|
Artikel
|
Omschrijving
|
Vast tarief
|
Variabel tarief
|
|
Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen
|
|
Artikel 2.1 Definities
|
|
1.
|
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald.
|
|
|
|
2.
|
In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald.
|
|
|
|
3.
|
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
|
|
|
|
|
binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan;
|
|
|
|
|
binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet;
|
|
|
|
|
Aanlegkosten:de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de aanlegkosten, de omzet-
|
|
|
|
|
belasting niet inbegrepen. Indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeel-telijk door zelfwerkzaamheid geschieden wordt in deze titel onder aanlegkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor de werken of werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft
|
|
|
|
|
Sloopkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de sloopkosten, de omzet-belasting niet inbegrepen. Indien het slopen geheel of gedeeltelijk door zelfwerk-zaamheid geschiedt wordt in deze titel onder sloopkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het slopen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft;
|
|
|
|
4.
|
In aanvulling op de in bijlage I bij de Omgevingsregeling opgenomen omschrijving van het begrip ‘bouwkosten’ betreffen de in die omschrijving:
|
|
|
|
|
onder a genoemde Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 de voorwaarden die bekendgemaakt zijn in Staatscourant 2012, 1567;
|
|
|
|
|
onder b bedoelde bouwkosten de kosten voor de fysieke realisatie (het bouwen) van het bouwwerk;
|
|
|
|
|
- onder c bedoelde prijs de prijs exclusief omzetbelasting.
|
|
|
|
5.
|
In aanvulling op bijlage I bij de Omgevingsregeling geldt het volgende: De bouwkosten zijn niet lager dan het referentiebedrag dat voortvloeit uit een berekening aan de hand van de kengetallen voor soortgelijke bouwwerken in het Bouwkostenkompas, zoals deze ten tijde van het indienen van de aanvraag golden. De berekening wordt uitgevoerd aan de hand van de benchmark ‘laag’. Indien het in de aanvraag opgegeven bedrag lager is dan het referentiebedrag, wordt het bedrag aan bouwkosten vastgesteld op het referentiebedrag, tenzij de afwijking met de benchmark “laag” kleiner is dan 10%. In dat geval worden de door de aanvrager opgegeven bouwkosten vastgesteld. Indien het Bouwkosten-kompas niet voorziet in kentallen voor de aangevraagde werkzaamheden, wordt een onderbouwing opgevraagd die beoordeeld wordt op aannemelijkheid.
|
|
|
|
Artikel 2.2 Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven
|
|
|
Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:
|
|
|
|
a.
|
omgevingsoverleg;
|
|
|
|
b.
|
een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit;
|
|
|
|
c.
|
een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet;
|
|
|
|
d.
|
toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet;
|
|
|
|
e.
|
een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning;
|
|
|
|
f.
|
intrekking van een omgevingsvergunning;
|
|
|
|
g.
|
wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d;
|
|
|
|
h.
|
een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g.
|
|
|
|
Artikel 2.3 Bepalen tarief
|
|
1.
|
De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk.
|
|
|
|
2.
|
Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten.
|
|
|
|
3.
|
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 2.12.
|
|
|
|
4.
|
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.13.
|
|
|
|
5.
|
Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning.
|
|
|
|
6.
|
In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.
|
|
|
|
Paragraaf 2.2 Vooroverleg/conceptaanvraag
|
|
Artikel 2.4 Vooroverleg/conceptaanvraag
|
|
2.4
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een vooroverleg/conceptaanvraag in verband met het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project met een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving wenselijk en haalbaar is:
|
€ 0,00
|
|
|
Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken
|
|
Artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel)
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
|
|
a.
|
bij bouwkosten vanaf € 0 tot € 50.000:
|
€ 200,00
|
|
|
b.
|
bij bouwkosten vanaf € 50.000 tot € 200.000:
|
|
0,40%
|
|
|
van de bouwkosten.
|
|
|
|
c.
|
bij bouwkosten vanaf € 200.000 tot € 1.000.000:
|
|
0,30%
|
|
|
van de bouwkosten, vermeerderd met ;
|
€ 200,00
|
|
|
d.
|
bij bouwkosten vanaf € 1.000.000:
|
|
0,25%
|
|
|
van de bouwkosten, (tot een maximum van € 17.000.000 aan te hanteren bouwkosten als grondslag voor de heffing), vermeerderd met
|
€ 500,00
|
|
|
Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel)
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplan-activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
|
|
A.
|
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht:
|
|
|
|
1a.
|
bij bouwkosten vanaf 0 tot 50.000:
|
|
2,70%
|
|
|
van de bouwkosten, met een minimum van:
|
€ 100,00
|
|
|
1b.
|
bij bouwkosten vanaf 50.000 tot 200.000:
|
|
2,50%
|
|
|
van de bouwkosten, vermeerderd met
|
€ 100,00
|
|
|
1c.
|
bij bouwkosten vanaf 200.000 tot 1.000.000:
|
|
2,00%
|
|
|
van de bouwkosten, vermeerderd met
|
€ 1.000,00
|
|
|
1d.
|
bij bouwkosten vanaf 1.000.000:
|
|
1,90%
|
|
|
van de bouwkosten (tot een maximum van 17.000.000 aan te hanteren bouwkosten als heffingsgrondslag), vermeerderd met
|
€ 3.500,00
|
|
|
B.
|
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:
|
|
|
|
1a.
|
bij bouwkosten vanaf 0 tot 50.000:
|
|
2,80%
|
|
|
van de bouwkosten, met een minimum van:
|
€ 100,00
|
|
|
1b.
|
bij bouwkosten vanaf 50.000 tot 200.000:
|
|
2,60%
|
|
|
van de bouwkosten, vermeerderd met
|
€ 100,00
|
|
|
1c.
|
bij bouwkosten vanaf 200.000 tot 1.000.000:
|
|
2,10%
|
|
|
van de bouwkosten, vermeerderd met
|
€ 1.000,00
|
|
|
1d.
|
bij bouwkosten vanaf 1.000.000:
|
|
1,90%
|
|
|
van de bouwkosten (tot een maximum van 17.000.000 aan te hanteren bouwkosten als heffingsgrondslag), vermeerderd met
|
€ 3.500,00
|
|
|
C.
|
als de bouwactiviteit plaatsvindt op een bodemgevoelige locatie en de toelaatbare kwaliteit van de bodem moet worden beoordeeld, verhoogd met:
|
€ 310,00
|
|
|
Artikel 2.7 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
1,60%
|
|
|
Van de sloopkosten, met een minimum van:
|
€ 530,00
|
|
|
Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed
|
|
Artikel 2.8 Omgevingsplanactiviteit: monumenten
|
|
1.
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplan-activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, met betrekking tot een gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd gemeentelijk monument of voorbeschermd provinciaal monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
|
|
1.a.
|
voor een omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van artikel 12 van de Erfgoedverordening Lansingerland 2016 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit:
|
|
|
|
1.a.1°
|
voor het verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument:
|
€ 0,00
|
|
|
1.a.2°
|
voor het herstellen van een monument of voorbeschermd monument
|
€ 0,00
|
|
|
2.
|
Reserveren
|
|
|
|
3.
|
Het eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een monument of archeologisch monument dat op grond van de Erfgoedverordening Lansingerland 2016 is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is. De vorige volzin is van toepassing:
|
|
|
|
a.
|
als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en
|
|
|
|
b.
|
als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven.
|
|
|
|
Artikel 2.9 Rijksmonumentenactiviteit
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een rijksmonumenten-activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, met uitzondering van een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
|
|
a.
|
voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument:
|
€ 0,00
|
|
|
b.
|
voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:
|
€ 0,00
|
|
|
Artikel 2.10 Reserveren
|
|
|
|
|
|
|
Artikel 2.11 Reserveren
|
|
|
|
|
|
|
Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten
|
|
Artikel 2.12 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevings-plan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 2.240,00
|
|
|
Artikel 2.13 Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen, afdeling 3.2 Besluit activiteiten leefomgeving
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
|
|
a.
|
voor één milieubelastende activiteit:
|
€ 3.360,00
|
|
|
b.
|
voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:
|
€ 2.800,00
|
|
|
c.
|
voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:
|
€ 2.240,00
|
|
|
Artikel 2.14 Milieubelastende activiteiten, afdeling 3.4 t/m 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: :
|
|
|
|
a.
|
voor één milieubelastende activiteit:
|
€ 3.360,00
|
|
|
b.
|
voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:
|
€ 2.800,00
|
|
|
c.
|
voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:
|
€ 2.240,00
|
|
|
Artikel 2.15 t/m 2.20 RESERVEREN
|
|
|
|
|
|
|
Paragraaf 2.6 Reserveren
|
|
|
Reserveren
|
|
|
|
Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten
|
|
Artikel 2.23 Reserveren
|
|
|
|
|
|
|
Artikel 2.24 Reserveren
|
|
|
|
|
|
|
Artikel 2.25 Reserveren
|
|
|
|
|
|
|
Artikel 2.26 Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplan-activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 2:11 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevings-besluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 2.584,00
|
|
|
Artikel 2.27 Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplan-activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
€ 150,00
|
|
|
Artikel 2.28 Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplan-activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
0,80%
|
|
|
van de aanlegkosten, met een minimum van:
|
€ 150,00
|
|
|
Paragraaf 2.8 Overige activiteiten
|
|
Artikel 2.29 Reserveren
|
|
|
|
|
|
|
Artikel 2.30 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplan-activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in artikel 3 van de Bomen-verordening Lansingerland 2018 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
|
|
a.
|
Bij 1 tot en met 5 bomen
|
€ 90,00
|
|
|
b.
|
Bij 6 tot en met 10 bomen
|
€ 180,00
|
|
|
c.
|
Bij 11 tot en met 50 bomen
|
€ 360,00
|
|
|
d.
|
Bij meer dan 50 bomen bedraagt het tarief per 50 bomen
|
€ 450,00
|
|
|
|
Waar het aantal bomen niet is opgegeven wordt uitgegaan van 400 bomen per hectare.
|
|
|
|
Artikel 2.31 Reserveren
|
|
|
|
|
|
|
Artikel 2.32 Omgevingsplanactiviteit: opslag van roerende zaken of objecten plaatsen op de weg
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplan-activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit de opslag van roerende zaken in een aangewezen gedeelte van de gemeente, bedoeld in artikel [2:10] van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
|
|
|
|
a.
|
als de activiteit bestaat uit het daar opslaan van roerende zaken groter dan 15m²,:
|
€ 150,00
|
|
|
b.
|
als de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen:
|
€ 275,00
|
|
|
Artikel 2.33 Reserveren
|
|
|
|
|
|
|
Artikel 2.34 Reserveren
|
|
|
|
|
|
|
Paragraaf 2.9 Reserveren
|
|
Artikel 2.35 Reserveren
|
|
|
|
|
|
|
Artikel 2.36 Reserveren
|
|
|
|
|
|
|
Artikel 2.37 Reserveren
|
|
|
|
|
|
|
Paragraaf 2.10 Reserveren
|
|
Artikel 2.38 Reserveren
|
|
|
|
|
|
|
Paragraaf 2.11 Overige tarieven
|
|
Artikel 2.39 Reserveren
|
|
|
|
|
|
|
Artikel 2.40 Wijzigen omgevingsvergunning
|
|
a.
|
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft, uitgezonderd het gestelde in lid b.
|
|
|
|
b.
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project, onder de voorwaarde dat nog niet geheel gebruik is gemaakt van de vergunning:
|
€ 0,00
|
|
|
Artikel 2.41 Reserveren
|
|
|
|
|
|
|
Artikel 2.42 Reserveren
|
|
|
|
|
|
|
Artikel 2.43 Reserveren
|
|
|
|
|
|
|
Artikel 2.44 Beoordeling onderzoeksrapporten
|
|
|
De in artikel 2.49 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit.
|
|
|
|
Artikel 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan:
|
€ 6.500,00
|
|
|
Artikel 2.46 Reserveren
|
|
|
|
|
|
|
Paragraaf 2.12 Modaliteiten
|
|
Artikel 2.47 Achteraf ingediende aanvraag
|
|
2.47
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met:
|
|
10,00%
|
|
Artikel 2.48 Reserveren
|
|
|
|
|
|
|
Artikel 2.49 Beoordeling onderzoeksrapporten
|
|
|
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld:
|
|
|
|
a.
|
voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport:
|
€ 310,00
|
|
|
b.
|
voor de beoordeling van een akoestisch rapport betreffende de interne en externe geluidwering of nagalm van een bouwwerk:
|
€ 310,00
|
|
|
c.
|
voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER):
|
€ 500,00
|
|
|
Artikel 2.50 Advies
|
|
|
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet:
|
|
|
|
a.
|
Reserveren
|
|
|
|
b.
|
voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening op de Commissie ruimtelijke kwaliteit gemeente Lansingerland dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet:
|
|
|
|
b.1.
|
Voor bouwkosten tot 50.000
|
€ 100,00
|
|
|
b.2.
|
Voor bouwkosten vanaf 50.000 tot 2.000.000
|
|
0,20%
|
|
b.3.
|
Voor bouwkosten vanaf 2.000.000 tot 6.000.000
|
|
(bouwkosten -/-2.000.000)
x 0,05%
|
|
|
Vermeerderd met
|
€ 4.000,00
|
|
|
b.4.
|
Voor bouwkosten vanaf 6.000.000
|
€ 6.000,00
|
|
|
|
De legeskosten worden naar boven afgerond op € 5.-
|
|
|
|
c.
|
voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a tot en met b: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door of namens het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.
|
|
|
|
Artikel 2.51 Reserveren
|
|
|
|
|
|
|
Paragraaf 2.13 Vermindering
|
|
Artikel 2.52 Vermindering
|
|
|
De verschuldigde leges voor een aanvraag om omgevingsvergunning worden met:
|
|
100,00%
|
|
|
verminderd indien sprake is van:
|
|
|
|
|
Een aanvraag om omgevingsvergunning op basis van de verplichting van de gemeente om een stalling te laten plaatsen voor een (elektrisch) hulpmiddel. Deze verplichting moet voortvloeien uit het besluit van de gemeente om een Wmo-indicatie af te geven voor de verstrekking van een hulpmiddel gezien op basis van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning.
|
|
|
|
Artikel 2.53 Reserveren
|
|
|
|
|
|
|
Paragraaf 2.14 Teruggaaf
|
|
Artikel 2.54 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig
|
|
2.54
|
Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
|
|
100,00%
|
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.
|
|
|
|
Artikel 2.55 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten
|
|
2.55
|
Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt:
|
|
100,00%
|
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.
|
|
|
|
|
|
Artikel 2.56 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure
|
|
|
Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
|
|
|
|
a.
|
bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen drie weken na de indiening van de aanvraag:
|
|
75,00%
|
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;
|
|
|
|
b.
|
bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf drie weken tot vijf weken na de indiening van de aanvraag:
|
|
55,00%
|
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;
|
|
|
|
c.
|
bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf vijf weken na de indiening van de aanvraag:
|
|
35,00%
|
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.
|
|
|
|
Artikel 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure
|
|
|
Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
|
|
|
|
a.
|
bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na de indiening van de aanvraag:
|
|
75,00%
|
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;
|
|
|
|
b.
|
bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf vier weken tot twaalf weken na de indiening van de aanvraag:
|
|
55,00%
|
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;
|
|
|
|
c.
|
bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf twaalf weken na de indiening van de aanvraag:
|
|
35,00%
|
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.
|
|
|
|
Artikel 2.58 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten
|
|
|
Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunning-houder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 1,5 jaar na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt:
|
|
|
|
a.
|
Bij intrekking binnen 6 maanden na verlenen
|
|
20,00%
|
|
b.
|
Bij intrekking tussen 6 en 18 maanden na verlenen
|
|
10,00%
|
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges
|
|
|
|
Artikel 2.59 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten
|
|
a.
|
Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
|
|
25,00%
|
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges
|
|
|
|
b.
|
Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.
|
|
|
|
Artikel 2.60 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten
|
|
|
In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12.
|
|
|
|
Artikel 2.61 Minimumbedrag voor teruggaaf
|
|
|
Voor de artikelen 2.56 tot en met 2.59 geldt dat een bedrag minder dan € 100 niet wordt teruggegeven.
|
|
|
|
Artikel 2.62 Teruggaaf als gevolg van het omzetten van een tijdelijke terras-vergunning in een permanente, voor zover het bouwactiviteiten betreft en/of een binnenplanse of buitenplanse omgevingsplanactiviteit
|
|
2.62
|
Indien een tijdelijke omgevingsvergunning is verleend voor het plaatsen van een terras, voor zover het de activiteit bouwen en/of een binnenplanse of buitenplanse omgevingsplanactiviteit betreft, zijn voor het aanvragen van het omzetten hiervan naar een niet-tijdelijke omgevings-vergunning geen leges verschuldigd.
|
|
|
|
|
|
Artikel 2.63 Intrekking aanvraag omgevingsvergunning op verzoek van de gemeente
|
|
2.63
|
Indien een aanvraag omgevingsvergunning op verzoek van de gemeente wordt ingetrokken, waarbij sprake is van het gelijktijdig indienen van een aanvraag voor dezelfde werkzaamheden, zal voor de intrekking van die aanvraag geen leges in rekening worden gebracht.
|
|
|