Wijziging Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag

 

de raad van de gemeente Den Haag,

 

gezien het voorstel van het college van 4 november 2025,

 

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet,

 

besluit vast te stellen de volgende Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag:

 

Artikel I

De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag wordt gewijzigd als volgt.

 

A Aan Afdeling 10: Maatregelen tegen baldadigheid en overlast wordt een nieuw artikel toegevoegd dat luidt als volgt:

 

Artikel 2:39 Gebiedsontzegging

  • 1.

    De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan degene die strafbare feiten pleegt of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 24 uur in één of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

  • 2.

    Van openbare orde verstorende handelingen als bedoeld in het eerste lid is in ieder geval sprake bij het overtreden van:

    • a.

      artikel 2:1;

    • b.

      artikel 2:26;

    • c.

      artikel 2:47, eerste lid;

    • d.

      artikel 2:48, eerste lid;

    • e.

      artikel 2:49;

    • f.

      artikel 2:52;

  • 3.

    Bij overtredingen als bedoeld in het eerste lid kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw tweemaal strafbare feiten pleegt of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste een maand in één of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

  • 4.

    De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of derde lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod.

  • 5.

    Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of derde lid opgelegd verbod.

  • 6.

    Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of derde lid.

 

B Artikel 2:74C komt te vervallen.

 

C Artikel 6:1, eerste lid, komt te luiden:

  • 1.

    Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak: artikel 2:1, 2:3, 2:6, 2:8, 2:10, 2:10B, 2:11, 2:12, 2:18, 2:25, 2:25B, 2:25C, 2:26, 2:26A, 2:26B, 2:28, 2:29, 2:30, 2:30A, 2:31, 2:32, 2:33, 2:37, 2:38, 2:38A, 2:38B, 2:39, 2:41, 2:44, 2:48, 2:48A, 2:49, 2:50, 2:52, 2:67, 2:68, 2:69, 2:72, 2:73, 2:73A, 2:73B, 2:74, 2:74A, 2:74B, , 2:75, 2:79, 2:97, zevende lid, 2:98, 3:3, 3:8, 3:10, 3:11, 3:12, 3:13, 3:14, 3:15, 3:16, 3:17, 3:18, 3:19, 3:20, 4:3, 4:4, 4:6, 4:13, 5:2, 5:3, 5:7, 5:8, 5:9, 5:10A, 5:11, 5:13, 5:24, 5:33, 5:34, 5:36, 5:37, 5:39, 5:42, eerste lid, 5:42, derde lid, 5:43.

 

Artikel II

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na uitgifte in het Gemeenteblad.

 

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 4 december 2025.

De griffier, Lilianne Blankwaard-Rombouts en de voorzitter, Jan van Zanen

Naar boven