Verordening op de heffing en inning van Markt- en staanplaatsgelden 2026

De raad van de gemeente Ermelo;

 

gelezen het raadsvoorstel van het college van 7 oktober 2025, nr. 02330015064580;

 

gelet op de artikelen 216 en 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a. en b. van de Gemeentewet;

 

gelet op de Marktverordening gemeente Ermelo 2016 (Gemeenteblad 2022/552338);

 

gelet op de Verordening Fysieke Leefomgeving Ermelo (Gemeenteblad 2025/70374);

 

b e s l u i t :

 

vast te stellen de:

 

de Verordening op de heffing en inning van Markt- en staanplaatsgelden 2026

Artikel 1 - Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a)

    markt: de warenmarkt zoals bedoeld in hoofdstuk 11 Verordening Fysieke Leefomgeving Ermelo;

  • b)

    marktdag: het gedeelte van een dag waarop de markt wordt gehouden;

  • c)

    marktterrein: het terrein waarop de markt, zoals bedoeld in hoofdstuk 11 Verordening Fysieke Leefomgevings Ermelo wordt gehouden;

  • d)

    standplaats: een marktplaats en vaste en niet vaste standplaatsen;

  • e)

    marktstandplaats: een standplaats op de markt voor onbepaalde of bepaalde tijd volgens het daarvoor geldende inrichtingsplan en de daarvoor bepaalde frontbreedte;

  • f)

    dagstandplaats: een standplaats op de markt die per marktdag beschikbaar wordt gesteld volgens het daarvoor geldende inrichtingsplan en de daarvoor bepaalde frontbreedte;

  • g)

    Incidentele standplaats: een standplaats die gedurende een maximum van zes dagen per kalenderjaar zal worden gebruikt, naar de daarvoor bepaalde frontbreedte.

  • h)

    Tijdelijke standplaats: een standplaats, niet zijnde een marktstandplaats of dagstandplaats op de markt, die gedurende ten hoogste twee aaneengesloten maanden zal worden gebruikt met een maximum van zes dagen per week, naar de daarvoor bepaalde frontbreedte;

  • i)

    vaste standplaats: een standplaats, niet zijnde een marktstandplaats of dagstandplaats op de markt, die gedurende een onbepaalde tijd zal worden gebruikt met een minimum van één dag en een maximum van zes dagen per week, naar de daarvoor bepaalde frontbreedte;

  • j)

    frontbreedte: de breedte van de standplaats in volle strekkende meters (m¹), gelegen aan de zijde van de potentiële kopers;

  • k)

    belastingjaar: een kalenderjaar;

  • l)

    dag: een dag aanvangend vanaf 06:00 tot 22:00 uur;

  • m)

    kwartaal: een kalenderkwartaal;

  • n)

    maand: een kalendermaand;

  • o)

    dagdeel: een aaneengesloten periode van zes uur;

  • p)

    Marktverordening: zoals gepubliceerd op overheid.nl en Gemeenteblad 2022/552338;

  • q)

    Verordening Fysieke Leefomgeving: zoals gepubliceerd op overheid.nl en Gemeenteblad 2025/70374;

Artikel 2 - Belastbaar feit

Onder de naam "marktgelden” worden rechten geheven voor door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten bestaande uit:

  • a)

    het ter beschikking stellen van een standplaats;

  • b)

    het ter beschikking stellen van een aansluiting op de elektriciteitskasten van de gemeente, gelegen op, onder of in de nabijheid van de standplaats, als bedoeld in lid a, inclusief de levering van elektriciteit.

Artikel 3 - Belastingplicht

Belastingplichtig voor het marktgeld als bedoeld in:

  • 1.

    artikel 2, onder a, is degene aan wie een standplaatsvergunning is verleend;

  • 2.

    artikel 2, onder b, is degene die op grond van de vergunning, bedoeld in lid 1, gebruik maakt van de elektriciteitsaansluiting.

Artikel 4 - Maatstaf van heffing

  • 1.

    Het marktgeld, als bedoeld in artikel 2, onder a, wordt geheven naar de frontbreedte van de standplaats conform het inrichtingsplan van de markt of de verleende incidentele, tijdelijke of vaste standplaatsvergunning, om het even of de standplaats wordt ingenomen door een voertuig, inclusief de lengte van de dissel, de opslag van voorraad, tafels of dergelijke, dan wel niet ten volle wordt benut.

  • 2.

    De frontbreedte, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld met een minimum van 2m¹.

  • 3.

    Het marktgeld, als bedoeld in artikel 2, onder b, wordt geheven naar het type elektriciteitsaansluiting dat wordt gebruikt.

Artikel 5 – Tarieven

ARTIKEL

OMSCHRIJVING

TARIEF 2026

1

Het marktgeld, als bedoeld in artikel 2, onder a, bedraagt per marktdag per m¹ een bedrag van:

€ 1,45

2

In afwijking van het eerste lid bedraagt het marktgeld, als bedoeld in artikel 2, onder a, per kwartaal per m1 een bedrag van:

€ 15,05

3

Het aantal strekkende meters wordt vastgesteld op de frontbreedte van de standplaats volgens het geldende inrichtingsplan voor de warenmarkt;

 

4

Het marktgeld, als bedoeld in artikel 2, onder b, bedraagt per dagdeel, bij een aansluiting van:

 

a

230V / 1 x 16Ampere:

€ 6,75

b

400V / 3 x 16Ampere:

€ 20,25

c

400V / 3 x 32Ampere:

€ 40,50

 

 

 

5.

In afwijking van het vierde lid bedraagt het marktgeld, als bedoeld onder artikel 2 onder b, voor een marktstandplaats per dagdeel per kwartaal, bij een aansluiting van

 

a.

230V/ 1x16Ampere:

€ 67,50

b.

400V/3x16Ampere:

€ 202,50

c.

400V/3x32Ampere:

€ 405,00

 

 

 

 

Overige standplaatsen

 

6.

Het marktgeld, als bedoeld in artikel 2, onder a, bedraagt voor de duur van de vergunning  voor:

€ 15,05

a

Incidentele standplaatsen per m1

15,05

b.

Tijdelijke standplaatsen per m1

€ 151,35

c.

Het aantal strekkende meters wordt daarbij vastgesteld op de frontbreedte volgens de verleende vergunning.

 

7.

Het marktgeld, als bedoeld in artikel 2, onder b, bedraagt voor een incidentele marktplaats bedraagt voor de duur van een vergunning:

 

a.

230V/ 1x16Ampere:

€ 67,50

b.

400V/3x16Ampere:

€ 202,50

c.

400V/3x32Ampere:

€ 405,00

8.

Het marktgeld, als bedoeld onder artikel 2, onder b, bedraagt voor een tijdelijke standplaats voor de duur van de vergunning, bij een aansluiting van:

 

a.

230V/1x16Ampere:

€ 541,85

b.

400V/3X16Ampere:

€ 1.625,65

c.

400V/3x32Ampere:

€ 3.251,30

9.

Het marktgeld, als bedoeld onder artikel 2, onder a en b, wordt voor een vaste standplaats geheven naar de maatstaven en tarieven zoals benoemd onder artikel 1 tot en met 5.

 

10.

Het aantal strekkende meters wordt vastgesteld op de frontbreedte van de standplaats volgens de verleende vergunning.

 

 

 

 

11.

Het marktgeld, als bedoeld in artikel 2, onder a en b, worden voor een vaste standplaats geheven naar de maatstaven en tarieven van de marktstandplaatsen, daarbij wordt in afwijking van artikel 5, lid 1 tot en met artikel 5, lid c onder marktdag verstaan een dagdeel.

 

12.

De tarieven als bedoeld in artikel 5 lid 4 en lid 7 en 8 zijn exclusief btw.

 

Artikel 6 - Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is voor:

  • 1.

    Marktstandplaatsen

    • a)

      een marktdag, voor houders van een dagstandplaatsvergunning;

    • b)

      een kwartaal, voor houders van een marktstandplaatsvergunning.

  • 2.

    Overige standplaatsen

    • a)

      gelijk aan de periode waarvoor de vergunning is verleend voor incidentele en tijdelijke standplaatsen;

    • b)

      een kwartaal, voor houders van een vergunning voor een vaste standplaats.

Artikel 7 - Wijze van heffing

  • 1.

    Het marktgeld zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 onder b en artikel 6, lid2 wordt geheven bij wege van aanslag.

  • 2.

    Het marktgeld zoals bedoeld in artikel 6, lid 1 onder a wordt geheven bij wege van schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen, een nota, bon met doorlopende nummering of ander schriftuur.

Artikel 8 – Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De marktgelden, bedoeld in artikel 2, zijn verschuldigd bij aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Indien de belastingplicht, zoals bedoeld in artikel 6 lid 1, onder b en artikel 6, lid 2 onder b in de loop van het kwartaal aanvangt, zijn de marktgelden zoals bedoeld onder artikel 2, onder a en b, tot het nieuwe kwartaal begint, verschuldigd over het tarief zoals bedoeld in artikel 5 lid 1 en lid 4 tot het nieuwe kwartaal aanvangt.

  • 3.

    Van de overige marktgelden vindt geen verrekening naar tijdsgelang of teruggaaf plaats.

Artikel 9 - Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, moeten de marktgelden, als bedoeld in:

    • a.

      artikel 7, lid 1, worden betaald uiterlijk een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet;

    • b.

      artikel 7, lid 2, worden betaald op het moment van het doen van de kennisgeving.

  • 2.

    Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijk gestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag dan wel de kennisgeving.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 10 - Vrijstelling

De marktgelden als bedoeld in artikel 2 worden niet geheven voor een niet vaste vergunning op de standplaats aan de Chevallierlaan voor onderzoeken ten behoeve van de volksgezondheid.

Artikel 11 - Kwijtschelding

Bij de invordering van marktgelden wordt geen kwijtschelding verleend als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 (Stbl. 221).

Artikel 12 – Overdracht van bevoegdheden

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening indien deze wijzigingen van zuiver redactionele aard zijn.

Artikel 13 – Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De "Verordening Marktgeld 2025", van 11 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing. Zij blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

  • 4.

    Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening Markt- en staanplaatsgelden 2026".

Vastgesteld in de openbare vergadering

van 17 december 2025

griffier,

voorzitter,

Naar boven