Gemeenteblad van Nijmegen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nijmegen | Gemeenteblad 2025, 562163 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nijmegen | Gemeenteblad 2025, 562163 | beleidsregel |
Beleidsregel handhaving Alcoholwet en bepalingen exploitatievergunning Nijmegen
De burgemeester van de gemeente Nijmegen,
Overwegende dat actualisatie van de Beleidsregel handhaving Drank- en horecawet en het Handhavingsprotocol alcoholvrije inrichtingen wenselijk is. Beide beleidsregels zijn overzichtelijk samengevoegd tot een nieuwe beleidsregel;
Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen Algemene plaatselijke verordening Nijmegen;
Beleidsregel handhaving Alcoholwet en bepalingen exploitatievergunning Nijmegen
De aanleiding voor deze beleidsregel is voornamelijk de samenvoeging van de beleidsregels voor enerzijds de Alcoholwet (voorheen Drank- en Horecawet) en anderzijds voor alcoholvrije inrichtingen. Met deze nieuwe beleidsregel wordt de handhaving voor alle vormen van horeca-inrichtingen op elkaar afgestemd, rekening houdend met de verschillende wettelijke mogelijkheden.
Verder is de beleidsregel geactualiseerd als gevolg van wetswijziging.
Door de samenvoeging is het voor de burgers en ondernemers van Nijmegen in één beleidsregel overzichtelijk hoe er gehandhaafd zal worden bij overtreding van de bepalingen uit de Alcoholwet en hoofdstuk 2, afdeling 4 toezicht op openbare inrichtingen van de APV Nijmegen.
De burgemeester kan de vergunning intrekken van een horecabedrijf, maar hij kan deze soms ook schorsen (artikel 32 Alcoholwet). De Alcoholwetvergunning kan voor maximaal 12 weken geschorst worden. De burgemeester bepaalt de lengte van de schorsingsperiode aan de hand van de ernst van de overtreding.
In de handhaving van exploitatievergunningen en Alcoholwetvergunningen worden zoveel mogelijk dezelfde routes gevolgd. Waar bij de Alcoholwet een bestuurlijke boete mogelijk is, kiest de burgemeester bij een vergelijkbare overtreding van de exploitatievergunning/APV voor een last onder dwangsom. Voor de hoogte van de dwangsom wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de boetebedragen in het Alcoholbesluit. De last onder dwangsom is een herstelsanctie, ter voorkoming van herhaling van de overtreding.
De burgemeester kan zonder tussenkomst van de rechter een bestuurlijke boete opleggen (artikel 44a Alcoholwet e.v.). In het Alcoholbesluit is bepaald bij welke overtredingen een bestuurlijke boete kan worden opgelegd en welk boetebedrag daarbij hoort. De boetebedragen komen toe aan de gemeente. Anders dan bestuursdwang en dwangsom is dit geen reparatoire sanctie, bedoeld om de illegale situatie te herstellen, maar een punitieve sanctie, bedoeld om leed toe te voegen aan de overtreder, net als het strafrecht. Dit middel mag op grond van de wet niet worden ingezet indien de overtreding een direct gevaar voor de gezondheid of veiligheid van de mens tot gevolg heeft. Ook kan de boete niet samengaan met een strafrechtelijke aanpak. Volgens de Memorie van Toelichting is het de bedoeling dat de bestuurlijke boete de voorkeur geniet boven een strafrechtelijke afdoening. Daarom wordt, waar een bestuurlijke boete mogelijk is, voor dat middel gekozen boven de strafrechtelijke aanpak. Waar een bestuurlijke boete niet mogelijk is, wordt geverbaliseerd en de strafrechtelijke weg gevolgd.
De burgemeester kan supermarkten die drie keer in een jaar alcohol aan 18-minners verkopen, aanpakken door de alcoholafdeling te sluiten (artikel 44 lid 1Alcoholwet). De burgemeester bepaalt voor hoe lang dit verbod geldt: minimaal 1 week en maximaal 12 weken. Door middel van bestuursdwang kan de sanctie worden uitgevoerd.
In de Alcoholwet is een strafrechtelijke bepaling opgenomen. Jongeren onder 18 jaar zijn strafbaar als ze alcohol in bezit hebben (artikel 45 Alcoholwet). De sanctie is een boete uit de eerste categorie en deze kan worden opgelegd door een BOA of politieagent.
Artikel 3, lid 1 Alcoholwet: Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf zonder (geldige) vergunning, terwijl niet voldaan kan worden aan de eisen van de Alcoholwet (dus niet te legaliseren) of terwijl de vergunning is geweigerd, geschorst, ingetrokken of aanvraag buiten behandeling is gesteld:
Voornemen kenbaar maken van bestuursdwang o.v.v. zienswijzetermijn. Na afloop zienswijzetermijn besluit tot last onder bestuursdwang, gericht op beëindiging alcoholverstrekking of exploitatie, gelet op het feit dat de situatie niet legaliseerbaar is Naast deze maatregel wordt bestuurlijke boete toegepast indien de bestuursdwang maatregel niet voldoende blijkt.
Artikel 3 Alcoholwet: Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf zonder (geldige) vergunning:
Voornemen kenbaar maken van bestuursdwang o.v.v. zienswijzetermijn. Na afloop zienswijzetermijn besluit tot last onder bestuursdwang, gericht op beëindiging alcoholverstrekking of exploitatie, tenzij inmiddels zicht bestaat op legalisatie. Indien bestuursdwang niet mogelijk is, bestuurlijke boete toepassen.1
Artikel 3 Alcoholwet: Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf zonder (geldige) vergunning, terwijl ondernemer in het verleden heeft beschikt over een geldige vergunning voor deze inrichting, en deze inrichting onafgebroken heeft geëxploiteerd, maar door wijziging van onderneming of andere redenen de vergunning niet meer in overeenstemming is met de feiten:
Formele waarschuwing met termijn voor legaliseren situatie. Na ongebruikt verstrijken termijn het voornemen kenbaar maken tot toepassing bestuursdwang o.v.v. zienswijzetermijn. Na afloop zienswijzetermijn besluit tot last onder bestuursdwang, gericht op beëindiging alcoholverstrekking of exploitatie, tenzij inmiddels zicht bestaat op legalisatie.
Overtreding van het verbod van artikel 20, 1e lid Alcoholwet (leeftijdsbepaling) door andere ondernemers dan de bedoelde in artikel 18, 2e lid of artikel 19, 2e lid sub a (ontheffinghouders art. 35 Alcoholwet2 ).
4.2 Bepalingen APV en exploitatievergunningvoorschriften
Overtreding van het verbod van artikel 2:31 APV3 (Inrichting in bedrijf zonder geldige vergunning, waarvan de exploitatie legaliseerbaar is)
5. Uitgangspunten voor optreden conform deze beleidsregel:
Indien na de 1e constatering een waarschuwing is gegeven, dient de 2e constatering in alle gevallen binnen een periode van 2 jaar gedaan te worden, om een maatregel op te kunnen leggen. Indien er na de waarschuwing een periode van meer dan 2 jaar is verstreken, wordt er bij een volgende constatering opnieuw een waarschuwing gegeven en wordt gehandeld alsof het de eerste overtreding betreft.
Een gegeven waarschuwing geldt niet alleen voor het geconstateerde feit, maar geldt als een algemene waarschuwing. Dit betekent dat als er binnen 2 jaar na de waarschuwing een andere overtreding geconstateerd wordt dan degene die de aanleiding vormde voor de waarschuwing, dan wordt de waarschuwingsstap overgeslagen, indien een waarschuwing vereist is volgens het overzicht.
Indien er een bestuurlijke maatregel is opgelegd en vervolgens wordt er gedurende 2 jaar geen overtreding geconstateerd, dan wordt bij de eerstvolgende constatering weer eerst gewaarschuwd, indien een waarschuwing vereist is volgens het overzicht. Dit betekent ook dat aan de last onder dwangsom een geldigheidstermijn van 2 jaar zal worden gekoppeld, mits er gedurende die 2 jaar geen overtreding wordt geconstateerd.
Overtredingen van de artikelen genoemd in deze beleidsregel kunnen ook leiden tot het oordeel dat sprake is van slecht levensgedrag als bedoeld in artikel 8 lid 1 onder b Alcoholwet of artikel 2:33a onder d APV. Dit oordeel staat los van handhaving op basis van dit protocol, maar vindt plaats op basis van de betreffende Beleidsregel. Dit betekent uitdrukkelijk niet dat slechts overtredingen van de Alcoholwet meewegen bij de beoordeling van het slecht levensgedrag zoals bedoeld in artikel 8 Alcoholwet.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-562163.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.