Subsidieregeling digitale vaardigheden en digitale weerbaarheid Rotterdam 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,

 

gelezen het voorstel van de directeur Maatschappelijke Ondersteuning van het cluster Maatschappelijke Ontwikkeling van 16 december 2025, M2511-3708;

 

gelet op de artikelen 3, derde lid, 4, tweede lid, 5, tweede lid, 6, derde lid, 7, derde lid, 12a, 13 en 14, tweede lid, van de Subsidieverordening Rotterdam 2014;

 

overwegende, dat het wenselijk is een nieuwe subsidieregeling vast te stellen voor het digitaal vaardiger en weerbaarder maken van Rotterdammers;

 

besluit:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • -

    digitale vaardigheden: bekwaamheid en begrip van internet-, computer- en softwaregebruik, nodig om mee te kunnen komen in de samenleving;

  • -

    digitale weerbaarheid: vermogen van een individu om zich veilig, bewust en verantwoord te bewegen in de digitale wereld, waarbij men online risico’s herkent, kritisch omgaat met informatie en het eigen mentaal welzijn alsmede sociale grenzen actief beschermt.

Artikel 2 Toepassingsbereik

Deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van eenmalige subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.

Artikel 3 Activiteiten

  • 1.

    Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor het organiseren en uitvoeren van educatie, gericht op:

    • 1°.

      het verbeteren van digitale vaardigheden of digitale weerbaarheid voor Rotterdammers, die niet leidt tot een erkend diploma; of

    • 2°.

      vergroting van kennis over kunstmatige intelligentie als identificeerbaar aspect van algoritmes in digitale diensten waar Rotterdammers nu of in de nabije toekomst direct of indirect mee in aanraking kunnen komen.

  • 2.

    De subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor een activiteit die:

    • a.

      een toevoeging is op de activiteiten die door aanvrager of door de aanvrager ingeschakelde organisaties worden aangeboden.

    • b.

      is afgestemd met de betreffende door de gemeente gecontracteerde welzijnsaanbieder, bedoeld in de bijlage behorende bij deze regeling, die actief is in het gebied waarin de activiteit wordt aangeboden;

    • c.

      aantoonbaar wijkgericht is;

    • d.

      wordt begeleid door professionals met relevante didactische vaardigheden, eventueel ondersteund door vrijwilligers;

    • e.

      een laagdrempelig en open karakter heeft, waaronder in ieder geval wordt verstaan dat deelname kosteloos is;

    • f.

      plaatsvindt op een vooraf bekende locatie.

Artikel 4 Doelgroep

  • 1.

    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan:

    • a.

      rechtspersonen;

    • b.

      een samenwerkingsverband met of zonder rechtspersoonlijkheid, vertegenwoordigd door een penvoerder, met dien verstande dat de deelnemers van het samenwerkingsverband rechtspersonen zijn.

  • 2.

    Subsidie wordt niet verstrekt aan door de gemeente gecontracteerde welzijnsaanbieders.

Artikel 5 Samenwerkingsverband en penvoerderschap

  • 1.

    Indien de subsidie wordt aangevraagd door een samenwerkingsverband, wordt de subsidie aangevraagd door, verleend aan en verantwoord door een penvoerder die namens de deelnemende partijen optreedt.

  • 2.

    Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.

  • 3.

    Partijen uit het samenwerkingsverband zijn ten hoogste bij één project als uitvoerende organisatie betrokken.

Artikel 6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    Voor subsidie komen uitsluitend de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 3.

  • 2.

    Niet voor subsidie komen in aanmerking:

    • a.

      structurele kosten en omzetbelasting;

    • b.

      kosten die voorafgaand aan de indiening van de aanvraag zijn gemaakt;

    • c.

      personele kosten die gezamenlijk meer dan 33% van de totale aanvraag bedragen en betrekking hebben op management, marketing of communicatie, daaronder begrepen kosten voor inhuur van externe medewerkers en vergoedingen aan vrijwilligers.

Artikel 7 Hoogte van de subsidie

Een subsidie bedraagt ten hoogste € 35.000 per aanvraag.

Artikel 8 Subsidieplafond

Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt voor de periode 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026 een subsidieplafond van € 500.000.

Artikel 9 Wijze van verdeling

  • 1.

    Verstrekking van subsidie vindt plaats in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking totdat het vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 2.

    Bij de rangschikking kent het college punten toe aan de hand van de volgende aspecten tot het daarbij vermelde maximumaantal:

    • a.

      de mate waarin de activiteiten een voldoende kwalitatief en gericht aanbod bieden:

      • 1°.

        voldoet geheel: 30 punten;

      • 2°.

        voldoet gedeeltelijk: 15 punten;

      • 3°.

        voldoet onvoldoende : 0 punten;

    • b.

      de mate waarin uit de aanvraag blijkt dat de aanvrager kennis heeft van de lokale problematiek en de activiteiten tegemoet komen aan de prioriteiten in of behoeften van de betreffende wijk of het betreffende gebied:

      • 1°.

        voldoet geheel: 20 punten;

      • 2°.

        voldoet gedeeltelijk: 10 punten;

      • 3°.

        voldoet onvoldoende: 0 punten;

    • c.

      de mate waarin de aanvrager de beoogde resultaten zal monitoren:

      • 1°.

        hoge kwaliteit: 10 punten;

      • 2°.

        gemiddelde kwaliteit: 5 punten;

      • 3°.

        lage kwaliteit: 0 punten;

    • d.

      de mate waarin de aanvrager beschikt over relevante ervaring of expertise met betrekking tot het aanbieden van de gevraagde activiteiten:

      • 1°.

        uitgebreide ervaring of expertise: 10 punten;

      • 2°.

        beperkte ervaring of expertise: 5 punten;

      • 3°.

        geen ervaring: 0 punten.

    • e.

      de mate waarin de gevraagde middelen in verhouding staan tot het te verwachten bereik en resultaat en de aard van de werkzaamheden:

      • 1°.

        goede prijs-resultaat verhouding: 30 punten;

      • 2°.

        gemiddelde prijs-resultaat verhouding: 15 punten;

      • 3°.

        slechte prijs-resultaat verhouding: 0 punten;

  • 3.

    Een aanvraag wordt enkel meegenomen in de rangschikking, indien in totaal minimaal 60 punten worden behaald.

Artikel 10 Aanvraag

  • 1.

    Een aanvraag om subsidie wordt digitaal ingediend via www.rotterdam.nl/subsidies onder gebruikmaking van het daar beschikbare aanvraagformulier.

  • 2.

    Per rechtspersoon kan één aanvraag worden ingediend.

  • 3.

    De aanvrager legt bij de aanvraag in ieder geval de volgende gegevens over:

    • a.

      een ingevuld aanvraagformulier over het activiteitenplan dat de volgende gegevens bevat:

      • 1°.

        het programma;

      • 2°.

        de beoogde doelgroepen en een wervingsstrategie om de doelgroepen te bereiken;

      • 3°.

        datum, tijd, duur, locatie en beoogd aantal deelnemers van de activiteit;

      • 4°.

        de ervaring of expertise van de professional die de deelnemers begeleidt, en waar deze uit blijkt;

      • 5°.

        in hoeverre is afgestemd met door de gemeente gecontracteerde welzijnsaanbieders;

      • 6°.

        in het kader van wijkgerichtheid: in hoeverre is afgestemd met andere lokale organisaties, wijkraad of wijkmanager over de behoefte aan de activiteit en aansluiting daarvan op reeds geplande activiteiten voor de in de aanvraag genoemde doelgroep;

    • b.

      een ingevuld aanvraagformulier voor de begroting, met daarin een overzicht van inkomsten en uitgaven voor het activiteitenplan.

  • 4.

    Indien subsidie wordt aangevraagd door een samenwerkingsverband overlegt de penvoerder bij de aanvraag:

    • a.

      een overzicht van de partijen waaruit het samenwerkingsverband bestaat;

    • b.

      een door alle partijen in het samenwerkingsverband getekende verklaring waarin zij verklaren dat de penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen, en dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de penvoerder van de besteding van de subsidie, op verzoek aan de penvoerder worden verstrekt.

Artikel 11 Aanvraagtermijn

Een aanvraag voor subsidie wordt uiterlijk 16 februari ingediend.

Artikel 12 Beslistermijn

Het college beslist binnen zes weken na het sluiten van de aanvraagtermijn op de aanvraag, welke termijn met zes weken kan worden verlengd.

Artikel 13 Verplichtingen

Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:

  • a.

    de activiteiten worden in kalenderjaar 2026 uitgevoerd;

  • b.

    het deelnemen aan één of meer netwerkbijeenkomsten op het gebied van digitale inclusie in Rotterdam;

  • c.

    het deelnemen aan één of meer overkoepelend georganiseerde activiteiten op het gebied van digitale inclusie in Rotterdam in de week van de digitale inclusie 2026;

  • d.

    het na een cursus door elke deelnemer laten uitvoeren van een zelfevaluatie, bij voorkeur aangevuld met een prestatiemeting op basis van een uitgevoerde test, waaruit kan worden opgemaakt hoe goed deelnemers presteren op het gebied van digitale vaardigheden en weerbaarheid op een schaal van ‘zeer slecht’ (0) tot ‘uitstekend’ (5);

  • e.

    het in contact brengen van de vrijwilligers, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, met organisaties die activiteiten of cursussen aanbieden, gericht op het verbeteren van digitale vaardigheden of digitale weerbaarheid in Rotterdam.

  • f.

    het vermelden van gemeente Rotterdam als partij die het project mede mogelijk gemaakt heeft, bij alle externe communicatie over het project.

Artikel 14 Verantwoording en vaststelling subsidie

  • 1.

    De subsidie wordt vastgesteld nadat een aanvraag tot vaststelling is ingediend bij het college.

  • 2.

    De aanvraag tot vaststelling wordt uiterlijk ingediend op 31 maart 2027 onder gebruikmaking van een daartoe beschikbaar gesteld formulier.

Artikel 15 Intrekking en overgangsbepaling

De Subsidieregeling digitale vaardigheden en digitale weerbaarheid Rotterdam 2025 wordt ingetrokken, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die op grond van die regeling zijn verstrekt.

Artikel 16 Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze subsidieregeling zijn verstrekt.

Artikel 17 Citeertitel

Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling digitale vaardigheden en digitale weerbaarheid Rotterdam 2026.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 16 december 2025.

De secretaris,

G.J.D. Wigmans

De burgemeester,

C.J. Schouten

Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl

Bijlage als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b.

 

Centrum

Radar Wmo diensten

Charlois

Radar Wmo diensten

Delfshaven

Radar Wmo diensten

Feijenoord

Sol

Hillegersberg-Schiebroek

Buurtwerk

Hoek van Holland

Welzijn op de Hoek

Hoogvliet

DOCK

IJsselmonde

Sol

Kralingen-Crooswijk

DOCK

Noord

Sol

Overschie

Radar Wmo diensten

Pernis

DOCK

Prins Alexander

Buurtwerk

Rozenburg

Combinatie DIA (Stichting InMovement, Avant Sanare)

 

Toelichting op de Subsidieregeling digitale vaardigheden en digitale weerbaarheid Rotterdam 2026

 

Algemeen

Digitalisering heeft het dagelijks leven veranderd. Het biedt kansen voor werk, onderwijs, sociale contacten en zorg. Niet iedereen heeft gelijke kansen en mogelijkheden om mee te doen in de digitale wereld. Het programma Digitale Inclusie richt zich op het overbruggen van deze kloof en het vergroten van de zelfredzaamheid en weerbaarheid van Rotterdammers in een steeds meer digitale samenleving.

Het Programmaplan Digitale Inclusie is in oktober 2023 gepubliceerd met de ambitie om Rotterdammers digitaal vaardig(er) te maken. Het programma richt zich op de volgende doelen:

  • 1.

    Het vergroten van het bereik van digitale inclusie initiatieven: en waar aanbod ontbreekt het ontwikkelen en aanvullen daarvan;

  • 2.

    (Helpen) zorgen voor veilig werkende apparaten, internettoegang en vergroten cyberweerbaarheid;

  • 3.

    Opzetten Sociaal AI Lab Rotterdam door middel van participatie (voorheen Civic AI-Lab).

Deze subsidieregeling richt zich op activiteiten die bijdragen aan met name de doelen 1 en 2, het digitaal vaardiger en weerbaarder maken van Rotterdammers. Het college werkt vanuit het programma al samen met enkele partners in de stad, zoals de Bibliotheek Rotterdam. Met deze subsidieregeling wil het college naast bestaande ook nieuwe initiatieven mogelijk maken. De regeling biedt onder meer ruimte aan kleinschalige en vernieuwende initiatieven.

 

Artikelsgewijs

Artikel 3 Activiteiten

 

Artikel 3, eerste lid

Activiteiten die hieronder vallen zijn bijvoorbeeld cursussen, workshops, trainingen of evenementen met een educatief karakter. De educatie kan uit meerdere bijeenkomsten bestaan, zoals een meerdaagse training, of eenmalig zijn, zoals een buurtevenement over digitale geletterdheid of een informatiesessie over kunstmatige intelligentie.

 

Artikel 3, derde lid, onderdeel c

Dat een activiteit aantoonbaar wijkgericht is, kan bijvoorbeeld blijken uit afspraken over de uitvoering met informele organisaties die in de wijk werkzaam zijn of als is afgestemd met de wijkraad of de wijkmanager.

 

Artikel 6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Kosten zijn redelijk als ze noodzakelijk zijn voor de subsidiabele activiteit, gebaseerd zijn op marktconforme prijzen en tarieven en als de specificaties van aangeschafte goederen of diensten (en daarmee de kosten) niet hoger zijn dan nodig is voor de subsidiabele activiteit. Subsidie is niet mogelijk voor dat deel van de kosten dat het college niet als redelijk beschouwt. Het is belangrijk dat wordt onderbouwd dat de kosten die voor subsidie worden opgevoerd redelijk zijn. Zo dient in voorkomende gevallen bijvoorbeeld te worden toegelicht waarom niet wordt volstaan met een eenvoudiger, goedkoper product of dienst, met een lager ingeschaalde arbeidskracht, een minder dure expert of met minder uren.

Kosten die gemaakt worden om vrijwilligers te werven en te trainen voor de educatie, zodat deze bij de activiteit als begeleider kunnen optreden, kunnen, mits redelijk, ook in aanmerking komen voor subsidie.

 

Artikel 9 Wijze van verdeling

 

Artikel 9, tweede lid, onderdeel a

De mate waarin de activiteiten een voldoende kwalitatief en gericht aanbod biedt, wordt bepaald door de mate waarin de beschreven activiteiten bijdragen aan het digitaal vaardig en weerbaar maken van de in de aanvraag beschreven doelgroep, de kwaliteit van de in te zetten middelen en de mate waarin de activiteiten aansluiten op de ontwikkelbehoefte van de doelgroep.

 

Artikel 9, tweede lid, onderdeel e

Het college beoordeelt de mate waarin de gevraagde middelen in verhouding staan tot het te verwachten bereik en resultaat en de aard van de werkzaamheden. Hierbij wordt beoordeeld in hoeverre de geraamde inzet, tijd en kosten, in verhouding staan tot de verwachte resultaten en opbrengst. Het college kijkt hiervoor onder meer naar de genoemde uurtarieven van docenten of begeleiders, de hoeveelheid uren die begroot zijn voor de organisatie van de activiteiten en de begrote kosten voor in te zetten middelen.

 

Artikel 13 Verplichtingen

In dit artikel staan de verplichtingen van de subsidieontvanger die gelden in aanvulling op de verplichtingen uit de Algemene wet bestuursrecht en de Subsidieverordening Rotterdam 2014.

 

Naar boven