke woning in ieder geval in de ‘advertentie’ wordt opgenomen.
Het derde en vijfde lid is opgenomen om invulling te geven aan artikel 17 van de Wet. Hierin is geregeld dat voorrang met maatschappelijke of economische binding niet van toepassing is wanneer de eigenaar van de woonruimte gedurende een door de gemeenteraad in de huisvestingsverordening vastgestelde termijn die woonruimte vruchteloos heeft aangeboden aan woningzoekenden als bedoeld in dat lid. Deze termijn is gelijk aan de periode dat de woningen worden aangeboden op Huren Noord-Veluwe. Deze termijn is 5 dagen.
Soms kan door een woningcorporatie een woning rechtstreeks worden toegewezen. In dat geval gelden de eerste drie leden niet.
Artikel 6. Inschrijfsysteem van woningzoekenden
De bepaling in het eerste lid is gegrond op artikel 4, eerste lid, onder a, van de Wet. Het hanteren van eenzelfde regionaal inschrijfsysteem bevordert de transparantie en vermindert de administratieve lasten voor de burger.
In het tweede lid is beschreven welke sanctie gekoppeld is aan het niet reageren op een aangeboden woning, wanneer de woningzoekende de woning toegewezen heeft gekregen op basis van de verdeelregels of een ontruiming. De woningzoekende moet wel zijn inschrijving blijven verlengen om weer te kunnen zoeken en inschrijfduur te blijven opbouwen.
Het in het vierde lid genoemde bewijs van inschrijving is vorm vrij.
In het vijfde lid is geregeld dat de inschrijving van de woningzoekende niet vervalt (en zij dus inschrijfduur blijven opbouwen) als er sprake is van verschillende bijzondere huurovereenkomsten (jongerencontract, huurovereenkomsten voor bepaalde tijd en flexwoningen).
Zoals geregeld in het zesde lid behouden woningzoekenden in de leeftijd van 18 tot 28 jaar hun inschrijfduur, wanneer zij een door de verhuurders aangewezen starterswoning krijgen toegewezen. Een starterswoning is een huurwoning in bezit van één van de verhuurders die wordt aangeboden met een huurcontract voor onbepaalde tijd met maximaal twee slaapkamers. Daarnaast behouden ook woningzoekenden die een éénkamerwoning (studio) krijgen toegewezen hun inschrijfduur. Hierbij maakt het niet uit wat de leeftijd van de woningzoekende is. Een éénkamerwoning of studio is een woning, waarbij de woon- en slaapkamer zich in dezelfde ruimte bevinden.
Op grond van het zevende en achtste lid geldt hetzelfde wanneer de woningzoekende een woning heeft geaccepteerd na urgentie te hebben gekregen die volgt uit een overeengekomen terugkeergarantie als gevolg van sloop van een eerdere woning of ingrijpende woningverbetering (renovatie) en in het geval van woningruil.
Paragraaf 2.3. Aanvragen, verlenen en weigeren van de huisvestingsvergunning
Artikel 7. Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning
Deze bepaling is een uitwerking van artikel 5 van de Wet. Daarin is bepaald dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening regels stelt over de wijze van aanvragen van vergunningen en de gegevens die door de aanvrager worden verstrekt bij de aanvraag van een vergunning. De genoemde gegevens met betrekking tot geboortedatum, nationaliteit en, indien van toepassing, verblijfstitel zijn noodzakelijk in verband met de wettelijke eisen van artikel 10, tweede lid, van de Wet.
Artikel 8. Beslissing op de aanvraag en inhoud van de huisvestingsvergunning
In het tweede lid worden de weigeringsgronden voor de huisvestingvergunning beschreven. In artikel 15 van de Wet zijn verschillende weigeringsgronden opgenomen. Deze gelden uiteraard. Daarnaast gelden een aantal voor deze huisvestingsverordening specifieke weigeringsgronden. Deze zijn beschreven in het tweede lid. Deels hangen deze samen met andere voorschriften uit de Wet die op deze wijze geborgd worden.
Artikel 9. Rangorde waarin woningzoekenden in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning / Artikel 10. Onderlinge volgorde binnen elke rangordegroep / Artikel 11. Volgordebepaling op basis van ingangsdatum of inschrijfduur
In deze artikelen wordt de rangorde voor toewijzing van woonruimte beschreven. Over de volgorde van toewijzing kan op die manier geen misverstand bestaan.
De Wet biedt de mogelijkheid een urgentieregeling op te stellen, ook wanneer geen sprake is van schaarste aan goedkope woonruimte (artikel 12 van de Wet). Ook zonder schaarste kan immers behoefte bestaan om sommige woningzoekenden met voorrang te kunnen huisvesten. In de huisvestingsverordening kan overeenkomstig artikel 12 van de Wet bepaald worden dat bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden waarvoor de voorziening in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is. Van deze mogelijkheid maakt de gemeente gebruik. Er worden drie groepen urgenten onderscheiden. In de rangorde bepaling komen indien er geen urgent woningzoekende aanspraak maken op de woning vervolgens woningzoekenden met een voorrang aan de beurt, alvorens de woning aan de eerste van de overige woningzoekenden wordt aangeboden op basis van inschrijfduur (of wanneer dit geen uitsluitsel biedt op basis van een van de mogelijke alternatieven). Dit laatste is verder uitgewerkt in artikel 10 en 11.
Artikel 9, lid 2 geeft woningcorporaties de mogelijkheid om vooraf aan te geven dat urgent woningzoekenden voor een beperkt aantal geselecteerde woningen niet in aanmerking komen, tenzij op basis van hun inschrijfduur. Het kan hierbij gaan om zogenaamde populaire woningen. Het verlenen van urgentie is er op gericht iemand een (bij de gezinssituatie) passend dak boven zijn hoofd te bieden. Dit hoeft niet persé de meest mooie en aantrekkelijke woning te zijn. Het artikel kan ook gebruikt worden om buurten of straten met beperkte draagkracht tijdelijk uit te sluiten voor urgent woningzoekenden. De regel mag er niet toe leiden dat urgent woningzoekenden langer dan de gebruikelijke zoektijd voor urgent woningzoekenden nodig hebben om een passende woning te vinden.
Artikel 12. Toewijzing van woningen door middel van loting
In artikel 12 wordt het lotingmodel verder uitgewerkt. In het derde lid is beschreven welke sanctie gekoppeld is aan het weigeren van via loting toegewezen woning. Reden voor het hanteren van een sanctie is dat de lotingmodule met name bedoeld is voor spoedzoekers en niet voor woningzoekenden die om andere redenen voor de desbetreffende woning een kansje willen wagen.
Hierbij geldt dat het niet reageren ook als weigering wordt gezien. Wanneer aan de weigering of het niet reageren een dwingende reden ten grondslag ligt wordt geen sanctie opgelegd.
Het vierde lid maakt mogelijk dat aan de woningen die aangeboden worden via het lotingmodel de voorwaarde kan worden verbonden dat de woningzoekende economisch of maatschappelijk gebonden moet zijn aan de woningmarktregio als bedoeld in artikel 14, derde lid, van deWet.
Artikel 13. Voorrang bij woningtoewijzing voor specifieke doelgroepen
Dit artikel schept de mogelijkheid (geen verplichting) om woningen aan een specifieke doelgroep of woningen met specifieke voorzieningen met voorrang aan deze doelgroep toe te wijzen. Dit wordt duidelijk vermeld bij het aanbieden van woningen via het woonruimteverdeelsysteem. De woningcorporaties bepalen wanneer van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt. De overweging hierbij is het passend toewijzen van woningen en het kunnen stimuleren van de doorstroming op de woningmarkt door enerzijds ouderen die een grote woning achter laten met voorrang een kleinere woning te bieden, waarmee de schaarse grote woningen vrijkomen en anderzijds woningzoekenden die aanspraak maken op een starterswoning voorrang te geven op deze woningen, maar ook later een stap te laten maken gezien het behoud van hun inschrijfduur op grond van artikel 6, zesde lid.
De genoemde Wmo-verhuisindicatie is een beoordeling die door de gemeente via het Wmo-loket wordt verstrekt. Een expertteam beoordeeld of iemand aanpassingen in de eigen woning kan krijgen of dat het beter is om met voorrang te verhuizen naar een reeds aangepaste woning. Indien verhuizen gewenst is wordt een noodzakelijk Pakket /Programma van Eisen vastgesteld in een beschikking. Het is vervolgens aan de woningzoekende om op basis van dat pakket/ programma zelf een urgentieaanvraag te doen bij de urgentiecommissie, die al dan niet wordt toegekend. Met zo’n urgentie moet zelfstandig op een woning worden gereageerd. Bij toewijzing wordt bekeken of de betreffende woning geschikt is conform het afgegeven Pakket/ Programma van Eisen.
Artikel 14. Voorrang bij economische of maatschappelijke binding
Dit is conform artikel 14, tweede lid van de Wet. Het is met de verordening mogelijk om voor ten hoogste 50% van het woningaanbod voorrang te geven aan woningzoekenden met een economisch of maatschappelijke binding aan de woningmarktregio.
Economisch gebonden aan de woningmarktregio is de woningzoekende indien hij met het oog op de voorziening in het bestaan een redelijk belang heeft zich in de woningmarktregio of die gemeente te vestigen. Hieronder wordt verstaan het duurzaam (vast contract voor ten minste 20 uur per week) verrichten van arbeid binnen de woningmarktregio. Er moet eveneens sprake zijn van een duurzame relatie tussen de arbeid en het betrokken gebied. Uitzendkrachten zijn economisch gebonden aan de gemeente waar de uitzendorganisatie is gevestigd. Voor zelfstandigen geldt: een inschrijving in de kamer van koophandel in een gemeente binnen de woningmarktregio en er is een fysiek bedrijf dat in een gemeente binnen de woningmarktregio gevestigd is op een regulier adres. Een bedrijf op een postadres is onvoldoende.
Maatschappelijk gebonden aan de woningmarktregio is de woningzoekende indien hij:
De Wet maakt het mogelijk om voorrang te geven aan woningzoekenden met maatschappelijke- en/of economische binding. Dit met het oog op de vrijheid van vestiging voor maximaal 50% van het aanbod van de aangewezen categorie woonruimte. Dit bindingspercentage is daarbij gekoppeld aan de voorrang, en niet aan toewijzingsresultaat. Die laatste kan meer dan 50% zijn.
Gekozen is voor een voorrang bij binding aan de woningmarktregio en niet voor een lokale voorrang. De redenen hiervoor zijn meerledig. Duidelijk is dat de druk op de woningmarkt fors is. Dit maakt dat hoe dan ook veel woningzoekenden worden teleurgesteld. In dat licht roept het feit dat in regionale verdeelsystemen woningen in de ‘eigen omgeving’ ook regelmatig aan woningzoekenden uit andere gemeenten worden toegewezen vragen op. Dit voelt soms oneerlijk. Tegelijkertijd geldt dat woningzoekenden verschillende woonwensen en de regionale verschillen in woningvoorraad en woonmilieus leidt tot bovenlokaal zoekgedrag. Regionaal kunnen zoeken biedt lokale woningzoekenden grotere kansen een woning te vinden. Bindingseisen kunnen dus ook beperkend werken, in de vorm van:
Dit maakt dat we kiezen voor een regeling waarin we voorrang geven bij binding aan de woningmarktregio.
Een ander argument hiervoor is gelegen in de [aangekondigde] Wet versterking regie volkshuisvesting. Met de komst van deze wet worden de regio’s verplicht om zorg te dragen voor een evenwichtige verdeling van urgent woningzoekenden over de woningmarktregio, en hier afspraken over te maken (met een wettelijke stok achter de deur). Wanneer de aandachtgroepen en urgenten evenwichtig over de regio moeten worden verdeeld zal het hanteren van een lokale bindingseis onhoudbaar worden. Door deze eisen te stellen zal het vrijwel onmogelijk worden om op een goede manier gezamenlijk de regionale opgave in te vullen.
Elke vorm van maatschappelijke- en/of economische binding opgenomen in de Huisvestingsverordening telt daarbij mee in het bij Wet gestelde maximum percentage. Urgenties afgegeven met binding en voorrangsregels (bijvoorbeeld gericht op doorstroming) met een locatiecriterium moeten ook in mindering worden gebracht. De ruimte die overblijft komt ten goede van andere woningzoekenden.
Paragraaf 3.1 De urgentieverklaring
Artikel 15. Voorrang bij urgentie
In artikel 15 worden de in artikel 9 benoemde categorieën urgent woningzoekenden nader gedefinieerd. De precieze definities en voorwaarden die gelden voor elke groep komen uitgebreid aan de orde in de artikelen 25 tot en met 34.
Artikel 16. Aanvraag om indeling in urgentiecategorie
Deze bepaling is een uitwerking van artikel 13 van de Wet, waarin is bepaald dat Burgemeester en Wethouders beslissen over de indeling van woningzoekenden in de urgentiecategorieën. Hierbij is expliciet in de Wet bepaald dat Burgemeester en Wethouders voor de uitvoering van deze bevoegdheid mandaat kunnen verlenen. Voorts is bepaald dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening regels stelt over de wijze waarop woningzoekenden kunnen verzoeken om indeling in een urgentiecategorie.
Artikel 17. Beslissing op de aanvraag
In dit artikel is geregeld wanneer Burgemeester en Wethouders een aanvraag van een woningzoekende voor indeling in een urgentiecategorie kan afwijzen. Dit betekent dat Burgemeester en Wethouders bij toepassing van één van deze gronden niet meer toekomt aan de vraag of de woningzoekende daadwerkelijk behoort tot één van de urgente groepen woningzoekenden zoals bepaald in de artikelen 9 en 15. Deze weigeringsgronden gaan allemaal over aan de woningzoekende toe te rekenen omstandigheden die maken dat het bieden van een absolute voorrangspositie niet voor de hand ligt.
Burgemeester en Wethouders kunnen een aanvraag onder meer weigeren indien er geen sprake is van maatschappelijke- of economische binding aan de woningmarktregio. Voor een aantal urgentiecategorieën leidden deze bindingseisen echter tot onwenselijke situaties, zij zijn daarom hiervoor uitgezonderd: (1°.) de urgentiecategorie geweld en bedreiging zoals bedoeld in artikel 28, eerste lid onder a en b; (2°.) de urgentiecategorie mantelzorg zoals bedoeld in artikel 32; en, (3°.) de urgentiecategorie deelname overheidsprogramma zoals bedoeld in artikel 30.
Artikel 18. Inhoud van de urgentieverklaring
Het eerste lid stelt eisen aan de inhoud van de urgentieverklaring. Een onderdeel is hiervan is het beschrijven van het zoekprofiel dat het woonruimtetype bepaald dat nodig is voor de oplossing van het huisvestingsprobleem. Dit zoekprofiel is nader gedefinieerd in artikel 19.
In het tweede lid is bepaald dat een verleende urgentie na zes maanden vervalt. Dit is een redelijk termijn die urgent woningzoekenden in staat moet stellen een passende woning te vinden.
Als dit na zes maanden nog niet is gebeurd en er zijn geen bijzondere omstandigheden die dit rechtvaardigen, is de urgentie woonsituatie blijkbaar verdwenen en vervalt de verkregen urgentieverklaring. In het geval van sloop of ingrijpende verbetering vervalt de urgentieverlening op het moment waarop de sloop of ingrijpende verbetering aanvangt. Hierbij aangetekend dat de woningzoekende door zelf te zoeken en eventueel bemiddeling eerder een nieuwe woning zal hebben gevonden.
Bij uitzondering, en gelet op de omstandigheden, is een verlenging van de verkregen urgentieverklaring mogelijk.
Artikel 19. Het woonruimtetype
Dit artikel geeft aan hoe het woonruimtetype opgenomen in het zoekprofiel bij een urgentieverklaring omschreven wordt.
Artikel 20. Bemiddelen van de houder van de urgentieverklaring/ Artikel 21. Zelf zoeken door en daarna bemiddelen van de van de houder van de urgentieverklaring / Artikel 22. Zelf zoeken door de houder van de urgentieverklaring
In artikel 15 wordt voorgeschreven of de verschillende urgente groepen woningzoekenden bemiddeld worden, eerst een periode zelf kunnen zoeken alvorens zij bemiddeld worden of alleen zelf kunnen zoeken met een urgentieverklaring. In de artikelen 20 tot en met 22 wordt beschreven hoe dit is zijn werk gaat en hoelang de woningzoekenden zelf zoeken.
Artikel 23. Intrekken urgentie
In artikel 23 zijn de gronden beschreven waaronder Burgemeester en Wethouders de urgentie kunnen intrekken. Dit betreft een uitputtende opsomming. Op grond van andere redenen dan hier opgenomen is het intrekken van de urgentieverklaring niet mogelijk.
Artikel 24. Urgentiecommissie, Centrale uitgang en advisering
Op grond van de Gemeentewet kan Burgemeester en Wethouders een dergelijke commissie inrichten.
Voor alle duidelijkheid is toch dit artikel opgenomen. Ook om te benadrukken dat deze verordening vooral bedoeld is om de urgentie van woningzoekende te regelen.
Het reglement geldt voor de gehele woningmarkt. (zie ook de toelichting bij artikel 12)
Paragraaf 3.2 De urgentiecriteria
De beoordelingsgronden per urgentiecategorie zijn nader uitgewerkt in de artikelen 25 tot en met 34.
In de regio worden tussenvoorzieningen gerealiseerd voor de opvang van statushouders. Om de vervolghuisvesting te regelen is in het tweede lid een aanvullende urgentie geregeld zodat deze woningzoekenden met urgentie kunnen verhuizen naar reguliere huisvesting in een van de gemeenten waar ze hun bestaan verder kunnen opbouwen. Omdat de meeste statushouders vlak na het verhuizing uit de COA-locatie nog afhankelijk van hun uitkering en toeslagen zijn, kunnen zij geen hoge huur betalen. Toegang tot de sociale huursector middels deze urgentie ligt dan voor de hand.
Een woningzoekende komt voor indeling in de urgentiecategorie ‘onbewoonbaarheid’ in aanmerking indien de woning feitelijk onbewoonbaar is als gevolg van brand, ontploffing, wateroverlast of andere ernstige schade; en de woning niet binnen drie maanden zodanig hersteld kan worden, dat bewoning weer redelijkerwijs mogelijk is.
Artikel 27. Ernstige en chronische medische problematiek
Voor het verkrijgen van deze urgentie is allereerst aangesloten bij de definitie, criteria en voorwaarden die de Wet versterking regie volkshuisvesting en de bij behorende lagere regelgeving voorschrijft. Hieraan voegt de gemeente ook een grondslag voor het verlenen van urgentie toe in de situatie dat de woningzoekende of een van zijn of haar leden van het huishouden die kampt met ernstige en chronische medische problematiek, waarbij de huidige woonsituatie levensontwrichtend is omdat de woningzoekende niet meer in staat is zelfstandig te functioneren in de huidige woonruimte, dan wel de behandeling van het probleem aantoonbaar in hoge mate ongunstig door de woonsituatie wordt beïnvloed.
In dat geval gelden de in het vierde lid opgenomen voorwaarden, waarbij aan alle eisen moet worden voldaan. In het geval dat er op grond van een Wmo-verhuisindicatie een urgentie wordt aangevraagd wordt direct urgentie verleend. Er zijn ook aanvragen, op medische basis, die geen Wmo-verhuisindicatie bevatten. Bij zulke aanvragen wordt er gekeken of er een verklaring van een tweedelijns medisch specialist ligt die verklaart en onderbouwt wat de directe relatie is tussen het medisch/psychisch probleem en de huidige woonsituatie. In deze verklaring moet de noodzaak tot verhuizen worden aangetoond. De commissie kan alleen op basis van een verklaring van een tweedelijns zorgverlener (medisch specialist, psychiater) een urgentie verlenen. Eerstelijns zorgverleners zijn bijvoorbeeld huisartsen, Stimenz, HPO’s, Sociaal Maatschappelijke Teams, psychologen, fysiotherapeuten. Tweedelijns zorgverleners zijn medisch specialisten (neuroloog, cardioloog, revalidatiearts, psychiater etc. etc.).
Artikel 28. Geweld en bedreiging
Voor het verkrijgen van deze urgentie is allereerst aangesloten bij de definitie, criteria en voorwaarden die de Wet versterking regie volkshuisvesting en de bij behorende lagere regelgeving voorschrijft. Hieraan voegt de gemeente ook een grondslag voor het verlenen van urgentie toe in de situatie dat ten aanzien van de woningzoekende of één of meer leden van diens huishouden sprake is van ernstig psychisch of fysiek geweld, ten gevolge waarvan de aanvrager redelijkerwijs niet langer in de zelfstandige woonruimte kan blijven wonen.
In dat geval gelden de in het derde lid opgenomen voorwaarden, waarbij aan alle eisen moet worden voldaan.
Artikel 29. Uitstroom naar zelfstandig wonen
Voor het verkrijgen van deze urgentie is aangesloten bij de definitie, criteria en voorwaarden die de Wet versterking regie volkshuisvesting en de bij behorende lagere regelgeving voorschrijft. Feitelijk betreft het hier vier urgentiecategorieën.
Artikel 30. Deelname overheidsprogramma
Voor het verkrijgen van deze urgentie is aangesloten bij de definitie, criteria en voorwaarden die de Wet versterking regie volkshuisvesting en de bij behorende lagere regelgeving voorschrijft.
Artikel 31. Herhuisvesting bij sloop of ingrijpende verbetering
In dit artikel is de urgentie bij sloop of ingrijpende verbetering van de woning door de verhuurder geregeld. Hierbij geldt dat het huisvestingsprobleem van de aanvrager wordt veroorzaakt door de aanstaande sloop of ingrijpende renovatie van de door hem rechtmatig bewoonde woonruimte door een van de verhuurders, waardoor aanvrager redelijkerwijs niet meer in zijn woonruimte kan blijven wonen.
De urgentie worden afgegeven wanneer de peildatum voor het aanvragen van urgentie zoals opgenomen in het sloopbesluit van Burgemeester en Wethouders is verstreken; of wanneer de woningzoekende aanspraak maakt op een terugkeergarantie zoals opgenomen in het sociaal plan dat voorafgaand aan sloop of ingrijpende verbetering is gemaakt en overeengekomen.
Voor het verkrijgen van deze urgentie is aangesloten bij de definitie, criteria en voorwaarden die de Wet versterking regie volkshuisvesting en de bij behorende lagere regelgeving voorschrijft.
Het bewijs van het bestaan van de mantelzorgrelatie kan in ieder geval worden geleverd door in een afgegeven Wmo-, Wlz-, of Zzw-indicatie (Wet maatschappelijke ondersteuning/ Wet langdurige zorg/ Zorgverzekeringswet). In situaties waarin die indicaties niet zijn afgegeven, is het aan de aanvrager om op andere wijzen aan te tonen dat hij/zij mantelzorg verleent/ ontvangt.
Artikel 33. Scheiding of relatiebreuk met kinderen
In dit artikel is de urgentie bij scheiding of relatiebreuk met kinderen geregeld. In het eerste lid is opgenomen dat de aanvrager moet zijn belast met de zorg voor een of meer kinderen beneden de leeftijd van 21 jaar en de aanvrager een beroep op urgentie doet na een verbroken huwelijk, een beëindigd samenlevingscontract of geregistreerd partnerschap of een verbroken duurzaam gemeenschappelijk huishouden.
Daarnaast moet sprake zijn van een of meer van de opgenomen voorwaarden in het tweede lid, te weten: in het geval van een scheiding of relatiebreuk kan slechts aan één van de beide ex-partners urgentie worden verleend. Indien beide ex-partners urgentie aanvragen, besluit de urgentiecommissie op basis van de haar beschikbare informatie aan wie van hen urgentie wordt verleend;
In dit artikel is de urgentie op grond van te hoge woonlasten geregeld. Voldaan moet worden aan alle in het artikel opgenomen criteria.
HOOFDSTUK 4. Verkoop van nieuw te bouwen woonruimte
De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op voor verkoop bestemde woonruimte (nieuwbouwkoopwoningen) met een koopprijs van ten hoogste € 269.000 (prijspeil januari 2025). Deze woningen mogen alleen voor bewoning in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend. Daarnaast geldt dat hiervoor alleen startende huishoudens met een inkomen van maximaal 1,5 keer de DAEB inkomensgrens in aanmerking komen.
De Wet bevat sinds 2024 een mogelijkheid om bij nieuwbouw betaalbare koopwoningen te kunnen sturen op de woonruimteverdeling. Hierbij moet uiteraard ook weer onderbouwd worden dat deze sturing nuttig en noodzakelijk.
Anders dan bij woningcorporaties wordt de huisvestingsvergunningverlening voor dit segment niet gemandateerd aan woningcorporaties. Dat betekent o.a. dat de gemeente zelf de vergunningen zal moeten verlenen, en ook handhaving/toezicht organiseert. O.a. vanuit het oogpunt van de uitvoering is de sturing in het betaalbare koopsegment beperkt tot het met voorrang huisvesten van woningzoekenden met regionale maatschappelijke en economische binding.
Artikel 36. Melding van voor verkoop beschikbaar komende woningen
De verkoper meldt het voor in gebruik nemen beschikbaar komen van huisvestingsvergunning-plichtige nieuw te bouwen woonruimte tijdig bij Burgemeester en Wethouders op grond van het eerste lid. Dit doet de verkoper tenminste twee maanden voordat de woonruimte wordt aangeboden zoals beschreven in het tweede lid.
Artikel 37. Bekendmaking van het aanbod van woonruimte
Dit artikel bepaalt dat de verkoper de woonruimte tenminste vier weken te koop aanbiedt. Dit betreft de in artikel 17 van de Wet bedoelde termijn.
Gedurende de termijn van vier weken gaat de verkoper niet tot selectie van de beoogde koper over. Het is namelijk belangrijk, dat de potentiële kopers die gelet op artikel 39 voorrang hebben bij de verlening van een huisvestingsvergunning, voldoende kans hebben om op de aangeboden woonruimte te reageren en om als beoogd koper geselecteerd te worden.
Het tweede lid stelt meer inhoudelijke eisen aan het aanbod van de woonruimte. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan artikel 20 van de Wet.
Artikel 38. Aanbieden van de woonruimte aan woningzoekenden die hun belangstelling kenbaar hebben gemaakt
In dit artikel is bepaald, dat de verkoper de woonruimte na afloop van de in artikel 37 bedoelde termijn van vier weken eerst aanbiedt aan potentiële kopers die hun belangstelling kenbaar hebben gemaakt en tevens behoren tot de potentiële kopers die gelet op artikel 39 en 40 voorrang hebben bij de verlening van een huisvestingsvergunning. Ook met deze bepaling wordt uitvoering gegeven aan artikel 20 van de Wet.
Artikel 39. Voorrang bij economische of maatschappelijke binding
Dit is conform artikel 14, tweede lid van de Wet. Op basis van de verordening wordt voor 50% van het woningaanbod voorrang gegeven aan potentiële kopers met een economisch of maatschappelijke binding aan de woningmarktregio.
Op woonruimte die openbaar wordt aangeboden, reageren doorgaans meerdere woningzoekenden. Daarom regelt dit artikel, in welke volgorde potentiële kopers in aanmerking komen voor verlening van de huisvestingsvergunning:
In het tweede lid is bepaald, dat de voorrang van potentiële kopers met economische of maatschappelijke binding achterwege blijft, als daardoor meer dan 50 procent van de huisvestingsvergunningen met die voorrang verleend zouden worden. Dit waarborgt dat de uitvoering van de verordening binnen de bandbreedte van artikel 14 van de Wet 2014 blijft.
Er wordt in de koop enkel gestuurd op voorrang voor deze binding voor maximaal de helft van de toewijzingen. Dit is om niet teveel in te grijpen in de contractvrijheid van verkopers maar wel voor de schaarse betaalbare koopwoningen in de gemeente voorrang te kunnen geven aan lokale potentiële kopers.
Artikel 41. Regels over het verslag over het verloop van de aanbiedingsprocedure
Bij de behandeling van de aanvraag om een huisvestingsvergunning of bij een toezichtonderzoek moet vastgesteld kunnen worden of de verkoper zich voldoende heeft ingespannen om een koper te vinden die gelet op artikel 39 voorrang heeft bij de verlening van een huisvestingsvergunning. Daarom bevat dit artikel voor de verkoper bepaalde administratieve verplichtingen. Hiermee wordt uitvoering gegeven van artikel 17, derde lid, van de Wet.
Artikel 42. Aanvullende bepaling over de aanvraag van een huisvestingsvergunning
Dit artikel bevat in aanvulling op artikel 7 een aanvullende regel over de aanvraag van een huisvestingsvergunning voor het bewonen van een nieuwbouw betaalbare koopwoning vergezeld van een schriftelijke, naar waarheid ingevulde en ondertekende, verklaring van de verkoper dat hij het te koop aanbieden van de woonruimte en het selecteren van de koper overeenkomstig het in deze verordening bepaalde heeft uitgevoerd. Dit om de goede uitvoering door de verkopers van de andere toewijzingsregels in deze verordening te garanderen.
HOOFDSTUK 7. Toewijzing Woonwagenstandplaatsen
Artikel 43. Aanvullende begripsbepalingen
In dit artikel zijn belangrijke definities opgenomen en toegelicht.
Artikel 44. Aanwijzing vergunning plichtige standplaatsen en woonwagens en criteria voor verlening huisvestingsvergunning
De bepaling in het eerste lid is een uitwerking van artikel 7 van de wet, waarin is bepaald dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening categorieën goedkope woonruimte kan aanwijzen die niet voor bewoning in gebruik mogen worden genomen of gegeven als daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend. Voor woonwagens in eigendom van een van de Harderwijker verhuurders (de woningcorporaties die feitelijk werkzaam zijn in Harderwijk) geldt deze vergunningplicht.
In het tweede lid van artikel 44 wordt verwezen naar artikel 10 van de Huisvestingswet 2014. Hierin is bepaald dat voor een huisvestingsvergunning slechts in aanmerking komen standplaatszoekenden die de Nederlandse nationaliteit bezitten of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander worden behandeld, of vreemdeling zijn en rechtmatig verblijf in Nederland hebben als bedoeld in artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000.
Met het tweede en derde lid van artikel 44 wordt ook geregeld dat sommige standplaatszoeken-den die niet aan de criteria voldoen ook in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning. Dit volgt uit de mogelijkheid die de Woningwet woningcorporaties biedt om woningen toe te wijzen aan hogere inkomens. De belangrijkste doelgroep van woningcorporaties zijn huishoudens met een inkomen beneden de DAEB-inkomensgrens. Voor eenpersoonshuishoudens is deze inkomensgrens € 47.699 (prijspeil 2024). Voor meerpersoonshuishoudens is de DAEB-inkomensgrens vastgesteld op € 52.671 (prijspeil 2024). Daarnaast mogen corporaties 7,5% van de vrijkomende woningen vrij toewijzen, dus ook aan mensen met een inkomen boven de DAEB-inkomensgrens. Lokaal bestaat de mogelijkheid om de vrije toewijzingsruimte te verruimen naar 15% indien woningcorporaties, huurdersorganisaties en gemeenten daar prestatieafspraken over hebben gemaakt.
Artikel 45. Inschrijfsysteem van standplaatszoekenden
Zoals beschreven in het eerste lid schrijft iedereen die voor een standplaats in aanmerking wenst te komen zich in via het digitale huurportaal hurennoordveluwe.nl in als standplaatszoekende. Deze inschrijving als standplaatszoekende in de gemeente Harderwijk is niet geldig als inschrijving als standplaatszoekende in de andere gemeenten in de regio.
De inschrijving van de standplaatszoekende is strikt persoonlijk en niet overdraagbaar. Een uitzondering hierop wordt gemaakt wanneer de ingeschreven standplaatszoekende overlijdt en hij/zij een partner heeft waarmee een duurzaam gemeenschappelijk huishouden werd gevormd. Die partner moet dan wel voldoen aan het afstammingsbeginsel en zelf niet op de wachtlijst staan. Wanneer aan deze voorwaarden wordt voldaan kunnen de opgebouwde punten overgedragen worden aan de desbetreffende partner.
In het zesde lid is opgenomen dat de standplaatszoekende zelf verantwoordelijk is voor aanpassing van de actuele adresgegevens in huurportaal hurennoordveluwe.nl in geval van wijziging van het woonadres. Het actuele woonadres is noodzakelijk om de volgorde/ rangorde te kunnen bepalen bij toewijzing van een standplaats en recht te doen aan het afstammingsbeginsel. Het woonadres en niet een briefadres is hierin bepalend.
Artikel 46. Bekendmaking van het aanbod van standplaatsen en woonwagens
Dit artikel regelt hoe standplaatsen en woonwagens te huur worden aangeboden. Vrijkomende standplaatsen en woonwagens worden geadverteerd via het huurportaal www.hurennoordveluwe.nl.
Ieder jaar voor 1 april leggen de corporaties verantwoording af aan burgemeester en wethouders over de toewijzing van alle aangeboden standplaatsen en woonwagens.
Artikel 47. Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning
Deze bepaling is een uitwerking van artikel 5 van de wet. Daarin is bepaald dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening regels stelt over de wijze van aanvragen van vergunningen en de gegevens die door de aanvrager worden verstrekt bij de aanvraag van een vergunning. De genoemde gegevens met betrekking tot geboortedatum, nationaliteit en, indien van toepassing, verblijfstitel zijn noodzakelijk in verband met de wettelijke eisen van artikel 10, tweede lid, van de wet.
Het uittreksel uit de Basisregistratie Personen en de adresgegevens van de standplaats-zoekende, diens ouders en/of grootouders zijn noodzakelijk om de volgorde/ rangorde te bepalen, of te wel om te bepalen wie de woonwagenstandplaats als eerste krijgt aangeboden rekening houdend met het afstammingsbeginsel.
Artikel 48. Beslissing op de aanvraag en inhoud van de huisvestingsvergunning
In het tweede lid worden de weigeringsgronden voor de huisvestingvergunning beschreven. In artikel 15 van de wet zijn verschillende weigeringsgronden opgenomen. Deze gelden uiteraard. Daarnaast geldt een aantal voor deze huisvestingsverordening specifieke weigeringsgronden. Deze zijn beschreven in het tweede lid. Deels hangen deze samen met andere voorschriften uit de huisvestingswet die op deze wijze geborgd worden.
Artikel 49. Toewijzing van een standplaats op bestaande woonwagenlocaties
De toewijzing van standplaatsen op bestaande woonwagenlocaties is gerangschikt in vijf categorieën standplaatszoekenden. In dit artikel wordt elke categorie beschreven en daarmee afgebakend.
De toewijzing geschiedt steeds per opvolgende categorie en vervolgens binnen deze categorie op basis van leeftijd. De standplaatszoekende met de hoogste leeftijd binnen een categorie krijgt de beschikbare standplaats als eerste aangeboden. Wanneer twee of meer standplaatszoekenden dezelfde leeftijd hebben (dat wil zeggen: op dezelfde dag in hetzelfde jaar geboren zijn), vindt toewijzing plaats door middel van loting. De leeftijd wordt bepaald aan de hand van een geldig legitimatiebewijs/identiteitsbewijs. Wanneer de standplaatszoekende die als eerste de standplaats aangeboden krijgt de standplaats weigert, wordt de eerstvolgende van deze categorie benaderd voor toewijzing van de vrijgekomen standplaats.
De standplaatszoekende heeft het recht te weigeren zonder verlies van zijn of haar inschrijving in het digitale huurportaal hurennoordveluwe.nl.
Artikel 50. Uitzondering bij overlijden ouders wonende in een huurwoonwagen op een huurstandplaats
Wanneer de ouders wonende in een huurstandplaats en huurwoonwagen komen te overlijden en er sprake is van een thuiswonend kind van 28 jaar of ouder, wordt door de Harderwijker woningcorporaties maatwerk geleverd ten aanzien van de mogelijkheid van het overschrijven van de huurovereenkomst op het oudste thuiswonende kind. Hierop zijn de in het eerste lid beschreven voorwaarden van toepassing.
Het tweede lid benadrukt dat ook bij de verhuur van standplaatsen/ woonwagens door een woningcorporatie de Wet huurbescherming Weeskinderen van toepassing is. Deze wet regelt dat jongvolwassenen wezen in de ouderlijke woning (woonwagen) mogen blijven tot ze achtentwintig worden. Woningcorporaties informeren de jongvolwassene kort na het overlijden van de ouder over de toekomstige woonsituatie, en verlengen het huurcontract tot en met het zevenentwintigste levensjaar.
In alle uitzonderingsgevallen geldt dat bij het overzetten van het huurcontract de huurprijs opnieuw zal worden berekend conform de geldende puntentelling op basis van het woningwaarderingsstelsel zoals opgenomen in het Besluit Huurprijzen Woonruimte (BHW).
Artikel 51. Gereserveerde mantelzorg huurstandplaats met eigen woonwagen
Indien de huurder van de standplaats, aan wie door de ouder of (klein)kinderen pre-mantelzorg werd verleend, komt te overlijden of verhuist naar een verzorgings- of verpleeghuis, zal de standplaats met voorrang worden aangeboden aan de door de verhuurder bekende en geregistreerde houder van de gereserveerde mantelzorgverklaring
De voorwaarde hierbij is dat de houder van de gereserveerde mantelzorgverklaring ingeschreven moet staan op het huurportaal hurennoordveluwe.nl. Daarnaast moet hij/zij via het formulier 'gereserveerde mantelzorg' zijn aangemeld bij en geregistreerd door de Harderwijker verhuurder voor de desbetreffende standplaats.
Per huurstandplaats kan er maar een houder van een gereserveerde mantelzorgverklaring geregistreerd staan. Alleen de op het moment van overlijden bij de verhuurder bekendstaande houder van de gereserveerde mantelzorgverklaring heeft recht op deze voorrang. Eventuele aanspraken van eerdere door de verhuurder erkende houders van gereserveerde mantelzorgverklaring zijn niet geldig. Het is aan de huurder en de houder van de gereserveerde mantelzorgverklaring om bij een wisseling van gereserveerde mantelzorger te zorgen voor een correcte registratie en dat zowel de eerdere als opvolgende houders van gereserveerde mantelzorgverklaring op de hoogte zijn en akkoord zijn met de wijziging, en zich realiseren dat alleen de houder van geregistreerde mantelzorgverklaring recht heeft op de voorrang.
Voor huurders van een standplaats/ woonwagen staat de regionale urgentieregeling zoals beschreven in hoofdstuk 3 van deze verordening open en gelden de in dat hoofdstuk opgenomen regels. Zie voor verdere uitleg de artikelsgewijze toelichting bij hoofdstuk 3 van deze verordening.
Artikel 53. Bestuurlijke boete
Het eerste lid geeft Burgemeester en Wethouders de mogelijkheid om bij overtredingen van artikel 8 van de Wet een bestuurlijke boete op te leggen. Artikel 8 van de Wet wordt overtreden bij het zonder huisvestingsvergunning in gebruik geven of nemen van een gereguleerde woonruimte.
Indien Burgemeester en Wethouders besluiten een overtreding van artikel 8 van de Wet te beboeten is in het tweede lid de hoogte van de boete vastgesteld. In artikel 35 van de Wet zijn maximale boetebedragen vastgesteld.
Indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering door een ambtenaar als bedoeld in artikel 33, eerste lid, Wet 2014 van die overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod geldt een hoger boetebedrag.
Alleen in het geval van bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 5:46, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht die door de overtreder aannemelijk zijn gemaakt is een lagere boete mogelijk.
Burgemeester en Wethouders kunnen nadere regels stellen gericht op de uitvoering van hoofdstuk 3 van deze verordening.
De overgangsbepaling is bedoeld om te onderstrepen dat de inwerkingtreding van deze verordening geen invloed heeft op de inschrijfduur of verkregen urgentie van woningzoekenden. Hiernaast is voor lopende bezwaarschiften een overgangsregeling gemaakt. Deze zorgt ervoor dat de bezwaren worden beoordeeld op basis van de voorgaande verordening als dit voor de bezwaarmaker gunstiger is.
Dit artikel maakt het mogelijk gedurende de looptijd van de verordening voor en bepaalde tijd aanvullende afspraken te maken over de verdeling van woonruimte en in te spelen op veranderingen op de (regionale) woningmarkt. Van dergelijke aanvullende afspraken wordt de gemeenteraad in kennis gesteld. Daarnaast worden deze maatregelen geëvalueerd. Van deze evaluatie wordt verslag gedaan aan de raad.
Artikel 57. Bezwarencommissie Woonruimteverdeling
Burgemeester en Wethouders kan de afhandeling van bezwaar en beroep zelf bij besluit regelen. Zie hiervoor ook de hoofdstukken 7 en 9 van de Algemene wet bestuursrecht. Om te bevorderen dat voor het onderdeel woonruimteverdeling een in de gehele woningmarktregio gelijke aanpak en beoordeling wordt gevolgd is in dit artikel de basis gecreëerd voor een adviserende Bezwarencommissie Woonruimteverdeling.
Artikel 58. Afwijkingsbevoegdheid
Wanneer uit de toepassing van de regels in de huisvestingsverordening voor de woningzoekende of potentiële kopers onevenredig nadeel zou voortvloeien, kan van deze bepaling gebruik worden gemaakt. Een duidelijke motivering zal steeds aan een afwijking ten grondslag moeten liggen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-562565.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.