Besluit van het College van Waalwijk tot vaststelling van de nadere regeling betreffende de subsidieverstrekking peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Waalwijk 2026

Het college van de gemeente Waalwijk;

 

gelet op de Wet kinderopvang, de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk, de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang, Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, de Algemene Subsidieverordening gemeente Waalwijk 2025 en de Subsidieregeling maatschappelijke ontwikkeling gemeente Waalwijk 2026

 

BESLUIT VAST TE STELLEN:

 

Besluit van het College van Waalwijk tot vaststelling van de nadere regeling betreffende de subsidieverstrekking peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Waalwijk 2026 (regeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Waalwijk 2026)

Artikel 1. Begrippenlijst
  • 1.

    In deze regeling hebben begrippen dezelfde betekenis als in de geldende wet- en regelgeving, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.

  • 2.

    Voor zover in de wet of besluiten niet gedefinieerd, wordt in deze regeling verstaan onder:

    • a.

      ASV 2025: Algemene Subsidieverordening gemeente Waalwijk 2025;

    • b.

      dagopvang: opvang van een hele of halve dag van kinderen tussen 0 t/m 4 jaar oud, bedoeld zodat beide ouders arbeid en zorg kunnen combineren;

    • c.

      ouderbijdrage: een inkomensafhankelijke bijdrage die ouders moeten betalen voor het afnemen van een peuterplek voor hun kind op basis van de uren die zij afnemen voor peuteropvang en/of VE;

    • d.

      peuteropvang: kortdurende opvang ter voorbereiding op het basisonderwijs voor peuters van 2 tot 4 jaar;

    • e.

      peuterplek: opvangplek voor een peuter van 2 tot 4 jaar in een kindcentrum;

    • f.

      reguliere peuter: kind in de leeftijd van 2 tot 4 jaar zonder VE-indicatie (VE-peuter);

    • g.

      VE: Voorschoolse Educatie: een programma dat de ontwikkeling van peuters met een risico op een onderwijsachterstand stimuleert;

    • h.

      VE-indicatie: de door het consultatiebureau van de GGD afgegeven indicatie wanneer een peuter voldoet aan de doelgroepdefinitie zoals vastgesteld in het meest recente door de gemeente Waalwijk vastgestelde Beleidskader Waalwijk Taalrijk of diens opvolger;

    • i.

      VE-peuter: een peuter die een VE-indicatie heeft gekregen.

Artikel 2. Doel regeling

Het doel van deze regeling is het bieden van gelijke en optimale ontwikkelkansen voor alle kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar door het ondersteunen, stimuleren en subsidiëren van een kwalitatief hoogwaardig aanbod van peuteropvang en voorschoolse educatie.

Artikel 3. Doelgroep
  • 1.

    Voor deze subsidieregeling worden de volgende doelgroepen gehanteerd:

    • a.

      peuters uit de gemeente Waalwijk zonder VE-indicatie die naar de peuteropvang gaan en waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag;

    • b.

      peuters uit de gemeente Waalwijk zonder VE-indicatie die naar de peuteropvang gaan en waarvan de ouders wel recht hebben op kinderopvangtoeslag;

    • c.

      peuters uit de gemeente Waalwijk met VE-indicatie die naar de peuteropvang gaan en waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag;

    • d.

      peuters uit de gemeente Waalwijk met VE-indicatie die naar de peuteropvang gaan en waarvan de ouders wel recht hebben op kinderopvangtoeslag;

    • e.

      peuters uit de gemeente Waalwijk met VE-indicatie die naar VE-gecertificeerde dagopvang gaan.

  • 2.

    De doelgroepen zoals genoemd in het eerste lid ontvangen de subsidie niet zelf. De subsidie wordt uitgekeerd aan de houder van een kindcentrum die de peuteropvang, voorschoolse educatie of beide aanbiedt en de ouders hebben uitgekozen voor hun kind.

Artikel 4. Subsidiabele activiteiten
  • 1.

    Subsidie wordt verleend aan een kindcentrum dat peuteropvang aanbiedt in de gemeente Waalwijk:

    • a.

      ten behoeve van een reguliere peuter woonachtig in gemeente Waalwijk voor tenminste 200 uur per jaar (5 uur per week*40 schoolweken) en maximaal 320 uur per jaar (8 uur per week*40 schoolweken) verdeeld over 2 dagdelen per week;

    • b.

      ten behoeve van een VE-peuter woonachtig in gemeente Waalwijk, voor 16 uur per week verdeeld over 4 of 5 dagdelen per week (16 uur per week*40 schoolweken). Hierbij geldt een maximum van 6 uur per dag en de wettelijk te behalen urennorm van 960 uur voor VE-peuters van 2,5 tot 4 jaar oud.

  • 2.

    Subsidie wordt verleend aan een kindcentrum dat dagopvang aanbiedt in de gemeente Waalwijk: waar VE wordt geboden aan een VE-peuter in de dagopvang, waarvan de ouders in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag en die omwille van de combinatie arbeid en zorg hun kind naar de dagopvang brengen. Hier moet worden voldaan aan de wettelijke vereiste urennorm volgens artikel 4, eerste lid, onderdeel b.

  • 3.

    Subsidie wordt verleend aan een kindcentrum voor de inzet van een pedagogische beleidsmedewerker in VE voor 10 uur per VE-peuter van 2,5 tot 4 jaar tegen een door het college vastgesteld tarief. De inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker dient opgenomen te worden in het pedagogisch beleidsplan van het kindcentrum.

Artikel 5. Hoogte subsidiebedrag
  • 1.

    Voor de doelgroepen zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen a t/m d, verstrekt het college een subsidie per uur per bezette peuterplek. Voor deze doelgroepen gelden de volgende maximale subsidiebedragen:

    • a.

      Doelgroep a: 5 tot maximaal 8 uur per week × € 12,75 × 40 schoolweken minus de geldende ouderbijdrage;

    • b.

      Doelgroep b: 5 tot maximaal 8 uur per week × € 1,52 × 40 schoolweken;

    • c.

      Doelgroep c en d: 16 uur per week × € 15,48 per uur × 40 schoolweken minus de geldende ouderbijdrage.

  • 2.

    Voor de doelgroep zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, verstrekt het college een subsidie per VE-peuter per kalenderjaar. Het subsidiebedrag bedraagt € 2720,- gebaseerd op 640 VE-uren peuteropvang x € 4,25 per uur.

  • 3.

    Voor VE-peuters van 2,5-4 jaar verstrekt het college een subsidie van € 510,00 per VE-peuter per kalenderjaar voor de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker voor minimaal 10 uur per VE-peuter zoals bedoeld in artikel 4 derde lid.

Artikel 6. Ouderbijdrage
  • 1.

    Ouders betalen een inkomensafhankelijke bijdrage op basis van de kinderopvangtoeslag tabel van het Rijk:

    • a.

      ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag betalen voor hun reguliere peuter voor twee dagdelen per week (minimaal 5 tot maximaal 8 uren) een inkomensafhankelijke bijdrage aan de aanbieder gelijk aan de netto prijs van ouders met recht op kinderopvangtoeslag;

    • b.

      ouders met recht op kinderopvangtoeslag betalen voor hun reguliere peuter voor twee dagdelen per week (minimaal 5 tot maximaal 8 uren) het door de aanbieder gehanteerde uurtarief. Van de Belastingdienst ontvangen zij een inkomensafhankelijke vergoeding;

    • c.

      ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag betalen voor hun VE-peuter voor de eerste 8 uren per week een inkomensafhankelijke bijdrage aan de aanbieder gelijk aan de netto prijs van ouders met recht op kinderopvangtoeslag. De overige 8 uren VE zijn voor ouders gratis;

    • d.

      ouders met recht op kinderopvangtoeslag betalen voor hun VE-peuter voor de eerste 8 uren per week het door de aanbieder gehanteerde uurtarief. Van de Belastingdienst ontvangen zij een inkomensafhankelijke vergoeding. De overige 8 uren VE zijn voor ouders gratis.

  • 2.

    De hoogte van de ouderbijdrage wordt door de houder bepaald op basis van het verzamelinkomen ouders van het voorgaande kalenderjaar.

  • 3.

    Ouders die geen recht op kinderopvangtoeslag hebben, vragen hiervoor de verklaring aan bij de belastingdienst en leveren deze verklaring samen met het gemeentelijk formulier ‘Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag voor peuteropvang’ in bij de houder, zodat deze kan vaststellen dat de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.

Artikel 7. Aanvraag en vaststelling subsidie
  • 1.

    Op deze regeling is de ASV 2025 van toepassing. Dit betekent dat de aanvraag- en vaststellingsprocedure van de ASV 2025 wordt gevolgd.

  • 2.

    Subsidie voor peuteropvang kan uitsluitend worden aangevraagd door de houder van een kindcentrum dat is gevestigd in gemeente Waalwijk en dat is geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang.

  • 3.

    Subsidie voor voorschoolse educatie kan uitsluitend worden aangevraagd door de houder van een kindcentrum dat is gevestigd in gemeente Waalwijk en dat werkt met een programma volgens artikel 5 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en dat is geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang met Voorschoolse Educatie.

  • 4.

    Een aanvraag moet worden ingediend op het hiervoor bestemde aanvraagformulier met het onderscheid in subsidie voor 1. reguliere peuteropvang, 2. VE-peuteropvang en 3. VE-peuters in dagopvang. Als tijdens het subsidiejaar blijkt dat het aantal bezette peuterplekken hoger is dan in de oorspronkelijke aanvraag is opgegeven, dan kan de houder dit schriftelijk melden bij het college. Het college beoordeelt vervolgens of een tussentijdse herziening van de subsidieverleningsbeschikking mogelijk is. De subsidie kan tijdens maar niet na afloop van het kalenderjaar worden aangevraagd.

  • 5.

    De vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van het werkelijke aantal bezette peuterplekken (daaronder wordt verstaan het aantal afgenomen uren per werkelijk bezette peuterplek (regulier en VE), het werkelijk gehanteerde uurtarief zoals in deze regeling is opgenomen, het aantal doelgroep peuters waarvoor (naar rato) het VE-jaarbedrag wordt ontvangen en de totaal in rekening gebrachte ouderbijdragen). Uit de aangeleverde gegevens moet dus blijken hoeveel kinderen in de leeftijd van 2 tot 2,5 en van 2,5 tot 4 jaar per jaar werkelijk peuteropvang en/of voorschoolse educatie heeft afgenomen en voor hoeveel uren. Voor de vaststelling van de subsidie voor de pedagogisch beleidsmedewerker wordt het gemiddeld aantal VE-peuters van 2,5 tot 4 jaar berekend op de teldatums 1 januari, 1 juli en 31 december van het betreffende kalenderjaar.

  • 6.

    Als bij vaststelling blijkt dat er sprake is van minder bezette peuterplekken (het aantal afgenomen uren per werkelijke bezette peuterplek regulier en VE) en/of een lager gemiddeld aantal VE-peuters, dan wordt het te veel aan verleende subsidie teruggevorderd.

Artikel 8. Gronden tot weigering subsidie

1. In aanvulling op de weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden uit de ASV 2025 kan het college subsidieverlening weigeren als door de subsidieontvanger niet wordt voldaan aan alle voorschriften voor de basiskwaliteit van kindcentra, zoals opgenomen in of op basis van de wet.

Artikel 9. Aanvullende verplichtingen
  • 1.

    Naast de verplichtingen op grond van de ASV 2025 moet de subsidieontvanger voldoen aan alle voorschriften voor de basiskwaliteit van kindcentra, zoals opgenomen in of op basis van de wet.

  • 2.

    Voor peuters zonder VE-indicatie, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b, zijn aan de subsidie de volgende aanvullende verplichtingen verbonden:

    • a.

      de subsidieontvanger werkt met een programma dat gericht is op het gestructureerd en samenhangend stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van taal, rekenen, sociaal-emotionele en motorische vaardigheden;

    • b.

      de subsidieontvanger werkt aantoonbaar samen met basisscholen om een doorgaande leer- en ontwikkelingslijn te realiseren, inclusief afstemming over activiteiten, zorg, overdracht en ouderbetrokkenheid;

    • c.

      de subsidieontvanger draagt peuters over aan het basisonderwijs aan de hand van het gemeentelijk overdrachtsformulier;

    • d.

      de subsidieontvanger is actief deelnemer aan door de gemeente geïnitieerde overleggen;

    • e.

      de subsidieontvanger werkt mee aan de resultaatafspraken Waalwijk Taalrijk en levert gegevens aan voor de monitor.

  • 3.

    Voor peuters met een VE-indicatie, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdelen c, d en e, zijn aan de subsidie de volgende aanvullende verplichtingen verbonden:

    • a.

      de subsidieontvanger werkt met een programma volgens artikel 5 van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, gericht op gestructureerd en samenhangend stimuleren van taal, rekenen, sociaal-emotionele en motorische vaardigheden;

    • b.

      de subsidieontvanger werkt aantoonbaar samen met basisscholen om een doorgaande leer- en ontwikkelingslijn te realiseren, inclusief afstemming over activiteiten, zorg, overdracht en ouderbetrokkenheid;

    • c.

      de subsidieontvanger draagt VE-peuters warm (mondeling) over aan het basisonderwijs aan de hand van het gemeentelijk overdrachtsformulier. VE-zorg-peuters worden warm (mondeling) overgedragen aan het basisonderwijs in een gesprek met ouder, beroepskracht kindcentrum, medewerker basisschool en jeugdverpleegkundige;

    • d.

      de subsidieontvanger is actief deelnemer aan door de gemeente geïnitieerde overleggen;

    • e.

      de subsidieontvanger werkt mee aan de resultaatafspraken VE en Waalwijk Taalrijk en levert gegevens aan voor de monitor;

    • f.

      VE-peuters van 2 tot 2,5 jaar volgen 8 uur per week VE, verdeeld over minimaal 2 dagdelen;

    • g.

      VE-peuters van 2,5 tot 4 jaar volgen 16 uur per week VE, verdeeld over 4 of 5 dagdelen. Hierbij geldt een maximum van 6 uur per dag en de wettelijke urennorm van 960 uur voor peuters van 2,5 tot 4 jaar;

    • h.

      VE wordt uitgevoerd in gemengde groepen met maximaal 50% VE-peuters per groep, tenzij schriftelijke toestemming is verleend om hiervan af te wijken;

    • i.

      de subsidieontvanger maakt doorgaande lijn-afspraken met scholen waar een substantieel aantal peuters heen gaat;

    • j.

      de subsidieontvanger neemt deel aan relevante overleggen over zorg-peuters.

Artikel 10. Inwerkingtreding en overgangsrecht
  • 1.

    Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na die van bekendmaking.

  • 2.

    De ‘regeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Waalwijk 2025’, vastgesteld op 10 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de dag na die van bekendmaking als bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat zij van kracht blijft op aanvragen die betrekking hebben op 2025 en ook op besluiten die naar aanleiding van de aanvragen zijn of worden genomen.

  • 3.

    Aanvragen voor subsidie voor het kalenderjaar 2026 worden afgedaan volgens de ‘regeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Waalwijk 2026’.

Artikel 11. Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als 'regeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Waalwijk 2026’.

 

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van de gemeente Waalwijk, dd. 16 december 2025 .

 

 

Het college van Waalwijk,

de secretaris, de burgemeester,

Michel Tromp, Sacha Ausems

Naar boven