Mandaatregeling college en burgemeester gemeente Utrecht - Ondermandaatbesluit Voorzitter rekenkamer

De Voorzitter van de rekenkamer van de gemeente Utrecht,

  • gelet op de artikelen 10:1 tot en met 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 160 en 171 Gemeentewet; 

  • gezien de besluiten van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van 2 december 2025, waarbij de Mandaatregeling college en burgemeester (hierna: Mandaatregeling) is vastgesteld

  • ovewegende dat in hoofdstuk 3 van de Mandaatregeling bevoegdheden worden verleend aan de voorzitter van de rekenkamer en hij deze op zijn beurt mag verlenen aan functionarissen van de rekenkamer;

BESLUIT:

 

  • De Secretaris van de rekenkamer ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging te verlenen voor de in artikel 3.1.8 van de Mandaatregeling opgenomen bevoegdheden, te weten:

    • alle personele bevoegdheden ten aanzien van werknemers van de rekenkamer,

    • met uitzondering van besluiten over arbeidsovereenkomsten en schorsing van werknemers,

    • en met uitzondering van de bevoegdheden van de artikelen 8.2.4.1 en 8.2.4.2 van de Mandaatregeling,

    • de met dit ondermandaat samenhangende rechtshandelingen en feitelijke handelingen, met inbegrip van de ondertekening van de stukken waarop de bevoegdheid betrekking heeft.

  • Alle eerdere besluiten over ondermandaten, ondervolmachten en procesmachtigingen in te trekken.

Dit besluit treedt in werking op het moment dat de Mandaatregeling college en burgemeester Gemeente Utrecht in werking treedt.

Utrecht, december 2025

Drs. P.W.D. Venhoeven,

Voorzitter Rekenkamer

Naar boven