Gemeenteblad van Ooststellingwerf
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ooststellingwerf | Gemeenteblad 2025, 561640 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ooststellingwerf | Gemeenteblad 2025, 561640 | beleidsregel |
Beleidsregels Hart voor de Jeugd Ooststellingwerf 2026
In deze beleidsregels en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
1e fysieke digitale, telefonische of schriftelijke contact met het gebiedsteam over een verzoek om (jeugd) hulp, gedaan door een jeugdige of diens vertegenwoordiger. Het kan gaan om een onbekende jeugdige of om een jeugdige die al hulp ontvangt en verzoekt om voortzetting van dezelfde of andere vorm van (jeugd)hulp.
sturing op de inhoud van doelen die met de inzet van jeugdhulp worden beoogd en controle op de voortgang en effectiviteit van de geïndiceerde jeugdhulp, waaronder ook wordt verstaan coördinatie van betrokken hulpverleners, het op elkaar afstemmen van de ingezette ondersteuning en tijdig bijsturen of aanpassing van de ondersteuning indien dat noodzakelijk is op grond van evaluatie van ingezette jeugdhulp.
jeugdhulp als bedoeld in artikel 16 van de Verordening, waarvan gelet op de inhoud daarvan het niet noodzakelijk is dat deze wordt geboden door een specialistische jeugdhulpaanbieder die aan de bij aanbesteding gestelde eisen voldoet en die gelet daarop geboden kan worden door een informele aanbieder of iemand uit het sociaal netwerk van de jeugdige of diens ouders, inclusief huisgenoten en bloedverwanten, voor zover er aan door het Gebiedsteam geïndividualiseerde kwaliteitseisen wordt voldaan.
plan waarin afspraken worden vastgelegd over het voortgangsproces van de jeugdige en waarbij de rol van interne en/of externe betrokkenen en hoe onderlinge afstemming plaatsvindt wordt beschreven. Het plan dient om de voortgang en een soepele overgang te bewerkstellingen en bevat afspraken en acties en de wijze waarop gemonitord wordt hoe de dienstverlening aan de betrokken jeugdige kan worden gecontinueerd.
Regionaal OndersteuningsPlan (ROP):
schriftelijk format voor verslaglegging van het onderzoek naar het recht op jeugdhulp opgesteld door Sociaal Domein Fryslan (SDF) waarvan de gemeente Ooststellingwerf ten minste de uitgangspunten hanteert in haar eigen verslaglegging, conform de bevoegdheidsverdeling op grond van de centrumregeling ‘SDF’1.
document waarin de jeugdige met hulp van zijn/haar begeleider en of personen uit zijn of haar sociaal netwerk, schriftelijk vastlegt wat de wensen (perspectief) voor de toekomst zijn op het gebied van huisvesting, opleiding/werk, welzijn, financiële situatie, en welke ondersteuning daarbij nodig is en welke krachten en beperkingen een rol spelen bij het behalen van de gewenste toekomstsituatie. Het toekomst(perspectief)plan heeft tot doel dat jeugdigen inzicht krijgen in de regelzaken die het bereiken van de leeftijd van 18 jaar met zich meebrengt zodat hierop tijdig kan worden geanticipeerd. Dit om zorgval te voorkomen, de eigen regie te stimuleren en tijdig te kunnen sturen op de inzet van passende ondersteuning.
een methodiek die onderdeel uitmaakt van het besluitvormingsproces rondom jeugdhulp en voortvloeiend uit op de wet gebaseerde beleidsmaatregelen waarbij een gezamenlijke aanpak wordt beoogd waarin betrokken partijen, de contextuele en omgevingsfactoren en persoons- en gezinskenmerken wordt geanalyseerd om zodoende krachten als zwaktes in beeld te brengen.
plan voortvloeiende uit de norm van verantwoorde werktoedeling en meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling waarin wordt beschreven welke veiligheidsvoorwaarden- of afspraken zijn opgesteld, welke betrokkenen op welke wijze uitvoering geven aan de naleving daarvan, de (onderlinge) verantwoordelijkheid en bevoegdheidsverdeling, en eventuele consequenties van het niet nakomen van afspraken. De gemeente Ooststellingwerf heeft haar eigen format veiligheidsplan.
Artikel 4. Verantwoordelijke gemeente
Om vast te stellen of de gemeente verantwoordelijk is voor nader onderzoek naar de hulpvraag, wordt gekeken naar de woonplaats van de jeugdige. Staat de jeugdige ingeschreven in de gemeente Ooststellingwerf, dan is gemeente Ooststellingwerf in beginsel verantwoordelijk voor de hulpvraag. Hiervan wordt afgeweken als er sprake is van jeugdhulp met verblijf.
Indien de jeugdige verhuist ten tijde van een indicatie jeugdhulp met verblijf, dan blijft de gemeente waar de jeugdige in de BRP stond ingeschreven voorafgaande aan de verhuizing naar de 1e verblijfsplek, verantwoordelijk voor jeugdhulp ongeacht of de jeugdige al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.
Artikel 6. Problematiek en beperkingen
Als er sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, adoptie-gerelateerde problemen, psychische problemen, psychosociale problemen, gedragsproblemen, verstandelijke beperking en beperkingen in de zelfredzaamheid ten gevolge van verstandelijke, somatische, lichamelijke of psychiatrische aandoening, kan er aanspraak bestaan op (geïndiceerde) jeugdhulp.
Artikel 8. Eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen
De volgende zaken worden beschouwd als eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen:
Wanneer jeugdige of ouders ondersteuning die daadwerkelijk beschikbaar is binnen het gecontracteerde aanbod willen afnemen bij een niet gecontracteerde aanbieder die hogere tarieven hanteert dan het gecontracteerde tarief en jeugdige of ouders deze meerkosten financieel kunnen dragen met een inkomen op minimumniveau.
Bij niet-gebruikelijke hulp wordt onderscheid gemaakt tussen de duur van de situatie waarin de hulp wordt geboden waarbij geldt dat:
Er bij kortdurende situaties uitzicht is op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aaneengesloten periode van drie maanden in één kalenderjaar. Hierbij wordt van ouder(s) verwacht dat zij niet-gebruikelijke hulp bieden, tenzij deze gelet op de aard van de hulp niet van ouder(s) verwacht mag worden.
Artikel 10. Algemene regels bij persoonsgebonden budget
Als een jeugdige of zijn ouder(s) in aanmerking komt voor een individuele voorziening, maar de jeugdhulp zelf wenst in te kopen bij een niet gecontracteerde aanbieder, kan een persoonsgebonden budget (pgb) worden verstrekt voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden zoals beschreven in artikel 8.1.1 lid 2 van de Wet en het daaruit afgeleide artikel 14 lid 1 van de Verordening.
Indien de kosten voor de inzet van de beoogde niet gecontracteerde aanbieder hoger zijn dan de kosten van verstrekking in natura, vallen deze meerkosten gelet op artikel 8.1.1. lid 4 van de Wet niet onder de reikwijdte van de jeugdhulpplicht. Het Gebiedsteam informeert ouders/jeugdige erover dat eventuele meerkosten niet worden vergoed bij de keuze voor een pgb.
Voortvloeiende uit artikel 14 lid 1, b van de Verordening dienen jeugdige en diens ouders de motivering waarom het natura-aanbod onvoldoende passend is, te onderbouwen met relevante en objectiveerbare argumenten waaruit blijkt dat er voldoende (gedegen) onderzoek is gedaan naar de gecontracteerde mogelijkheden.
Het verzoek om een persoonsgebonden budget ter financiering van de inzet van (niet) gebruikelijke hulp geboden door één van de ouders, waarbij de andere ouder namens de jeugdige het budget beheerd, wordt afgewezen vanwege het ontbreken van objectiviteit tussen hulpverlener en budgethouder dan wel hulpverlener en pgb-beheerder waardoor onderlinge afhankelijkheid niet kan worden uitgesloten.
Bij (dreigende) overbelasting van de ouder kan er geen pgb worden afgegeven voor een jeugdige waarvan de zorg wordt verleend door die ouder of diens partner. Het pgb kan wel worden aangewend om een derde in te zetten deze hulp (tijdelijk) over te nemen of daarin te ondersteunen, voor zover deze derde voldoet aan de kwaliteitseisen als bedoeld in artikel 18 Verordening.
Is inzet van specialistische jeugdhulp noodzakelijk op grond van het onderzoek als bedoeld in § 2 van deze beleidsregels, dan onderzoekt het Gebiedsteam of de beoogde aanbieder voldoet aan de kwaliteitseisen zoals bedoeld in artikel 18 van de Verordening. Het Gebiedsteam verzoekt daarbij in ieder geval om de volgende gegevens:
Artikel 15. Aanmelding en gesprek
Uiterlijk binnen 3 weken na de 1e melding neemt het Gebiedsteam contact op met de belanghebbende c.q. melder voor een gesprek ten behoeve van het onderzoek als bedoeld in artikel 8 van de Verordening. Tevens informeert het Gebiedsteam belanghebbende over de mogelijkheid een familiegroepsplan aan te leveren.
Artikel 17. Verslaglegging onderzoek
Voor zover zonder voorafgaande verwijzing na onderzoek door het Gebiedsteam recht bestaat op een individuele voorziening voor specialistische jeugdhulp en/of vaktherapie, neemt het Gebiedsteam daarover een besluit en zendt een beschikking als bedoeld in artikel 10 van de Verordening aan jeugdige en/of diens ouders.
Artikel 19. Regie na indicatiestelling
Door het Gebiedsteam geïndiceerde jeugdhulp zonder voorafgaande verwijzing van een huisarts, medisch specialist, jeugdarts, gecertificeerde instelling dan wel jeugdhulp in het kader van jeugdstrafrecht, is het Gebiedsteam verantwoordelijk voor de procesregie gedurende de indicatieduur. De jeugdhulpaanbieder is verantwoordelijk voor de casusregie.
Bij jeugdhulp op verzoek van een GI op grond van een kinderbeschermingsmaatregel of bepaling jeugdhulp in het kader van jeugdstrafrecht, is de GI verantwoordelijk voor de procesregie en de aansturing van de jeugdhulpaanbieder die casusregie uitvoert. De gemeente is verantwoordelijk voor de levering van jeugdhulp.
Bij een persoonsgebonden budget is de budgethouder/beheerder verantwoordelijk voor de procesregie en casusregie. Het Gebiedsteam dient erop toe te zien dat deze regie adequaat wordt uitgevoerd en kan hierbij gebruik maken van de bevoegdheden als bedoeld in artikel 29, 30 en 31 van de Verordening jo. artikel 28 van deze beleidsregels.
In gevallen waarin de toegang tot jeugdhulp is verleend door het Gebiedsteam of middels verwijzing van een huisarts, medisch specialist of jeugdarts, wordt er gedurende de looptijd van de indicatie in beginsel elke drie maanden geëvalueerd. Het Gebiedsteam neemt het initiatief voor tussentijdse evaluaties en plant deze waarbij ook wordt beoordeeld wie daarbij aanwezig moet zijn.
Artikel 21. Multidisciplinair overleg
Indien naar het oordeel van de betrokken gebiedsteammedewerker Jeugd sprake is van een complexe situatie, wordt de casus ingebracht voor multidisciplinair overleg. Van een complexe situatie is in ieder geval sprake als één van de situaties als bedoeld in artikel 23 lid 4, 7 of 8 van deze beleidsregels van toepassing is.
Artikel 23. Onderzoek door Gebiedsteam bij 18-/18+
Ontvangt een jeugdige vóór het bereiken van de leeftijd van 18 jaar behandeling in de vorm van Jeugd GGZ op grond van de Jeugdwet, dan start het Gebiedsteam ten minste 6 maanden vóór de 18e verjaardag een onderzoek naar het recht op overname van de financiering van de resterende behandeling door de zorgverzekeraar.
Indien sprake is van jeugdhulp met verblijf, waarbij het verblijf elders is op grond van een ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing, start het Gebiedsteam 18 maanden, of in ieder geval minimaal 12 maanden, vóór het bereiken van de leeftijd van 18 jaar een onderzoek naar de noodzaak voor een indicatie beschermd wonen of andere vormen van ambulante ondersteuning op grond van de Wmo voor na het bereiken van de leeftijd van 18 jaar.
Voor Jeugdigen die hun verblijf hebben in de gemeente Ooststellingwerf waarbij een andere gemeente op grond van het woonplaatsbeginsel ten minste tot de 18e verjaardag verantwoordelijk is voor de (financiering van) jeugdhulp, kan het Gebiedsteam een onderzoek starten naar het recht op ondersteuning op grond van de Wmo voor zover daartoe aanleiding bestaat.
Voor Jeugdigen die in een andere gemeente verblijven waarbij de gemeente Ooststellingwerf op grond van het woonplaatsbeginsel ten minste tot de 18e verjaardag verantwoordelijk is voor de (financiering van) jeugdhulp, kan het Gebiedsteam een onderzoek starten naar het recht op ondersteuning op grond van de Wmo voor zover daartoe aanleiding bestaat.
Indien een jeugdige ouder dan 12 jaar niet in staat is zelfstandig te reizen vanwege een beperking of medische noodzaak, wordt beoordeeld of ouders over voldoende eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen beschikken zoals bedoeld in artikel 12 van de Verordening om zelf het vervoer te realiseren.
Er kan recht bestaan op een tegemoetkoming in de kosten voor vervoer voor jeugdigen vanaf 12 jaar waarbij diens ouders of andere personen uit het sociale netwerk zelf het vervoer uitvoeren waarvoor een jeugdhulpaanbieder in beginsel verantwoordelijk is, maar die dat vervoer redelijkerwijs niet kan realiseren.
Als uit onderzoek blijkt dat het budget 3 of meer maanden voor het einde van de indicatie volledig is verbruikt en het college niet vroegtijdig is geïnformeerd over eventuele situationele omstandigheden, kan het college het pgb herzien, intrekken, beëindigen of wijzigen met als reden dat er niet voldaan is aan de inlichtingenplicht en het pgb daardoor niet verantwoord is besteed.
Blijkt uit onderzoek dat jeugdige of diens ouders en/of de met het pgb ingekochte aanbieder niet of niet tijdig informatie heeft verstrekt die van invloed is op de inzet en omvang van de ondersteuning, dan is er sprake van het schenden van de inlichtingenplicht. Het college is dan bevoegd om over te gaan tot herziening, intrekking, beëindiging of wijziging van de pgb indicatie.
Voor zover uit onderzoek blijkt dat de pgb-budgethouder of diens vertegenwoordiger onvoldoende in staat is om op verantwoordde wijze uitvoering te geven aan zijn regierol als bedoeld in artikel 19 lid 7 van deze beleidsregels, is het college bevoegd tot herziening, intrekking, beëindiging of wijziging van de pgb-indicatie.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-561640.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.